Kan de Heer op elk moment komen? De opname van de Gemeente

Over de opname van de Gemeente

Door C.I. Scofield

Niemand ontkent dat de Schriften leren dat Christus op enig moment voor de tweede keer zal komen. Zelfs de kerk heeft, ook in haar slechtste toestand, nooit opgehouden om in haar belijdenissen ten minste van die waarheid getuigenis af te leggen.

Maar over twee vragen — de wijze waarop Hij terugkomt en het tijdstip van Zijn terugkeer — zijn de laatste tijd grote verschillen in leer ontstaan.

Op de vraag naar de wijze van de tweede komst van onze Heer wil ik hier niet ingaan. Ik wil alleen licht zoeken in de Schrift over de vraag naar het tijdstip van die komst. En zelfs daarin zal ik slechts dat aspect van Zijn komst behandelen dat door de apostel Paulus is geopenbaard.

Aandachtige studenten van het Woord weten dat aan de apostel van de heidenen een geheel van openbaring over de Gemeente is toevertrouwd. Het Oude Testament weet niets van de Gemeente, al is er wel ruimte voor gelaten. Onze Heer heeft niet méér gedaan dan aankondigen dat Hij haar zou bouwen. Afgezien van de geschriften die de Geest door Paulus gegeven heeft, zouden wij praktisch niets weten van de verborgenheid van de “Gemeente, welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult”.

Maar door deze geschriften zijn wij gezegend met een volledige en heldere openbaring over de Gemeente: haar oorsprong, werkwijze, verhoudingen, roeping en bestemming. Het is duidelijk dat een geïnspireerde beschrijving van de Gemeente, waarin niet wordt verteld wat het einde van haar aardse pelgrimsreis zal zijn, in dat opzicht tekort zou schieten.

Daarom hebben wij in twee opmerkelijke gedeelten in de brieven die door Paulus geschreven zijn, een beknopte maar bevredigende profetie over dat einde.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.” “Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; in een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.” 1 Korinthe 15:22–23, 51–52 (STV)

“Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem. Want dat zeggen wij u door het woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” 1 Thessalonicenzen 4:13–17 (STV)

Over deze gebeurtenis, en alleen over deze gebeurtenis, gaat dit artikel.

Wij weten heel goed dat er een grote hoeveelheid profetie is die spreekt over de terugkeer van Christus naar de aarde, in verband met de oprichting van het Messiaanse Koninkrijk, het hervatten van Gods handelen met Israël en de zegen voor de hele wereld.

Maar de komst waarover de aangehaalde gedeelten spreken, is niet een komst naar de aarde, maar een komst in “de lucht”. Deze komst vestigt niets op aarde, maar neemt een volk weg van de aarde.

De wederkomst van de Heer in de lucht voor de Gemeente is daarom niet dat aspect van de tweede komst waarover de oudtestamentische profeten spreken, bijvoorbeeld Zacharia 14:1–9. Het is ook niet dat aspect van Zijn komst waarover onze Heer sprak in de rede op de Olijfberg en in Zijn eschatologische gelijkenissen.

Het is een onderdeel van wat Paulus “mijn Evangelie” noemt: een onderdeel van de waarheid over de Gemeente.

Nu stel ik de vraag: kan de komst van de Heere in de lucht voor de Gemeente op elk moment plaatsvinden?

Mijn antwoord is: ja. En wel om twee redenen.

Kan de Heere elk moment komen?

Geen voorzegde gebeurtenis hoeft nog vervuld te worden

Er is geen enkele voorzegde gebeurtenis die nog vervuld móét worden vóór deze komst.

Soms wordt gezegd dat onze Heere een tussenliggende voorwaarde heeft genoemd toen Hij zei:

“En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen.” Mattheüs 24:14 (STV)

Men werpt dan tegen dat dit nog niet is gebeurd.

Daarop antwoord ik het volgende.

Met “het einde” bedoelt onze Heer niet Zijn nederdaling in de lucht voor Zijn Gemeente, maar “de voleinding der wereld”, of beter: de voleinding van de eeuw, waarover de discipelen Hem gevraagd hadden in Mattheüs 24:3.

Verder is de Gemeente niet gesteld om het “Evangelie des Koninkrijks” te prediken, maar “het Evangelie der genade Gods”.

