De Wet is niet alleen de Tien Geboden: staat een christen onder de Wet?

Waarom worden christenen (steeds weer) onder de wet van Mozes geplaatst

Zijn christenen onder de Tien Geboden? Wat bedoelt de Bijbel eigenlijk met de Wet? Veel predikers beantwoorden die vraag zonder deze eerst goed te onderzoeken. De redenering klinkt vertrouwd:

‘de ceremoniële wetten van Israël zijn afgeschaft, maar de Tien Geboden zijn Gods eeuwige morele wet en gelden daarom onverkort voor de christen.’

Het klinkt degelijk. Het klinkt Bijbels.

Maar is het dat ook? Wat zegt de Bijbel?

Want zodra we de Schrift zelf laten spreken, ontstaat er een probleem. De Bijbel maakt nergens zo gemakkelijk de scheiding die tegenwoordig vanaf kansels wordt gemaakt. De Tien Geboden staan niet los van de Wet. Ze behoren tot het verbond dat God met Israël sloot.

En Paulus zegt niet dat de gelovige onder een verkorte versie van Mozes is geplaatst.

Hij zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

Niet: niet onder de ceremoniële wet.

Niet: niet onder de burgerlijke wet.

Maar:

niet onder de wet.

Dat verschil is groter dan menig prediker zijn gehoor vertelt.

De Wet is meer dan de tien geboden
De Wet is niet alleen de tien geboden

De Tien Geboden zijn niet de hele Wet

De Schrift kent inderdaad de Tien Woorden.

“En Hij schreef op de tafelen de woorden des verbonds, de tien woorden.”
Exodus 34:28

Zie ook Deuteronomium 4:13 en Deuteronomium 10:4.

De Tien Woorden hebben dus zonder twijfel een bijzondere plaats binnen het verbond. Ze werden door God op stenen tafelen geschreven.

Maar daarmee is de Wet niet beperkt tot tien geboden.

Wie na Exodus 20 gewoon verder leest, ontdekt dat de wetgeving doorgaat. Exodus 21, 22 en 23 bevatten allerlei geboden en bepalingen. Daarna volgen voorschriften over de tabernakel, priesterdienst, offers, reinheid, feesten, voedsel, rechtspraak en het maatschappelijke leven van Israël.

De Wet is een compleet verbondsstelsel

De latere Joodse traditie heeft de geboden van de Torah geteld en kwam tot het bekende aantal van 613. Over die precieze telling kan worden gediscussieerd, want de Bijbel geeft zelf nergens het getal 613.

Maar één ding staat buiten discussie:

het zijn er aanzienlijk meer dan tien.

Wie daarom voortdurend spreekt over “de Wet” en daarmee eigenlijk alleen de Tien Geboden bedoelt, heeft de Bijbelse betekenis van het begrip al versmald voordat de uitleg begonnen is.

 

Aan wie werden de Tien Geboden gegeven?

Dit is misschien wel de meest genegeerde vraag in de discussie.

Tegen wie spreekt God in Exodus?

De tekst geeft zelf het antwoord:

“Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israëls verkondigen.”
Exodus 19:3

Niet aan de Gemeente.

Niet aan alle volkeren.

Niet aan de mensheid in het algemeen.

Aan Israël.

God zegt:

“Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken…”
Exodus 19:5

En Israël antwoordt:

“Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen!”
Exodus 19:8

Pas daarna komen we bij Exodus 20.

En hoe beginnen de Tien Geboden?

“Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.”
Exodus 20:2

Wie was uit Egypte geleid?

De Gemeente?

Een Nederlander in 2026?

Nee.

Israël.

Dat betekent niet dat wij niets uit Exodus 20 kunnen leren. De gehele Schrift is ons tot lering gegeven. Maar iets kan voor ons geschreven zijn zonder aan ons gericht te zijn.

Dat onderscheid negeren is een gegarandeerd recept voor verwarring.

Paulus bevestigt bovendien aan wie de wetgeving gegeven was:

“Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving…”
Romeinen 9:4

De verbonden en de wetgeving behoren hier nadrukkelijk bij Israël.

Waarom wordt dat zo weinig verteld wanneer men de Tien Geboden aan de Gemeente voorhoudt?

 

De Wet kwam 430 jaar na de belofte

Ook de plaats van de Wet in de heilsgeschiedenis wordt door de apostel Paulus nauwkeurig aangegeven.

Hij schrijft:

“En dit zeg ik: Het verbond, dat tevoren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen.”
Galaten 3:17

De Wet was er dus niet altijd.

Zij kwam.

Paulus vraagt vervolgens:

“Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld…”
Galaten 3:19

Let op die woorden:

“daarbij gesteld.”

De Wet kreeg binnen Gods handelen een bepaalde plaats en functie.

Zij was niet Gods methode om zondaren zalig te maken.

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”
Romeinen 3:20

De Wet legt de zonde bloot.

De Wet veroordeelt de overtreder.

De Wet maakt duidelijk wat overtreding is.

