Preek geanalyseerd: de Schuilplaats Papendrecht, 12 juli 2026

De context

Spreker: Johan Celier, voorganger van de Evangelische Gemeente De Hoekse Waard
Datum / setting: Zondagse eredienst, 12 juli 2026
Platform / gemeente: Gastpreek; de ontvangende gemeente wordt niet duidelijk genoemd
Thema: Jezus volgen en gelijkvormig worden aan Zijn beeld
Doelgroep: Gelovigen in een evangelische gemeente

De spreker sluit aan bij het gemeentethema “Jezus volgen”. Hij wil laten zien dat Jezus volgen niet in de eerste plaats bestaat uit spectaculaire gaven, tekenen en wonderen, maar uit het leren van Christus’ zachtmoedigheid en nederigheid. Tegelijk verbindt hij dit met de leiding van de Heilige Geest, persoonlijke openbaring, innerlijke indrukken en het zichtbaar maken van Gods Koninkrijk op aarde.

De kern

Wat wordt er concreet geleerd?

De gelovige is volgens de spreker geroepen om steeds meer op de Here Jezus te gaan lijken. Romeinen 8:28-29 wordt daarbij terecht niet uitgelegd als een algemene belofte dat alle omstandigheden vanzelf prettig zullen eindigen. De bedoeling is dat God omstandigheden gebruikt om gelovigen gelijkvormig te maken aan het beeld van Zijn Zoon.

Vanuit Mattheüs 11:25-30 legt hij uit dat Jezus mensen uitnodigt Zijn juk op zich te nemen. Dat juk wordt voorgesteld als het leven van een leerling die naar zijn rabbi kijkt, hem navolgt en steeds meer op hem gaat lijken. Het centrale kenmerk daarvan is zachtmoedigheid en nederigheid.

Daarnaast leert de spreker dat de gelovige de Here Jezus persoonlijk moet ontmoeten en leren kennen. Daarvoor is volgens hem niet alleen het lezen van de Bijbel nodig, maar ook een persoonlijk spreken met God, het ontvangen van innerlijke openbaring en het leren luisteren naar de Heilige Geest.

 

Hoofdstellingen

Gelijkvormigheid aan Christus is het doel van het geloofsleven.

Zachtmoedigheid en nederigheid zijn geen zwakheid, maar geestelijke kracht.

Tekenen en wonderen zijn niet het belangrijkste bewijs van gelijkvormigheid aan Christus.

De Heilige Geest wil gelovigen persoonlijk leiden en woorden voor anderen geven.

De gelovige moet Gods Koninkrijk zichtbaar maken op aarde.

 

Belangrijkste Bijbelteksten

Mattheüs 11:25-30
Romeinen 8:28-29
Johannes 17:3
Galaten 5:1
Efeze 3:16-17
Genesis 1:26
Filippenzen 2:3

 

Centrale nadruk

De nadruk ligt op relationele navolging: Jezus niet alleen bestuderen, maar Hem ontmoeten, naar Zijn stem luisteren, door de Geest geleid worden en Zijn karakter zichtbaar maken.

Belangrijkste toepassingen

De gelovige moet zich niet richten op geestelijk succes of spectaculaire gaven.

Hij moet leren buigen voor God en niets uit zichzelf verwachten.

Hij moet zichtbaar anders durven leven dan de wereld.

Hij moet aandacht hebben voor de individuele mens die God op zijn weg brengt.

Wie door vernedering, afwijzing of een negatief zelfbeeld is beschadigd, wordt opgeroepen gebed te vragen.

Bijbelvastheid

Positieve Schriftuitleg

De behandeling van Romeinen 8:28-29 behoort tot de sterkste delen van de preek. De spreker bestrijdt terecht de populaire uitleg dat “alle dingen medewerken ten goede” betekent dat ziekte, geldproblemen of moeilijke omstandigheden uiteindelijk altijd in aardse voorspoed veranderen. Het “goede” wordt in vers 29 verbonden met het gelijkvormig worden aan het beeld van Gods Zoon.

Ook zijn waarschuwing tegen geestelijke hoogmoed rond gaven, genezingen en wonderen is terecht. Een bediening waarin de mens zichzelf belangrijk gaat vinden omdat er bijzondere dingen door hem gebeuren, staat haaks op de zachtmoedigheid van Christus.

Positief is verder dat de spreker zijn hoorders uitnodigt om zijn woorden aan de Schrift te toetsen:

“Als het Woord het tegenspreekt, dan mag je tegen mij zeggen: hier staat iets anders.”

Dat is een gezonde uitspraak. Een prediker staat niet boven het Woord en mag gecorrigeerd worden.

De tegenstelling tussen nederigheid en vernederd worden wordt pastoraal zorgvuldig uitgewerkt. Nederigheid is vrijwillig buigen voor God; vernedering is iets wat een ander iemand aandoet. Die onderscheiding kan beschadigde mensen werkelijk helpen.

 

Mattheüs 11 wordt te smal uitgelegd

De spreker stelt dat “vermoeid en belast” in Mattheüs 11 hoofdzakelijk betrekking heeft op de rabbijnse regels en religieuze lasten die Schriftgeleerden mensen oplegden. Die achtergrond kan meespelen, maar wordt te absoluut gemaakt.

In de directe context spreekt de Here Jezus over het ongeloof van steden, de openbaring van de Vader door de Zoon en het komen tot Hem. De rust die Hij geeft, is daarom breder dan bevrijding van menselijke religieuze voorschriften. Het betreft rust voor de ziel bij Christus Zelf: rust van eigen werken, schuld, zonde en menselijke pogingen om zichzelf rechtvaardig te maken.

De spreker zegt dat de bekende pastorale toepassing van Mattheüs 11:28 wel waar is, maar “hier niet bedoeld wordt”. Dat is te stellig. De tekst mag niet tot algemene gevoelsmatige troost worden gereduceerd, maar de rust van Christus is ook niet beperkt tot rabbijnse regelgeving.

