Waarom “Verbondstheologie” tekort schiet

Waarom “Verbondstheologie” tekort schiet

Gebrek aan expliciete Bijbelse grondslag

Een fundamenteel probleem van de verbondstheologie (pdf) is dat deze steunt op een theologisch geconstrueerd raamwerk dat niet expliciet zo in de Schrift wordt aangereikt. Centrale pijlers zoals het “Werkverbond” en het “Genadeverbond” worden nergens systematisch benoemd of uitgewerkt in de Bijbel zelf.

Ze zijn het resultaat van latere theologische reflectie, niet van directe uitleg.

Dat betekent dat definities en structuren vaak van buitenaf aan de tekst worden opgelegd. De theologie fungeert dan als bril waardoor de Schrift gelezen moet worden, in plaats van dat de Schrift zelf de leer voortbrengt. Dit staat in scherp contrast met begrippen als bedeling (oikonomia), die wél expliciet en herhaaldelijk in het Nieuwe Testament voorkomen, vooral in de brieven van Paulus.

Veronachtzaming van heilshistorische verschillen

De verbondstheologie benadert de Bijbel als één uniforme geschiedenis waarin wezenlijk niets verandert. Adam, Abraham, Mozes en de Christen worden gezien als deelnemers aan hetzelfde verbond, met hooguit andere uiterlijke vormen.

Hierdoor vervagen de duidelijke verschillen die de Schrift zelf maakt tussen tijdperken, verantwoordelijkheden en openbaring. De voortgang in Gods handelen wordt afgevlakt. Uitspraken als dat Adam “bij de Kerk hoorde” of dat Abraham op exact dezelfde wijze wedergeboren zou zijn als een gelovige vandaag, zijn daar het gevolg van. Zulke conclusies doen geen recht aan het feit dat Gods openbaring toeneemt, verdiept en verandert in vorm door de geschiedenis heen.

Onvermogen om Wet en Genade te onderscheiden

Hoewel de verbondstheologie belijdt dat de mens door genade behouden wordt, blijft de Wet, als leefregel, in de praktijk een blijvende norm binnen het christelijk leven. De Wet wordt niet werkelijk losgelaten, maar krijgt een andere functie.

Dit leidt tot een voortdurende vermenging van Sinaï en Golgotha. Begrippen als rechtvaardiging en heiliging, positie en wandel, worden onvoldoende onderscheiden. Paulus’ scherpe uitspraken dat de gelovige “niet onder de wet” is, of dat wie door de wet gerechtvaardigd wil worden “van de Genade vervallen” is, passen moeilijk binnen dit kader en worden daarom vaak afgezwakt of hervertaald.

Het gevolg is een geloofsbeleving waarin Genade wel wordt beleden, maar niet volledig wordt beleefd.

Israël ten opzichte van de Gemeente

Een cruciaal probleem is dat Israël en de Gemeente worden gezien als één en hetzelfde volk, slechts in verschillende fasen van hetzelfde verbond. Daarmee verdwijnt het onderscheid dat de Schrift zelf consequent maakt.

Concrete beloften aan Israël – zoals land, herstel, nationale bekering en toekomstig koningschap – worden vergeestelijkt en toegepast op de Kerk. Dit maakt grote delen van de profetieën hun oorspronkelijke betekenis kwijt. Met name de hoofdstukken Romeinen 9–11 worden binnen dit systeem lastig te duiden, omdat daar nadrukkelijk gesproken wordt over een toekomstig herstel van Israël als volk.

Wanneer Israël zijn eigen plaats verliest, verliest ook Gods trouw aan Zijn beloften haar zichtbare gestalte.

Neutralisering van toekomstige profetie

Veel verbondstheologische benaderingen kennen uiteindelijk slechts één toekomstmoment: de jongste dag. Alles daartussen verdwijnt. Profetieën worden geestelijk geïnterpreteerd, symbolisch gemaakt of geacht reeds vervuld te zijn.

Hierdoor verliezen profetische gedeelten hun tijdstructuur en concrete verwachting. Het duizendjarig rijk wordt ontkend of herleid tot een geestelijke realiteit in het heden. Openbaring wordt omgevormd tot een beschrijving van kerkgeschiedenis of morele strijd, in plaats van een profetisch boek met toekomstperspectief.

Dit staat op gespannen voet met de duidelijke tijdsaanduidingen en verwachtingen die de Schrift zelf aanreikt.

Willekeurige toepassing van Schriftgedeelten

Doordat alles in principe voor hetzelfde verbond en hetzelfde volk zou gelden, ontbreekt een helder antwoord op de vraag: voor wie is deze tekst bedoeld?

Het gevolg is een selectieve omgang met de Schrift. Sommige teksten worden rechtstreeks toegepast op de gelovige vandaag, terwijl andere teksten worden genegeerd, vergeestelijkt of naar de achtergrond geschoven. Er is geen consistente uitleg. Dat leidt tot innerlijke tegenstrijdigheden en pastorale verwarring.

Onderschatting van Paulus’ unieke bediening

De openbaring die aan Paulus is toevertrouwd wordt binnen de verbondstheologie meestal gezien als een verdere uitleg van bestaande waarheden, niet als de introductie van een nieuwe huishouding.

Daarmee verdwijnt het gewicht van Paulus’ uitspraken over een verborgenheid die in eerdere eeuwen niet bekendgemaakt was. De Gemeente wordt alsnog ingepast in Israëls profetische lijn, terwijl Paulus juist benadrukt dat hier iets totaal nieuws is geopenbaard. De radicaliteit van zijn evangelie wordt zo afgezwakt.

Theologische geslotenheid

De verbondstheologie functioneert in de praktijk vaak als een gesloten systeem. Wanneer Schriftgedeelten niet goed passen, wordt niet het systeem herzien, maar de uitleg aangepast.

Dat maakt het moeilijk om werkelijk open te blijven voor wat de tekst zegt. Schriftgegevens die spanning oproepen worden gladgestreken, en alternatieve benaderingen worden snel als gevaarlijk of onschriftuurlijk bestempeld. Zo wordt de leer zelf uitgangspunt, in plaats van de Schrift.

Pastorale gevolgen

De vermenging van bedelingen heeft niet alleen leerstellige, maar ook pastorale gevolgen. Veel gelovigen blijven leven onder druk, onzekerheid en prestatiedenken. De rust van de volbrachte verlossing komt zo onvoldoende tot haar recht.

