Het onderscheid #1 youtube video van Christengemeente Werkendam

Het onderscheid #1 youtube video van Christengemeente Werkendam

vandaag de aftrap van een nieuwe categorie op deze website:

Het onderscheid

Preken en video’s in Bijbels perspectief bekeken

Sprekers: Drie mannen in gesprek (namen niet expliciet vermeld) 
Setting: YouTube video op het kanaal “Christengemeente Werkendam” met een sterk polemisch karakter
Thema’s:

Afwijzing van de bedelingenleer (dispensationalisme)

Uitleg van “Jacobs benauwdheid”

Verwerping van een geheime opname vóór de grote verdrukking

Eenheid van het evangelie door alle tijden heen

Aanleiding:
Reactie op eerdere aflevering over het Koninkrijk. Er is “stof opgewaaid” binnen evangelisch Nederland.

Beoogd doel:

Aantonen dat de bedelingenleer onschriftuurlijk is

Laten zien dat Jeremia 30 reeds historisch vervuld is

Bewijzen dat 2 Thessalonicenzen 2 de pre-trib opname uitsluit

Waarschuwen tegen wat zij zien als misleiding binnen evangelische kringen

Doelgroep:
Evangelische christenen, vooral (voormalige) aanhangers van de bedelingenleer.

YouTube player

────────────────────────

Samenvatting

Wat wordt concreet geleerd?

De bedelingenleer ‘snijdt de Bijbel kunstmatig in stukken;.

Het evangelie is eeuwig en ‘in alle tijden hetzelfde;’.

“Jacobs benauwdheid” (Jeremia 30:7) verwijst naar de Babylonische ballingschap.

Mattheüs 24 is niet exclusief voor toekomstig Israël.

2 Thessalonicenzen 2 leert dat de opname niet plaatsvindt vóór de openbaring van de “mens der zonde”.

De leer van een geheime opname is misleidend.

Hoofdaannames

Christus is reeds Koning.

Er is geen aparte “genadetijd” tegenover andere tijden.

De opname vindt plaats ná de openbaring van de antichrist.

Dispensationalisme bereidt (onbedoeld) de weg voor misleiding rond de antichrist.

Belangrijkste bijbelteksten

  • Jeremia 25–31

Mattheüs 24

2 Thessalonicenzen 2

Romeinen 4

Hebreeën 4

Openbaring 14

Centrale nadruk

Eén doorlopende heilslijn:
één evangelie – één volk van God – één toekomst van Christus.

Toepassing

Toets leraren aan de Schrift.

Verwacht vervolging.

Verwacht de openbaring van de antichrist.

Verwerp systeemdenken.

────────────────────────

Bijbelvastheid

Positieve elementen

Sterke nadruk op sola Scriptura.

Schrift wordt met Schrift vergeleken.

De context van Jeremia (ballingschap) wordt  uitvoerig behandeld.

Kritische observaties

Jeremia 30 wordt volledig historisch ingevuld, zonder ruimte voor een mogelijk eschatologisch “dubbel perspectief”.

Mattheüs 24 wordt zonder meer gelijkgeschakeld met 2 Thessalonicenzen 2.

Romeinen 9–11 blijft onbesproken (belangrijk in discussie Israël–gemeente).

De eigen positie wordt gepresenteerd als vanzelfsprekend Schriftuurlijk, zonder enige erkenning dat orthodoxe uitleggers hierover verdeeld zijn.

Wordt Schrift met Schrift vergeleken?

Dat lijkt zo,  maar vaak met vooraf vaststaande conclusie.

Wordt onderscheid gemaakt waar de Schrift dat zelf doet?

Het klassieke onderscheid tussen de roeping va Israël en gemeente wordt sterk gerelativeerd of ontkend.

────────────────────────

Leerstellige hiaten

Wat blijft onderbelicht?

Het blijvende karakter van Gods verbonden met Israël.

