Bijbels toetsen is geen ongeloof

Sterker nog, het is een Bijbelse opdracht

Bijbels toetsen, of moet je alles geloven wat ‘van God’ komt?

Er is iets merkwaardigs aan de hand in bepaalde christelijke kringen. Bijbels toetsen wordt daar soms bijna als een teken van ongeloof beschouwd.

Zodra iemand zegt:

“God heeft mij laten zien…”

“De Heilige Geest zei tegen mij…”

“Ik ontving een profetisch woord…”

“Hier rust een bijzondere zalving op…”

lijkt daarmee elk kritisch onderzoek beëindigd te moeten zijn.

Wie vervolgens de eenvoudige vraag stelt:

“Waar staat dat eigenlijk in de Bijbel?”

kan zomaar worden weggezet als kritisch, verstandelijk, ongelovig of zelfs ongeestelijk.

Maar volgens de Bijbel is juist het tegenovergestelde waar.

Geestelijke claims toetsen is geen ongeloof, maar gehoorzaamheid aan Gods Woord

De Schrift draagt christenen op om leringen, profetieën en geestelijke verschijnselen te beproeven. Juist wanneer iemand beweert dat iets rechtstreeks van God afkomstig is, behoort de gelovige niet minder, maar méér onderscheidingsvermogen te gebruiken.

onderzoek alle digen , behoudt het goede
Toetsen is een must

Bijbels toetsen is een opdracht van God

Paulus schrijft:

“Veracht de profetieën niet. Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:20-21, STV)

Dat is heel mooi in evenwicht.

Paulus zegt niet dat alles onmiddellijk verworpen moet worden. Maar hij zegt evenmin dat alles onmiddellijk moet worden aangenomen.

Beproeft alle dingen.

Daarna pas volgt:

behoudt het goede.

In die volgorde.

Het laatste is onmogelijk zonder het eerste.

Wie alles automatisch aanneemt omdat er het etiket “van God” op geplakt wordt, handelt dus niet bijzonder geestelijk. Hij slaat eenvoudig een Bijbelse opdracht over.

De Schrift leert geen goedgelovigheid, maar leert onderscheiding.

 

Beproeft de geesten: niet iedere geest is uit God

Johannes maakt dat nog explicieter:

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.” (1 Johannes 4:1, STV)

Let vooral op de eerste woorden:

“Gelooft niet…”

Dat klinkt in een tijd waarin “je moet ervoor openstaan” soms bijna als de hoogste geestelijke deugd wordt beschouwd tamelijk nuchter.

Johannes gebiedt niet dat wij iedere geestelijke manifestatie eerst moeten omarmen. Hij zegt dat wij moeten beproeven of zij uit God zijn.

Waarom?

Omdat niet alles wat zich als geestelijk aandient uit God afkomstig is.

Daarmee vallen verschillende populaire argumenten onmiddellijk af.

“Maar ik voelde Gods aanwezigheid.”

“Er hing zo’n enorme kracht.”

“Er gebeurde van alles in de zaal.”

“Mensen vielen op de grond.”

“Iedereen voelde dat God bezig was.”

“Er gebeurden bovennatuurlijke manifestaties”

Dat kan allemaal erg indrukwekkend zijn. Maar geen van die dingen beantwoordt de belangrijkste vraag:

Is het echt uit God?

Een ervaring kan echt zijn zonder dat onze verklaring van die ervaring waar is.

 

Waarom profetie Bijbels getoetst moet worden

Paulus schrijft over de samenkomst:

“En dat twee of drie profeten spreken, en dat de anderen oordelen.” (1 Korinthe 14:29, STV)

Dat vers alleen al haalt een merkwaardige moderne gedachte onderuit.

Soms wordt namelijk gesuggereerd dat het gevaarlijk zou zijn om een vermeende profetie kritisch te beoordelen. Stel je immers voor dat je iets bekritiseert wat werkelijk van de Heilige Geest afkomstig is.

Maar Paulus redeneert precies andersom.

Omdat iets als profetie wordt uitgesproken, moet het beoordeeld worden.

De uitspraak

“God zegt…”

beëindigt de toetsing dus niet.

Daar begint het.

Dat is logisch. Wie beweert namens God te spreken, legt een buitengewoon zware claim neer. Hij verbindt de Naam en het gezag van God aan zijn eigen woorden.

Zo’n claim vraagt niet om minder onderzoek.

Integendeel, Zo’n claim roept om méér onderzoek.

 

De Bereërs toetsten óók de prediking van Paulus

Een van de mooiste voorbeelden van Bijbels toetsen vinden we in Handelingen:

“En dezen waren edeler dan die te Thessalonica, als die het Woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” (Handelingen 17:11, STV)

Wie stond daar te prediken?