Waar Paulus spreekt over zekerheid, vrede en vrijheid in Christus, ontstaat in de praktijk vaak een geloofsleven dat draait om toetsing, zelfonderzoek en morele spanning. Dat is geen klein bijverschijnsel, maar een direct gevolg van het ontbreken van helder onderscheid.

Samenvattend

De kern van de kritiek is niet dat de verbondstheologie niets goeds voortbrengt, maar dat zij te weinig onderscheid maakt. Juist dat onderscheid is nodig om de Schrift recht te doen, Gods heilsplan in zijn samenhang te zien en werkelijk te leven uit Genade.

Wie de verschillen negeert, loopt vast in verwarring.
Wie ze erkent, ontdekt orde, rust en diepte in het Woord.

zie ook:

De vloek van de wet

Bedelingen….

Hebreeën 10:25, welke samenkomst?

Hebreeën 10:25, welke samenkomst?

“En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet dat de dag nadert”..                                              (Hebreeën 10:25 STV)

Hebreeën 10:25 wordt vaak aangehaald als bewijs dat een christen verplicht zou zijn om naar de plaatselijke samenkomst of kerk te gaan.. Zeer recent nog hoorde ik deze tekst als zodanig aangehaald worden.
Voor veel mensen is dit zondermeer een uitgemaakte zaak. Toch blijkt bij nadere bestudering dat dit vers over iets anders gaat.

Het gevaar van een losse tekst

Het probleem begint wanneer Hebreeën 10:25 los wordt geciteerd, zonder rekening te houden met de directe context. Wie eerlijk doorleest, komt onmiddellijk bij de verzen 26 tot en met 29. Daar wordt gesproken over willens en wetens zondigen nadat men de kennis van de waarheid heeft ontvangen, over het ontbreken van een offer voor de zonde, over een schrikkelijke verwachting van oordeel en over het vertreden van de Zoon van God en het onrein achten van het bloed van het verbond.

De vraag dringt zich vanzelf op: kan dit werkelijk slaan op iemand die niet naar een kerkelijke bijeenkomst gaat? Het antwoord is overduidelijk. Dat zou leerstellig onhoudbaar en innerlijk tegenstrijdig zijn.

De hoofdgedachte van de Hebreeënbrief

De Hebreeënbrief heeft één grote lijn. De schrijver richt zich tot gelovigen met een Joodse achtergrond en waarschuwt hen ernstig om niet terug te keren naar het oude verbond. Christus wordt gepresenteerd als de volmaakte Hogepriester, Zijn offer als eenmalig en volkomen voldoende. Er bestaat geen ander offer meer en er is geen andere weg tot God dan door Hem.

Alles in deze brief draait om het blijven ingaan tot Christus, om het vasthouden aan Hem en aan het nieuwe Verbond dat in Zijn bloed is opgericht.

Wat betekent “onderlinge bijeenkomst”?

In Hebreeën 10:25 wordt het Griekse woord episynagōgē gebruikt. Dat woord komt in het Nieuwe Testament slechts twee keer voor. De andere keer is in 2 Thessalonicenzen 2:1, waar het wordt vertaald met “toevergadering tot Hem”.

In die tekst kan het onmogelijk over een plaatselijke samenkomst gaan. Het gaat daar over het bijeenvergaderd worden tot Christus Zelf. Hetzelfde woord, in dezelfde betekenis, wordt gebruikt in Hebreeën 10. De vertaling “onderlinge bijeenkomst” wekt daarom gemakkelijk een verkeerde indruk. Het gaat niet primair om een fysieke bijeenkomst, maar om het blijven toevergaderd zijn tot Christus.

De werkelijke oproep van Hebreeën 10:25

De oproep van de schrijver is ernstig en indringend. Hij waarschuwt zijn lezers om het niet los te laten om tot Christus te blijven gaan. Om niet af te haken, niet terug te keren naar een systeem dat geen leven meer biedt, maar vast te houden aan de belijdenis van de hoop. Dat verklaart ook waarom de waarschuwing in de verzen daarna zo scherp is. Het gaat niet om het missen van een samenkomst, maar om het loslaten van Christus Zelf.

Samenkomen als gelovigen?

Dat samenkomen als gelovigen nuttig, goed en waardevol is, staat buiten kijf. De Schrift geeft daarvan ook tal van voorbeelden. Maar nergens wordt dit afgedwongen met dreiging van oordeel. Het Nieuwe Testament kent geen kerkelijke aanwezigheidsplicht op straffe van geestelijk verderf.

Hebreeën 10:25 gebruiken om kerkbezoek verplicht te stellen, doet daarom geen recht aan de tekst, niet aan de context en niet aan de boodschap van het evangelie.

Resumerend

Hebreeën 10:25 gaat niet over verplicht kerkbezoek. Het gaat over het blijvend toevergaderd zijn tot Christus. Over volharden in het nieuwe verbond en niet terugvallen in wat geen leven kan geven.

Wie dit ziet, leest dit vers niet langer als een stok achter de deur, maar als een ernstige en tegelijk liefdevolle oproep om vast te houden aan Hem die de enige Hogepriester is, het enige Offer en het enige Leven.

De wet van Christus

De wet van Christus

Geen “Sinaï” voor de gemeente, maar ook geen wetteloosheid

Wie helder ziet dat gelovigen uit de volken nooit onder de wet van Mozes hebben gestaan, krijgt onvermijdelijk de vraag:
staan christenen dan helemaal zonder wet?

Het antwoord van de Schrift is ondubbelzinnig: nee.
Maar even ondubbelzinnig is dit: ook niet onder Mozes.

De Bijbel kent geen wetteloos christendom, maar ook geen terugkeer naar Sinaï.

Paulus is ondubbelzinnig duidelijk: niet zonder wet, maar onder Christus

Paulus schrijft:

Dengenen die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet zijnde (Gode nochtans zijnde niet zonder de wet, maar voor Christus onder de wet), opdat ik degenen die zonder de wet zijn, winnen zou.
(1 Korinthe 9:21)

Dit vers wordt vaak gladgestreken, maar het zegt precies wat het zegt:

  • niet onder de wet (van Mozes)
  • niet zonder wet
  • onder de wet van Christus

Wie hier Mozes via de achterdeur binnenhaalt, leest iets wat er niet staat.