 

De verwijzing naar Lukas klopt niet helemaal

De spreker zegt dat het parallelle gedeelte in Lukas in een twistgesprek met Farizeeën en Schriftgeleerden staat. De eigenlijke parallel van Mattheüs 11:25-27 staat in Lukas 10:21-22, direct na de terugkeer van de zeventig discipelen. Daar is geen twistgesprek met Farizeeën gaande.

Dit is geen onbetekenend detail, omdat hij deze vermeende context gebruikt om zijn uitleg van Mattheüs 11 te ondersteunen.

 

Woord en Geest worden uit elkaar getrokken

Het meest zorgelijke moment is de stellige uitspraak:

“Het is niet mogelijk Hem te leren kennen door alleen het Woord te lezen.”

In de meest gunstige uitleg bedoelt de spreker dat een ongelovige de Bijbel verstandelijk kan lezen zonder zich aan Christus over te geven. Dat is waar. Schriftkennis zonder geloof geeft geen geestelijk leven.

Maar zijn formulering schept een verkeerde tegenstelling. Wij leren de Here Jezus juist kennen door het geschreven Woord, dat de Heilige Geest gebruikt en voor ons opent:

  • “Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods” — Romeinen 10:17.
  • De Schriften kunnen wijs maken tot zaligheid — 2 Timotheüs 3:15.
  • Wij zijn wedergeboren door het levende en eeuwig blijvende Woord — 1 Petrus 1:23.
  • Johannes schreef zijn Evangelie opdat wij zouden geloven dat Jezus de Christus is — Johannes 20:31.

De Heilige Geest vormt geen tweede weg naast het Woord. Hij verlicht het verstand, overtuigt door het Woord en verheerlijkt Christus door wat apostolisch is geopenbaard. Een tegenstelling tussen “alleen Bijbellezen” en “werkelijk ontmoeten” kan ertoe leiden dat innerlijke ervaringen uiteindelijk meer gezag krijgen dan de Schrift.

Een betere formulering zou zijn:

Het Woord moet niet slechts verstandelijk gelezen worden, maar in geloof worden ontvangen; de Heilige Geest opent door dat Woord onze ogen voor Christus.

 

Subjectieve openbaring krijgt te veel gewicht

De spreker vertelt dat tijdens een eerdere preek zijn aandacht voortdurend naar een vrouw werd getrokken. Hij liep naar haar toe en zei dat God tegen haar wilde zeggen: “God houdt van je.” Achteraf bleek zij God om precies zo’n teken te hebben gevraagd.

Het verhaal kan oprecht en ontroerend zijn. Het bewijst echter niet dat de innerlijke indruk rechtstreeks van God kwam. De bevestiging door de reactie van de vrouw maakt een indruk nog niet tot openbaring.

De spreker geeft aanvankelijk een goede grens: iets van God mag nooit tegen de Schrift ingaan. Maar “niet tegen de Schrift ingaan” is een te lage toets. Talloze algemene of vage indrukken spreken de Bijbel niet rechtstreeks tegen. De vraag is ook of iemand werkelijk namens God mag verklaren: “God wil dit nu persoonlijk tegen u zeggen.”

Hier ontstaat een patroon dat kenmerkend is voor charismatische spiritualiteit:

innerlijke aandacht → ervaren opdracht → spreken namens God → emotionele bevestiging → conclusie dat de Geest gesproken heeft.

Dit kan gemeenteleden leren hun gedachten en ingevingen als Gods stem te interpreteren. Daarmee verschuift het gezag ongemerkt van het objectieve Woord naar de ervaring van de spreker.

 

Efeze 3 wordt onnauwkeurig toegepast

De spreker zegt dat de Heilige Geest komt “zodat Jezus door het geloof woning kan maken in jouw hart”. Efeze 3:16-17 is echter gericht aan mensen die al gelovig zijn en reeds met de Heilige Geest verzegeld waren. Paulus bidt niet om hun eerste wedergeboorte of inwoning, maar om geestelijke versterking, zodat Christus rijkelijk en praktisch in hun harten woont.

De tekst gaat over verdieping en geestelijke wasdom, niet over een bekeringsschema waarin eerst de Geest komt en daarna Jezus in het hart gaat wonen.

 

Leerstellig probleem

Zonde blijft op de achtergrond

Er wordt gesproken over trots, slavernij, afwijzing en een negatief zelfbeeld, maar zonde als opstand tegen God wordt nauwelijks uitgewerkt. De mens verschijnt vooral als iemand die moet leren luisteren, volgen en veranderen.

Daardoor blijft onduidelijk waarom de mens niet alleen onderwijs of herstel nodig heeft, maar verzoening met God.

 

Het kruis wordt genoemd, maar nauwelijks verkondigd

In het slotgebed wordt beleden dat de Here Jezus mens werd, stierf, opstond, aan Gods rechterhand zit en zal terugkomen. Dat is waardevol en wezenlijk.

Toch wordt niet uitgelegd waarom Hij stierf, wat Zijn bloed heeft bewerkt, hoe de zondaar gerechtvaardigd wordt of wat genade betekent. Het kruis functioneert voornamelijk als de plaats waar iemand zijn leven aflegt en het leven van Jezus ontvangt. De plaatsvervangende betekenis van Zijn dood blijft vrijwel buiten beeld.

 

Bekering en geloof worden ervaringsgericht beschreven

De hoorder moet “op de knieën gaan bij het kruis”, zijn leven afleggen en zeggen: “Heer, ik ontvang Uw leven in mijn leven.” Dat kan een oprechte geloofsreactie omschrijven, maar het Evangelie wordt hierdoor sterk in ervaringstaal gegoten.

Bijbels gezien is geloof het vertrouwen op wat God in Christus heeft volbracht. Niet de intensiteit van het moment, het gebed of de overgave redt, maar Christus Zelf en Zijn volbrachte werk.

 

Verkiezing wordt te snel behandeld

De spreker verwerpt de dubbele predestinatie en stelt vervolgens dat iedereen in Jezus uitverkoren is en dat iemand door voor Jezus te kiezen “zijn hand op die uitverkiezing legt”.

Het juiste element is dat verkiezing nooit los van Christus mag worden gedacht. Maar een moeilijk onderwerp wordt hier in enkele zinnen afgedaan. Romeinen 8:29-30 wordt niet werkelijk uitgelegd, terwijl die passage juist spreekt over Gods voorkennis, voorbestemming, roeping, rechtvaardiging en verheerlijking.

De kritiek op een calvinistische formulering vervangt hier de zorgvuldige behandeling van de Bijbeltekst.

 

Het onderscheid tussen Christus en Zijn volgelingen vervaagt

De spreker verbindt gelijkvormigheid aan Christus aanvankelijk met genezingen, demonenuitdrijving, tekenen en wonderen. Later relativeert hij dit gelukkig en legt hij de nadruk op karakter.

Toch ontbreekt een belangrijk onderscheid: de Here Jezus is niet alleen ons voorbeeld. Hij is de unieke Zoon, Messias, Verlosser en Heer. Veel van Zijn werken hadden een messiaanse betekenis en bewezen Wie Hij was. Ook de apostolische tekenen hadden een bijzondere bevestigende functie.

“Doen wat Jezus deed” kan daarom nooit zonder onderscheid als algemene opdracht aan iedere gelovige worden gebruikt.

 

Positionering

De boodschap staat duidelijk binnen een charismatisch-evangelische Koninkrijksgerichte spiritualiteit.

Kenmerkende accenten zijn:

  • hedendaagse tekenen, wonderen en genezingen;
  • persoonlijke leiding door innerlijke indrukken;
  • spreken van een persoonlijk “woord van God” voor iemand;
  • het leven van de hemel op aarde zichtbaar maken;
  • Gods Koninkrijk zichtbaar maken;
  • nadruk op zonen en dochters die het beeld van God herstellen;
  • een sterke tegenstelling tussen religieuze regels en geestelijk leven.

De preek bevat geen duidelijke oproep tot dominion, moderne apostelen of een vijfvoudige hiërarchie. Daarom is het niet gerechtvaardigd deze preek zonder meer als NAR te bestempelen.

Wel is de gebruikte taal NAR- en Kingdom Now-compatibel. Vooral de uitspraken over “het Koninkrijk zichtbaar maken”, “leven vanuit de hemel op aarde” en bijzondere persoonlijke openbaring bewegen zich in dezelfde begrippenwereld.

Tegelijk zegt de spreker uitdrukkelijk dat een deel pas werkelijkheid wordt wanneer de Here Jezus terugkomt. Daarmee is dit geen volledige gerealiseerde Koninkrijkstheologie. Het is eerder een charismatische reeds nu, maar nog niet volledig”-benadering waarin het “reeds nu” zeer zwaar wordt aangezet.

Een fundamentele correctie is nodig bij het spreken over het bouwen of zichtbaar maken van het Koninkrijk. De Schrift leert niet dat de gemeente het Koninkrijk bouwt. Christus bouwt Zijn Gemeente. Het Koninkrijk wordt door God gegeven, opgericht en bij de wederkomst van Christus geopenbaard. Gelovigen mogen ervan getuigen en leven onder de heerschappij van Christus, maar zij brengen het Koninkrijk niet tot stand.

 

Houding en taalgebruik

De toon is warm, toegankelijk, humoristisch en overwegend herderlijk. De spreker stelt zichzelf niet als onaantastbaar voor. Hij nodigt de gemeente zelfs uit hem vanuit de Bijbel te corrigeren.

Ook spreekt hij eerlijk over eigen tekortkomingen. Zijn verhaal dat een collega vroeger niet wist dat hij christen was, gebruikt hij niet om zichzelf te verheffen, maar als zelfcorrectie.

Er is ruimte voor pastorale gevoeligheid, vooral wanneer hij mensen aanspreekt die vernederd of afgewezen zijn.

Tegelijk gebruikt hij geregeld zeer stellige taal zonder voldoende Schriftuurlijke onderbouwing:

“Ik zeg dat echt met volle zekerheid.”

Juist daarna volgt de problematische uitspraak dat men Christus niet door het Woord alleen kan leren kennen.

De emotionele ervaring wordt niet openlijk als manipulatiemiddel gebruikt, maar het getuigenis over het persoonlijke “profetische woord” en de daaropvolgende oproep voor gebed kunnen wel verwachtingen oproepen dat God tijdens het gebedsmoment bijzondere ervaringen of directe genezing zal geven.

Kritisch denken wordt dus enerzijds aangemoedigd — toets mij aan het Woord — maar anderzijds verzwakt door de grote plaats die persoonlijke indrukken en innerlijke openbaring krijgen.

 

Wat is goed, wat vraagt correctie en eventuele valkuilen

Wat kan worden bevestigd?

De preek bevat een waardevolle oproep om niet naar geestelijk spektakel te zoeken, maar naar gelijkvormigheid aan Christus.

De uitleg van Romeinen 8:28-29 is in de kern sterk.

De nadruk op zachtmoedigheid, nederigheid, afhankelijkheid van God en aandacht voor de individuele mens is Bijbels en pastoraal bruikbaar.

De spreker belijdt de menswording, dood, opstanding, verhoging en wederkomst van de Here Jezus Christus.

Ook zijn waarschuwing tegen geestelijke hoogmoed en het bouwen van een persoonlijk koninkrijk is terecht.

 

Wat vraagt correctie?

Woord en Geest mogen niet tegenover elkaar worden geplaatst. De Heilige Geest maakt Christus bekend door het apostolische Woord.

Persoonlijke indrukken mogen niet zonder meer als openbaring of spreken van God worden gepresenteerd.

Mattheüs 11 wordt te beperkt tot religieuze regelgeving en de verwijzing naar Lukas is exegetisch onjuist.

Het Koninkrijk wordt niet door gelovigen gebouwd of vanuit de hemel naar de aarde gebracht. Christus Zelf zal het openbaren.

Gelijkvormigheid aan Christus betekent niet dat iedere gelovige dezelfde tekenen en wonderen moet doen als de Here Jezus.

De leer over verkiezing wordt te eenvoudig en te polemisch behandeld.

 

Wat kan verwarring veroorzaken?

De ernstigste verwarring ontstaat door de combinatie van deze twee boodschappen:

“Toets alles aan het Woord.”

en:

“Je kunt Hem niet door het Woord alleen leren kennen; de Geest moet persoonlijk tot jou spreken.”

Wanneer deze spanning niet wordt opgelost, zal in de praktijk de innerlijke stem vaak zwaarder gaan wegen dan de geschreven Schrift. De Bijbel wordt dan gebruikt om ervaringen achteraf te bevestigen, in plaats van dat de Schrift vooraf bepaalt wat wij mogen geloven en verkondigen.

Ook de Koninkrijkstaal kan gemeenteleden het idee geven dat hun opdracht bestaat uit het zichtbaar manifesteren van hemelse kracht, terwijl de nieuwtestamentische nadruk ligt op getuigen, dienen, lijden, volharden en uitzien naar de verschijning van Christus.

 

Wat betekent dit voor de gemeente?

De gemeente kan door deze preek terecht worden aangespoord tot nederigheid en bewogenheid. Maar zonder correctie kan zij tegelijk ontvankelijk worden voor subjectieve leiding, persoonlijke profetieën en een vorm van Koninkrijksdenken waarin ervaring en manifestatie belangrijker worden dan zorgvuldig Schriftverstaan.

Daarmee ontstaat gemakkelijk een tweedeling tussen mensen die zeggen bijzondere woorden en indrukken te ontvangen en gelovigen die eenvoudig op het geopenbaarde Woord vertrouwen.

 

Ernst van de afwijking

Dit is geen fundamentele ontkenning van Christus of van het Evangelie. De belangrijkste heilsfeiten worden beleden.

Maar het gaat ook niet slechts om een onschuldig accentverschil.

De preek bevat enkele duidelijke exegetische onnauwkeurigheden en een bredere leerstellige scheefgroei op het terrein van openbaring, Woord en Geest, tekenen en wonderen en het Koninkrijk van God.

De boodschap kan daarom niet volledig worden afgewezen, maar ook niet ongecorrigeerd worden overgenomen.

 

De sterkste oproep van de preek is dat een volgeling van Christus niet herkenbaar moet zijn aan geestelijk vertoon, maar aan het karakter van zijn Heer. Dat verdient instemming.

Maar juist daarom moet ook de Here Jezus worden gezocht waar Hij Zich betrouwbaar bekendmaakt: in het geschreven Woord.

De Geest verheerlijkt Christus niet door ons losser van de Schrift te maken, maar door onze ogen te openen voor wat God daarin reeds heeft geopenbaard.

Geestelijk onderscheid is geen luxe, maar noodzaak. Niet alles wat geestelijk klinkt, is ook Bijbels verantwoord.

 

Zie ook:

Gods Koninkrijk zichtbaar maken? – Bijbelse basis

VPE kritisch bekeken: profetie, leiderschap en pinkstertheologie getoetst aan de Bijbel – Bijbelse basis

Kingdom Nów ??

Tijden en gelegenheden zijn in Gods hand

Kingdom Now stelt dat de Gemeente geroepen is om het Koninkrijk van God vóór de wederkomst van Christus zichtbaar op aarde te vestigen. Christenen zouden maatschappelijke terreinen moeten innemen, politieke en culturele invloed moeten verkrijgen en demonische machten uit steden en gebieden moeten verdrijven.

In extremere vormen wordt zelfs beweerd dat Christus pas kan terugkeren nadat de Gemeente de wereld aan Hem heeft onderworpen.

Dat  klinkt allemaal krachtig en strijdvaardig. Toch berust  het op een fundamentele verwarring. Er is onvoldoende onderscheid tussen de huidige verhoging van Christus, het verborgen karakter van Zijn Koninkrijk en Zijn toekomstige openbare Koningschap over Israël en de volkeren.

De Schrift leert nergens dat de Gemeente het Koninkrijk moet vestigen.

 

KIngdom Now, een onbijbelse misvatting
Waarom KIngdom Now niet Bijbels is

Christus bouwt Zijn Gemeente en Hij zal Zijn Koninkrijk openbaar maken.

 Christus is verhoogd, maar regeert nog niet vanaf de troon van David

De Here Jezus Christus is opgewekt uit de doden en verhoogd aan Gods rechterhand. Hij bezit alle macht en is met heerlijkheid en eer gekroond.

“Doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn; maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond.” — Hebreeën 2:8-9 (STV)

Dit gedeelte bevat een belangrijk gegeven

Christus is reeds gekroond. Hij bezit koninklijke waardigheid en gezag. Tegelijkertijd zien wij nog niet dat alle dingen Hem daadwerkelijk onderworpen zijn.

Hij is de rechtmatige Erfgenaam en de verhoogde Heer, maar Hij oefent het openbare Davidische Koningschap over Israël en de wereld nog niet uit.

Psalm 110 zegt:

“De HEERE heeft tot Mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.” — Psalm 110:1 (STV)

Christus zit nu aan Gods rechterhand. Hij zit nog niet op de troon van David in Jeruzalem. Hij wacht op het door God bepaalde tijdstip waarop Zijn vijanden daadwerkelijk onder Zijn voeten worden gesteld.

Ook Hebreeën spreekt over dit wachten:

“Maar Deze, één slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods; voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten.” — Hebreeën 10:12-13 (STV)

Het woord verwachtende is veelzeggend. De openbare uitoefening van Christus’ Koningschap over de aarde is nog toekomstig.

 

Het Koninkrijk is al realiteit, maar is nog verborgen

Het probleem van de Kingdom Now leer is niet dat Christus Koning wordt genoemd. Christus is de rechtmatige Koning der koningen en bezit alle macht.

De dwaling ontstaat wanneer Zijn huidige hemelse verhoging wordt gelijkgesteld aan de openbare vestiging van het Messiaanse Koninkrijk op aarde.

De juiste tegenstelling is daarom niet:

nu geen Koninkrijk, later wel een Koninkrijk

maar:

nu verborgen, later openbaar

Christus bezit het recht op het Koninkrijk. Hij is verhoogd en gekroond. Maar de zichtbare heerschappij die door de profeten is aangekondigd, is nog niet aangebroken.

De Gemeente leeft niet in de tijd waarin Christus zichtbaar vanaf de troon van David over Israël en de volkeren regeert, maar leeft in de tijd waarin de Koning door de wereld is verworpen en in de hemel verborgen is.

 

Het Koninkrijk zou niet onmiddellijk openbaar worden

De discipelen verwachtten dat het Koninkrijk Gods spoedig zichtbaar zou verschijnen. Juist daarom vertelde de Here Jezus een gelijkenis:

“En als zij dit hoorden, voegde Hij daarbij, en zeide een gelijkenis, omdat Hij nabij Jeruzalem was, en omdat zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden. Hij zeide dan: Een zeker welgeboren man reisde in een vergelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren.” — Lukas 19:11-12 (STV)

De volgorde is duidelijk.

De welgeboren man vertrekt naar een vergelegen land. Daar ontvangt hij het recht op het Koninkrijk. Daarna keert hij terug om daadwerkelijk als Koning te regeren.

De gelijkenis zegt niet dat zijn dienstknechten tijdens zijn afwezigheid het land moesten onderwerpen en zijn Koninkrijk voor hem moesten vestigen. Zij moesten trouw handelen met wat hun is toevertrouwd, totdat hij terugkomt.

Hun opdracht is niet: Neem mijn plaats in en onderwerp mijn vijanden.

Hun opdracht is: Wees getrouw totdat ik kom.

Bij zijn terugkeer handelt de koning zelf met zijn vijanden:

“Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zou zijn, brengt hen hier, en slaat ze hier voor mij dood.” — Lukas 19:27 (STV)

De verwerping van Christus eindigt dus niet doordat de Gemeente de wereld geleidelijk bekeert of onderwerpt. Zij eindigt wanneer Christus Zelf terugkeert en Zijn gezag openbaar vestigt.

 

De troon van David in de toekomst

De engel Gabriël zei over de Here Jezus:

“Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven. En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid.” — Lukas 1:32-33 (STV)

De troon van David is niet hetzelfde als de troon aan de rechterhand Gods in de hemel.

David heeft nooit in de hemel geregeerd. Zijn troon stond in Jeruzalem en was verbonden met het Koningschap over Israël.

Christus zit nu aan Gods rechterhand. Bij Zijn wederkomst zal Hij de troon van David aanvaarden en zichtbaar over het huis van Jakob en de volkeren regeren.

Openbaring spreekt daarover als een toekomstige gebeurtenis:

“En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.” — Openbaring 11:15 (STV)

De koninkrijken van deze wereld zijn vandaag zichtbaar nog niet aan Christus onderworpen. Dat zal gebeuren wanneer Hij Zijn Koningschap openbaar aanvaardt.

 

Eerst de Gemeente, daarna het herstel van Davids Koninkrijk

Handelingen 15 geeft een van de duidelijkste weerleggingen van de Kingdom Now leer.

Jakobus beschrijft Gods programma:

“Simeon heeft verhaald, hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

Daarna zegt hij:

“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen den tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” — Handelingen 15:16 (STV)

De woorden eerst en na dezen bepalen de volgorde.

God verzamelt nu uit de heidenen een volk voor Zijn Naam. Daarna zal Christus wederkeren. Vervolgens wordt de vervallen hut van David hersteld.

De Kingdom Now leer keert deze volgorde om. Volgens deze leer moet de Gemeente eerst het Koninkrijk zichtbaar maken, waarna Christus kan terugkeren.

De Schrift zegt precies het tegenovergestelde:

Christus keert terug en Hij vestigt het Koninkrijk.

 

De Gemeente is geen aardse veroveringsmacht

De Gemeente wordt nergens voorgesteld als een organisatie die politieke, economische en culturele machtsposities moet veroveren om het Koninkrijk van God te vestigen.

De Gemeente is het Lichaam van Christus, met een hemelse roeping en bestemming.

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” — Filippenzen 3:20 (STV)

De Gemeente verwacht haar Zaligmaker uit de hemel. Zij bereidt niet eerst een voltooide christelijke wereld voor om die vervolgens aan Hem aan te bieden.

 

Gelovigen worden gezanten (gezondenen) genoemd:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen.” — 2 Korinthe 5:20 (STV)

Een gezant vertegenwoordigt een afwezige Koning in een vreemd land. Hij neemt dat land niet over. Hij verkondigt de boodschap van zijn Koning.

De roeping van de Gemeente is daarom Christus te verkondigen, mensen op te roepen zich met God te laten verzoenen, gelovigen op te bouwen, het Woord te bewaren en de Here Jezus Christus te verwachten.

Nu geroepen dus tot getuigenis, niet tot wereldheerschappij.

 

Kingdom Now verwart Israël met de Gemeente

De zichtbare aardse heerschappij van de Messias is in de profetieën verbonden met Israël, Jeruzalem, het huis van Jakob en de troon van David.

Na de opstanding vroegen de discipelen:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?” — Handelingen 1:6 (STV)

De Here Jezus antwoordde niet dat er geen herstel van Israël zou komen. Hij zei:

“Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft.” — Handelingen 1:7 (STV)

Het herstel werd niet ontkend. Alleen het tijdstip werd niet bekendgemaakt.

De Kingdom Now leer neemt de aardse beloften aan Israël en past die rechtstreeks toe op de Gemeente. De Gemeente wordt daardoor de vermeende erfgenaam van Israëls aardse koninkrijksroeping.

Maar de Gemeente is niet Israël. De hemelse positie van het Lichaam van Christus is niet hetzelfde als de aardse regering vanaf de troon van David.

Wie dit onderscheid uitpoetst of niet ziet, maakt van de Gemeente iets wat zij volgens de Schrift niet is.

 

De wereld wordt niet geleidelijk het Koninkrijk

De Kingdom Now leer verwacht dat het Koninkrijk steeds zichtbaarder wordt doordat de Gemeente terrein wint. De Schrift beschrijft de tijd vóór Christus’ verschijning echter niet als een periode waarin de wereld steeds christelijker wordt.

Paulus schrijft:

“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden.” — 2 Timotheüs 3:1 (STV)

De Here Jezus vroeg:

“Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?” — Lukas 18:8 (STV)

De Schrift verwacht allesbehalve een geleidelijke overwinning van de Gemeente over alle politieke, maatschappelijke en geestelijke machten.

In de gelijkenis van het onkruid blijft het onkruid tussen de tarwe staan tot de oogst. De oogst is de voleinding van de eeuw, wanneer Christus Zelf ingrijpt.

De Gemeente zal vrucht dragen. Het Evangelie zal mensen uit alle volken bereiken. Maar nergens wordt beloofd dat de Gemeente vóór de wederkomst de samenleving zal onderwerpen of de wereld tot het Koninkrijk zal maken.

 

Satan is nog niet gebonden

Binnen de Kingdom Now leer wordt veel gesproken over het ‘binden van territoriale machten, het innemen van steden en het verdrijven van satanische heerschappij”uit complete gebieden.

De Schrift leert onomwonden dat satan in deze tijd nog actief is:

“Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden.” — 1 Petrus 5:8 (STV)

Satan is dus nog niet gebonden zoal voorzegd in Openbaring 20.

Zijn daadwerkelijke binding vindt plaats wanneer een engel uit de hemel neerdaalt en hem op Gods bevel bindt:

“En hij greep den draak, de oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren.” — Openbaring 20:2 (STV)

Niet ‘de Gemeente bindt satan door decreten, territoriale gebeden of moderne apostolische autoriteit’.

God Zélf laat hem op het vastgestelde moment binden.

De gelovige moet de duivel weerstaan. Dat is iets anders dan beweren dat de Gemeente zijn macht over de wereld nu reeds kan of zou moeten  beëindigen.

 

Christus Zelf zal Zijn Koninkrijk vestigen

Het toekomstige Koninkrijk ontstaat niet door kerkelijke strategie, politieke meerderheden, culturele beïnvloeding of moderne apostolische netwerken.

Daniël zegt:

“Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden.” — Daniël 2:44 (STV)

God richt het Koninkrijk op.

Christus verschijnt in heerlijkheid. Hij oordeelt de volkeren, herstelt Israël, aanvaardt de troon van David en maakt Zijn heerschappij openbaar.

Dat is geen geleidelijk menselijk proces. Het is een beslissend Goddelijk ingrijpen.

Bij Zijn eerste komst werd de Koning verworpen. Bij Zijn tweede komst zal Hij Zijn Koningschap openbaar aanvaarden.

 

Het gevaar van de Kingdom Now leer

Wanneer de Gemeente zichzelf gaat zien cq. verheffen als de zichtbare regering van God op aarde, verschuift onvermijdelijk het zwaartepunt.

Het Evangelie van verzoening wordt vervangen door een boodschap van maatschappelijke transformatie. Dienaren worden machthebbers. Moderne apostelen en profeten krijgen bestuurlijke autoriteit. Politieke invloed wordt aangezien voor geestelijke overwinning.

Voorspoed, succes en maatschappelijke macht worden bewijsstukken van koninkrijkskracht. Kritiek op leiders kan vervolgens worden voorgesteld als verzet tegen Gods gezag.

Daarmee ontstaat precies het tegenovergestelde van het voorbeeld van Christus.

De Here Jezus kwam tijdens Zijn eerste komst niet om politieke macht te grijpen, maar om te dienen en Zijn leven te geven.

De Gemeente volgt haar verworpen Heer. Zij draagt in deze wereld niet de kroon van zichtbare wereldheerschappij, maar het getuigenis van een gekruisigde en opgestane Christus.

 

Geen passiviteit, maar trouw

De afwijzing van de Kingdom Now leer betekent niet dat christenen zich dan maar uit de samenleving moeten terugtrekken.

Gelovigen behoren goed te doen, rechtvaardig te handelen, voor hun naasten te zorgen, de waarheid te spreken en hun licht te laten schijnen.

Maar er is een wezenlijk verschil tussen trouw en rechtvaardig leven in de wereld en beweren dat de Gemeente de wereld zou moeten veroveren en het Koninkrijk moet vestigen.

Het eerste is Bijbels.

Het tweede neemt een werk op zich dat Christus voor Zichzelf heeft voorbehouden.

 

Christus bouwt Zijn Gemeente

De Here Jezus heeft niet gezegd dat de Gemeente Zijn Koninkrijk moet bouwen. Hij heeft gezegd:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” — Mattheüs 16:18 (STV)

Christus bouwt Zijn Gemeente.

De Gemeente bouwt niet Zijn Koninkrijk. Zij verkondigt het Evangelie, bewaart het Woord en verwacht de Heer.

Dat is geen zwakke of passieve roeping. Het is trouw blijven aan het werk dat Christus haar daadwerkelijk heeft opgedragen.

 

De Bijbelse volgorde

Christus is gestorven, opgewekt en verhoogd. Hij zit nu aan Gods rechterhand en wacht totdat Zijn vijanden tot een voetbank van Zijn voeten worden gesteld.

In deze tijd verzamelt Hij Zijn Gemeente uit Joden en heidenen. De Gemeente verkondigt het Woord, dient, lijdt, getuigt en verwacht haar Heer.

Daarna zal Christus wederkomen. Hij zal het Davidische Koningschap aanvaarden, Israël herstellen, de volkeren oordelen en Zijn reeds bestaande maar verborgen Koninkrijk zichtbaar op aarde vestigen.

Christus is dus nu al de rechtmatige Koning en de verhoogde Heer. Maar Hij regeert nog niet openbaar vanaf de troon van David over Israël en de volkeren.

 

De Gemeente bouwt het Koninkrijk niet. Christus bouwt Zijn Gemeente en Christus zal Zijn Koninkrijk openbaren.

Kingdom Now zegt eigenlijk:

Wij moeten het Koninkrijk vestigen voordat de Koning komt.

De Schrift zegt:

“Na dezen zal Ik wederkeren.” Handelingen 15:16 (STV)

zie ook:

Bijbelstudie lezingen: Kingdom Now ….

Wie bouwt het Koninkrijk?

Christus bouwt Zijn Gemeente, niet wij Zijn Koninkrijk

Het Koninkrijk van Christus bestaat nu, maar is in onze tijd nog verborgen.  De gemeente bouwt dat Koninkrijk niet; Christus bouwt Zijn Gemeente. De taak van de gelovige is niet om het Koninkrijk zichtbaar te maken, of uit te bouwen  maar om Christus te verkondigen, de gemeente op te bouwen en de Heer uit de hemel te verwachten. Op Gods tijd zal het Koninkrijk openbaar worden bij de komst en heerschappij van de Koning.

“Laten we samen bouwen aan Gods Koninkrijk.”

Het klinkt activerend, enthousiasmerend, gemeentelijk. Ik las het deze week weer eens in een oproep tot eensgezindheid

Iedereen doet mee, iedereen draagt zijn steentje bij, iedereen bouwt aan iets groots. Is waarschijnlijk de onderliggende gedachte.

En toch moet ook nu weer de Bijbel open. Want niet alles wat mooi klinkt, is Bijbels verantwoord..

De vraag is hier niet of mensen het goed bedoelen. Dat zal vaak best zo zijn.

De vraag is: wie bouwt volgens de Schrift het Koninkrijk?

En daar wordt het spannend. Want de Bijbel zegt nergens dat de gemeente het Koninkrijk bouwt. De Bijbel zegt dat Christus Zijn Gemeente bouwt.

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” Matthéüs 16:18 (STV)

Dat is geen detail. Dat is een leerstellig anker.

Christus zegt niet:

“Jullie zullen Mijn Koninkrijk bouwen.”

Hij zegt:

“Ik zal Mijn Gemeente bouwen.”

Daar zit het onderscheid.

God bouwt Zijn Koninkrijk

 

Het Koninkrijk is er al

Sommigen reageren op kritiek op “bouwen aan Gods Koninkrijk” alsof je daarmee zou ontkennen dat Christus nu Koning is. Maar dat is niet het geval. Integendeel.

Christus is opgestaan. Christus is verhoogd. Christus zit aan de rechterhand Gods. Hij heeft alle macht ontvangen. Zijn Koninkrijk is geen toekomstfantasie alsof er nu nog niets bestaat.

Het Koninkrijk van Christus bestaat. Alleen: het is in onze tijd nog niet openbaar op aarde in de vorm waarin de profeten daarover spreken.

Dat onderscheid is wezenlijk.

Het Koninkrijk van Christus is officieel aangevangen bij de opstanding en verhoging van Christus, maar in onze tegenwoordige tijd, de bedeling der genade is het Koninkrijk verborgen; in de bedeling van de volheid der tijden wordt het geopenbaard; en in de bedeling van het Koninkrijk is het openbaar.

Daar ligt de sleutel.

Niet: er is nu geen Koninkrijk.
Ook niet: wij bouwen het nu, maken het zichtbaar op aarde.

Maar: het Koninkrijk bestaat nu, verborgen in Christus, en zal op Gods tijd openbaar worden.

 

Christus zal Koning zijn, maar Zijn Koninkrijk is nu verborgen

Toen Pilatus aan de Heere Jezus vroeg of Hij een Koning was, ontkende Christus Zijn koningschap niet. Maar Hij plaatste het in het juiste kader.

“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” Johannes 18:36 (STV)

Let op: Hij zegt niet: “Ik heb geen Koninkrijk.”
Hij zegt: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.”

Daar zit een wereld van verschil tussen.

Christus heeft een Koninkrijk. Maar het heeft nu niet zijn oorsprong, karakter en openbaring uit deze wereldorde. Het is niet afhankelijk van menselijke macht, kerkelijke invloed, politieke dominantie, culturele herovering of religieuze strategie.

Het is verborgen omdat de Koning Zelf verborgen is in de hemel.

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” Kolossenzen 3:1 (STV)

De Koning is niet afwezig in macht. Maar Hij is wel verborgen voor het oog van de wereld. En daarom is ook Zijn Koninkrijk in deze tijd verborgen.

 

De gemeente bouwt niet het Koninkrijk

De gemeente heeft een heerlijke roeping. Maar juist daarom moeten we haar geen taak geven die de Schrift haar niet geeft.

De gemeente getuigt.
De gemeente verkondigt het Evangelie.
De gemeente wandelt waardiglijk de roeping waarmee zij geroepen is.
De gemeente schijnt als licht in een donkere wereld.
De gemeente verwacht Christus.

Maar de gemeente bouwt niet het Koninkrijk.

Dat klinkt misschien bijna passief in een tijd die verslaafd is aan maakbaarheid. Maar het is juist bevrijdend. Want het haalt de last van onze schouders en legt de eer terug waar deze hoort: bij Christus.

Hij bouwt Zijn Gemeente.

Niet onze programma’s.
Niet onze visiedocumenten.
Niet onze kerkelijke groeimodellen.
Niet onze  maatschappelijke invloed.
Niet onze “impact”.

Christus bouwt.

En wat doet God ondertussen? Hij verzamelt uit de heidenen een volk voor Zijn Naam.

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” Handelingen 15:14 (STV)

Dat is het kemerk van deze tijd. Niet de wereld ‘christelijk’maken. Niet het Koninkrijk zichtbaar maken. Niet de aarde stap voor stap onder kerkelijke heerschappij brengen. Maar God roept een volk uit voor Zijn Naam.

Dat volk is de Gemeente.

 

Het herstel van het Koninkrijk is Gods werk

Wanneer de Schrift spreekt over het herstel van de vervallen hut van David, wordt dat niet als opdracht aan de gemeente gegeven. Het is Gods eigen handelen.

“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen de tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” Handelingen 15:16 (STV)

Let op die woorden: “Ik zal.

Niet: “de gemeente zal.”
Niet: “de kerk zal.”
Niet: “apostelen en profeten van de eindtijd zullen.”
Niet: “wij bouwen samen.”

God zegt:

Ik zal weder opbouwen.”

Dat is een frontale botsing met veel modern kerkjargon. Vooral met taal die leunt op Kingdom Now, dominion-denken, NAR-retoriek en de gedachte dat de kerk ‘het Koninkrijk zichtbaar moet maken op aarde’.

Het klinkt allemaal geestelijk krachtig, maar het schuift ongemerkt op van verwachting naar maakbaarheid. Van Christus’ werk naar mensenwerk. Van de komende openbaring naar een religieus bouwproject.

 

“Bouwen aan Gods Koninkrijk” klinkt mooier dan het is

Natuurlijk bedoelen veel christenen met die zin eenvoudig: samen dienen, getuigen, liefde bewijzen, trouw zijn in de gemeente. In die alledaagse, losse betekenis hoeft niemand meteen als ketter te worden weggezet.

Maar taal vormt en stuurt denken.

Wanneer een gemeente voortdurend zegt dat wij “bouwen aan Gods Koninkrijk”, dan sluipt er gemakkelijk een verkeerde gedachte binnen: alsof Gods Koninkrijk afhankelijk is van onze inzet. Alsof wij de bouwers zijn. Alsof Christus wacht tot wij genoeg stenen hebben aangedragen.

Dat is nadrukkelijk niet de taal van het Nieuwe Testament.

Het Nieuwe Testament zegt dat wij medearbeiders zijn in de dienst, maar niet dat wij het Koninkrijk als project bouwen. Paulus spreekt over arbeid, prediking, planting, watering, stichting van de gemeente. Maar de groei is van God.

“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” 1 Korinthe 3:6 (STV)

Dat is de goede verhouding.

Wij zijn dienaren.
God geeft de wasdom.
Christus bouwt Zijn Gemeente.
God openbaart Zijn Koninkrijk.

 

Het Koninkrijk wordt openbaar op Gods tijd

Het verborgen karakter van het Koninkrijk betekent niet dat het altijd verborgen blijft. Integendeel. De Schrift wijst vooruit naar de dag waarop Christus’ heerschappij openbaar zal worden.

“En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de HEERE één zijn, en Zijn Naam één.” Zacharia 14:9 (STV)

Dat is geen vaag geestelijk beeld voor kerkelijke invloed. Dat is de toekomstige openbaring van de Koning en Zijn heerschappij.

Ook het boek Openbaring spreekt over het moment waarop het Koninkrijk zichtbaar en publiek aan Christus wordt toegeschreven:

“En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.” Openbaring 11:15 (STV)

Daar ligt de hoop. Niet in menselijke opbouw van onderaf, maar in Goddelijke openbaring van bovenaf.

Het Koninkrijk komt niet doordat de kerk de wereld verovert. Het Koninkrijk wordt openbaar wanneer de Koning komt.

 

Het gevaar van Kingdom Now-denken

Het moderne christendom heeft een sterke neiging om alles naar het hier en nu te trekken. De beloften aan Israël worden op de kerk geplakt. De profetieën over het komende Koninkrijk worden vergeestelijkt. De toekomst wordt ingeruild voor activisme. En de verwachting van Christus’ komst wordt vervangen door de opdracht om de wereld te transformeren.

Dan krijg je zinnen als:

“Wij brengen het Koninkrijk.”
“Wij bouwen het Koninkrijk.”
“Wij maken het Koninkrijk zichtbaar.”
“Wij vestigen Gods heerschappij op aarde.”
“Wij nemen de zeven bergen van de samenleving in.”

Dat klinkt strijdbaar. Maar het is leerstellig gevaarlijk.

Want de gemeente wordt dan niet meer gezien als een hemels volk dat haar Heere verwacht, maar als een religieuze bouwploeg die op aarde moet realiseren wat God pas bij de openbaring van Christus zal doen.

Dat is geen Bijbelse hoop. Dat is maakbaarheid met een Bijbels vernislaagje.

 

De gemeente verwacht het Hoofd

De Bijbelse houding van de gemeente is niet: wij bouwen het Koninkrijk totdat of zodat Christus kan terugkomen.

De Bijbelse houding is: wij dienen, getuigen en verwachten Hem Die komt.

“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” Filippenzen 3:20 (STV)

Dat is de positie van de gelovige. Niet geworteld in aardse koninkrijksbouw, maar gericht op de hemel, waar Christus is.

En juist dat maakt de gemeente niet passief, maar zuiver. Zij hoeft geen koninkrijk te bouwen. Zij mag Christus verkondigen. Zij hoeft de wereld niet te veroveren. Zij mag het Woord bewaren. Zij hoeft geen heerschappij te grijpen. Zij mag lijden, dienen, volharden en uitzien.

Dat is veel minder indrukwekkend voor religieuze reclametaal. Maar het is Bijbels.

 

Wat dan wel?

In plaats van “wij bouwen aan Gods Koninkrijk” kunnen we beter Bijbels spreken.

We dienen de Heer.
We bouwen elkaar op in het geloof.
We verkondigen het Evangelie.
We arbeiden in de gemeente.
We getuigen van Christus.
We verwachten Zijn komst.
We leven tot eer van God.

Dat is rijk genoeg. Daar hoeft geen ophitsende koninkrijksretoriek overheen.

Want zodra wij zeggen dat wij het Koninkrijk bouwen, pakken we woorden die de Schrift veel nauwkeuriger gebruikt.

Christus bouwt Zijn Gemeente.
God vergadert een volk voor Zijn Naam.
De Koning bezit het Koninkrijk.
Het Koninkrijk is nu verborgen.
Op Gods tijd wordt het openbaar.

 

De gemeente is niet geroepen om het Koninkrijk te bouwen, maar om Christus te belijden, het Evangelie te verkondigen en de Heer uit de hemel  te verwachten.

Het Koninkrijk bestaat nu werkelijk, want Christus is opgestaan en uitermate verhoogd. Maar het is vooralsnog verborgen, omdat de Koning Zelf verborgen is in de hemel. Straks zal God het openbaar maken, niet als resultaat van menselijke bouwdrift, maar door de verschijning van de Koning Zelf.

Dus nee: wij bouwen Gods Koninkrijk niet.

Christus bouwt Zijn Gemeente.

En God zal Zijn Koninkrijk openbaar maken op Zijn tijd.

Lees ook:

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

Extern:

https://www.vlichthus.nl/wp-content/uploads/2025/01/SAS-Het-Eeuwige-Koninkrijk.pdf

https://www.vlichthus.nl/de-wederkomst-van-de-here-jezus-christus/

Geverifieerd door MonsterInsights