Paulus.

Geen willekeurige internetprediker. Geen zelfbenoemde omhooggevallen moderne apostel. Geen rondreizende conferentiespreker met een indrukwekkende titel.

De apostel Paulus.

En de Bereërs onderzochten of hetgeen hij verkondigde overeenkwam met de Schriften.

Lukas verwijt hun dat niet.

Hij noemt hen juist edeler.

Daaruit volgt een buitengewoon gezond principe:

Een betrouwbare Bijbelleraar hoeft niet bang te zijn voor een geopende Bijbel.

Een leraar die de waarheid verkondigt, kan rustig zeggen:

Onderzoek het. Lees de context. Controleer mijn woorden. Kijk of het werkelijk zo geschreven staat.

Waarheid heeft geen beschermingsconstructie tegen onderzoek nodig.

 

Wonderen zijn zeker geen bewijs dat iets ‘van God’ komt

Hier gaat het eveneens regelmatig gierend mis.

Er gebeurt iets buitengewoons. Iemand lijkt genezen. Een voorspelling lijkt uit te komen. Er vindt een indrukwekkende manifestatie plaats.

En vervolgens klinkt:

“Zie je wel? God is hier aan het werk.”

Maar die conclusie is Bijbels gezien veel te snel.

De Here Jezus waarschuwde:

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.” (Mattheüs 24:24, STV)

Paulus spreekt zelfs over:

“…alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen.” (2 Thessalonicenzen 2:9, STV)

Een wonderlijk verschijnsel bewijst dus niet automatisch dat God de bron ervan is.

Dat is belangrijk.

Want wanneer het wonder zelf het bewijs wordt dat de boodschap waar is, hebben we de Bijbelse volgorde omgedraaid.

De Schrift zegt niet:

Er gebeuren wonderen, dus geloof de boodschap.

De Schrift waarschuwt ons dat indrukwekkende verschijnselen onderdeel van misleiding kunnen zijn.

Daarom blijft toetsing noodzakelijk.

 

Ook een engel staat niet boven het Evangelie

Paulus drijft het principe in Galaten tot het uiterste:

“Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.” (Galaten 1:8, STV)

Stel je dat eens voor.

Een bovennatuurlijke verschijning.

Een engel.

Een indrukwekkende boodschap.

Wat moet de gelovige doen?

Niet denken:

Dit is zo bovennatuurlijk dat het wel van God móét zijn.

Zelfs een engel krijgt geen toestemming om de reeds geopenbaarde waarheid terzijde te schuiven.

Daarmee hebben we een fundamenteel uitgangspunt te pakken:

De ervaring beoordeelt niet het Woord. Het Woord beoordeelt de ervaring

Niet de profetie verklaart wat wij moeten geloven.

Niet de droom.

Niet het visioen.

Niet het gevoel.

Niet de manifestatie.

Niet degene die beweert rechtstreeks van God gehoord te hebben.

Gods geopenbaarde Woord is en blijft dé maatstaf

 

‘Raak Gods gezalfde niet aan’ is ook al geen verbod op toetsing

En dan verschijnt soms een van de bijdehandste verdedigingsmechanismen tegen kritische vragen:

“Raak Gods gezalfde niet aan.”

Dat klinkt best wel indrukwekkend.

Maar het wordt problematisch wanneer zo’n uitspraak gebruikt wordt alsof bepaalde leiders daardoor een geestelijke uitzonderingspositie hebben gekregen.

Alsof er een onzichtbaar bordje om hun nek hangt:

NIET CONTROLEREN WANT GODDELIJK BESCHERMD

Geen voorganger, prediker, bijbelleraar, apostel of profeet krijgt echter vrijstelling van:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

Ook “gij zult niet oordelen” kan niet als universeel verbod op inhoudelijke beoordeling worden gebruikt. Anders zou Paulus zichzelf tegenspreken wanneer hij ons voorhoudt dat profetische uitspraken door anderen beoordeeld moeten worden.

De Bijbel veroordeelt hypocriet en zelfverheffend veroordelen.

Maar verbiedt geen geestelijke onderscheiding.

De Bijbel gebiedt die.

 

Hoe geestelijker de claim, hoe noodzakelijker de toets

Hier mag het best schuren.

Wanneer iemand zegt:

“Volgens mij betekent deze tekst…”

dan presenteert hij een uitleg die onderzocht kan worden.

Maar wanneer iemand zegt:

“God zei tegen mij dat…”

verandert de zaak.