Wat is de wet van Christus?

De wet van Christus is niet een heruitgave van de Sinaï-wet.Ook geen los verkrijgbare morele vaagheid.
Zij is de concrete gehoorzaamheid die voortkomt uit leven in gemeenschap met Christus.

Jezus Zelf zegt:

“Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden.”
(Johannes 14:15)

En:

“Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt.”
(Johannes 13:34)

De wet van Christus is:

  • relationeel, niet contractueel
  • geestelijk, niet ceremonieel
  • innerlijk, niet opgelegd

Deze werkt niet van buiten naar binnen, maar van binnen naar buiten.

De wet vervuld in ons niet door ons

Dit is het cruciale verschil met Mozes.

“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons,
die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.”
(Romeinen 8:4)

Let op de formulering:

  • niet door ons
  • maar in ons

De wet van Christus vraagt geloof, geen menselijke prestatie, maar goddelijke inwoning. Wat de wet eiste maar niet kon bewerken, doet God Zelf door Zijn Geest.

Waarom dit geen wetteloosheid is

Sommigen menen dat spreken over genade en vrijheid automatisch leidt tot losbandigheid. De Schrift denkt daar anders over.

“Want gij zijt geroepen tot vrijheid…
alleen gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees.”
(Galaten 5:13)

De wet van Christus sluit zonde niet uit door regels, maar door vernieuwing van het hart en van het denken. Wie door de Geest leeft, zoekt geen uitwegen om te zondigen, maar verlangt ernaar God te behagen.

Waarom dit ook geen verkapt wetticisme is

Even gevaarlijk is de andere kant: de wet van Christus gebruiken als nieuwe wet met nieuwe verplichtingen, nieuwe lijsten en nieuwe druk.

Dan wordt zelfs Christus weer tot een wetgever op afstand, in plaats van de Heer die in ons leeft.

Paulus zegt niet: doe dit en leef.
Hij zegt:

“Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.”
(Galaten 2:20)

Dat is geen techniek.
Dat is relatie.

Samengevat

De wet van Christus is:

  • geen Sinaï 2.0
  • geen sabbatisme in christelijke verpakking
  • geen morele vrijblijvendheid

maar:

  • leven uit verbondenheid met Christus
  • wandelen door de Geest
  • gehoorzaamheid als vrucht, niet als voorwaarde

Wie dit verwart, belandt óf in wetticisme, óf in wetteloosheid.
Wie dit verstaat, ontdekt dat genade niet minder gehoorzaam maakt, maar juist meer.

‘Mozes,’ stond geschreven op steen.
Christus schrijft in harten.

Die wet blijft.

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2)

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2)

Waarom sabbatisme en judaïsering het evangelie ondergraven

Korte samenvatting van mijn vorige blog hierover

Veel Christenen denken dat alle mensen vóór hun bekering “onder de wet” waren en daar door Christus van zijn bevrijd. Dat klinkt logisch, maar het is onbijbels.
De wet van Mozes werd niet aan alle mensen gegeven, maar aan één volk: Israël. Wie dat onderscheid negeert, raakt onvermijdelijk verstrikt in sabbatisme, judaïsering of een ‘werk evangelie’

Dit blog laat zien waarom gelovigen uit de volken nooit onder de wet stonden, waarom zij er dus ook niet van bevrijd hoefden te worden, en waarom het opnieuw opleggen van de wet , op welke manier ook, met welke goed bedoelingen dat ook mag zijn, vandaag geen verdieping is, maar achteruitgang.

 

De wet van Mozes was nooit universeel

De Bijbel laat hier geen ruimte voor twijfel.

“Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend,
Israël Zijn inzettingen en Zijn rechten.
Alzo heeft Hij geen volk gedaan;
en Zijn rechten, die kennen zij niet.”
(Psalm 147:19–20)

De wet hoorde bij het Sinaïtische verbond. Dat verbond werd gesloten met Israël, niet met “de mensheid”. De volken stonden daar buiten. Wie doet alsof de wet altijd voor iedereen gold, schrijft iets in de Schrift wat er eenvoudig niet staat.

Heidenen stonden niet onder de wet, zegt Paulus

Paulus is opvallend precies:

“Wanneer de heidenen, die de wet niet hebben…”
(Romeinen 2:14)

Niet: die de wet overtreden hebben.
Maar: die de wet niet hebben.

Heidenen droegen geen Sinaï-verantwoordelijkheid. Zij stonden niet onder de verbondsvloek, noch onder de verbondszegen van de wet. Hun probleem was zonde — niet wetsbreuk.

 Daarom, gelijk door één mens (Adam) de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood, en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben. (Romeinen 5:12)

“Wij waren onder de wet” — wie is “wij”?

In Galaten 3 lezen we:

“Maar eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld.”
(Galaten 3:23)

Dit wij wordt vaak achteloos toegepast op alle mensen. Maar Paulus spreekt hier als Jood, namens Israël. Alleen Israël stond onder de wet.

Dat blijkt duidelijk uit Galaten 4:

“God heeft Zijn Zoon gezonden, geworden onder de wet,
opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou.”
(Galaten 4:4–5)

Christus kwam onder de wet, omdat Hij Israël kwam verlossen. Als de volken ook onder de wet hadden gestaan, is deze tekst inhoudsloos.

Heidenen werden niet “vrijgemaakt van de wet”

Dit is een belangrijk detail dat vaak wordt gemist.

Heidenen hadden geen wet van Mozes om van bevrijd te worden. Paulus beschrijft hun toestand vóór Christus zo:

“Dat gij te dien tijde waart zonder Christus,
vervreemd van het burgerschap Israëls,
en vreemdelingen van de verbonden der belofte.”
(Efeze 2:12)

Hun probleem was niet: onder de wet zijn.
Hun probleem was: in Adam veroordeeld, buiten Christus zijn.

Daarom spreekt Paulus bij heidenen niet over “losmaking van de wet”, maar over:

  • nabijgebracht worden,
  • mede-erfgenamen worden,
  • ingelijfd worden in Christus.

De wet blijft heilig, maar niet als leefregel voor de gemeente

Dat heidenen nooit onder de wet stonden, betekent niet dat Gods morele wil verdwenen is. Het betekent wel dat de wet van Mozes niet de leefregel van de gemeente is.

