Christenen voor Israël? Pas op met DIT…

Christenen voor Israël? Pas op met DIT…

Video van Jos, van evangeliseer.nl die hiermee niet de gelijknamige Stichting bedoelt. Hij snijdt een gevoelig en gewaagd onderwerp aan.

Kan steun aan Israël kan verkeerd uitpakken? Vergeten we waartoe wij geroepen zijn? Moet Israël zalig worden? En wat heeft vervangingstheologie hiermee te maken? Luister mee!

YouTube player

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2)

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2)

Waarom sabbatisme en judaïsering het evangelie ondergraven

Korte samenvatting van mijn vorige blog hierover

Veel Christenen denken dat alle mensen vóór hun bekering “onder de wet” waren en daar door Christus van zijn bevrijd. Dat klinkt logisch, maar het is onbijbels.
De wet van Mozes werd niet aan alle mensen gegeven, maar aan één volk: Israël. Wie dat onderscheid negeert, raakt onvermijdelijk verstrikt in sabbatisme, judaïsering of een ‘werk evangelie’

Dit blog laat zien waarom gelovigen uit de volken nooit onder de wet stonden, waarom zij er dus ook niet van bevrijd hoefden te worden, en waarom het opnieuw opleggen van de wet , op welke manier ook, met welke goed bedoelingen dat ook mag zijn, vandaag geen verdieping is, maar achteruitgang.

 

De wet van Mozes was nooit universeel

De Bijbel laat hier geen ruimte voor twijfel.

“Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend,
Israël Zijn inzettingen en Zijn rechten.
Alzo heeft Hij geen volk gedaan;
en Zijn rechten, die kennen zij niet.”
(Psalm 147:19–20)

De wet hoorde bij het Sinaïtische verbond. Dat verbond werd gesloten met Israël, niet met “de mensheid”. De volken stonden daar buiten. Wie doet alsof de wet altijd voor iedereen gold, schrijft iets in de Schrift wat er eenvoudig niet staat.

Heidenen stonden niet onder de wet, zegt Paulus

Paulus is opvallend precies:

“Wanneer de heidenen, die de wet niet hebben…”
(Romeinen 2:14)

Niet: die de wet overtreden hebben.
Maar: die de wet niet hebben.

Heidenen droegen geen Sinaï-verantwoordelijkheid. Zij stonden niet onder de verbondsvloek, noch onder de verbondszegen van de wet. Hun probleem was zonde — niet wetsbreuk.

 Daarom, gelijk door één mens (Adam) de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood, en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben. (Romeinen 5:12)

“Wij waren onder de wet” — wie is “wij”?

In Galaten 3 lezen we:

“Maar eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld.”
(Galaten 3:23)

Dit wij wordt vaak achteloos toegepast op alle mensen. Maar Paulus spreekt hier als Jood, namens Israël. Alleen Israël stond onder de wet.

Dat blijkt duidelijk uit Galaten 4:

“God heeft Zijn Zoon gezonden, geworden onder de wet,
opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou.”
(Galaten 4:4–5)

Christus kwam onder de wet, omdat Hij Israël kwam verlossen. Als de volken ook onder de wet hadden gestaan, is deze tekst inhoudsloos.

Heidenen werden niet “vrijgemaakt van de wet”

Dit is een belangrijk detail dat vaak wordt gemist.

Heidenen hadden geen wet van Mozes om van bevrijd te worden. Paulus beschrijft hun toestand vóór Christus zo:

“Dat gij te dien tijde waart zonder Christus,
vervreemd van het burgerschap Israëls,
en vreemdelingen van de verbonden der belofte.”
(Efeze 2:12)

Hun probleem was niet: onder de wet zijn.
Hun probleem was: in Adam veroordeeld, buiten Christus zijn.

Daarom spreekt Paulus bij heidenen niet over “losmaking van de wet”, maar over:

  • nabijgebracht worden,
  • mede-erfgenamen worden,
  • ingelijfd worden in Christus.

De wet blijft heilig, maar niet als leefregel voor de gemeente

Dat heidenen nooit onder de wet stonden, betekent niet dat Gods morele wil verdwenen is. Het betekent wel dat de wet van Mozes niet de leefregel van de gemeente is.

Christenen:

  • staan niet onder Mozes,
  • maar zijn ook niet wetteloos,
  • zij staan onder de wet van Christus.

“Niet zonder de wet Gods, maar onder de wet van Christus.”
(1 Korinthe 9:21)

Die wet werkt niet door oplegging, maar door inwoning:

“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons,
die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.”
(Romeinen 8:4)

Sabbatisme: oude verbondseisen voor nieuwe-verbondsmensen

De sabbat was het uitdrukkelijke teken van het oude verbond:

“Het is een teken tussen Mij en de kinderen Israëls.”
(Exodus 31:16–17)

Niet tussen God en de gemeente.
Niet tussen God en de volken.

Wie de sabbat verplicht stelt voor christenen:

  • verwart Israël en de gemeente,
  • negeert Kolossenzen 2:16,
  • en legt een juk op dat Christus niet oplegt.

Dat is geen “diepere gehoorzaamheid”, maar verbondsverwarring.

Judaïsering: klinkt geestelijk, uitwerking funest

De eerste grote crisis in de gemeente ging hierover:
moeten heiden-christenen onder de wet van Mozes gebracht worden?

Petrus noemt dat een verzoeking van God:

“Waarom verzoekt gij God, een juk op den hals der discipelen te leggen,
hetwelk noch onze vaderen noch wij hebben kunnen dragen?”
(Handelingen 15:10)

Dat juk was niet zonde, maar de wet als leefregel.

