Tom de Wal, de kanarie in de kolenmijn

Tom de Wal, de kanarie in de kolenmijn

Wat er vrijdagavond in Tilburg gebeurde — de arrestatie van “gebedsgenezer” Tom de Wal — is méér dan een lokaal incident in Brabant. Het is een symptoom van iets groters: de kwetsbaarheid van religieuze vrijheid in Nederland en de angstcultuur die onze openbare ruimte steeds meer in bezit neemt

De Wal, oprichter van Frontrunners Ministries, werd gearresteerd op straat omdat hij doorging met gebedsgenezingen na een verbod van de burgemeester en nadat hij door de politie uit een kerk was gehaald. Wat volgde was een korte celstraf en later zijn release — maar met de dreiging van boetes en juridische vervolging.

Dit is een protestloze, vreedzame godsdienstige handeling. Geen geweld, geen vernieling — alleen gebed. En toch werd de hand van de wet zó ingezet dat de “gebedsgenezer” werd verhinderd op publieke grond, terwijl hem het recht op geloofsbeoefening werd ontzegd. Misschien een handeling in strijd met lokale regels rond vergunningen — maar waar ligt de grens tussen ordelijke publieke orde en het ondermijnen van fundamentele religieuze vrijheid?

Een precedent dat waarschuwt

Stel je dit eens voor: een groep moslims wil midden in de stad een religieuze bijeenkomst houden — niet storend, geen geweld — maar zonder voorafgaande vergunning. De burgemeester verbiedt het, de politie meldt later dat ze zullen ingrijpen, en de organisator wordt gearresteerd omdat hij bleef bidden?

Hoe groot zou de verontwaardiging zijn? Hoe snel zouden Kamerleden, mensenrechtenorganisaties en publicisten in de pen klimmen over discriminatie en religieuze onderdrukking? De dubbele standaard wordt pijnlijk zichtbaar bij alleen al deze gedachtegang.

Het principe dat iemand gearresteerd wordt tijdens het uitoefenen van zijn geloof — mits vreedzaam — raakt aan de kern van ons grondwettelijk verankerde recht op godsdienstvrijheid.

Van protest tot symbool

Het is ook interessant dat de protesten tegen De Wal kwamen van LHBTIQA+-groepen en activisten tegen de inhoud van zijn diensten. Natuurlijk heeft iedereen het recht om zich uit te spreken tegen boodschappen waarvan hij denkt dat ze schadelijk zijn. Maar een oproep tot protest kan niet dienen als rechtvaardiging om het grondrecht van een ander te beperken.

De gemeente Tilburg handelde juridisch binnen zijn bevoegdheden wat vergunningen betreft. Tenminste, dat moet nog blijken. Maar de vraag moet gesteld worden of dit een sluipende verschuiving betekent van religieuze ruimte naar een soort vergunningstechnocratie waarbij alleen ‘acceptabele’ religieuze boodschappen worden getolereerd.

De kanarie in de kolenmijn

Tom de Wal is hier de kanarie in de kolenmijn — een vroeg signaal dat godsdienst bepaald niet immuniseert tegen maatschappelijke controledrang en culturele grenzen. Als iemand als hij, zonder enig teken van geweld of openbare wanorde, door politie en lokale overheid wordt aangepakt, dan zou dat ons allemaal moeten alarmeren. Want dat is precies hoe vrijheden langzaam worden ingeperkt en worden weggeroofd: niet in één klap, maar stap voor stap onder het mom van orde, veiligheid of protestdruk.

En dus moeten we onszelf de onvermijdelijke — en dringende — vraag stellen:

Wat zou er zijn gebeurd als deze samenkomst een islamitische signatuur had?

Zou de publieke en politieke reactie dan hetzelfde zijn geweest? Of zouden we vandaag al discussies horen over discriminatie, racisme en onrechtmatige beperking van religieuze vrijheid?

Dat dit in Nederland — het land dat zo trots is op zijn vrijheden — überhaupt maar onderwerp van debat moet zijn, zegt veel over de richting waarin we ons maatschappelijke en juridische denken bewegen.

Laten we zorgen dat de kanarie niet het zwijgen wordt opgelegd voordat we de ernst van het onzichtbare dodelijke gas in de mijn herkennen.

edit: Ik stel een massa demonstratie voor in Tilburg. Christenen, let op uw zaak !!!

Reformatorische “Zondagsverdwazing” in het nieuws

Opmerkelijk refo nieuws over “zondagsrust”

Of, zoals het hier binnenkwam:

“Zondagsverdwazing”

Omdat ik door omstandIgheden wat gemankeerd ben, en toch soms reclamevrij nieuws wil lezen, heb ik een tijdelijk abonnement op het Reformatorisch Dagblad.

Je kan je natuurlijk afvragen “Waarom dan die krant?”

Wel, dat heeft de reden dat ik totaal niet geïnteresseerd ben in bijvoorbeeld het laatste nieuws over de zoveelste borstvergroting van één of andere actrice. En bij gelegenheid staan er best goede items in het ErDee.

In de app van het ErDee las ik een typisch  refo bericht. In de rubriek economie staat er bij zondagsrust een bezorgd klinkend item met als titel “Wat te doen als je op zondag geen pakket wilt ontvangen? Vanwege het slechte weer is er een achterstand gekomen bij de pakketdiensten, die begrijpelijkerwijs graag hun achterstand weg willen werken.

Maar het Reformatorisch Dagblad geeft bij monde van de voorzitter van de Vereniging Zondagsrust de lezer het advies “om pakketjes en lectuur te weigeren aan de deur als dat op zondag bezorgd wordt” Een tekenend voorbeeld hoe eigengereide religie springlevend is anno 2026. 

Het artikel zegt dan:

Maar wat moet je doen als je principiële bezwaren hebt tegen het ontvangen van een pakket op zondag? Wegduiken als er een bezorger aanbelt en de deur niet opendoen? Hem of haar botweg wegsturen? Of toch maar aannemen dat pakketje?

deursticker zonagsrust

De Vereniging Zondagsrust adviseert bovenstaande sticker op of bij de deur te plakken met de tekst: ”Wij wensen geen lectuur/pakket, in welke vorm dan ook, op zondag te ontvangen! Dank u.” Deze sticker is gratis te bestellen bij de vereniging en werkt afdoende, zegt medewerker A. Kloppenburg. „Ik hoor daar nooit klachten over.”

En als er dan toch een pakketbezorger op zondag aanbelt? Kloppenburg: „Ik zou wel de deur opendoen, maar zeggen dat we op zondag geen pakketjes aannemen. En de bezorger vragen de volgende dag terug te komen.”

De Bijbel zwijgt trouwens categorisch over zondagsrust, je zult het tevergeefs zoeken.

Als er al over een rustdag gesproken wordt, gaat het over de shabbat , de zevende dag en niet de eerste dag (zondag) en dat was ten tijde van het oude Verbond voor het verbondsvolk Israël.

Vandaar kwam ineens de titel van dit artikel in mijn gedachten. En ik dacht aan deze tekst uit Romeinen 14

Romeinen 14:5
De een acht wel den enen dag boven den anderen dag, maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd.

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen”

Alsnog onder de wet?

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen”

Mattheüs 5:(SV)

17 Meent niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om die te ontbinden, maar te vervullen.
18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota noch één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied.
19 Zo wie dan één van deze minste geboden zal ontbonden en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen.