Maar de Wet kan een zondaar niet rechtvaardigen.

 

De Wet is geen ladder naar God

Hier ontspoort veel prediking.

Men zegt eerst dat behoud volledig uit genade is en hangt vervolgens de stenen tafelen alsnog boven het hoofd van de gelovige als norm waaronder hij geplaatst zou zijn.

Maar Paulus noemt de Wet geen ladder waarmee de mens omhoog klimt.

Integendeel:

“Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek…”
Galaten 3:10

En vervolgens citeert hij:

“Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.”
Galaten 3:10

Let opnieuw op:

al hetgeen.

Niet negen van de Tien Geboden.

Niet een selectie morele voorschriften.

Wie zich op de Wet beroept als rechtsgrond, krijgt niet het recht om zelf het pakket samen te stellen.

 

Paulus kent geen christelijk boodschappenmandje bij Mozes

Dit is precies waar het ongemakkelijk wordt.

Veel predikers lijken met een denkbeeldig boodschappenmandje door de Wet van Mozes te lopen.

Besnijdenis?

Niet meer nodig.

Voedselwetten?

Voorbij.

Israëls feestdagen?

Niet verplicht.

Offerwetten?

Vervuld.

Priesterdienst?

Voorbij.

Sabbat op de zevende dag?

Nou ja, daar maken we zondag van.

Maar vervolgens komen we bij:

“Gij zult niet doodslaan.”

“Gij zult niet stelen.”

“Gij zult geen overspel doen.”

En plotseling klinkt het:

Kijk, hier staat Gods Wet waaronder de christen leeft!

Maar op grond waarvan werd die selectie gemaakt?

Waar zegt Paulus:

Van de Wet van Mozes blijven voor de Gemeente precies deze tien bepalingen als verbondswet over?

Die tekst bestaat niet.

 

De gehele Wet betekent de gehele Wet

Paulus schrijft:

“En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.”
Galaten 5:3

Dat is vernietigend voor selectief wetticisme.

Wie zich voor zijn positie voor God onder de Wet stelt, krijgt niet het recht te zeggen:

Deze wel, die niet.

De Wet vormt een geheel.

Ook Jakobus schrijft:

“Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.”
Jakobus 2:10

Waarom?

Omdat achter alle geboden dezelfde Wetgever staat.

Je kunt daarom niet eerst de Wet opdelen, vervolgens zelf bepalen welk deel nog bindend is en daarna dat geselecteerde deel opnieuw aan de Gemeente opleggen alsof Paulus daar geen woord over geschreven heeft.

 

En dan die stenen tafelen…

Hier wordt het voor de predikers van de Tien Geboden werkelijk lastig.

Want wat zegt Paulus over hetgeen in stenen geschreven was?

“En indien de bediening des doods in letters bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest…”
2 Korinthe 3:7

Lees dat nog eens.

In stenen ingedrukt.

Waar doet dat aan denken?

Precies.

De stenen tafelen.

En hoe noemt Paulus die bediening?

“De bediening des doods.”

Dat betekent niet dat de Wet slecht was. Paulus zegt nadrukkelijk:

“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.”
Romeinen 7:12

Het probleem ligt niet bij Gods Wet.

Het probleem ligt bij de zondige mens.

nEn daarom kan de Wet hem niet redden

Paulus vervolgt in 2 Korinthe 3:

“Want indien hetgeen te niet gedaan wordt, in heerlijkheid was, veel meer is hetgeen blijft, in heerlijkheid.”
2 Korinthe 3:11

Waarom wordt 2 Korinthe 3 zo zelden gelezen wanneer men christenen weer voor de stenen tafelen zet?

 

Het sabbatsgebod ontmaskert de constructie

En dan komen we bij het gebod dat de inconsistentie pijnlijk zichtbaar maakt:

“Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.”
Exodus 20:8

Als de Tien Geboden letterlijk Gods blijvende verbondswet voor de Gemeente zijn, waarom houden de meeste predikers van diezelfde Tien Geboden dan niet de sabbat zoals het gebod voorschrijft?

De sabbat is de zevende dag.

Niet de zondag, dat is de eerste dag van de week.

Je kunt niet tegelijkertijd zeggen:

“De Tien Geboden zijn onveranderlijk.”

en vervolgens bij gebod vier zeggen:

“Behalve deze; die passen we aan.”

Dan zijn blijkbaar ineens niet de stenen tafelen de norm.

Dat alleen al zou reden genoeg moeten zijn om opnieuw naar Paulus te luisteren.

 

“Dus mogen we nu stelen en overspel plegen?”

Dit is het voorspelbare vleselijke bezwaar.

En het verraadt eigenlijk hoe diep wettisch sommige christenen hebben leren denken.

Alsof er slechts twee mogelijkheden bestaan:

Mozes óf wetteloosheid.

Paulus kent die tegenstelling niet.

Hij schrijft:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

En direct daarna:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.”
Romeinen 6:15

Daarmee is het probleem Bijbels beantwoord.

