In de Bijbel is zalving geen vage geestelijke sfeer, geen “extra laag kracht” voor bijzondere christenen, en geen bewijs dat iemand onaantastbaar gezag heeft. Zalving heeft in de Schrift vooral te maken met afzondering door God, bekwaammaking door de Geest, en uiteindelijk met Christus Zelf, de Gezalfde.
Het woord Christus betekent letterlijk: Gezalfde. Dat is meteen de kern. De zalving wijst niet los van Christus, maar naar Hem.
Zalving in het Oude Testament
In het Oude Testament werden mensen en voorwerpen gezalfd wanneer zij voor een bijzondere dienst aan God werden afgezonderd. Denk aan priesters, koningen en soms profeten.
Aäron en zijn zonen werden gezalfd voor de priesterdienst. Saul en David werden gezalfd tot koning. De zalving was dus geen religieuze show, maar een zichtbaar teken: deze persoon wordt door God in een bepaalde bediening geplaatst.
Maar dat betekende niet automatisch dat iemand innerlijk recht stond voor God. Saul was gezalfd als koning, maar werd ongehoorzaam. De uiterlijke zalving beschermde hem niet tegen afval, hoogmoed en ongehoorzaamheid.
Dat is belangrijk. Een “gezalfde positie” is nooit een vrijbrief.
De Here Jezus Christus is dé Gezalfde
Alle zalvingen in het Oude Testament wijzen uiteindelijk vooruit naar de Here Jezus Christus. Hij is de ware Profeet, Priester en Koning.
In Lukas 4 past de Here Jezus Jesaja 61 op Zichzelf toe:
“De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart;” Lukas 4:18 (STV).
Ook Petrus zegt:
“Hoe God Jezus van Nazareth gezalfd heeft met den Heiligen Geest en met kracht; Welke het land doorgegaan is, goeddoende, en genezende allen, die van den duivel overweldigd waren; want God was met Hem.” Handelingen 10:38 (STV).
De zalving van Christus is dus verbonden met Zijn Messiaanse zending. Hij is niet zomaar “een gezalfde”. Hij is de Gezalfde.
De gelovige is in Christus gezalfd
In het Nieuwe Testament wordt de zalving ook op gelovigen betrokken, maar opvallend genoeg niet als een aparte tweede ervaring waarnaar men voortdurend moet jagen. Paulus schrijft:
“Maar Die ons met u bevestigt in Christus, en Die ons gezalfd heeft, is God; Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven.” 2 Korinthe 1:21-22 (STV).
Let op de samenhang:
bevestigd in Christus
gezalfd door God
verzegeld
het onderpand van de Geest ontvangen
Dat gaat niet over een select groepje onaanraakbare superchristenen. Dat gaat over wat God doet met wie in Christus is. De zalving hoort bij de positie van de gelovige in Christus en bij de gave van de Heilige Geest.
De zalving in 1 Johannes
De bekendste tekst is 1 Johannes 2:
“Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.” 1 Johannes 2:20 (STV).
En iets later:
“En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven.” 1 Johannes 2:27 (STV).
Deze tekst wordt vaak misbruikt alsof een gelovige geen onderwijs, leraars of Bijbelstudie meer nodig zou hebben. Maar dat kan Johannes niet bedoelen, want hij is op datzelfde moment juist bezig hen te onderwijzen.
De context is waarschuwing tegen verleiders en antichristelijke leer.
Johannes zegt dus niet: “jullie hebben geen Bijbels onderwijs nodig.” Hij zegt: “jullie zijn door de Geest niet weerloos tegenover dwaalleer.” De zalving leert de gelovige Christus erkennen en in Hem blijven.
De zalving is hier dus geen mystieke tinteling, maar het werk van de Heilige Geest waardoor gelovigen de waarheid van Christus kennen en niet meegesleept hoeven te worden door misleiding.
Wat “de zalving” niet is
De zalving is niet een geestelijke atmosfeer die een spreker meebrengt.
De zalving is niet hetzelfde als charisma, podiumkracht, emotie, opgebouwde (muziek) spanning of kippenvel.
De zalving is niet een keurmerk waardoor een leider niet meer getoetst mag worden.
De zalving is niet iets wat je via handoplegging, conferenties, mantels, “impartation” of speciale zalvingsdiensten moet najagen.
De zalving is ook niet een soort geestelijke olie waarmee sommige mensen meer “geladen” zijn dan andere gelovigen.
Dat soort taal verschuift de aandacht gemakkelijk van Christus naar mensen. Dan krijg je uitspraken als: “Raak de gezalfde des Heeren niet aan.” Daarmee wordt kritiek op een leider soms afgeschermd. Maar in de Bijbel betekent dat niet dat een leider niet getoetst mag worden. David wilde Saul niet eigenmachtig doden, maar dat maakte Sauls ongehoorzaamheid niet heilig.
