De vloek van de wet

De vloek van de wet

Wie zich beroemt op zijn goede werken, bewijst daarmee niet zijn geestelijkheid, maar zijn blindheid. Want wie de wet als grond kiest, kiest bewust voor de vloek van de wet. Dat is geen interpretatie, maar een keiharde Bijbelse vaststelling. Paulus laat hier geen ruimte voor nuance, ingelegde theorieeen of ontsnappingsroutes.

De wet van Mozes was geen opstap naar rechtvaardiging, maar een met vervloeking bekrachtigd verbond. Niet omdat God wreed is, maar omdat de mens zondig is. De vloek was geen dreiging aan de rand van het verbond; zij was het logische en onafwendbare gevolg ervan. Een wet voor zondaars eindigt altijd in veroordeling.

Alleen vervloekingen

Op de berg Ebal wordt dit onmiskenbaar zichtbaar. Geen zegen, geen bemoediging, geen perspectiefalleen vervloekingen. En het volk zei  twaalf keer “Amen”. Men zette er vrijwillig zijn handtekening onder.

Wie vandaag doet alsof de Wet bedoeld was om leven te schenken, herschrijft de Schrift.

Het idee dat de mens zich door wetsgehoorzaamheid zou kunnen rechtvaardigen, is plat zelfbedrog. Het veronderstelt een mens die niet bestaat: een mens zonder zonde. De werkelijkheid is dat de wet niets anders doet dan blootleggen, aanklagen en veroordelen. Zij geneest niet; zij veroordeelt en doodt.

Wetsdenken

Zelfvervloeking is daarom geen ontsporing, maar een logisch gevolg van wetsdenken. In Numeri 5 wordt de vloek ritueel toegepast. In Deuteronomium 29 wordt gesproken over “de vervloeking” van de wet. In Nehemia 10 roept het volk vernietiging over zichzelf af. En in Handelingen 23 vervloeken mensen zichzelf om een apostel te vermoorden. Wie dit patroon niet ziet, wil het niet zien.

De wet produceert geen heiligen, maar fanatici. Zij voedt angst, schuld en geweldnooit leven. Daarom noemt Paulus haar zonder omhaal een “bediening des doods” en van veroordeling. En toch blijven sommige christenen deze opnieuw omhelzen, alsof er enige geestelijke winst te behalen valt.

Dat is geen vroomheid, maar regressie.

Rectvaardiging alleen ZONDER de wet

Wie zich opnieuw onder de wet plaatst om gerechtvaardigd te worden, verraadt het kruis. Christus is niet gestorven om de wet een beetje milder te maken. Hij is tot een vloek geworden, juist omdat de wet alleen maar vervloeken kan. Wie dat afzwakt, maakt Zijn offer overbodig.

Christus heeft het oordeel gedragen. Punt. Wie Hem daarna weer aanvult met wet, zegt feitelijk dat Zijn werk onvoldoende was. Alleen ZONDER de wet is er rechtvaardiging.

 Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de Wet en de Profeten (Romeinen 3:21 STV)

Alleen in de Geest is er gehoorzaamheid. Alles daarbuiten is platte religieuze schone schijn, en uiteindelijk: de vloek. Met als resultaat de dood.

Zie ook:

De Wet, alleen de vloek weggenomen? – Bijbelse basis

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen” – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de Wet? – Bijbelse basis

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?” – Bijbelse basis

Why the Ten Commandments Are Not “Ten Core Values for Christian Life” – Bijbelse basis

De “Statenvertaling-alleen” denkfout en de verwarring

De “Statenvertaling-alleen” denkfout en de verwarring

Waarom de verabsolutering van de Statenvertaling geen Schriftgetrouwheid is, maar een denkfout

Er bestaat een vorm van vroomheid die zich voordoet als trouw aan Gods Woord, maar die in werkelijkheid wordt gedreven door angst voor correctie. De “Statenvertaling-alleen”denkfout spreekt in hoofdletters over eerbied, en soms met grote woorden en grove beschuldigingen over “corrupte , valse Bijbels” maar sluit tegelijkertijd de ogen voor feiten. Het credo is eenvoudig en onwrikbaar:

De Statenvertaling is norm. Afwijking is gevaar. Onderzoek is verdacht.

Dit denken is niet onschuldig. Het is systematisch, polemisch en misleidend. En het steunt op één fundamentele verwarring die telkens opnieuw wordt verzwegen:

>>>het onderscheid tussen Schriftkritiek en tekstkritiek<<<

De fatale verwarring: Schriftkritiek ≠ tekstkritiek

Het debat rond de Statenvertaling wordt bewust vervuild door twee totaal verschillende zaken op één hoop te gooien.

Tekstkritiek vraagt:

Wat heeft de oorspronkelijke auteur geschreven?

Schriftkritiek vraagt:

Is wat de auteur geschreven heeft wel waar, betrouwbaar of gezaghebbend?

Dat verschil is niet subtiel. Het is principieel.

Tekstkritiek veronderstelt het gezag van de Schrift.  Deze zoekt niet naar afbraak, maar naar herstel. En corrigeert kopiisten, geen profeten. Maar probeert de tekst terug te brengen naar haar oorspronkelijke vorm.

Schriftkritiek daarentegen ondergraaft dat gezag. Hiermee stelt men de inhoud zelf ter discussie.

Wie deze twee gelijkstelt, bedrijft geen theologie, maar retorische manipulatie.

SV-alleen denken leeft van die verwarring

SV-alleen denken kan alleen bestaan zolang tekstkritiek wordt voorgesteld als Schriftkritiek. Daarom wordt elk beroep op oudere handschriften, elke voetnoot, elke tekstvariant onmiddellijk geframed als “aanval op de Bijbel”.

Dat is geen toeval. Dat is strategie.

Zodra men toegeeft dat tekstkritiek iets anders is dan Schriftkritiek, stort het hele SV-alleen bouwwerk in. Want dan blijkt ineens dat moderne tekstuitgaven niet de Schrift aantasten, maar doorgaans trachten haar zo zuiver mogelijk te achterhalen.

Daarom moet het onderscheid vaag blijven. Angst werkt beter dan argumenten.

De Textus Receptus: hulpmiddel, geen norm

De Textus Receptus is geen geïnspireerde tekst, maar een historische reconstructie, samengesteld met de beperkte middelen van de zeventiende eeuw. Dat was toen legitiem. Maar het was nooit bedoeld als eindstation.

Sindsdien zijn er veel oudere handschriften ontdekt. Die negeren is geen geloofsdaad, maar een keuze — een bewuste weigering om te luisteren naar beter en ouder bewijsmateriaal.

Wie zegt:

“Wij houden vast aan de Textus Receptus, ook als oudere handschriften iets anders laten zien”

zegt impliciet:

Het doet er niet toe wat de apostelen geschreven hebben, zolang onze vertrouwde tekst maar intact blijft. Dat is geen eerbied voor de Schrift. Dat is verplaatsing van gezag.

De ironie: SV-alleen denken bedrijft zelf Schriftkritiek

Hier wordt het pijnlijk.

Door vast te houden aan een specifieke editie — ongeacht betere gegevens — verschuift het gezag: niet langer de oorspronkelijke tekst is norm, maar een latere tekstvorm.

De vraag is dan niet meer:
Wat schreef Paulus? maar: Wat staat er in de Statenvertaling?