Christenen:

  • staan niet onder Mozes,
  • maar zijn ook niet wetteloos,
  • zij staan onder de wet van Christus.

“Niet zonder de wet Gods, maar onder de wet van Christus.”
(1 Korinthe 9:21)

Die wet werkt niet door oplegging, maar door inwoning:

“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons,
die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.”
(Romeinen 8:4)

Sabbatisme: oude verbondseisen voor nieuwe-verbondsmensen

De sabbat was het uitdrukkelijke teken van het oude verbond:

“Het is een teken tussen Mij en de kinderen Israëls.
(Exodus 31:16–17)

Niet tussen God en de gemeente.
Niet tussen God en de volken.

Wie de sabbat verplicht stelt voor christenen:

  • verwart Israël en de gemeente,
  • negeert Kolossenzen 2:16,
  • en legt een juk op dat Christus niet oplegt.

Dat is geen “diepere gehoorzaamheid”, maar verbondsverwarring.

Judaïsering: klinkt geestelijk, uitwerking funest

De eerste grote crisis in de gemeente ging hierover:
moeten heiden-christenen onder de wet van Mozes gebracht worden?

Petrus noemt dat een verzoeking van God:

“Waarom verzoekt gij God, een juk op den hals der discipelen te leggen,
hetwelk noch onze vaderen noch wij hebben kunnen dragen?”
(Handelingen 15:10)

Dat juk was niet zonde, maar de wet als leefregel.

Paulus is nog scherper:

“Gij zijt van Christus vervreemd,
die door de wet gerechtvaardigd wilt worden;
gij zijt uit de genade gevallen.”
(Galaten 5:4)

Samengevat

Gelovigen uit de volken waren nooit onder de wet van Mozes.
Zij hoefden daar dus ook niet van bevrijd te worden.

De wet werd aan Israël gegeven.
Christus vervulde die wet.
En in Hem leven de gelovigen uit genade, niet uit wet.

Wie dit onderscheid negeert, belandt óf in wetticisme, óf in wetteloosheid.
Wie het vasthoudt, bewaart zowel de heligheid van de wet als de kracht van het evangelie.

Veelgestelde vragen

Maar gelden de Tien Geboden dan niet meer? De inhoud wordt in het Nieuwe Testament herhaald, maar niet als Sinaï-verbondseis. Christenen leven onder de wet van Christus ,onder het nieuwe Verbond, niet onder het oude.

Is de sabbat dan afgeschaft? De sabbat was een teken van het oude verbond met Israël. Het Nieuwe Testament legt de sabbat nergens op aan de gemeente.

Betekent dit dat christenen vrij zijn om te zondigen? Integendeel. Wie door de Geest leeft, vervult juist het recht van de wet (Romeinen 8:4).

Waarom is dit onderscheid zo belangrijk? Omdat het evangelie anders wordt vermengd met wet, en dan krachteloos wordt gemaakt.

 

De vloek van de wet

De vloek van de wet

Wie zich beroemt op zijn goede werken, bewijst daarmee niet zijn geestelijkheid, maar zijn blindheid. Want wie de wet als grond kiest, kiest bewust voor de vloek van de wet. Dat is geen interpretatie, maar een keiharde Bijbelse vaststelling. Paulus laat hier geen ruimte voor nuance, ingelegde theorieeen of ontsnappingsroutes.

De wet van Mozes was geen opstap naar rechtvaardiging, maar een met vervloeking bekrachtigd verbond. Niet omdat God wreed is, maar omdat de mens zondig is. De vloek was geen dreiging aan de rand van het verbond; zij was het logische en onafwendbare gevolg ervan. Een wet voor zondaars eindigt altijd in veroordeling.

Alleen vervloekingen

Op de berg Ebal wordt dit onmiskenbaar zichtbaar. Geen zegen, geen bemoediging, geen perspectiefalleen vervloekingen. En het volk zei  twaalf keer “Amen”. Men zette er vrijwillig zijn handtekening onder.

Wie vandaag doet alsof de Wet bedoeld was om leven te schenken, herschrijft de Schrift.

Het idee dat de mens zich door wetsgehoorzaamheid zou kunnen rechtvaardigen, is plat zelfbedrog. Het veronderstelt een mens die niet bestaat: een mens zonder zonde. De werkelijkheid is dat de wet niets anders doet dan blootleggen, aanklagen en veroordelen. Zij geneest niet; zij veroordeelt en doodt.

Wetsdenken

Zelfvervloeking is daarom geen ontsporing, maar een logisch gevolg van wetsdenken. In Numeri 5 wordt de vloek ritueel toegepast. In Deuteronomium 29 wordt gesproken over “de vervloeking” van de wet. In Nehemia 10 roept het volk vernietiging over zichzelf af. En in Handelingen 23 vervloeken mensen zichzelf om een apostel te vermoorden. Wie dit patroon niet ziet, wil het niet zien.

De wet produceert geen heiligen, maar fanatici. Zij voedt angst, schuld en geweldnooit leven. Daarom noemt Paulus haar zonder omhaal een “bediening des doods” en van veroordeling. En toch blijven sommige christenen deze opnieuw omhelzen, alsof er enige geestelijke winst te behalen valt.

Dat is geen vroomheid, maar regressie.

Rectvaardiging alleen ZONDER de wet

Wie zich opnieuw onder de wet plaatst om gerechtvaardigd te worden, verraadt het kruis. Christus is niet gestorven om de wet een beetje milder te maken. Hij is tot een vloek geworden, juist omdat de wet alleen maar vervloeken kan. Wie dat afzwakt, maakt Zijn offer overbodig.

Christus heeft het oordeel gedragen. Punt. Wie Hem daarna weer aanvult met wet, zegt feitelijk dat Zijn werk onvoldoende was. Alleen ZONDER de wet is er rechtvaardiging.

 Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de Wet en de Profeten (Romeinen 3:21 STV)

Alleen in de Geest is er gehoorzaamheid. Alles daarbuiten is platte religieuze schone schijn, en uiteindelijk: de vloek. Met als resultaat de dood.

Zie ook:

De Wet, alleen de vloek weggenomen? – Bijbelse basis

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen” – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de Wet? – Bijbelse basis

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?” – Bijbelse basis

Why the Ten Commandments Are Not “Ten Core Values for Christian Life” – Bijbelse basis

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen”

Alsnog onder de wet?