Een gezalfde positie maakt iemand niet onfeilbaar.
Wat de zalving wél is
Bijbels gesproken is de zalving voor de gelovige verbonden met de Heilige Geest, met Christus, met waarheid en met blijven in Hem.
Het betekent dat God de gelovige in Christus heeft geplaatst, hem verzegeld heeft met de Geest, en hem door die Geest doet delen in de kennis van Christus.
Daarom is de zalving niet los verkrijgbaar. Niet naast Christus. Niet boven de Schrift. Niet via een geestelijke elite.
De zalving brengt je niet in extase boven het Woord uit, maar houdt je juist bij Christus en bij de waarheid.
Wat het punt is
Veel moderne zalvingstaal draait in de praktijk om ervaring, kracht, bediening, sfeer en personen. Maar in de Bijbel draait de zalving om Christus, de Geest, waarheid, afzondering en volharding in Hem.
Wanneer iemand zegt: “Daar is veel zalving,” moet je dus niet eerst vragen: “Voelde het krachtig?” maar: werd Christus zuiver verkondigd? Werd de Schrift recht gesneden? Werd de gemeente opgebouwd in waarheid? Werd de aandacht op de Here Jezus gericht of op de mens op het podium?
Dat is de Bijbelse toets.
De Bijbel leert dat de Here Jezus Christus dé Gezalfde is. Gelovigen zijn in Hem gezalfd, verzegeld en begiftigd met de Heilige Geest. Die zalving is geen losse kracht, geen status van geestelijke beroemdheden, en geen excuus om toetsing te ontwijken. Zij houdt de gelovige bij Christus, bij de waarheid en bij het blijven in Hem.
Er wordt zo links en rechts bij gelegenheid nogal wat over de Gemeente van Christus, ook genoemd “de kerk”, beweerd.
Wat zegt de Bijbel over
De kerk moet wakker worden. De kerk is ziek. De kerk is lauw. De kerk mist kracht. De kerk moet terug naar apostolische orde. De kerk moet genezen. De kerk moet opstaan. De kerk moet het Koninkrijk zichtbaar maken.
Het klinkt bezorgd. Vaak zelfs geestelijk bewogen.
Maar de eerste vraag waar we hier tegenaan lopen:
Over welke kerk hebben we het eigenlijk?
Want als met “de kerk” het lichaam van Christus bedoeld wordt, dan moeten we voorzichtig worden. Het lichaam van Christus slaapt niet. Het lichaam van Christus is niet ziek. Het lichaam van Christus is geen mislukt project dat door moderne apostelen, profeten, conferenties, opwekkingssprekers of activatiebedieningen gereanimeerd moet worden.
Christus heeft geen ziek lichaam. Christus heeft geen slapend lichaam. Christus bouwt Zijn gemeente.
“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” Mattheüs 16:18 (STV)
Dat is het uitgangspunt. Niet de toestand van de zichtbare christenheid. Niet de temperatuur van religieuze bewegingen. Niet het activisme van mensen. Maar het woord van Christus Zelf:
Ik zal Mijn Gemeente bouwen.
De kerk is niet ziek en slaapt niet
De gemeente is het lichaam van Christus
De gemeente van Jezus Christus is niet in de eerste plaats een gebouw, organisatie, kerkgenootschap, denominatie of religieus systeem. De gemeente is het lichaam van Christus: allen die door geloof in Hem met Hem verbonden zijn en door de Heilige Geest tot één lichaam zijn gedoopt.
“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” 1 Korinthe 12:13 (STV)
Dat lichaam heeft Christus als Hoofd.
“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” Efeze 1:22-23 (STV)
Dat is bepaald geen voetnoot.. Wie over de gemeente spreekt, spreekt over iets dat onlosmakelijk met Christus Zelf verbonden is. De gemeente is niet zomaar een religieuze verzameling mensen. Zij is Zijn lichaam. Zijn eigendom. Zijn werk. Zijn volheid.
Daarom is het leerstellig scheef om achteloos te zeggen dat “de kerk ziek is” wanneer men daarmee het lichaam van Christus bedoelt.
Want Christus voedt en onderhoudt Zijn gemeente.
“Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het, gelijkerwijs ook de Heere de Gemeente.” Efeze 5:29 (STV)
Een lichaam dat door Christus gevoed en onderhouden wordt, kun je niet zomaar collectief ziek, slapend, mislukt of krachteloos verklaren.
De zichtbare christenheid is iets anders
Waar gaat het dan wél over wanneer mensen zeggen dat “de kerk slaapt” of “de kerk ziek is”?
Meestal gaat het in werkelijkheid over de zichtbare christenheid. Over kerksystemen, denominaties, organisaties, plaatselijke gemeenten, leiderschapsculturen, religieuze gewoonten, tradities, conferentiecircuits en bewegingen die zich christelijk noemen.