 

Dit bijbelgedeelte wordt soms aangehaald om ons te vertellen dat de wet nog steeds zeggenschap heeft voor, maar meer nog over Christenen. Maar dat is een foute conclusie, gebaseerd op een verkeerde lezing van wat Jezus hier zegt

De Here Jezus spreekt vóór kruis en opstanding

Allereerst: Jezus spreekt deze woorden onder de bedeling van de wet.
Hij is nog niet gestorven, de wet is nog volledig van kracht, en Israël staat nog onder het oude verbond.

Dat Jezus de wet op dat moment niet ontbindt, is vanzelfsprekend.
Een verbond wordt niet afgeschaft vóórdat het doel ervan is bereikt

“Vervullen” is niet: voortzetten

Het sleutelwoord is vervullen.

Vervullen betekent niet:

  • bevestigen,
  • verlengen,
  • opnieuw opleggen aan anderen.

Vervullen betekent:

  • tot voltooiing brengen,
  • het doel bereiken,
  • afronden.

Wanneer een contract is vervuld, blijft het niet gelden — het is juist afgelopen.
Zo ook met de wet.

Jezus vervult:

  • de morele eisen van de wet,
  • de ceremoniële voorschriften,
  • de profetische verwachting.

Niet door ze opnieuw op de mens te leggen, maar door ze volledig op Zich te nemen

“Totdat alles is geschied”

Jezus zegt niet dat de wet blijft gelden tot het einde van de wereld, maar:

“totdat alles is geschied.”

De cruciale vraag is hier: wanneer is “alles” geschied?

Het antwoord geeft Jezus Zelf:

“Het is volbracht.”

Daarmee is:

  • de wet vervuld,
  • de vloek gedragen,
  • aan de eis voldaan.

De hemel en aarde staan nog, maar de wet heeft haar doel bereikt

Paulus spreekt expliciet verder

Als de Here Jezus in Mattheüs 5 zou leren dat de wet blijvend heersend is over gelovigen, dan zou Paulus een valse leraar zijn.

Maar Paulus zegt ondubbelzinnig:

  • wij zijn gestorven voor de wet,
  • wij zijn vrijgemaakt van de wet,
  • Christus is het einde van de wet.

De Schrift spreekt zichzelf niet tegen.
Mattheüs 5 beschrijft de weg naar het kruis.
Paulus beschrijft de situatie ná het kruis.

De diepste ironie

Ironisch genoeg bevestigt Mattheüs 5 juist het tegenovergestelde van wat men ermee wil bewijzen.

Want als:

  • de wet tot op de kleinste letter moet worden vervuld,
  • en Jezus dat volledig heeft gedaan,

dan is er niets meer over om door ons te worden vervuld.

Wie na Christus alsnog teruggrijpt op de wet, zegt in feite:

Zijn vervulling was niet genoeg.

Jezus zegt niet:

“De wet blijft voor altijd staan voor Mijn volgelingen.”

Hij zegt:

Ik zal de wet volledig tot haar doel brengen.”

En precies dát is wat Hij gedaan heeft.

Zie ook Romeinen 13:8

 

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?”

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?”

Het recyclen of heretiketteren van de Tien Geboden als “tien kernwaarden voor het christelijk leven” kan klinken als een onschuldige moderne parafrasering. In werkelijkheid is het, zacht uitgedrukt, onjuist en in het slechtste geval theologisch misleidend. De terminologie verandert, maar de functie niet. Wat niet langer wet wordt genoemd, blijft in de praktijk functioneren als wet.

Niet geïnternaliseerd, maar de relatie beëindigd


Paulus laat geen ruimte voor deze herinterpretatie. Hij zegt niet dat de wet is verzacht, geïnternaliseerd of omgevormd tot waarden. Hij zegt dat de gelovige niet onder de wet is:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, SV)

Meer nog, hij zegt dat de gelovige voor de wet gestorven is:

“6 Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter.”
(Romeinen 7:6, SV)

En hij trekt de beslissende conclusie:

“Want het einde (doel) der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft.”
(Romeinen 10:4, SV)

Deze uitspraken laten geen ruimte voor het voortbestaan van de wet onder een moreel masker.

Een bediening die voorbij is


Dit wordt nog scherper bevestigd in 2 Korinthe 3. Paulus identificeert de Tien Geboden expliciet als:

“En indien de bediening des doods, in letteren bestaande en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, ”
(2 Korinthe 3:7, SV)

En hij stelt zonder omwegen dat deze bediening teniet gedaan is:

“Want indien hetgeen te niet gedaan wordt, door heerlijkheid was, veel meer is hetgeen blijft, in heerlijkheid.”
(2 Korinthe 3:11, SV)

Wat teniet gedaan is, wordt niet voortgezet onder een andere naam. Spreken over kernwaarden suggereert continuïteit, terwijl Paulus juist over discontinuïteit spreekt.

In plaats daarvan introduceert hij geen nieuw moreel kader, maar een geheel andere bediening:

“Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.”
(2 Korinthe 3:6, SV)

En hij vat het resultaat samen:

“De Heere nu is de Geest; en waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid.”
(2 Korinthe 3:17, SV)

“Kernwaarden” is geen Bijbels begrip


Bovendien is “kernwaarden” helemaal geen Bijbels begrip. Het komt voort uit moderne management- en organisatietaal, waar het verwijst naar vaste principes die gedrag sturen, beoordelen en reguleren.

Dit concept in de theologie introduceren betekent dat men een vreemd denkkader importeert en dat vervolgens op de Schrift projecteert. Dat is geen exegese, maar herinterpretatie , of,sterker nog.-inlegkunde.

Paulus spreekt niet in termen van waarden of principes, maar in relationele categorieën:
onder de wet of onder de genade,
in Adam of in Christus,
naar het vlees of naar de Geest.

Het centrum van het christelijk leven is geen moreel systeem, maar een Persoon:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.”
(Galaten 2:20, SV)

Leerstellige en pastorale gevolgen


De taal van kernwaarden bevrijdt niet; zij belast. Waarden blijven gedrag beoordelen, meten en aanspreken. Ze kunnen richting geven, maar ze geven geen leven. Op die manier wordt de druk van de wet functioneel hersteld — precies waarvoor Paulus waarschuwt:

“Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.”
(Galaten 5:1, SV)

Wat is nu de plaats van de Tien Geboden?

De Tien Geboden behouden hun betekenis als openbaring van Gods heiligheid en als spiegel van menselijke onmacht en tekort:

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”
(Romeinen 3:20, SV)

Maar zij zijn niet de kernwaarden van het christelijk leven. Dat leven wordt niet gevormd door waarden, maar door gemeenschap met Christus, door de Geest.

Conclusie

>>Wat Paulus als beëindigd verklaart, kan niet worden voortgezet door het dan maar een andere naam te geven<<

Why the Ten Commandments Are Not “Ten Core Values for Christian Life”

Why the Ten Commandments Are Not “Ten Core Values for Christian Life”

 
 
 

Recycling or rebranding the Ten Commandments as Ten Core Values For Christian life may sound like a harmless modernization. In reality, it is, to put it mildly, erroneous, in a worst case theologically misleading. It changes the language, but not the function. What is no longer called law continues in real life to operate as law.