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen”

Mattheüs 5:(SV)

17 Meent niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om die te ontbinden, maar te vervullen.
18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota noch één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied.
19 Zo wie dan één van deze minste geboden zal ontbonden en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen.

 

Dit bijbelgedeelte wordt soms aangehaald om ons te vertellen dat de wet nog steeds zeggenschap heeft voor, maar meer nog over Christenen. Maar dat is een foute conclusie, gebaseerd op een verkeerde lezing van wat Jezus hier zegt

De Here Jezus spreekt vóór kruis en opstanding

Allereerst: Jezus spreekt deze woorden onder de bedeling van de wet.
Hij is nog niet gestorven, de wet is nog volledig van kracht, en Israël staat nog onder het oude verbond.

Dat Jezus de wet op dat moment niet ontbindt, is vanzelfsprekend.
Een verbond wordt niet afgeschaft vóórdat het doel ervan is bereikt

“Vervullen” is niet: voortzetten

Het sleutelwoord is vervullen.

Vervullen betekent niet:

  • bevestigen,
  • verlengen,
  • opnieuw opleggen aan anderen.

Vervullen betekent:

  • tot voltooiing brengen,
  • het doel bereiken,
  • afronden.

Wanneer een contract is vervuld, blijft het niet gelden — het is juist afgelopen.
Zo ook met de wet.

Jezus vervult:

  • de morele eisen van de wet,
  • de ceremoniële voorschriften,
  • de profetische verwachting.

Niet door ze opnieuw op de mens te leggen, maar door ze volledig op Zich te nemen

“Totdat alles is geschied”

Jezus zegt niet dat de wet blijft gelden tot het einde van de wereld, maar:

“totdat alles is geschied.”

De cruciale vraag is hier: wanneer is “alles” geschied?

Het antwoord geeft Jezus Zelf:

“Het is volbracht.”

Daarmee is:

  • de wet vervuld,
  • de vloek gedragen,
  • aan de eis voldaan.

De hemel en aarde staan nog, maar de wet heeft haar doel bereikt

Paulus spreekt expliciet verder

Als de Here Jezus in Mattheüs 5 zou leren dat de wet blijvend heersend is over gelovigen, dan zou Paulus een valse leraar zijn.

Maar Paulus zegt ondubbelzinnig:

  • wij zijn gestorven voor de wet,
  • wij zijn vrijgemaakt van de wet,
  • Christus is het einde van de wet.

De Schrift spreekt zichzelf niet tegen.
Mattheüs 5 beschrijft de weg naar het kruis.
Paulus beschrijft de situatie ná het kruis.

De diepste ironie

Ironisch genoeg bevestigt Mattheüs 5 juist het tegenovergestelde van wat men ermee wil bewijzen.

Want als:

  • de wet tot op de kleinste letter moet worden vervuld,
  • en Jezus dat volledig heeft gedaan,

dan is er niets meer over om door ons te worden vervuld.

Wie na Christus alsnog teruggrijpt op de wet, zegt in feite:

Zijn vervulling was niet genoeg.

Jezus zegt niet:

“De wet blijft voor altijd staan voor Mijn volgelingen.”

Hij zegt:

Ik zal de wet volledig tot haar doel brengen.”

En precies dát is wat Hij gedaan heeft.

Zie ook Romeinen 13:8

 

De bruid van Christus

Is de Gemeente de Bruid van Christus?

Is de Gemeente de Bruid van Christus? Deze vraag wordt binnen het christendom vaak als vanzelfsprekend beantwoord met een volmondig ja. Toch blijkt bij zorgvuldige lezing van de Bijbel dat deze overtuiging nauwelijks expliciet schriftuurlijk wordt onderbouwd. Integendeel: wanneer we de Bijbel systematisch laten spreken, ontstaat een ander – en voor velen verrassend – beeld.

In dit artikel onderzoeken we aan de hand van de Schrift de relatie tussen Israël, het oude en nieuwe verbond, de Bruidegom en de Bruid. Daarbij laten we traditie en gevoel bewust los en volgen we de bijbelse lijn van verbond en heilsgeschiedenis.

Israël en het oude verbond: een huwelijk

Toen Israël door de uittocht uit Egypte een natie werd, sloot de HEERE met het volk het zogeheten Mozaïsche verbond. Dit verbond was niet slechts een wettelijk of religieus systeem, maar functioneerde in de Schrift als een huwelijksverbond.

Kenmerken van dit huwelijk

  • De Bruidegom: de HEERE (JHWH), Die Zich openbaart als “Ik ben”.
  • De Bruid: Israël, het uit Egypte verloste volk.
  • De ondertrouw: de woestijnreis.
  • De huwelijksluiting: bij de Sinaï, met Israëls herhaalde instemming.
  • De echtelijke woning: het land Kanaän – eigendom van de HEERE, bewoond door Israël.

De wet fungeerde als huwelijksvoorwaarden. Trouw was essentieel. Afgoderij werd daarom niet gezien als een abstracte religieuze fout, maar als overspel.

Ontrouw, scheiding en het einde van het oude huwelijk

De profeten beschrijven Israëls geschiedenis consequent in huwelijkstaal. Andere goden dienen heet “hoererij”, en politieke of religieuze verbonden met heidenvolken worden als overspel getypeerd.

Hoe lang duurt een huwelijk volgens de Schrift?

De Bijbel geeft vier samenhangende antwoorden:

  1. Het ideaal: een huwelijk is bedoeld voor altijd.
  2. In de praktijk: ontrouw verbreekt de gemeenschap.
  3. Juridisch: echtscheiding via een scheidbrief.
  4. Wettelijk: de dood maakt een einde aan het huwelijk.

Alle vier zijn toepasbaar op de verhouding tussen de HEERE en Israël. De tien stammen werden weggezonden met een scheidbrief; Juda bleef formeel, maar het huwelijk eindigde definitief door de dood van de Bruidegom aan het kruis.

De wet verbindt immers slechts levenden. Door de dood van Christus werd het oude verbond wettig beëindigd.

Het nieuwe verbond: geen herstel, maar een nieuw huwelijk

De profeten kondigen een nieuw verbond aan. Dit verbond is:

  • niet overeenkomstig het oude,
  • gesloten met heel Israël,
  • eeuwig van aard.

Belangrijk is dit onderscheid: het oude huwelijk wordt niet hersteld – dat verbiedt de wet – maar vervangen door een nieuw huwelijk.