Die kunnen inderdaad ongezond zijn.
Een plaatselijke gemeente kan vleselijk functioneren. Een bediening kan ontsporen. Een kerksysteem kan Christus verduisteren. Een beweging kan worden beheerst door macht, geld, emotie, manipulatie of valse leer. Een gemeente kan lauw worden. Een groep gelovigen kan onwaakzaam leven. Leiders kunnen heersen in plaats van dienen. Prediking kan verschuiven van Christus naar ervaring, activatie, wet, succes, genezing, doorbraak of Koninkrijksretoriek.
Maar dat is dus uidrukkelijk niet hetzelfde als het lichaam van Christus.
Dat onderscheid is beslissend.
De Bijbel spreekt concreet over plaatselijke gemeenten die correctie nodig hebben. Korinthe is daar een helder voorbeeld van. Paulus noemt de gelovigen daar werkelijk “geheiligden in Christus Jezus”:
“Den Gemeente Gods, die te Korinthe is, den geheiligden in Christus Jezus, den geroepen heiligen…” 1 Korinthe 1:2 (STV)
Maar later zegt hij tegen diezelfde gelovigen:
“En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.” 1 Korinthe 3:1 (STV)
Daar ligt het Bijbelse evenwicht. In hun positie waren zij geheiligd in Christus. In hun toestand wandelden zij vleselijk. De Schrift ontkent hun positie niet vanwege hun slechte toestand, maar corrigeert hun toestand juist vanuit hun positie.
Dat is heel iets anders dan roepen: “De kerk is ziek.”
Positie en toestand
Veel verwarring ontstaat doordat men positie en toestand door elkaar haalt.
De positie van de gelovige is wat hij in Christus is. Die positie rust op het volbrachte werk van Christus. Zij is niet afhankelijk van stemming, kracht, groei, ervaring of kerkelijke prestaties.
“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” Kolossenzen 3:3 (STV)
De toestand van de gelovige is zijn praktische wandel. Die kan ver beneden zijn positie blijven. Een gelovige kan onvolwassen zijn, vleselijk wandelen, verkeerde leer dulden, wereldgelijkvormig worden of geestelijk traag zijn.
Maar dat verandert niet wat het lichaam van Christus in Christus is.
Daarom moeten we de dingen zorvuldig benoemen.
Niet: het lichaam van Christus is ziek.
Wel: veel plaatselijke gemeenten functioneren ongezond.
Niet: de gemeente van Christus slaapt.
Wel: veel gelovigen zijn niet waakzaam.
Niet: Christus’ lichaam is krachteloos.
Wel: veel zichtbare kerksystemen hebben de kracht van gezonde leer ingeruild voor vorm, gevoel, macht of religieus spektakel.
Niet: de kerk moet door ons genezen worden.
Wel: gelovigen en gemeenten moeten terug naar Christus, het Hoofd, en naar de gezonde leer van de Schrift.
“De kerk slaapt”
Wanneer iemand zegt: “de kerk slaapt”, bedoelt men meestal dat gelovigen geestelijk traag, ongehoorzaam, wereldgelijkvormig of ongevoelig zijn geworden. Op zichzelf kan een oproep tot waakzaamheid Bijbels zijn.
“Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken, en nuchteren zijn.” 1 Thessalonicenzen 5:6 (STV)
Let op: Paulus zegt dit niet als slogan om het lichaam van Christus als geheel af te serveren. Hij vermaant gelovigen tot waakzaamheid in hun wandel. Dat is concreet. Dat is pastoraal. Dat is Bijbels.
Heel anders wordt het wanneer “de kerk slaapt” betekent: de hele gemeente van Christus ligt geestelijk plat en moet door onze beweging, onze profeten, onze apostelen, onze conferentie of onze nieuwe zalving wakker worden gemaakt.
Dan schuift alles op..
Dan is Christus niet meer het genoegzame Hoofd. Dan wordt de gemeente een soort slapend religieus lichaam waarvoor menselijke activatoren nodig zijn. Dan ontstaat de sfeer van: gewone Bijbelse trouw is niet genoeg; er moet vuur bij, doorbraak, impartatie, apostolische uitlijning, profetische correctie, Kingdom-activatie.
Dat klinkt indrukwekkend. Maar het kan zomaar een religieuze rookmachine worden.
“De kerk is ziek”
Hetzelfde geldt voor de uitspraak: “de kerk is ziek.”
Als daarmee bedoeld wordt dat veel zichtbare kerksystemen ongezond zijn, dan valt daar Bijbels veel voor te zeggen. De brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring laten zien dat plaatselijke gemeenten ernstig kunnen afwijken.
