1 Petrus 5:6-11 lijden, zorgen, de duivel en Gods genade

Als de leeuw brult, maar God zorgt; 1 Petrus 5:6-11 Leven uit vertrouwen

Er bestaat christelijke prediking waarin lijden bijna als een storing in het geloofsleven wordt beschouwd. Als je werkelijk gelooft, zou je moeten overwinnen. Als je dicht bij God leeft, zou je voortdurend doorbraken moeten meemaken. Zegen wordt zichtbaar in succes, gezondheid en voorspoed. Tegenslag vraagt dan al snel om een verklaring: heb je wel voldoende geloof? Staat er misschien ergens een deur open voor de vijand?

Lees daar eens rustig 1 Petrus 5:6-11 naast.

1 Petrus 5:6-11 Leven uit vertrouwen

Petrus schrijft niet aan mensen die God verlaten hebben. Hij schrijft aan gelovigen. En toch spreekt hij zonder omwegen over vernedering, bekommernis, geestelijke strijd en lijden.

Maar daar eindigt hij niet.

Boven dit alles plaatst Petrus de machtige werkelijkheid van Gods zorg, Gods genade en de eeuwige heerlijkheid waartoe de gelovige in Christus geroepen is.

Dat maakt dit gedeelte tegelijk ontmaskerend en buitengewoon sterk vertroostend.

Verneder u onder de krachtige hand van God

Petrus schrijft:

“Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd.” (1 Petrus 5:6, STV)

Bijbelse nederigheid betekent niet dat een christen zichzelf voortdurend waardeloos moet vinden. Het betekent dat hij zijn plaats tegenover God kent.

Hij is God.

Wij zijn het niet.

Dat klinkt eenvoudig, maar juist in moeilijke omstandigheden wordt dit op de proef gesteld. Wij willen begrijpen waarom iets gebeurt. Wij willen oplossingen. Wij willen controle. En als het even kan willen wij ook weten wanneer het voorbijgaat.

Petrus geeft geen methode waarmee de gelovige Gods hand kan dwingen.

Hij zegt:

“…opdat Hij u verhoge te Zijner tijd.” (STV)

Let vooral op die laatste woorden: te Zijner tijd.

Niet op mijn tijd.

Niet wanneer ik voldoende geloof heb geproduceerd.

Niet wanneer ik de juiste geestelijke formule heb gevonden.

God bepaalt de tijd.

Dat vraagt geloof.

 

God vraagt niet dat u uw zorgen ontkent

Onmiddellijk daarna volgen misschien wel de bekendste woorden uit dit gedeelte:

“Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.” (1 Petrus 5:7, STV)

Dit vers wordt vaak los geciteerd, maar het woordje dan uit vers 6 helpt ons de samenhang te zien. Het werpen van onze zorgen op God behoort bij het ons vernederen onder Zijn krachtige hand.

Dat is belangrijk.

Bijbels geloof betekent namelijk niet dat wij doen alsof onze zorgen niet bestaan.

Petrus zegt niet: ontken uw bekommernis.

Hij zegt:

werp haar op Hem.

Je mag dus bezorgd zijn over je toekomst. Je mag verdriet kennen. Je mag niet begrijpen waarom een bepaalde weg door je leven loopt. Je mag met vragen bij God komen.

Maar je hoeft die last niet zelf te dragen alsof alles uiteindelijk van jou afhankelijk is.

Waarom niet?

Niet omdat alles onmiddellijk goed zal komen volgens onze definitie van “goed”.

Maar omdat:

“…Hij zorgt voor u.” (STV)

Vier eenvoudige woorden.

En misschien behoren ze wel tot de meest herderlijke woorden van het Nieuwe Testament.

Hij zorgt voor u

 

Gods zorg betekent niet de afwezigheid van lijden

Hier wordt het apologetisch belangrijk.

Want vers 7 wordt soms gebruikt alsof Gods zorg betekent dat Hij de gelovige tegen alle ernstige moeilijkheden beschermt.

Maar dat kan Petrus onmogelijk bedoelen.

Een paar regels verder schrijft dezelfde apostel:

“…wetende, dat hetzelfde lijden aan uw broederschap, die in de wereld is, volbracht wordt.” (1 Petrus 5:9, STV)

En vervolgens:

“De God nu aller genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, nadat wij een weinig tijds zullen geleden hebben…” (1 Petrus 5:10, STV)

God zorgt voor u.