Waarom dit bijbels noodzakelijk is

  • De eerste Bruidegom stierf.
  • De toekomstige Bruidegom is de Opgestane.
  • Israël moet niet gerepareerd worden, maar wedergeboren.
  • Zowel Bruidegom als Bruid zijn nieuw geworden.

Het nieuwe verbond wordt daarom in het hart geschreven, berust op vergeving en leidt tot echte gemeenschap: kennen in bijbelse zin.

Wie is de Bruid volgens het Nieuwe Testament?

Opvallend is dat de Bruid in het Nieuwe Testament nauwelijks genoemd wordt. Niet door Paulus, niet in de brieven, en zelfs niet door Jezus Zelf.

Slechts in het boek Openbaring wordt de Bruid expliciet geïdentificeerd:

“De Bruid, de vrouw van het Lam … het nieuwe Jeruzalem.”

Het nieuwe Jeruzalem:

  • vertegenwoordigt Israël,
  • daalt neer op een nieuwe aarde,
  • verschijnt na het duizendjarig rijk.

Dat duizendjarig rijk is de periode van de bruiloft: de regering van Christus op grond van het nieuwe verbond.

En de Gemeente dan?

De Gemeente wordt in de Schrift nooit “de Bruid” genoemd. Wat wél steeds gezegd wordt, is dat de Gemeente het Lichaam van Christus is.

Dit verschil is essentieel:

  • een lichaam is reeds verenigd,
  • een bruid ziet uit naar vereniging.

De opvatting dat de Gemeente de Bruid is, berust niet op expliciete schriftplaatsen, maar op theologische afleiding. Zij leidt bovendien tot vervanging van Israël in de profetieën en miskent de huidige gemeenschap van gelovigen met Christus.

 

Samengevat

Wanneer we de Schrift zorgvuldig volgen, ontstaat een consistent beeld:

  • Israël is de bruid onder oud én nieuw verbond.
  • Het nieuwe verbond is een nieuw, eeuwig huwelijk.
  • De Gemeente heeft een hoge, maar onderscheiden plaats als Lichaam van Christus.

Deze Bijbelse lijn vraagt om herbezinning, maar doet recht aan Gods trouw, rechtvaardigheid en heilshistorische orde.

“Opdat Hij in alles verheerlijkt worde.”

Bruidegom en bruid, wie zijn zij in de Bijbel?

Regelmatig lees ik iets waarvan ik denk “dat had ik zelf niet duidelijker kunnen formuleren”. Als ik de website Alleen Geloof bekijk heb ik dat eigenlijk best vaak.  Sylvia heeft de gave om eenvoudig maar toch heel duidelijk Bijbelse waarheid uit te leggen. Vandaar herplaats ik het hier, me realiserend dat dit één van de punten is waar veel misverstanden over bestaan, en waar ook verkeerde verwachtingen over leven. “Na de opname van de Gemeente de wereld verdrukking, en wij een bruiloft” bijvoorbeeld. Ook wordt de Gemeente van Jezus Christus wel “bruidsgemeente” genoemd.

Hoe zit het nou?

Op de dag van het huwelijk worden man en vrouw, bruidegom en bruid genoemd. In de Bijbel komen de begrippen bruidegom en bruid ook voor, maar hebben daar natuurlijk een veel diepere betekenis. De Bruidegom is namelijk Christus, samen met Zijn Lichaam, de Gemeente. De Bruid is het Volk Israël.

Die de Bruid heeft, is de Bruidegom

Johannes 3
26 En zij kwamen tot Johannes (Johannes de Doper), en zeiden tot hem (de Heere Jezus): Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welken gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt, en zij komen allen tot Hem.
27 Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit den hemel niet gegeven zij.
28 Gijzelven zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet; maar dat ik voor Hem heen uitgezonden ben. (de wegbereider)
29 Die de bruid heeft (het Volk Israël)is de bruidegom (de Heere Jezus Christus inclusief Zijn Lichaam, de Gemeente), maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden. (Johannes de Doper is de vriend van de Bruidegom)
30 Hij (Christus, de Bruidegom) moet wassen (= groeien; volgroeien), maar ik minder worden. (= het gaat helemaal niet om mij, maar alleen om de Heere Jezus Christus)
31 Die van boven komt, is boven allen (Christus, de Bruidegom); die uit de aarde is voortgekomen, die is uit de aarde, en spreekt uit de aarde. Die uit den hemel komt, is boven allen.

De Bruidegom Die uit de Hemel komt

De Bruidegom is de Zoon des Mensen, die de Christus blijkt te zijn. Hij is uit de Hemel gekomen, en de bedoeling was dat Hij een Bruiloft zou vieren met Zijn Bruid. Er is in Johannes 3 (bovenstaand) de Bruidegom en de Bruid en de vriend van de Bruidegom. Uit dit verband blijkt duidelijk dat de Bruidegom de Christus is. Johannes de Doper zegt immers: ‘Ik ben de Christus niet. Die de Bruid heeft, is de Bruidegom’. De vriend van de Bruidegom is Johannes de Doper, Zijn voorloper. De Heere Jezus is gekomen om Zijn Volk Zalig te maken. ‘Zaligmaken’ betekent redden, ofwel verlossen. Hij zou haar verlossen van haar zonden. Hij zou haar verlossen van het Oude Verbond der Wet. Dat was de taak die de Heere Jezus had gekregen. Israël zou Zijn Bruid zijn. (zie ook de studie ‘het Bijbelse huwelijk’)

Galaten 4
4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw (het Joodse Volk; Maria), geworden onder de wet;
5 Opdat Hij degenen, die onder de wet waren (het Joodse Volk), verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen aanstelling tot zonen verkrijgen zouden.

Mattheüs 18
11 Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken (te redden; te verlossen), dat verloren was. (door zonden)

Ze heeft Hem niet aangenomen

Johannes 1
11 Hij is gekomen tot het Zijne (het Volk Israël), en de Zijnen (die behoorden tot het Volk) hebben Hem niet aangenomen. (= geloofd)

Het Woord van God ‘daalde af’, en kwam in de handen van Mozes. God gaf, bij de Sinaï, Zijn Woord. Bij de Sinaï heeft de Heere Zijn Bruid ondertrouwd. Als Volk Israël hebben ‘de Zijnen’ dit Woord niet aangenomen, ofwel niet geloofd. Het Volk was Zijn Eigendom, maar zij heeft Zijn Woord altijd tegengesproken. Vanaf het begin was Israël de Heere ontrouw, hoewel zij Zijn Vrouw was. (zie ook de studie ‘Het Bijbelse huwelijk‘)

Ondertrouw

Jeremia 2
1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij (= profeet Jeremia), zeggende:
2 Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.