Not Internalized, but Ended Relationship

Paul leaves no room for this reinterpretation. He does not say that the law has been softened, internalized, or transformed into values. He says that the believer is not under the law:

“For ye are not under the law, but under grace.”
(Romans 6:14, KJV)

More than that, he says the believer has died to the law:

“But now we are delivered from the law, that being dead wherein we were held.”
(Romans 7:6, KJV)

And he draws the decisive conclusion:

“For Christ is the end of the law for righteousness to every one that believeth.”
(Romans 10:4, KJV)

These statements leave no space for the law to continue under a moral disguise.

A Ministry That Has Passed Away

This is confirmed even more sharply in 2 Corinthians 3. Paul explicitly identifies the Ten Commandments as:

“the ministration of death, written and engraven in stones”
(2 Corinthians 3:7, KJV)

And he states plainly that this ministry has been done away with:

“For if that which is done away was glorious, much more that which remaineth is glorious.”
(2 Corinthians 3:11, KJV)

What has been done away with is not continued under a different name. Speaking of core values suggests continuity, where Paul insists on discontinuity.

In its place, he introduces not a new moral framework, but a different ministry altogether:

“For the letter killeth, but the Spirit giveth life.”
(2 Corinthians 3:6, KJV)

And he summarizes the outcome:

“Where the Spirit of the Lord is, there is liberty.”
(2 Corinthians 3:17, KJV)

“Core Values” Is Not a Biblical Concept

Moreover, core values is not a biblical concept at all. It originates in modern management and organizational language, where it refers to stable principles that guide, evaluate, and regulate behavior.

Introducing this concept into theology imports a foreign framework and then projects it back onto Scripture. That is not exegesis, but reinterpretation or eisegesis (inlay science)

Paul does not speak in terms of values or principles, but in relational categories:
under the law or under grace,
in Adam or in Christ,
after the flesh or after the Spirit.

The center of Christian life is not a moral system, but a Person:

“I am crucified with Christ: nevertheless I live; yet not I, but Christ liveth in me.”
(Galatians 2:20, KJV)

Doctrinal and Pastoral Consequences

The language of core values does not liberate; it burdens. Values continue to assess, measure, and address behavior. They may give direction, but they do not give life. In this way, the pressure of the law is functionally restored—precisely what Paul warns against:

“Stand fast therefore in the liberty wherewith Christ hath made us free, and be not entangled again with the yoke of bondage.”
(Galatians 5:1, KJV)

What Then Is the Place of the Ten Commandments?

The Ten Commandments retain their significance as a revelation of God’s holiness and as a mirror of human inability:

“Therefore by the deeds of the law there shall no flesh be justified in his sight: for by the law is the knowledge of sin.”
(Romans 3:20, KJV)

But they are not the core values of Christian life. That life is shaped not by values, but by communion with Christ, through the Spirit.

Concluded

 

>>What Paul declares to be ended cannot be continued by renaming it<<

 

De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme

De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme

De vraag naar de bekering van Israël roept al snel sterke emoties en stellige uitspraken op. Sommigen menen dat alle Joden uiteindelijk vanzelf behouden worden; anderen concluderen dat Israël definitief heeft afgedaan. De Bijbel zelf kiest echter geen van beide uitersten. Zij spreekt nauwkeurig, consequent en vooral Schrift-met-Schrift.

Wie Romeinen 9–11 leest, ontdekt dat Paulus geen politiek of nationalistisch betoog houdt, maar een onderwijzing van Gods handelen in de geschiedenis.

Geen automatische behoudenis

De Bijbel leert nergens dat behoudenis collectief of vanzelfsprekend is. Ook niet voor Israël. Integendeel: steeds weer wordt gesproken over een overblijfsel.

“Al ware het getal der kinderen Israëls gelijk het zand der zee, zo zal het overblijfsel behouden worden.”
(Romeinen 9:27)

Dit woord overblijfsel is geen randbegrip, maar een vaste Bijbelse lijn. God werkt niet via de massa, maar via geloof. Dat gold in de dagen van Noach, van Elia en van Jesaja — en dat geldt ook in het Nieuwe Testament.

Wie is Israël volgens de Schrift?

De kernvraag is niet of Israël belangrijk is, maar wat de Bijbel onder Israël verstaat. Paulus is daarin opvallend duidelijk:

“Want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.”
(Romeinen 9:6)

Israël is in de Schrift geen puur etnisch begrip. Afkomst alleen is nooit beslissend geweest. Al bij Abraham wordt dat duidelijk: niet Ismaël, maar Izak. Niet Ezau, maar Jakob.

“Niet de kinderen des vleses zijn kinderen Gods, maar de kinderen der beloftenis worden voor het zaad gerekend.”
(Romeinen 9:8)

Israël is daarom geen vanzelfsprekend recht, maar een titel die verbonden is aan belofte en geloof.

Israël als titel en roeping

Jakob kreeg de naam Israël niet bij zijn geboorte, maar na zijn ontmoeting met God.

“Uw naam zal voortaan niet meer Jakob genoemd worden, maar Israël.”
(Genesis 32:28)

Die naam duidt roeping en erfgenaamschap aan. Wanneer het volk ongelovig wordt, kan die titel verloren gaan.

“Gij zijt Mijn volk niet.”
(Hosea 1:9)

Toch blijft God trouw aan Zijn beloften. Zelfs lo-ammi wordt uiteindelijk weer ammi.

“Ik zal zeggen tot Lo-Ammi: Gij zijt Mijn volk.”
(Hosea 2:23)

Dat spanningsveld — oordeel én belofte — loopt door de hele Schrift heen.

De huidige tijd: Israël en de heidenen

Paulus leert dat Israël als volk in de tegenwoordige tijd grotendeels in ongeloof verkeert. Dat betekent echter niet dat God Zijn volk verworpen heeft.

“Heeft dan God Zijn volk verstoten? Dat zij verre!”
(Romeinen 11:1)

In deze periode verzamelt God Zich een volk uit de heidenen: de Gemeente. De zegeningen die aan Israël waren toevertrouwd, zijn in Christus terechtgekomen bij hen die geloven.

“Door hun val is de zaligheid den heidenen geworden, om hen tot jaloersheid te verwekken.”
(Romeinen 11:11)

Dat is geen toeval, maar onderdeel van Gods plan.

Het overblijfsel blijft bestaan

Ook nu blijft er een Joods overblijfsel dat gelooft.

“Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade.”
(Romeinen 11:5)

Dat overblijfsel vertegenwoordigt Israël zoals God het rekent. Niet groot in aantal, maar wezenlijk in betekenis.

De toekomst van Israël

De Bijbel spreekt ook over een toekomstige bekering van Israël. Die zal plaatsvinden in een tijd van grote benauwdheid, wanneer een Joods overblijfsel de Naam van de HEERE zal aanroepen.

“Zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben.”
(Zacharia 12:10)

“Al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden.”
(Joël 2:32)

Op deze wijze — door bekering en geloof — zal geheel Israël zalig worden.

“En alzo zal geheel Israël zalig worden.”
(Romeinen 11:26)

Niet automatisch, niet collectief, maar op Gods wijze.