En:

u zult een weinig tijd lijden.

Die twee werkelijkheden staan in dezelfde alinea.

Daarmee valt een complete voorspoedsleer eigenlijk al om.

Gods zorg wordt in de Schrift niet bewezen door de afwezigheid van lijden

Integendeel: Gods zorg wordt juist zichtbaar doordat Hij de gelovige in en door het lijden heen vasthoudt en hem uiteindelijk tot Zijn bestemming brengt.

 

De duivel is reëel, maar Petrus zet hem op zijn plaats

Dan verschijnt ineens de tegenstander:

“Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden.” (1 Petrus 5:8, STV)

Dat is ernstige taal.

De Bijbel bagatelliseert de duivel niet.

Maar merk tegelijk op hoe nuchter Petrus over geestelijke strijd spreekt.

Geen ingewikkelde technieken.

Geen geestelijke oorlogsvoering waarbij christenen demonen moeten identificeren die boven steden of gebieden zouden regeren.

Geen speciale gebedsformules.

Geen stappenplan.

Geen “profetische handelingen”.

Geen bevel om de duivel te binden.

Petrus zegt:

“Denwelken wederstaat, vast zijnde in het geloof…” (1 Petrus 5:9, STV)

Daar staat het.

Vaststaan in het geloof

De duivel wordt niet bestreden door spectaculaire geestelijke ervaringen, maar doordat de gelovige weigert zijn vertrouwen op God los te laten.

Dat is minder sensationeel.

Maar het is tenminste gewoon Bijbels.

 

Waarom juist tijdens het lijden waakzaam zijn?

De plaats van vers 8 is veelzeggend.

Petrus spreekt eerst over nederigheid en bekommernis. Daarna waarschuwt hij voor de tegenstander. Vervolgens spreekt hij opnieuw over lijden.

Dat suggereert een belangrijke geestelijke werkelijkheid.

Juist wanneer wij lijden, zijn wij kwetsbaar.

Niet alleen lichamelijk of emotioneel, maar ook geestelijk.

Dan kunnen gedachten opkomen als:

Waar is God nu?

Waarom laat Hij dit toe?

Zorgt Hij werkelijk voor mij?

Waarom wordt mijn gebed niet verhoord zoals ik had gehoopt?

Juist daar kan de briesende leeuw proberen binnen te komen.

Niet noodzakelijk met iets spectaculairs.

Soms is één leugen voldoende:

God heeft je verlaten

En daartegenover staat het eenvoudige Woord der waarheid:

“…want Hij zorgt voor u.” (STV)

Daarom moet de gelovige vaststaan in het geloof.

Niet vaststaan in zijn gevoel.

Niet in zijn omstandigheden.

Niet in zichtbare resultaten.

Maar in wat God gesproken heeft.

 

Lijden is geen bewijs van onvoldoende geloof

Dat verdient nadruk, juist in onze tijd.

Petrus schrijft:

“…wetende, dat hetzelfde lijden aan uw broederschap, die in de wereld is, volbracht wordt.” (1 Petrus 5:9, STV)

Lijden behoort blijkbaar niet tot een uitzonderingscategorie voor christenen die iets verkeerd hebben gedaan.

De broederschap in de wereld kent het.

Dat staat haaks op de gedachte dat ziekte, vervolging, verlies of tegenslag noodzakelijk betekenen dat iemand onvoldoende geloof heeft.

Soms wordt een gelovige door zulke prediking zelfs tweemaal getroffen.

Eerst is er het lijden zelf.

Daarna komt de beschuldiging dat het lijden blijkbaar iets zegt over zijn geloof.

Petrus doet precies het tegenovergestelde.

Hij maakt van het lijden geen aanklacht tegen de gelovige, maar plaatst het binnen het grotere perspectief van Gods eeuwige bedoeling.

 

Een weinig tijd tegenover eeuwige heerlijkheid

Dan komt het geweldige vers 10:

“De God nu aller genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, nadat wij een weinig tijds zullen geleden hebben, Dezelve volmake, bevestige, versterke, en fondere ulieden.” (1 Petrus 5:10, STV)

Hier verlegt Petrus onze blik op de tijd.