Dat is precies wat Schriftkritiek doet: het gezag losmaken van de oorspronkelijke openbaring en verankeren in iets anders.

SV-only denken beschuldigt anderen van Schriftkritiek, maar praktiseert haar zelf.

“Weglaten” als angstwoord

Het woord weglaten is het favoriete wapen in dit debat. Het suggereert roof, verminking, verlies. Maar in werkelijkheid gaat het meestal om het herkennen en verwijderen van latere toevoegingen.

Meer woorden betekent niet meer waarheid.
Meer vroom klinkende zinnen betekent niet meer inspiratie.Tekstkritiek vraagt niet:Wat klinkt het mooist? maar: Wat verklaart het ontstaan van de andere varianten? Wie dat weigert te vragen, heeft de waarheid ingeruild voor ‘wat men gewend is’

Een geloof dat voetnoten vreest, is geen sterk geloof

SV-alleen denken doet alsof Gods Woord alleen kan overleven binnen één Nederlandse vertaling uit 1637. Alsof Gods voorzienigheid ophield bij de Statenvertalers.

Dat is geen hoge Schriftopvatting. Dat is Gods woord benauwd inpassen.

Een geloof dat bang is voor handschriften,bang is voor wetenschap, bang ook voor correctie, is geen geloof dat rust in de waarheid, maar een geloof dat zichzelf, koste wat-kost, moet beschermen.

Noem het bij de naam

Tekstkritiek is geen vijand van de Schrift.
Tekstkritiek is een dienaar.

Schriftkritiek is geen synoniem van tekstkritiek.
Dat gelijkstellen is intellectueel oneerlijk.

SV-alleen denken is geen onschuldige voorkeur, maar een systeem dat leeft van verwarring, angst en verabsolutisering van traditie.

Wie werkelijk buigt voor Gods Woord, buigt niet voor één vertaling,niet voor één editie, niet voor één tijdperk

De vraag moet zijn, zonder angst en zonder in een verdedigingsreflex te schieten:

Wat staat er werkelijk geschreven?

Alles minder is geen trouw, maar verhard en blind traditionalisme. Om niet te zeggen overspannen complotdenken.

zie ook:

De claims van de “checklist vervalste Bijbels” van sv1637.org gecheckt – Bijbelse basis

De KJV-only en Statenvertaling alléén controverse ontzenuwd – Bijbelse basis

Waar komt de term “Textus Receptus” vandaan? – Bijbelse basis

Een betrouwbare Bijbel: tekstoverlevering – Bijbelse basis

Wat is ‘King James Onlyism’? – Bijbelse basis

Zijn moderne Bijbels vervalst? – Bijbelse basis

Cover-up Culture in the Charismatic Church

Cover-up Culture in the Charismatic Church

Een 6 uur durend  misselijkmakend exposé van charismatische dekmantels, valse “bedieningen” grof misbruik en manipulatie, alles in Gods Naam, en iedereen duikt nu weg. Riemen vast. Wees gewaarschuwd.

YouTube player

Is de King James Version echt de meest betrouwbare Bijbelvertaling?

Is de King James Version echt de meest betrouwbare Bijbelvertaling?

Binnen sommige christelijke kringen leeft sterk de overtuiging dat de King James Version (KJV) (en in het Nederlandse taalgebied Iets vergelijkbaars met de Statenvertaling) de enige goede of meest zuivere Bijbelvertaling zou zijn. Moderne vertalingen zouden al dan niet opzettelijk fouten bevatten, doctrines verzwakken of zelfs het Woord van God aantasten.

Klopt dat beeld wel?

In dit artikel kijken we historisch, tekstueel en leerstellig naar deze claim.

Het gezag van de Schrift staat in nieuwere vertalingen niet ter discussie

Christenen geloven dat de Bijbel door God is geïnspireerd (2 Timotheüs 3:16). Dat gezag rust niet op één specifieke Engelse vertaling, maar op God zelf.

Al vóór Christus werd het Oude Testament vertaald in het Grieks (de Septuagint), en juist díe vertaling wordt in het Nieuwe Testament regelmatig geciteerd. Dit laat zien dat Gods Woord ook in vertaling gezaghebbend is.

Gods Woord is niet gebonden aan één taal of één editie.

De King James Version is niet onveranderlijk. Wat vaak wordt vergeten:
De KJV die vandaag wordt gelezen is niet identiek aan de editie van 1611, ze is meerdere keren herzien, vooral in 1769. De oorspronkelijke vertalers moedigden aan om andere vertalingen te raadplegen wanneer iets onduidelijk was. De KJV-vertalers beschouwden hun werk dus nadrukkelijk niet als foutloos of exclusief.

Beperkingen van de Textus Receptus

De KJV is gebaseerd op de zogeheten Textus Receptus, een Griekse tekst die vooral teruggaat op het werk van Erasmus (16e eeuw).
Hij beschikte over:
slechts enkele manuscripten, die bovendien relatief jong waren. Sindsdien zijn veel oudere en betrouwbaardere manuscripten ontdekt, waaronder Codex Sinaiticus en Codex Vaticanus (4e eeuw). Moderne vertalingen maken gebruik van dit bredere en oudere bewijsmateriaal.
Belangrijk om te weten: Textus Receptus is een latere marketingterm, geen goddelijk kwaliteitsstempel.

Concrete problemen in de KJV

Verouderde en onduidelijke taal. De KJV gebruikt woorden die vandaag een andere betekenis hebben of niet meer worden begrepen:

conversation = levenswandel
let = verhinderen
prevent = voorafgaan

Dit maakt de KJV in voorkomende gevallen moeilijk leesbaar, vooral voor jongeren en nieuwe lezers.

Verwarrende naamvormen

In de KJV veranderen namen zonder uitleg:

Elia → Elias
Jesaja → Esaias
Jona → Jonas
Boaz → Booz

Moderne vertalingen houden namen meestal consequent gelijk, wat het lezen, doorzoeken en vergelijken sterk vereenvoudigt.

Zwakkere formuleringen op leerstellig belangrijke punten

De KJV is  op sommige plaatsen minder duidelijk over:

de godheid van Christus (o.a. Johannes 1:18, Titus 2:13)
de persoonlijkheid van de Heilige Geest (Romeinen 8:26 – “itself”)

Moderne vertalingen zoals de New International Version maken deze punten duidelijker, zonder iets toe te voegen aan de tekst.

KJV-only argumenten getoetst aan de geschiedenis

Soms wordt beweerd dat moderne vertalingen geestelijke achteruitgang veroorzaken. De geschiedenis laat iets anders zien:

Theologische dwalingen en liberalisme ontstonden ook toen de KJV nog dominant was. Geen enkele Bijbelvertaling garandeert geestelijke groei. Zelfs de gemeente van Korinthe kampte met ernstige problemen, hoewel zij de Griekse tekst hadden. Laten we ons realiseren dat geestelijke groei komt door gehoorzaamheid, niet door één specifieke vertaling
(Jakobus 1:22).

Over tekstkritiek

Tekstkritiek is zeker niet hetzelfde als Schriftktitiek, en geen aanval op de Bijbel, maar een wetenschappelijke methode om zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst te komen.