De kern samengevat

  • Behoudenis is nooit vanzelfsprekend
  • Israël is een Bijbelse titel, geen biologisch automatisme
  • God werkt door een overblijfsel
  • In de huidige tijd verzamelt God een volk uit de heidenen
  • In de toekomst zal een Joods overblijfsel tot geloof komen
  • Gods beloften falen niet, maar worden vervuld langs de weg van geloof

Paulus besluit dit gedeelte niet met een schema, maar met aanbidding:

“O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods!”
(Romeinen 11:33)

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de Wet?

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de Wet?

In gesprekken over wet en genade wordt vaak verondersteld dat alle mensen in dezelfde positie beginnen: eerst onder de wet, daarna door geloof bevrijd. Die gedachte klinkt logisch, maar zij is niet naar de Schrift. Paulus maakt namelijk een fundamenteel onderscheid tussen Israël en de volken. Dat onderscheid is bepalend voor de vraag of gelovigen uit de volken ooit onder de Wet zijn geweest.

Het korte antwoord is: nee.
En dat antwoord is niet gebaseerd op een systeem, maar op de Schrift zelf.

De Wet is aan Israël gegeven

De Wet is niet universeel gegeven aan de mensheid, maar specifiek aan Israël, binnen het kader van het Sinaïtisch verbond. Dat wordt in het Oude Testament expliciet gezegd:

“Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend,
Israël Zijn inzettingen en Zijn rechten.
Alzo heeft Hij geen volk gedaan;
en Zijn rechten, die kennen zij niet.”

(Psalm 147:19–20)

De volken stonden buiten dit verbond. Zij kenden de Wet niet, droegen haar niet, en stonden er niet juridisch onder.

Paulus bevestigt dit onderscheid

Paulus neemt dit onderscheid over en werkt het verder uit. In Romeinen 2 maakt hij duidelijk dat heidenen niet onder de Wet stonden:

“Wanneer de heidenen, die de wet niet hebben…”
(Romeinen 2:14)

Paulus zegt niet dat zij de Wet hadden overtreden, maar dat zij haar niet hadden. Hun verantwoordelijkheid lag niet in een verbondswet, maar in het geweten. Dat is een wezenlijk verschil.

Ook in Romeinen 2:12 wordt dit onderscheid scherp getrokken:

“Zovelen als er zonder wet gezondigd hebben,
zullen ook zonder wet verloren gaan.”

De maatstaf verschilt, de schuld niet.

“Wij” onder de Wet — niet “zij”

In Galaten 3 spreekt Paulus over mensen die onder de Wet stonden:

“Maar eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld.”
(Galaten 3:23)

Het woord wij is hier doorslaggevend. Paulus spreekt als Jood, namens Israël. Hij kan niet spreken over heidenen, want zij stonden nooit onder de Wet. Dat blijkt ook uit de context: de Wet als tuchtmeester behoort tot het Joodse bestel.

Christus verlost wie onder de Wet waren

Dat onderscheid wordt nog duidelijker in Galaten 4:

“God heeft Zijn Zoon uitgezonden, geworden onder de wet,
opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou.”

(Galaten 4:4–5)

Christus werd onder de Wet om hen te verlossen die onder de Wet stonden. Dat zijn Israëlieten. Als heidenen ook onder de Wet hadden gestaan, zou deze formulering geen enkele betekenis hebben.

Heidenen: onder zonde, niet onder de Wet

Dat heidenen niet onder de Wet stonden, betekent niet dat zij onschuldig waren. Paulus is daar helder over:

“Want allen hebben gezondigd.”
(Romeinen 3:23)

Maar schuld is iets anders dan wetsonderwerping. Heidenen stonden:

  • onder zonde,
  • onder afgoderij,
  • onder dood,

maar niet onder de Wet van Mozes.

Daarom ook geen “vrijmaking van de Wet” voor heidenen

Dit is een belangrijk gevolg. Paulus zegt tegen gelovigen uit Israël dat zij:

  • voor de Wet gestorven zijn,
  • van de Wet vrijgemaakt zijn.

Dat zegt hij niet over heidenen. Zij hoefden niet van de Wet bevrijd te worden, maar tot Christus gebracht te worden.

Dat verwoordt Paulus scherp in Efeze 2:

“Dat gij te dien tijde waart zonder Christus,
vervreemd van het burgerschap Israëls,
en vreemdelingen van de verbonden der belofte.”

(Efeze 2:12)

Niet onder de Wet — maar erbuiten.

De bron van veel verwarring

Veel verwarring ontstaat wanneer men het cruciale onderscheid tussen Israël en de volken loslaat. Dan lijkt het alsof iedereen eerst onder de Wet staat en daarna wordt bevrijd. Paulus leert dat niet.

Hij onderscheidt:

  • Israël → onder de Wet → verlost van de Wet
  • De volken → zonder Wet → ingevoegd in Christus

Wie dat onderscheid negeert, maakt van de Wet een universeel systeem en verliest zowel de helderheid van Paulus als de vrijheid van de gelovige.

Gelovigen uit de volken zijn nooit onder de Wet geweest.
De Wet was:

  • nationaal,
  • verbondsmatig,
  • tijdelijk,
  • en gericht tot Israël.

Heidenen hadden geen Wet om van verlost te worden,
maar een Redder nodig om in Christus geplaatst te worden.

Dit onderscheid bewaart:

  • de eenheid van de Schrift,
  • de kracht van het evangelie,
  • en de vrijheid van de gelovige.

.

De Wet, alleen de vloek weggenomen?

De Wet, alleen de vloek weggenomen?

Onlangs hoorde ik een spreker zeggen dat Christus alleen de vloek van de wet heeft weggenomen, terwijl de wet zelf zou blijven gelden als norm voor het christelijk leven. Die uitspraak bleef bij mij hangen, niet omdat die nieuw is, maar omdat deze wordt gebruikt zonder getoetst te worden aan wat Paulus hierover zegt.

Wanneer men de brieven van Paulus leest, blijkt deze opvatting niet houdbaar.

De vloek losmaken van de wet?

De redenering luidt meestal ongeveer zo:

“Christus droeg de straf van de wet, maar de wet zelf blijft een goede en geldige leefregel.”

Dat klinkt evenwichtig, maar het veronderstelt een scheiding die Paulus zelf niet maakt. Paulus schrijft:

Galaten 3:13
Christus heeft ons verlost van den vloek der wet.

Dat is waar — maar dit vers staat niet op zichzelf. Paulus gebruikt het als onderdeel van een betoog, niet als eindpunt.

De wet als tijdelijke orde

Enkele verzen later zegt hij:

Galaten 3:24
Zo dan, de wet is onze tuchtmeester (Grieks: pedagoog of opvoeder) geweest tot Christus.

En hij voegt daaraan toe:

Galaten 3:25
Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester.

De wet wordt niet beschreven als een blijvende norm zonder sanctie, maar als een tijdelijke opvoeder met een duidelijk eindpunt.

Als alleen de vloek was weggenomen, had Paulus moeten zeggen dat de tuchtmeester blijft, maar zijn roede heeft neergelegd. Dat zegt hij niet. Hij zegt dat wij niet meer onder hem zijn.

In de Romeinenbrief laat Paulus geen ruimte voor nuance. Nog duidelijker zegt hij daar:

Romeinen 7:6
Maar nu zijn wij van de wet vrijgemaakt, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren.

Hier gaat het niet over straf, maar over binding. Men sterft niet aan een vloek, maar vanwege een rechtsverhouding. Paulus zegt niet dat de wet haar kracht verloren heeft, maar dat de gelovige voor haar gestorven is. Dat is juridisch taalgebruik. En het is definitief.