Wij kijken naar vandaag.

God laat ons kijken naar de eeuwigheid.

Petrus noemt het lijden:

een weinig tijds.

En onze bestemming:

eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus.

Dat betekent niet dat Petrus menselijk lijden bagatelliseert. Een nacht kan verschrikkelijk lang duren wanneer je pijn hebt. Een periode van verlies kan jaren doorwerken.

Maar tegenover de eeuwigheid krijgt zelfs een mensenleven een andere verhouding.

Paulus schrijft iets vergelijkbaars:

“Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.” (Romeinen 8:18, STV)

Daar ligt christelijke hoop.

Niet: het wordt morgen gemakkelijker.

Maar:

dit is niet het einde van het verhaal.

 

God is bezig,ook wanneer wij dat niet zien of voelen

Petrus gebruikt vervolgens vier prachtige woorden:

“…Dezelve volmake, bevestige, versterke, en fondere ulieden.” (STV)

Dat is opmerkelijk.

De gelovige kan tijdens beproeving het gevoel hebben dat alles wordt afgebroken.

Petrus zegt dat God ondertussen bezig is te funderen.

Wij voelen zwakheid.

God versterkt.

Wij ervaren onzekerheid.

God bevestigt.

Wij zien onvolkomenheid.

God volmaakt.

Dat is een heel andere boodschap dan: als je geloof sterk genoeg is, zal God de beproeving verwijderen.

Misschien doet Hij dat.

Maar misschien ook wel niet.

Zijn belofte is groter dan onmiddellijke verlichting.

Zijn uiteindelijke doel is de gelovige brengen tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus.

 

Christelijke kracht begint waar zelfvertrouwen ophoudt

Daarmee raakt dit gedeelte ook aan een bredere Bijbelse lijn.

Wij denken bij geestelijke groei gemakkelijk aan steeds sterker worden. Maar Bijbels gezien betekent groeien vaak dat wij steeds minder vertrouwen stellen in onze eigen kracht en steeds meer leren leven uit Gods kracht.

Paulus schrijft:

“Ja, wij hadden al zelven in onszelven het vonnis des doods, opdat wij niet op onszelven vertrouwen zouden, maar op God, Die de doden verwekt.” (2 Korinthe 1:9, STV)

Dat is geen nederlaag.

Dat is geestelijke volwassenheid.

Het “ik red mij wel” moet plaatsmaken voor vertrouwen op Hem Die zelfs de doden opwekt.

Daarom begint Petrus ook met:

“Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods…” (STV)

En hij eindigt met:

“Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.” (1 Petrus 5:11, STV)

Zie je de richting?

Van onze zwakheid naar Zijn kracht.

Van onze bekommernis naar Zijn zorg.

Van tijdelijk lijden naar eeuwige heerlijkheid.

Van de briesende leeuw naar de God aller genade.

 

Geef de briesende leeuw niet de hoofdrol

Misschien moeten we daar ook in onze prediking veel nuchterder in worden.

Ja, de duivel bestaat.

Ja, hij is onze tegenpartij.

Ja, Petrus waarschuwt ernstig voor hem.

Maar lees hoeveel aandacht hij uiteindelijk krijgt.

De leeuw brult.

Maar God bepaalt

De tegenstander zoekt wie hij kan verslinden.

Maar God zorgt voor u.

Het lijden is werkelijk.

Maar het duurt een weinig tijds.

Gods heerlijkheid daarentegen is eeuwig.

Daarom hoeft een christen niet voortdurend angstig bezig te zijn met wat de duivel mogelijk doet.

Petrus richt onze blik uiteindelijk niet op de tegenstander, maar op:

“De God nu aller genade…” (STV)

Dát is waar de ogen van de gelovige behoren te rusten.

 

Hij zorgt voor u

Misschien lees je dit wel terwijl er helemaal niets spectaculairs in je leven gebeurt.

Geen doorbraak.

Geen onmiddellijke oplossing.

Misschien bid je al lange tijd voor iets en lijkt de hemel gesloten.

Dan zegt Petrus niet dat je harder moet geloven en je best doen totdat God eindelijk in beweging komt.

Hij zegt:

                                                                                       “Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.” (1 Petrus 5:7, STV)

Leg het bij Hem.

