De begintijd in het boek Handelingen en nu

De begintijd in het boek Handelingen en nu

Waarom charismatische leer en praktijk botst met de voltooiing van de Bijbel

Binnen de charismatische leer wordt vaak een beroep gedaan op de eerste christelijke periode om hedendaagse verschijnselen te legitimeren. Handelingen wordt daarbij gelezen als norm voor alle tijden. Dat lijkt vroom, maar het miskent een fundamenteel Bijbels onderscheid tussen de begintijd van de openbaring en de tijd ná de voltooiing van de Schrift.

En precies daar wringt de schoen.

Handelingen is overgangstijd, geen blauwdruk

Het boek Handelingen beschrijft een unieke fase in Gods heilsplan. De gemeente van Jezus Christus is daar nog in wording. Apostelen spreken, profeten profeteren, tekenen bevestigen nieuwe waarheid.

Maar Handelingen is:

  • beschrijvend, niet voorschrijvend
  • historisch, geen formule
  • overgang, geen eindstadium

Wat God daar deed, zegt niet automatisch wat Hij altijd doet.

De denkfout van de charismatische leer

De charismatische leer maakt van Handelingen een model:

  • tongentaal als norm
  • profetie als voortdurende praktijk
  • apostelen als herhaalbaar ambt

Daarmee wordt impliciet gezegd dat:

  • openbaring nog doorgaat
  • de canon functioneel niet gesloten is
  • het Woord op zichzelf niet voldoende is

Dat is geen randzaak, maar raakt het hart van het Bijbels gezag.

Openbaring versus verlichting

De Schrift leert dat Gods openbaring een eindpunt heeft bereikt:

“Al de Schrift is van God ingegeven.”
(2 Tim. 3:16, STV)

“Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust..”
(2 Tim. 3:17, STV)

Volmaaktheid sluit aanvulling uit.

Wat de Heilige Geest vandaag doet, is niet openbaren, maar verlichten:

  • Hij voegt niets toe
  • Hij maakt verstaan wat reeds gegeven is

Charismatische “woorden van God” verwarren deze twee en openen zo opnieuw wat God heeft afgesloten.

Apostelen en profeten: eenmalig fundament

De Schrift is duidelijk:

“Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten.”
(Ef. 2:20, STV)

Een fundament:

  • wordt éénmaal gelegd
  • kent geen opvolging
  • wordt niet periodiek vernieuwd

Wie vandaag apostelen of profeten installeert, herbouwt een fundament dat al voltooid is. Dat is leerstellig onmogelijk

Tekenen zonder nieuwe boodschap

Tekenen hadden in de begintijd een helder doel:

“God medegetuigende door tekenen en wonderen.”
(Hebr. 2:4, STV)

Zij bevestigden nieuwe openbaring.

Vandaag is er:

  • geen nieuwe leer
  • geen nieuw evangelie
  • geen nieuwe waarheid

Tekenen zonder nieuwe boodschap zijn daarom:

  • doelloos
  • onschriftuurlijk
  • zelflegitimerend

De Bijbel kent geen tekenen als geestelijke sensatie of geloofsbeleving.

“God is toch is gisteren en vandaag Dezelfde?”

Een vaak gehoord argument luidt: God verandert niet.

Dat is waar:

“Ik, de HEERE, word niet veranderd.”
(Mal. 3:6, STV)

“Alle goede gave en alle volmaakte gift is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij Welken geen verandering is of schaduw van omkering”(Jakobus1:17 STV)

Maar dit gaat over Gods wezen, niet over Zijn wijze van handelen.

God:

  • sprak eens door profeten → nu door het voltooide Woord
  • werkte eens met tekenen → nu door prediking
  • handelde onder de Wet → nu onder de Genade

Wie gelijkheid van wezen verwart met gelijkheid van handelen, past Gods onveranderlijkheid verkeerd toe.

Van Woord naar ervaring

Charismatische leer verschuift het zwaartepunt:

  • van Schrift naar ervaring
  • van objectieve waarheid naar subjectieve beleving
  • van geloof naar zien en voelen

De Schrift zegt:

“Wij wandelen door geloof, en niet door aanschouwen.”
(2 Kor. 5:7, STV)

Wat niet toetsbaar is aan het Woord, krijgt uiteindelijk meer gezag dan het Woord.

Samengevat

Charismatische leer schiet tekort omdat zij leeft vóór de voltooiing van de openbaring.
Deze maakt van een overgangstijd de norm en opent daarmee opnieuw wat God heeft afgesloten.

De Bijbel leert:

  • de openbaring is voltooid
  • het fundament is gelegd
  • het Woord is voldoende

God is altijd Dezelfde in Zijn wezen
maar Hij doet niet altijd hetzelfde, omdat Zijn heilsplan voortgang kent.

“Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”
(Rom. 10:17, STV)

Wie bij het Woord blijft, mist geen kracht,
maar bewaart de waarheid.

Heeft een voorganger bijzonder gezag over een gelovige?

Heeft een voorganger bijzonder gezag over een gelovige?

In kerken wordt – soms openlijk, soms subtiel – de indruk gewekt dat een voorganger, dominee of geestelijk leider bijzonder gezag zou hebben over, het geloof of de keuzes van een gelovige. In een preek die ik onlangs hoorde werd zoiets verondersteld met een voorbeeld.

Wie daar vragen bij stelt, krijgt al snel te horen dat hij “ongehoorzaam” is, “onder gezag moet leren staan” of “tegen God ingaat”.

Maar is dat wel Bijbels?

Het enige absolute gezag in de gemeente

Het Nieuwe Testament is hier opvallend eenduidig over
Christus alleen is het Hoofd van de gemeente.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der gemeente,.”
(Kolossenzen 1:18 STV)

Er is geen tweede hoofd, geen plaatsvervanger en geen aardse autoriteit die tussen Christus en de gelovige instaat.

Jezus Zelf zegt zelfs expliciet:

“Een is uw Meester, en gij zijt allen broeders.”
(Mattheüs 23:8 STV)

Dat zet meteen een dikke streep door elke geestelijke hiërarchie waarin de één boven de ander staat

Wat is een voorganger dan wél?