Huwelijksverbond

Ezechiël 16
8 Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne (liefdestijd); zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u (= de Heere deed een Belofte dat Hij voor haar zou zorgen, als zij Hem zou dienen en zou volgen)en kwam met u in een verbond (het Huwelijksverbond)spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne.

Het Volk Israël was Zijn Eigendom

Jeremia 2
31 O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israël een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?
32 Vergeet ook een jonkvrouw haar versiersel, of een bruid haar bindselen (de versiering; trouwjurk)(er had een bruiloft op aarde gekomen, als het Volk Israël zich had laten versieren tot Bruid) Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen zonder getal.

Mogen de mede-erfgenamen niet eten?

Lukas 5
33 En zij (Schriftgeleerden, en de Farizeën) zeiden tot Hem (de Heere Jezus): Waarom vasten de discipelen van Johannes (de Doper) dikmaals, en doen gebeden, desgelijks ook de discipelen der Farizeën, maar de Uwe (de twaalf discipelen van de Heere Jezus) eten en drinken?
34 Doch Hij (de Heere Jezus) zeide tot hen: Kunt gij de bruiloftskinderen (zonen), terwijl de Bruidegom bij hen is, doen vasten? (een bruiloft is immers een feest!)
35 Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, dan zullen zij (de discipelen; Juda) vasten in die dagen. (de Bruidegom zal er dus ook een tijd niet zijn, dan is er tijd voor rouw en vasten)

Symboliek

Ook deze verzen bevatten symboliek; er zit een geestelijke Waarheid achter. Zoals bij alle gebeurtenissen uit de Bijbel. De volgelingen van Johannes de Doper, en de volgelingen van de Farizeeën, handelden toen nog vanuit de leefregel van het Oude Verbond der Wet. De volgelingen van de Heere Jezus, die eten en drinken, omdat zij nu al handelen vanuit de vrijheid van het Nieuwe Verbond der Genade. (Het vasten was overigens niet eens een voorgeschreven in de Wet van Mozes; leidslieden hadden dit zélf ingesteld om God daar, zogenaamd, mee te behagen). De Heere Jezus zegt: ‘kun je de zonen van de Bruiloftszaal laten vasten? Mogen de zonen, ofwel de mede-erfgenamen, van de Bruidegom niet eten?’

Onzienlijke Christus

Johannes 3
35 Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, dan zullen zij vasten in die dagen.

Momenteel is er geen bruiloftsfeest. Er is geen blijdschap, geen vreugde, geen feest. Wij weten dat de Bruidegom in Zijn Hemelvaart naar de Hemel is vertrokken. Hij is onzichtbaar voor de wereld, en voor Israël. Wel woont de onzienlijke Christus, ofwel de Heilige Geest, in de harten van de gelovigen. Met gelovige ogen zien wij – de Gemeente – Hem aan de Rechterhand van de Vader. De Bruidegom is dus niet meer in het midden van Zijn Bruid, het Volk Israël. De Bruid heeft Hem afgewezen. ‘De Zijnen hebben Hem niet aangenomen’. Alle stammen zijn in de verstrooiing, ofwel de ballingschap, terecht gekomen. Daar past inderdaad verdriet, en rouw, en vasten bij.

Het Koninkrijk der Hemelen is als een Bruiloft

Het Nieuwe Verbond der Genade is, na de Opstanding van de Christus, wel gepredikt, maar het Volk heeft de Nieuwe Bruidegom niet aanvaard. In Mattheüs 21 wordt het Koninkrijk der Hemelen vergeleken met een Bruiloft, die een Koning voor Zijn Zoon bereidde. De genodigden (het Joodse Volk) wilden echter niet komen, en hadden allerlei excuses. Pas in de dagen van de Wederkomst van Christus zullen zij de Bruiloft binnengaan.

Mattheüs 22
2 Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning (God de Vader), die zijn zoon (Christus) een bruiloft bereid had;
3 En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden (genodigden; het Joodse Volk) ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen. (de Zijnen hebben Hem niet aangenomen)

Een Nieuw Verbond; een Nieuw Huwelijk

De Bruidegom is Christus, de Bruid is Israël, en het is niet tot een Bruiloft gekomen. Het Nieuwe Verbond der Genade is wel gekomen, maar de Vrouw was niet bereid. Er is dus geen nieuw huwelijk, geen relatie, ontstaan. De Heere houdt Zich echter altijd aan Zijn Beloften. Ook de Beloften Die Hij aan Zijn Volk Israël gedaan heeft. Hij zal Zijn Volk niet vergeten. Er komt in de toekomst een Nieuw Verbond tussen de Bruidegom en de Bruid. Er komt weer vreugde en blijdschap. In het verleden is er verwoesting en verstoring geweest in het Land Israël, en dit zal in de (nabije) toekomst wéér zo zijn.

De Grote Verdrukking over Israël

Israël gaat namelijk eerst door de grote Verdrukking, er komt een oordeel over het Volk (zie ook de studie ‘Mattheüs 24 ‘en ‘De 70e Jaarweek’) Daarna zal de Heere terugkomen op aarde. De vijanden zullen dan vertrekken en de verstrooide stammen zullen terugkeren naar het Land van de Heere. Er komt een terugverzameling van alle stammen uit de ballingschap. Dan zal er een Bruiloft zijn. Zijn Bruid zal, in de toekomst, onder het Nieuwe (Huwelijks-)Verbond leven.

Mattheüs 24
Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking (de grote Verdrukking over Israël), en zullen u doden, en gij zult gehaat worden van alle volken, om Mijns Naams wil (het is een oordeel van de Heere).

LEES VERDER IN DE PDF BRUIDEGOM EN BRUID; CHRISTUS EN ISRAËL- pdf

Schrift en belijdenis?

Schrift en belijdenis?