Ook voor de honderdste keer.

En wanneer de tegenstander fluistert dat Gods stilte betekent dat God afwezig is, blijf dan staan.

Vast in het geloof

Want degene die jou geroepen heeft, is niet zomaar God.

Petrus noemt Hem:

De God aller genade.

En Hij heeft je niet geroepen tot een eindeloos bestaan van strijd en lijden.

Hij heeft je geroepen:

“…tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus…” (STV)

De leeuw mag een tijdlang brullen.

Het lijden mag een tijdlang pijn doen.

De zorgen kunnen zwaar wegen.

Maar geen daarvan krijgt het laatste woord.

Dat woord behoort aan de God aller genade.

“Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.” (1 Petrus 5:11, STV)

Bijbels toetsen is geen ongeloof

Sterker nog, het is een Bijbelse opdracht

Bijbels toetsen, of moet je alles geloven wat ‘van God’ komt?

Er is iets merkwaardigs aan de hand in bepaalde christelijke kringen. Bijbels toetsen wordt daar soms bijna als een teken van ongeloof beschouwd.

Zodra iemand zegt:

“God heeft mij laten zien…”

“De Heilige Geest zei tegen mij…”

“Ik ontving een profetisch woord…”

“Hier rust een bijzondere zalving op…”

lijkt daarmee elk kritisch onderzoek beëindigd te moeten zijn.

Wie vervolgens de eenvoudige vraag stelt:

“Waar staat dat eigenlijk in de Bijbel?”

kan zomaar worden weggezet als kritisch, verstandelijk, ongelovig of zelfs ongeestelijk.

Maar volgens de Bijbel is juist het tegenovergestelde waar.

Geestelijke claims toetsen is geen ongeloof, maar gehoorzaamheid aan Gods Woord

De Schrift draagt christenen op om leringen, profetieën en geestelijke verschijnselen te beproeven. Juist wanneer iemand beweert dat iets rechtstreeks van God afkomstig is, behoort de gelovige niet minder, maar méér onderscheidingsvermogen te gebruiken.

onderzoek alle digen , behoudt het goede
Toetsen is een must

Bijbels toetsen is een opdracht van God

Paulus schrijft:

“Veracht de profetieën niet. Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:20-21, STV)

Dat is heel mooi in evenwicht.

Paulus zegt niet dat alles onmiddellijk verworpen moet worden. Maar hij zegt evenmin dat alles onmiddellijk moet worden aangenomen.

Beproeft alle dingen.

Daarna pas volgt:

behoudt het goede.

In die volgorde.

Het laatste is onmogelijk zonder het eerste.

Wie alles automatisch aanneemt omdat er het etiket “van God” op geplakt wordt, handelt dus niet bijzonder geestelijk. Hij slaat eenvoudig een Bijbelse opdracht over.

De Schrift leert geen goedgelovigheid, maar leert onderscheiding.

 

Beproeft de geesten: niet iedere geest is uit God

Johannes maakt dat nog explicieter:

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.” (1 Johannes 4:1, STV)

Let vooral op de eerste woorden:

“Gelooft niet…”

Dat klinkt in een tijd waarin “je moet ervoor openstaan” soms bijna als de hoogste geestelijke deugd wordt beschouwd tamelijk nuchter.

Johannes gebiedt niet dat wij iedere geestelijke manifestatie eerst moeten omarmen. Hij zegt dat wij moeten beproeven of zij uit God zijn.

Waarom?

Omdat niet alles wat zich als geestelijk aandient uit God afkomstig is.

Daarmee vallen verschillende populaire argumenten onmiddellijk af.

“Maar ik voelde Gods aanwezigheid.”

“Er hing zo’n enorme kracht.”

“Er gebeurde van alles in de zaal.”

“Mensen vielen op de grond.”

“Iedereen voelde dat God bezig was.”

“Er gebeurden bovennatuurlijke manifestaties”

Dat kan allemaal erg indrukwekkend zijn. Maar geen van die dingen beantwoordt de belangrijkste vraag:

Is het echt uit God?

Een ervaring kan echt zijn zonder dat onze verklaring van die ervaring waar is.