De profetische literatuur als vaak meervoudig vervuld (nabij én toekomstig).

De complexiteit van eschatologie binnen de kerkgeschiedenis.

Wordt zonde benoemd?

Ja — vooral zonde van dwaalleer.

Wordt genade Schriftuurlijk gedefinieerd?

Ja, nadruk op rechtvaardiging door geloof alleen.

Ontbreekt theologische balans?

Ja, op twee manieren:

Er is weinig (geen) erkenning dat oprechte gelovigen tot andere conclusies komen.

Bedelingenleer wordt vrijwel volledig als gevaarlijke misleiding neergezet.

────────────────────────

Positionering

Theologische plaatsing

Evangelisch

Anti-dispensationalistisch

Anti-calvinistisch

Post-tribulationistisch

Sterk polemisch-profetisch karakter

Dominante accenten

Christus als ‘reeds regerende Koning’, waar het nieuwtesatamentische onderwijs van de Gemeente als lichaam van Christus, met Hem als Hoofd, volkomen genegeerd wordt

Eén evangelie door alle tijden

Afwijzing van opname vóór de Grote Verdrukking

Waarschuwing tegen geestelijke misleiding

Gemeentevisie

Gemeente is geen aparte “fase” in Gods plan, maar onderdeel van één heilsgeschiedenis. (Verbondstheologie)

────────────────────────

Houding en taalgebruik

Geestelijke dynamiek

Strijdvaardig – confronterend – waarschuwend.

Toon

Regelmatig polemisch, scherp en emotioneel.

“kotsmisselijk”

“ketterij”

“vleselijke vreselijke leer”

“vette headers”

Observaties

Emotie versterkt de urgentie.

De toon kan polariserend werken.

Fysieke kenmerken (bijv. “dikke voorgangers”) worden gekoppeld aan geestelijke dwaling — dat is problematisch en niet Schriftuurlijk onderbouwd.

────────────────────────

Beoordeling

Wat kan bevestigd worden?

De oproep tot Bijbels toetsen van leer.

De waarschuwing tegen oppervlakkige opname-speculatie.

De  nadruk dat 2 Thessalonicenzen 2 serieus genomen moet worden.

Christus-centrische focus.

Wat vraagt correctie?

De ontkenning van toekomstig profetisch element in Jeremia 30.

Onvoldoende erkenning van legitieme verschillen binnen orthodoxe eschatologie.

Oververalgemenisering en karikatuur maken  van dispensationalisme.

Polemische overdrijving.

Wat kan verwarring veroorzaken?

Het volledig historiseren van de “Grote Verdrukking”.

Suggestie dat dispensationalisme bijna automatisch tot aanbidding van de antichrist leidt.

Het  volledig ontbreken van nuance tussen verschillende vormen van bedelingenleer.

Gevolg voor de gemeente

Positief:

De noodzaak van Bijbelstudie.

Doorbreekt gemakzuchtig escapisme.

Negatief risico:

Polarisatie.

Wantrouwen en oordeel richting andere gelovigen.

Verenging van complexe thema’s tot zwart-wit-tegenstelling.

────────────────────────

Ernst van de afwijking

Dit betreft:

Geen afwijking van het evangelie zelf.

Wel een sterke polemische versmalling van profetische teksten.

Eenzijdige eschatologische lezing.

Pastoraal riskante toonzetting.

Geen fundamentele dwaalleer —
maar wel theologische verharding en simplificatie.

────────────────────────

Slotreflectie

Deze boodschap wil Christus verhogen en misleiding ontmaskeren. Dat is een eerbaar motief.

Maar geestelijk onderscheid vraagt:

Nauwkeurige exegese

Historisch besef

Theologische bescheidenheid

Een herderlijke toon

Strijd tegen dwaling is Bijbels.
Maar strijd zonder evenwicht kan zelf eenzijdig worden.