De vloek is geen los element

De gedachte dat de vloek kan worden weggenomen terwijl de wet blijft functioneren, veronderstelt dat de vloek iets bijkomstigs is. Paulus zegt het tegenovergestelde:

Galaten 3:10
Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.

De vloek is geen extra sanctie, maar het onvermijdelijke gevolg van onder de wet staan. De wet eist volkomen gehoorzaamheid; en waar die ontbreekt, volgt de vloek.

Wie zegt dat de wet blijft maar de vloek verdwenen is, laat een systeem staan dat alleen kan eisen, maar niet meer kan oordelen. Dat is geen bijbels evenwicht, maar een innerlijke tegenspraak. Onhoudbaar

Christus is het einde (doel) der wet

Paulus vat zijn betoog samen in een enkele zin:

Romeinen 10:4
Want Christus is het einde der wet tot rechtvaardigheid voor een iegelijk, die gelooft.

Niet het einde van de straf. Niet het einde van het misbruik. Maar het einde van de wet als weg tot gerechtigheid.

Dat is geen nuance verschil, maar een principiële breuk.

Gevolgen voor het christelijk leven

De leer dat alleen de vloek is weggenomen, laat de christen feitelijk onder de wet staan, alleen zonder veroordeling. In de praktijk betekent dat:

  • voortdurende druk
  • onzekerheid over vrijheid
  • een verschuiving van Christus naar normering

Daarom waarschuwt Paulus:

Galaten 5:1
Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.

Waartoe vrijgemaakt?

Romeinen 7:4
Zo dan, mijne broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.

Tot Slot

Paulus leert niet dat Christus de vloek heeft weggenomen zodat de wet veilig kan blijven staan. Hij leert dat de gelovige voor de wet gestorven is, omdat Christus haar doel heeft vervuld en haar functie heeft beëindigd.

Niet de wet regeert het leven van de christen. Niet eens een wet zonder vloek.

Christus, Hij alleen.

 

De Bergrede is geen wet voor de christen

Wie de Bergrede gebruikt als leefregel voor de christen, plaatst de gelovige terug onder de wet en miskent daarmee de volle betekenis van het kruis. De Bergrede werd uitgesproken vóór Golgotha, tot mensen die onder de wet stonden. De vrijheid van de gelovige — “niet onder de wet, maar onder de genade” — was toen nog niet geopenbaard.

“Maar eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld, en besloten tot het geloof dat geopenbaard zou worden.”
(Galaten 3:23)

“Welke verborgenheid van alle eeuwen en van alle geslachten verborgen is geweest, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen.”
(Kolossenzen 1:26)

Wie de Bergrede na het kruis als wet oplegt, negeert deze breuklijn.

Geen verzachting, maar verzwaring van de wet

Jezus verzacht in de Bergrede de wet niet, Hij verdiept haar tot in het hart. Niet alleen de daad wordt geoordeeld, maar ook de begeerte:

“Maar Ik zeg u, dat een iegelijk, die een vrouw aanziet om haar te begeren, die heeft alrede overspel met haar gedaan in zijn hart.”
(Mattheüs 5:28)

“Maar Ik zeg u, dat een iegelijk, die tegen zijn broeder zonder oorzaak toornig is, schuldig zal zijn door het gericht.
(Mattheüs 5:22)

Deze woorden maken de wet niet uitvoerbaar, maar onontkoombaar.

“Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.”
(Jakobus 2:10)

De Bergrede spreekt de mens niet vrij, maar sluit hem op onder schuld.

Wettisch gebruik ontkent het kruis

Christus heeft de gelovige van de wet verlost, niet haar verfijnd.

“Maar nu zijn wij van de wet vrijgemaakt, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren.”
(Romeinen 7:6)

“Christus heeft ons verlost van den vloek der wet.”
(Galaten 3:13)

Wie de Bergrede tot wet maakt, herintroduceert wat Christus heeft beëindigd.

Niet eis, maar leven

Het christelijke leven wordt niet gevormd door geboden, maar door een nieuwe identiteit:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.”
(Galaten 2:20)

“Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn.”
(Romeinen 8:1)

De gerechtigheid die de wet eist, wordt niet door de wet vervuld, maar door de Geest:

“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.”
(Romeinen 8:4)

Conclusie

De Bergrede is geen nieuw Sinaï decreet en geen christelijke leefregel. Zij openbaart wat volmaakte gerechtigheid is, opdat de mens tot Christus zou vluchten.

“Alzo is dan de wet onze tuchtmeester geweest tot Christus.”
(Galaten 3:24)

Wie de Bergrede wettisch toepast, keert terug tot slavernij.

“Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.”
(Galaten 5:1)

Niet de Bergrede regeert het leven van de christen, maar Christus alleen.

Heel Israël – wat bedoelt Paulus werkelijk?

Heel Israël – wat bedoelt Paulus werkelijk?

De uitspraak uit Romeinen 11:26 – “En alzo zal geheel Israël zalig worden” – wordt vaak geciteerd, maar zelden uitgelegd. Men gebruikt haar om alle kanten op te kunnen: om gerust te stellen, om discussie te vermijden of om theologische tegenstellingen toe te dekken. Opvallend genoeg blijft één vraag meestal onbeantwoord: wat betekent “heel Israël” eigenlijk?

Hetzelfde geldt voor het woord zalig. Het klinkt vertrouwd, maar wie vraagt wat het Bijbels gezien betekent, krijgt zelden een helder antwoord. En juist daar begint het probleem.

Bijbelse termen worden vaag

Veel Bijbelse begrippen zijn losgeraakt van hun Schriftuurlijke betekenis. Geloof wordt twijfel met een religieus randje. Zalig wordt iets als gelukkig of gezegend voelen. Daardoor kan men vrijwel elke uitleg passend maken, zonder nog te toetsen aan de Schrift zelf.

Maar Bijbelse woorden zijn geen sfeerwoorden. Ze hebben een duidelijke inhoud en context. Wie die loslaat, raakt onvermijdelijk de draad kwijt.

Altijd een overblijfsel

De Bijbel leert consequent dat God niet werkt met het geheel van een volk, maar met een overblijfsel. Dat is geen randgedachte, maar een vaste lijn.

Paulus herinnert daar expliciet aan in Romeinen 9:
“Al ware het getal der kinderen Israëls als het zand der zee, zo zal het overblijfsel behouden worden.”

Die lijn loopt door de hele Schrift:

  • in de dagen van Elia bleven slechts 7000 over;
  • Jesaja spreekt over enkele vruchten in de top van de boom;
  • niet allen die uit Israël zijn, zijn Israël.

Dat maakt één ding duidelijk: talrijkheid zegt niets over behoudenis.

Israël is meer dan afkomst

“Israël” is in de Schrift niet slechts een etnische aanduiding, maar een titel. Jakob ontving die naam na zijn ontmoeting met God. Ze is verbonden aan roeping, aanstelling en eerstgeboorterecht.

Wanneer het volk die roeping verzaakt, verliest het ook het recht op die titel. De Schrift spreekt dan zonder omhaal over lo-ammi – niet Mijn volk. Dat is geen emotionele uitspraak, maar een juridische.

Daarom zegt Paulus:
“Die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.”