Opvallend genoeg gebruikt het Nieuwe Testament het woord voorganger niet als ambtstitel. In plaats daarvan lezen we over:

  • oudsten
  • herders
  • opzieners
  • leraars

Hun taak is niet heersen, maar dienen:

“Weidt de kudde Gods die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk, noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.”
(1 Petrus 5:2–3 STV)

Een Bijbelse leider:

  • dwingt niet
  • beheerst geen gewetens
  • claimt geen exclusieve toegang tot Gods wil

Hij wijst, hij onderwijst, hij dient.

Gehoorzaamheid

Een vaak geciteerd vers is:

“Weest uw voorgangers gehoorzaam, en zijt hun onderdanig…”
(Hebreeën 13:17 STV)

Maar dit vers kan nooit los gelezen worden van de rest van de Schrift. Dezelfde Bijbel zegt namelijk ook:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.”
(1 Thessalonicenzen 5:21 STV)

En zelfs Paulus werd getoetst:

“Zij onderzochten dagelijks de Schriften of deze dingen alzo waren.”
(Handelingen 17:11 STV)

Gehoorzaamheid in de gemeente is geen blind volgen, maar een vrijwillige erkenning van geestelijk leiderschap zolang dat leiderschap onder het Woord blijft.

De gelovige staat rechtstreeks voor en onder God

Een kernwaarheid bij Paulus is persoonlijke verantwoordelijkheid:

“Zo dan, een iegelijk van ons zal voor zichzelf rekenschap geven aan God.”
(Romeinen 14:12 STV)

Niet via:

  • een kerk
  • een voorganger
  • een geestelijke structuur

Ook is er maar één Middelaar:

“Want er is één Middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus.”
(1 Timotheüs 2:5 STV)

Wie geestelijk gezag zo uitlegt dat een voorganger als tussenpersoon fungeert, gaat tegen deze waarheid in.

Wanneer wordt gezag misbruik?

Gezag wordt onbijbels wanneer een voorganger:

  • spreekt alsof hij Gods stem is
  • persoonlijke beslissingen dicteert
  • kritiek gelijkstelt aan opstand
  • vrijheid in Christus verdacht maakt

Paulus zegt daarover:

“Niet dat wij heerschappij voeren over uw geloof, maar wij zijn medewerkers uwer blijdschap; want gij staat door het geloof..”
(2 Korinthe 1:24 STV)

Dit ene vers alleen al ontmantelt elke vorm van geestelijke machtsuitoefening.

Samengevat

De Bijbel leert geen geestelijke hiërarchie waarin voorgangers bijzondere macht hebben over gelovigen. Zij hebben:

  • geen gezag over het geweten
  • geen heerschappij over het geloof
  • geen plaats tussen Christus en de gelovige

Wel hebben zij een roeping om te dienen, te onderwijzen en voor te leven.

Christus is het Hoofd, de gelovige is vrij.
Leiderschap is dienstbaarheid.

zie ook:

Apostelen vandaag?

Zijn de geestesgaven opgehouden?

Zijn de geestesgaven opgehouden?

Waarom strak cessationisme tekortschiet volgens Efeze 4

Inleiding: twee uitersten, één vals dilemma

In de studie over de geestesgaven lijkt men vaak maar twee smaken te kennen. Of men omarmt vrijwel elke geestelijke ervaring als werk van de Heilige Geest, of men stelt dat bepaalde of eigenlijk vrijwel alle gaven definitief zijn opgehouden met het einde van de apostolische tijd. Dat laatste standpunt, het strakke cessationisme, presenteert zich graag als nuchter en Schriftgetrouw. Maar wie Efeze 4 serieus leest, merkt al snel dat dit schema niet uit de tekst zelf voortkomt, maar er van buitenaf op wordt gelegd.

De oorsprong van de geestesgaven: Christus, niet de gemeente

Paulus begint niet met een tijdsbepaling, maar met een uitgangspunt dat ongemakkelijk is voor elk systeem dat Christus wil vastzetten.

“Maar aan een iegelijk van ons is de genade gegeven, naar de maat der gave van Christus” (Efeze 4:7, STV).

De gaven zijn van Christus. Niet van de gemeente, niet van de traditie en niet van de theologie. Wie beweert dat Christus deze gaven definitief niet meer geeft, zal dat expliciet uit de Schrift moeten aantonen. Dat bewijs ontbreekt.

Geestesgaven en Christus’ heerschappij

Paulus verbindt de gaven bovendien niet aan een tijdelijke noodsituatie, maar aan Christus’ heerschappij.

“Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft den mensen gaven gegeven” (Efeze 4:8, STV).

Dit is geen beschrijving van een startfase die inmiddels is afgerond, maar van een Hoofd, Die uitdeelt wat nodig is voor Zijn lichaam, de gemeente, zolang zij op aarde is.

Apostelen en profeten: geen herhaling van het fundament

Apostelen in de strikte Nieuwtestamentische zin bestaan vandaag niet meer. Zij waren ooggetuigen van de opgestane Christus, rechtstreeks door Hem geroepen en dragers van uniek leergezag. Paulus schrijft dat de gemeente is

“gebouwd op het fundament der apostelen en profeten” (Efeze 2:20, STV).

Een fundament leg je één keer. Om bij het Bijbelse beeld te blijven van een bouwwerk, zoals de gemeente ook wel wordt afgebeeld.; wie vandaag apostelen (fundamentleggers) claimt met vergelijkbaar gezag, tast dat fundament aan en schuift op richting ”nieuwe openbaring”.

Hetzelfde geldt voor profeten in absolute zin. Profeten die met onfeilbaar gezag spraken en openbaring toevoegden aan Gods Woord behoren tot het fundament en deze bediening ais votooid met de voltooiing van de Schrift.

Maar wie daaruit concludeert dat elke vorm van profetisch spreken verdwenen is, zegt meer dan de Schrift zegt.