Want nu wordt Gods eigen gezag verbonden aan menselijke woorden.

Juist daarom zou binnen de Gemeente nooit de regel mogen gelden:

Hoe groter de geestelijke claim, hoe minder vragen je mag stellen.

De Bijbelse houding is precies omgekeerd:

Hoe groter de geestelijke claim, hoe zorgvuldiger en noodzakelijker de toetsing.

Wie zegt namens God te spreken, vraagt niet om minder onderzoek.

Hij geeft juist méér aanleiding tot toetsing.

 

Als Bijbels toetsen als on-geestelijk wordt weggezet

En hier begint het echt ongemakkelijk te worden.

Wat moeten we denken van een geestelijk klimaat waarin mensen geleerd wordt hun verstand / onderscheidingsvermogen uit te schakelen?

Niet nadenken, gewoon ontvangen.

Kom uit je hoofd.

Je verstand zit de Heilige Geest in de weg.

Door jouw kritiek kan God niet werken.

Pas op dat je de Heilige Geest niet bedroeft.

Je moet leren je geestelijke leiders te vertrouwen.

Op zichzelf gezien kunnen achter sommige van deze uitspraken heel andere bedoelingen zitten. Maar zodra zulke taal gebruikt wordt om Bijbelse toetsing te verhinderen, ontstaat er een zeer groot probleem.

Want dan wordt iets wat God gebiedt voorgesteld als iets wat God zou afkeuren.

Dat is wat in goed Nederlands ook wel een contradictio in terminis wordt genoemd

God zegt:

“…beproeft de geesten, of zij uit God zijn…” (1 Johannes 4:1, STV)

Een mens zegt:

“Je moet niet zo kritisch zijn.”

Dan is de vraag uiteindelijk niet zo ingewikkeld:

Naar wie luisteren we?

 

Een bediening die zenuwachtig wordt van toetsing roept vragen op

Dat betekent niet dat iedere hotemetoot die een keer geïrriteerd reageert meteen een valse leraar is.

Maar wanneer een bediening structureel impliciet of expliciet Bijbelse toetsing ontmoedigt, verdient dat zeker aandacht.

Wanneer kritische vragen als rebellie worden beschouwd.

Wanneer een leider niet inhoudelijk hoeft te antwoorden omdat hij zogenaamd bijzonder gezalfd is.

Wanneer profetieën niet achteraf gecontroleerd mogen worden.

Wanneer aantoonbaar niet uitgekomen voorspellingen worden weggemasseerd.

Wanneer persoonlijke openbaringen feitelijk zwaarder wegen dan de Schrift.

Wanneer loyaliteit aan een leider belangrijker wordt dan trouw aan Gods Woord.

Wanneer degene die vragen stelt zelf het probleem wordt.

Dan moeten alle alarmbellen gaan knipperen.

Paulus waarschuwde de oudsten van Efeze:

“Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen. En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich.” (Handelingen 20:29-30, STV)

Let vooral op die woorden:

“uit uzelven.”

Niet ieder geestelijk gevaar komt van buiten de Gemeente.

Soms komt het van binnenuit.

En soms staat het ook op het podium.

Geestelijke onderscheiding beschermt de Gemeente

Daarom moeten we ophouden Bijbelse toetsing tegenover liefde te plaatsen.

Alsof liefde betekent dat we alles dan maar zouden moeten verwelkomen.

Paulus schrijft over de liefde:

“…zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid.” (1 Korinthe 13:6, STV)

Liefde zonder waarheid verwordt tot sentimentaliteit.

Waarheid zonder liefde kan hard en liefdeloos worden.

Maar liefde en waarheid horen Bijbels bij elkaar.

Wie de Gemeente liefheeft, wil haar niet overleveren aan iedere wind van leer.

Wie broeders en zusters liefheeft, wil niet dat zij afhankelijk worden gemaakt van charismatische persoonlijkheden die zich aan toetsing onttrekken.

En wie de Here liefheeft, wil al helemaal niet dat menselijke gedachten worden verkocht onder het etiket:

“God heeft gesproken.”

Bijbels toetsen is daarom niet persé een aanval.

Het kan juist bescherming zijn.

 

Gods Woord is de maatstaf voor iedere geestelijke claim

Persoonlijk charisma is geen toetssteen.

Een volle zaal is geen toetssteen.

Een grote bediening is geen toetssteen.

Duizenden volgers zijn geen toetssteen.

Emotie is geen toetssteen.

Kippenvel is geen toetssteen.

Een indrukwekkend getuigenis is geen toetssteen.

Een genezingsclaim is geen toetssteen.

Een titel als apostel of profeet is geen toetssteen.