Juda, Efraïm en het verdwijnen van Israël

Historisch gezien verdween het grootste deel van Israël al vroeg: de tien stammen werden weggevoerd. Juda nam tijdelijk de titel “Israël” over, bij gebrek aan de oorspronkelijke erfgenaam. Maar ook Juda verloor uiteindelijk zijn positie door ongeloof.

Toch bleven Gods beloften staan. Niet omdat afkomst zou redden, maar omdat God trouw is aan Zijn woord – op Zijn voorwaarden.

De gemeente en Israëls zegeningen

In de huidige bedeling verzamelt God een volk uit de heidenen: de gemeente. Opmerkelijk is dat juist aan deze gemeente de zegeningen worden toegeschreven die eerder aan Israël waren beloofd.

Dat is geen theologische vergissing en ook geen vervangingsdenken uit gemakzucht. Paulus onderbouwt dit uitvoerig in Romeinen 9–11, met tientallen citaten uit het Oude Testament. Juridisch en Schriftuurlijk is het verdedigbaar – en zelfs noodzakelijk.

Geen automatische behoudenis

Het idee dat alle Joden automatisch behouden zouden worden, kent geen Bijbelse grond. Het leidt tot valse zekerheid en maakt de prediking leeg. De Schrift kent geen collectieve zaligheid op basis van afkomst – niet voor Israël en niet voor de heidenen.

Wat betekent “heel Israël” dan wel?

“Geheel Israël” is niet de optelsom van alle afstammelingen van Abraham. Het is de aanduiding van het volk van God: zij die werkelijk deel hebben aan de belofte. Dat is altijd een overblijfsel geweest.

Wie dat patroon niet ziet, leest Romeinen 11 los van Romeinen 9 en 10 – en dat kan niet zonder schade.

Slot

Wie de uitspraak “heel Israël zal zalig worden” serieus neemt, zal haar niet gebruiken om discussie te beëindigen, maar om terug te keren naar de tekst zelf. De Schrift legt haar eigen begrippen uit. Niet vaag, niet vrijblijvend, maar consequent.

Schaduwbeelden uit de Bijbel zijn niet de norm

In de Bijbel spelen schaduwbeelden een belangrijke rol. Ze zijn door God gegeven, niet als einddoel, maar als vooruitwijzing. Offers, priesterschap, tempel, land, feesten en koningschap — het zijn allemaal middelen waardoor God Zijn heilsplan aankondigt voordat het zichtbaar wordt vervuld.

Maar juist daar ontstaat een gevaar dat vandaag opnieuw zichtbaar wordt: het verheffen van schaduwbeelden tot norm, alsof zij het eindpunt zijn en niet de wegwijzers.

Wat is een schaduwbeeld?

De Schrift zelf gebruikt deze taal. Een schaduw is geen leugen, maar ook geen werkelijkheid op zichzelf. Zij ontleent haar betekenis volledig aan datgene waar zij naar verwijst. Zonder de vervulling blijft een schaduw leeg.

Een offer wijst vooruit naar verzoening.
Een priester naar bemiddeling.
Een tempel naar Gods blijvende aanwezigheid

Wie de schaduw vasthoudt maar de vervulling niet benoemt, keert de richting van de heilsgeschiedenis om.

Wanneer de schaduw maatgevend wordt

Het probleem ontstaat wanneer men zich comfortabel nestelt in het voorlopige. Wanneer bijbelse taal wel klinkt, maar de Naam die die taal vervult, structureel wordt vermeden. Dan wordt het spreken over “Messias”, “verwachting” en “belofte” veilig — maar ook leeg.

De schaduw wordt dan normatief, en de vervulling moet zich daaraan aanpassen of wordt stilzwijgend naar de achtergrond geduwd.

Dat is geen onschuldige voorzichtigheid meer. Het is een theologische verschuiving.

De omkering die ongemerkt plaatsvindt

Bijbels is de beweging altijd:

belofte → vervulling → belijdenis

Maar wanneer men blijft steken bij belofte en verwachting, ontstaat dit patroon:

vervulling → impliciet
belijdenis → vermeden
Naam → verzwegen

De schaduw blijft, maar het licht dat haar betekenis geeft, wordt gedimd.

Waarom dit geestelijk niet neutraal is

Schaduwbeelden redden niet. Ze verzoenen niet. Ze vernieuwen niet. Ze verwijzen slechts.

Wanneer een gemeente of geloofsgemeenschap vrede heeft met het blijvend spreken in schaduwtaal, raakt zij gewend aan een geloof zonder expliciete belijdenis. Dat lijkt verbindend, maar het kost uiteindelijk vrijmoedigheid, helderheid en waarheid.

Het Evangelie is geen suggestie. Het is verkondiging. En verkondiging vraagt om benoeming.

De Naam van Jezus is géén detail

In het Nieuwe Testament is de Naam geen bijkomstigheid, maar openbaring. Niet als cultureel etiket, maar als aanduiding van wie God daadwerkelijk heeft gezonden en geopenbaard.

Waar de Naam verdwijnt, verdwijnt ook de scherpte van het geloof. Wat overblijft is vrome taal zonder confrontatie, Schrift zonder culminatie, verwachting zonder vervulling.

Een gewetensvraag

Wie merkt dat dit schuurt, is niet lastig of onverdraagzaam. Dat ongemak is vaak een gezond geestelijk signaal. Het wijst erop dat het geweten herkent: hier klopt de richting niet meer.

Niet omdat de Tenach tekortschiet — integendeel — maar omdat zij nooit bedoeld was als eindstation.

Schaduwbeelden zijn kostbaar. Maar alleen zolang zij ons leiden naar datgene waar zij voor gegeven zijn.

Wie de schaduw tot norm verheft, ontneemt de vervulling haar stem.
En wie de vervulling haar stem ontneemt, zal uiteindelijk ook de waarheid verliezen.

Jesus Is God – Isa Is Not

In Christianity, Jesus is God incarnate, the Son of God, and called God. (John 1:1, John 1:14, Colossians 2:9).

In Islam, Isa is only a prophet and strictly human, not divine.

Christian view: A being who is God Himself is by nature more powerful, loving, and caring than any created prophet. Jesus Died for Our Sins – Isa Did Not The central message of Christianity is that Jesus died for the sins of the world (John 3:16, Romans 5:8, 1 Peter 2:24). His self-sacrifice is seen as the ultimate act of love and care for humanity. 

“Greater love has no one than this: to lay down one’s life for one’s friends.” — John 15:13

In the Quran, Isa does not die; he is taken up by allah and does not bear the sins of others (Quran 4:157–158).

Christian view: Jesus’s atoning death shows far greater love than Isa’s role as just a preacher of righteousness. Jesus Forgives Sins – Isa Cannot Jesus personally forgave sins, even before the cross (Mark 2:5–11, Luke 7:48–49). This proves both His divine power and His compassion.

Isa, as portrayed in the Quran, does not forgive sins — only allah does that.

Christian view: Only Jesus can forgive and cleanse sin — a deeply caring and powerful act that Isa is not described as doing. Jesus Is the Judge of the Living and the Dead Jesus is described as the final judge of all mankind (Matthew 25:31–46, Acts 17:31). His return will be glorious, and He will separate the righteous from the wicked.

Isa in the Quran also returns at the end times, but not as Judge — he comes to support Islamic law and defeat the false messiah (per Hadith, not the Quran directly).