Tegen Sardis zegt de Here:
“Ik weet uw werken, dat gij den naam hebt, dat gij leeft, en gij zijt dood.” Openbaring 3:1 (STV)
Tegen Laodicea zegt Hij:
“Omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.” Openbaring 3:16 (STV)
Dat zijn geen geruststellende woorden. De Here Zelf stelt diagnoses. Maar opnieuw: Hij spreekt concrete gemeenten aan op hun concrete toestand. Hij verklaart niet het lichaam van Christus als hemelse werkelijkheid ziek.
Als iemand dus zegt: “de kerk is ziek”, moet je doorvragen. Bedoel je de ware gemeente als lichaam van Christus? Dan is je uitspraak leerstellig verkeerd. Bedoel je zichtbare systemen, plaatselijke gemeenten of bewegingen die afwijken van Christus en de gezonde leer? Dan moet je concreet worden en Bijbels aantonen waar het misgaat.
Een vage totaaldiagnose is te gemakkelijk. En vaak manipulatief.
De verborgen boodschap achter zulke slogans
Uitspraken als “de kerk slaapt” en “de kerk is ziek” hebben vaak een verborgen implicatie.
De kerk slaapt — maar wij zijn wakker.
De kerk is ziek — maar wij hebben het medicijn.
De kerk mist kracht — dus kom bij ons voor vuur.
De kerk is doods — maar wij brengen leven.
De kerk is ongezond — maar onze beweging is Gods herstelprogramma.
De kerk is uit positie — dus je moet onder onze apostolische orde komen.
Daar ligt het gevaar. Men creëert eerst een algemeen probleem en presenteert daarna zichzelf als de oplossing.
En dat werkt. Want wie gelovigen lang genoeg vertelt dat zij tekortkomen, dat hun gemeente ziek is, dat hun geloof krachteloos is, dat zij “meer” nodig hebben, die maakt hen vatbaar voor geestelijke verkooptaal. Niet altijd financieel, soms vooral geestelijk. Maar het mechanisme is hetzelfde: eerst tekort aanpraten, daarna aanvulling aanbieden.
Paulus schrijft echter:
“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht.” Kolossenzen 2:10 (STV)
Dat is vernietigend voor elke bediening die de gelovige eerst leeg, ziek, slapend of incompleet moet verklaren om daarna haar eigen systeem aan te bieden.
De volheid is in Christus. Niet in een beweging. Niet in een conferentie. Niet in een apostolisch netwerk. Niet in een nieuwe golf. Niet in een bijzonder gezalfde spreker.
De gemeente van Christus is niet de voortzetting van Israël
Een ander kanjer van een misverstand is dat de gemeente wordt gezien als een soort geestelijk Israël dat Israëls aardse roeping heeft overgenomen. Dan gaat de kerk zich gedragen alsof zij geroepen is om op aarde een Koninkrijksprogramma uit te voeren, de wereld te hervormen, invloedssferen te veroveren of de heerschappij van Christus zichtbaar te maken vóórdat Hij Zelf verschijnt.
Maar de gemeente heeft een hemelse roeping.
“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” Filippenzen 3:20 (STV)
Israël heeft verbonden, vaderen, beloften en een beloofde aardse profetische toekomst.
“Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen.” Romeinen 9:4 (STV)
De gemeente is het lichaam van Christus, uit Jood en heiden gevormd, met een hemelse positie en toekomst. Zij is niet geroepen om als vervangend Israël de aarde te beheren. Zij is geroepen om Christus te belijden, het Evangelie te verkondigen, te wandelen waardig haar roeping en haar Here uit de hemel te verwachten. In de studiebasis die in dit project wordt gebruikt, wordt dit onderscheid tussen Israël, heidenen en de gemeente nadrukkelijk uitgewerkt: de gemeente wordt daar beschreven als een apart volk met Christus als Hoofd, een hemelse roeping en een eigen positie binnen Gods heilsplan.
Wanneer dit onderscheid verdwijnt, schuift de gemeente gemakkelijk richting Kingdom Now, Dominion-denken en religieus activisme. Dan wordt de toekomstverwachting niet meer: de Here komt. Dan wordt het: wij moeten bouwen, herstellen, veroveren, doorbreken en zichtbaar maken.
Maar Handelingen 15 geeft een andere volgorde.
“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen voor Zijn Naam.” Handelingen 15:14 (STV)
Daarna volgt het herstel van de vervallen hut van David:
“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen den tabernakel Davids, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” Handelingen 15:16 (STV)
Eerst verxamelt God een volk uit de heidenen voor Zijn Naam. Daarna komt het herstel van Israël en de openbaring van het Koninkrijk. De gemeente bouwt niet de troon van David. Zij verwacht de Here.
De gemeente van Christus is geen
fysiek gebouw of systeem
Nog een hardnekkig misverstand: “de kerk” als gebouw.
Natuurlijk kan een gebouw nuttig zijn. Gelovigen kunnen ergens samenkomen. Maar het gebouw is niet de gemeente. Het gebouw is niet het huis van God in de nieuwtestamentische zin. De gelovigen zelf vormen Gods woonplaats in de Geest.
“Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods; Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.” Efeze 2:19-20 (STV)
En:
“Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere; Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.” Efeze 2:21-22 (STV)
Wanneer men zegt dat “de kerk slaapt”, denkt men vaak aan instituten, gebouwen, diensten, vormen en organisaties. Maar de Bijbelse gemeente is geen stenen structuur.
Zij is een geestelijk huis.
De gemeente van Christus is geen priesterhiërarchie
De gemeente heeft geen aparte priesterklasse nodig die tussen God en de gelovigen staat. Christus is de Hogepriester. Gelovigen vormen samen een heilig priesterdom.
“Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.” 1 Petrus 2:5 (STV)
Daarmee verdwijnt het harde onderscheid tussen “geestelijkheid” en “leken” als twee geestelijke standen. Er zijn weliswaar gaven, bedieningen, oudsten, opzieners, herders en leraars. Maar er is géén hogere geestelijke kaste die dichter bij God staat dan de gewone gelovige.
Leiderschap in de gemeente is dienend, niet heersend.
“Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.” 1 Petrus 5:3 (STV)
Waar leiderschap zichzelf onaantastbaar maakt, waar titels belangrijker worden dan toetsing aan de Schrift, waar “zalving” kritiek moet uitschakelen, daar is men niet bezig met het lichaam van Christus, maar met religieuze machtsbouw.
De gemeente van Christus is onder genade, niet onder de wet
Ook hier ontstaan ongezonde, ziekmakende constructies. De gemeente wordt soms teruggeplaatst onder de wet, alsof de Heilige Geest vooral gegeven is om de gelovige alsnog Sinaï te laten vervullen.
Maar Paulus zegt:
“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)
Dat betekent niet wetteloosheid. Het betekent dat de gelovige niet onder de Mozaïsche wet als verbondsregeling staat. Zijn leven is verbonden met Christus. Zijn wandel is door de Geest.
“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” Galaten 5:16 (STV)
De gemeente leeft niet uit religieuze druk, maar uit Christus. Niet uit de oude bediening der letter, maar uit nieuwheid des geestes. Niet onder Sinaï, maar onder genade.
Wanneer men dat vergeet, wordt de gemeente al snel een religieuze loopband.
Altijd tekort. Altijd meer moeten. Altijd harder lopen. Altijd terug naar geboden, systemen, programma’s, vormen en prestaties.
Maar de Schrift brengt de gelovige niet terug onder het juk. Zij brengt hem tot Christus.
De samenkomst is belangrijk, maar niet de definitie van de gemeente
De samenkomst is belangrijk.. Maar ook hier is nuance nodig. Zij is niet de hele definitie van de gemeente.
“En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken; En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert.” Hebreeën 10:24-25 (STV)
Deze tekst gaat niet over kerkbezoek als losse religieuze meetlat, maar over volharding, onderlinge aansporing en vasthouden aan Christus in het licht van de naderende dag.
De gemeente is niet pas gemeente wanneer zij in een gebouw zit. Zij is gemeente omdat zij in Christus is.
De diagnose
Dus waar gaat het over wanneer men spreekt over een slapende of zieke kerk?
Het gaat, als men Bijbels wil spreken, over de zichtbare toestand van gelovigen, plaatselijke gemeenten en christelijke systemen. Niet over de wezenlijke positie van het lichaam van Christus.
Het gaat over wandel, niet over identiteit.
Over praktijk, niet over positie.
Over plaatselijke verantwoordelijkheid, niet over het falen van Christus’ werk.
Over afwijking van gezonde leer, niet over een ziek Hoofd-lichaam organisme.
Over menselijke systemen, niet over de hemelse werkelijkheid van de gemeente in Christus.
Daarom is precieze taal nodig.
Zeg niet:
“Het lichaam van Christus is ziek.”
Zeg:
“Veel zichtbare kerksystemen zijn ongezond.”
Zeg niet:
“De gemeente van Christus slaapt.”
Zeg:
“Veel gelovigen zijn niet wakker.”
Zeg niet:
“De kerk moet door ons iniatief genezen worden.”
Zeg:
“Gelovigen moeten terug naar de Bron, naar Christus, naar de Schrift, naar gezonde leer, naar nuchterheid en naar een wandel die past bij hun roeping.”
Dát is Bijbels,. En veilig.
Waarom belangrijk
Wie het lichaam van Christus ziek noemt, zonder onderscheid, verzwakt het zicht op Christus als Hoofd. Dan wordt de gemeente niet meer gezien vanuit Zijn volbrachte werk, maar vanuit haar zichtbare gebreken. Dan gaat de blik van boven naar beneden.
Van positie naar prestatie. Van Christus naar toestand. Van volheid in Hem naar tekort bij ons.