Een vermeende zalving is geen toetssteen.

En

“God zei tegen mij”

is geen bewijs dat God werkelijk gesproken heeft.

De Bereërs:

“…onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” (Handelingen 17:11, STV)

Dat is geen koude, verstandelijke vorm van christendom.

Dat is eerbied voor Gods Woord.

Want uiteindelijk gaat het niet om de vraag hoeveel indruk iets op ons maakt.

De vraag is:

Is het waar?

 

Beproeft alle dingen en behoudt het goede

Misschien moeten we daarom één tekst gewoon heel groot boven het podium of de kansel hangen:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

Niet:

Beproeft alleen wat van buiten onze groep komt.

Niet:

Beproeft iedereen behalve onze favoriete prediker.

Niet:

Beproeft de leer, maar stel geen vragen over onze bijzondere geestelijke ervaringen.

Niet:

Beproeft alles behalve degene die zegt dat God rechtstreeks door hem spreekt.

Niks daarvan.

Er staat:

“alle dingen.”

Bijbels toetsen is dus geen gebrek aan geloof.

Het is juist een uiting van geloof.

We toetsen omdat waarheid ertoe doet. Omdat Gods Naam te heilig is om hem zomaar op iedere menselijke ingeving, indruk, profetie of ervaring te plakken. Omdat de Gemeente te kostbaar is om iedere wind van leer binnen te laten. En omdat God Zelf ons gewaarschuwd heeft dat niet alles wat geestelijk klinkt ook uit Hem afkomstig is.

Daarom blijft de opdracht staan:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

 

Wanneer iemand zegt:

“Dit komt van God.”

hoeft het Bijbelse antwoord niet automatisch

“Amen”

te zijn.

Het mag ook zijn:

“Goed. Dan gaan we het toetsen aan Gods Woord.”

En wanneer iemand daar als door een wesp gestoken op reageert?

Dan is dat geen reden om minder te toetsen.

Dan is het misschien wel reden om nog even wat beter te kijken.

 

Zie ook:

“Krachtige zalving”: is dat eigenlijk wel Bijbels? – Bijbelse basis

Wat zegt de Bijbel over “de zalving”? – Bijbelse basis

Wanneer ‘zalving’ gezag wordt – Bijbelse basis

Autoriteit, integriteit en de macht van geladen taal – Bijbelse basis

“Raak de gezalfde des Heeren niet aan”? – Bijbelse basis

Profeten zonder toetsing – Bijbelse basis

De Koran en het Evangelie, claims en feiten

Claims versus feiten

YouTube player

 In deze video onderzoek ik een fundamentele vraag: wat zegt de Koran zelf over de Thora, het Evangelie en de kruisiging van Jezus Christus, en hoe verhouden die claims zich tot de historische feiten?

De Koran ontkent in Soera 4:157 dat Jezus werd gekruisigd. Tegelijkertijd zegt de Koran dat Allah de Thora en het Evangelie heeft gegeven, dat daarin ‘leiding en licht’ zijn en dat de Koran de eerdere openbaring bevestigt. In Soera 5:47 worden de mensen van het Evangelie zelfs opgeroepen te oordelen naar hetgeen Allah daarin heeft geopenbaard. En in Soera 10:94 wordt Mohammed, in het geval hij zou twijfelen, verwezen naar degenen die de Schrift vóór hem lazen.

Dat roept belangrijke vragen op. Als het Evangelie vóór Mohammed al vervalst was, waarom verwijst de Koran er dan naar als gezaghebbende openbaring? Naar welk Evangelie moesten de christenen in de zevende eeuw volgens Soera 5:47 oordelen? En als Jezus niet werd gekruisigd, hoe verklaren we dan dat Zijn kruisiging, dood en opstanding al vanaf de vroegste christelijke verkondiging centraal stonden, eeuwen vóór het ontstaan van de islam? In deze video leg ik de claims naast elkaar en laat de teksten zelf spreken.

Besproken Koranteksten: Soera 3:3 Soera 4:157 Soera 5:44-48 Soera 6:115 Soera 10:94 Soera 18:27

Besproken Bijbelteksten: Mattheüs 28:6 Johannes 19:30 1 Korinthe 1:23 1 Korinthe 15:3-4

Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde (1 Korinthe 1:23, STV)

DISCLAIMER:Deze video is allerminst bedoeld om moslims te bespotten of aan te vallen. Integendeel: omdat waarheid ertoe doet, moeten religieuze claims onderzocht mogen worden. Lees de Koran. Lees het Evangelie. Onderzoek de historische gegevens. En stel vervolgens jezelf de vraag: welke boodschap over Jezus vinden we daadwerkelijk in de bronnen die eeuwen vóór Mohammed bestonden?