Paulus is nog scherper:

“Gij zijt van Christus vervreemd,
die door de wet gerechtvaardigd wilt worden;
gij zijt uit de genade gevallen.”
(Galaten 5:4)

Samengevat

Gelovigen uit de volken waren nooit onder de wet van Mozes.
Zij hoefden daar dus ook niet van bevrijd te worden.

De wet werd aan Israël gegeven.
Christus vervulde die wet.
En in Hem leven de gelovigen uit genade, niet uit wet.

Wie dit onderscheid negeert, belandt óf in wetticisme, óf in wetteloosheid.
Wie het vasthoudt, bewaart zowel de heligheid van de wet als de kracht van het evangelie.

Veelgestelde vragen

Maar gelden de Tien Geboden dan niet meer? De inhoud wordt in het Nieuwe Testament herhaald, maar niet als Sinaï-verbondseis. Christenen leven onder de wet van Christus ,onder het nieuwe Verbond, niet onder het oude.

Is de sabbat dan afgeschaft? De sabbat was een teken van het oude verbond met Israël. Het Nieuwe Testament legt de sabbat nergens op aan de gemeente.

Betekent dit dat christenen vrij zijn om te zondigen? Integendeel. Wie door de Geest leeft, vervult juist het recht van de wet (Romeinen 8:4).

Waarom is dit onderscheid zo belangrijk? Omdat het evangelie anders wordt vermengd met wet, en dan krachteloos wordt gemaakt.

 

De mythe rond Israël: wat het dominante narratief weglaat

De mythe rond Israël: wat het dominante narratief weglaat

YouTube player

In het publieke debat over Israël overheerst vaak één vast verhaal: dat de Joden na de Holocaust een stuk land kregen dat eigenlijk van anderen was, en dat het huidige conflict daar zijn oorsprong vindt. Volgens Melanie Phillips is dit narratief echter historisch en juridisch onjuist. In een uitvoerig interview zet zij uiteen waarom dit beeld volgens haar niet klopt.

Israël als historisch nationaal thuisland

Phillips benadrukt dat het Joodse volk het enige volk is dat ooit een onafhankelijke nationale staat heeft gehad in het land Israël, eeuwen vóór de opkomst van de islam. De Joden vormden daar een volk met eigen wetten, bestuur en verdediging. Volgens haar maakt dit Israël uniek: andere beschavingen hebben het gebied wel bezet, maar geen duurzame nationale soevereiniteit gevestigd zoals de Joden dat deden.

Belangrijk daarbij is dat de Joden het land nooit volledig hebben verlaten. Door de eeuwen heen bleef er een Joodse aanwezigheid bestaan, zelfs onder Romeinse, islamitische en Ottomaanse overheersing. Vanaf het midden van de negentiende eeuw was er volgens Phillips zelfs weer een Joodse meerderheid in Jeruzalem.

Het Mandaat en internationaal recht

Na de Eerste Wereldoorlog werd het Midden-Oosten heringericht. De voorloper van de Verenigde Naties, de Volkenbond, kende Groot-Brittannië het Mandaat over Palestina toe. Dit Mandaat bevatte volgens Phillips een bindende internationale verplichting: het mogelijk maken van de terugkeer van het Joodse volk naar zijn nationale thuisland.

Een groot deel van dit Mandaatgebied werd al snel afgesplitst en toegewezen aan Arabisch bestuur (Transjordanië, het huidige Jordanië). Wat overbleef was het gebied van het huidige Israël, de Westelijke Jordaanoever en Gaza. Deze Mandaatverplichtingen zijn volgens Phillips nooit formeel ingetrokken en werden overgenomen door de Verenigde Naties.

Afwijzing en conflict

Volgens Phillips hebben Joodse leiders herhaaldelijk ingestemd met voorstellen voor territoriale deling en een tweestatenoplossing. Arabische leiders zouden deze voorstellen telkens hebben afgewezen, gevolgd door geweld en oorlog. De Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog ziet zij in dat licht als een defensieve strijd om overleving.

Zij stelt bovendien dat het Arabische verzet niet primair nationaal, maar grotendeels religieus gemotiveerd was, en dat dit al vroeg gepaard ging met geweld tegen Joodse gemeenschappen.

De Palestijnse identiteit

Een controversieel punt in haar betoog is de stelling dat er vóór de jaren zestig geen afzonderlijke Palestijnse nationale identiteit bestond. De Arabische bevolking in het gebied zag zichzelf volgens haar vooral als onderdeel van Syrië of als lokale Arabische stammen. De term “Palestijn” werd in het Mandaat juist veelal gebruikt voor Joden.

Media, moraal en dubbele standaarden

Phillips verbindt het historische debat met haar persoonlijke ervaring als journaliste. Zij beschrijft hoe Israël structureel strenger en emotioneler wordt beoordeeld dan andere landen, zelfs wanneer die grootschaliger geweld gebruiken. Dit verschil in behandeling ziet zij als een morele dubbele standaard, die volgens haar uiteindelijk samenhangt met antisemitisme.

Emotie boven waarheid

Tot slot stelt Phillips dat in het huidige debat feiten steeds vaker worden vervangen door gevoelens. Begrippen als “genocide” worden volgens haar gebruikt los van hun oorspronkelijke betekenis. Waarheid wordt ondergeschikt gemaakt aan emotionele beleving, met grote gevolgen voor hoe Israël wereldwijd wordt waargenomen.

Samengevat

De kern van Phillips’ betoog is dat het Israëlisch-Palestijnse conflict niet begrepen kan worden zolang het dominante narratief onkritisch wordt overgenomen. Volgens haar draait het conflict uiteindelijk om de weigering om Joodse nationale legitimiteit te erkennen — historisch, juridisch en moreel.

Geverifieerd door MonsterInsights