Niet onder de Wet staan betekent niet dat zonde ineens goed is.

Integendeel.

Paulus schrijft:

“Die gestolen heeft, stele niet meer…”
Efeze 4:28

Hij schrijft:

“Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid…”
Efeze 4:25

En:

“Maar hoererij en alle onreinigheid of gierigheid, laat ook onder u niet genoemd worden…”
Efeze 5:3

De genade geeft géén vrijbrief voor zonde.

Maar let op het verschil:

Paulus brengt de gelovige niet terug naar Sinaï om hem vervolgens met Mozes tot een heilig leven te dwingen.

Hij vertrekt vanuit onze positie in Christus.

Dat is een totaal ander fudament.

 

Genade is geen afgezwakte Wet

Hier zit misschien de hardnekkigste fout.

Genade wordt soms behandeld alsof God onder het Nieuwe Testament een lichtere versie van de Wet heeft ingevoerd.

Mozes 2.0.

Tien Geboden, maar dan zonder offers, zonder besnijdenis en met zondag in plaats van zaterdag.

Dat is helemaal geen goede samenvatting van Paulus

Paulus zegt:

“Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter.”
Romeinen 7:6

Dat is radicaal.

Vrijgemaakt van de Wet

Niet vrijgemaakt van drieënzestig procent van de Wet.

Niet slechts vrijgemaakt van de ceremoniële bijlagen

Vrijgemaakt van de Wet om te dienen in nieuwigheid des Geestes.

 

Waarom blijven predikers dan hameren op de Tien Geboden?

Omdat de Tien Geboden in eeuwen van kerkelijke traditie vrijwel synoniem zijn geworden met “Gods morele wet”.

Daardoor leest men die gedachte gemakkelijk terug in de Schrift.

Maar traditie is geen exegese.

Dat een catechismus de Wet op een bepaalde manier indeelt, betekent nog niet dat Paulus dat ook doet.

Dat een kerk eeuwenlang iedere zondag de Tien Geboden heeft voorgelezen, maakt die gewoonte nog niet tot een apostolische opdracht aan het Lichaam van Christus.

De vraag moet altijd blijven:

Wat zegt de Schrift?

Niet:

Wat zijn wij gewend dat de Schrift zegt?

 

De Wet moet op haar Bijbelse plaats blijven

Dit alles maakt de Wet niet waardeloos.

Integendeel.

“Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt.”
1 Timotheüs 1:8

Daar zit de sleutel:

wettelijk gebruikt.

De Wet is heilig, rechtvaardig en goed.

De Wet openbaart Gods heiligheid.

De Wet maakt zonde openbaar.

De Wet leert ons enorm veel over Gods handelen met Israël.

De Wet getuigt op talloze manieren van Christus.

Maar een goed gebruik van de Wet betekent niet dat wij haar uit haar heilshistorische plaats slopen en vervolgens als verbondswet op de Gemeente leggen.

 

Christus is niet gekomen om Mozes een christelijke outfit te geven

De grote fout van de prediking van de Tien Geboden is daarom niet dat men tegen moord, diefstal, leugen en overspel waarschuwt.

Dat doet Paulus ook.

De fout ontstaat wanneer men de Mozaïsche Wet op enige wijze tot rechtsgrond voor het christelijke leven maakt, terwijl Paulus de gelovige nadrukkelijk een andere positie aanwijst.

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.”
Johannes 1:17

En:

“Want Christus is het einde der wet, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.”
Romeinen 10:4

We hoeven de Wet niet af te breken.

We moeten haar laten staan waar God haar heeft geplaatst.

Bij Israël.

Binnen het oude verbond.

Met een bepaalde functie in Gods handelen.

En we moeten de Gemeente eveneens laten staan waar God haar heeft geplaatst:

in Christus.

 

Houd op met christenen terug te sturen naar Sinaï

Wie gelovigen voortdurend naar de stenen tafelen terugstuurt om daar de grondslag van hun christelijke wandel te zoeken, doet uiteindelijk tekort aan de rijkdom van hun positie in Christus.

Onze heiliging komt niet voort uit een afgezwakte versie van Mozes.

Onze wandel vloeit voort uit wat God ons in Christus gemaakt heeft.

Daarom zegt Paulus niet:

Gij hebt Mozes ontvangen, wandelt dan in hem.

Hij schrijft:

“Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem.”
Kolossenzen 2:6

Dat is de positie van de gelovige.

Niet terug naar Egypte.

Niet terug naar Sinaï.

Niet opnieuw onder de stenen tafelen.

Maar wandelen in Christus.

De Wet was goed.

De Wet was heilig.

De Wet had haar door God bepaalde functie.

Maar maak van de Tien Geboden geen christelijke mini-Wet die Paulus vervolgens vergeten zou zijn te noemen.

De apostel is duidelijk genoeg:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

Misschien moeten we eindelijk ophouden daar stilletjes aan toe te voegen:

“…behalve natuurlijk de Tien Geboden.”

Dat staat er namelijk niet.