En daar ontstaat ruimte voor manipulatie.
Want als de kerk ziek is, wie heeft dan het medicijn?
Als de kerk slaapt, wie mag haar dan wakker schudden?
Als de kerk krachteloos is, wie brengt dan kracht?
Als de kerk haar bestemming mist, wie activeert haar dan?
Zo ontstaat een religieuze markt van herstelclaims. En telkens komt de oplossing niet eenvoudig neer op Christus, Zijn Woord, Zijn volbrachte werk, Zijn Geest en Zijn gezonde leer, maar op iets extra’s.
Een extra ervaring.
Een extra zalving.
Een extra apostolische laag.
Een extra profetische correctie.
Een extra Koninkrijksmandaat.
Een extra conferentie.
Een extra leider.
Een extra systeem.
Maar de Bijbelse boodschap is niet dat de gemeente tekortkomt buiten zulke systemen. De Bijbelse boodschap is dat de gelovige volmaakt is in Christus.
“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht.” Kolossenzen 2:10 (STV)
Christus bouwt Zijn gemeente
De zichtbare christenheid kan verwarrend zijn. Plaatselijke gemeenten kunnen falen. Gelovigen kunnen vleselijk wandelen. Leiders kunnen ontsporen. Systemen kunnen ziek worden. Prediking kan afglijden. Bewegingen kunnen zichzelf belangrijker maken dan Christus.
Dat moet benoemd worden. Soms scherp. Soms met ernst.
Maar we mogen nooit spreken alsof Christus’ lichaam zelf een ziek, slapend of mislukt project of organisme is.
Christus bouwt Zijn gemeente.
Christus voedt Zijn gemeente.
Christus bewaart Zijn gemeente.
Christus is het Hoofd van Zijn gemeente.
En de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Daarom is de juiste oproep niet: “De kerk is ziek, kom naar onze beweging.”
De juiste oproep is: ga tot Christus.
Niet tot religieuze druk.
Niet tot activatiecultuur.
Niet tot menselijke heersers.
Niet tot Kingdom Now-dromen.
Niet tot wet en prestatie.
Niet tot kerkelijke zelfverheffing.
Maar tot Christus, het Hoofd.
“Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in den dag der eeuwigheid. Amen.” 2 Petrus 3:18 (STV)
Christus bouwt Zijn Gemeente, niet wij Zijn Koninkrijk
Het Koninkrijk van Christus bestaat nu, maar is in onze tijd nog verborgen. De gemeente bouwt dat Koninkrijk niet; Christus bouwt Zijn Gemeente. De taak van de gelovige is niet om het Koninkrijk zichtbaar te maken, of uit te bouwen maar om Christus te verkondigen, de gemeente op te bouwen en de Heer uit de hemel te verwachten. Op Gods tijd zal het Koninkrijk openbaar worden bij de komst en heerschappij van de Koning.
“Laten we samen bouwen aan Gods Koninkrijk.”
Het klinkt activerend, enthousiasmerend, gemeentelijk. Ik las het deze week weer eens in een oproep tot eensgezindheid
Iedereen doet mee, iedereen draagt zijn steentje bij, iedereen bouwt aan iets groots. Is waarschijnlijk de onderliggende gedachte.
En toch moet ook nu weer de Bijbel open. Want niet alles wat mooi klinkt, is Bijbels verantwoord..
De vraag is hier niet of mensen het goed bedoelen. Dat zal vaak best zo zijn.
De vraag is: wie bouwt volgens de Schrift het Koninkrijk?
En daar wordt het spannend. Want de Bijbel zegt nergens dat de gemeente het Koninkrijk bouwt. De Bijbel zegt dat Christus Zijn Gemeente bouwt.
“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” Matthéüs 16:18 (STV)
Dat is geen detail. Dat is een leerstellig anker.
Christus zegt niet:
“Jullie zullen Mijn Koninkrijk bouwen.”
Hij zegt:
“Ik zal Mijn Gemeente bouwen.”
Daar zit het onderscheid.
God bouwt Zijn Koninkrijk
Het Koninkrijk is er al
Sommigen reageren op kritiek op “bouwen aan Gods Koninkrijk” alsof je daarmee zou ontkennen dat Christus nu Koning is. Maar dat is niet het geval. Integendeel.
Christus is opgestaan. Christus is verhoogd. Christus zit aan de rechterhand Gods. Hij heeft alle macht ontvangen. Zijn Koninkrijk is geen toekomstfantasie alsof er nu nog niets bestaat.
Het Koninkrijk van Christus bestaat. Alleen: het is in onze tijd nog niet openbaar op aarde in de vorm waarin de profeten daarover spreken.
Dat onderscheid is wezenlijk.