Profetie vandaag: toetsbaar en ondergeschikt aan de Schrift

Paulus zegt niet dat profetie genegeerd moet worden, maar:

“Veracht de profetieën niet; maar beproeft alle dingen” (1 Thessalonicenzen 5:20–21, STV).

Dat is veelzeggend. Toetsing veronderstelt shriftgezag, en geen toevoeging aan de Schrift. Profetisch spreken kan alleen bestaan in volledige ondergeschiktheid aan het Woord, lokaal, corrigeerbaar en gericht op opbouw. Zodra iemand spreekt met absoluut gezag of zich beroept op directe woorden van God die niet getoetst mogen worden, is de grens overschreden.

Het doel van de geestesgaven: opbouw van de gemeente

Paulus laat geen twijfel bestaan over het doel van de gaven.

“Tot volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus” (Efeze 4:12, STV).

Dat doel is vandaag niet minder actueel dan in de eerste eeuw. De gemeente is niet af, en bovendien niet vrij van dwaling. Toch beweert strak cessationisme dat Christus Zijn middelen heeft ingetrokken terwijl Zijn doel nog openligt.

Het beslissende woord: “totdat”

Het kernvers volgt direct daarna.

“Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate der grootte der volheid van Christus” (Efeze 4:13, STV).

Dat woord “totdat” is doorslaggevend. Paulus koppelt de gaven niet aan de canon, niet aan het sterven van de apostelen, maar aan een toekomstig eindpunt. Wie beweert dat dit “totdat” al achter ons ligt, zal moeten uitleggen waarom de gemeente nog steeds, ook zichtbaar, onvolwassen is.

Bescherming tegen dwaling: actueler dan ooit

Paulus noemt ook het gevaar waarvoor deze gaven nodig zijn.

“Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, heen en weder bewogen en omgevoerd met allen wind der leer” (Efeze 4:14, STV).

Dat is niet zomaar een  historische voetnoot, maar eerder een scherpe diagnose van de gemeente vandaag. Juist in een tijd van leerstellige modes en geestelijke verwarring zou Christus geen middelen meer geven om Zijn gemeente te beschermen? Dat is niet vol te houden.

Geen charismatische willekeur, geen theologische kramp

Dit betoog is allesbehalve een pleidooi voor ongeremde charismatische praktijken. De Schrift roept op tot orde, onderscheiding en toetsing. Maar toetsing veronderstelt aanwezigheid. Je beproeft geen gaven die per definitie niet meer zouden bestaan. De Bijbel zegt niet: verwerp profetie omdat zij is opgehouden, maar: beproef, toets, aan het Woord.

Wat nu? Christus begrenzen of Christus gehoorzamen?

Paulus sluit af met het echte doel

“Maar de waarheid betrachtende in liefde, in alles zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus” (Efeze 4:15, STV).Geen spektakel, gevoelsuitingen, of “bovennatuurlijke” zaken, maar groei.  Geen gezagsclaims, maar opbouw.

Strak cessationisme wil veiligheid bieden, maar doet dat door meer te zeggen dan de Schrift zegt. Het sluit de deur die de Bijbel openlaat en beperkt Christus om de gemeente te verzorgen.

Efeze 4 laat geen ruimte voor nieuwe apostelen met absoluut gezag. Maar het laat ook geen ruimte voor een allesblokkerend veto.Het laat wél ruimte voor nuchterheid, onderscheiding en gehoorzaamheid aan het Woord.

En dat is iets anders dan het op voorhand dichtmetselen van wat de Schrift zelf openlaat.

De wet van Christus

De wet van Christus

Geen “Sinaï” voor de gemeente, maar ook geen wetteloosheid

Wie helder ziet dat gelovigen uit de volken nooit onder de wet van Mozes hebben gestaan, krijgt onvermijdelijk de vraag:
staan christenen dan helemaal zonder wet?

Het antwoord van de Schrift is ondubbelzinnig: nee.
Maar even ondubbelzinnig is dit: ook niet onder Mozes.

De Bijbel kent geen wetteloos christendom, maar ook geen terugkeer naar Sinaï.

Paulus is ondubbelzinnig duidelijk: niet zonder wet, maar onder Christus

Paulus schrijft:

Dengenen die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet zijnde (Gode nochtans zijnde niet zonder de wet, maar voor Christus onder de wet), opdat ik degenen die zonder de wet zijn, winnen zou.
(1 Korinthe 9:21)

Dit vers wordt vaak gladgestreken, maar het zegt precies wat het zegt:

  • niet onder de wet (van Mozes)
  • niet zonder wet
  • onder de wet van Christus

Wie hier Mozes via de achterdeur binnenhaalt, leest iets wat er niet staat.

Wat is de wet van Christus?

De wet van Christus is niet een heruitgave van de Sinaï-wet.Ook geen los verkrijgbare morele vaagheid.
Zij is de concrete gehoorzaamheid die voortkomt uit leven in gemeenschap met Christus.

Jezus Zelf zegt:

“Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden.”
(Johannes 14:15)

En:

“Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt.”
(Johannes 13:34)

De wet van Christus is:

  • relationeel, niet contractueel
  • geestelijk, niet ceremonieel
  • innerlijk, niet opgelegd

Deze werkt niet van buiten naar binnen, maar van binnen naar buiten.

De wet vervuld in ons niet door ons

Dit is het cruciale verschil met Mozes.

“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons,
die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.”
(Romeinen 8:4)

Let op de formulering:

  • niet door ons
  • maar in ons

De wet van Christus vraagt geloof, geen menselijke prestatie, maar goddelijke inwoning. Wat de wet eiste maar niet kon bewerken, doet God Zelf door Zijn Geest.

Waarom dit geen wetteloosheid is

Sommigen menen dat spreken over genade en vrijheid automatisch leidt tot losbandigheid. De Schrift denkt daar anders over.

“Want gij zijt geroepen tot vrijheid…
alleen gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees.”
(Galaten 5:13)

De wet van Christus sluit zonde niet uit door regels, maar door vernieuwing van het hart en van het denken. Wie door de Geest leeft, zoekt geen uitwegen om te zondigen, maar verlangt ernaar God te behagen.