Ook zal er tijdens de verdrukking een wereldwijde prediking van het Koninkrijk plaatsvinden door het Joodse overblijfsel. Zie Openbaring 6:9–11, Openbaring 7:13–14 en Zacharia 8:23.

Verder wordt gezegd dat de Heer niet terugkomt voordat het duizendjarige rijk voorbij is.

Tegen deze tegenwerping is het voldoende te zeggen dat de gelijkenis van het tarwe en het onkruid, de gelijkenis van de edelman die naar een ver land reisde, en de beschrijvingen van het verloop van deze eeuw allemaal de mogelijkheid uitsluiten van een millennium vóór de terugkeer van de Heere in heerlijkheid naar de aarde. Zie Mattheüs 13:24–30, 36–43; Lukas 19:11–14; Mattheüs 24:6–14 en 2 Thessalonicenzen 1:3–10.

En omdat de nederdaling van de Heere in de lucht vooraf moet gaan aan Zijn terugkeer in heerlijkheid naar de aarde, is het duidelijk dat er vóór die laatste gebeurtenis onmogelijk een millennium kan plaatsvinden.

Anderen stellen dat de grote verdrukking eerst moet verlopen voordat de Gemeente kan worden opgenomen.

Daarop antwoord ik het volgende.

Er is een uitdrukkelijke belofte dat de ware Gemeente bewaard zal worden

“uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen”. Openbaring 3:10 (STV)

Verder wordt de Gemeente, priesterlijk en koninklijk, gezien in de personen van de ouderlingen in de hemel vóórdat de gebeurtenissen die de grote verdrukking vormen op aarde beginnen plaats te vinden. Deze ouderlingen worden gezien in Openbaring 4, dus vóórdat de eerste reeks oordelen — de zegeloordelen — begint. En zelfs die bereiden de verdrukking slechts voor.

Ook bevestigen alle typen deze zienswijze. Sodom kon niet worden verwoest voordat Lot eruit was weggenomen, enzovoort.

 

De houding van de gelovige is: verwachten

In de brieven van Paulus, die als enige ons rechtstreeks spreekt over de opname van de Gemeente, is de kenmerkende houding van de gelovige: verwachten.

Niet het verwachten van het Koninkrijk.

Niet het verwachten van de grote verdrukking.

Maar het verwachten van

“Zijn Zoon uit de hemelen, Denwelken Hij uit de doden verwekt heeft, namelijk Jezus”. 1 Thessalonicenzen 1:10 (STV)

En ook:

“Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus.” Titus 2:13 (STV)

Daarom beantwoorden wij de vraag: “Kan de Heere op elk moment komen?” bevestigend.

Ja, Hij kan en zal komen.

En wanneer wij om ons heen kijken, worden wij er zeker toe gedrongen om het laatste gebed van de Schrift mee te bidden:

“Ja, kom, Heere Jezus!” Openbaring 22:20 (STV)

Zie ook:

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #1 de Opname van de Gemeente – Bijbelse basis

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #2 Verdrukking – Bijbelse basis

De verborgenheid van de Gemeente – Bijbelse basis

Extern:

opname » Bijbels Panorama

De ‘vijfvoudige bediening’ nogmaals tegen het licht gehouden

Waarom moderne apostelen en profeten de gemeente misleiden

De zogenaamde ‘vijfvoudige bediening’ klinkt voor velen Bijbels, maar achter claims over apostelen en profeten schuilt een  groot gevaar. Dit blog laat zien waarom de gemeente geen nieuwe fundamentleggers nodig heeft, maar terug moet naar Christus, het Woord en Bijbelvast leiderschap.

De vijfvoudige bediening klinkt indrukwekkend, maar dat is meteen het gevaar

De zogenaamde vijfvoudige bediening heeft voor veel christenen iets aantrekkelijks. Het klinkt Bijbels. Het klinkt alsof er eindelijk weer kracht, richting en orde in de gemeente komt. Maar daar ligt de basis van het probleem. Want wat indrukwekkend klinkt, is nog niet waar.

Zodra moderne apostelen en profeten worden neergezet als onmisbare leiders van de gemeente, schuift het zwaartepunt op. Dan ligt de nadruk niet meer op Christus en Zijn geopenbaarde Woord, maar op mensen die zeggen méér te zien, méér te horen en méér te weten dan ‘gewone gelovigen’. Dan ontstaat heel subtiel een nieuwe geestelijke bovenlaag.

En dát is niet  bepaald onschuldig.