Stop niet met Bijbellezen

Stop met gelovigen klein houden

Ik werd door mijn vrouw gewezen op een ‘herderlijk schrijven’ van een aangewaaide pater/kluizenaar.

Ik viel tijdens het lezen van de ene verbijstering in de andere.

Vandaar dit blog.

Er waait vandaag een religieus-gure wind door kerkelijk Nederland. Niet nieuw, wel erg herkenbaar.

De gewone gelovige zou maar beter niet al te vrijmoedig de Bijbel lezen is de gedachte. Dat geeft maar verwarring. Dat leidt maar tot rare conclusies. Dat levert fundamentalisten, paniek, YouTube-theologie en ‘religieuze ontsporing’ op.

Kort gezegd: de Bijbel is prachtig, maar gevaarlijk in handen van ‘gewone mensen’.

Dat klinkt misschien als goedbedoelde pastorale voorzichtigheid. Alsof men kwetsbare zielen wil beschermen tegen wilde interpretaties en geestelijke ongelukken. Maar onder die vrome zorg ligt een veel groter probleem: wantrouwen tegenover het Woord van God én tegenover het werk van de Heilige Geest in gewone gelovigen.

Want de Bijbel zelf spreekt andere taal

De Schrift wordt niet voorgesteld als een wild beest dat getemd moet worden, danwel opgesloten moet blijven totdat het bevoegd personeel arriveert. Zij wordt voorgesteld als licht, waarheid, voedsel, zwaard, troost, vermaning en openbaring van Christus.

“Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.” Psalm 119:105 (STV)

Een lamp stop je niet weg onder een hooimaat omdat iemand verkeerd zou kunnen kijken.

Een lamp steek je aan en zet je neer omdat mensen anders verdwalen en struikelen.

De Bijbel is voor iedereen
De Bijbel is voor iedereen

 

De Bijbel is géén verboden terrein voor gewone gelovigen

De Here Jezus zei niet:

“laat de Schrift onderzoeken en uitleggen door een kerkelijke bovenlaag.”

Hij zei:

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)

Dat woord is zo duidelijk.

Onderzoekt de Schriften.

Niet: verstop het.

Niet: blijf er af.

Niet: wacht tot iemand met een ambtelijke bevoegdheid  u vertelt wat u veilig kan en mag lezen.

Niet: laat de Schrift vooral liturgisch langs u heen komen, maar waag u er thuis niet aan.

Christus Zelf wijst naar de Schriften als het getuigenis van Hem. Wie mensen bij de Schrift vandaan houdt, houdt hen niet weg van gevaar, maar weg van (het getuigenis van) Christus.

Natuurlijk vraagt Bijbellezen om eerbied. moet je teksten niet uit hun verband slopen

Natuurlijk is context belangrijk. Natuurlijk kan iemand ontsporen met een open Bijbel en een gesloten hart.

Maar dat is dus géén argument tegen Bijbellezen.

Dat is een argument tegen slecht en selectief Bijbellezen.

 

Het probleem is niet de open Bijbel, maar het gesloten hart

Er wordt vaak gedaan alsof verwarring ontstaat doordat mensen de Bijbel lezen. Maar de Schrift zelf legt het probleem dieper. De natuurlijke mens buigt niet voor Gods Woord. Hij wil heersen over de tekst, schrappen in de tekst, vluchten voor de tekst of de tekst onderwerpen aan kerkelijke, culturele of persoonlijke voorkeuren.

Dat gevaar bestaat overal.

Bij protestanten.

Bij katholieken.

Bij evangelischen.

Bij academici.

Bij YouTubers

Bij priesters.

Bij voorgangers.

Bij dominees.

Bij mij.

Bij u.

Het probleem is niet dat de Bijbel op tafel ligt. Het probleem is dat de mens van nature niet wil buigen voor wat God zegt.

Dáárom hebben we onderwijs nodig. Bijbelstudie. Prediking. Herderlijke leiding. Schriftvergelijking. Nederigheid. Gebed. Maar dat is iets totaal anders dan zeggen dat de gemiddelde gelovige ‘maar beter niet zelf de Bijbel kan gaan lezen’.

Een herder die de schapen liefheeft, jaagt ze niet weg van het gras omdat ze misschien verkeerd kauwen. Hij leert ze wat en waar goed voedsel is.

 

De Bereeërs deden precies wat men hier verdacht maakt

In Handelingen 17 komen we mensen tegen die apostolische prediking hoorden. Niet zomaar een praatje. Paulus predikte. Een apostel van Jezus Christus.