Waarom dit ook geen verkapt wetticisme is

Even gevaarlijk is de andere kant: de wet van Christus gebruiken als nieuwe wet met nieuwe verplichtingen, nieuwe lijsten en nieuwe druk.

Dan wordt zelfs Christus weer tot een wetgever op afstand, in plaats van de Heer die in ons leeft.

Paulus zegt niet: doe dit en leef.
Hij zegt:

“Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.”
(Galaten 2:20)

Dat is geen techniek.
Dat is relatie.

Samengevat

De wet van Christus is:

  • geen Sinaï 2.0
  • geen sabbatisme in christelijke verpakking
  • geen morele vrijblijvendheid

maar:

  • leven uit verbondenheid met Christus
  • wandelen door de Geest
  • gehoorzaamheid als vrucht, niet als voorwaarde

Wie dit verwart, belandt óf in wetticisme, óf in wetteloosheid.
Wie dit verstaat, ontdekt dat genade niet minder gehoorzaam maakt, maar juist meer.

‘Mozes,’ stond geschreven op steen.
Christus schrijft in harten.

Die wet blijft.

De wereld anno 2026.388.000.000 mensen , 1 op de 7 christenen, wordt vervolgd vanwege hun geloof

Ranglijst Christenvervolging 2026

Wereldwijd hebben ruim 388 miljoen christenen te maken met vervolging en discriminatie vanwege hun geloof in Jezus Christus. De nieuwste Ranglijst Christenvervolging brengt in kaart in welke vijftig landen christenen het meest worden onderdrukt en het zwaarst te lijden hebben om hun geloof.


Kijk bij Open Doors   https://www.opendoors.nl/388miljoen/

Schrift met Schrift vergelijken

Schrift met Schrift vergelijken: een vergeten principe

Een van de meest fundamentele regels voor Bijbeluitleg is tegelijk een van de meest genegeerde:

De Schrift verklaart zichzelf, Schrift met Schrift vergelijken….

  • Niet gevoel.
  • Niet traditie.
  • Niet populaire prediking.

Maar de Bijbel zelf.

De Schrift zegt het eenvoudig en diep tegelijk:

“Geestelijke dingen met geestelijke dingen vergelijken.” (1 Korinthe 2:13)

“Geen profetie der Schrift is van eigen uitleg.” (2 Petrus1:20)

Dat betekent:

  • geen leer opbouwen op één tekst,
  • geen beeld losmaken van zijn context,
  • en geen conclusie trekken voordat alle relevante Schriftplaatsen zijn meegenomen.

Waar dit principe verdwijnt, ontstaat verwarring. Waar het wordt toegepast, ontstaat orde. En duidelijkheid.

Enkele voorbeelden:

“Koning Jezus”: Schrift met Schrift getoetst

De uitspraak “Koning Jezus” is bijbels juist.


Maar de vraag is: Koning waarvan?

Wanneer we Schrift met Schrift vergelijken, valt iets op:

  • Jezus wordt Koning genoemd in relatie tot Israël
  • Hij wordt nooit Koning van de gemeente genoemd

De profeten spreken over:

  • de troon van David
  • Jeruzalem
  • een aards koninkrijk

Jezus zelf zegt:

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” (Johannes 18:36)

Dat betekent niet sec “geestelijk”, maar: nog niet gevestigd.

Over de gemeente zegt de Schrift iets anders:

“Hij is het Hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente.” (Kolossenzen 1:18)

Een hoofd regeert geen onderdanen. Een hoofd stuurt een lichaam aan.

Door Schriftvergelijking dus:
Jezus is Koning, maar niet van de gemeente.

De bruid: wie zegt de Schrift dat zij is?

Veel christenen spreken vanzelfsprekend over “de bruid van Christus” en bedoelen daarmee de gemeente.
Maar zodra we Schrift met Schrift vergelijken, blijkt dit onhoudbaar.

De Bijbel gebruikt bruid/vrouw-taal uitsluitend voor Israël:

  • huwelijksverbond (Sinaï)
  • ontrouw (overspel)
  • verstoting
  • toekomstig herstel

De gemeente kent:

  • geen huwelijksverbond
  • geen echtscheiding
  • geen herstel als vrouw

In Openbaring 21 wordt de bruid getoond:

“Kom, ik zal u tonen de bruid, de vrouw van het Lam.”

Wat ziet Johannes?
 Het nieuwe Jeruzalem, verbonden aan Israël.

Dus
De bruid is Israël. De gemeente is geen bruid.

Wat is de gemeente dan wél?

Als de gemeente geen koninkrijk is en geen bruid, wat is zij dan?

De Schrift is opvallend eensgezind:

  • Lichaam
  • Huisgezin
  • Tempel
  • Kinderen van God

“Zo zijt gij dan … huisgenoten van God.” (Efeze 2:19)

Dat is geen hiërarchie, maar familie. Geen onderdanen, maar kinderen. Geen koning, maar een Hoofd. De identiteit van de gemeente is hemels, niet aards.
Haar roeping is hemels, niet koninklijk bestuur.

Waarom vermenging ontspoort

Wanneer Israël en gemeente door elkaar worden gehaald, ontstaan vaste patronen van verwarring:

  • de gemeente wordt “bruid”
  • Jezus wordt “Koning van de gemeente”
  • het koninkrijk moet “nu” gebouwd worden

Dit komt niet voort uit Schriftvergelijking, maar uit selectieve lezing.

Gevolg:

  • profetie wordt vergeestelijkt
  • beloften worden verplaatst
  • toekomstverwachting verdwijnt

Wat begint als vroom taalgebruik, eindigt als dwaalleer.

Hoe vergelijk je Schrift met Schrift in de praktijk?

Bijbels lezen vraagt discipline. Enkele eenvoudige regels:

  1. Verzamel alle teksten over een onderwerp
  2. Scheid contexten (Israël / gemeente / volken)
  3. Let op tijd (nu – toekomst)
  4. Maak onderscheid tussen beeld en leer
  5. Laat moeilijke teksten staan zonder ze glad te strijken

De Bijbel corrigeert en verklaart zichzelf — als wij haar tenminste laten spreken.