Kenmerken: vergelijking van manuscripten, behoud van varianten in voetnoten en geen aantasting van kernleer. Belangrijk: geen enkele christelijke doctrine staat op het spel door tekstvarianten.

Welke vertaling dan?

klinkt wellicht wat gechargeerd ,maar de vertaling die je gebruikt is waarschijnlijk de beste. want wat heb je aan een Bijbel die je niet gebruikt? Al zijn er natuurlijk boeken die de naam vertaling niet waardig zijn zoals de ‘Bijbel’ van de Jehovah’s getuigen die heet de ‘Nïeuwe Wereldvertaling’  Of in het Engels taalgebied the Message, of the Passion ’translation’ bijvoorbeeld.

Samengevat

De King James Version is een indrukwekkend historisch document, maar niet de norm waaraan alle andere vertalingen moeten worden onderworpen. Wie werkelijk eerbied heeft voor Gods Woord:, leest de Bijbel veel, vergelijkt meerdere vertalingen. En laat zich leiden door waarheid, niet door traditie.

Dit allemaal los gezien van alle persoonlijke voorkeur. De mijne ligt om tal van secundaire redenen bij de Statenvertaling, Ik kan echter niet met geldige, zuivere argumenten hard maken dat die vertaling superieur zou zijn aan alle nieuwere vertalingen. Ik besef me heel goed dat de inzichten hierover behoorlijk uiteenlopen. Ook weet ik dat ik hiermee bepaald niet iedereen tevreden of gerust ga stellen. Ik hoor graag, maar dan liever niet op basis van geleende of gevoelsargumenten , maar op basis van de Schrift zelf, waar ik het fout zou zien .

“Heilig hen door de waarheid; uw woord is de waarheid.”
— Johannes 17:17

Charismatische verwarring – wanneer vuur rook wordt

Charismatische verwarring – wanneer vuur rook wordt

De afgelopen decennia is het charismatische christendom sterk gegroeid. In veel gemeenten heeft dit geleid tot hernieuwde aandacht voor gebed, aanbidding en persoonlijke betrokkenheid. Dat zijn op zichzelf positieve ontwikkelingen. Toch groeit tegelijkertijd de zorg dat geestdrift en beleving steeds vaker de plaats innemen van onderscheidingsvermogen en Bijbelse toetsing. Waar enthousiasme niet langer wordt begrensd door de Schrift, ontstaat verwarring.

Dit artikel wil geen karikatuur maken van charismatische christenen. Integendeel: veel gelovigen binnen deze stroming dienen God oprecht. Maar juist daarom is een nuchtere waarschuwing nodig, omdat misleiding zelden begint met kwade bedoelingen..

Van opwekking naar ontsporing

De moderne pinksterbeweging wordt vaak verbonden met Azusa Street (1906). Minder bekend is dat al in de negentiende eeuw een sterke nadruk ontstond op geestelijke ervaring en het werk van de Heilige Geest. Dat hoeft op zich niet problematisch te zijn.

De problemen begonnen toen spectaculaire gaven – zoals tongentaal, profetie en genezing – een centrale plaats kregen en steeds meer werden losgemaakt van Bijbelse correctie. Sommige kerken probeerden dit te begrenzen, bijvoorbeeld door alles expliciet te toetsen aan de Schrift, zoals later gebeurde binnen de Assemblies of God.

Maar daartegen ontstond weer verzet: men vond dat de Geest “in een keurslijf” werd gedwongen. Dat verzet heeft geleid tot een golf van bewegingen waarin grenzen bewust werden losgelaten.

Wanneer ervaring leidend wordt

Een belangrijk kantelpunt is het moment waarop ervaring gezag krijgt. Uitspraken als:

  • “De Geest leidde mij”
  • “God liet mij zien”
  • “Ik kreeg een nieuw woord”

krijgen dan meer gewicht dan zorgvuldige uitleg van de Schrift.

Hier ontstaat een gevaarlijke verschuiving , niet de Bijbel corrigeert de ervaring, maar de ervaring herinterpreteert de Bijbel. Wie vragen stelt, krijgt al snel te horen dat hij “rationeel”, “ongelovig” is of “de Geest tegenwerkt” Kritiek wordt zo geestelijk verdacht gemaakt.

Nieuwe openbaringen naast de Schrift

In verschillende hedendaagse charismatische kringen wordt openlijk gesproken over nieuwe openbaringen die niet in de Bijbel te vinden zijn, maar er ook niet “mee in strijd” zouden zijn. Daarmee ontstaat feitelijk een tweede gezagsbron naast de Schrift.

Dit raakt het hart van het christelijk geloof. De klassieke belijdenis is juist dat God Zich afdoende heeft geopenbaard in Christus en in de Schrift. Alles wat daarbuiten wordt geplaatst als aanvullend gezag, ondermijnt die belijdenis – ook al gebeurt dat met vrome woorden.

De mens centraal

Een terugkerend patroon in ontspoorde charismatische leer is dat de mens centraal komt te staan:

  • mijn woorden zouden geestelijke werkelijkheid scheppen
  • mijn geloof zou genezing of voorspoed afdwingen
  • mijn profetie zou richting geven aan Gods handelen
  • Dit tast de soevereiniteit van God aan. God wordt zo iemand die reageert op menselijke acties, in plaats van de Heilige die vrij handelt naar Zijn wil.
  • Ironisch genoeg sluit dit naadloos aan bij moderne, individualistische cultuur: autonomie, zelfverwerkelijking en succes krijgen een geestelijk sausje.

Macht, hiërarchie en manipulatie

In sommige bewegingen worden opnieuw apostelen en profeten geïnstalleerd met uitzonderlijk gezag. Hun woorden zouden rechtstreeks van God komen en daarom nauwelijks te corrigeren zijn. Wie zich daaraan onttrekt, zou zich verzetten tegen God Zelf.

Dit schept een klimaat waarin: geestelijke manipulatie kan ontstaan,misbruik moeilijk benoembaar wordt en gewetens worden gebonden aan mensen

De geschiedenis leert dat juist dit soort structuren uiterst kwetsbaar zijn voor ontsporing.

 Wat is dan wél Bijbels?

Waakzaamheid betekent niet dat: de Heilige Geest niet meer werkt ,gebed voor zieken verkeerd is of geestelijke gaven per definitie verdacht zijn.

Het betekent wél dat:

de Schrift normerend blijft

ervaringen getoetst worden, leiders aanspreekbaar en corrigeerbaar zijn, Christus centraal staat, niet de mens.

De vrucht van de Geest is niet : extase of spektakel, maar waarheid, nederigheid en liefde.

Nuchterheid is geen gebrek aan geloof

In een tijd waarin emoties, ervaringen en snelle claims domineren, is geestelijke nuchterheid geen lauwheid maar gehoorzaamheid. Niet alles wat indrukwekkend is, is geestelijk. Niet alles wat “krachtig” voelt, komt van God.

Juist daarom is de oproep vandaag: Beproef de geesten. Houd vast aan het Woord. Wees waakzaam – ook voor verwarring die zich vroom voordoet.

 

 

De wereld anno 2026.388.000.000 mensen , 1 op de 7 christenen, wordt vervolgd vanwege hun geloof

Ranglijst Christenvervolging 2026

Wereldwijd hebben ruim 388 miljoen christenen te maken met vervolging en discriminatie vanwege hun geloof in Jezus Christus. De nieuwste Ranglijst Christenvervolging brengt in kaart in welke vijftig landen christenen het meest worden onderdrukt en het zwaarst te lijden hebben om hun geloof.


