Is de gemeente geroepen om nu te heersen over de aarde?

Een Bijbels onderscheid tussen scheppingsmandaat en Koninkrijk

Onlangs hoorde ik de uispraak:

“De mens (en dus de gemeente?) is een tempel en geroepen om te heersen over deze wereld”

Dat klinkt krachtig. Bijbels zelfs. Maar bij nadere beschouwing blijkt hier een fundamentele verschuiving plaats te vinden.

Laten we zorgvuldig onderscheiden wat de Schrift erover zegt.

Het scheppingsmandaat

De uitspraak verwijst meestal naar Genesis.

“En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.” (Genesis 1:26 STV)

Hier gaat het om de mensheid als schepsel, in de oorspronkelijke scheppingsorde. Dit is geen politieke of geestelijke dominantie, maar rentmeesterschap onder God.

De mens mocht beheren, (verwijst prmair al naar Christus, wat Hij daadwerkelijk zal doen t.z.t) niet nú autonoom regeren.

De breuk van de zondeval

Na Genesis 3 verandert alles.

“Vervloekt is het aardrijk om uwentwil; met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens.” (Genesis 3:17 STV)

De aarde wordt niet een terrein van triomf, maar van strijd. De heerschappij van de mens is niet opgeheven, maar wel gebroken en gefrustreerd.

Sindsdien leeft de mens in een gevallen wereld.

Daarom is het leerstellig onjuist om Genesis 1 rechtstreeks toe te passen op de gemeente alsof er niets is gebeurd.

Wat zegt het Nieuwe Testament over de gemeente?

Het Nieuwe Testament beschrijft de gemeente niet als een heersend machtsinstituut, maar als een lichaam in een vijandige wereld.

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” (Johannes 18:36 STV)

En:

“Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.” (Hebreeën 13:14 STV)

De toon is duidelijk: pelgrimschap, verwachting, volharding.

Niet dominantie.

De toekomstige heerschappij

De Schrift spreekt wél over heerschappij, maar in toekomstig perspectief.

“En zij leefden en heersten als koningen met Christus, duizend jaren.” (Openbaring 20:4 STV)

En:

“Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen.” (2 Timotheüs 2:12 STV)

De volgorde is wezenlijk: eerst verdragen, dan heersen.

Het Koninkrijk in zichtbare heerschappij is verbonden aan Christus’ wederkomst, niet aan een huidige kerkelijke machtspositie.

Waar gaat het leerstellig mis?

Wanneer men zegt dat de gemeente nú geroepen is om te heersen over de aarde, gebeuren er meestal vier dingen.

Er wordt geen rekening gehouden met de zondeval.
Het kruis wordt praktisch overgeslagen.
De eschatologie wordt naar voren gehaald.
En het Koninkrijk wordt verward met de huidige bedeling van Genade.

Hier raakt dit denken dikwijls aan dominion-theologie of NAR-invloeden, waarin de kerk wordt gezien als instrument om de aarde onder geestelijk gezag te brengen.

Maar dat is niet de toon van het Nieuwe Testament.

Het onderscheid tussen Koninkrijk en Gemeente

De Schrift leert dat Christus zal heersen.

“En de HEERE zal Koning worden over de ganse aarde.” (Zacharia 14:9 STV)

Dat is verbonden aan Zijn openbaring in macht en heerlijkheid.

De gemeente daarentegen wordt nu gekenmerkt door:

  • getuigenis
  • lijden
  • verwachting
  • afhankelijkheid

Christus is het Hoofd.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.” (Kolossenzen 1:18 STV)

De gemeente regeert niet autonoom; zij onderwerpt zich.

De kern van het vraagstuk

De uitspraak “de gemeente moet heersen” klinkt actief en krachtig. Maar zij verschuift de hoop van de toekomst naar het heden.

Het accent verschuift van:

wederkomst
naar
culturele transformatie.

Van:

volharding
naar
invloed.

Van:

verwachting
naar
project.

Dat is een leerstellige verlegging van perspectief.

Ja, de mens kreeg in Genesis een scheppingsmandaat.
Ja, Christus zal heersen.
Ja, de heiligen zullen met Hem regeren.

Maar dat behoort tot het toekomende wereldbestel.

Nu leeft de gemeente in de spanning van het “reeds” en het “nog niet”.

De kerk, de Gemeente, is geen machtsinstituut dat de aarde moet onderwerpen. Zij is een lichaam dat getuigt en uitziet.

De vraag is daarom niet: hoe veroveren wij de aarde?

De vraag is: blijven wij trouw aan Christus terwijl wij wachten op Zijn Koninkrijk?

De toekomstige rol van de Gemeente

De toekomstige rol van de Gemeente

Wanneer wij de toekomstige rol van de Gemeente willen verstaan, moeten wij beginnen bij haar identiteit. Niet bij traditie. Niet bij kerkelijke formuleringen. Maar bij het beeld dat de Schrift zelf gebruikt.

De Gemeente is niet de verbondsvrouw van de HEERE.
Dát beeld hoort bij Israël.

De Gemeente is het Lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.” (Kolossenzen 1:18 STV)

Vanuit dat beeld moeten wij haar toekomst doordenken.

Een hemelse roeping

De Gemeente heeft geen aardse roeping zoals Israël. Haar positie is hemels.

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” (Efeze 2:6 STV)

“Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20 STV)

Israël verwacht de Messias op aarde.
De Gemeente verwacht Hem uit de hemel.

Dat bepaalt ook haar toekomst.

De opname: het eerstvolgende moment

Voor de Gemeente is de eerstvolgende profetische gebeurtenis niet het Koninkrijk op aarde, maar de ontmoeting met de Heere in de lucht.

“Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” (1 Thessalonicenzen 4:17 STV)

Hier wordt geen aardse vestiging beschreven, maar een hemelse vereniging.

Dat past bij haar identiteit als Lichaam.

De rechterstoel van Christus

Na de opname volgt beoordeling van dienst.

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus.” (2 Korinthe 5:10 STV)

Dit is geen oordeel tot verdoemenis.
Het betreft loon en verantwoordelijkheid.

De Gemeente zal niet geoordeeld worden als volk (zoals Israël in Mattheüs 25), maar individueel als leden van het Lichaam.

Verschijnen met Christus

Wanneer Christus verschijnt in heerlijkheid, verschijnt de Gemeente met Hem.

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” (Kolossenzen 3:4 STV)

Het Lichaam deelt in de openbaring van het Hoofd.

Dat is logisch.
Wat aan het Hoofd gebeurt, raakt het Lichaam.

Heersen met Christus

De Schrift leert dat gelovigen zullen delen in Zijn heerschappij.

“Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen.” (2 Timotheüs 2:12 STV)

Dit heersen is geen overname van Israëls beloften.
Israël ontvangt het aardse Koninkrijk onder de Zoon van David.

De Gemeente deelt in de hemelse regering van Christus.

Het onderscheid blijft:

Israël — aards, koninklijk, nationaal.
Gemeente — hemels, organisch verbonden, mede-erfgenaam.

In de toekomende eeuwen

Paulus opent nog een breder perspectief:

“Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.” (Efeze 2:7 STV)

De Gemeente zal in de eeuwigheid een demonstratie zijn van Gods Genade.

Niet als natie.
Niet als verbondsvolk.
Maar als verlost Lichaam, verenigd met het Hoofd.

Waar de Gemeente niet toe is geroepen

De Gemeente is niet geroepen om:

  • het Koninkrijk nu te vestigen
  • politieke heerschappij te zoeken
  • de wereld te christianiseren

Zij is vreemdeling.

“Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege.” (2 Korinthe 5:20 STV)

Een gezant vertegenwoordigt een ander rijk.

De toekomstige rol van de Gemeente is:

  • opgenomen worden tot Christus
  • voor Zijn rechterstoel verschijnen
  • met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid
  • delen in Zijn heerschappij
  • in de toekomende eeuwen Gods Genade openbaren

Dit alles vloeit voort uit één waarheid:

De Gemeente is het Lichaam van Christus.

En het Lichaam zal zijn waar het Hoofd is.

Onderzoek zelf de Schrift.
Vergelijk Schrift met Schrift.
Snijd het Woord recht.

zie ook:

De Gemeente is geen Israël

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme

De grote verdrukking, voor wie bestemd

Schrift met Schrift vergelijken

Waarom het Sola Scriptura niet werkelijk beleden wordt

Waarom het Sola Scriptura niet werkelijk beleden wordt

Binnen het protestantisme wordt vaak met overtuiging gezegd: wij geloven in Sola Scriptura. Het klinkt krachtig, reformatorisch en Bijbels. We kijken hier naar de vraag wordt het ook werkelijk beleden in de praktijk?

Sola Scriptura betekent niet maar dat de Bijbel belangrijk is. Het betekent dat de Schrift de enige hoogste, beslissende autoriteit is voor geloof en leven. Geen traditie, geen kerkelijke structuur, geen concilie, geen leerstuk, geen formulier geen systeem mag daarboven staan.

En toch… in veel gevallen blijkt dit principe eerder een leus dan een levende overtuiging.

Wat de reformatoren bedoelden

Tijdens de Reformatie keerden mannen als Maarten Luther zich tegen het gezag van de Rooms-Katholieke Kerk, waar Schrift en traditie samen als bron van openbaring functioneerden.

Luther stelde dat de Schrift zichzelf uitlegt en boven kerkelijk gezag staat.

Dat uitgangspunt rust op duidelijke Bijbelse grond:

“Heel de Schrift is van God ingegeven en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing in de rechtvaardigheid.”
2 Timotheüs 3:16 (STV)

“Maar al ware het ook dat wij, of een engel uit de hemel, u een ander evangelie verkondigden, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.”
Galaten 1:8 (STV)

De norm is dus: wat staat er geschreven?

Waar gaat het mis?

Traditie blijft onaantastbaar

Hoewel men zegt: “De Bijbel alleen”, blijkt in de praktijk vaak dat kerkelijke traditie niet ter discussie mag worden gesteld.

Wanneer bijvoorbeeld leerstukken als:

  • verbondstheologie
  • kerkstructuren
  • bepaalde sacramentopvattingen

bevraagd worden op grond van Schrift, blijkt dikwijls dat het systeem leidend is en niet de tekst.

De Bijbel wordt dan gelezen door de bril van het reeds vaststaande dogma.

Dat is feitelijk geen Sola Scriptura, maar Sola Traditio.

Systematiek boven tekst

In veel theologische benaderingen begint men bij een leerstelsel. Vervolgens worden Bijbelteksten gezocht om dit te ondersteunen. Tegenteksten worden:

  • vergeestelijkt
  • gerelativeerd
  • in een ander kader geplaatst

Maar werkelijk Sola Scriptura vraagt het omgekeerde:
de Schrift moet het systeem vormen — niet het systeem de Schrift.

Het Woord niet recht snijden

De apostel Paulus schrijft:

“Benaarstig u om uzelf Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het woord der waarheid recht snijdt.”
2 Timotheüs 2:15 (STV)

Dat “recht snijden” impliceert onderscheid maken.

Wanneer men:

  • Koninkrijksteksten rechtstreeks toepast op de Gemeente
  • Wet en Genade vermengt
  • tekenen en wonderen als de norm maakt voor vandaag

zonder rekening te houden met context en doelgroep, dan wordt de Schrift niet recht gesneden.

Paulus wordt niet consequent gevolgd

Opmerkelijk is dat juist Paulus spreekt over:

“de bedeling der genade Gods” — Efeze 3:2
“de bedeling van de verborgenheid” — Efeze 3:9

Hij noemt zichzelf:

“Want ik spreek tot u, heidenen; voor zoveel ik der heidenen apostel ben…”
Romeinen 11:13 (SV)

Maar in de praktijk worden zijn uitspraken vaak ondergeschikt gemaakt aan koninkrijksprediking of vermengd met andere bedelingen.

Als men werkelijk Sola Scriptura toepast, dan moet men ook erkennen dat de Schrift zelf onderscheid maakt.

Ervaring boven openbaring

In moderne evangelische kringen is het gevaar anders:

  • “God sprak tot mij…”
  • “Ik voel dat de Geest dit zegt…”

Maar de toetssteen is niet gevoel of ervaring — het is de Schrift.

Sola Scriptura betekent dat alles getoetst wordt aan wat geschreven staat.

De werkelijke toets

De vraag is niet: belijden wij Sola Scriptura?
De vraag is: mag de Schrift ons corrigeren, ook wanneer dat onze traditie raakt?

  • Mag de tekst het systeem doorbreken?
  • Mag Paulus letterlijk zeggen wat hij zegt?
  • Mogen Israël en Gemeente onderscheiden blijven als de Schrift dat doet?
  • Mag Gods Genade werkelijk Genade zijn — zonder vermenging met Wet?

Daar wordt het spannend.

Sola Scriptura is geen dode slogan uit de 16e eeuw.
Het is een geesteshouding van onderwerping.

Het betekent:

De Schrift alleen is norm.

De Schrift verklaart zichzelf.

Geen traditie boven het Woord.

Geen dogma boven de tekst.

Geen ervaring boven openbaring.

Waar dat ontbreekt, wordt Sola Scriptura niet werkelijk beleden, hoe Reformatorisch óf Evangelisch men zich ook noemt.

De eerlijke vraag blijft daarom:

Durven wij de Schrift echt alleen te laten spreken?

lees ook:

De bedelingen in de Bijbel en de reden waarom Paulus er letterlijk over spreekt

De Schrift recht snijden

Leven uit Genade

Bedelingen….

Waarom “Verbondstheologie” tekort schiet

Geverifieerd door MonsterInsights