Hier staat veel op het spel. Dit gaat niet over een klein verschil van mening. Dit raakt de vraag wie in de gemeente werkelijk gezag heeft: Christus door Zijn Woord, of mensen met grote geestelijke claims, met een veel te grote broek aan.

Wat men met de vijfvoudige bediening bedoelt

Wie over de vijfvoudige bediening spreekt, verwijst steevast naar Efeze 4:11:

“En Dezelve heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars” (Efeze 4:11) (STV)

Dat staat er. Daar hoeft niemand omheen. Maar de vraag is niet óf die woorden in de Bijbel staan. De vraag is wat ermee bedoeld wordt.

En daar wordt een loopje genomen met de strekking. Want wat in Efeze 4 in het kader van gemeenteopbouw wordt genoemd, wordt in moderne bedieningskringen geregeld omgekat tot een blijvende geestelijke hiërarchie. Dan wordt de apostel de topfiguur. De piek van de kerstboom. De profeet de richtinggever. En de rest mag dan braaf volgen. Dan verandert gave in rang. Dan verandert dienst in status. Dan verandert toerusting in macht.

Maar Efeze 4 schildert helemaal geen geestelijke elite. Het hoofdstuk begint met ootmoed, zachtmoedigheid, lankmoedigheid en het bewaren van de eenheid des Geestes. Wie van Efeze 4 een systeem van geestelijke verheffing maakt, is de boodschap van het hoofdstuk al kwijt vóór hij bij vers 11 aankomt.

Apostelen en profeten waren fundamentleggers

Hier ligt een doorslaggevend punt. In het Nieuwe Testament worden apostelen en profeten niet neergezet als een blijvende klasse supergelovigen, maar als mensen met een unieke plaats in de grondlegging van de gemeente.

Paulus schrijft:

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen” (Efeze 2:20) (STV)

Dat is helder. Een fundament leg je niet telkens opnieuw. Een fundament leg je één keer. Daarna bouw je erop verder.

Daarom is het een drama wanneer vandaag opnieuw over apostelen en profeten gesproken wordt alsof zij in fundamentleggend opzicht nu nog nodig zijn om de gemeente tot volwassenheid te brengen. Daarmee zeg je in feite dat het fundament nog niet gelegd is, of dat het niet genoeg is. Wat getuigt van zelfoverschatting, om niet te zeggen hoogmoed.

De Schrift zegt dat de gemeente gebouwd ís op dat fundament, met Christus als uiterste Hoeksteen.

Paulus zegt ook:

“Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe” (1 Korinthe 3:10) (STV)

Let op de volgorde. Eerst fundamentlegging. Daarna opbouw. Niet eindeloos opnieuw beginnen. Niet voortdurend nieuwe fundamentleggers zoeken. Niet elke generatie weer opzadelen met mensen die zeggen dat zij de gemeente ‘apostolisch moeten herstellen’.

De gemeente heeft geen behoefte aan nieuwe fundamentleggers. Zij heeft behoefte aan trouwe opbouw op het fundament dat al gelegd is.

Wanneer gave verandert in geestelijke rangorde

Veel modern jargon over de vijfvoudige bediening blijft allerminst neutraal. In de praktijk ontstaat vaak een rangorde. Bovenaan staat de apostel. Daaronder de profeet. Vervolgens de rest. Dan krijg je niet langer dienaren, maar geestelijke topfiguren.

En daar begint het hellend vlak.

Want dan kijkt de gemeente niet meer gewoon met dankbaarheid naar verschillende vormen van gaven en dienstnbetoon, maar met ontzag naar mensen die als een hogere soort christen worden gepresenteerd. Mensen met meer toegang. Meer kennis. Meer inzicht. Meer gezag. Meer zalving. Meer geestelijk gewicht.

Maar de Schrift voedt die drang naar geestelijke verheffing niet. Zij breekt haar juist af.

“Zijt niet vele meesters, mijn broeders, wetende, dat wij te meerder oordeel zullen ontvangen” (Jakobus 3:1) (STV)

Dát is de toon van het Nieuwe Testament. Geen verbeelding, geen lokroep naar geestelijke promotie, maar ernst. Geen jacht op titels, maar besef van verantwoordelijkheid. Geen religieuze carrièrelijn, maar vrees voor God.