Kijk bij Open Doors   https://www.opendoors.nl/388miljoen/

Schrift met Schrift vergelijken

Schrift met Schrift vergelijken: een vergeten principe

Een van de meest fundamentele regels voor Bijbeluitleg is tegelijk een van de meest genegeerde:

De Schrift verklaart zichzelf, Schrift met Schrift vergelijken….

  • Niet gevoel.
  • Niet traditie.
  • Niet populaire prediking.

Maar de Bijbel zelf.

De Schrift zegt het eenvoudig en diep tegelijk:

“Geestelijke dingen met geestelijke dingen vergelijken.” (1 Korinthe 2:13)

“Geen profetie der Schrift is van eigen uitleg.” (2 Petrus1:20)

Dat betekent:

  • geen leer opbouwen op één tekst,
  • geen beeld losmaken van zijn context,
  • en geen conclusie trekken voordat alle relevante Schriftplaatsen zijn meegenomen.

Waar dit principe verdwijnt, ontstaat verwarring. Waar het wordt toegepast, ontstaat orde. En duidelijkheid.

Enkele voorbeelden:

“Koning Jezus”: Schrift met Schrift getoetst

De uitspraak “Koning Jezus” is bijbels juist.


Maar de vraag is: Koning waarvan?

Wanneer we Schrift met Schrift vergelijken, valt iets op:

  • Jezus wordt Koning genoemd in relatie tot Israël
  • Hij wordt nooit Koning van de gemeente genoemd

De profeten spreken over:

  • de troon van David
  • Jeruzalem
  • een aards koninkrijk

Jezus zelf zegt:

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” (Johannes 18:36)

Dat betekent niet sec “geestelijk”, maar: nog niet gevestigd.

Over de gemeente zegt de Schrift iets anders:

“Hij is het Hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente.” (Kolossenzen 1:18)

Een hoofd regeert geen onderdanen. Een hoofd stuurt een lichaam aan.

Door Schriftvergelijking dus:
Jezus is Koning, maar niet van de gemeente.

De bruid: wie zegt de Schrift dat zij is?

Veel christenen spreken vanzelfsprekend over “de bruid van Christus” en bedoelen daarmee de gemeente.
Maar zodra we Schrift met Schrift vergelijken, blijkt dit onhoudbaar.

De Bijbel gebruikt bruid/vrouw-taal uitsluitend voor Israël:

  • huwelijksverbond (Sinaï)
  • ontrouw (overspel)
  • verstoting
  • toekomstig herstel

De gemeente kent:

  • geen huwelijksverbond
  • geen echtscheiding
  • geen herstel als vrouw

In Openbaring 21 wordt de bruid getoond:

“Kom, ik zal u tonen de bruid, de vrouw van het Lam.”

Wat ziet Johannes?
 Het nieuwe Jeruzalem, verbonden aan Israël.

Dus
De bruid is Israël. De gemeente is geen bruid.

Wat is de gemeente dan wél?

Als de gemeente geen koninkrijk is en geen bruid, wat is zij dan?

De Schrift is opvallend eensgezind:

  • Lichaam
  • Huisgezin
  • Tempel
  • Kinderen van God

“Zo zijt gij dan … huisgenoten van God.” (Efeze 2:19)

Dat is geen hiërarchie, maar familie. Geen onderdanen, maar kinderen. Geen koning, maar een Hoofd. De identiteit van de gemeente is hemels, niet aards.
Haar roeping is hemels, niet koninklijk bestuur.

Waarom vermenging ontspoort

Wanneer Israël en gemeente door elkaar worden gehaald, ontstaan vaste patronen van verwarring:

  • de gemeente wordt “bruid”
  • Jezus wordt “Koning van de gemeente”
  • het koninkrijk moet “nu” gebouwd worden

Dit komt niet voort uit Schriftvergelijking, maar uit selectieve lezing.

Gevolg:

  • profetie wordt vergeestelijkt
  • beloften worden verplaatst
  • toekomstverwachting verdwijnt

Wat begint als vroom taalgebruik, eindigt als dwaalleer.

Hoe vergelijk je Schrift met Schrift in de praktijk?

Bijbels lezen vraagt discipline. Enkele eenvoudige regels:

  1. Verzamel alle teksten over een onderwerp
  2. Scheid contexten (Israël / gemeente / volken)
  3. Let op tijd (nu – toekomst)
  4. Maak onderscheid tussen beeld en leer
  5. Laat moeilijke teksten staan zonder ze glad te strijken

De Bijbel corrigeert en verklaart zichzelf — als wij haar tenminste laten spreken.

 Christus verheerlijkt door onderscheid

Onderscheid verkleint Christus niet.
Het verheerlijkt Hem.

Door Schrift met Schrift vergelijken zien we Jezus Christus in Zijn volle rijkdom:

  • Koning van Israël
  • Hoofd van de gemeente
  • Heer van allen
  • Middelaar van het nieuwe verbond

Niet één titel vervangt de andere. Elke titel hoort bij een specifieke relatie.

Dat is geen verdeeldheid, maar goddelijke orde.

Superkerk

Superkerk

 (vertaald uit het Engels van een oud album van de continental singers begin jaren 70)

Als deze kerk wil groeien en bloeien,

dan moeten we wat progressiever zijn.

Geen tijd om af te wachten, we moeten ons organiseren!

We hebben een superkerk nodig die ons leidt,

vergeet de leerstellingen die ons scheiden,

het is tijd voor een beetje

compromis!

Ja Heer!

Wat we nodig hebben is een splinternieuw evangelie,

het oude is te kil en te vijandig.

Je maakt geen vrienden door mensen op hun tenen te trappen.

Mensen willen geen schuld en geen verdriet!

Ze willen een stralende dag morgen

en een plek waar ze hun nieuwste kleren kunnen dragen!

Ja Heer!

Misschien moeten we Jezus wat afzwakken,

Hij kan maar verdeeldheid veroorzaken!

Vergeet die bijbelverhalen,

maak korte metten met die oude mythen!

Vergeet de leer van de opstanding,

we willen alleen de woorden van Jezus

over broederschap en liefde en nooit meer oorlog

De wonderen kunnen we laten varen,

we hoeven ons nergens meer druk over te maken,

twisten over leerstellingen zijn verleden tijd!

Ja Heer!

Moraal is achterhaald,

de moderne mens is bevrijd

van geboden en verboden die alleen maar schuldgevoel geven!

We zullen je levensstijl niet veranderen,

er is niets meer dat vergeving nodig heeft!

Het leven is kort, dus leef het met volle teugen!

Ja Heer!

Misschien moeten we Jezus wat afzwakken,

Hij kan maar verdeeldheid veroorzaken!

Vergeet die bijbelverhalen,

maak korte metten met die oude mythen!

Sluit je aan bij de sociale revolutie,

bidden heeft nooit oplossingen gebracht

voor armoede of criminaliteit in de stad.

Ruimdenkendheid is beter dan dogma’s.

We willen geen fanatici zijn,

een mens moet met zijn tijd meegaan!

Als deze kerk wil groeien en bloeien,

dan moeten we wat progressiever zijn.