YouTube player

 

lees ook;

Vrij van de Wet , o vreugdevol leven – Bijbelse basis

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

Stelt de Heilige Geest ons in staat de wet te vervullen? – Bijbelse basis

Hebreeën 12: niet terug naar Sinaï, maar zien op Jezus – Bijbelse basis

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?” – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de Wet? – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2) – Bijbelse basis

extern:

Wettig gebruik der wet_hires.pdf

https://vlichthus.nl/wp-content/uploads/2014/12/De_tien_geboden_S.pdf

de wet » Bijbels Panorama

Het loon voor de gelovige, Genade en goede werken

Werken voor de hemel? Of werken vanuit de hemel?

Loon voor de gelovige is iets anders dan behoud uit Genade. Toch worden die twee in veel kerken met elkaar verward. Wat leert de apostel Paulus werkelijk over goede werken, de rechterstoel van Christus en hemelse beloning? In dit artikel onderzoeken we wat de Schrift zegt en waarom dit onderscheid essentieel is voor een gezond begrip van het Evangelie.

Veel christenen raken vroeg of laat verstrikt in een fundamentele verwarring. Aan de ene kant horen zij dat behoud volledig uit Genade is. Aan de andere kant lezen zij over loon, kronen en de rechterstoel van Christus. Dan ontstaat de vraag:

moeten wij dan toch werken om behouden te blijven?

Het Bijbelse antwoord is ondubbelzinnig: nee.

Maar daarmee is niet alles gezegd.

Wie de brieven van Paulus zorgvuldig leest, ontdekt dat de Schrift een scherp onderscheid maakt tussen de gave van het eeuwige leven en het loon voor trouwe dienst.

Wie dat onderscheid wegpoetst, tast óf de Genade aan óf ontneemt de gelovige iedere verantwoordelijkheid.

En dat zien we vandaag de dag helaas gebeuren.

 

Het loon voor de gelovige

De grootste verwarring onder christenen

Er zijn twee uitersten.

Het eerste zegt:

“Je bent wel uit genade behouden, maar uiteindelijk bepalen jouw werken of je de eindstreep haalt.”

Het tweede zegt:

“Omdat alles genade is, maakt het niet meer uit hoe je leeft.”

Beide kloppen ze niet.

Paulus leert iets veel rijkers.

De zaligheid is volledig Gods werk.

De beloning is Gods antwoord op een leven dat Hem trouw heeft gediend.

 

Behoud is een gave, nooit een beloning

Paulus laat geen enkele ruimte voor twijfel, ook niet over menselijke verdiensten.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9 STV)

De hemel is geen salaris.

De hemel is geen prijs voor goed gedrag.

De hemel is Gods geschenk aan zondaren die hun vertrouwen stellen op de Here Jezus Christus.

Religie probeert Gods gunst te verdienen.

Het Evangelie verkondigt dat Christus alles reeds heeft volbracht.

 

Goede werken zijn het gevolg van genade

Paulus stopt niet bij vers 9.

Hij vervolgt meteen:

“Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.” (Efeze 2:10 STV)

Goede werken zijn dus niet de aanleiding van ons behoud.

Ze zijn de vrucht.

Wij werken niet om leven te ontvangen.

Wij werken omdat wij leven ontvangen hébben.

Dat is  het verschil tussen wet en genade.

 

De rechterstoel van Christus gaat over loon

Veel gelovigen zien uit angst op tegen de rechterstoel van Christus.

Maar Paulus leert nergens dat daar de behoudenis wordt beslist.

Daar wordt het leven van de gelovige beoordeeld.

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naar dat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.” (2 Korinthe 5:10 STV)

De vraag luidt niet:

“Ben jij behouden?”

Die vraag is al beantwoord toen iemand tot geloof kwam.

De vraag luidt:

“Ben jij trouw aan je roeping geweest?”

 

Een gelovige kan loon verliezen

Dat leert Paulus zonder omwegen

“Zo ieders werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen. Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.” (1 Korinthe 3:14-15 STV)

Let goed op.

Hij blijft behouden.

Maar hij kan wel schade lijden.

Niet doordat hij zijn redding verliest.

Wel doordat zijn werk geen eeuwigheidswaarde blijkt te hebben.

Dat is een waarheid waar nauwelijks nog over wordt gesproken.

 

God beloont trouw

Paulus verwachtte zelf een kroon.

Niet omdat hij meende iets verdiend te hebben.

Maar omdat God heeft beloofd trouw te belonen.

“Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.” (2 Timotheüs 4:8 STV)

Ook schrijft hij:

“Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient den Heere Christus.” (Kolossenzen 3:24 STV)

Geen enkele daad uit liefde tot Christus is vergeefs.

Geen verborgen dienst.

Geen trouw gebed.

Geen onderwijs.

Geen evangelisatiewerk.

Geen volharding in lijden.

God vergeet niets.