 

Waarom profetie Bijbels getoetst moet worden

Paulus schrijft over de samenkomst:

“En dat twee of drie profeten spreken, en dat de anderen oordelen.” (1 Korinthe 14:29, STV)

Dat vers alleen al haalt een merkwaardige moderne gedachte onderuit.

Soms wordt namelijk gesuggereerd dat het gevaarlijk zou zijn om een vermeende profetie kritisch te beoordelen. Stel je immers voor dat je iets bekritiseert wat werkelijk van de Heilige Geest afkomstig is.

Maar Paulus redeneert precies andersom.

Omdat iets als profetie wordt uitgesproken, moet het beoordeeld worden.

De uitspraak

“God zegt…”

beëindigt de toetsing dus niet.

Daar begint het.

Dat is logisch. Wie beweert namens God te spreken, legt een buitengewoon zware claim neer. Hij verbindt de Naam en het gezag van God aan zijn eigen woorden.

Zo’n claim vraagt niet om minder onderzoek.

Integendeel, Zo’n claim roept om méér onderzoek.

 

De Bereërs toetsten óók de prediking van Paulus

Een van de mooiste voorbeelden van Bijbels toetsen vinden we in Handelingen:

“En dezen waren edeler dan die te Thessalonica, als die het Woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” (Handelingen 17:11, STV)

Wie stond daar te prediken?

Paulus.

Geen willekeurige internetprediker. Geen zelfbenoemde omhooggevallen moderne apostel. Geen rondreizende conferentiespreker met een indrukwekkende titel.

De apostel Paulus.

En de Bereërs onderzochten of hetgeen hij verkondigde overeenkwam met de Schriften.

Lukas verwijt hun dat niet.

Hij noemt hen juist edeler.

Daaruit volgt een buitengewoon gezond principe:

Een betrouwbare Bijbelleraar hoeft niet bang te zijn voor een geopende Bijbel.

Een leraar die de waarheid verkondigt, kan rustig zeggen:

Onderzoek het. Lees de context. Controleer mijn woorden. Kijk of het werkelijk zo geschreven staat.

Waarheid heeft geen beschermingsconstructie tegen onderzoek nodig.

 

Wonderen zijn zeker geen bewijs dat iets ‘van God’ komt

Hier gaat het eveneens regelmatig gierend mis.

Er gebeurt iets buitengewoons. Iemand lijkt genezen. Een voorspelling lijkt uit te komen. Er vindt een indrukwekkende manifestatie plaats.

En vervolgens klinkt:

“Zie je wel? God is hier aan het werk.”

Maar die conclusie is Bijbels gezien veel te snel.

De Here Jezus waarschuwde:

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.” (Mattheüs 24:24, STV)

Paulus spreekt zelfs over:

“…alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen.” (2 Thessalonicenzen 2:9, STV)

Een wonderlijk verschijnsel bewijst dus niet automatisch dat God de bron ervan is.

Dat is belangrijk.

Want wanneer het wonder zelf het bewijs wordt dat de boodschap waar is, hebben we de Bijbelse volgorde omgedraaid.

De Schrift zegt niet:

Er gebeuren wonderen, dus geloof de boodschap.

De Schrift waarschuwt ons dat indrukwekkende verschijnselen onderdeel van misleiding kunnen zijn.

Daarom blijft toetsing noodzakelijk.

 

Ook een engel staat niet boven het Evangelie

Paulus drijft het principe in Galaten tot het uiterste:

“Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.” (Galaten 1:8, STV)

Stel je dat eens voor.

Een bovennatuurlijke verschijning.

Een engel.

Een indrukwekkende boodschap.

Wat moet de gelovige doen?

Niet denken:

Dit is zo bovennatuurlijk dat het wel van God móét zijn.

Zelfs een engel krijgt geen toestemming om de reeds geopenbaarde waarheid terzijde te schuiven.

Daarmee hebben we een fundamenteel uitgangspunt te pakken:

De ervaring beoordeelt niet het Woord. Het Woord beoordeelt de ervaring

Niet de profetie verklaart wat wij moeten geloven.

Niet de droom.

Niet het visioen.

Niet het gevoel.

Niet de manifestatie.

Niet degene die beweert rechtstreeks van God gehoord te hebben.