Geen tijd om te wachten, we moeten ons organiseren!

We hebben een superkerk nodig die ons leidt,

vergeet de leerstellingen die ons scheiden,

het is tijd voor een beetje

compromis!

Ja Heer!

“Koning Jezus” (vervolg)

“Koning Jezus” (vervolg)

Waarom de gemeente geen koninkrijk is en geen bruid

De uitdrukking “Koning Jezus” klinkt vroom en bijbels. Toch gaat het hier vaak mis. Niet omdat de titel Koning onjuist zou zijn, maar omdat men die op de verkeerde relatie toepast.

De Bijbel maakt namelijk een scherp onderscheid tussen:

  • Israël
  • de gemeente
  • en de verschillende relaties die Jezus Christus tot beiden heeft.

Wie dat onderscheid loslaat, raakt vroeg of laat verstrikt in verwarring.

 

koning Jezus

Jezus is Koning — maar waarvan?

De Schrift is helder: Jezus is Koning.
Maar nooit wordt Hij Koning genoemd van de gemeente.

Bijbelse werkelijkheid:

  • Hij is Koning van Israël
  • erfgenaam van de troon van David
  • Koning van het toekomstige aardse koninkrijk

Dat koningschap is:

  • door Israël verworpen
  • daardoor uitgesteld
  • en zal pas openbaar worden bij Zijn wederkomst

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” (Johannes 18:36)

Dat betekent niet dat het Koninkrijk geestelijk is,
maar dat het nu nog niet gevestigd is.

De gemeente staat niet onder een Koning

De gemeente wordt in het Nieuwe Testament nooit voorgesteld als een volk met een koning en onderdanen.

Integendeel.

De Bijbel zegt consequent:

  • Christus is het Hoofd
  • de gemeente is het lichaam

“Hij is het Hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente.” (Kolossenzen 1:18)

Een hoofd:

  • regeert geen onderdanen
  • maar stuurt een lichaam aan
  • in een levende, organische eenheid

Dat is geen koninklijke, maar een lichamelijke relatie.

De gemeente is óók geen bruid

Nog zo’n hardnekkig misverstand:
“De gemeente is de bruid van Christus.”

Dat klinkt vertrouwd, maar is bijbels onjuist.

Waarom?

De bruid/vrouw-taal in de Bijbel is verbondstaal — en die hoort exclusief bij Israël.

Israël:

  • ging een huwelijksverbond aan (Sinaï)
  • werd ontrouw (overspel)
  • werd verstoten
  • zal hersteld worden
  • en zal als bruid terugkeren

De gemeente:

  • heeft geen huwelijksverbond
  • geen overspelgeschiedenis
  • geen echtscheiding
  • geen profetisch herstel als vrouw

Daarom kan de gemeente niet de bruid zijn.

Openbaring 21 bevestigt dit:
de bruid wordt geïdentificeerd met het nieuwe Jeruzalem, verbonden aan Israël — niet met de gemeente als lichaam.

Wat is de gemeente dan wél?

De Schrift gebruikt voor de gemeente andere beelden:

  • Lichaam
  • Huisgezin
  • Tempel
  • Kinderen van God

“Zo zijt gij dan … huisgenoten van God.” (Efeze 2:19)

Dat is een familierelatie, geen koninklijke hiërarchie.

Wij zijn:

  • geen onderdanen
  • maar kinderen
  • geen volk onder een koning
  • maar leden onder een Hoofd

Waarom dit onderscheid essentieel is

Zodra men zegt:

  • “Jezus is Koning van de gemeente”
  • of “de gemeente is de bruid”

ontstaat onvermijdelijk:

  • vermenging van Israël en gemeente
  • koninkrijkstheologie
  • het idee dat wij (nu) een koninkrijk moeten bouwen
  • verlies van bijbels perspectief op profetie

Wat begint als taalgebruik, eindigt als afwijkende leer

Samenvattend

De Bijbel is helder, mits we haar laten spreken:

  • ✔️ Jezus is Koning
  • ✔️ Hij is Koning van Israël
  • ❌ Hij is geen Koning van de gemeente
  • ✔️ De gemeente is Zijn lichaam
  • ❌ De gemeente is geen bruid
  • ✔️ De bruid is Israël

Niet alles wat vroom klinkt, is Bijbels.
Maar alles wat Bijbels is, verdraagt helder onderscheid en bestudering.

Tot Wie bidden en zingen?

Tot Wie bidden en zingen?

Adressering in gebeden en liederen

In kerken en samenkomsten is bidden en zingen een vast onderdeel. De woorden komen vaak moeiteloos over de lippen en de melodie draagt het gevoel. Toch wordt er zelden bij stilgestaan tot Wie wij ons precies richten. Juist daar ontstaat ongemerkt een probleem: de adressering van onze woorden klopt niet altijd met het Bijbelse patroon.

Wie het Nieuwe Testament aandachtig leest, ontdekt een opvallende eenheid. Gebeden, dankzeggingen en lofprijzingen zijn steeds gericht tot God de Vader, en soms rechtstreeks tot de Heere Jezus Christus. Wat echter ontbreekt, zijn voorbeelden van gebeden of lofprijzingen die tot de Heilige Geest gericht zijn. Dat is geen toevalligheid, maar een betekenisvol gegeven.

De blijvende inwoner

De Bijbel laat zien dat de Heilige Geest een andere plaats inneemt. Hij is niet in de eerste plaats Degene tot Wie wij spreken, maar Degene door Wie wij spreken. Hij is niet de Ontvanger van het gebed, maar de innerlijke Kracht die het gebed mogelijk maakt. Daarom spreekt de Schrift consequent over bidden door de Geest en bidden in de Geest, maar nooit over bidden tot de Geest.

Een kerngegeven van het christelijk geloof is dat de Heilige Geest in de gelovige woont. Hij is geen bezoeker die af en toe verschijnt, maar een blijvende Inwoner. Hij vormt het denken, richt het hart en wekt het verlangen tot gebed. Juist daarom is het theologisch problematisch om de Geest aan te spreken alsof Hij buiten ons staat.

Zekerheid uit de Bijbel

Wanneer wij bidden of zingen met woorden als “Kom, Heilige Geest”, zeggen we feitelijk, al is het vaak onbedoeld, dat Hij er nog niet is. Dat botst met de Bijbelse zekerheid dat de Geest gegeven is en blijft. De Schrift laat zelfs zien dat het werk van de Heilige Geest en het innerlijk van de gelovige soms nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. De verzuchtingen die uit het hart opstijgen, zijn tegelijk het werk van de Geest. Hij bidt in ons, met ons en door ons.

Juist in liederen komt verkeerde adressering veel voor. Liederen hebben een poëtische vrijheid en een sterke emotionele lading. Wat muzikaal en gevoelsmatig werkt, wordt lang niet altijd inhoudelijk getoetst. Aanspreekvormen als “Heilige Geest, wij aanbidden U” klinken intens en persoonlijk, maar verleggen ongemerkt de Bijbelse volgorde.

Daarbij speelt mee dat wat vaak gezongen wordt, vanzelf normaal gaat voelen. Zo ontstaat een praktijk waarin de Heilige Geest wordt behandeld als een externe Persoon die moet komen, spreken of handelen, terwijl Hij juist Degene is die het spreken zelf mogelijk maakt.