Niet alles wat “bedelingenleer” heet is automatisch onbijbels.
Niet alles wat daartegen strijdt is automatisch volledig evenwichtig.

Geestelijk onderscheid is geen luxe, maar noodzaak.
Niet alles wat fel klinkt, is daarom zuiverder.

Mijn persoonlijke commentaar onder deze video op youtube,  waar blijkbaar geen gefundeerd inhoudelijk antwoord op mogelijk was, is gedeleted, dus via deze weg alsnog:

Mannenbroeders.  U spreekt vol  vuur. U spreekt met overtuiging. U beroept zich voortdurend op “alleen Gods Woord”. Maar wie werkelijk “het Woord recht snijdt”, moet ook bereid zijn om zijn eigen lezing te laten toetsen.

En juist daar wringt het.

Jeremia 30: volledig vervuld? Werkelijk? U stelt dat Jeremia 30 uitsluitend over de Babylonische ballingschap gaat en volledig vervuld is in de 70-jarige wegvoering. Dat is nogal  een forse claim. Maar leest u Jeremia 30–31 werkelijk in zijn geheel? “Want zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken.” (Jeremia 31:31 STV)

Is dat volledig vervuld in de dagen van Ezra en Nehemia? Is Israël sindsdien blijvend veilig geweest? Is het volk sindsdien nooit meer verstrooid? Is de situatie van Jeremia 30:10–11 permanent gerealiseerd?

De terugkeer uit Babel was historisch herstel, ja. Maar het was geen definitieve nationale verlossing. Wie Jeremia 30 uitsluitend tot de Babylonische ballingschap reduceert, maakt precies datgene waar u anderen van beschuldigt: u knipt het profetische perspectief af waar het u theologisch niet uitkomt. Dat is geen “recht snijden”. Dat is uitlegkundig versmallen.

Mattheüs 24:31 = de opname? Dat zegt u. U beweert met grote stelligheid dat Mattheüs 24:31 over de opname van de Gemeente gaat. “En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen…” (Mattheüs 24:31 STV) Maar waar staat in Mattheüs 24: dat dit de Gemeente betreft? dat dit vóór de toorn is? dat dit 1 Thessalonicenzen 4 moet zijn? De context spreekt over: Judea, sabbat, tempel, vlucht naar de bergen.

U verwijt anderen systeemdenken, maar harmoniseert zelf zonder tekstuele onderbouwing Mattheüs 24 met Paulus’ opname-onderwijs. Dat is niet vanzelfsprekend. Dat is een leerstellige keuze. En wie die keuze maakt, moet dat exegetisch onderbouwen — niet alleen retorisch verdedigen. 2 Thessalonicenzen 2: u stelt meer dan de tekst zegt U presenteert 2 Thessalonicenzen 2 alsof het onweerlegbaar bewijst dat de opname pas ná de openbaring van de mens der zonde plaatsvindt. “Want die dag komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde…” (2 Thessalonicenzen 2:3 STV) Maar Paulus spreekt in vers 2 over verwarring rond “de dag van Christus”.

De cruciale vraag is: Waar verwijst “die dag” precies naar? De opname? De dag des Heeren? Het oordeel? Het zichtbare wederkomen? Dat debat is exegetisch complex. U presenteert het alsof het kinderlijk eenvoudig is. Dat is het niet.

Het is mogelijk uw conclusie te verdedigen. Maar niet door te doen alsof er geen andere lezing bestaat.

