Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

Binnen het christendom bestaat onkunde over de vraag: in welke tijd leven wij eigenlijk? Spreekt de Bijbel over één doorgaande lijn, of maakt God onderscheid tussen verschillende huishoudingen? In het bijzonder worden het Koninkrijk en de Gemeente vaak met elkaar vereenzelvigd. Dat leidt tot leerstellige chaos, geestelijke druk en verkeerde verwachtingen.

De Schrift zelf maakt echter een scherp en principieel onderscheid. Wie dat onderscheid ziet, leest de Bijbel rustiger, helderder en consequenter.

De tijd van het Koninkrijk: beloften voor Israël

Het Koninkrijk is geen abstract begrip

Wanneer Johannes de Doper en de Heere Jezus optreden, verkondigen zij geen nieuwe religie, maar een concrete, profetisch beloofde werkelijkheid:

“Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.”  Mattheüs 4:17 (STV)

Dit Koninkrijk:

  • was beloofd in het Oude Testament
  • zou worden opgericht voor Israël
  • zou zichtbaar, aards en rechtvaardig zijn
  • zou geregeerd worden door de Messias, de Zoon van David

Voor een Jood in de eerste eeuw was dit volstrekt helder. Profeten als Jesaja, Jeremia en Ezechiël hadden gesproken over:

  • herstel van Israël
  • vrede onder de volken
  • gerechtigheid vanuit Jeruzalem

De vraag van de discipelen na de opstanding is dan ook veelzeggend:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk weder oprichten? Handelingen 1:6 (STV)

Let op:
Jezus corrigeert niet hun verwachting van een toekomstig Koninkrijk, alleen het tijdstip.

De verwerping van de Koning en het uitstel van het Koninkrijk

Het drama van de evangeliën is niet slechts de kruisiging, maar wat eraan voorafgaat:

“Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.” Johannes 1:11 (STV)

Israël verwerpt:

  • Johannes de Doper
  • de prediking van Jezus
  • uiteindelijk de Messias Zelf

Het gevolg is niet dat het Koninkrijk “geestelijk” wordt, maar dat het wordt uitgesteld.

Zelfs na Pinksteren klinkt nog een oproep tot nationale bekering:

“Zo bekeert u dan… opdat de tijden der verkwikking mogen komen. Handelingen 3:19–21 (STV)

Maar Israël verhardt zich definitief. Het keerpunt wordt zichtbaar bij:

  • de steniging van Stefanus (Hand. 7)
  • de bekering en roeping van Paulus (Hand. 9)

 De openbaring van iets totaal nieuws: de Gemeente

Geen voortzetting, maar een verborgenheid

De Gemeente is niet:

  • het geestelijk geworden Israël
  • het Koninkrijk in afwachting
  • een noodoplossing

De Gemeente is:

“een verborgenheid, die van de eeuwen en van de geslachten verborgen is geweest.” Kolossenzen 1:26 (STV)

Dat betekent:

  • Niet geopenbaard in het Oude Testament
  • Niet gepredikt door Jezus in de evangeliën
  • Niet bekend bij de twaalf apostelen vóór Paulus

Deze waarheid wordt uitsluitend toevertrouwd aan Paulus:

“Mij is deze genade gegeven… om te verkondigen de verborgenheid.”  Efeze 3:2–9 (STV)

De Gemeente:

  • is geen volk
  • heeft geen land
  • heeft geen wet
  • heeft geen zichtbare heerschappij

Maar:

  • is het Lichaam van Christus
  • heeft een hemelse positie
  • leeft onder, door en uit Genade

“Gezegend zij de God… Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen in de hemel.” Efeze 1:3 (STV)

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

De Gemeente regeert nu niet, maar lijdt, dient en getuigt. Haar toekomst is niet het Koninkrijk op aarde, maar:

  • de Opname, wegrukking
  • vereniging met Christus
  • later: mede-regeren ná deze bedeling

Twee tijden, twee roepingen

Tijd van het Koninkrijk Tijd van de Gemeente
Gericht op Israël Joden en heidenen samen
Aards Hemels
Zichtbaar Verborgen
Wet en profeten Genade
Koning regeert Christus als Hoofd
Bekering van een volk Roeping van een Lichaam

Waarom dit onderscheid alles bepaalt

Wanneer Koninkrijk en Gemeente worden vermengd:

  • wordt de Gemeente onder wet en aardse verwachtingen geplaatst
  • worden beloften aan Israël geestelijk gemaakt
  • ontstaat druk, activisme en teleurstelling

Veel hedendaagse dwalingen vinden hier hun oorsprong:

  • vervangingstheologie
  • verbondstheologie
  • kingdom-now-denken
  • christelijk zionisme zonder Schrift

De Schrift daarentegen bewaart rust en orde door onderscheid.

 Nu: Het Koninkrijk is beloofd.
Straks:De Gemeente is geopenbaard.
Straks:Het Koninkrijk komt zichtbaar.
Nu:De Gemeente leeft verborgen.

 

Wie Koninkrijk en Gemeente uit elkaar houdt,
snijdt de Schrift recht
en bewaart de Genade zuiver.

 

“Koning Jezus” (vervolg)

“Koning Jezus” (vervolg)

Waarom de gemeente geen koninkrijk is en geen bruid

De uitdrukking “Koning Jezus” klinkt vroom en bijbels. Toch gaat het hier vaak mis. Niet omdat de titel Koning onjuist zou zijn, maar omdat men die op de verkeerde relatie toepast.

De Bijbel maakt namelijk een scherp onderscheid tussen:

  • Israël
  • de gemeente
  • en de verschillende relaties die Jezus Christus tot beiden heeft.

Wie dat onderscheid loslaat, raakt vroeg of laat verstrikt in verwarring.

 

koning Jezus

Jezus is Koning — maar waarvan?

De Schrift is helder: Jezus is Koning.
Maar nooit wordt Hij Koning genoemd van de gemeente.

Bijbelse werkelijkheid:

  • Hij is Koning van Israël
  • erfgenaam van de troon van David
  • Koning van het toekomstige aardse koninkrijk

Dat koningschap is:

  • door Israël verworpen
  • daardoor uitgesteld
  • en zal pas openbaar worden bij Zijn wederkomst

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” (Johannes 18:36)

Dat betekent niet dat het Koninkrijk geestelijk is,
maar dat het nu nog niet gevestigd is.

De gemeente staat niet onder een Koning

De gemeente wordt in het Nieuwe Testament nooit voorgesteld als een volk met een koning en onderdanen.

Integendeel.

De Bijbel zegt consequent:

  • Christus is het Hoofd
  • de gemeente is het lichaam

“Hij is het Hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente.” (Kolossenzen 1:18)

Een hoofd:

  • regeert geen onderdanen
  • maar stuurt een lichaam aan
  • in een levende, organische eenheid

Dat is geen koninklijke, maar een lichamelijke relatie.

De gemeente is óók geen bruid

Nog zo’n hardnekkig misverstand:
“De gemeente is de bruid van Christus.”

Dat klinkt vertrouwd, maar is bijbels onjuist.

Waarom?

De bruid/vrouw-taal in de Bijbel is verbondstaal — en die hoort exclusief bij Israël.

Israël:

  • ging een huwelijksverbond aan (Sinaï)
  • werd ontrouw (overspel)
  • werd verstoten
  • zal hersteld worden
  • en zal als bruid terugkeren

De gemeente:

  • heeft geen huwelijksverbond
  • geen overspelgeschiedenis
  • geen echtscheiding
  • geen profetisch herstel als vrouw

Daarom kan de gemeente niet de bruid zijn.

Openbaring 21 bevestigt dit:
de bruid wordt geïdentificeerd met het nieuwe Jeruzalem, verbonden aan Israël — niet met de gemeente als lichaam.

Wat is de gemeente dan wél?

De Schrift gebruikt voor de gemeente andere beelden:

  • Lichaam
  • Huisgezin
  • Tempel
  • Kinderen van God

“Zo zijt gij dan … huisgenoten van God.” (Efeze 2:19)

Dat is een familierelatie, geen koninklijke hiërarchie.

Wij zijn:

  • geen onderdanen
  • maar kinderen
  • geen volk onder een koning
  • maar leden onder een Hoofd

Waarom dit onderscheid essentieel is

Zodra men zegt:

  • “Jezus is Koning van de gemeente”
  • of “de gemeente is de bruid”

ontstaat onvermijdelijk:

  • vermenging van Israël en gemeente
  • koninkrijkstheologie
  • het idee dat wij (nu) een koninkrijk moeten bouwen
  • verlies van bijbels perspectief op profetie

Wat begint als taalgebruik, eindigt als afwijkende leer

Samenvattend

De Bijbel is helder, mits we haar laten spreken:

  • ✔️ Jezus is Koning
  • ✔️ Hij is Koning van Israël
  • ❌ Hij is geen Koning van de gemeente
  • ✔️ De gemeente is Zijn lichaam
  • ❌ De gemeente is geen bruid
  • ✔️ De bruid is Israël

Niet alles wat vroom klinkt, is Bijbels.
Maar alles wat Bijbels is, verdraagt helder onderscheid en bestudering.

Geverifieerd door MonsterInsights