Mogelijke gevolgen

Deze verkeerde adressering blijft niet zonder gevolgen. Wie steeds bidt om de komst van de Geest, kan innerlijk gaan twijfelen aan Zijn blijvende aanwezigheid. De aandacht verschuift van vertrouwen op wat God reeds gegeven heeft naar het zoeken naar nieuwe ervaringen of gevoelens. Ook vervaagt het onderscheid binnen de ‘Drie-eenheid’,  waardoor het verstaan van Wie God is, en Zijn handelen verarmt.

Een bijbels evenwicht vraagt niet om koel of afstandelijk bidden, maar om dieper vertrouwen. Het patroon dat de Schrift laat zien is helder en rijk: wij richten ons tot de Vader, in de Naam van de Zoon, gedragen en geleid door de Heilige Geest. Wie zo bidt, hoeft de Geest niet te roepen, want Hij is er al. Wie zo zingt, plaatst Hem niet op afstand, maar erkent Hem als de Bron van het zingen zelf.

Geworteld raken

De vraag tot Wie wij spreken is geen taalkwestie, maar een geestelijke. Woorden vormen ons denken, en denken vormt ons geloofsleven. Juist daarom verdient de adressering van onze gebeden en liederen zorgvuldige aandacht. Niet om armer te worden, maar rijker. Niet om te beperken, maar om dieper geworteld te raken in wat de Schrift werkelijk leert.

Vervalste Bijbels… zijn ‘moderne’ Bijbels vervalst?

Vervalste Bijbels… zijn ‘moderne’ Bijbels vervalst?

De checklist “Vervalste Bijbels” van SV1637.org beweert dat moderne Bijbelvertalingen onbetrouwbaar, aangetast of zelfs vervalst zijn. Volgens deze checklist zou alleen de Statenvertaling een zuivere en door God bewaarde Bijbel zijn. Daarmee wordt impliciet gesteld dat het overgrote deel van de christelijke wereld al decennialang een corrupte Bijbel zou lezen.

Zware beschuldiging

Dat is een buitengewoon zware beschudiging. Wie zulke claims doet, moet met uitzonderlijk sterk bewijs komen. In wat volgt wordt de checklist rechtstreeks geconfronteerd met haar eigen beweringen en worden deze kritisch beoordeeld op basis van tekstkritiek, manuscriptgeschiedenis en logica.

De checklist stelt dat moderne Bijbels Gods Woord weglaten. Zij presenteert lange lijsten van woorden, zinnen en verzen die in sommige moderne vertalingen ontbreken, tussen haken staan of in voetnoten zijn geplaatst. Dit wordt aangeduid als “weglating” en zelfs als vervalsing.

Deze voorstelling van zaken is misleidend. Moderne vertalingen laten geen oorspronkelijke Bijbeltekst weg, maar weigeren om latere toevoegingen als oorspronkelijk te presenteren. Veel van de genoemde passages ontbreken in de oudste Griekse handschriften en duiken pas eeuwen later op in de tekstgeschiedenis. Dat zij in de Statenvertaling staan, bewijst alleen dat zij voorkwamen in de teksttraditie die men in de zeventiende eeuw kende. Het bewijst niet dat zij door de bijbelschrijvers zijn geschreven.

Onjuist

Het is daarom onjuist om deze correcties als “weglating van Gods Woord” te bestempelen. Integendeel, het respecteren van de oudste beschikbare tekst is juist een poging om Gods Woord zo getrouw mogelijk weer te geven.

De checklist beweert verder dat moderne vertalers de leer veranderen. Deze beschuldiging wordt echter nergens concreet onderbouwd. Er wordt geen enkele christelijke kernleer aangewezen die door tekstkritiek zou zijn verdwenen of aangetast. De godheid van Christus en de verzoening door Zijn bloed en de opstanding worden in de Bijbel door talloze teksten gedragen die tekstkritisch onbetwist zijn. De suggestie dat leerstellige manipulatie plaatsvindt, is daarom retoriek zonder inhoud. De leer blijft overeind; alleen het wantrouwen wordt gevoed.

Aanval

Een andere centrale bewering is dat tekstkritiek een aanval op de Bijbel zou zijn. Dit is een fundamenteel misverstand. Tekstkritiek is geen moderne, liberale uitvinding, maar een noodzakelijke discipline die al eeuwenlang wordt toegepast. Zonder tekstkritiek zou niemand kunnen vaststellen welke tekst betrouwbaar is.

Ook de Statenvertalers pasten tekstkritiek toe. Zij vergeleken handschriften, maakten keuzes en corrigeerden elkaar. Het verschil is niet principieel, maar historisch. Zij beschikten over minder en jongere bronnen dan vandaag beschikbaar zijn. Wie tekstkritiek veroordeelt, ondermijnt daarmee ook de historische basis van de Statenvertaling zelf.

De checklist stelt daarnaast dat oudere manuscripten onbetrouwbaar zouden zijn. Dit keert elke historische methode om. Oudere bronnen zijn niet automatisch beter, maar wel principieel waardevoller dan jongere kopieën die door meer overschrijffasen zijn gegaan. Afwijking van een latere tekst bewijst geen vervalsing, maar wijst op een tekstgeschiedenis met groei en verandering.

Claim

Een bijzonder problematische claim is dat alleen de Statenvertaling exclusief door God bewaard zou zijn. Dit is geen bijbelse leer, maar een traditie-dogma. De Statenvertalers zelf hebben deze claim nooit gemaakt. Zij spraken bescheiden over hun arbeid en erkenden dat hun werk verbeterd kon worden wanneer betere bronnen beschikbaar zouden komen.

De Statenvertaling is gebaseerd op de Textus Receptus, een tekstuitgave die is samengesteld uit een beperkt aantal relatief late handschriften. Dat maakt haar historisch verklaarbaar en waardevol, maar niet onaantastbaar. Wie één vertaling verheft tot norm boven alle andere, vervangt Schriftgezag door vertaalgezag.

Onder de oppervlakte van de checklist ligt bovendien een patroon van verdachtmaking. Er wordt gesuggereerd dat moderne bijbels deel uitmaken van een bredere geestelijke misleiding. Soms wordt dit verbonden met oecumene, soms met Rome, soms met wereldwijde religieuze agenda’s. Er wordt echter geen mechanisme uitgelegd, geen historisch proces aangetoond en geen bewijs geleverd. Er is alleen insinuatie. Dat is geen argumentatie, maar complotdenken in vrome verpakking.

Verzwijgen

Wat de checklist structureel verzwijgt, is minstens zo veelzeggend als wat zij noemt. Zij zwijgt over de grote mate van overeenstemming tussen handschriften. Zij zwijgt over het feit dat de meeste tekstvarianten triviaal zijn. Zij zwijgt over de openheid waarmee moderne vertalingen tekstkeuzes verantwoorden in voetnoten en inleidingen. En zij zwijgt over het feit dat geen enkele kernleer van het christelijk geloof afhankelijk is van een betwiste tekstvariant.

Verwarring

De conclusie kan daarom niet anders zijn dan deze. De checklist “Vervalste Bijbels” verdedigt niet de Bijbel, maar een ideologisch standpunt. Zij verwart eerbied met angst, trouw met exclusiviteit en geloof met wantrouwen. Moderne bijbels zijn niet vervalst. Zij zijn het resultaat van eerlijke, controleerbare en historisch verantwoorde omgang met de bijbelse tekst.