En wat deden de Bereeërs?

Zij namen zijn woorden niet kritiekloos aan omdat er “bevoegd personeel” sprak. Zij toetsten zijn boodschap aan de Schrift.

“En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” Handelingen 17:11 (STV)

Dat is vernietigend voor elke vorm van geestelijke betutteling.

De Bereeërs worden niet berispt omdat zij zelf gingen onderzoeken. Zij worden edeler genoemd. Niet omdat zij alles wantrouwden. Niet omdat zij eigenwijze hobbytheologen waren. Maar omdat zij het gepredikte woord ontvingen én toetsten aan de Schrift.

Dát is gezond Bijbels christendom.

Niet: de leek zwijgt en de geestelijke klasse beslist.

Maar: de gemeente hoort, ontvangt, onderzoekt en toetst.

Paulus zegt niet: lees minder Bijbel

Paulus schrijft aan Timotheüs:

“En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.” 2 Timotheüs 3:15 (STV)

Let op wat hier staat. De heilige Schriften kunnen wijs maken tot zaligheid. Niet omdat ieder mens automatisch alles begrijpt. Niet omdat onderwijs overbodig is. Maar omdat God door Zijn Woord werkt.

Paulus gaat verder:

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.” 2 Timotheüs 3:16-17 (STV)

De Schrift is nuttig tot lering. Tot wederlegging. Tot verbetering. Tot onderwijzing. Tot toerusting.

Dat klinkt niet als een gevaarlijk pakket dat alleen door geestelijke beambten mag worden geopend. Dat klinkt als Gods eigen middel om Zijn volk te vormen.

Wie gewone gelovigen bij de Schrift vandaan houdt, berooft hen van het middel dat God Zelf gegeven heeft om hen te voeden, onderwijzen, te corrigeren en toe te rusten.

De vergelijking met oude oosterse teksten is een rookgordijn

Sommigen vergelijken Bijbellezen met het lezen van Assyrische of Babylonische teksten. Niemand gaat zomaar de Enuma Elish of het Gilgamesh-epos lezen en denkt dan zonder assyriologen, filologen en tekstkritiek alles te begrijpen.

Dus, zo redeneert men dan gemakshalve, zou de gewone gelovige ook niet zomaar de Bijbel moeten lezen.

Dat klinkt geleerd. Maar het argument deugt voor geen meter.

De Bijbel is geen dood museumstuk. De Schrift is geen religieuze kleitablet uit een verdwenen wereld die alleen door specialisten veilig gehanteerd kan worden.

De Bijbel is het Woord van de levende God, gegeven aan iedereen die het horen wil.

Ja, de Bijbel heeft historische diepte. Ja, er zijn moeilijke gedeelten. Ja, kennis van taal, cultuur en context helpt. Maar de apostolische brieven bijvoorbeeld, werden geschreven aan gemeenten. Aan echte mensen. Aan slaven en vrijen. Aan mannen en vrouwen. Aan jongeren en ouderen. Aan gewone gelovigen die moesten horen, lezen, bewaren, gehoorzamen en toetsen.

Paulus schrijft:

“En wanneer deze zendbrief van u zal gelezen zijn, maakt, dat hij ook in de gemeente der Laodicensen gelezen worde, en dat ook gij dien leest, die uit Laodicea geschreven is.” Kolossenzen 4:16 (STV)

De Schrift moest circuleren. De gemeente moest horen. Lezen. Ontvangen. Bewaren.

Er staat niet: laat dit document uitsluitend behandelen door gewijde deskundigen, want de gemiddelde gelovige kan hier geestelijke schade van oplopen.

Slecht Bijbellezen bestrijd je niet met géén Bijbellezen

Er is terechte zorg. Dat kan je zo zeggen.

Er bestaat inderdaad een hoop geestelijke rotzooi. Er zijn mensen die van de Bijbel een grabbelton maken. Er zijn complotpredikers, eindtijdhandelaren, sektarische uitleggers, sensatiekanalen en religieuze knutselaars die met losse teksten complete luchtkastelen bouwen.

Maar de oplossing voor een McBible is geen gesloten Bijbel.

De oplossing is niet dat gelovigen hun Bijbel dichtleggen en dan maar kaarsen branden, litanieën bidden of zich verliezen in devotie tot Maria, heiligen en engelen.

De oplossing is beter Bijbellezen.

Lees de tekst in verband.

Lees Christus centraal.

Lees Schrift met Schrift.

Lees nederig.

Lees biddend.

Lees met gezonde prediking.

Lees met de gemeente.

Toets leraren aan het Woord.

