Israël onze “oudste broer”…..dat is de vraag

Hoezo ‘broer’?

Er wordt vandaag in sommige kringen met een toon gesproken die niet warm is, maar dwingend.
Wie zich niet onvoorwaardelijk schaart achter “Israël”, wordt argwanend bekeken.
Wie onderscheid maakt tussen volk, verbond en staat, zou “afstand nemen van Gods plan”.

Dat is een gevaarlijke ontwikkeling.

Want zodra emotie de uitleg vervangt, zitten we op eeen hellend vlak.

Eerst helder krijgen: wat is Israël Bijbels gezien

Israël in de Bijbel is geen idee. Geen symbool. Geen slogan.

“En Hij zeide: Uw naam zal voortaan niet Jakob genoemd worden, maar Israël…” (Genesis 32:28 STV)

Israël is het fysieke nageslacht van Jakob.

“Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren…” (Deuteronomium 7:6 STV)

Israël is het verbondsvolk onder de Sinaïtische wet.

“Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden…” (Romeinen 9:4 STV)

 

Israël is drager van concrete beloften, inclusief een landbelofte.

Dat staat vast.

Maar nergens leert de Schrift dat de Gemeente onder Israël als geestelijk gezag staat. Of dat er familiaire banden en verantwoordelijkheden zouden bestaan.
Nergens leert deze dat een politieke staat automatisch heilig is.

De alarmistische toon van nu

In sommige kringen hoor je:

  • “Als je niet onvoorwaardelijk achter Israël staat, sta je tegen God.”
  • “Wie kritiek heeft op de staat Israël, raakt aan Gods oogappel.”
  • “De Gemeente is de jongere broer en moet leren luisteren naar Israël.”

Dit klinkt misschien vroom.
Maar het verplaatst ongemerkt van Bijbels geloof naar religieuze druk.

Romeinen 11 waarschuwt voor hoogmoed tegen het Bijbelse volk Israël:

“Zo roem niet tegen de takken…” (Romeinen 11:18 STV)

Maar dat vers creëert geen geestelijke hiërarchie, geen heilsvolgorde, en zegt uitdrukkelijk niets over een seculiere Jodenstaat in het laatste der dagen.

Het roept op tot nederigheid, niet tot onderwerping aan een ide-fixe.

Sterker nog

In Handelingen 15 staat hoe het Joodse volk geacht wordt behouden te worden en dat is niet vanwege hun afstamming. Petrus zegt daar over het behoud van de Joden met zoals de heidenen en niet andersom:

“En God, de Kenner der harten, heeft hun getuigenis gegeven, hun gevende den Heiligen Geest, gelijk als ook ons;  En heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, gereinigd hebbende hun harten door het geloof. ….. Maar wij geloven, door de genade van den Heere Jezus Christus, zalig te worden, op zulke wijze als ook zij.”(Handelingen 15:8,9 en 11 STV)

Hier will ik in een volgend blog verder op inzoomen.

De huidige staat is niet het verbondsvolk

De moderne staat Israël is een politieke natie.
Met overwegend ongelovige inwoners .
Met seculiere wetten.
Met regeringscoalities.
Met feilbare leiders.

De Bijbelse term “Israël” is een verbondsmatige categorie.

Wie deze twee één-op-één gelijkstelt, sacraliseert politiek.

En dat is leerstellig de plank misslaan.

God heeft Zijn volk niet verstoten:

“God heeft Zijn volk niet verstoten, hetwelk Hij tevoren gekend heeft.” (Romeinen 11:2 STV)

Maar dat vers legitimeert geen enkele regeringsbeslissing.

Of zelfs een terugverzameling in ongeloof, op eigen initatief

Het andere uiterste is net zo fout

Vervangingstheologie zegt: Israël is voorbij.

Dat is onbijbels

“En alzo zal geheel Israël zalig worden…” (Romeinen 11:26 STV)

Israël heeft toekomst.

Maar toekomst betekent niet dat de Gemeente een daaraan ondergeschikte positieheeft of krijgt.

In Christus is er geen etnische rangorde:

“Daarin is noch Jood noch Griek… want gij allen zijt een in Christus Jezus.” (Galaten 3:28 STV)

De Gemeente is geen “jongere broer” onder Israël.
Zij is het lichaam van Christus.

En Christus is het Hoofd.

Niet Jeruzalem.
Niet een parlement.
Niet een vlag.

Waar het echt gierend misgaat

De huidige toon in sommige kringen is niet alleen positief over Israël, maar afdwingend.

Wie niet meegaat, wordt gezien als geestelijk tekortschietend.
Wie nuanceert, zou de profetieën verzwakken.
Wie onderscheid maakt, wordt verdacht.

Dat is geen gezonde Schriftuitleg.

Dat is groepsdruk met Bijbelse termen.

En dat is precies wat Paulus níet doet in Romeinen 9–11.
Hij huilt over Israël.
Hij analyseert.
Hij onderscheidt.
Maar hij dwingt geen politieke loyaliteit af.

Wat is dan het Bijbelse evenwicht?

Erken Israëls unieke roeping.
Ontken haar toekomst niet.
Roem niet tegen de takken.

Maar maak ook geen theocratie van een moderne seculiere staat.
Maak geen broederschap tot politieke slogan.
Maak geen profetie tot partijlijn.

De Schrift bewaart onderscheid.

“Want de Genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.” (Romeinen 11:29 STV)

God is trouw aan Zijn beloften. Geen twijfel mogelijk.
Maar Hij vraagt geen blinde ideologische trouw van ons.

Israël is niet onze “oudste broer” in de zin van geestelijk gezag.
De Gemeente is geen ondergeschikte familieafdeling.
De staat Israël is geen heilige entiteit, boven alle kritiek verheven.

Het Bijbelse Israël is Gods verbondsvolk met een blijvende plaats in Zijn heilsplan.
De Gemeente is het lichaam van Christus met een hemelse roeping.

En Christus alleen is ons Hoofd.

Wanneer dát verdwijnt achter vlaggen, slogans of dwingende retoriek,
is het tijd om terug te keren naar de Schrift,
en niet naar de emotie.

zie ook:

Tien misverstanden over Israël

https://archive.vn/fdQBk

Israël in de Bijbel is niet hetzelfde als de moderne Joodse staat

Christenen voor Israël? Pas op met DIT…

De mythe rond Israël: wat het dominante narratief weglaat

De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme

De grote verdrukking, voor wie bestemd

Waarom we spreken van de Here Jezus Christus, en niet simpelweg van “Jezus”

Waarom we spreken van de Here Jezus Christus, en niet simpelweg van “Jezus”

In gesprekken hoor je het: “Jezus dit” en “Jezus dat.”
Soms oprecht bedoeld. Soms bijna terloops. Soms zelfs achteloos.

Het komt zelfs ook voor dat Hij benaderd wordt als een  soort butler die geacht wordt in actie te komen op commando.

Maar waarom spreken gelovigen traditioneel van de Here Jezus Christus?
Is dat ouderwets taalgebruik? Vrome gewoonte? Of zit er iets diepers achter?

De Schrift zelf geeft het antwoord.

De naam Jezus — Zijn vernedering

De naam Jezus is de naam van Zijn menswording.

“En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Mattheüs 1:21 STV)

Dat is de naam die Hij ontving bij Zijn geboorte.
De naam van de Mens geworden Zoon.
De naam verbonden aan Bethlehem, Nazareth, Galilea en Golgotha.

In de Evangeliën lezen we hoe mensen “Jezus volgden”. Zij liepen letterlijk achter Hem aan. Zij zagen Hem, hoorden Hem, raakten Hem aan.

Maar de Schrift blijft daar niet bij staan.

Christus — Zijn goddelijke aanstelling

“Christus” betekent: de Gezalfde.
Het is de Griekse vertaling van “Messias”.

“Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.” (Mattheüs 16:16 STV)

Christus is dus géén achternaam. Het is een titel.
Het spreekt van Zijn ambt. Zijn goddelijke roeping. Zijn zalving door de Vader.

Als Christus is Hij:

– Profeet
– Priester
– Koning

Wanneer wij Hem “Christus” noemen, belijden wij dat Hij de door God gezonden Verlosser is.

Dat is méér dan alleen de historische Jezus.