Het moderne bedieningsdenken doet vaak het tegenovergestelde. Het maakt titels aantrekkelijk. Het zet geestelijke profilering in de schijnwerpers. Het wekt de indruk dat gewoon trouw zijn niet genoeg is. Maar waar dat gebeurt, is het vlees zelden ver weg.

 

Het Nieuwe Testament waarschuwt voor valse claims

Opmerkelijk genoeg prijst de Heere Jezus een gemeente die zulke claims niet zomaar slikte. Tegen Efeze zegt Hij:

“Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid, en dat gij de kwaden niet kunt dragen; en dat gij beproefd hebt degenen die uitgeven dat zij apostelen zijn, en zij zijn het niet, en hebt hen leugenaars bevonden” (Openbaring 2:2) (STV)

Dat is veelzeggend. De Heere prijst hier niet lichtgelovigheid, maar beproeving. Niet openheid voor elke indrukwekkende claim, maar geestelijk onderscheidingsvermogen. Niet: geef ruimte aan iedereen die zichzelf apostel noemt. Maar: toets, onderzoek, ontmasker.

Juist dat ontbreekt vandaag vaak. Zodra iemand met genoeg charisma, flair, succes of invloed als “apostolisch” wordt gepresenteerd, durven velen niet meer werkelijk te toetsen. Kritische vragen worden al snel weggezet als ongeestelijk, negatief of rebellie. Maar de weg van Christus is niet intimidatie. De weg van Christus is waarheid in het licht.

Bijbelse liefde is niet blind. Bijbelse liefde toetst.

 

De mythe van de supergelovige

Daar zit nog een tweede fout achter. In veel kringen worden apostelen en profeten voorgesteld als een soort supergelovigen. Mensen op een hoger niveau. Mensen met een apart lijntje naar God. Mensen met meer geestelijk gezag dan gewone gelovigen.

Maar dat is een linke gedachte.

De gemeente van Christus kent wel onderscheiden gaven, maar geen geestelijke aristocratie. Er zijn wel verschillende diensten, maar er is geen hoger soort christenen. Er is leiding, maar geen heilige gezalfde leidersklasse.

Zodra apostelen en profeten gaan functioneren als elitefiguren, heeft men het Nieuwtestamentische spoor de rug toegekeerd.

Paulus schrijft opvallend nuchter:

“Wie is dan Paulus, en wie is Apollos, anders dan dienaars, door welke gij geloofd hebt, en dat, gelijk de Heere aan een iegelijk gegeven heeft?” (1 Korinthe 3:5) (STV)

En even later:

“Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die den wasdom geeft” (1 Korinthe 3:7) (STV)

Dat is verfrissend. Geen geestelijke hoogvliegerij. Geen menselijke opgeblazenheid. Geen religieuze topklasse. God geeft de wasdom. De dienaar is dienaar.

NIets meer dan dat.

Bijbelse leiding is herderlijk, niet verheven

Wanneer de Schrift over leiding in de gemeente spreekt, doet zij dat in termen van zorg, voorbeeld en verantwoordelijkheid. Niet van geestelijke verhevenheid.

Petrus schrijft:

“Weidt de kudde Gods die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde” (1 Petrus 5:2-3) (STV)

Dat is een frontale aanrijding met veel eigentijds bedieningsdenken. Waar men heerst, domineert, zichzelf centraal stelt of onderwerping eist, is men niet bezig de kudde te weiden. Men is bezig haar te overheersen.

Paulus zegt tegen de oudsten van Efeze:

“Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed” (Handelingen 20:28) (STV)

De kudde is niet van de leider. De kudde is van God. Zij is gekocht met bloed. Dat maakt elke vorm van religieuze zelfverheffing des te ernstiger.

 

Waarom deze leer zo aantrekkelijk is en steeds de kop opsteekt

Waarom wordt de vijfvoudige bediening dan toch steeds weer uit de kast getrokken?

Omdat het vlees houdt van geestelijk aanzien, status, gezag.

Het gewone gemeenteleven onder het Woord lijkt voor sommigen te eenvoudig. Gewoon Bijbelgetrouw onderwijs. Gewoon heiliging. Gewoon volharding. Gewoon herderlijke zorg. Gewoon gebed. Gewoon evangelieverkondiging.

Dat oogt voor het vlees te klein. Te gewoon. Te weinig indrukwekkend.