Gods geopenbaarde Woord is en blijft dé maatstaf

 

‘Raak Gods gezalfde niet aan’ is ook al geen verbod op toetsing

En dan verschijnt soms een van de bijdehandste verdedigingsmechanismen tegen kritische vragen:

“Raak Gods gezalfde niet aan.”

Dat klinkt best wel indrukwekkend.

Maar het wordt problematisch wanneer zo’n uitspraak gebruikt wordt alsof bepaalde leiders daardoor een geestelijke uitzonderingspositie hebben gekregen.

Alsof er een onzichtbaar bordje om hun nek hangt:

NIET CONTROLEREN WANT GODDELIJK BESCHERMD

Geen voorganger, prediker, bijbelleraar, apostel of profeet krijgt echter vrijstelling van:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

Ook “gij zult niet oordelen” kan niet als universeel verbod op inhoudelijke beoordeling worden gebruikt. Anders zou Paulus zichzelf tegenspreken wanneer hij ons voorhoudt dat profetische uitspraken door anderen beoordeeld moeten worden.

De Bijbel veroordeelt hypocriet en zelfverheffend veroordelen.

Maar verbiedt geen geestelijke onderscheiding.

De Bijbel gebiedt die.

 

Hoe geestelijker de claim, hoe noodzakelijker de toets

Hier mag het best schuren.

Wanneer iemand zegt:

“Volgens mij betekent deze tekst…”

dan presenteert hij een uitleg die onderzocht kan worden.

Maar wanneer iemand zegt:

“God zei tegen mij dat…”

verandert de zaak.

Want nu wordt Gods eigen gezag verbonden aan menselijke woorden.

Juist daarom zou binnen de Gemeente nooit de regel mogen gelden:

Hoe groter de geestelijke claim, hoe minder vragen je mag stellen.

De Bijbelse houding is precies omgekeerd:

Hoe groter de geestelijke claim, hoe zorgvuldiger en noodzakelijker de toetsing.

Wie zegt namens God te spreken, vraagt niet om minder onderzoek.

Hij geeft juist méér aanleiding tot toetsing.

 

Als Bijbels toetsen als on-geestelijk wordt weggezet

En hier begint het echt ongemakkelijk te worden.

Wat moeten we denken van een geestelijk klimaat waarin mensen geleerd wordt hun verstand / onderscheidingsvermogen uit te schakelen?

Niet nadenken, gewoon ontvangen.

Kom uit je hoofd.

Je verstand zit de Heilige Geest in de weg.

Door jouw kritiek kan God niet werken.

Pas op dat je de Heilige Geest niet bedroeft.

Je moet leren je geestelijke leiders te vertrouwen.

Op zichzelf gezien kunnen achter sommige van deze uitspraken heel andere bedoelingen zitten. Maar zodra zulke taal gebruikt wordt om Bijbelse toetsing te verhinderen, ontstaat er een zeer groot probleem.

Want dan wordt iets wat God gebiedt voorgesteld als iets wat God zou afkeuren.

Dat is wat in goed Nederlands ook wel een contradictio in terminis wordt genoemd

God zegt:

“…beproeft de geesten, of zij uit God zijn…” (1 Johannes 4:1, STV)

Een mens zegt:

“Je moet niet zo kritisch zijn.”

Dan is de vraag uiteindelijk niet zo ingewikkeld:

Naar wie luisteren we?

 

Een bediening die zenuwachtig wordt van toetsing roept vragen op

Dat betekent niet dat iedere hotemetoot die een keer geïrriteerd reageert meteen een valse leraar is.

Maar wanneer een bediening structureel impliciet of expliciet Bijbelse toetsing ontmoedigt, verdient dat zeker aandacht.

Wanneer kritische vragen als rebellie worden beschouwd.

Wanneer een leider niet inhoudelijk hoeft te antwoorden omdat hij zogenaamd bijzonder gezalfd is.

Wanneer profetieën niet achteraf gecontroleerd mogen worden.

Wanneer aantoonbaar niet uitgekomen voorspellingen worden weggemasseerd.

Wanneer persoonlijke openbaringen feitelijk zwaarder wegen dan de Schrift.

Wanneer loyaliteit aan een leider belangrijker wordt dan trouw aan Gods Woord.

Wanneer degene die vragen stelt zelf het probleem wordt.

Dan moeten alle alarmbellen gaan knipperen.