 Christus verheerlijkt door onderscheid

Onderscheid verkleint Christus niet.
Het verheerlijkt Hem.

Door Schrift met Schrift vergelijken zien we Jezus Christus in Zijn volle rijkdom:

  • Koning van Israël
  • Hoofd van de gemeente
  • Heer van allen
  • Middelaar van het nieuwe verbond

Niet één titel vervangt de andere. Elke titel hoort bij een specifieke relatie.

Dat is geen verdeeldheid, maar goddelijke orde.

“Koning Jezus” (vervolg)

“Koning Jezus” (vervolg)

Waarom de gemeente geen koninkrijk is en geen bruid

De uitdrukking “Koning Jezus” klinkt vroom en bijbels. Toch gaat het hier vaak mis. Niet omdat de titel Koning onjuist zou zijn, maar omdat men die op de verkeerde relatie toepast.

De Bijbel maakt namelijk een scherp onderscheid tussen:

  • Israël
  • de gemeente
  • en de verschillende relaties die Jezus Christus tot beiden heeft.

Wie dat onderscheid loslaat, raakt vroeg of laat verstrikt in verwarring.

 

koning Jezus

Jezus is Koning — maar waarvan?

De Schrift is helder: Jezus is Koning.
Maar nooit wordt Hij Koning genoemd van de gemeente.

Bijbelse werkelijkheid:

  • Hij is Koning van Israël
  • erfgenaam van de troon van David
  • Koning van het toekomstige aardse koninkrijk

Dat koningschap is:

  • door Israël verworpen
  • daardoor uitgesteld
  • en zal pas openbaar worden bij Zijn wederkomst

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” (Johannes 18:36)

Dat betekent niet dat het Koninkrijk geestelijk is,
maar dat het nu nog niet gevestigd is.

De gemeente staat niet onder een Koning

De gemeente wordt in het Nieuwe Testament nooit voorgesteld als een volk met een koning en onderdanen.

Integendeel.

De Bijbel zegt consequent:

  • Christus is het Hoofd
  • de gemeente is het lichaam

“Hij is het Hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente.” (Kolossenzen 1:18)

Een hoofd:

  • regeert geen onderdanen
  • maar stuurt een lichaam aan
  • in een levende, organische eenheid

Dat is geen koninklijke, maar een lichamelijke relatie.

De gemeente is óók geen bruid

Nog zo’n hardnekkig misverstand:
“De gemeente is de bruid van Christus.”

Dat klinkt vertrouwd, maar is bijbels onjuist.

Waarom?

De bruid/vrouw-taal in de Bijbel is verbondstaal — en die hoort exclusief bij Israël.

Israël:

  • ging een huwelijksverbond aan (Sinaï)
  • werd ontrouw (overspel)
  • werd verstoten
  • zal hersteld worden
  • en zal als bruid terugkeren

De gemeente:

  • heeft geen huwelijksverbond
  • geen overspelgeschiedenis
  • geen echtscheiding
  • geen profetisch herstel als vrouw

Daarom kan de gemeente niet de bruid zijn.

Openbaring 21 bevestigt dit:
de bruid wordt geïdentificeerd met het nieuwe Jeruzalem, verbonden aan Israël — niet met de gemeente als lichaam.

Wat is de gemeente dan wél?

De Schrift gebruikt voor de gemeente andere beelden:

  • Lichaam
  • Huisgezin
  • Tempel
  • Kinderen van God

“Zo zijt gij dan … huisgenoten van God.” (Efeze 2:19)

Dat is een familierelatie, geen koninklijke hiërarchie.

Wij zijn:

  • geen onderdanen
  • maar kinderen
  • geen volk onder een koning
  • maar leden onder een Hoofd

Waarom dit onderscheid essentieel is

Zodra men zegt:

  • “Jezus is Koning van de gemeente”
  • of “de gemeente is de bruid”

ontstaat onvermijdelijk:

  • vermenging van Israël en gemeente
  • koninkrijkstheologie
  • het idee dat wij (nu) een koninkrijk moeten bouwen
  • verlies van bijbels perspectief op profetie

Wat begint als taalgebruik, eindigt als afwijkende leer

Samenvattend

De Bijbel is helder, mits we haar laten spreken:

  • ✔️ Jezus is Koning
  • ✔️ Hij is Koning van Israël
  • ❌ Hij is geen Koning van de gemeente
  • ✔️ De gemeente is Zijn lichaam
  • ❌ De gemeente is geen bruid
  • ✔️ De bruid is Israël

Niet alles wat vroom klinkt, is Bijbels.
Maar alles wat Bijbels is, verdraagt helder onderscheid en bestudering.

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding?

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding?

Sinds Zijn opstanding en hemelvaart zit Christus aan de rechterhand van God, van waaruit Hij actief betrokken is bij de gelovigen en de voortgang van Gods plan. Zijn huidige werk is essentieel voor het behoud, de heiliging en de toekomstige verheerlijking van de Gemeente.

Christus als Hogepriester

Op dit moment vervult Christus de rol van Hogepriester naar de orde van Melchizedek (Hebreeën 7:17). Dit betekent dat Hij als middelaar optreedt tussen God en de gelovigen. Hij bidt en pleit voor hen bij de Vader, zodat zij vergeving en genade ontvangen. Dit is niet alleen een eenmalige daad, maar een voortdurende bediening:

  • Hij bemiddelt voor de gelovigen: Hij zorgt ervoor dat hun zonden niet langer tegen hen getuigen, maar dat zij gerechtvaardigd blijven door Zijn offer (Romeinen 8:34)​.
  • Hij geeft toegang tot de troon van genade: Door Zijn werk als Hogepriester kunnen gelovigen vrijmoedig tot God naderen (Hebreeën 4:14-16).
  • Hij houdt hen staande in het geloof: Zijn voortdurende voorspraak voorkomt dat gelovigen verloren gaan (Hebreeën 7:25).