Belijdenisgeschriften 

In het boek “Schrift en belijdenis?” onderzoekt Harold Grevers de gereformeerde belijdenisgeschriften en vergelijkt deze met de Bijbel. Hij stelt de vraag of het gerechtvaardigd is om naast de Bijbel een belijdenis te hebben en of de gereformeerde belijdenisgeschriften volledig in overeenstemming zijn met de Bijbel.

Geschiedenis

Grevers geeft eerst een korte geschiedenis van de Reformatie en het ontstaan van de gereformeerde belijdenisgeschriften. Hij bespreekt de drie sola’s van de Reformatie: alleen door het geloof, alleen door Gods genade en alleen door de Schrift. Hij bespreekt ook de opkomst van de wederdopers en hun invloed op de totstandkoming van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Niet in overeenstemming

Vervolgens bespreekt Grevers de drie belijdenisgeschriften: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Dordtse Leerregels en de Heidelbergse Catechismus. Hij onderzoekt verschillende artikelen uit deze geschriften en vergelijkt ze met de Bijbel. Hij concludeert dat er meerdere punten zijn waar de belijdenisgeschriften niet in overeenstemming zijn met de Bijbel.

Grevers bespreekt ook de rol van de kerkenraad en de sacramenten in de gereformeerde traditie. Hij stelt dat de kerkenraad niet in overeenstemming is met de Bijbelse structuur van de gemeente en dat de sacramenten geen genademiddelen zijn.

De uitverkiezing

Ten slotte bespreekt Grevers de leer van de uitverkiezing en verwerping. Hij concludeert dat deze leer niet in overeenstemming is met de Bijbel en dat de Bijbel leert dat God alle mensen wil redden.

De Bijbel alleen

Grevers besluit zijn boek met een oproep om terug te keren naar de Bijbel en de belijdenisgeschriften kritisch te onderzoeken. Hij benadrukt dat de Bijbel het enige onfeilbare richtsnoer is voor het christelijk geloof.

Lees: Schrift en belijdenis? (pdf)

Op het verkeerde been gezet door Amir Tsarfati

Op het verkeerde been gezet door Amir Tsarfati

Dat de Joodse natie Israël continu onder onze aandacht wordt gebracht in de media is natuurlijk geen nieuws. Recent zagen we nog de vreselijke gebeurtenissen daar. De climax van de wereldgeschiedenis en de voltooiing van Gods plan heeft alles met dat stukje land in het Midden-Oosten te maken.

Status

Daarnaast zijn er ook wat ik noem “Israël apologeten” aan het werk die ons dan toch bewust of onbewust (ik ga graag uit van het laatste) op het verkeerde been willen zetten over de rol en de status van de huidige Joodse natie, in contrast met het Bijbelse volk Israël. Als je een beetje thuis bent in de Bijbel kun je weten dat het Bijbelse volk bestond uit 12 stammen die in de verstrooiing terecht zijn gekomen door ongeloof. Eerder dan de 2 stammen waren de 10 stammen al ‘uit beeld”.

Israël vandaag

Wat zich vandaag de dag, ruwweg sinds de oprichting in 1948 daar in het land bevindt is een Joodse natie, ruim genomen een verzameling van 2  van de 10 stammen van dat volk. En dat bovendien op eigen initiatief, in ongeloof.

Wat velen ons dan willen doen geloven, onder meer de Israëli Amir Tsarfati is daar een belangrijke pleitbezorger van, is dat deze huidige Joodse natie een voortzetting zou zijn van dat oude volk, en dat Gods verbond met dat oude verbondsvolk onverkort van kracht is.

Verbond verbroken

Ik las dit in zijn Telegram groep, waar overigens de mogelijkheid tot reageren is uitgeschakeld:

Screenshot

Wat Amir hier beweert, is dat Gods verbond én de landsbelofte onverbrekelijk zou zijn, en dat dat dus nog steeds, onverkort, van kracht zou zijn.

In de Bijbel beklaagt God Zich er echter bij meerdere gelegenheden over, dat het volk dat verbond eenzijdig verbroken heeft door ongehoorzaamheid en ongeloof.

Zoals in Jeremia:

Jer 11:10 Zij zijn wedergekeerd tot de ongerechtigheden hunner voorvaderen, die Mijn woorden geweigerd hebben te horen; en zij hebben andere goden nagewandeld, om die te dienen; het huis Israëls en het huis van Juda hebben Mijn verbond gebroken, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb.

Nieuw verbond opgericht

Dat God het hier niet bij zou laten zitten was ook al heel vroeg aangekondigd. Er zou een nieuw verbond worden opgericht:

Jer 31:31 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;
Jer 31:32 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE;

Niet alleen bij monde van Jeremia, ook andere profeten kondigen dit aan, waaronder Ezechiël:

Eze 16:60 Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.

 

Dit is de bijsluiter bij zijn boek op Amazon

Onderscheid

Het onderscheid tussen het oude Verbond en het nieuwe, en wat de Bijbel daar op zovele plaatsen zo duidelijk over meldt, komt hiermee helemaal niet uit de verf. Sterker: de onderliggende gedachte is dat Christenen van vandaag de Joodse natie als Gods volk zouden moeten beschouwen, en waar we dat niet doen, dat we dan tekort schieten. Verder zegt de Bijbel uitdrukkelijk dat er voorwaarden verbonden zijn aan het mogen wonen in Gods land, namelijk geloof, gehoorzaamheid aan God.

Dat is iets waar de huidige Joodse staat niet aan voldoet. Weliswaar wonen er nu ook gelovigen , maar de natie op zich is op zijn minst seculier en atheïstisch  van aard.

Op het verkeerde been gezet

De Bijbel zegt er heel veel over, en ik begrijp niet waar die blinde vlek bij Amir, en bij veel Israël vrienden van vandaag, vandaan komt. Ik durf de voorzichtige conclusie wel aan, dat dat te maken heeft met gebrek aan inzicht. Er is toch het nodige over geschreven, ook door medegelovigen door de tijd heen. Om een goed inzicht te hebben heb je dus kennis nodig. Het is een gemiste kans dat iemand die de wereld over reist, veel boeken schrijft  en video’s maakt, deze dingen zo eenzijdig voor het voetlicht brengt. Daarmee wordt zijn publiek op het verkeerde been gezet.

 

Onze prioriteit zou moeten om zijn te weten wat de Bijbel erover zegt. En daar in thuis te zijn. Zeker in deze tijd vol desinformatie en verwarring.

Geverifieerd door MonsterInsights