Christian view: Jesus holds absolute authority over eternity. Isa does not. Jesus Offers a Personal Relationship – Isa Does Not

Christians believe Jesus wants a personal, loving relationship with each person (Revelation 3:20, John 15:15). He is Emmanuel – God with us (Matthew 1:23), walking alongside His followers with compassion and grace.

Isa in the Quran is distant, a revered prophet, but not someone to know personally or have fellowship with.

Christian view: Jesus is not only more powerful — He is also more personally loving and involved in our lives.

Conclusion Jesus (Bible). — Isa (Quran)

Nature: God, Son of God –Prophet only

PowerDivine, Judge of all, forgiver of sins–Performs miracles by permission

Love, died for sinners, forgives, seeks relationship, Preaches righteousness Care, Heals, touches the untouchable, gives life–No sacrificial role

Therefore, Jesus of the Bible is immeasurably more powerful, loving, and caring than Isa of the Quran, because only Jesus: Is Immanuel, God with us, Died and rose again for our salvation, Forgives sins, and invites us into eternal relationship with Him.🙏🏽

De Bijbel over de misleider en misleiding

satan als misleider

Openbaring 12:9

En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt; hij is op de aarde geworpen, en zijn engelen zijn met hem geworpen.

2 Korinthe 11:14

En het is geen wonder; want de satan zelf verandert zich in een engel des lichts.

Johannes 8:44

Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven, want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve.

Mensen als misleiders

2 Johannes 1:7

Want vele verleiders zijn uitgegaan in de wereld, die niet belijden, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is; deze is de verleider en de antichristus.

Romeinen 16:18

Want dezulken dienen den Heere Jezus Christus niet, maar hun buik; en door schoonsprekerij en vleierijen verleiden zij de harten der eenvoudigen.

Misleiding als oordeel van God

2 Thessalonicenzen 2:11–12

En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven; opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.

Ezechiël 14:9

En wanneer de profeet zich laat verleiden, dat hij een woord spreekt, Ik, de HEERE, heb dien profeet verleiden; en Ik zal Mijn hand tegen hem uitstrekken, en hem verdelgen uit het midden Mijns volks Israël.

Oproep tot waakzaamheid tegen misleiding

Mattheüs 24:4–5

En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ziet toe, dat u niemand verleide. Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden.

Jakobus 1:16

Dwaalt niet, mijn geliefde broeders.

Samengevat:

Wie is de misleider? Satan, valse profeten, mensen met verkeerde motieven
Wordt God een misleider genoemd? Nee, Hij laat misleiding toe als oordeel
Misleiding als oordeel? Ja, over hen die willens en wetens de waarheid verwerpen
Roept de Bijbel op tot waakzaamheid?

Ja, sterk en herhaaldelijk

 

Jezus en mohammed in één adem noemen?

Dat is al teveel eer….

De personen Jezus van Nazareth en Mohammed van Mekka worden door miljarden mensen wereldwijd als de grootste geestelijke leiders beschouwd. Jezus vormt het middelpunt van het christendom, Mohammed van de islam. Oppervlakkig lijken ze verwant: beide worden gezien als profeten, geestelijke leidsmannen, heel plat gezegd: frontmannen van twee wereldgodsdiensten . Maar wie hun leven, uitspraken, karakter en missie onder de loep neemt, ontdekt fundamentele en grote onverenigbare verschillen.


Achtergrond en geboorte

Jezus werd geboren in nederige omstandigheden in Bethlehem, uit de maagd Maria, door de kracht van de Heilige Geest. De Bijbel leert dat Hij de vleesgeworden Zoon van God is (Joh. 1:1, 14), zonder menselijke vader, en zonder zonde.

Mohammed werd rond 570 n.Chr. geboren in Mekka, als kind van Abdullah en Amina. Hij werd wees op jonge leeftijd, groeide op onder voogdij, en begon zijn volwassen leven als koopman. De islam beschouwt hem als ‘de laatste profeet’, maar niet als goddelijk. De Koran stelt expliciet dat hij slechts een mens is (Soera 18:110).


Missie en kernboodschap

Jezus’ boodschap draaide om het Koninkrijk van God, bekering, genade en vergeving. Hij riep mensen op tot innerlijke vernieuwing en geloof in Hem als de Weg tot de Vader:

“Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Joh. 14:6).

Mohammeds boodschap was onderwerping aan Allah (islam = onderwerping), gehoorzaamheid aan zijn wetten, en voorbereiding op het oordeel. De Koran zegt:

“Wie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt, zal in de tuinen van het paradijs worden gebracht… wie ongehoorzaam is, zal in het vuur branden.” (Soera 4:13-14)

De nadruk ligt op wet, regels en straf.


Omgang met vijanden

Jezus leerde liefde voor vijanden:

“Heb uw vijanden lief, zegen wie u vervloeken, doe goed aan wie u haten” (Matt. 5:44).
Zelf liet Hij zich vrijwillig arresteren, sloeg niet terug, en vergaf zelfs aan het kruis:
“Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen” (Lukas 23:34).

Mohammed daarentegen voerde tientallen gewapende expedities. Hij beval terechtstellingen (zoals van de Joodse stam Banu Qurayza), en veroverde Mekka met militaire overmacht. Zijn praktijk was vergelding en onderwerping. De Koran sanctioneert geweld in naam van Allah (Soera 9:5, 8:12).


Levensstijl en persoonlijk leven

Jezus was ongehuwd, leefde arm, had “geen plaats om zijn hoofd neer te leggen” (Matt. 8:20), en leefde volledig in dienstbaarheid. Hij had geen wereldse macht, geen vrouw, geen bezit, geen leger.

Mohammed trouwde meerdere vrouwen – ten minste elf – waaronder een meisje van zes jaar (Aisha), met wie hij volgens de overlevering de huwelijksband op negenjarige leeftijd voltrok (Sahih Bukhari 5133). Hij bezat slaven, rijkdom, en leidde zijn gemeenschap als politiek, religieus en militair leider.


Zonde en heiligheid

Jezus wordt door de Bijbel voorgesteld als de Zoon van God. Zondeloos (2 Kor. 5:21, Hebr. 4:15), de enige volmaakt rechtvaardige mens.

Mohammed daarentegen werd in de Koran zelf aangespoord om vergiffenis te vragen voor zijn zonden:

“Vraag vergiffenis voor uw zonden” (Soera 47:19).
“Opdat Allah u vergeve uw vroegere en latere zonden” (Soera 48:2)

Dit ondermijnt Mohammeds status als moreel volmaakt voorbeeld.


Het Evangelie ten tijde van Mohammed: hetzelfde als nu

Sommige moslims menen dat het oorspronkelijke evangelie dat Jezus verkondigde later is verdwenen of verdraaid. Maar dit klopt niet.

Feitelijk:

In de 7e eeuw, ten tijde van Mohammed, was het Nieuwe Testament al wijdverspreid in dezelfde vorm die we vandaag kennen. De evangeliën van Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes werden al sinds de 2e eeuw als canoniek erkend en zijn bewaard in duizenden handschriften. Christelijke gemeenschappen in Syrië, Egypte, Klein-Azië, Ethiopië en Europa gebruikten deze teksten.