Karikatuur van de bedelingenleer

U schildert de bedelingenleer af als: vier evangelieën werken-zaligheid voor verdrukkingsheiligen vleselijke luxe-theologie “stank in Gods neus” Dat is retorisch ijzersterk. Maar het is geen eerlijke representatie van het volledige spectrum van dispensationalisme. Er bestaan: klassiek dispensationalisme progressief dispensationalisme gematigde varianten Bepaald niet iedere dispensationalist leert wat u hier neerzet. En u geeft geen Bijbels verantwoord alternatief

Wie een stroming bestrijdt, moet haar op haar sterkste punt weerleggen — niet op haar zwakste karikatuur. De polemiek over “vette voorgangers” Hier wordt het echt problematisch. Lichamelijke zwaarlijvigheid verbinden aan dwaalleer is: geen exegese geen theologie geen geestelijke toets maar ad hominem polemiek Dat is niet scherp. Dat is goedkoop. Wie werkelijk geestelijke onderscheiding wil tonen, doet dat niet via lichaamsbouw.

Ironie: u verwijt snijden, maar snijdt zelf U beschuldigt dispensationalisten ervan de Schrift in vakjes te snijden. Maar u doet iets vergelijkbaars: U sluit een eschatologische horizon van Jeremia 30 af. U identificeert Mattheüs 24 definitief met de opname. U verklaart 2 Thessalonicenzen 2 tot sluitend bewijs zonder alternatieve lezing serieus te behandelen. Dat is ook systeemvorming. Alleen is het uw systeem.

Wat wél sterk is Laat dat ook gezegd worden: U verdedigt terecht de eenheid van het evangelie. U benadrukt terecht dat redding altijd door genade is. U wijst terecht op het gevaar van escapisme. U waarschuwt terecht tegen gemakzuchtig christendom. Dat zijn legitieme correcties. Maar goede correcties worden zwakker wanneer ze gepaard gaan met overdrijving. Het gevaar is niet dat u scherp bent. Het gevaar is dat u complexe eschatologie presenteert alsof zij kinderlijk simpel is. Profetische teksten hebben: meerlagige vervulling typologische patronen reeds-en-nog-niet spanning historische en eschatologische lagen

Wie dat ontkent, versimpelt de Schrift. En wie versimpelt, loopt het risico precies dat te doen wat hij anderen verwijt.

Als u werkelijk sola Scriptura wilt toepassen, dan vraagt dat: nauwkeurige exegese erkenning van tekstcomplexiteit eerlijke representatie van tegenposities en minder karikatuur

Polemiek kan wakker schudden. Maar als zij argumentatie vervangt, wordt zij lawaai. En de Schrift verdient meer dan lawaai.

Verbondstheologie getoetst aan de Schrift, en waarom het Dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

Verbondstheologie getoetst aan de Schrift, en waarom het Dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

De kernvraag is niet: welk systeem voelt logischer?
De kernvraag is: wat zegt de Schrift zelf?

Gaat Gods openbaring uit van één doorlopende verbondsstructuur waarin Israël en de Gemeente samenvallen?
Of openbaart de Schrift onderscheiden heilsbedelingen waarin Israël en de Gemeente niet hetzelfde zijn?

Israël en de Gemeente zijn niet identiek

Paulus maakt een onderscheid dat in geen enkel theologisch systeem mag verdwijnen.

“Geeft geen aanstoot, noch den Joden, noch den Grieken, noch der Gemeente Gods.”
— 1 Korinthe 10:32 (STV)

Hier noemt Paulus drie onderscheiden groepen:

  • Joden
  • Grieken (heidenen)
  • De Gemeente Gods

Als de Gemeente “geestelijk Israël” zou zijn, zou deze driedeling onmogelijk zijn.

Verder schrijft Paulus:

“Want ik wil niet, broeders, dat u dit geheimenis onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt bij uzelven), dat er voor een deel verharding over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.”
— Romeinen 11:25 (STV)

Israël is niet vervangen.
Israël is tijdelijk verhard.
En die verharding duurt “totdat”.

Dat impliceert toekomstig herstel.

Het Nieuwe Verbond is aan Israël beloofd

“Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken.”
— Jeremia 31:31 (STV)

Er staat niet: met de Gemeente.
Er staat: met Israël en Juda.

De Gemeente deelt geestelijk in het Nieuwe Verbond, maar de nationale vervulling — inclusief landbelofte en herstel — betreft Israël.