 

Scofield schreef er ook over

C.I. Scofield benadrukt in The New Life in Christ Jesus (pdf) dat de wedergeboorte nog maar het begin is van het christelijke leven. Daarna wil God de gelovige vormen tot een vruchtbare dienstknecht. Scofield beschrijft hoe zelfverloochening, afhankelijkheid van God en een “nieuw en hoger dienstbetoon” leiden tot grotere geestelijke vruchtbaarheid.

Dat sluit naadloos aan bij Paulus.

Eerst nieuw leven.

Daarna een nieuwe wandel.

Vervolgens de beoordeling.

Daarna het loon.

 

Waarom hoor je hier zo weinig over?

De moderne evangelische wereld spreekt graag over:

  • identiteit;
  • bestemming;
  • doorbraak;
  • overwinning;
  • zegen.

Maar opvallend weinig valt te horen over de rechterstoel van Christus.

Toch was juist dát voor Paulus een enorme motivatie.

“Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof…” (2 Korinthe 5:11 STV)

Hij leefde niet in voortdurende angst zijn behoudenis kwijt te raken.

Hij leefde in diep ontzag voor zijn Heer, aan Wie hij eenmaal rekenschap zou afleggen.

Dat besef zou ook vandaag veel oppervlakkigheid genezen.

 

Het Bijbelse evenwicht

De Schrift leert steeds dezelfde volgorde.

  • Christus bracht de verlossing tot stand.
  • De zondaar ontvangt eeuwig leven uit genade.
  • De gelovige wandelt in de goede werken die God heeft voorbereid.
  • Christus beoordeelt die werken.
  • Trouwe dienst wordt beloond.

Wie deze volgorde omdraait, maakt van het Evangelie een systeem van verdiensten.

Wie de laatste stappen weglaat, maakt van genade een excuus voor geestelijke passiviteit.

Paulus leert beide uitdrukkelijk niet.

 

Conclusie

De gelovige werkt niet om door God aangenomen te worden.

Hij werkt omdat hij in Christus al aangenomen ís.

Dat is het verschil tussen religie en het Evangelie.

Religie zegt:

“Werk, misschien neemt God je aan.”

Het Evangelie zegt:

“God heeft je in Christus aangenomen; dien Hem daarom met heel je hart.”

Juist dat leven, geleefd uit dankbaarheid, afhankelijkheid en liefde voor de Here Jezus Christus, zal eenmaal door Hem worden beloond.

En dat loon is geen loon voor de zaligheid.

Het is loon voor trouw aan Hem.

lees ook:

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

De verborgenheid in de Bijbel – Bijbelse basis

Israël en de Gemeente: het Bijbelse onderscheid – Bijbelse basis

 

 

New Wine en Israëlhaat: vrede of capitulatie?

Over zaken omdraaien gesproken

New Wine en Israëlhaat lijkt op het eerste gezicht misschien een overdreven combinatie. hoe durf ik dit toch in één zin te zeggen? Foei Jaap!

Toch riep de handelwijze van de organisatie tijdens de Zomerconferentie van 2026 bij mij serieuze vragen op. Nadat reclamebanners van Christenen voor Israël waren beklad en bezoekers bezwaar hadden gemaakt, werden niet de bekladders terechtgewezen, maar werden de banners omgedraaid.

Niet de intimidatie verdween uit beeld, maar de boodschap.

Dat is geen onbeduidend organisatorisch incident. Het laat zien wat er gebeurt wanneer christelijke organisaties vrede verwarren met het vermijden van onrust. Wanneer vandalisme en protest bepalen wat op een christelijke conferentie zichtbaar mag blijven, is geen sprake meer van goede vrede.

Dan wordt er gebogen. Diep gebogen. Of is het knielen?

Voor de goede vrede new wine

 

Edit: terwijl ik dit zit te bloggen, lees ik op cvandaag dat een journalist achter de bekladding zit.

citaat:

“CVI is een heel extremistische religieus fundamentalistische gewelddadige organisatie”,

 Israël-banners op de New Wine Zomerconferentie

Tijdens de New Wine Zomerconferentie 2026 stonden twee reclamebanners van Christenen voor Israël op het conferentieterrein. Daarmee werd aandacht gevraagd voor de tentoonstelling Dieper dan je denkt in het Israëlcentrum.

Die tentoonstelling behandelt de Bijbelse en Joodse wortels van het christelijk geloof. Het ging dus niet om partijpolitieke verkiezingspropaganda. Er werd niet opgeroepen tot oorlog, verheerlijking van geweld of kritiekloze steun aan iedere beslissing van de Israëlische regering.

De boodschap was eenvoudig: het christelijk geloof kan niet worden losgemaakt van Israël, het Joodse volk, de verbonden, de beloften en de Schriften.

Toch werd minstens één banner beklad met het woord ‘genocide’. Hét woord dat naar believen een eigen betekenis heeft gekregen in de context met Israel.

Daarnaast kwamen er klachten over de aanwezigheid van de banners.

De reactie van New Wine was veelzeggend: beide banners werden omgedraaid.

