“Van in de garage staan word je geen auto”

“Van in de garage staan word je geen auto”

Een metafoor waarvan de herkomst onduidelijk is, soms wordt hij toegeschreven aan Willem Kieft, dan weer aan Louis van Gaal, of zelfs aan de karakteristieke politicus Jan Schaefer. Van de laatste kan ik me trouwens nóg wel een karakteristieke en stevige uitspraak herinneren. (“In geouwehoer kun je niet wonen“, n.a.v  de woningnood die er destijds in 1978 al was in Amsterdam). Als taalliefhebber kan ik daar erg van genieten.

Kerkgang

Wat hiermee bedoeld wordt, lijkt me wel duidelijk. Deze vlieger gaat ook op voor kerkgang. Van naar de kerk gaan word je nog geen christen, al denken veel mensen dat nog steeds. “Als je maar gaat” is dan vaak de gedachte. De werkelijkheid is toch wel anders. Als je niet gelooft heeft het geen enkele zin om trouw elke zondag (twee keer?) aan te schuiven in de kerkbanken.

Dovemansoren

Van een kerk mag verwacht worden dat daar het Woord van God gebracht wordt. En als je niet gelooft, is dat eenvoudig aan dovemansoren gericht. Dat gaat je geen beter mens maken. Sterker nog: de kans is aanwezig dat je er super gefrustreerd en doodongelukkig van wordt, omdat je allemaal dingen hoort, waar je geen bal van snapt.
Dat is een vrij logisch en trouwens ook Bijbels principe; geestelijke dingen worden geestelijk verstaan. Als je het niet gelooft is het sowieso allemaal dwaasheid.

Gewoonte

Zorg er voor dat je niet stomweg gaat uit gewoonte, of omdat iemand dat van je vraagt of zelfs eist. Geloven is in eerste instantie vertrouwen op de informatie die je is medegedeeld. En die informatie kun je In de Bijbel vinden, of ga desnoods op zoek naar een christen die je het een en ander kan uitleggen.
Denk niet dat het “vanzelf wel komt”, of “later”, want de garantie dat je straks nog leeft, heb je niet.
Er is een levende God, en Zijn Zoon heet Jezus Christus. De Bijbel vertelt ons dat Hij de weg naar God is. Ga op zoek nu.

 

En wees niet als iemand die in de garage gaat staan hopen dat hij/zij een auto wordt…..

De Naam die men liever niet noemt

De Naam die men liever niet noemt

Over angst, aanpassing en een zwijgen dat te ver gaat

Er is één opvallend kenmerk dat ik steeds weer aantref bij organisaties die zich christelijk noemen en tegelijk sterk gericht zijn op dialoog, hulpverlening of bruggenbouw met Joden:
men spreekt graag over God, over liefde, over dienstbaarheid — maar de Naam van Jezus Christus blijft angstvallig afwezig.

Dat zwijgen is geen toeval.
En het is ook niet neutraal.

Het is geen vergetelheid, maar een bewuste keuze

Wie websites, missiestatements en publieksmateriaal leest, ziet dat er uiterst zorgvuldig wordt geformuleerd. Woorden worden gewogen. Gevoeligheden ontzien. En precies daar, waar het christelijk geloof zijn hart heeft, valt een stilte.

Niet omdat men Jezus niet kent.
Niet omdat men Hem vergeten is.
Maar omdat men Hem niet wil noemen.

Waarom?

Omdat Zijn Naam schuurt.
Omdat Hij aanstoot geeft.
Omdat Hij relaties kan verstoren.
Omdat Hij deuren kan sluiten die men open wil houden.

Maar dát is nu precies HET probleem.

De Bijbel kent geen Naamloze liefde

De Schrift is hier opvallend helder.

Handelingen 4:12 (SV)

“En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”

Niet: een principe.
Niet: een algemeen godsbegrip.
Maar: een Naam.

Wie bewust over God spreekt en tegelijk structureel zwijgt over Jezus Christus, doet iets wat de Bijbel nergens toestaat:

God losmaken van Zijn Zoon.

Aanpassing aan de ontvanger? Paulus doet het niet

Het argument klinkt vroom: “We willen aansluiten bij de Jood, geen aanstoot geven, eerst relatie bouwen.”
Maar juist Paulus — de apostel met het diepste hart voor Israël — wijst die weg af.

In Romeinen 1:16 schrijft hij dat het Evangelie een kracht van God is

“eerst den Jood”,

maar hij voegt er onmiddellijk aan toe:
het blijft het Evangelie van Christus.

Paulus past zijn toon aan, zijn vorm, zijn benadering,
maar nooit de inhoud.
Nooit de Naam.

Christus is een aanstoot, en dat wist men al

De Schrift doet hier geen enkele poging tot verzachting. In 1 Korinthe 1:23 lezen we:

“Maar wij prediken Christus den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis…”

Dat is geen communicatief falen.
Dat is geen culturele blindheid.
Dat is onvermijdelijk.

Wie probeert die ergernis weg te nemen door Christus te verzwijgen, verwijdert niet een struikelblok, maar het fundament.

Liefde zonder waarheid is geen Bijbelse liefde

Er wordt veel gesproken over liefde, dienstbaarheid en compassie. Maar de Bijbel is hier scherp: liefde die losstaat van de waarheid over Christus is geen christelijke liefde.

In 2 Johannes1:9 staat onomwonden:

“Die niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet.”

Dat is confronterend.
Maar het is niet hard , het is eerlijk.

De diepere angst

Laten we het benoemen:
het probleem is niet theologisch onvermogen, maar angst.

Angst om afgewezen te worden.
Angst om deuren te sluiten.
Angst om het verwijt van zending te krijgen.
Angst om als ‘te christelijk’ gezien te worden.

Maar juist daarom is dit zwijgen zo ernstig.

Want wie Christus verzwijgt om vrede te bewaren,
bewart een vrede die niet Bijbels is.

De Bijbel kent geen christendom zonder Christus.
Geen God zonder de Zoon.
Geen liefde zonder waarheid.
En geen zegen die voortkomt uit het verzwijgen van de Naam boven alle namen.

Wie werkelijk liefheeft — Jood én Griek —
zal niet zwijgen waar God spreekt.

Niet uit hardheid.
Maar uit trouw.

Johannes 10 vers 5

Johannes 10 vers 5

De context van dit vers lezen we in Johannes 10

1 VOORWAAR, voorwaar zeg Ik ulieden: Die niet ingaat door de deur in den stal der schapen, maar van elders inklimt, die is een dief en moordenaar.
2 Maar die door de deur ingaat, is een herder der schapen.
3 Dezen doet de deurwachter open, en de schapen horen zijn stem; en hij roept zijn schapen bij name, en leidt ze uit.
4 En wanneer hij zijn schapen uitgedreven heeft, zo gaat hij voor hen heen; en de schapen volgen hem, overmits zij zijn stem kennen.
5 Maar een vreemde zullen zij geenszins volgen, maar zullen van hem vlieden, overmits zij de stem der vreemden niet kennen.
6 Deze gelijkenis zeide Jezus tot hen; maar zij verstonden niet wat het was, dat Hij tot hen sprak.

De reden dat de schapen zullen weglopen voor een vreemde, is dat zij de stem van hun herder kennen, (in vers 4) en naar een vreemde niet zullen luisteren.

Overdrachtelijk gesproken is het zo dat gelovigen met een getraind oor niet zullen luisteren naar vreemde leraars, die met een ‘andere stem’ spreken. Zorg er dus voor dat je ‘de stem’ van Jezus kent.

 

Geverifieerd door MonsterInsights