Christus als Hoofd van de Gemeente

Christus is het Hoofd van de Gemeente (Efeze 1:22-23), wat betekent dat Hij actief leiding geeft aan Zijn lichaam op aarde:

  • Hij onderwijst en leidt Zijn volk door de Heilige Geest: Hij inspireert en geeft inzicht in de Schrift, zodat gelovigen groeien in kennis en wijsheid (Johannes 14:26).
  • Hij bouwt en zuivert de Gemeente: Hij vormt de gelovigen naar Zijn beeld, maakt hen heilig en bereidt hen voor op de toekomst (Efeze 5:25-27).
  • Hij geeft gaven aan de Gemeente: Hij rust gelovigen uit met geestelijke gaven om hen in staat te stellen het werk van het Koninkrijk te doen (1 Korinthe 12:7-11).

Christus als Voorbereider van de toekomst

Christus is bezig een plaats te bereiden voor de gelovigen in de hemelse heerlijkheid (Johannes 14:2-3). Dit betekent:

  • Hij werkt toe naar de opname van de Gemeente: Er komt een moment waarop Hij de Gemeente tot Zich neemt, opneemt in de hemel (1 Thessalonicenzen 4:16-17).
  • Hij leidt de wereldgeschiedenis naar Zijn wederkomst: Hoewel de wereld lijkt te worden beheerst door chaos, heeft Christus de regie in handen en zal Hij op Gods tijd terugkomen om alles recht te zetten (Openbaring 19:11-16).

Christus als Onderhouder van de schepping

Volgens Kolossenzen 1:16-17 onderhoudt Christus de hele schepping en zorgt Hij ervoor dat alles in stand blijft:

  • Hij regeert met soevereine macht: Ondanks de zondeval blijft Christus de uiteindelijke Heer over de schepping.
  • Hij gebruikt de geschiedenis om Gods plan te vervullen: Hij zorgt ervoor dat alle dingen meewerken ten goede voor degenen die Hem liefhebben (Romeinen 8:28).

Christus is op dit moment niet passief, maar actief betrokken bij het leven van gelovigen en de voortgang van Gods Koninkrijk. Hij is de bemiddelaar bij de Vader, het hoofd van de Gemeente, de voorbereider van de toekomst en de onderhouder van de schepping. Zijn huidige bediening is erop gericht om Zijn volk te bewaren, te leiden en voor te bereiden op de dag dat Hij terugkeert om Zijn Koninkrijk definitief te vestigen​.

De bruid van Christus

Is de Gemeente de Bruid van Christus?

Is de Gemeente de Bruid van Christus? Deze vraag wordt binnen het christendom vaak als vanzelfsprekend beantwoord met een volmondig ja. Toch blijkt bij zorgvuldige lezing van de Bijbel dat deze overtuiging nauwelijks expliciet schriftuurlijk wordt onderbouwd. Integendeel: wanneer we de Bijbel systematisch laten spreken, ontstaat een ander – en voor velen verrassend – beeld.

In dit artikel onderzoeken we aan de hand van de Schrift de relatie tussen Israël, het oude en nieuwe verbond, de Bruidegom en de Bruid. Daarbij laten we traditie en gevoel bewust los en volgen we de bijbelse lijn van verbond en heilsgeschiedenis.

Israël en het oude verbond: een huwelijk

Toen Israël door de uittocht uit Egypte een natie werd, sloot de HEERE met het volk het zogeheten Mozaïsche verbond. Dit verbond was niet slechts een wettelijk of religieus systeem, maar functioneerde in de Schrift als een huwelijksverbond.

Kenmerken van dit huwelijk

  • De Bruidegom: de HEERE (JHWH), Die Zich openbaart als “Ik ben”.
  • De Bruid: Israël, het uit Egypte verloste volk.
  • De ondertrouw: de woestijnreis.
  • De huwelijksluiting: bij de Sinaï, met Israëls herhaalde instemming.
  • De echtelijke woning: het land Kanaän – eigendom van de HEERE, bewoond door Israël.

De wet fungeerde als huwelijksvoorwaarden. Trouw was essentieel. Afgoderij werd daarom niet gezien als een abstracte religieuze fout, maar als overspel.

Ontrouw, scheiding en het einde van het oude huwelijk

De profeten beschrijven Israëls geschiedenis consequent in huwelijkstaal. Andere goden dienen heet “hoererij”, en politieke of religieuze verbonden met heidenvolken worden als overspel getypeerd.

Hoe lang duurt een huwelijk volgens de Schrift?

De Bijbel geeft vier samenhangende antwoorden:

  1. Het ideaal: een huwelijk is bedoeld voor altijd.
  2. In de praktijk: ontrouw verbreekt de gemeenschap.
  3. Juridisch: echtscheiding via een scheidbrief.
  4. Wettelijk: de dood maakt een einde aan het huwelijk.

Alle vier zijn toepasbaar op de verhouding tussen de HEERE en Israël. De tien stammen werden weggezonden met een scheidbrief; Juda bleef formeel, maar het huwelijk eindigde definitief door de dood van de Bruidegom aan het kruis.

De wet verbindt immers slechts levenden. Door de dood van Christus werd het oude verbond wettig beëindigd.

Het nieuwe verbond: geen herstel, maar een nieuw huwelijk

De profeten kondigen een nieuw verbond aan. Dit verbond is:

  • niet overeenkomstig het oude,
  • gesloten met heel Israël,
  • eeuwig van aard.

Belangrijk is dit onderscheid: het oude huwelijk wordt niet hersteld – dat verbiedt de wet – maar vervangen door een nieuw huwelijk.

Waarom dit bijbels noodzakelijk is

  • De eerste Bruidegom stierf.
  • De toekomstige Bruidegom is de Opgestane.
  • Israël moet niet gerepareerd worden, maar wedergeboren.
  • Zowel Bruidegom als Bruid zijn nieuw geworden.

Het nieuwe verbond wordt daarom in het hart geschreven, berust op vergeving en leidt tot echte gemeenschap: kennen in bijbelse zin.