Daarmee draaide New Wine meer om dan twee reclame-uitingen.

 

Vandalisme tegen Israël werd beloond

Laten we de gang van zaken eens bekijken.

Iemand bekladt andermans eigendom. Andere mensen klagen over de boodschap die op dat eigendom staat. Vervolgens maakt de organisatie niet de bekladding, maar de oorspronkelijke boodschap onzichtbaar.

Wie heeft er dan gewonnen?

Niet degene die zich aan de regels hield.
Niet degene die een legale reclame-uiting plaatste.
Niet degene die bereid was een inhoudelijk gesprek te voeren.

De winnaar is degene die met bekladding, druk en onrust duidelijk maakte dat een zichtbare verwijzing naar Israël niet werd geaccepteerd.

Het praktische resultaat was eenvoudig: de banners van Christenen voor Israël verdwenen uit beeld.

Vandalisme loonde.

Intimidatie werkte.

New Wine kan deze beslissing mogelijk omschrijven als conflictbeheersing, pastorale voorzichtigheid of ‘het bewaren van de rust.’ Maar zalvende woorden veranderen de aard van een beslissing niet.

Wie onder druk een boodschap omdraait, heeft niet bemiddeld. Die is bezweken.

 

New Wine en Israëlhaat: een noodzakelijke precisering

Beweer ik hiermee dat iedere leider of medewerker van New Wine persoonlijk Israël of het Joodse volk haat?

Nee. Natuurlijk niet Wij kennen de harten en persoonlijke motieven van de betrokkenen niet. Het zou onjuist zijn om mensen op basis van één beslissing door de organisatie persoonlijk als antisemiet te bestempelen.

Maar hun handelen mag wel worden beoordeeld.

New Wine heeft niet bewezen zelf Israël te haten. De organisatie heeft wel laten zien vatbaar te zijn en bereid te zijn te buigen voor anti-Israëlische druk.

Dat onderscheid is belangrijk.

Niet iedere kritiek op Israël is antisemitisme. Niet iedere bezorgdheid over Palestijnse burgers is Israëlhaat. De Israëlische regering staat, net als iedere andere regering, niet boven morele, politieke of juridische beoordeling.

Maar daar ging het hier niet om.

Het ging niet om een inhoudelijke discussie over een specifieke militaire operatie of regeringsbeslissing. Het ging om de zichtbaarheid van een christelijke organisatie die verbondenheid met Israël uitdraagt.

De naam Israël zelf was kennelijk al voldoende om de banner verdacht te maken. En om de zekeringen bij een bepaald getriggerd volksdeel te laten ploffen.

Dat is iets anders dan gewone gezonde politieke kritiek.

 

Goede vrede of goedkope vrede?

Het thema van de New Wine Zomerconferentie luidde:

‘Voor de goede vrede.’

Juist dat thema maakt de beslissing zo schrijnend en pijnlijk.

Bijbelse vrede betekent niet dat iedere spanning onmiddellijk moet worden weggemasseerd. Het betekent niet dat degene die de meeste onrust veroorzaakt met de grootste bek automatisch zijn zin moet krijgen.

Jakobus schrijft:

„Doch de wijsheid, die van boven is, die is ten eerste zuiver, daarna vreedzaam.”

Jakobus 3:17, STV

Let op de volgorde.

Eerst zuiver. Daarna vreedzaam.

Niet eerst de rust bewaren en daarna bekijken hoeveel waarheid er nog overeind staat.

Goede vrede begint bij waarheid en gerechtigheid. Goedkope vrede begint bij de vraag hoe men zo snel mogelijk van het gedoe afkomt.

De banners omdraaien was gemakkelijk. De bekladding afwijzen, de banners herstellen en duidelijk grenzen stellen aan intimidatie zou moed hebben gevraagd.

New Wine koos voor de gemakkelijke oplossing.

Maar een gemakkelijke en goedkope oplossing is niet altijd een goede oplossing.

 

Vrede is niet hetzelfde als geen gedoe

In kerkelijk Nederland wordt vrede steeds vaker gelijkgesteld aan het ontbreken van openlijk conflict.

Niemand mag gekwetst worden.
Niemand mag zich ongemakkelijk voelen.
Niemand mag worden geconfronteerd met een boodschap die tegen zijn overtuiging ingaat.

Zodra spanning ontstaat, moet de zichtbare aanleiding verdwijnen.

Maar zo functioneerde Bijbelse verkondiging nooit.

De profeten maakten zich niet geliefd door iedere aanstootgevende waarheid om te draaien. De Here Jezus Christus zweeg niet wanneer religieuze leiders de waarheid verdraaiden. Paulus organiseerde geen sus-gesprekken met mensen die het Evangelie wilden vermengen of verdraaien.

Bijbelse vrede is niet de afwezigheid van confrontatie. Het is vrede die op waarheid rust.

Vrede die wordt gekocht door de waarheid uit beeld te draaien, is geen geestelijke volwassenheid.

Het isordinaire lafheid met een christelijk etiket.