Maar de vijfvoudige bediening biedt iets anders. Zij biedt grote claims.. Bestemming. Activatie. Apostolische orde. Profetische richting. Geestelijke dekking. Impartatie. Het klinkt belangrijk. Het voelt krachtig. Het maakt indruk.

En daarom is het zo aansprekend.

Maar de vraag is niet of iets goed of krachtig klinkt. De vraag is of het waar is. Een leer kan indrukwekkend zijn en toch krom Een beweging kan dynamisch zijn en toch de eenvoud in Christus stuk maken.

 

De brokken voor gewone gelovigen

Deze leer blijft niet zonder gevolgen.

Gewone gelovigen gaan zich kleiner voelen dan nodig is. Hun eenvoudige geloof lijkt ineens arm. Hun liefde tot de Heere lijkt niet genoeg. Hun trouwe wandel in afhankelijkheid aan de Heere,  in heiligin,  lijkt ondergeschikt aan opgepompte dingen als activatie, impartatie en profetische richting.

Zo schuift de aandacht en afhankelijkheid op van Christus naar mensen.

Dan vragen gelovigen niet meer eerst: wat zegt het Woord van God? Dan vragen zij: wat zegt de apostel? Wat heeft de profeet gezien? Wat is het woord voor dit seizoen? Wat is de richting van de bediening?

Maar dat is geestelijk ongezond. De gemeente leeft niet van menselijke indruk, maar van Gods geopenbaarde Woord.

Paulus waarschuwt:

“Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen” (Efeze 4:14) (STV)

Dat vers wordt soms gebruikt om moderne bedieningsstructuren kracht bij te zetten. In werkelijkheid waarschuwt het tegen manipuleerbare, meewaaiende, onstandvastige gelovigheid.

 

Een herderlijke waarschuwing

Misschien ben je met dit denken in aanraking gekomen. Misschien raakte je erg onder de indruk. Misschien leek jouw eigen gemeente ineens arm, stroef of achtergebleven. Misschien begon je te denken dat er iets hogers moest zijn dan gewoon trouw leven onder het Woord.

Laat me je dan dit zeggen, scherp maar wel herderlijk:

Niet alles wat geestelijk klinkt, is geestelijk gezond.

De vraag is ook niet of mensen oprecht zijn. Oprechtheid maakt een leer nog niet waar. Iemand kan met vuur spreken en toch anderen van Christus aftrekken naar menselijke afhankelijkheid.

Daarom zegt Johannes:

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld” (1 Johannes 4:1) (STV)

Dat is geen kille afstandelijke tekst. Dat is bescherming. De Heere waarschuwt Zijn volk niet om hen hard te maken, maar om hen veilig te houden.

 

Denk goed door wat je gelooft

Hier wordt het persoonlijk.

Denk goed door wat je eigenlijk gelooft.

Want als jij gelooft dat er vandaag opnieuw apostelen en profeten nodig zijn in Bijbelse, fundament leggende zin, dan zit je ernaast Dan zeg je eigenlijk dat het fundament nog niet af is, of dat de gemeente zonder nieuwe fundamentleggers niet werkelijk tot volwassenheid kan komen. Dan open je ook de deur voor nieuwe gezagsclaims, nieuwe openbaringsaanspraken en nieuwe afhankelijkheidsstructuren.

En dat blijft nooit zonder gevolgen.

Dan worden leiders groter.
Dan worden gewone gelovigen kleiner.
Dan verschuift de focus van Schrift naar stem.
Dan groeit de afhankelijkheid van personen.
Dan wordt toetsen onmogelijk
Dan krijgt geestelijke indruk meer gewicht dan Bijbelse exegese.

Maar als het fundament werkelijk gelegd is, dan heeft dat óók konsekwenties.

Dan hoeft de gemeente niet op zoek naar nieuwe apostelen, maar terug naar het apostolische Woord.
Dan hoeft zij niet te buigen voor profetische claims maar moet zij alles toetsen aan de Schrift.
Dan hoeft zij niet onder de indruk te raken van titels, maar moet zij vragen of Christus werkelijk centraal staat.
Dan moet zij beseffen dat indrukwekkende taal nog geen Bijbelvaste leer is.

 

Denk ook door wat de konsekwenties daarvan zijn

Dat is de vraag die serieus overdacht moet worden.

Maakt jouw visie op bediening Christus groter of mensen groter?

Maakt zij de gemeente vrijer onder het Woord of afhankelijker van opvallende leiders?

Brengt zij rust in het volbrachte fundament, in het geinspireerde Woord van God, of een voortdurende honger naar nieuwe richtinggevende woorden?

Vormt zij dienaars of sterren?

Leidt zij tot nederige en dienende zorg voor de kudde of tot geestelijke verheffing?

Versterkt zij de genoegzaamheid van de Schrift of laat zij ruimte voor een voortdurende stroom van nieuwe claims en openbaringen?

Dat zijn geen dode theoretische vragen. Dat zijn vragen met konsekwenties voor je geloof, voor je gemeente, voor leiderschap, voor gehoorzaamheid en voor geestelijke veiligheid.

 

Het Bijbelse alternatief is rijker dan dikdoenerij

Het antwoord op misbruik is niet cynisme. Het antwoord is terugkeer naar het Bijbelse patroon.

Christus is het Hoofd.
Zijn Woord is de norm.
Het fundament is gelegd.
De gemeente wordt opgebouwd.
Leiders dienen.
Herders weiden.
Leraars onderwijzen.
Evangelisten verkondigen.
Gelovigen groeien.

Paulus schrijft over het doel van de gaven:

“Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus” (Efeze 4:12) (STV)

Daar zit geen grammetje geestelijke glamour in. Maar wel grote schoonheid. Geen menselijke opgeblazenheid, maar gemeentegroei Geen hierarchische topstructuur, maar toerusting van de heiligen. Geen nieuwe elite, maar groei van het lichaam.

Dat is vele malen rijker dan poeha en  spektakel. Veiliger dan bedieningshype.

En heerlijker, omdat Christus daarin centraal blijft staan.

Resumerend

De vermeende vijfvoudige bediening wordt steeds opnieuw uit de kast getrokken omdat zij mensen groot maakt.

Maar het Nieuwe Testament maakt Christus groot.

Zodra apostelen en profeten gaan functioneren als supergelovigen, geestelijke elite of moderne fundamentleggers, is de grens van Bijbelse nuchterheid al overschreden. Dan wordt de gemeente niet sterker, maar kwetsbaarder. Dan groeit niet de eenvoud in Christus, maar de afhankelijkheid van indrukwekkende figuren.

Laat daarom dit tot je doordringen:

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen” (Efeze 2:20) (STV)

En ook:

“Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen” (Efeze 4:14) (STV)

Denk dus goed door wat je gelooft.

En denk ook goed door wat de konsekwenties daarvan zijn.

Want waar een verkeerde leer over bediening wordt toegelaten, blijft het nooit bij bediening alleen. Dan raakt vroeg of laat ook het zicht op gezag, gemeente-zijn, geestelijke volwassenheid en de plaats van Christus Zelf in de knoei.

Wie de gemeente liefheeft, kan daar niet luchtig over doen.

Zie ook:

De misvatting van de ‘vijfvoudige bediening’ – Bijbelse basis

extern:

De vijfvoudige bediening – Leven met God en de Bijbel

Het Misverstand van de “Vijfvoudige Bediening” in de Charismatisch-Evangelische wereld

Chris Verhage::Het Misverstand van de “Vijfvoudige Bediening” in de Charismatisch-Evangelische wereld

Is de gemeente de bruid van Christus?

Is de gemeente de bruid van Christus? Een Bijbelse correctie op een populaire claim

Het wordt vaak gezegd alsof er geen verschil van inzicht mogelijk is. Alsof elke gelovige dit gewoon hoort te weten. Alsof alleen een onwetend of lastig mens er nog vragen bij zou stellen. Maar juist daar moet een alarmbel afgaan. Want zodra men met grote stelligheid iets beweert dat de Schrift zelf niet met dezelfde stelligheid formuleert, is uiterste voorzichtigheid geboden.

Dat zien we ook hier. De uitspraak “de gemeente is de bruid van Christus” klinkt vroom, warm en voor velen zelfs vertrouwd. Maar dat is nog geen bewijs dat het ook leerstellig nauwkeurig is. Het punt is niet dat Christus en de gemeente geen heilige, innige en liefdevolle verhouding zouden hebben. Het punt is dat men vaak méér zegt dan de Schrift zegt, en stelliger spreekt dan de apostelen spreken.

In de Bijbel wordt dat ook benoemd: de gemeente wordt daar nadrukkelijk beschreven als het lichaam waarvan Christus het Hoofd is, (Ef. 5:23 , Kol. 1:18) terwijl tegelijk duidelijk is dat het begrip “bruid” nergens expliciet of impliciet voor de gemeente gebruikt wordt . Daar ligt precies de zenuw van deze discussie.