Wie is de Bruid volgens het Nieuwe Testament?

Opvallend is dat de Bruid in het Nieuwe Testament nauwelijks genoemd wordt. Niet door Paulus, niet in de brieven, en zelfs niet door Jezus Zelf.

Slechts in het boek Openbaring wordt de Bruid expliciet geïdentificeerd:

“De Bruid, de vrouw van het Lam … het nieuwe Jeruzalem.”

Het nieuwe Jeruzalem:

  • vertegenwoordigt Israël,
  • daalt neer op een nieuwe aarde,
  • verschijnt na het duizendjarig rijk.

Dat duizendjarig rijk is de periode van de bruiloft: de regering van Christus op grond van het nieuwe verbond.

En de Gemeente dan?

De Gemeente wordt in de Schrift nooit “de Bruid” genoemd. Wat wél steeds gezegd wordt, is dat de Gemeente het Lichaam van Christus is.

Dit verschil is essentieel:

  • een lichaam is reeds verenigd,
  • een bruid ziet uit naar vereniging.

De opvatting dat de Gemeente de Bruid is, berust niet op expliciete schriftplaatsen, maar op theologische afleiding. Zij leidt bovendien tot vervanging van Israël in de profetieën en miskent de huidige gemeenschap van gelovigen met Christus.

 

Samengevat

Wanneer we de Schrift zorgvuldig volgen, ontstaat een consistent beeld:

  • Israël is de bruid onder oud én nieuw verbond.
  • Het nieuwe verbond is een nieuw, eeuwig huwelijk.
  • De Gemeente heeft een hoge, maar onderscheiden plaats als Lichaam van Christus.

Deze Bijbelse lijn vraagt om herbezinning, maar doet recht aan Gods trouw, rechtvaardigheid en heilshistorische orde.

“Opdat Hij in alles verheerlijkt worde.”

Bruidegom en bruid, wie zijn zij in de Bijbel?

Regelmatig lees ik iets waarvan ik denk “dat had ik zelf niet duidelijker kunnen formuleren”. Als ik de website Alleen Geloof bekijk heb ik dat eigenlijk best vaak.  Sylvia heeft de gave om eenvoudig maar toch heel duidelijk Bijbelse waarheid uit te leggen. Vandaar herplaats ik het hier, me realiserend dat dit één van de punten is waar veel misverstanden over bestaan, en waar ook verkeerde verwachtingen over leven. “Na de opname van de Gemeente de wereld verdrukking, en wij een bruiloft” bijvoorbeeld. Ook wordt de Gemeente van Jezus Christus wel “bruidsgemeente” genoemd.

Hoe zit het nou?

Op de dag van het huwelijk worden man en vrouw, bruidegom en bruid genoemd. In de Bijbel komen de begrippen bruidegom en bruid ook voor, maar hebben daar natuurlijk een veel diepere betekenis. De Bruidegom is namelijk Christus, samen met Zijn Lichaam, de Gemeente. De Bruid is het Volk Israël.

Die de Bruid heeft, is de Bruidegom

Johannes 3
26 En zij kwamen tot Johannes (Johannes de Doper), en zeiden tot hem (de Heere Jezus): Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welken gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt, en zij komen allen tot Hem.
27 Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit den hemel niet gegeven zij.
28 Gijzelven zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet; maar dat ik voor Hem heen uitgezonden ben. (de wegbereider)
29 Die de bruid heeft (het Volk Israël)is de bruidegom (de Heere Jezus Christus inclusief Zijn Lichaam, de Gemeente), maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden. (Johannes de Doper is de vriend van de Bruidegom)
30 Hij (Christus, de Bruidegom) moet wassen (= groeien; volgroeien), maar ik minder worden. (= het gaat helemaal niet om mij, maar alleen om de Heere Jezus Christus)
31 Die van boven komt, is boven allen (Christus, de Bruidegom); die uit de aarde is voortgekomen, die is uit de aarde, en spreekt uit de aarde. Die uit den hemel komt, is boven allen.

De Bruidegom Die uit de Hemel komt

De Bruidegom is de Zoon des Mensen, die de Christus blijkt te zijn. Hij is uit de Hemel gekomen, en de bedoeling was dat Hij een Bruiloft zou vieren met Zijn Bruid. Er is in Johannes 3 (bovenstaand) de Bruidegom en de Bruid en de vriend van de Bruidegom. Uit dit verband blijkt duidelijk dat de Bruidegom de Christus is. Johannes de Doper zegt immers: ‘Ik ben de Christus niet. Die de Bruid heeft, is de Bruidegom’. De vriend van de Bruidegom is Johannes de Doper, Zijn voorloper. De Heere Jezus is gekomen om Zijn Volk Zalig te maken. ‘Zaligmaken’ betekent redden, ofwel verlossen. Hij zou haar verlossen van haar zonden. Hij zou haar verlossen van het Oude Verbond der Wet. Dat was de taak die de Heere Jezus had gekregen. Israël zou Zijn Bruid zijn. (zie ook de studie ‘het Bijbelse huwelijk’)

Galaten 4
4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw (het Joodse Volk; Maria), geworden onder de wet;
5 Opdat Hij degenen, die onder de wet waren (het Joodse Volk), verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen aanstelling tot zonen verkrijgen zouden.

Mattheüs 18
11 Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken (te redden; te verlossen), dat verloren was. (door zonden)

Ze heeft Hem niet aangenomen

Johannes 1
11 Hij is gekomen tot het Zijne (het Volk Israël), en de Zijnen (die behoorden tot het Volk) hebben Hem niet aangenomen. (= geloofd)

Het Woord van God ‘daalde af’, en kwam in de handen van Mozes. God gaf, bij de Sinaï, Zijn Woord. Bij de Sinaï heeft de Heere Zijn Bruid ondertrouwd. Als Volk Israël hebben ‘de Zijnen’ dit Woord niet aangenomen, ofwel niet geloofd. Het Volk was Zijn Eigendom, maar zij heeft Zijn Woord altijd tegengesproken. Vanaf het begin was Israël de Heere ontrouw, hoewel zij Zijn Vrouw was. (zie ook de studie ‘Het Bijbelse huwelijk‘)

Ondertrouw

Jeremia 2
1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij (= profeet Jeremia), zeggende:
2 Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.