 

Was de boodschap van Christenen voor Israël dan zo gevaarlijk of aanstootgevend?

Wat stond er eigenlijk op de banners?

Geen oproep tot bombardementen.
Geen verheerlijking van oorlog.
Geen bewering dat iedere politieke beslissing van Israël rechtstreeks door God wordt ingegeven.
Geen ontkenning van Palestijns leed.

De banner verwees naar een tentoonstelling over de Joodse wortels van het christelijk geloof.

Blijkbaar is in delen van kerkelijk Nederland alleen het woord Israël al voldoende om alarmbellen te laten afgaan.

of Iedere zichtbare verbondenheid met Israël moet eerst worden voorzien van verklaringen, nuances en disclaimers. Alsof iedere verwijzing naar Israël automatisch een goedkeuring zou zijn van alles wat een Israëlische regering doet  of ooit heeft gedaan.

Bespottelijk dit..

Geen enkel ander land of volk wordt op die manier behandeld.

Wie iets over Nederland zegt, hoeft zich niet eerst te distantiëren van iedere Nederlandse regeringsbeslissing. Wie een Amerikaanse christelijke organisatie uitnodigt, hoeft niet eerst rekenschap af te leggen over iedere Amerikaanse militaire actie.

Maar zodra Israël wordt genoemd, moet kennelijk eerst een rituele politieke zuivering plaatsvinden.

Dat is geen normale kritische houding meer.

Dat is een ziekelijke verdachtmaking van alles wat met Israël verbonden is.

 

De Bijbelse wortel mocht niet zichtbaar blijven

Paulus schrijft aan gelovigen uit de volken:

„Roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.”

Romeinen 11:18, STV

De gemeente heeft Israël niet voortgebracht. Israël, de verbonden en de beloften vormen geen toevallige historische achtergrond die de kerk inmiddels achter zich heeft gelaten.

De Here Jezus Christus kwam uit Israël. Hij was naar het vlees uit het zaad van David. De wet, de profeten, de psalmen en de beloften werden aan Israël gegeven.

Paulus schrijft over zijn volksgenoten:

„Welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen.”

Romeinen 9:4, STV

Israël is mede daarom geen politieke voetnoot bij het christelijke geloof. Israël behoort tot de structuur van de heilsgeschiedenis.

Juist daarom is het veelzeggend dat een banner over deze wortels op een christelijke conferentie niet zichtbaar mocht blijven zodra er tegenstand ontstond.

De olijfboom mocht kennelijk alleen blijven staan zolang niemand zich eraan ergerde.

 

Van vervangingstheologie naar verdringingstheologie

De klassieke vervangingstheologie leert dat de kerk de plaats van Israël heeft ingenomen en dat de beloften aan Israël geestelijk op de kerk zijn overgegaan.

Veel hedendaagse christenen wijzen die leer gelukkig officieel af. Zij weten dat God nog een plan heeft met Israël.

Maar ondertussen ontstaat een subtielere vorm van hetzelfde probleem.

Israël wordt niet openlijk vervangen, maar praktisch verdrongen.

Israël mag in de Bijbel blijven staan, zolang het niet te nadrukkelijk in de kerk verschijnt. Men mag over Abraham, David en de profeten spreken, zolang het hedendaagse Joodse volk maar niet zichtbaar wordt.

Men zegt dat de wortel belangrijk is, maar draait de banner over die wortel om zodra bezoekers protesteren.

Dat is geen vervangingstheologie. Het is verdringingstheologie.

Israël wordt niet leerstellig geschrapt, maar kerkelijk onzichtbaar gemaakt.

 

Het Koninkrijk verkondigen zónder Israël?

New Wine spreekt veel over de komst en zichtbaarheid van Gods Koninkrijk.

Maar over welk Koninkrijk spreken we dan?

Een Koninkrijk dat is losgemaakt van de beloften aan Israël?
Een Koninkrijk waarin de profeten alleen nog algemene geestelijke inspiratie bieden?
Een Koninkrijk waarin de naam Israël te gevoelig is om zichtbaar te blijven?
Een Koninkrijk waarin politieke verontwaardiging meer gezag heeft dan het Woord van God?

Het is uiterst merkwaardig hoe gemakkelijk sommige christenen spreken over het ‘zichtbaar maken van Gods Koninkrijk’, terwijl zij moeite hebben met, en struikelen over het volk waaraan zoveel beloften over dat Koninkrijk zijn gegeven.

De Here Jezus Christus werd geboren als de Koning der Joden. De profeten spraken over Zijn heerschappij. De apostelen vroegen Hem naar het herstel van het Koninkrijk aan Israël.

Wie Gods Koninkrijk losmaakt van de Bijbelse heilsgeschiedenis, houdt uiteindelijk een vaag religieus ideaal over.

Een menselijk project met christelijke woorden.

 

Kritiek op Israël is geen Israëlhaat

Omdat het onderwerp gevoelig is, moet ook dit duidelijk worden gezegd: kritiek op Israël is niet vanzelf Israëlhaat.