Here — Zijn verhoging

Na kruis en opstanding is Hij niet slechts Jezus van Nazareth.

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.” (Handelingen 2:36 STV)

Hier klinkt iets beslissends.

God heeft Hem tot Heere gemaakt.

Heere betekent: Soevereine, Meester, Eigenaar.
Het Griekse Kurios werd gebruikt voor absolute heerschappij.

Daarom schrijft Paulus:

“Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is.” (Filippenzen 2:9 STV)

En verder:

“Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.” (Filippenzen 2:10 STV)

Wij spreken dus niet meer slechts over de vernederde Jezus.
Wij spreken over de verhoogde Heere.

Waarom dat verschil, zeker vandaag, relevant is

In onze tijd is “Jezus” soms gereduceerd tot een vriendelijke spirituele figuur.
Een inspirerend voorbeeld.
Een zachte rabbi.
Een moreel kompas.

Maar de Bijbel presenteert Hem als veel meer.

Wanneer de apostelen hun brieven openen, schrijven zij niet achteloos.

“Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.” (Romeinen 1:7 STV)

Dat is geen stijlvorm. Dat is belijdenis.

Elke keer dat zij die volle naam gebruiken, erkennen zij:

– Zijn menswording
– Zijn Messiaanse zending
– Zijn koninklijke heerschappij

Het gaat niet om vrome formaliteit

Dit is geen taalpolitie.
Het is geen wettische regel.

Het gaat om erkenning.

Wie Hij is, bepaalt hoe wij Hem noemen.

Wanneer wij spreken van de Here Jezus Christus, doen wij precies wat de Schrift doet: wij belijden Hem in de volheid van Zijn Persoon en werk.

Niet kleiner dan Hij is.
Niet oppervlakkiger dan de apostelen deden.
Niet vertrouwelijker dan gepast is.

Eerbied begint in taal

Taal vormt denken.
Denken vormt geloofsbeleving.

Wie achteloos spreekt, denkt vaak ook achteloos.
Wie belijdend spreekt, houdt zijn hart bij de waarheid.

Hij is Jezus — de Mens geworden Zoon.
Hij is Christus — de Gezalfde van God.
Hij is de Here — verhoogd boven alle naam.

En daarom spreken wij niet simpelweg over “Jezus”.

Daarom: Here Jezus Christus.

lees ook:

Jezus volgen of Christus volgen; geen woordspel, maar een fundament

De Naam die men liever niet noemt

Jezus volgen of Christus volgen; geen woordspel, maar een fundament

Jezus volgen of Christus volgen; geen woordspel, maar een fundament

“Ik wil Jezus volgen.”
“Wij volgen Christus.”

Deze woorden klinken vertrouwd. Ze worden gezongen, gebeden en gepreekt. Maar wat bedoelen we er werkelijk mee? Is het slechts een andere formulering voor hetzelfde? Of zit er een Bijbels onderscheid in dat je niet mag negeren?

Het gaat dus niet om semantiek. om gegoochel met woorden of muggenzifterij achter de komma.

Het gaat om het hart van het Evangelie.

Jezus, de vernederde Knecht

De naam Jezus is de naam van Zijn menswording.

“En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Mattheüs 1:21 STV)

Dat is de naam van Bethlehem. Van Nazareth. Van Galilea. Van Gethsémané.

En van Golgotha.

Wanneer mensen in de Evangeliën Jezus volgden, was dat letterlijk. Zij liepen achter Hem aan. Zij hoorden Zijn onderwijs. Zij zagen Zijn tekenen.

“En Hij zeide tot hen: Volgt Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken.” (Mattheüs 4:19 STV)

Maar ook toen al was volgen geen vrijblijvende sympathie.

“Toen zei Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis op, en volge Mij.” (Mattheüs 16:24 STV)

Dat is geen religieuze betrokkenheid. Dat is zelfverloochening. Kruisdragen. Sterven aan het eigen ‘ik’

Wie Jezus volgt, verliest zijn oude centrum.

Christus – de Gezalfde, de verhoogde Heer

‘Christus’ is geen achternaam. Het betekent: de Gezalfde. De Messias.  De verheerlijkte. Degene die beloofd was.

“Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” (Mattheüs 16:16 STV)

Hier wordt duidelijk wie Jezus werkelijk is: niet slechts een leraar of rabbi, maar de door God gezalfde Verlosser.

Na kruis, opstanding en hemelvaart verschuift het accent in het Nieuwe Testament. De brieven spreken vooral over Christus, de verheerlijkte Heer.

“Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, en heeft Hem gezet tot Zijn rechterhand in den hemel,
Ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij, en allen naam die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende;
En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen” (Efeze 1:21-23 STV)

“Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is” (Filippenzen 2:9 STV)

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” (Kolossenzen 3:1 STV)

Wij volgen Hem niet meer over de stoffige wegen van Galilea. Wij kennen Hem als Degene Die gezeten is aan de rechterhand van God.

Dat is een fundamentele verschuiving.

Wij kennen Hem niet meer naar het vlees

Paulus formuleert dit scherp:

“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16 STV)

“Naar het vlees” betekent: vanuit het aardse, menselijke perspectief. Als Zoon van David. Als Messias onder de wet.

“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.” (Galaten 4:4 STV)

Dat was Zijn aardse bediening.

Maar nu is Hij verhoogd. En Paulus voegt er direct aan toe:

“Daarom, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17 STV)

De gelovige behoort niet meer tot de oude orde. Hij behoort tot de, en is reeds nu al, de jure, een nieuwe schepping.

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.”(Kolossenzen 3:3 STV)

‘Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is.”(1 Johannes 3:2 STV)

Wie blijft steken bij de “aardse Jezus” als moreel voorbeeld, mist de heerlijkheid van de verhoogde Christus.

Het gevaar van moralistische navolging

In onze tijd wordt “Jezus volgen” vaak ingevuld als:

– liefdevol leven
– recht doen
– goed zijn voor anderen

Dat klinkt nobel. Maar als het Evangelie gereduceerd wordt tot navolging van een moreel voorbeeld, dan is het kruis uit beeld verdwenen.

De Schrift zegt niet dat wij gered worden door Jezus na te bootsen, maar door te geloven dat Hij de Christus is.

“Opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.” (Johannes 20:31 STV)

Het fundament is geloof.

“Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.” (Galaten 2:20 STV)

Navolging begint bij éénwording met Christus in Zijn dood en opstanding. Niet bij gedragsverandering, maar bij een nieuwe positie.

Paulus als voorbeeld van hemelse gerichtheid

Daarom durft Paulus te zeggen:

“Weest mede mijn navolgers, broeders, en merkt op hen die alzo wandelen, gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt.” (Filippenzen 3:17 STV)

En hij verduidelijkt:

“Weest mijn navolgers, gelijk ook ik van Christus.” (1 Korinthe 11:1 STV)

Hij vraagt geen persoonsverheerlijking. Hij wijst op een levenswandel die gevormd is door de verheerlijkte Christus.

In diezelfde context zegt hij:

“Broeders, ik acht niet dat ik zelf het gegrepen heb. Maar één ding doe ik: vergetende hetgeen dat achter is, en strekkende mij tot hetgeen dat vóór is, jaag ik naar het wit, tot de prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus.” (Filippenzen 3:13–14 STV)

Zijn blik is niet gericht op de zienlijke aardse dingen, maar de dingen die boven zijn.

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20 STV)

Dát is het kader van Bijbelse navolging.

Jezus volgen en Christus volgen zijn geen twee verschillende wegen. Maar de nadruk is beslissend.

Zonder het belijden dat Jezus de Christus is, blijft men steken bij bewondering.

Zonder leven vanuit de verhoogde Christus, blijft men hangen in een aards perspectief.

Bijbelse navolging is:

geloven dat Jezus de Christus is
vertrouwen op Zijn volbrachte werk
leven vanuit de positie in Hem
zoeken wat boven is
wandelen overeenkomstig het evangelie

De vraag is daarom niet alleen:

Volg jij Jezus?

Maar vooral:

Geloof jij dat Jezus de Christus is  de gekruisigde, opgestane en verheerlijkte Heer?

Dáár begint het leven.
Dáár begint de navolging.

 

Geverifieerd door MonsterInsights