Israël redt niet; Christus redt

Waarom christenzionisme het Evangelie kan verduisteren

In veel kerken zien we tegenwoordig een opvallend verschijnsel. Er ontstaat een sterke belangstelling voor Israël. Dat uit zich in Israël-avonden, speciale rubrieken in kerkapps, sprekers uit messiaanse kringen en veel aandacht voor Joodse achtergronden van de Bijbel.

Op zichzelf is dat begrijpelijk. De Bijbel is immers diep verbonden met Israël. Paulus zegt:

“Hunner zijn de vaderen, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Die is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.”
(Romeinen 9:5, STV)

Maar juist omdat Christus uit Israël is voortgekomen, is er een grens die nooit overschreden mag worden: Israël mag nooit belangrijker worden dan de Messias Zelf.

En precies daar gaat het vandaag soms mis.

Wanneer de Naam van Jezus verdwijnt

Een opvallend patroon dat steeds vaker zichtbaar wordt is dit: men spreekt veel over Israël, maar de Naam van Jezus wordt nauwelijks genoemd.

Men hoort dan vooral woorden als:

  • de Messias
  • de Eeuwige
  • de God van Israël
  • het Joodse volk
  • de Thora

Dat klinkt vroom. Maar er ontbreekt iets wezenlijks: de expliciete belijdenis van Jezus Christus.

Het Nieuwe Testament kent echter geen boodschap waarin Christus slechts impliciet aanwezig is. Voor de apostelen stond één naam centraal.

“En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Wanneer die Naam structureel ontbreekt, ontbreekt het hart van het evangelie.

De apostelen spraken juist openlijk

De eerste christenen waren zelf Joden. Toch spraken zij zonder terughoudendheid over Jezus als de Messias.

Petrus zei tegen het volk Israël:

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.”
(Handelingen 2:36, STV)

En opnieuw:

“Dat u allen en het ganse volk Israëls bekend zij, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruisigd hebt, Welken God van de doden opgewekt heeft, door Hem zeg ik, staat deze hier voor u gezond.”
(Handelingen 4:10, STV)

Let op hoe concreet de apostelen spreken: Jezus Christus, de Nazarener. Geen vage religieuze taal, maar een duidelijke belijdenis.

Paulus romantiseert Israël niet

In moderne kerkelijke kringen ontstaat soms een bijna romantische visie op Israël. Maar Paulus spreekt heel anders. Hij heeft diepe liefde voor zijn volk, maar ook diepe pijn.

“Ik heb een grote droefheid en een gedurige smart in mijn hart.”
(Romeinen 9:2, STV)

Waarom? Omdat het grootste deel van Israël de Messias niet erkent.

Daarom zegt Paulus iets wat veel christenen vandaag nauwelijks meer durven uitspreken:

“Want zij zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.”
(Romeinen 9:6, STV)

Etnische afkomst is dus niet voldoende. Het beslissende punt blijft het geloof in Christus.

Religieuze ijver zonder Christus

Paulus beschrijft de geestelijke situatie van Israël scherp maar eerlijk.

“Want ik geef hun getuigenis dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand.”
(Romeinen 10:2, STV)

Met andere woorden: religieuze toewijding is niet genoeg. Het gaat om de erkenning van Christus.

Daarom zegt Paulus vervolgens:

“Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft.”
(Romeinen 10:4, STV)

De wet, de geschiedenis van Israël en de beloften van God vinden hun doel in Christus.

De olijfboom laat geen twee wegen zien

Romeinen 11 wordt vaak verkeerd uitgelegd alsof er twee aparte wegen zouden zijn: één voor Israël en één voor de heidenen. Maar Paulus zegt juist het tegenovergestelde.

Hij spreekt over één olijfboom.

“En indien sommige der takken afgebroken zijn, en gij, die een wilde olijfboom waart, in derzelver plaats zijt ingeënt, en des wortels en der vettigheid des olijfbooms mededeelachtig geworden zijt.”
(Romeinen 11:17, STV)

Heidenen worden ingeënt in dezelfde boom. Het fundament blijft hetzelfde: geloof in Christus.