Een christen hoeft niet iedere regeringsbeslissing van Israël goed te keuren. Medelijden met Palestijnse burgers is geen verraad aan Israël. Onrecht mag worden benoemd, ongeacht wie het pleegt.

Maar eerlijke kritiek richt zich op concrete handelingen, besluiten en verantwoordelijke personen.

Israëlhaat werkt anders.

Daarbij wordt Israël als geheel verdacht gemaakt. Het land, het volk en zelfs christelijke verbondenheid met Israël worden behandeld als moreel besmet.

Dat gebeurde hier op micro niveau

Een banner over Joodse wortels werd niet inhoudelijk weerlegd. Er werd het woord ‘genocide’ overheen gespoten. De organisatie achter de banner werd niet aangesproken op een concrete uitspraak, maar vanwege haar zichtbare verbondenheid met Israël.

Daarom kan de zaak rond New Wine en Israëlhaat niet worden afgedaan als een gewone discussie over politiek.

Anti-Israëlische intimidatie bepaalde wat zichtbaar mocht blijven.

 

New Wine schiep hier een gevaarlijk precedent

Vandaag gaat het om een banner.

Morgen gaat het misschien om een spreker die te duidelijk over Gods beloften aan Israël spreekt. Daarna om een Bijbelstudie over Romeinen 9 tot en met 11. Vervolgens om een Israëlzondag die te veel weerstand oproept.

Misschien moet uiteindelijk zelfs het woord Israël in liederen en psalmen worden uitgelegd, afgezwakt of voorzien van een waarschuwing.

Dat klinkt overdreven, totdat men beseft dat een reclame-uiting over de Joodse wortels van het geloof op een christelijke conferentie al niet zichtbaar mocht blijven.

Wie vandaag onder druk een banner omdraait, heeft morgen weinig principiële grond om een Bijbelstudie of spreker wel te verdedigen.

Principes die alleen standhouden zolang niemand protesteert, zijn geen principes.

Het zijn voorkeuren.

 

Wat New Wine had moeten doen

New Wine had niet ingewikkeld moeten handelen.

De organisatie had de bekladding duidelijk en zondermeer moeten afwijzen. De banner had schoongemaakt of vervangen kunnen worden. Vervolgens had New Wine een eenvoudige verklaring kunnen afleggen:

Verschil van mening is toegestaan. Kritiek mag worden geuit. Inhoudelijk debat is welkom. Maar vandalisme, intimidatie en beschadiging van andermans eigendom bepalen niet welke legale christelijke organisaties bij ons zichtbaar mogen zijn.

Dát zou leiderschap zijn geweest.

New Wine hoeft het niet op ieder politiek of leerstellig punt met Christenen voor Israël eens te zijn. De organisatie had slechts het eenvoudige beginsel hoeven verdedigen dat intimidatie geen vetorecht heeft.

Maar dat gebeurde niet.

De banners werden omgedraaid.

Niet degene die bekladdingen aanbracht, maar degene wiens eigendom was beklad, verdween uit beeld.

 

New Wine moet de fout erkennen

Er is geen behoefte aan een lang kerkelijk communicatieverhaal over emoties, veiligheid, complexiteit en polarisatie.

Er is behoefte aan één eenvoudige erkenning:

Het omdraaien van de Israël-banners was verkeerd.

Niet omdat Christenen voor Israël boven kritiek staat.
Niet omdat iedere Israëlische regeringsdaad verdedigd moet worden.
Niet omdat Palestijns leed zou moeten worden verzwegen.

Maar omdat vandalisme en intimidatie nooit mogen bepalen welke legale christelijke boodschap zichtbaar blijft.

New Wine had gewoon de druk moeten weerstaan.

De organisatie had de waarheid niet hoeven omdraaien om de rust te bewaren.

 

New Wine en Israëlhaat: de test werd niet doorstaan

Het thema was Voor de goede vrede.

Maar toen die vrede een rechte rug vereiste, draaide New Wine de banners om.  En toonde een ruggegraat van deugragout.

Daarmee werd geen vrede gesticht. Er werd slechts aangetoond dat intimidatie werkt. Wie genoeg onrust veroorzaakt, kan kennelijk bepalen welke boodschap op een christelijke conferentie zichtbaar blijft.

New Wine heeft niet bewezen zelf Israël te haten.

Maar New Wine boog wel voor anti-Israëlische druk.

En wie voor Israëlhaat buigt om de rust te bewaren, heeft geen vrede gesticht. Hij heeft slechts de prijs van capitulatie betaald.

Vandaag werd een banner omgedraaid.

De vraag is wat of wie morgen aan de beurt is.

Noot:ik ben geen groot fan van CVI, er is m.i. wel wat te kanttekenen bij deze organisatie, Maar met het mes op de keel kies ik zeker partij. Tegen de vooropgezette en aangewakkerde hersenloze Israelhaat van deugend Nederland,

Geverifieerd door MonsterInsights