Wet en Genade sluiten elkaar uit

Wet en Genade sluiten elkaar uit

De vraag lijkt eenvoudig, maar raakt het hart van het Evangelie.
Is Golgotha een vervolg op de Sinaï?
Is Genade slechts een mildere vorm van de Wet?
Of staan deze twee tegenover elkaar als twee totaal verschillende beginselen?

Wie de Schrift zorgvuldig leest, ontdekt dat het hier niet gaat om nuance, maar om fundament.

Twee beginselen die elkaar uitsluiten

Paulus spreekt ondubbelzinnig:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14 STV)

Let op het woord maar.
Niet onder beide.
Niet deels Wet en deels Genade.

Óf onder de Wet.
Óf onder de Genade.

En nog scherper:

“Maar indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anders is de genade geen genade meer; en indien het uit de werken is, zo is het geen genade meer; anders is het werk geen werk meer.” (Romeinen 11:6 STV)

Hier sluit de apostel Paulus elke vermenging principieel uit.
Zodra werken als grond worden toegevoegd, houdt Genade op Genade te zijn.

Het is dus niet: “een beetje van jezelf, en een beetje van Maggi

Wet en Genade zijn niet twee ingrediënten die samen een rijker geheel vormen.
Zij zijn twee verschillende rechtsgronden.

Wat doet de Wet?

De Wet is heilig.

“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.” (Romeinen 7:12 STV)

Maar haar functie was nooit om leven te geven.

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.” (Romeinen 3:20 STV)

De Wet openbaart zonde.
Zij stelt de norm.
Zij spreekt het oordeel uit.

Maar zij schenkt geen kracht om haar te volbrengen.

Daarom zegt Paulus:

“Want de wet werkt toorn; want waar geen wet is, daar is ook geen overtreding.” (Romeinen 4:15 STV)

De vrucht van de Wet in het vlees is schuld en veroordeling.

Wat doet Golgotha?

Golgotha is niet de verlenging van Sinaï.
Het is Gods antwoord op Sinaï.

Waar de Wet de vloek uitsprak, dróeg Christus die vloek.

“Christus heeft ons verlost van de vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een ieder die aan het hout hangt.” (Galaten 3:13 STV)

Waar de Wet eiste, daar vervulde Hij.
Waar de Wet veroordeelde, daar rechtvaardigt Hij.

“Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn.” (Romeinen 8:1 STV)

Dat is geen verzachting van de Wet.
Dat is een geheel nieuwe positie.

Het gevaar van vermenging

De Galatenbrief laat zien wat er gebeurt wanneer men Genade vermengt met Wet.

Men begon in de Geest, maar wilde zichzelf vervolmaken door het vlees. De apostel Paulus trekt alle registers open:

“Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?” (Galaten 3:3 STV)

En nog ernstiger:

“Gij zijt van Christus vervreemd, gij die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen.” (Galaten 5:4 STV)

Dat is géén klein misverstand.
Dat is een principiële verschuiving van vertrouwen.

Wanneer men Wet en Genade mengt, verschuift het fundament van Christus naar menselijke prestatie.

Betekent Genade dan wetteloosheid?

Nee!

Genade brengt geen wetteloosheid voort, maar een nieuw leven in Christus.

“Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden van een Ander, namelijk van Hem Die uit de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.” (Romeinen 7:4 STV)

Vrucht dragen gebeurt niet door terug te keren naar Sinaï,
maar door verbondenheid met de Opgestane.

De gelovige leeft niet onder het Sinaïtisch verbond,
maar in ‘nieuwheid des Geestes.’

Wet en Genade sluiten elkaar uit als rechtsgrond.

De Wet zegt: doe en leef.
Genade zegt: geloof en leef.

De Wet eist gerechtigheid.
Genade schenkt gerechtigheid.

Wie onder Genade staat, staat niet meer onderaan de donderende berg Sinaï, maar aan de voet van het lege kruis.

En wie het kruis werkelijk begrijpt, zal de Wet niet vermengen met Genade —,want dan zou het volbrachte werk van Christus niet meer volkomen zijn.

Het kruis is het fundament, het Evangelie is meer

Het kruis

Wanneer Paulus zegt dat hij niets anders wil weten dan Christus en Die gekruisigd, bedoelt hij niet dat hij alleen over Golgotha sprak.