Ook het toekomstige herstel van Israël gaat via Christus

Paulus verwacht een toekomstige bekering van Israël. Maar ook dat gebeurt niet buiten Christus om.

“En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.”
(Romeinen 11:26, STV)

Het herstel van Israël komt door de Verlosser.

Niet door etniciteit.
Niet door traditie.
Maar door Christus.

De eenvoudige toets

Er is een eenvoudige vraag die veel duidelijk maakt.

Hoe vaak wordt de Naam van Jezus daadwerkelijk uitgesproken?

In het Nieuwe Testament gebeurt dat voortdurend. Paulus zegt zelfs:

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.”
(1 Korinthe 2:2, STV)

Wanneer een boodschap over Israël spreekt maar Christus nauwelijks noemt, is er iets verschoven.

Dan ontstaat een beweging van:

Christus → Israël

in plaats van:

Israël → Christus.

De verleiding van de “lieve vrede”

In beplaalde kringen wordt bij gelegenheid gezegd:

“laten we dit soort dingen maar laten rusten voor de lieve vrede.”

Maar de Bijbel roept juist op tot een andere houding.

“Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus.”
(Efeze 4:15, STV)

Waarheid en liefde horen bij elkaar. Niet polemiek om de polemiek, maar ook geen zwijgen wanneer het hart van het evangelie naar de achtergrond schuift.

Uiteindelijk draait alles om één Naam

Het Nieuwe Testament is hier opvallend helder. Niet Israël, niet religie, niet traditie vormt het middelpunt van Gods plan, maar één Persoon.

“Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.”
(1 Korinthe 3:11, STV)

Wanneer dat fundament zichtbaar blijft, krijgt Israël zijn juiste plaats.

Maar wanneer Christus naar de achtergrond verdwijnt, blijft er uiteindelijk alleen religie over.

En precies daarom blijft de boodschap van de apostelen zo eenvoudig en zo radicaal:

“En de zaligheid is in geen ander.”
(Handelingen 4:12, STV)

De grote verdrukking en de illusie van veiligheid in Israël

Er bestaat vandaag onder veel christenen een bijna reflexmatige overtuiging:
de terugkeer van Joden naar Israël nú zou automatisch Gods plan en zegen zijn.

Organisaties zamelen geld in, campagnes worden gevoerd en Joden worden actief aangemoedigd om aliyah te maken — terug te keren naar het land Israël.

Maar wie de Bijbel werkelijk leest, ontdekt een ongemakkelijke waarheid.

De Schrift schetst namelijk een toekomst waarin juist Israël het centrum van de grootste crisis in de wereldgeschiedenis wordt.

Niét een veilige haven.
Maar het epicentrum van de eindtijd.

De grote verdrukking: ongekend in de wereldgeschiedenis

Jezus spreekt zelf over een periode die Hij de grote verdrukking noemt.

“Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.”
(Mattheüs 24:21, STV)

Dit is geen gewone oorlog.
Geen regionale crisis.

Het is een periode die zo intens is dat Jezus zegt dat er nooit iets vergelijkbaars is geweest in de hele geschiedenis van de mensheid.

En opvallend: deze gebeurtenissen concentreren zich rond Jeruzalem en Judea.

De benauwdheid van Jakob

Het Oude Testament beschrijft dezelfde periode met een andere naam:

“Ach! want die dag is groot, zodat er geen is als hij; en het is een tijd der benauwdheid voor Jakob; doch hij zal daaruit verlost worden.”
(Jeremia 30:7, STV)

De Bijbel noemt deze tijd dus expliciet:

de benauwdheid van Jakob.

Jakob staat hier voor het volk Israël.

Dat betekent dat deze crisis niet in de eerste plaats over Europa, Amerika of Azië gaat — maar over Israël zelf.

Jeruzalem wordt het brandpunt van de wereld

De profeten spreken daar opvallend duidelijk over.

“Zie, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling voor alle volken rondom…”
(Zacharia 12:2, STV)

En nog explicieter:

“Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen…”
(Zacharia 14:2, STV)

Jeruzalem wordt volgens de profetieën het brandpunt van internationale conflicten.

Het toneel waar de eindstrijd van de wereldgeschiedenis zich afspeelt.

De Heer geeft een vluchtbevel

Hier wordt het nog confronterender.