De Statenvertaling is een monument van groot belang en verdient respect. Maar zij kan niet dienen als maatstaf waarmee alle andere bijbels als verdacht of vals worden weggezet. Wie werkelijk eerbied heeft voor Gods Woord, heeft geen angstzaaierij, geen verdachtmakingen en geen complottheorieën nodig om haar gezag te beschermen.

“Koning Jezus”

“Koning Jezus”

Een vaak gebruikte uitdrukking die vol ernstige eerbied en ontzag wordt gebruikt in liederen,  gebeden en preken. Ik kan me soms niet aan de indruk onttrekken dat er sprake is van jargon, vaktaal, zonder dat men volledig de inhoud begript.Ik heb het ook wel meegemaakt dat “Koning Jezus” als een soort mantra veelvuldig herhaaldelijk werd gebruikt.

Christus regeert nu niet als Koning, maar dient als Hogepriester

Wie wil spreken over het Koninkrijk van God, moet eerst helder krijgen wat Christus nú doet. Niet wat wij denken dat logisch zou zijn, en ook niet wat vaak wordt geleerd, maar wat de Schrift daarover zegt. Zodra dat punt onduidelijk wordt, raakt alles wat over het Koninkrijk gezegd wordt uit balans.

De Bijbel leert dat Christus Koning is, maar leert niet dat Hij nu al als Koning over deze wereld regeert. Dat onderscheid is wezenlijk. Het gaat niet om de vraag of Hij recht heeft op het Koninkrijk — dat staat vast — maar om de vraag wanneer Hij dat koningschap daadwerkelijk en zichtbaar uitoefent.

De verzoeking in de woestijn

Dat wordt al duidelijk in Lukas 4, bij de verzoeking in de woestijn. De duivel toont daar aan de Heere Jezus alle koninkrijken van de wereld en zegt dat die macht hem is overgegeven en dat hij die kan geven aan wie hij wil.

Opvallend is dat de Heere Jezus dit niet tegenspreekt. Hij ontkent niet dat die macht daar ligt. Hij wijst alleen die weg af die satan bedacht had. De verzoeking heeft alleen betekenis als Christus op dat moment niet regeert over de wereld. Macht die men al bezit, hoeft niet aangeboden te worden.

Dat betekent dit: Christus regeert nu niet over deze wereld.  De wereld is niet Zijn Koninkrijk en deze tijd is niet de tijd van Zijn heerschappij. Dat wil niet zeggen dat God geen controle heeft, maar wel dat de wereld onder een andere macht functioneert, totdat Gods vastgestelde moment daar is.

De overste van deze wereld

Die lijn loopt door het hele Nieuwe Testament. De Heere Jezus spreekt herhaaldelijk over “de overste van deze wereld”. Die overste is geoordeeld, maar nog niet uitgeworpen. Het oordeel is uitgesproken, maar nog niet voltrokken. Ook Paulus spreekt over “de god van deze eeuw” en over een geest die nu werkt in de ongehoorzaamheid. Zulke uitspraken zijn alleen begrijpelijk als Christus nu niet regeert als zichtbaar Koning over de wereld.

“Zit aan Mijn rechterhand totdat”

Daarmee sluiten ook de woorden van Psalm 110 precies aan. Daar zegt God tot Christus: “Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden zal zetten tot een voetbank Uwer voeten.” Dat zitten is geen regeren over de aarde, maar wachten. Het woord “totdat” geeft een duidelijke begrenzing aan. Er is een periode waarin Christus niet optreedt als Koning, maar wacht op het moment dat Zijn vijanden daadwerkelijk onderworpen zullen worden.

Wij zien het nog niet

De Hebreeënbrief zegt dit nog explicieter: “nu zien wij nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn.” Dat ene woord “nu” laat geen ruimte voor vergeestelijking. De Schrift zegt niet dat alles al onder Zijn heerschappij staat, maar juist dat wij dat nog niet zien.

Na Zijn opstanding is Christus daarom niet gegaan om te regeren, maar om plaats te nemen aan de rechterhand van God. Dat is niet de troon van David, maar de plaats van hemelse majesteit. Vanuit die positie oefent Hij geen wereldregering uit. Hij wacht.

Maar wachten betekent niet niets doen. De Schrift laat zien dat Christus in deze tijd een andere taak vervult. Zijn huidige bediening is niet koninklijk, maar hogepriesterlijk. Dat is geen bijzaak, maar het hart van Zijn werk nu.

De Hebreeënbrief

De Hebreeënbrief maakt dit volkomen duidelijk. Christus is ingegaan in het ware heiligdom, niet om over mensen te heersen, maar om voor God te verschijnen voor ons. Hij wordt daar niet Koning genoemd, maar Bedienaar van het heiligdom. Hij leeft om voor hen te bidden die door Hem tot God gaan. Dat is priesterlijk werk, geen regeren.

Ten behoeve van

Een koning oefent gezag uit over mensen. Een priester treedt op ten behoeve van mensen tegenover God. En precies dát doet Christus nu. Hij herstelt de wereld niet, Hij oordeelt haar niet, Hij bestuurt haar niet. Hij bewaart een geroepen volk uit die wereld.

In het Heiligdom

Dat verklaart ook waarom de wereld blijft zoals zij is. Niet omdat Christus faalt, of het niet opmerkt maar omdat Hij nu iets anders doet. Hij is Hogepriester naar de ordening van Melchizedek, niet verbonden aan een aardse tempel of een nationaal koninkrijk, maar aan een hemelse werkelijkheid. Zijn werk speelt zich niet af op het wereldtoneel, maar in het heiligdom.

Niet zichtbaar

Daarom heeft de Gemeente nu geen aardse macht en geen zichtbare heerschappij. Haar plaats is niet de troon, maar de toegang tot God. Zij deelt niet in regering, maar in genade. Niet in oordeel, maar in voorspraak.

Zo vallen de lijnen samen. Christus heeft recht op het Koninkrijk, maar oefent dat recht nu niet uit. Hij wacht met het aanvaarden van Zijn koningschap. Ondertussen dient Hij als Hogepriester. Zijn macht is er wel, maar wordt nu niet gebruikt om te heersen, maar om te bewaren.

Nu verborgen, straks openbaar

Daarom is het Koninkrijk nu verborgen. Niet omdat het niet bestaat, maar omdat de Koning wacht. Niet omdat Gods plan is veranderd, maar omdat er een vaste volgorde is. Eerst dient Christus in het heiligdom. Daarna zal Hij verschijnen om te heersen op aarde. Eerst is er genade. Daarna komt oordeel. Eerst de roeping uit de wereld. Daarna de onderwerping van de wereld.

Onderscheid zien

Wie dat onderscheid niet ziet, komt ofwel tot de gedachte dat Christus nu al regeert — terwijl de zichtbare realiteit dat duidelijk weerspreekt,  — of tot de gedachte dat Zijn Koninkrijk pas later begint te bestaan. De Schrift leert geen van beide. Zij leert een wachtende Koning en een dienende Hogepriester, totdat de dag komt waarop het wachten eindigt en het Koninkrijk openbaar wordt.