Het Koninkrijk van Christus is officieel aangevangen bij de opstanding en verhoging van Christus, maar in onze tegenwoordige tijd, de bedeling der genade is het Koninkrijk verborgen; in de bedeling van de volheid der tijden wordt het geopenbaard; en in de bedeling van het Koninkrijk is het openbaar.
Daar ligt de sleutel.
Niet: er is nu geen Koninkrijk.
Ook niet: wij bouwen het nu, maken het zichtbaar op aarde.
Maar: het Koninkrijk bestaat nu, verborgen in Christus, en zal op Gods tijd openbaar worden.
Christus zal Koning zijn, maar Zijn Koninkrijk is nu verborgen
Toen Pilatus aan de Heere Jezus vroeg of Hij een Koning was, ontkende Christus Zijn koningschap niet. Maar Hij plaatste het in het juiste kader.
“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” Johannes 18:36 (STV)
Let op: Hij zegt niet: “Ik heb geen Koninkrijk.”
Hij zegt: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.”
Daar zit een wereld van verschil tussen.
Christus heeft een Koninkrijk. Maar het heeft nu niet zijn oorsprong, karakter en openbaring uit deze wereldorde. Het is niet afhankelijk van menselijke macht, kerkelijke invloed, politieke dominantie, culturele herovering of religieuze strategie.
Het is verborgen omdat de Koning Zelf verborgen is in de hemel.
“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” Kolossenzen 3:1 (STV)
De Koning is niet afwezig in macht. Maar Hij is wel verborgen voor het oog van de wereld. En daarom is ook Zijn Koninkrijk in deze tijd verborgen.
De gemeente bouwt niet het Koninkrijk
De gemeente heeft een heerlijke roeping. Maar juist daarom moeten we haar geen taak geven die de Schrift haar niet geeft.
De gemeente getuigt.
De gemeente verkondigt het Evangelie.
De gemeente wandelt waardiglijk de roeping waarmee zij geroepen is.
De gemeente schijnt als licht in een donkere wereld.
De gemeente verwacht Christus.
Maar de gemeente bouwt niet het Koninkrijk.
Dat klinkt misschien bijna passief in een tijd die verslaafd is aan maakbaarheid. Maar het is juist bevrijdend. Want het haalt de last van onze schouders en legt de eer terug waar deze hoort: bij Christus.
Hij bouwt Zijn Gemeente.
Niet onze programma’s.
Niet onze visiedocumenten.
Niet onze kerkelijke groeimodellen.
Niet onze maatschappelijke invloed.
Niet onze “impact”.
Christus bouwt.
En wat doet God ondertussen? Hij verzamelt uit de heidenen een volk voor Zijn Naam.
“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” Handelingen 15:14 (STV)
Dat is het kemerk van deze tijd. Niet de wereld ‘christelijk’maken. Niet het Koninkrijk zichtbaar maken. Niet de aarde stap voor stap onder kerkelijke heerschappij brengen. Maar God roept een volk uit voor Zijn Naam.
Dat volk is de Gemeente.
Het herstel van het Koninkrijk is Gods werk
Wanneer de Schrift spreekt over het herstel van de vervallen hut van David, wordt dat niet als opdracht aan de gemeente gegeven. Het is Gods eigen handelen.
“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen de tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” Handelingen 15:16 (STV)
Let op die woorden: “Ik zal.”
Niet: “de gemeente zal.”
Niet: “de kerk zal.”
Niet: “apostelen en profeten van de eindtijd zullen.”
Niet: “wij bouwen samen.”
God zegt:
“Ik zal weder opbouwen.”
Dat is een frontale botsing met veel modern kerkjargon. Vooral met taal die leunt op Kingdom Now, dominion-denken, NAR-retoriek en de gedachte dat de kerk ‘het Koninkrijk zichtbaar moet maken op aarde’.
Het klinkt allemaal geestelijk krachtig, maar het schuift ongemerkt op van verwachting naar maakbaarheid. Van Christus’ werk naar mensenwerk. Van de komende openbaring naar een religieus bouwproject.
“Bouwen aan Gods Koninkrijk” klinkt mooier dan het is
Natuurlijk bedoelen veel christenen met die zin eenvoudig: samen dienen, getuigen, liefde bewijzen, trouw zijn in de gemeente. In die alledaagse, losse betekenis hoeft niemand meteen als ketter te worden weggezet.
Maar taal vormt en stuurt denken.
Wanneer een gemeente voortdurend zegt dat wij “bouwen aan Gods Koninkrijk”, dan sluipt er gemakkelijk een verkeerde gedachte binnen: alsof Gods Koninkrijk afhankelijk is van onze inzet. Alsof wij de bouwers zijn. Alsof Christus wacht tot wij genoeg stenen hebben aangedragen.
Dat is nadrukkelijk niet de taal van het Nieuwe Testament.
Het Nieuwe Testament zegt dat wij medearbeiders zijn in de dienst, maar niet dat wij het Koninkrijk als project bouwen. Paulus spreekt over arbeid, prediking, planting, watering, stichting van de gemeente. Maar de groei is van God.