Wees traag met grote conclusies.

Laat moeilijke teksten niet los rondzwerven, maar breng ze onder het gezag van het geheel van de Schrift.

Dat is heel iets anders dan gewone gelovigen ontmoedigen om de Bijbel te lezen.

 

Liturgie is geen vervanging van het Woord in het hart

Er wordt gezegd dat de Schrift voor de gemiddelde gelovige in de liturgie al voldoende tot spreken wordt gebracht. Maar dat is een gotspe.  De Schrift moet niet maar plechtig worden voorgelezen. Zij moet wonen in het hart, klinken in het huis, werken in het geweten en richting geven aan het denken.

Paulus schrijft:

“Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.” Kolossenzen 3:16 (STV)

Niet: het woord van Christus worde af en toe liturgisch over u uitgesproken.

Niet: het woord van Christus blijve veilig beheerd door een kerkelijk systeem.

Maar: het Woord van Christus wone rijkelijk in u.

Dat is persoonlijk. Gemeentelijk. Levend. Vormend. Corrigerend.

Een gelovige die alleen in de liturgie de Schrift hoort, maar niet leert om zelf in het Woord te leven, blijft geestelijk afhankelijk. Hij krijgt voedsel aangereikt, maar leert niet eten.

 

De aanval op de Reformatie verraadt de onderliggende kwestie

Wanneer de Reformatie wordt weggezet als het gevolg van een augustijn die Paulus niet goed begrepen had, gaat het niet meer alleen over leesvaardigheid. Dan gaat het over gezag.

Wie heeft het laatste woord?

De Schrift?

Of de kerkelijke traditie?

De Reformatie was verre van volmaakt. Reformatoren waren mensen. Ze maakten fouten. Ze spraken soms te hard, te kort door de bocht of historisch belast.

Maar de vraag is hier: mag de kerk worden getoetst aan het Woord van God, of moet het Woord van God worden gelezen door de bril van de kerk?

Paulus zegt:

“Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.” Romeinen 3:28 (STV)

En:

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” Romeinen 4:5 (STV)

Dat zijn geen protestantse vingertjes in katholieke pap. Dat is Bijbelse leer.

De clou zit hier: zodra gewone gelovigen de Schrift lezen, kunnen zij vragen gaan stellen.

Waar staat dit? Waar leert Christus dit? Waar leren de apostelen dit? Waar wordt Maria als middelares aangesteld? Waar wordt het aanroepen van heiligen geboden? Waar wordt volksdevotie boven Schriftlezing geplaatst?

Dat zijn ongewenste vragen voor een (aanzienlijk) deel van de ‘verheven geestelijken. Maar ongewenste vragen zijn nog niet hetzelfde als imbeciele gevolgtrekkingen.

Soms zijn ongewenste vragen precies die vragen die nodig zijn.

 

Maria, heiligenverering en engelensprookjes zijn geen beter alternatief

Het meest onthullende is dat de Bijbel als gevaarlijk wordt voorgesteld, terwijl volksdevotie, bedevaarten, litanieën, kaarsen en persoonlijke relaties met Maria, heiligen en engelen als ‘geestelijk veilig’ alternatief worden aangereikt.

Daar gaat het echt he-le-maal mis.

De Schrift zou paniek kunnen veroorzaken, maar devotionele praktijken zonder enige Bijbelse opdracht zouden het geloof versterken? De Bijbel zou te ingewikkeld zijn, maar een persoonlijke relatie met Maria en engelen zou geestelijk gezond zijn?

Paulus schrijft:

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.” 1 Timotheüs 2:5 (STV)

Eén Middelaar.

Niet Christus plus Maria.

Niet Christus plus heiligen.

Niet Christus plus engelen.

Niet Christus plus een devotioneel netwerk van hemelse tussenpersonen.

Eén Middelaar: Jezus Christus.

Wie gewone gelovigen wegleidt van de Schrift naar devotionele tussenfiguren, beschermt hun geloof niet. Hij verplaatst hun vertrouwen.

En juist dát is gevaarlijk.

 

De Schrift is niet tegen onderwijs, maar tegen geestelijke gijzeling

Laat niemand doen alsof een pleidooi voor Bijbellezen een pleidooi is voor individualistische willekeur. De Bijbel is niet gegeven om ieder zijn eigen privéreligie te laten bouwen. Christus heeft leraren gegeven. De gemeente is nodig. Prediking is nodig. Herderlijke leiding is nodig.

Maar onderwijs is iets anders dan controle.

Een leraar opent de Schrift.

Een controleur schermt haar af.

Een herder brengt de schapen naar voedsel.