Wanneer Jezus over deze periode spreekt, zegt Hij tegen de Joden die in Judea wonen:

“Alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen.”
(Mattheüs 24:16, STV)

Let op wat hier staat.

Niet:

blijf in Jeruzalem
kom naar Israël
verzamel je in het land

Nee

Vlucht.

Dát is het bevel.

De ongemakkelijke vraag

Als de Bijbel leert dat Israël in de eindtijd het centrum van enorme vervolging en oorlog wordt…

waarom moedigen sommige christelijke organisaties vandaag Joden actief aan om daarheen te verhuizen?

Waarom wordt aliyah gepresenteerd als een soort geestelijke plicht?

Waarom wordt Israël soms bijna voorgesteld als de veiligste plek voor het Joodse volk?

De Bijbel zegt precies het tegenovergestelde.

Israël zonder Messias

De diepere tragiek is dit:

De huidige staat Israël bestaat grotendeels zonder erkenning van haar Messias.

Jezus zei over Jeruzalem:

“Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn…”
(Mattheüs 23:37, STV)

En vervolgens sprak Hij een aangrijpende profetie uit:

“Want Ik zeg u: Gij zult Mij van nu aan niet zien, totdat gij zeggen zult: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!”
(Mattheüs 23:39, STV)

De nationale erkenning van de Messias komt pas ná een diepe crisis.

Eerst crisis, daarna bekering

De profeet Zacharia beschrijft dat moment:

“En zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben; en zij zullen over Hem rouwklagen…”
(Zacharia 12:10, STV)

Pas wanneer Israël geconfronteerd wordt met de Messias die zij verworpen hebben, komt er nationale bekering.

Maar daaraan gaat een periode vooraf die de Bijbel beschrijft als de zwaarste verdrukking uit de wereldgeschiedenis.

De echt veilige plaats

De ironie is dat veel christenen hun hoop stellen op een land.

Maar de Bijbel wijst naar een Persoon.

Niet een geografische plek redt.

Niet een staat redt.

Niet een vlag redt.

Alleen Christus.

“Want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Voor Jood en heiden geldt exact hetzelfde.

De veilige plaats is niet Israël.

De veilige plaats is in Christus.

Christenen die werkelijk van het Joodse volk houden, zouden daarom niet eerst moeten spreken over aliyah.

Maar over het Evangelie.

Want zonder Messias is zelfs het beloofde land uiteindelijk geen toevlucht.

Alleen Jezus Christus redt.

Voor Israël.
En voor de wereld.

lees ook:

De Naam die men liever niet noemt

De grote verdrukking, voor wie bestemd

Openbaring 12 is geen sprookje, het is heilsgeschiedenis

Verbondstheologie getoetst aan de Schrift, en waarom het Dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

“Waarom elke Jood zou moeten overwegen terug te keren naar Israël”??

Israël vandaag Gods volk?

Die Ene Naam

Israël onze “oudste broer”…..dat is de vraag

Christenen hebben geen collectieve schuld tegenover het Joodse volk


extern:

Pas op voor de ‘wachters’!


https://www.gotquestions.org/Nederlands/grote-verdrukking.html/

Tongentaal of misleiding? De Bijbel spreekt

Hersenloos gebrabbel?

Naar aanleiding van een video van evangeliseer.nl

In een aantal kerken en conferenties wordt vandaag de dag een boodschap verkondigd die voor velen aantrekkelijk klinkt. Men zegt dat iedere gelovige kan – of zelfs moet – spreken in tongen. Wie dat niet doet, ‘zou niet volledig vervuld zijn met de Heilige Geest.’ Sommigen gaan nog verder en stellen dat tongentaal het bewijs is dat iemand werkelijk de Geest heeft ontvangen.

Dat klinkt opppervlakkig gezien indrukwekkend en geestelijk. Maar de vraag die elke christen zich  moet stellen is eenvoudig: staat dit in de Bijbel?

Wanneer we de Schrift zorgvuldig lezen, blijkt dat de moderne leer over tongentaal vaak meer gebaseerd is op eigen ervaring dan op exegese.

Wat gebeurde er werkelijk op Pinksteren?