“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” 1 Korinthe 3:6 (STV)
Dat is de goede verhouding.
Wij zijn dienaren.
God geeft de wasdom.
Christus bouwt Zijn Gemeente.
God openbaart Zijn Koninkrijk.
Het Koninkrijk wordt openbaar op Gods tijd
Het verborgen karakter van het Koninkrijk betekent niet dat het altijd verborgen blijft. Integendeel. De Schrift wijst vooruit naar de dag waarop Christus’ heerschappij openbaar zal worden.
“En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de HEERE één zijn, en Zijn Naam één.” Zacharia 14:9 (STV)
Dat is geen vaag geestelijk beeld voor kerkelijke invloed. Dat is de toekomstige openbaring van de Koning en Zijn heerschappij.
Ook het boek Openbaring spreekt over het moment waarop het Koninkrijk zichtbaar en publiek aan Christus wordt toegeschreven:
“En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.” Openbaring 11:15 (STV)
Daar ligt de hoop. Niet in menselijke opbouw van onderaf, maar in Goddelijke openbaring van bovenaf.
Het Koninkrijk komt niet doordat de kerk de wereld verovert. Het Koninkrijk wordt openbaar wanneer de Koning komt.
Het gevaar van Kingdom Now-denken
Het moderne christendom heeft een sterke neiging om alles naar het hier en nu te trekken. De beloften aan Israël worden op de kerk geplakt. De profetieën over het komende Koninkrijk worden vergeestelijkt. De toekomst wordt ingeruild voor activisme. En de verwachting van Christus’ komst wordt vervangen door de opdracht om de wereld te transformeren.
Dan krijg je zinnen als:
“Wij brengen het Koninkrijk.”
“Wij bouwen het Koninkrijk.”
“Wij maken het Koninkrijk zichtbaar.”
“Wij vestigen Gods heerschappij op aarde.”
“Wij nemen de zeven bergen van de samenleving in.”
Dat klinkt strijdbaar. Maar het is leerstellig gevaarlijk.
Want de gemeente wordt dan niet meer gezien als een hemels volk dat haar Heere verwacht, maar als een religieuze bouwploeg die op aarde moet realiseren wat God pas bij de openbaring van Christus zal doen.
Dat is geen Bijbelse hoop. Dat is maakbaarheid met een Bijbels vernislaagje.
De gemeente verwacht het Hoofd
De Bijbelse houding van de gemeente is niet: wij bouwen het Koninkrijk totdat of zodat Christus kan terugkomen.
De Bijbelse houding is: wij dienen, getuigen en verwachten Hem Die komt.
“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” Filippenzen 3:20 (STV)
Dat is de positie van de gelovige. Niet geworteld in aardse koninkrijksbouw, maar gericht op de hemel, waar Christus is.
En juist dat maakt de gemeente niet passief, maar zuiver. Zij hoeft geen koninkrijk te bouwen. Zij mag Christus verkondigen. Zij hoeft de wereld niet te veroveren. Zij mag het Woord bewaren. Zij hoeft geen heerschappij te grijpen. Zij mag lijden, dienen, volharden en uitzien.
Dat is veel minder indrukwekkend voor religieuze reclametaal. Maar het is Bijbels.
Wat dan wel?
In plaats van “wij bouwen aan Gods Koninkrijk” kunnen we beter Bijbels spreken.
We dienen de Heer.
We bouwen elkaar op in het geloof.
We verkondigen het Evangelie.
We arbeiden in de gemeente.
We getuigen van Christus.
We verwachten Zijn komst.
We leven tot eer van God.
Dat is rijk genoeg. Daar hoeft geen ophitsende koninkrijksretoriek overheen.
Want zodra wij zeggen dat wij het Koninkrijk bouwen, pakken we woorden die de Schrift veel nauwkeuriger gebruikt.
Christus bouwt Zijn Gemeente.
God vergadert een volk voor Zijn Naam.
De Koning bezit het Koninkrijk.
Het Koninkrijk is nu verborgen.
Op Gods tijd wordt het openbaar.
De gemeente is niet geroepen om het Koninkrijk te bouwen, maar om Christus te belijden, het Evangelie te verkondigen en de Heer uit de hemel te verwachten.
Het Koninkrijk bestaat nu werkelijk, want Christus is opgestaan en uitermate verhoogd. Maar het is vooralsnog verborgen, omdat de Koning Zelf verborgen is in de hemel. Straks zal God het openbaar maken, niet als resultaat van menselijke bouwdrift, maar door de verschijning van de Koning Zelf.
Dus nee: wij bouwen Gods Koninkrijk niet.
Christus bouwt Zijn Gemeente.
En God zal Zijn Koninkrijk openbaar maken op Zijntijd.