Als deze beloften vergeestelijkt worden, verandert de betekenis van Gods eigen woorden.

De grote verdrukking is specifiek verbonden aan Israël

Daniël schrijft:

“Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen…”
— Daniël 9:24 (STV)

“Uw volk” is het volk van Daniël: Israël.

Jeremia bevestigt dit:

“O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.”
— Jeremia 30:7 (STV)

Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob.

Niet voor de Gemeente.

Is de Gemeente bestemd tot toorn?

Paulus schrijft:

“Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid, door onzen Heere Jezus Christus.”
— 1 Thessalonicenzen 5:9 (STV)

De oordelen in Openbaring worden expliciet beschreven als Gods toorn.

Indien de Gemeente niet tot toorn is gesteld, dan is haar positie principieel verschillend van die periode van gerichten.

Waarom dit niet oneerlijk is tegenover Israël

Het argument van “oneerlijkheid” veronderstelt dat Israël en de Gemeente dezelfde roeping hebben.

Maar zij hebben verschillende roepingen.

De Gemeente heeft een hemelse positie:

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.”
— Efeze 1:3 (STV)

Israël heeft een aardse koninklijke bestemming binnen het messiaanse rijk.

De verdrukking is geen willekeurige straf, maar de voltooiing van Daniëls profetische programma over Israël.

God werkt naar herstel.

Waarom dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

Dispensationalisme:

  • neemt profetie grammaticaal-historisch
  • houdt Israël en de Gemeente onderscheiden
  • erkent dat de Gemeente een “geheimenis” was

Paulus schrijft:

“Dat mij door openbaring is bekendgemaakt dit geheimenis, gelijk ik met weinige woorden tevoren geschreven heb.”
— Efeze 3:3 (STV)

En verder:

“Hetwelk in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekendgemaakt, gelijk het nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten door den Geest.”
— Efeze 3:5 (STV)

Als de Gemeente reeds in het Oude Testament volledig geopenbaard was als voortzetting van Israël, kan zij geen verborgenheid zijn.

Dát is de kern.

Wanneer de Schrift haar eigen onderscheid mag behouden:

  • Israël heeft een toekomstig nationaal herstel
  • De Gemeente is een verborgenheid in dit tijdperk
  • De grote verdrukking betreft het profetisch programma over Israël
  • De opname is geen ontsnapping, maar een gevolg van onderscheiden roepingen

Niet traditie, maar tekstbesef beslist.

En dáárom staat dispensationalisme inhoudelijk sterker — niet omdat het modern is, maar omdat het consequent het onderscheid respecteert dat de Schrift zelf maakt.

lees ook:

Waarom “Verbondstheologie” tekort schiet

De Gemeente is geen Israël

Wet en Genade sluiten elkaar uit

De veelkleurige en veelvuldige wijsheid van God

extern:

Replacement theology debunked in 8 minutes

De Gemeente is geen Israël

De Gemeente is geen Israël

Een duidelijk Bijbels onderscheid

De verwarring rond de Gemeente begint vrijwel altijd bij het vervagen van het onderscheid tussen Israël en de Gemeente. Zodra men die twee samenvoegt, ontstaan vermenging van beloften, vermenging van roeping en uiteindelijk vermenging van Wet en Genade.

Wat zegt de Schrift?

Paulus schrijft:

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” (Efeze 1:22-23 STV)

De Gemeente is het Lichaam van Christus. Dat wordt nergens van Israël gezegd.

Israël wordt genoemd: knecht, wijnstok, volk, kudde, maar nooit het Lichaam van Christus.

Dat is een unieke openbaring die pas ná het kruis bekendgemaakt is.

Een verborgenheid die tevoren niet bekend was

Paulus noemt de Gemeente een verborgenheid.