De Koran noemt het “Injil” – een openbaring die Jezus zou hebben ontvangen, vergelijkbaar met de Thora voor Mozes. Maar dat is een islamitisch misverstand:

  • In het christendom is het evangelie geen boekrol die Jezus zelf zou hebben neergeschreven of ontvangen,

  • maar het goede nieuws over Jezus – zijn leven, dood en opstanding – opgetekend door vier ooggetuigen of hun metgezellen.

Er is dus een fundamenteel verschil:

  • Islam: één boek, geopenbaard aan Jezus (Injil)

  • Christendom: vier evangeliën, als historisch verslag van Jezus’ leven en werk

Er is geen enkel bewijs dat er een ander evangelie circuleerde in Mohammeds tijd. Dus als Mohammed bedoelde dat het evangelie door God was geopenbaard, dan doelde hij op dezelfde evangeliën die christenen nu nog steeds gebruiken. Dat vormt een levensgroot probleem, zoals hieronder blijkt.


Het islamitische dilemma: bevestiging én tegenspraak van de Bijbel

De Koran stelt dat Allah eerder de Thora, de Psalmen en het Evangelie heeft geopenbaard:

“Wij hebben het Evangelie gezonden, waarin leiding en licht is, en ter bevestiging van de Thora…” (Soera 5:46)

“Als je twijfelt over wat Wij jou hebben geopenbaard, vraag dan hen die het Boek vóór jou lazen” (Soera 10:94)

Daaruit blijkt:

  • De Koran erkent dat de Bijbel van goddelijke oorsprong is.

  • Mohammed riep zelfs op om raad te vragen bij de mensen van het Boek.

Maar tegelijk spreekt de Koran de inhoud van de Bijbel flagrant tegen:

  • Jezus is niet de Zoon van God (Soera 112:3).

  • Hij werd niet gekruisigd (Soera 4:157).

  • De Drie-eenheid wordt verworpen (Soera 5:73).

Logisch gevolg: een onoplosbare tegenstrijdigheid

  1. Als de Bijbel authentiek is, dan is de Koran fout, want die spreekt hem tegen.

  2. Als de Bijbel vervalst zou zijn, dan is de Koran onbetrouwbaar, want die bevestigt de Bijbel als goddelijk.

Er is geen mogelijkheid om beide tegelijk als waarheid te aanvaarden.


Dood en erfenis

Jezus werd gekruisigd onder Romeins gezag – Hij gaf Zijn leven vrijwillig als losprijs voor zondaren (Mark. 10:45). Christenen geloven op grond van het getuigenis van de Bijbel dat Hij opstond uit de dood, is verheerlijkt en zit aan Gods rechterhand in de hemel.

Mohammed stierf in 632 n.Chr. in Medina door een opzettelijke vergiftiging door een Joodse vrouw wiens familie hij had vermoord. Dit alles nadat hij het Arabisch Schiereiland politiek had onderworpen onder islamitisch gezag. Hij werd begraven in zijn huis, later een moskee.


Twee totaal verschillende geesten

Waar Jezus opkwam voor armen, zieken en zondaars, geweld afwees en zijn leven gaf voor anderen, zien we bij Mohammed een leider die wetten oplegde, geweld goedkeurde en zich privileges toekende.

Hun  gezindheid is tegengesteld:

Jezus Mohammed
Dienend Gewelddadig/Heersend
Ongewapend Gewapend
Zondeloos Zondig
Gaf zichzelf Eiste gehoorzaamheid
Vergeving Straf
Liefde Onderwerping

Conclusie

Jezus en Mohammed vertegenwoordigen twee totaal verschillende benaderingen van God, verlossing en moraal:

  • Jezus: liefde, genade, vergeving, zelfopoffering

  • Mohammed: wet, macht, gehoorzaamheid, vergelding

De islam stelt dat de Koran het ware vervolg is op de Bijbel. Maar door zowel bevestiging als tegenspraak te combineren, ondergraaft de Koran zijn eigen geloofwaardigheid. Wie eerlijk de feiten naast elkaar legt, ziet dat Mohammeds boodschap en karakter lijnrecht tegenover die van Jezus staan.

“Niemand kan twee heren dienen…” – Jezus Christus (Mattheüs 6:24)

De Galilese bruiloft: een moderne mythe doorgeprikt

11 minuten lezen

De beker van het avondmaal

“Toen Jezus de avondmaalsbeker met wijn aan Zijn discipelen aanbood, hebben zij direct gedacht aan de beker die een bruidegom aan zijn toekomstige bruid aanbood. Dronk ze die beker, dan stemde ze in met het huwelijksaanzoek.”

Deze claim hoorde ik afgelopen zondag tijdens een preek over Mattheus 26:26-30. De gedachte is gebaseerd op de symboliek van de zogenoemde ‘Galilese bruiloft’. Volgens deze theorie zou het sluiten van huwelijken in Galilea op allerlei bijzondere manieren verweven zijn in de tekst van het Nieuwe Testament. De gelijkenissen van de Here Jezus, maar ook zijn directe uitspraken en veel profetieën worden dan gelezen met deze ‘Galilese bruiloft’ in het achterhoofd. Een aantal parallellen die men trekt zijn:

 

  • De bruidegom biedt de bruid in spe een beker wijn aan in het bijzijn van zijn vader of getuigen: Zo biedt Jezus de avondmaalsbeker aan de discipelen aan;
  • De bruidegom en bruid zien elkaar niet meer na het drinken van de beker, totdat ze getrouwd zijn: “Ik zeg u dat Ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader” (Mattheüs 26:29);
  • De bruidegom maakt een plaats gereed voor zijn bruid in of bij het huis van zijn vader: “In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken” (Johannes 14:2);
  • De bruidegom weet niet wanneer hij de bruid mag ophalen, dit bepaalt de vader. Alleen hij weet wanneer het feest begint: “Niemand weet de dag of het uur maar alleen de Vader” (Mattheüs 24:36);
  • De bruidegom komt onverwacht, meestal ‘s nachts, om zijn bruid op te halen: Gelijkenis van de vijf wijzen en de vijf dwaze maagden (Mattheüs 25:1-13);
  • De bruid moet altijd klaarstaan, met haar lamp brandend (dezelfde gelijkenis)
  • De bruidegom grist de bruid weg: hierin ziet men de opname van de gemeente;
  • Het bruiloftsfeest duurt zeven dagen: De bruiloft van het Lam duurt zeven jaar en valt gelijk met de ‘zevenjarige’ verdrukking die op aarde zal zijn.

Klopt dit wel?

Maar klopt dit beeld eigenlijk wel? Bestond er wel zoiets als een unieke, mysterieuze ‘Galilese bruiloft’ die fundamenteel anders was dan huwelijksfeesten elders in Israël? En waar is deze gedachte op gebaseerd?

In dit blog neem ik je mee op een zoektocht naar de oorsprong van dit idee. Ik laat zien dat het verhaal van de ‘Galilese of Joodse bruiloft’ niet is gebaseerd op Joodse bronnen uit de tijd van Jezus. Het verhaal is uitgegroeid tot een geliefd symbool in sommige christelijke kringen, maar het blijkt een moderne mythe te zijn. Het is voortgekomen uit de fantasie van enkele schrijvers die (misschien goedbedoeld?) onze liefde voor de Heer willen aanwakkeren. Lees verder op Jolande’s blog>>>

 

#galilesebruiloft #opnamevandegemeente #kritiek #mythe

Geverifieerd door MonsterInsights