 De gemeente is volgens de Schrift uitdrukkelijk het lichaam van Christus

Wie eerlijk wil zijn, moet beginnen waar de Schrift zelf begint.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is” (Efeze 1:22-23) (STV)

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt” (1 Korinthe 12:13) (STV)

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen” (Efeze 5:30) (STV)

Dit is geen losse beeldspraak aan de rand van het Nieuwe Testament. Dit is de centrale apostolische leer. De gemeente is het lichaam van Christus. Dat is rechtstreeks geopenbaard, herhaald en uitgewerkt.

Juist daarom is het problematisch wanneer iemand met grote stelligheid een andere titel naar voren schuift alsof die even helder, even direct en even fundamenteel geopenbaard is.

 

Het probleem is niet zozeer de beeldspraak, maar de grote stelligheid

Laat dat goed scherp staan. Het probleem is niet dat men in preek of lied soms bruid taal gebruikt om de liefde tussen Christus en de Zijnen te beschrijven. De Schrift gebruikt immers zelf huwelijksbeelden.

Het probleem ontstaat wanneer men van die beeldspraak een harde hoofddefinitie maakt.

Dan verandert een mogelijk afgeleid beeld in een leerstellige formule. Dan wordt iets dat men zorgvuldig zou moeten formuleren, gepresenteerd als een onbetwistbaar fundament. En precies daar gaat het mis.

Want een beeld mag nooit de plaats innemen van de eigenlijke leer.

 

Efeze 5 wordt vaak aangehaald, maar bewijst niet wat men denkt

Vrijwel altijd komt men uit bij Efeze 5. Dat is begrijpelijk, maar ook onthullend. Want juist dat hoofdstuk laat zien hoe snel men meer leest dan er staat.

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven” (Efeze 5:25) (STV)

“Want deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente” (Efeze 5:32) (STV)

Paulus gebruikt hier het huwelijk om licht te werpen op de verhouding tussen Christus en de gemeente. Dat is rijk, diep en heilig. Maar hij geeft hier niet simpelweg een technische definitie alsof hij zegt: onthoud goed, de officiële titel van de gemeente is de bruid van Christus.

Sterker nog: in hetzelfde gedeelte legt hij nadruk op hoofd en lichaam.

“Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams” (Efeze 5:23) (STV)

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen” (Efeze 5:30) (STV)

Dus juist het hoofdstuk dat men het liefst inzet om de populaire slogan te verdedigen, onderstreept de taal van het lichaam.

Dat moet je niet gladstrijken of wegpolijsten. Dat moet je serieus nemen.

 

Openbaring maakt de zaak niet simpeler, maar juist veel rijker

Daarna wijst men meestal naar Openbaring 19.

“Laat ons blijde zijn, en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelve bereid” (Openbaring 19:7) (STV)

Maar wie daar te snel van maakt: zie je wel, de gemeente is de bruid van Christus, leest te plat. Want Openbaring 21 laat zien hoe voorzichtig je moet zijn met deze beeldtaal.

“Kom herwaarts, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams. En hij voerde mij weg in den geest op een groten en hogen berg, en hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem, nederdalende uit den hemel van God” (Openbaring 21:9-10) (STV)

Dus de bruid wordt daar niet simpelweg voorgesteld in de vorm van een kale leerstellige formule over de gemeente. Johannes ziet het heilige Jeruzalem. Dat is apocalyptische, profetische en symbolisch geladen taal. Die kun je niet reduceren tot een goedkope one-liner.

Wie dat toch doet, maakt de Schrift feitelijk kleiner dan zij is.

 

Israël wordt in het Oude Testament juist vaak als vrouw van de HEERE voorgesteld

Daar komt nog iets bij dat al die stellige taal uiterst kwetsbaar maakt. In het Oude Testament wordt juist Israël met huwelijksbeeldspraak verbonden aan de HEERE.

“Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam” (Jesaja 54:5) (STV)

“Bekeert u, gij afkerige kinderen, spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd” (Jeremia 3:14) (STV)

Ook Hosea laat uitvoerig zien hoe Israël in termen van huwelijk, ontrouw, tucht en herstel beschreven wordt. Wie dus vandaag roept dat de gemeente zonder meer en exclusief de bruid van Christus is, praat veel te snel. De Schrift gebruikt huwelijksbeeldspraak namelijk breder dan dit populaire systeem toelaat.