Paulus waarschuwde de oudsten van Efeze:

“Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen. En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich.” (Handelingen 20:29-30, STV)

Let vooral op die woorden:

“uit uzelven.”

Niet ieder geestelijk gevaar komt van buiten de Gemeente.

Soms komt het van binnenuit.

En soms staat het ook op het podium.

Geestelijke onderscheiding beschermt de Gemeente

Daarom moeten we ophouden Bijbelse toetsing tegenover liefde te plaatsen.

Alsof liefde betekent dat we alles dan maar zouden moeten verwelkomen.

Paulus schrijft over de liefde:

“…zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid.” (1 Korinthe 13:6, STV)

Liefde zonder waarheid verwordt tot sentimentaliteit.

Waarheid zonder liefde kan hard en liefdeloos worden.

Maar liefde en waarheid horen Bijbels bij elkaar.

Wie de Gemeente liefheeft, wil haar niet overleveren aan iedere wind van leer.

Wie broeders en zusters liefheeft, wil niet dat zij afhankelijk worden gemaakt van charismatische persoonlijkheden die zich aan toetsing onttrekken.

En wie de Here liefheeft, wil al helemaal niet dat menselijke gedachten worden verkocht onder het etiket:

“God heeft gesproken.”

Bijbels toetsen is daarom niet persé een aanval.

Het kan juist bescherming zijn.

 

Gods Woord is de maatstaf voor iedere geestelijke claim

Persoonlijk charisma is geen toetssteen.

Een volle zaal is geen toetssteen.

Een grote bediening is geen toetssteen.

Duizenden volgers zijn geen toetssteen.

Emotie is geen toetssteen.

Kippenvel is geen toetssteen.

Een indrukwekkend getuigenis is geen toetssteen.

Een genezingsclaim is geen toetssteen.

Een titel als apostel of profeet is geen toetssteen.

Een vermeende zalving is geen toetssteen.

En

“God zei tegen mij”

is geen bewijs dat God werkelijk gesproken heeft.

De Bereërs:

“…onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” (Handelingen 17:11, STV)

Dat is geen koude, verstandelijke vorm van christendom.

Dat is eerbied voor Gods Woord.

Want uiteindelijk gaat het niet om de vraag hoeveel indruk iets op ons maakt.

De vraag is:

Is het waar?

 

Beproeft alle dingen en behoudt het goede

Misschien moeten we daarom één tekst gewoon heel groot boven het podium of de kansel hangen:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

Niet:

Beproeft alleen wat van buiten onze groep komt.

Niet:

Beproeft iedereen behalve onze favoriete prediker.

Niet:

Beproeft de leer, maar stel geen vragen over onze bijzondere geestelijke ervaringen.

Niet:

Beproeft alles behalve degene die zegt dat God rechtstreeks door hem spreekt.

Niks daarvan.

Er staat:

“alle dingen.”

Bijbels toetsen is dus geen gebrek aan geloof.

Het is juist een uiting van geloof.

We toetsen omdat waarheid ertoe doet. Omdat Gods Naam te heilig is om hem zomaar op iedere menselijke ingeving, indruk, profetie of ervaring te plakken. Omdat de Gemeente te kostbaar is om iedere wind van leer binnen te laten. En omdat God Zelf ons gewaarschuwd heeft dat niet alles wat geestelijk klinkt ook uit Hem afkomstig is.

Daarom blijft de opdracht staan:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

 

Wanneer iemand zegt:

“Dit komt van God.”

hoeft het Bijbelse antwoord niet automatisch

“Amen”

te zijn.

Het mag ook zijn:

“Goed. Dan gaan we het toetsen aan Gods Woord.”

En wanneer iemand daar als door een wesp gestoken op reageert?

Dan is dat geen reden om minder te toetsen.

Dan is het misschien wel reden om nog even wat beter te kijken.

 

Zie ook:

“Krachtige zalving”: is dat eigenlijk wel Bijbels? – Bijbelse basis

Wat zegt de Bijbel over “de zalving”? – Bijbelse basis

Wanneer ‘zalving’ gezag wordt – Bijbelse basis

Autoriteit, integriteit en de macht van geladen taal – Bijbelse basis

“Raak de gezalfde des Heeren niet aan”? – Bijbelse basis

Profeten zonder toetsing – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights