Laat u met God verzoenen

God wil geen afstand, maar contact

“Laat u met God verzoenen” is geen religieuze slogan, maar een dringende oproep uit de Bijbel. In 2 Korinthe 5:20 spreekt God Zelf tot de mens: kom,, ontvang Genade en leef. Wat betekent deze oproep, en waarom is die vandaag nog zo relevant?

Er zijn woorden in de Bijbel die je niet naast je neer kunt leggen. Geen religieuze taal, geen vage spiritualiteit of gezweef— maar een directe oproep die je raakt in het hart:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christus’ wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus’ wege: laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20, STV)

Dit is geen kille boodschap. Dit is God Die Zich tot mensen wendt — dringend, bewogen, en vol genade.

Vaak wordt gedacht dat de mens op zoek is naar God. Maar hier zie je het omgekeerde: God zoekt de mens.

Hij roept niet van een afstand. Hij smeekt, door het evangelie heen: kom naar Mij

Dat zegt alles over Zijn hart.

Niet hard, niet afwijzend, maar verlangend naar contact.

De realiteit die we liever vermijden

Verzoening is alleen nodig als er iets gebroken is.

De Bijbel is daar eerlijk over: de mens leeft van nature niet in gemeenschap met God. Niet omdat God Zich heeft teruggetrokken, maar omdat de mens zijn eigen weg is gegaan.

Zonde is geen klein probleem. Het is de oorzaak van scheiding.

En precies dáár begint het Evangelie.

Het wonder van het kruis

God vraagt niet eerst iets van jou — Hij heeft eerst Zelf gehandeld.

“Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” (2 Korinthe 5:21, STV)

Dát is de kern.

Christus droeg wat jij nooit kunt dragen
Hij werd wat jij bent
opdat jij zou worden wat Hij is — rechtvaardig voor God

Hier ligt geen prestatie van de mens, maar een volbracht werk van Christus. visue

Laat u met God verzoenen: een oproep van God Zelf

“Laat u met God verzoenen”

Dat betekent: laat het toe. Verzet je niet. Houd het niet op afstand.

Het Evangelie is geen theorie om te overwegen, maar een boodschap om te ontvangen.

Niet iedereen wíl dat. Sommigen houden vast aan hun eigen gelijk, hun eigen leven, hun eigen visie of spiritualiteit.

Maar wie eerlijk wordt, merkt: ik heb deze verzoening nodig.

Geen dwang, wel ernst

God dwingt niemand. Maar Hij spreekt wel met ernst.

Niet om te veroordelen, maar om te redden.

Dezelfde God Die rechtvaardig is, is óók rijk in Genade. Dat biedt Hij jou /u aan.

En juist daarom klinkt deze oproep zo indringend.

Persoonlijk aan jou gericht

Misschien heb je dit al vaak gehoord. Misschien is het nieuw voor je.

Maar één ding is zeker: deze woorden zijn niet algemeen bedoeld. Ze zijn persoonlijk.

God spreekt.

En de vraag is niet óf Hij roept, maar wát jij doet met die uitnodiging.

De deur staat open. De weg is gebaand. De prijs is betaald.

Niet door jou, niet door je pogingen netjes, godsdienstig of gedisciplineerd te leven, — maar door Christus.

Blijf niet op afstand staan.

“Laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20, STV)

lees ook:

Bekering – geen religieuze emotie, maar een noodzakelijke omkeer – Bijbelse basis

Bekering, geen hogere wiskunde – Bijbelse basis

Bewegen tot geloof – Bijbelse basis

Bekering: Geloof als levensveranderende persoonlijke keuze – Bijbelse basis

“Geloof” in de Bijbel betekent iets anders dan in ons taalgebruik – Bijbelse basis

 

Stierf de Here Jezus Christus voor alle mensen?

Stierf de Here Jezus Christus voor alle mensen?

Algehele verzoening – afdoende en voldoende voor de hele mensheid

De vraag of de Here Jezus Christus voor alle mensen gestorven is, raakt het hart van het evangelie. Het gaat hier niet om een scholastische discussie, maar om de aard van Gods liefde, de omvang van het Verlossingswerk en de oprechtheid van de evangelieverkondiging.

Deze leer wordt vaak aangeduid als algehele verzoening. Die term vraagt om zorgvuldige uitleg. Deze betekent niet dat alle mensen automatisch behouden worden. Zij betekent wél dat het offer van Christus afdoende is voor de gehele mensheid.

Ik kijk hiernaar aan de hand van de Schrift (STV).

De duidelijke uitspraken van de Schrift

Gods liefde geldt voor de wereld

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” (Johannes 3:16 STV)

Het object van Gods liefde is “de wereld”. Niet slechts een beperkte groep., zoals ‘de uitverkorenen’. De toepassing ligt vervolgens bij “een iegelijk, die in Hem gelooft”.

De voorziening is universeel.
De toepassing is persoonlijk.

‘Allen’ volgens de Dikke van Dale uitg. 1976

Christus stierf voor allen

“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat indien Eén voor allen gestorven is, zo zijn zij allen gestorven.” (2 Korinthe 5:14 STV)

“En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.” (2 Korinthe 5:15 STV)

Paulus gebruikt zonder terughoudendheid het woord “allen”. De lezing is inclusief. Insluitend dus.

Een verzoening voor de gehele wereld

“En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.” (1 Johannes 2:2 STV)

Johannes maakt hier expliciet onderscheid tussen “onze zonden” en “de gehele wereld”. Indien “de gehele wereld” slechts de uitverkorenen zou betekenen, verliest de tegenstelling haar betekenis.

Hij smaakte de dood voor allen

“Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.” (Hebreeën 2:9 STV)

De tekst zelf geeft geen enkele aanwijzing voor een beperking.

Een rantsoen voor allen

“Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.” (1 Timotheüs 2:4 STV)

“Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd.” (1 Timotheüs 2:6 STV)

Gods heilswil en Christus’ zelfgave worden beide in universele termen beschreven.

Wat algehele verzoening betekent

Algehele verzoening houdt in:

het offer is voldoende voor alle mensen

het offer is niet beperkt in waarde

het evangelie kan oprecht aan allen worden aangeboden

Het betekent niet dat iedereen automatisch gered wordt.

Wat algehele verzoening niet betekent

De Schrift leert duidelijk dat niet allen behouden worden.

“Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.” (Johannes 3:18 STV)

“En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.” (Mattheüs 25:46 STV)

Er is een reële scheiding tussen geloof en ongeloof.

Het Verlossingswerk is afdoende voor allen.
Het wordt toegepast op wie gelooft.

 

Romeinen 5 – de parallel met Adam

“Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.” (Romeinen 5:12 STV)

“Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien enen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Eén velen tot rechtvaardigen gesteld worden.” (Romeinen 5:19 STV)

De werking van Adam strekte zich uit tot allen. Het werk van Christus is minstens zo ruim in grondslag, hoewel de toepassing plaatsvindt door geloof.

De oprechtheid van de evangelieverkondiging

Paulus schrijft:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christus’ wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus’ wege: Laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20 STV)

Dit appel kan alleen oprecht tot ieder mens klinken wanneer er werkelijk een verzoeningsgrond voor allen is gelegd.

De Schrift leert helder:

Christus stierf voor alle mensen.
Zijn offer is afdoende/ voldoende voor de gehele mensheid.
Het wordt effectief toegepast op wie gelooft.

Zo blijven twee Bijbelse lijnen onaangetast:

Gods Genade is rijk en universeel in voorziening. Het wordt aangeboden aan iedereen.
De redding is persoonlijk en alleen door geloof.

Daarom kan het Evangelie zonder voorbehoud gepredikt worden aan ieder mens.

En ieder mens staat voor dezelfde vraag:

Gelooft u dit?

Liefde tot de broeders of religieus fanatisme?

Liefde tot de broeders of religieus fanatisme?

Een Bijbels onderscheid

De Bijbel laat geen ruimte voor vaagheid wanneer het gaat om de houding van gelovigen tegenover elkaar. Toch zien we door de eeuwen heen, en ook vandaag, hoe geloof kan ontaarden in hardheid, veroordeling, dwang en religieus fanatisme. Daarom is de vraag onvermijdelijk: leven wij uit de liefde tot de broeders, of uit een fanatisme dat zich met de Schrift rechtvaardigt?

Broederliefde als bewijs van geestelijk leven

Volgens de Schrift is broederliefde geen bijzaak, maar het bewijs dat iemand werkelijk uit God leeft:

„Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit den dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben; die den broeder niet liefheeft, blijft in den dood.”
(1 Johannes 3:14, STV)

Johannes trekt dit door:

„Een iegelijk, die zijn broeder haat, is een doodslager; en gij weet, dat geen doodslager het eeuwige leven in zich blijvende heeft.”
(1 Johannes 3:15, STV)

En nog scherper:

„Indien iemand zegt: Ik heb God lief, en zijn broeder haat, die is een leugenaar.”
(1 Johannes 4:20, STV)

Elke vorm van haat, hardheid of geestelijk geweld staat daarmee haaks op leven uit God.

Christus’ norm voor Zijn volgelingen

De Heere Jezus Zelf maakt liefde tot het herkenningspunt van Zijn volgelingen:

„Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijkerwijs Ik u liefgehad heb.”
(Johannes 13:34, STV)

„Hieraan zullen allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.”
(Johannes 13:35, STV)

Niet strijd, niet dwang, maar liefde onderscheidt het christelijk geloof.

Wanneer ijver ontaardt in fanatisme

Religieus fanatisme beroept zich vaak op ijver voor God. Paulus erkent die ijver, maar ontmaskert tegelijk het gevaar:

„Want ik geef hun getuigenis, dat zij ijver tot God hebben, maar niet met verstand.”
(Romeinen 10:2, STV)

Fanatisme ontstaat waar men zonder geestelijk onderscheid handelt en Gods Woord losmaakt van Zijn handelen.

Wet en oordeel verkeerd toegepast

Een belangrijke oorzaak van fanatisme is het toepassen van oudtestamentische oordelen in de tijd van genade. Paulus is daar duidelijk over:

„Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, STV)

Wie vandaag met veroordeling, dreiging of dwang werkt, handelt niet overeenkomstig Gods wil

Gods weg nu: lankmoedigheid

De Schrift verklaart waarom God vandaag geen oordeel voltrekt:

„De Heere vertraagt de belofte niet … maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.”
(2 Petrus 3:9, STV)

Fanatisme wil afdwingen wat God juist uitstelt.

Geen geweld, maar zachtmoedigheid

De houding van de gelovige wordt expliciet beschreven:

„De dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, verdraagzaam.”
(2 Timotheüs 2:24, STV)

„Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan.”
(2 Timotheüs 2:25, STV)

En:

„Want de toorn des mans werkt Gods gerechtigheid niet.”
(Jakobus 1:20, STV)

Oordeel behoort God toe

Fanatisme neemt het oordeel in eigen hand, maar de Schrift verbiedt dit:

„Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.”
(Mattheüs 7:1, STV)

„Mij komt de wrake toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.”
(Romeinen 12:19, STV)

„Daarom zo laat ons elkander niet meer oordelen.”
(Romeinen 14:13, STV)

Geen vleselijke wapenen

Het Koninkrijk van Christus wordt niet verdedigd met geweld:

„Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars strijden.”
(Johannes 18:36, STV)

„Want de wapenen van onzen krijg zijn niet vleselijk.”
(2 Korinthe 10:4, STV)

De gezindheid die fanatisme uitsluit

Paulus beschrijft een gezindheid die religieus fanatisme onmogelijk maakt:

„Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven.”
(Filippenzen 2:3, STV)

Waar deze houding ontbreekt, ontstaan trots, hardheid en geestelijke dwang. Met name deze tekst kreeg ik zelf de laatste tijd regelmatig in gedachten….

Liefde boven kennis en gelijk

Zelfs zuivere leer verliest haar waarde zonder liefde:

„De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.”
(1 Korinthe 8:1, STV)

„Al ware het, dat ik al het geloof had … en de liefde niet had, zo ware ik niets.”
(1 Korinthe 13:2, STV)

„Doch nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; maar de meeste van deze is de liefde.”
(1 Korinthe 13:13, STV)

Feitelijk:

Religieus fanatisme:

  • verwart Wet en genade
  • neemt het oordeel vooruit
  • rechtvaardigt hardheid met Bijbelteksten

Bijbels geloof daarentegen:

  • wandelt in liefde
  • spreekt waarheid met zachtmoedigheid
  • acht de ander uitnemender dan zichzelf

„Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid en vrede en blijdschap door den Heiligen Geest.”
(Romeinen 14:17, STV)

Niet messen en bijlen kenmerken Gods werk vandaag,
maar het kruis, en Zijn liefde die daaruit voortvloeit.

Geverifieerd door MonsterInsights