De eerste keer dat tongentaal in het Nieuwe Testament voorkomt, is op Pinksteren.

“En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.”
(Handelingen 2:4 STV)

Wat voor talen waren dat?

De tekst laat daar geen enkele twijfel over bestaan.

“En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?”
(Handelingen 2:8 STV)

Het ging dus niet om mystieke klanken of extatische geluiden. Het ging om echte, herkenbare talen van volken.

De omstanders zeggen:

“Wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.”
(Handelingen 2:11 STV)

De gave van tongen was dus een bovennatuurlijk vermogen om echte talen te spreken die men nooit geleerd had.

Tongentaal was een teken

Paulus legt het doel van tongentaal expliciet uit.

“Zo dan, de talen zijn tot een teken, niet dengenen die geloven, maar den ongelovigen.”
(1 Korinthe 14:22 STV)

Tongentaal was dus geen geestelijk statussymbool voor gelovigen.

Het was een teken voor ongelovigen.

Dat zien we ook op Pinksteren: Joden uit vele volken horen het evangelie in hun eigen taal.

Niet iedereen heeft dezelfde gave

Vandaag wordt vaak geleerd dat iedere christen in tongen moet spreken. Maar Paulus zegt precies het tegenovergestelde.

“Hebben zij allen gaven der genezingen? Spreken zij allen met talen? Zijn zij allen uitleggers?”
(1 Korinthe 12:30 STV)

De vraag is retorisch. Het antwoord is duidelijk: nee.

De Geest deelt gaven uit zoals Hij wil. Niet iedereen ontvangt dezelfde gave.

Orde in de gemeente

Een ander probleem is de chaos die vaak ontstaat wanneer grote groepen mensen tegelijk in klanktaal spreken. Paulus geeft juist duidelijke grenzen.

“En indien iemand een vreemde taal spreekt, dat het door twee, of ten hoogste drie geschiede, en dat beurtelings; en dat één het uitlegge.”
(1 Korinthe 14:27 STV)

En wanneer er geen uitlegger is:

“Maar indien er geen uitlegger is, dat hij zwijge in de Gemeente; maar dat hij tot zichzelf spreke en tot God.”
(1 Korinthe 14:28 STV)

Paulus sluit af met een fundamenteel principe.

“Want God is geen God der verwarring, maar des vredes.”
(1 Korinthe 14:33 STV)

Wanneer honderden mensen tegelijk onverstaanbare klanken produceren, is dat dus moeilijk te rijmen met deze instructie.

De Heilige Geest ontvang je door geloof

Sommige predikers verbinden tongentaal met de ontvangst van de Heilige Geest. Maar de Bijbel leert iets anders.

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.”
(Efeze 1:13 STV)

De volgorde is duidelijk:

Evangelie → geloof → verzegeling met de Geest.

Niet:

geloof → conferentie → tongentaal.

Onderwerp Bijbelse tongentaal Moderne klanktaal
Wat het is Een echte menselijke taal Onverstaanbare klanken
Voorbeeld “Wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.” (Handelingen 2:11 STV) Herhalende klanken zoals “ra-ba-sha-la”
Wie het verstaat Mensen uit andere volken Niemand
Doel Een teken voor ongelovigen ‘Persoonlijke gebedstaal’
Schrift “Zo dan, de talen zijn tot een teken, niet dengenen die geloven, maar den ongelovigen.” (1 Korinthe 14:22 STV) Vaak gebaseerd op ervaring
Voor wie Niet voor iedereen Vaak geleerd dat iedereen het moet hebben
Schrift “Spreken zij allen met talen?” (1 Korinthe 12:30 STV) Vaak gepresenteerd als bewijs van de Geest
Orde in de gemeente Maximaal 2 of 3, met uitleg Vaak massaal en tegelijk
Schrift “Dat het door twee, of ten hoogste drie geschiede… en dat één het uitlegge.” (1 Korinthe 14:27 STV) Uitleg ontbreekt meestal, men ratelt maar
Ontstaan Direct door de Geest Aangeleerd of ‘on the spot’ gedaan
Schrift “Zoals de Geest hun gaf uit te spreken.” (Handelingen 2:4 STV) vaak door  training of seminars

Romeinen 8 wordt dan verkeerd gelezen

Een veelgebruikte tekst is Romeinen 8.

“Maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.”
(Romeinen 8:26 STV)

Sommigen zeggen dat dit verwijst naar tongentaal.

Maar de tekst zegt juist dat de Geest voor ons bidt, niet dat Hij door ons spreekt.

Bovendien zijn het onuitsprekelijke zuchtingen. Ze kunnen dus juist niet worden uitgesproken.

NIet overstaanbaar gebrabbel dus.

De mythe van de engelentaal

Sommigen verwijzen dan naar 1 Korinthe 13.

“Al ware het dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had…”
(1 Korinthe 13:1 STV)

Maar Paulus gebruikt hier een retorische overdrijving. In hetzelfde gedeelte noemt hij ook:

  • alle kennis bezitten
  • bergen verzetten
  • zijn lichaam laten verbranden

Het zijn voorbeelden om een punt te maken over liefde. Het bewijs voor een mystieke engelentaal ontbreekt.

De grootste geestelijke schade

  • De grootste schade ontstaat wanneer mensen wordt geleerd dat zij zonder tongentaal de Heilige Geest niet hebben.

Maar de Schrift zegt:

“Indien iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.”
(Romeinen 8:9 STV)

De vraag is dus niet:

spreek je in tongen?

De vraag is:

heb je Christus ontvangen door het geloof?

De Bijbel blijft de maatstaf

In elke tijd moet de gemeente zichzelf toetsen aan de Schrift.

“En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook.”
(Efeze 5:11 STV)

En Paulus zegt:

“Predik het woord; houd aan, tijdelijk of ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan.”
(2 Timotheüs 4:2 STV)

De toets blijft altijd dezelfde:

niet ervaring
niet emotie
niet spektakel

maar het Woord van God.

lees ook:

Klanktaal als “full-color geloof”?

Is ‘het volmaakte’ gekomen?

De begintijd in het boek Handelingen en nu

Charismatische verwarring – wanneer vuur rook wordt


extern:

Het rookgordijn rondom tongentaal

Gaven van de Geest


https://www.gotquestions.org/Nederlands/klanktaal-bidden.html/

Dominion-denken: een frontale aanrijding met het Nieuwe Testament

Een idee dat oppervlakkig  en strikt horizontaal bekeken vroom klinkt, maar bij nader onderzoek diep problematisch blijkt: ‘het dominion-denken’

In steeds meer evangelische en charismatische kringen voet aan de grond

De gedachte is simpel:
Christenen zouden geroepen zijn om de wereld te domineren. Cultuur, politiek, onderwijs, economie en media zouden onder christelijke heerschappij moeten komen. De kerk moet de aarde “terugnemen”. Sommige varianten leren zelfs dat Christus pas kan terugkomen wanneer de kerk de wereld onder controle heeft gebracht.

Het klinkt triomfantelijk. Het klinkt krachtig.
Maar het staat haaks op de boodschap van het Nieuwe Testament.

Christus ontkent zelf een aards dominion

Van de Here Jezus werd ook verwacht een politieke messias te worden. Het volk wilde Hem zelfs eventueel met geweld koning maken. De verwachting was duidelijk: Israël moest de wereld gaan domineren.

“De mensen dan, gezien hebbende het teken dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou.

Jezus dan, wetende dat zij zouden komen en Hem met geweld nemen, opdat zij Hem koning maakten, ontweek wederom op den berg, Hij Zelf alleen.” Johannes 6:14-15 (STV)

Hij wijst dit bij gelegenheid resoluut af.

“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.”
Johannes 18:36 (STV)

Dit vers is vernietigend voor dominion-denken.

Als het Koninkrijk van Christus werkelijk bedoeld was als een politieke wereldmacht, zouden Zijn volgelingen hebben gevochten. Maar Christus zegt expliciet: dat doen zij niet.

Waarom niet?
Omdat Zijn Koninkrijk een andere oorsprong heeft.

De gemeente is geen machtsblok maar integendeel: een volk van vreemdelingen op aarde

Dominion-denken maakt van de kerk een instrument van maatschappelijke macht.

Maar het Nieuwe Testament beschrijft gelovigen totaal anders.

“Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel.”
1 Petrus 2:11 (STV)

Een vreemdeling probeert geen wereldrijk te bouwen.
Een vreemdeling is op doorreis.

Paulus zegt hetzelfde:

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.”
Filippenzen 3:20 (STV)

De gemeente kijkt niet naar beneden om de wereld te regeren.
Maar kijkt omhoog en verwacht Christus.

De Bijbel voorzegt geen christelijke wereld

Dominion-denken gaat uit van een onbijbels scenario: de kerk zal de wereld transformeren.

Maar de apostelen spreken over toenemende misleiding en afval.

De wereld wordt niet geleidelijk het Koninkrijk van God.

Christus moet persoonlijk terugkomen om Zijn Koninkrijk te vestigen.

Daarom zegt de Schrift:

“Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.”
Hebreeën 13:14 (STV)

Het christelijk geloof is geen project om de wereld te perfectioneren.
Het is een verwachting van een komende wereld.

De misbruikte tekst uit Genesis

Dominion-theologie grijpt vaak terug op Genesis: de mens moest de aarde onderwerpen.

Maar er wordt iets cruciaals vergeten.

Die opdracht werd gegeven vóór de zondeval.

Sinds de val is de wereld onder de macht van zonde en dood gekomen. Het Nieuwe Testament spreekt zelfs over satan als:

“den god dezer eeuw”
2 Korinthe 4:4 (STV)

Het herstel van de menselijke heerschappij gebeurt niet via kerkelijke machtspolitiek, maar via Christus, de laatste Adam.

Zijn Koninkrijk wordt niet opgebouwd door campagnes of politieke invloed of groeimodellen,  maar geopenbaard bij Zijn wederkomst.

Dominion-denken lijkt verdacht veel op de oude messiaanse misvatting

De ironie is opvallend.

Dezelfde fout die het volk Israël in de dagen van Jezus maakte, wordt vandaag opnieuw gemaakt.

Men verwacht een aardse messiaanse heerschappij vóór de komst van de Koning.

Maar het Nieuwe Testament leert precies het tegenovergestelde.

Eerst komt:

  • prediking
  • afval
  • opname van de Gemeente
  • verdrukking

Pas daarná komt het Koninkrijk

Niet eerder.

Wanneer de kerk macht zoekt

Dominion-denken verandert het karakter van het christendom.

Het verschuift de focus van:

evangelie → naar macht
heiliging → naar invloed
verwachting → naar controle

Maar de gemeente is geen revolutionaire beweging.

Zij is het lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.”
Kolossenzen 1:18 (STV)

Een lichaam voert geen politieke strijd om wereldheerschappij op eigen initatief.
Een lichaam leeft uit het Hoofd.

De roeping van de gemeente

Het Nieuwe Testament kent een totaal andere opdracht:

  • het evangelie verkondigen
  • discipelen maken
  • apart gezet leven
  • het lichaam van Christus opbouwen
  • uitzien naar Zijn komst

Niet: de wereld domineren.

De gemeente is geen regering.

Zij is een levend organisme in gemeenschap met de Heer.

De dingen zoekend die boven zijn.  (Kolossenzen 3:1-3)

De fatale vergissing

Dominion-denken probeert het Koninkrijk van God eigenmachtig  naar voren te trekken in de geschiedenis.

Maar het Koninkrijk komt niet door menselijke inspanning.

Het komt door de verschijning van de Koning.

Daarom eindigt het Nieuwe Testament niet met een oproep om de wereld te domineren.

Het eindigt met een gebed.

“Ja, kom, Heere Jezus!”
Openbaring 22:20 (STV)

Dát is de hoop van de schepping

Niet dominion.

Maar wederkomst.

lees ook:

Dominion-theologie en de zeven bergen: opdracht of machtsdroom?

Is de gemeente geroepen om nu te heersen over de aarde?

De New Apostolic Reformation


extern:
https://www.cwowi.eu/weekly-thoughts-nl-wekelijkse-gedachten/random-thought-dominion-theology-1
https://nl.wikipedia.org/wiki/Heerschappijtheologie

Dominion theologie ┃ Heersen over de schepping

Geverifieerd door MonsterInsights