Huwelijksverbond

Ezechiël 16
8 Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne (liefdestijd); zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u (= de Heere deed een Belofte dat Hij voor haar zou zorgen, als zij Hem zou dienen en zou volgen)en kwam met u in een verbond (het Huwelijksverbond)spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne.

Het Volk Israël was Zijn Eigendom

Jeremia 2
31 O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israël een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?
32 Vergeet ook een jonkvrouw haar versiersel, of een bruid haar bindselen (de versiering; trouwjurk)(er had een bruiloft op aarde gekomen, als het Volk Israël zich had laten versieren tot Bruid) Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen zonder getal.

Mogen de mede-erfgenamen niet eten?

Lukas 5
33 En zij (Schriftgeleerden, en de Farizeën) zeiden tot Hem (de Heere Jezus): Waarom vasten de discipelen van Johannes (de Doper) dikmaals, en doen gebeden, desgelijks ook de discipelen der Farizeën, maar de Uwe (de twaalf discipelen van de Heere Jezus) eten en drinken?
34 Doch Hij (de Heere Jezus) zeide tot hen: Kunt gij de bruiloftskinderen (zonen), terwijl de Bruidegom bij hen is, doen vasten? (een bruiloft is immers een feest!)
35 Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, dan zullen zij (de discipelen; Juda) vasten in die dagen. (de Bruidegom zal er dus ook een tijd niet zijn, dan is er tijd voor rouw en vasten)

Symboliek

Ook deze verzen bevatten symboliek; er zit een geestelijke Waarheid achter. Zoals bij alle gebeurtenissen uit de Bijbel. De volgelingen van Johannes de Doper, en de volgelingen van de Farizeeën, handelden toen nog vanuit de leefregel van het Oude Verbond der Wet. De volgelingen van de Heere Jezus, die eten en drinken, omdat zij nu al handelen vanuit de vrijheid van het Nieuwe Verbond der Genade. (Het vasten was overigens niet eens een voorgeschreven in de Wet van Mozes; leidslieden hadden dit zélf ingesteld om God daar, zogenaamd, mee te behagen). De Heere Jezus zegt: ‘kun je de zonen van de Bruiloftszaal laten vasten? Mogen de zonen, ofwel de mede-erfgenamen, van de Bruidegom niet eten?’

Onzienlijke Christus

Johannes 3
35 Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, dan zullen zij vasten in die dagen.

Momenteel is er geen bruiloftsfeest. Er is geen blijdschap, geen vreugde, geen feest. Wij weten dat de Bruidegom in Zijn Hemelvaart naar de Hemel is vertrokken. Hij is onzichtbaar voor de wereld, en voor Israël. Wel woont de onzienlijke Christus, ofwel de Heilige Geest, in de harten van de gelovigen. Met gelovige ogen zien wij – de Gemeente – Hem aan de Rechterhand van de Vader. De Bruidegom is dus niet meer in het midden van Zijn Bruid, het Volk Israël. De Bruid heeft Hem afgewezen. ‘De Zijnen hebben Hem niet aangenomen’. Alle stammen zijn in de verstrooiing, ofwel de ballingschap, terecht gekomen. Daar past inderdaad verdriet, en rouw, en vasten bij.

Het Koninkrijk der Hemelen is als een Bruiloft

Het Nieuwe Verbond der Genade is, na de Opstanding van de Christus, wel gepredikt, maar het Volk heeft de Nieuwe Bruidegom niet aanvaard. In Mattheüs 21 wordt het Koninkrijk der Hemelen vergeleken met een Bruiloft, die een Koning voor Zijn Zoon bereidde. De genodigden (het Joodse Volk) wilden echter niet komen, en hadden allerlei excuses. Pas in de dagen van de Wederkomst van Christus zullen zij de Bruiloft binnengaan.

Mattheüs 22
2 Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning (God de Vader), die zijn zoon (Christus) een bruiloft bereid had;
3 En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden (genodigden; het Joodse Volk) ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen. (de Zijnen hebben Hem niet aangenomen)

Een Nieuw Verbond; een Nieuw Huwelijk

De Bruidegom is Christus, de Bruid is Israël, en het is niet tot een Bruiloft gekomen. Het Nieuwe Verbond der Genade is wel gekomen, maar de Vrouw was niet bereid. Er is dus geen nieuw huwelijk, geen relatie, ontstaan. De Heere houdt Zich echter altijd aan Zijn Beloften. Ook de Beloften Die Hij aan Zijn Volk Israël gedaan heeft. Hij zal Zijn Volk niet vergeten. Er komt in de toekomst een Nieuw Verbond tussen de Bruidegom en de Bruid. Er komt weer vreugde en blijdschap. In het verleden is er verwoesting en verstoring geweest in het Land Israël, en dit zal in de (nabije) toekomst wéér zo zijn.

De Grote Verdrukking over Israël

Israël gaat namelijk eerst door de grote Verdrukking, er komt een oordeel over het Volk (zie ook de studie ‘Mattheüs 24 ‘en ‘De 70e Jaarweek’) Daarna zal de Heere terugkomen op aarde. De vijanden zullen dan vertrekken en de verstrooide stammen zullen terugkeren naar het Land van de Heere. Er komt een terugverzameling van alle stammen uit de ballingschap. Dan zal er een Bruiloft zijn. Zijn Bruid zal, in de toekomst, onder het Nieuwe (Huwelijks-)Verbond leven.

Mattheüs 24
Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking (de grote Verdrukking over Israël), en zullen u doden, en gij zult gehaat worden van alle volken, om Mijns Naams wil (het is een oordeel van de Heere).

LEES VERDER IN DE PDF BRUIDEGOM EN BRUID; CHRISTUS EN ISRAËL- pdf
Geverifieerd door MonsterInsights