“Dat Hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid; (gelijk ik met weinige woorden tevoren geschreven heb;) Waaraan gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap in deze verborgenheid van Christus; Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekendgemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten door den Geest.” (Efeze 3:3-5 STV)

Hier staat iets cruciaals: in andere eeuwen niet bekendgemaakt.

Dat betekent dat Mozes, Jesaja, Jeremia of Daniël de Gemeente niet voorzagen als het Lichaam van Christus. Zij zagen het Koninkrijk, zij zagen het herstel van Israël, maar niet deze hemelse eenheid van Jood en heiden in één lichaam.

Daarom kan de Gemeente geen voortzetting van Israël zijn. Een verborgenheid kan geen voortzetting zijn van iets dat al bekend was.

Wanneer begon de Gemeente?

De Heere Jezus sprak vóór het kruis:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze Petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” (Mattheüs 16:18 STV)

Let op: Ik zal bouwen.

Toekomende tijd. Het bestond toen nog niet.

De Gemeente begon historisch bij de uitstorting van de Heilige Geest.

“En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest.” (Handelingen 2:4 STV)

Vanaf dat moment worden gelovigen door één Geest tot één lichaam gedoopt:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” (1 Korinthe 12:13 STV)

Hier ontstaat iets nieuws: geen nationale eenheid, maar een geestelijke eenheid in Christus.

Israël heeft aardse beloften

Israël heeft een landbelofte.

“En Ik zal u het land Kanaän geven tot een eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.” (Genesis 17:8 STV)

Israël verwacht het aardse Koninkrijk onder de Messias.

De discipelen vragen na de opstanding:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk weder oprichten?” (Handelingen 1:6 STV)

De Heere corrigeert hun verwachting niet — Hij ontkent het Koninkrijk niet — maar spreekt over het tijdstip.

Dat Koninkrijk is toekomstig en verbonden aan Israël.

De Gemeente heeft een hemelse roeping

Van de Gemeente lezen wij:

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.” (Efeze 1:3 STV)

En:

“Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20 STV)

Israël verwacht de Messias op aarde.
De Gemeente verwacht Hem uit de hemel.

Israël ontvangt aardse zegeningen in het land.
De Gemeente is gezet en gezegend in de hemel

Dat is geen nuanceverschil maar een wezenlijk onderscheid.

De Gemeente is niet onder de Wet

Israël stond onder het Sinaïtisch verbond.

Maar Paulus zegt tegen gelovigen uit Jood en heiden:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14 STV)

Wie de Gemeente weer onder de Wet plaatst, maakt van het Lichaam van Christus opnieuw een Sinaïtisch volk.

Dat is precies wat de Galatenbrief bestrijdt.

Wet en Genade kunnen niet gemengd worden zonder dat beide hun kracht verliezen.

Wat gebeurt er als men dit onderscheid loslaat?

Dan wordt:

– de Gemeente het nieuwe Israël
– het Koninkrijk vergeestelijkt
aardse beloften geestelijk gemaakt
– profetie heringevuld
– Wet en Genade vermengd

En uiteindelijk raakt men het zicht kwijt op Gods veelkleurige wijsheid.

Paulus spreekt over:

“Opdat nu door de Gemeente bekendgemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods.” (Efeze 3:10 STV)

Juist het onderscheid laat Gods plan schitteren.

Niet vermenging, maar onderscheiden bedelingen.

De Gemeente is:

– Het Lichaam van Christus
– Een verborgenheid in het Oude Testament
– Ontstaan na kruis en opstanding
– Samengesteld uit Jood en heiden zonder onderscheid
– Gezegend met hemelse zegeningen
– Niet onder de Wet maar onder de Genade

Israël blijft Gods aardse verbondsvolk met eigen beloften en toekomst.

Wie de Schrift recht wil snijden, moet onderscheiden wat God onderscheidt.

Niet om te scheiden wat bij elkaar hoort, maar om niet samen te voegen wat God uiteen heeft gezet.

 

Geverifieerd door MonsterInsights