In dezelfde brief (1 Korinthe) behandelt hij:

  • de opstanding (hoofdstuk 15)
  • het lichaam van Christus
  • geestelijke gaven
  • heiliging
  • de opname van de Geneente
  • en zelfs de voleinding van alle dingen

“Christus en Dien gekruisigd” is geen beperking, maar een fundament.

Alles wat Paulus onderwijst, vloeit voort uit het volbrachte werk.

Zonder kruis:

  • geen verzoening
  • geen rechtvaardiging
  • geen vrede met God
  • geen nieuwe positie

Het kruis blijft het hart van het evangelie.

Het evangelie is méér dan alleen het kruis

Paulus vat het evangelie samen:

“Dat Christus gestorven is voor onze zonden… en dat Hij is opgewekt…”
(1 Korinthe 15:3–4)

Romeinen 4:25 zegt:

“Die overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.”

Het kruis is leeg — het werk is volbracht.
Het graf is leeg — Hij leeft.

De gemeente verkondigt geen dode Messias, maar een levende Heer.

Het evangelie is:

  • Zijn dood
  • Zijn begrafenis
  • Zijn opstanding
  • Zijn hemelvaart
  • Zijn bediening als Hogepriester in de hemel

Kruis én opstanding horen bij elkaar.

Wat betekent dat voor de gelovige?

Romeinen 6 laat zien dat wij niet alleen gered zijn dóór Zijn dood, maar ook verbonden zijn mét Zijn leven.

Wij zijn:

met Hem gekruisigd

met Hem gestorven

met Hem begraven

met Hem opgewekt

met Hem in de hemel gezet

“En heeft ons medeopgewekt, en heeft ons medegezet in den hemel in Christus Jezus” (Efeze 2:6)

“Opdat… wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.” (Romeinen 6:4)

Nieuw leven is geen opgeknapte oude mens.

Het is leven vanuit een nieuwe positie in Christus.

Zoals Paulus zegt:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.”
(Galaten 2:20)

Dat is volwassenheid.

Hebreeën 6

In Hebreeën 6:1–3 staat:

“Daarom nalatende het beginsel der leer van Christus, laat ons voortvaren tot de volmaaktheid…”

Dit betekent niet:
laat Christus achter.

Het betekent:
blijf niet hangen in elementair onderwijs.

Er wordt gesproken over:

  • bekering van dode werken
  • geloof in God
  • leer van dopen
  • oplegging der handen
  • opstanding der doden
  • eeuwig oordeel

Dat zijn fundamenten.

Maar je bouwt een huis niet door telkens de fundering te leggen. 

Je bouwt erop verder.

Het fundament blijft liggen, je bouwt erop.
En je groeit naar volwassenheid.

 “Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus;” (Efeze 4:15)

Is er een tegenstelling tussen 1 Korinthe 2 en Hebreeën 6?

Nee.

1 Korinthe 2:2 zegt:
Christus en Zijn kruis blijven centraal.

Hebreeën 6 zegt:
blijf niet geestelijk onvolwassen.

Dat zijn geen tegenstellingen.

Het eerste bewaakt het fundament.
Het tweede roept op tot groei.

Wat is echte geestelijke groei?

Geestelijke groei is niet:

  • minder nadruk op Golgotha
  • een “hogere openbaring” boven het kruis
  • meer menselijke inspanning

Maar:

  • dieper verstaan wat het kruis werkelijk betekent
  • leven vanuit de opstanding
  • wandelen in nieuwheid des levens
  • rusten in genade

De gemeente groeit niet van het kruis af.
Zij groeit in het volle besef van kruis én opstanding.

Het kruis is het fundament.
De opstanding is de levensbron.
Hebreeën 6 roept op tot volwassenheid.
Paulus houdt Christus gekruisigd centraal.

Er is geen tegenstelling.

Wie werkelijk groeit in het geloof, leert steeds dieper:

  • wat het betekent dat hij met Christus gestorven is
  • wat het betekent dat hij met Christus opgewekt is
  • wat het betekent dat Christus in hem leeft

Niet het kruis achter ons laten.
Maar dieper wortelen in het volbrachte werk,
en leven uit de Opgestane Heer.

 

Geverifieerd door MonsterInsights