Dat betekent niet dat elke toepassing op de gemeente daarom verboden is. Maar het betekent wel dat grootspraak hier misplaatst is.

 

De gemeente is een verborgenheid en wordt als zodanig anders geopenbaard

Paulus leert niet dat de gemeente een voortzetting is van oudtestamentische beelden. Hij spreekt over een verborgenheid.

“Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid” (Efeze 3:3) (STV)

“Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest” (Efeze 3:5) (STV)

En hoe wordt die verborgenheid ontvouwd? Niet allereerst als een technische bruidstitel, maar als een nieuw lichaam in levende eenheid met een verheerlijkt Hoofd in de  waar de gemeente expliciet wordt beschreven als een apart, hemels volk, onderscheiden van Israël, met een hemelse positie.

Dus als men per se leerstellig nauwkeurig wil zijn, moet men niet beginnen met een populaire slogan, maar met de taal die de apostel zelf centraal stelt.

 

Wat klopt er dan niet aan die stellige uitspraak?

Wat er niet klopt, is niet alleen de inhoudelijke versmalling, maar ook de toon.

Zij is te stellig voor wat de Schrift zo expliciet zegt.

Zij is te simplistisch voor de rijkdom van Efeze 5 en Openbaring 21.

Zij is te selectief omdat zij de huwelijksbeeldspraak rond Israël wegdrukt.

Zij is te oppervlakkig omdat zij de centrale paulinische openbaring van de gemeente als lichaam van Christus naar de achtergrond schuift.

Zij is vaak ook te kerkelijk ingesleten: men herhaalt een vertrouwde formulering, maar toetst niet meer of de formulering zelf wel precies genoeg is.

En dat is gevaarlijk. Want zodra traditietaal krachtiger gaat klinken dan Schriftuurlijke taal, raakt men onvermijdelijk uit koers.

 

Wat is dan een Bijbels zorgvuldige formulering?

Een zorgvuldige formulering zou ongeveer zo klinken:

De gemeente heeft een heilige, liefdevolle en innige verhouding tot Christus. De Schrift gebruikt daarbij ook huwelijksbeeldspraak. Maar de gemeente wordt in het Nieuwe Testament uitdrukkelijk en leerstellig geopenbaard als het lichaam van Christus. Daarom moet men terughoudend zijn om de uitspraak “de gemeente is de bruid van Christus” met grote dogmatische stelligheid te brengen, alsof dat de centrale en expliciete titel van de gemeente is.

Dat is veel nauwkeuriger. Minder populair misschien. Minder romantisch ook. Maar wel eerlijker tegenover de tekst.

 

Waarom dit geen kleinigheid is

Sommigen halen hun schouders op en zeggen dat dit maar een detail is. Dat is het niet.

Want hier zie je een veel groter probleem aan het werk: men neemt een geliefde formulering, maakt haar absoluut, en overschreeuwt vervolgens de nauwkeurigere taal van de Schrift. Dat gebeurt vaker dan men denkt. En het resultaat is altijd hetzelfde: het Woord wordt niet meer gevolgd, maar ingevuld.

De vraag is daarom niet: klinkt het mooi?
De vraag is: staat het er zo?

De vraag is niet: hoor je dit vaak?
De vraag is: spreken de apostelen zo?

De vraag is niet: voelt dit geestelijk aan?
De vraag is: is het leerstellig zuiver geformuleerd?

Wie de gemeente echt hoog wil achten en de plaats wil geven die hem toekomt , moet hem niet verlagen tot een versleten slogan. De heerlijkheid van de gemeente ligt niet in vrome clichétaal, maar in het wonder dat deze al één lichaam is, en daar niet nog op wacht, één gemaakt met de verhoogde Christus, gezegend met alle geestelijke zegeningen in de hemel in Hem.

Dáár ligt de nadruk die het Nieuwe Testament legt.

Dus nee, het is niet verstandig om met grote stelligheid te beweren dat de gemeente de bruid van Christus zou zijn, alsof dat een eenvoudige, expliciete en overal bevestigde leerformule is. Zo spreekt de Schrift niet.

De Schrift spreekt duidelijker, rijker en preciezer.

Zie ook:

bruid – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights