Is er een kroon voor de gelovige?

Is er een kroon voor de gelovige?

De Schrift spreekt niet alleen over het ontvangen van eeuwig leven, maar ook over een kroon die voor de gelovige is weggelegd. Deze twee worden vaak op één lijn gezet, maar het Nieuwe Testament maakt daar zelf een duidelijk onderscheid in. Eeuwig leven is een gave van genade, terwijl de kroon behoort tot het loon dat in de toekomst geopenbaard zal worden.

Eeuwig leven wordt ontvangen op grond van het volbrachte werk van Christus. Dat is niet afhankelijk van menselijke inzet, volharding of trouw, maar uitsluitend van genade. Paulus verwoordt dat helder wanneer hij schrijft:

“Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave” (Efeze 2:8)

Het behoud is daarmee vast en zeker voor iedere gelovige.

Toekomst

Wanneer de Schrift echter spreekt over een kroon, verschuift de aandacht naar de toekomst. Het gebruikte beeld is niet dat van een koningskroon, maar van een overwinningskrans. Paulus gebruikt dat beeld wanneer hij schrijft:

“En een iegelijk, die om prijs strijdt, onthoudt zich in alles; deze dan om een verderfelijke kroon te ontvangen, maar wij een onverderfelijke” (1 Korinthe 9:25).

De kroon wordt hier verbonden aan de loopbaan, niet aan het begin ervan.

Dat de kroon toekomstig is, blijkt ook uit Paulus’ persoonlijke getuigenis aan het einde van zijn leven. Hij schrijft:

“Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, geven zal in dien dag; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben” (2 Timotheüs 4:8).

De kroon is dus niet iets wat de gelovige nu reeds bezit, maar iets wat bewaard wordt tot de dag van Christus.

In Romeinen verbindt Paulus deze toekomstige verheerlijking aan het lijden met Christus. Hij schrijft:

“En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen; erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden” (Romeinen 8:17).

Het kindschap en het erfgenaamschap staan vast, maar de verheerlijking wordt hier verbonden aan trouw en volharding.

Dat verklaart ook waarom Paulus tot gelovigen kan zeggen:

“Werkt uw zelfs zaligheid met vreze en beven” (Filippenzen 2:12).

Uitwerking

Deze woorden kunnen niet betekenen dat men zichzelf zou moeten behouden, want Paulus schrijft dit aan mensen die al zalig zijn. Het gaat hier om de uitwerking en voltooiing van het geloofsleven, niet om het verkrijgen van eeuwig leven, maar om het verkrijgen van loon.

De Schrift laat bovendien zien dat een gelovige loon kan missen. In Openbaring klinkt de ernstige waarschuwing:

“Houd dat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme” (Openbaring 3:11).

Dat zegt ons dat de kroon ontvangen wordt, ook al is men een gelovige.

Het bekende voorbeeld van Ezau bevestigt dit principe. Van hem wordt gezegd dat hij

“om één spijze het recht van zijn eerstgeboorte weggaf” (Hebreeën 12:16).

Ezau bleef zoon, maar verloor zijn eerstgeboorterecht. Zo kan ook een gelovige behouden zijn en toch een deel van de erfenis missen.

De kroon behoort daarom niet tot het fundament van het geloof, maar tot de volheid van de erfenis. Het fundament is Christus alleen. Alles wat daarbovenuit ontvangen wordt, is verbonden aan trouw, volharding en het wandelen met Hem. De Heilige Geest, Die de gelovige nu reeds ontvangen heeft, is het onderpand van wat nog komt en wijst vooruit naar de toekomstige verheerlijking.

Zo laat de Schrift zien dat de kroon geen beloning is voor uitzonderlijke prestaties, maar het gevolg van een voleindigde loopbaan. Niet tot eer van de mens

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?”

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?”

Het recyclen of heretiketteren van de Tien Geboden als “tien kernwaarden voor het christelijk leven” kan klinken als een onschuldige moderne parafrasering. In werkelijkheid is het, zacht uitgedrukt, onjuist en in het slechtste geval theologisch misleidend. De terminologie verandert, maar de functie niet. Wat niet langer wet wordt genoemd, blijft in de praktijk functioneren als wet.

Niet geïnternaliseerd, maar de relatie beëindigd


Paulus laat geen ruimte voor deze herinterpretatie. Hij zegt niet dat de wet is verzacht, geïnternaliseerd of omgevormd tot waarden. Hij zegt dat de gelovige niet onder de wet is:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, SV)

Meer nog, hij zegt dat de gelovige voor de wet gestorven is:

“6 Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter.”
(Romeinen 7:6, SV)

En hij trekt de beslissende conclusie:

“Want het einde (doel) der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft.”
(Romeinen 10:4, SV)

Deze uitspraken laten geen ruimte voor het voortbestaan van de wet onder een moreel masker.

Een bediening die voorbij is


Dit wordt nog scherper bevestigd in 2 Korinthe 3. Paulus identificeert de Tien Geboden expliciet als:

“En indien de bediening des doods, in letteren bestaande en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, ”
(2 Korinthe 3:7, SV)

En hij stelt zonder omwegen dat deze bediening teniet gedaan is:

“Want indien hetgeen te niet gedaan wordt, door heerlijkheid was, veel meer is hetgeen blijft, in heerlijkheid.”
(2 Korinthe 3:11, SV)

Wat teniet gedaan is, wordt niet voortgezet onder een andere naam. Spreken over kernwaarden suggereert continuïteit, terwijl Paulus juist over discontinuïteit spreekt.

In plaats daarvan introduceert hij geen nieuw moreel kader, maar een geheel andere bediening:

“Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.”
(2 Korinthe 3:6, SV)

En hij vat het resultaat samen:

“De Heere nu is de Geest; en waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid.”
(2 Korinthe 3:17, SV)

“Kernwaarden” is geen Bijbels begrip


Bovendien is “kernwaarden” helemaal geen Bijbels begrip. Het komt voort uit moderne management- en organisatietaal, waar het verwijst naar vaste principes die gedrag sturen, beoordelen en reguleren.

Dit concept in de theologie introduceren betekent dat men een vreemd denkkader importeert en dat vervolgens op de Schrift projecteert. Dat is geen exegese, maar herinterpretatie , of,sterker nog.-inlegkunde.

Paulus spreekt niet in termen van waarden of principes, maar in relationele categorieën:
onder de wet of onder de genade,
in Adam of in Christus,
naar het vlees of naar de Geest.

Het centrum van het christelijk leven is geen moreel systeem, maar een Persoon:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.”
(Galaten 2:20, SV)

Leerstellige en pastorale gevolgen


De taal van kernwaarden bevrijdt niet; zij belast. Waarden blijven gedrag beoordelen, meten en aanspreken. Ze kunnen richting geven, maar ze geven geen leven. Op die manier wordt de druk van de wet functioneel hersteld — precies waarvoor Paulus waarschuwt:

“Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.”
(Galaten 5:1, SV)

Wat is nu de plaats van de Tien Geboden?

De Tien Geboden behouden hun betekenis als openbaring van Gods heiligheid en als spiegel van menselijke onmacht en tekort:

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”
(Romeinen 3:20, SV)

Maar zij zijn niet de kernwaarden van het christelijk leven. Dat leven wordt niet gevormd door waarden, maar door gemeenschap met Christus, door de Geest.

Conclusie

>>Wat Paulus als beëindigd verklaart, kan niet worden voortgezet door het dan maar een andere naam te geven<<

De Bergrede is geen wet voor de christen

Wie de Bergrede gebruikt als leefregel voor de christen, plaatst de gelovige terug onder de wet en miskent daarmee de volle betekenis van het kruis. De Bergrede werd uitgesproken vóór Golgotha, tot mensen die onder de wet stonden. De vrijheid van de gelovige — “niet onder de wet, maar onder de genade” — was toen nog niet geopenbaard.

“Maar eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld, en besloten tot het geloof dat geopenbaard zou worden.”
(Galaten 3:23)

“Welke verborgenheid van alle eeuwen en van alle geslachten verborgen is geweest, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen.”
(Kolossenzen 1:26)

Wie de Bergrede na het kruis als wet oplegt, negeert deze breuklijn.

Geen verzachting, maar verzwaring van de wet

Jezus verzacht in de Bergrede de wet niet, Hij verdiept haar tot in het hart. Niet alleen de daad wordt geoordeeld, maar ook de begeerte:

“Maar Ik zeg u, dat een iegelijk, die een vrouw aanziet om haar te begeren, die heeft alrede overspel met haar gedaan in zijn hart.”
(Mattheüs 5:28)

“Maar Ik zeg u, dat een iegelijk, die tegen zijn broeder zonder oorzaak toornig is, schuldig zal zijn door het gericht.”
(Mattheüs 5:22)

Deze woorden maken de wet niet uitvoerbaar, maar onontkoombaar.

“Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.”
(Jakobus 2:10)

De Bergrede spreekt de mens niet vrij, maar sluit hem op onder schuld.

Wettisch gebruik ontkent het kruis

Christus heeft de gelovige van de wet verlost, niet haar verfijnd.

“Maar nu zijn wij van de wet vrijgemaakt, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren.”
(Romeinen 7:6)

“Christus heeft ons verlost van den vloek der wet.”
(Galaten 3:13)

Wie de Bergrede tot wet maakt, herintroduceert wat Christus heeft beëindigd.

Niet eis, maar leven

Het christelijke leven wordt niet gevormd door geboden, maar door een nieuwe identiteit:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.”
(Galaten 2:20)

“Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn.”
(Romeinen 8:1)

De gerechtigheid die de wet eist, wordt niet door de wet vervuld, maar door de Geest:

“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.”
(Romeinen 8:4)

Conclusie

De Bergrede is geen nieuw Sinaï decreet en geen christelijke leefregel. Zij openbaart wat volmaakte gerechtigheid is, opdat de mens tot Christus zou vluchten.

“Alzo is dan de wet onze tuchtmeester geweest tot Christus.”
(Galaten 3:24)

Wie de Bergrede wettisch toepast, keert terug tot slavernij.

“Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.”
(Galaten 5:1)

Niet de Bergrede regeert het leven van de christen, maar Christus alleen.

Geverifieerd door MonsterInsights