Zelf lezen in de Bijbel?:

Lukas 4:5–7
Johannes 12:31
Johannes 14:30
Johannes 16:11
2 Korintiërs 4:4
Efeziërs 2:2
Galaten 1:4

Psalm 110:1
Hebreeën 1:13
Hebreeën 2:8
1 Korintiërs 15:24–28

Hebreeën 4:14–16
Hebreeën 7:24–25
Hebreeën 8:1–2
Hebreeën 9:11–12
Hebreeën 10:12–13

Daniël 7:13–14
Openbaring 5:1–7
Openbaring 11:15
Openbaring 19:11–16

Kolossenzen 1:13
Filippenzen 3:20
Hebreeën 13:14
Romeinen 14:17

Bent u ook religieus?

Bent u ook religieus?

YouTube player

Ook religieus?

En hoe is dat met u? Bent u ook religieus? Houdt u zich ook netjes aan allerlei voorschriften? Mag ik dan eens vragen: Wat is er in uw hart? Of valt u ook in de categorie “witgepleisterde graven”, gij geveinsden”?

Zonden weggedaan

Weet u wat het tegenovergestelde van Wet doet? Weet u wat Genade doet?
Genade maakt de mens nederig. Wet maakt hem hoogmoedig. Genade maakt een mens dankbaar. Genade brengt een mens respect bij voor anderen. Genade brengt een mens die normen en waarden die men ons vanuit Den Haag niet kan geven want daar kan men alleen maar wet maken. Komt toch niet goed… en wat God ons u mij aanreikt is Genade; de Blijde boodschap dat God via de Here Jezus Christus de zonde der wereld heeft weggedragen aan het kruis van Golgotha, en dat is volgens de hoogste Rechter, dat is God zelf uiteraard, uw zonden zijn weggedaan. Voor Hem tellen ze niet meer.

Eén voor allen gestorven

Indien één voor allen gestorven is zegt mijn Bijbel, zijn allen gestorven, en het ís zo, staat er meteen achter in 2 Korinthe 5. Eén is voor allen gestorven en de bedoeling is dat waar dat zonde probleem door God zelf, de hoogste instantie die er is, is opgelost, wij vervolgens van Hem zouden aanvaarden zouden aannemen, zouden geloven, die zaligmakende Genade die verschenen is aan alle mensen. Want de Genadegift Gods is eeuwig leven. Dát is wat God je geven wil.
En daarvoor hoef je niet eerst naar Jeruzalem te gaan, om dan onderweg te gaan naar Damascus In de hoop dat God je onderweg een keer wat laat zien. En mocht u denken: “Ja maar het moet toch een keer, God moet je toch dan een keer roepen ofzo, dan kan ik u met blijdschap mededelen dat Hij dat nú doet. De Bijbel zegt dat Hij ALTIJD roept, zolang het heden genaamd wordt, en voegt eraan toe: “heden is de welaangename tijd”, en voegt er ook aan toe: “heden indien gij Zijn stem hoort verhardt uw hart niet maar láát u leiden.

Nieuwe schepping

Niet door andere mensen, niet door religieuze leiders, niet door de Wet, maar door de Heer zelf, die roept en zegt tot u: “komt allen tot Mij die vermoeid zijn, en Ik zal u rust geven. Kóm tot Mij, hóór, luister, en ge zult leven, uw ziel zal leven. Want God is Degene die weliswaar eenmaal in het verleden door Zijn Woord deze hele wereld gemaakt heeft maar die met diezelfde mond en met hetzelfde Woord gezegd heeft, dat deze wereld tijdelijk is, voorbij gaat, en met Zijn zelfde Woord, Zijn zelfde spreken, maakt Hij een nieuwe schepping.
En daarom zegt Paulus in één van zijn eerste woorden in zijn eerste brief in Romeinen 1 vers 16 “Het evangelie is kracht Gods” de Blijde boodschap de verkondiging van het Woord aangaande Christus in een Nieuw verbond. dat evangelie van Christus in zichzelf, dat Woord is kracht Gods tot zaligheid voor EEN IEDER die gelooft. Want als je niet luistert heb je er niks aan!

Je komt er niet mee weg

En vanavond roept Hij. Je komt niet weg, vanavond zeker niet, met te zeggen: “Maar ik ben al religieus..”
Dát is nou juist waar Hij je uitroept. Men zou niet zijn vertrouwen stellen op wetten en regels en op zijn eigen manier van leven hoe gedisciplineerd dat waarschijnlijk ook is, en hoe knap dat overigens ook moge zijn. Waar een mens zou komen zoals Abraham, zou gaan uit zijn land, uit zijn maagschap, en uit zijns vaders huis en op weg gaan. En de Heer zegt: “Ik zal je wijzen al de weg die gij gaan zult”.
En waarmee ook alweer zou een jongeling zijn pad rein bewaren? Als hij dat houdt naar uw Woord, Psalm 119. “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad”. Niet menselijke overlevering, niet de Mozaïsche Wet uit geboden en inzettingen bestaande, maar het Woord van Gods Genade.

Rechtvaardigheid

Als je dat zoekt, als je waarheid zoekt, in alle oprechtheid, kom dan tot Jezus. Er is niks anders te doen dan Hem te danken en wat je dan zegt tegen Hem, dan zeg je “ spreek Heer want uw knecht hoort” als Samuel. Of je zegt: “wie zijt Gij Heere”. En later zegt diezelfde Paulus die zegt: het gaat in onze levens maar om één ding, dat we die religie achter ons laten.
Ik gun me de tijd niet om het voor te lezen maar het staat hier in Filippenzen 3, dat hij die dingen “schade en drek achtte” en hij had het over religie, “om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus Mijn Heer om wiens wil ik al die dingen schade en drek gerekend heb opdat ik Christus moge gewinnen, en in Hem gevonden worde, niet hebbende MIJN rechtvaardigheid die uit de Wet, uit religie is, maar die door het geloof van Christus is. Namelijk de rechtvaardigheid die uit het geloof is. Door het geloof opdat ik Hem kenne”.

Kent u de Heere Jezus?

En dat was wat hij tot de Heer zei toen die Hem riep: “Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij” kan gericht worden aan ieder die religieus is in de echte, ook Bijbelse betekenis van de term. En het antwoord zou moeten zijn: “Wie zijt gij Heere, ik ken U niet, maar maak U bekend. En dát gebed wordt, gegarandéérd, verhoord omdat het de wil van God Is dat wij komen tot kennis van Hem.
Ik kom uit oorspronkelijk evangelisch milieu en daarin vroegen wij elkaar: “kent u de Heere Jezus?” en dan bedoelden we echt niet of men er ooit van gehoord had. Maar wij bedoelden: “Ben je al tot geloof gekomen? Heb je jezelf al aan hem overgegeven? Heb je Hem toegelaten in je leven? Want dát is wat de Heer van ons vraagt.
Niet Wet, maar oprechte onderwerping aan Hem, en aan Zijn Woord zodat Hij door Zijn Woord, en zo werkt God altijd, door Zijn Woord. Opdat Hij door Zijn Woord Zijn Werk in ons zou doen. En nog een keer met de woorden van Paulus: “Opdat Gods kracht in onze zwakheid volbracht zal worden, tot eer van Hem in de eerste plaats, maar vervolgens ook tot redding en tot eer van ons.

Geverifieerd door MonsterInsights