Een clericaal religieus systeem houdt voedsel achter en noemt dat ‘bescherming’.

Een gezonde voorganger zegt: kom, we lezen samen, en toets vooral ook mij aan het Woord.

Een ongezonde voorganger zegt: pas op, dit is te gevaarlijk voor u zónder mij.

Dat cruciale verschil raakt het hart van geestelijk gezag.

De Heilige Geest werkt door het Woord

Het is opvallend hoe vaak men bij dit onderwerp spreekt over ‘gevaar, verwarring en misverstand’, maar nauwelijks of niet  over de Heilige Geest. Alsof gewone gelovigen alléén staan tegenover een oude tekst, zonder Herder, zonder Geest, zonder Christus.

Maar de Geest van God heeft de Schrift gegeven en gebruikt de Schrift om Christus te verheerlijken.

“Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17 (STV)

De Geest leidt niet weg van het Woord naar vrome mist. Hij brengt ons juist onder het gezag van het Woord. Niet om ons tot kille letterknechten te maken, maar om ons Christus te leren kennen zoals Hij Zich geopenbaard heeft.

Een geloof dat bang is voor een open Bijbel, is geen sterk geloof. Het is een geloof dat alleen veilig lijkt zolang niemand controleert waarop het eigenlijk gebouwd is.

 

Niet minder Bijbel, maar betere Bijbelkennis

De kerk van vandaag heeft niet te veel Bijbel. Zij heeft te weinig Bijbel.

Te veel losse kreten.

Te veel oppervlakkige filmpjes.

Te veel tekstmisbruik.

Te veel eigengereidheid.

Te veel mensen die  denken dat zij de kerkgeschiedenis wel even kunnen corrigeren.

Dat probleem los je niet op door de Bijbel terug te leggen op de lessenaar, of op de kast op slot te zetten en het volk naar huis te sturen met kaarsen, devotieprentjes en heiligenverhalen.

Dat probleem los je op door Bijbelkennis.

Door geduldig onderwijs.

Door prediking van de Opgestane Heer.

Door uitleg, in context.

Door scherpe onderscheiding.

Door gelovigen te leren dat de Bijbel geen kapstok is, maar Gods Woord.

Door mensen te leren lezen. Niet minder. Beter.

 

De echte vraag is: wie en wat vertrouw je?

Achter deze hele discussie zit een heel eenvoudige vraag.

Vertrouwen we erop dat God door Zijn Woord spreekt?

Vertrouwen we erop dat de Heilige Geest gewone gelovigen kan en wil onderwijzen door dat Woord?

Vertrouwen we erop dat Christus Zijn schapen kent en leidt?

Of vertrouwen we uiteindelijk meer op kerkelijke bemiddeling, gewijde deskundigheid, traditie en devotionele omheining?

De Bijbel zelf geeft het antwoord.

“En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.” Deuteronomium 6:6-7 (STV)

Gods Woord hoort niet opgesloten te blijven in een religieus gebouw. Het hoort in het huis. Op de weg. In het gesprek. In je gezin. In je hart.

Dat principe verdwijnt niet in het Nieuwe Testament. Het verdiept zich.

Ik vat samen

We moeten niet ‘rap ophouden iedereen aan te moedigen de Bijbel te lezen.’

We moeten rap ophouden gewone gelovigen klein te houden.

We moeten ophouden doen alsof de Schrift vooral gevaarlijk is wanneer zij in handen komt van mensen zonder kerkelijke bevoegdheid. We moeten ophouden alsof liturgie, traditie en volksdevotie veilig zijn, terwijl het Woord van God verdacht wordt gemaakt als bron van paniek.

De Bijbel kan verkeerd gelezen worden. Zeker.

Maar een gesloten Bijbel is nog gevaarlijker.

Want waar de Schrift dicht blijft, krijgt religieuze macht vrij spel. Daar worden tradities onaantastbaar. Daar worden menselijke instellingen beschermd tegen toetsing. Daar worden gelovigen afhankelijk gehouden van mensen die zeggen dat zij de sleutel hebben. En waar dat zoal toe leidt bewijst de geschiedenis wel.

Christus heeft Zijn volk niet verwezen naar kaarsen, litanieën en een persoonlijke relatie met heiligen. Hij wees naar de Schriften.

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)

Daarom: ópen die Bijbel.

Lees eerbiedig.

Lees biddend.

Lees met onderscheid.

Lees in verband.

Lees Christus gericht.

Maar léés.

Want niet de open Bijbel bedreigt het geloof.

Een kerk die bang is voor een open Bijbel, dát is de bedreiging.

 

Geverifieerd door MonsterInsights