“De Heilige Geest stelt ons in staat om de wet te vervullen.”
Dat hoorde ik zojuist beweren in een pinksterpreek.
Welke wet, op welke manier, en onder welk verbond?
Want zodra deze uitspraak betekent dat de gelovige door de Heilige Geest alsnog wordt teruggeleid naar de wet van Mozes als leefregel, zitten we niet meer bij Paulus. Dan zitten we bij een evangelische variant van Sinaï. Een christelijk aangeklede terugkeer naar het juk waarvan Christus ons juist heeft vrijgemaakt.
Het klinkt vroom: vroeger konden wij de wet niet houden, maar nu hebben wij de Geest en kunnen wij het wél.
Maar is dat de Bijbelse boodschap?
Paulus zegt niet: vroeger onder de wet zonder kracht, nu onder de wet mét kracht. Paulus zegt:
“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)
Niet: onder de wet met Geestelijke ondersteuning.
Niet: onder Sinaï met Pinksterkracht.
Niet: Mozes, maar dan uitvoerbaar gemaakt door de Geest.
Maar:
niet onder de wet, maar onder de genade.
Daar begint de correctie.
Stelt de heilige geest ons in staat de wet te vervullen?
De valstrik van een Bijbels klinkende zin
De uitspraak is verraderlijk omdat zij dicht langs Romeinen 8:4 schuurt.
Paulus schrijft:
“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.” Romeinen 8:4 (STV)
Daar grijpt men dan naar: zie je wel, het recht van de wet wordt vervuld in ons. Dus de Heilige Geest stelt ons in staat om de wet te vervullen.
Maar dat is te snel. Veel te snel.
Want Paulus zegt niet dat de gelovige weer onder de wet wordt geplaatst om die nu, met hulp van de Geest, alsnog als leefregel af te werken. Hij zegt dat het recht der wet vervuld wordt in hen die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.
Dat is iets anders.
Het gaat niet om een terugkeer naar de wet als verbondssysteem. Het gaat om een wandel door de Geest waarin Gods rechtvaardige bedoeling niet wordt geschonden, maar zichtbaar wordt als vrucht van het nieuwe leven.
De Geest maakt van de wet geen christelijke loopband.
De Geest werkt Christus’ leven uit in hen die niet onder de wet, maar onder de genade zijn.
Paulus nekt de misvatting zelf
Wie beweert dat de Heilige Geest ons onder de wet brengt om haar te vervullen, moet langs Galaten 5 heen. En dat lukt niet.
Paulus schrijft:
“Maar indien gij door den Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet.” Galaten 5:18 (STV)
Dat vers is eenvoudig. Bijna hinderlijk eenvoudig.
Door de Geest geleid? Dan niet onder de wet.
Dus de Geest is niet gegeven om de gelovige terug onder de wet te plaatsen. De Geest is juist kenmerkend voor een andere sfeer: niet de sfeer van Sinaï, maar van Christus; niet de bediening van de letter, maar van het leven; niet de slavernij, maar de vrijheid.
Daarom is de uitspraak “de Heilige Geest stelt ons in staat de wet te vervullen” op zijn minst riskant. Zij kan waar klinken, maar verkeerd werken. Zij kan vroom beginnen en wettisch eindigen.
Want in de praktijk wordt het vaak dit:
Christus verlost mij van de vloek van de wet.
De Geest helpt mij daarna om de wet alsnog als leefregel te houden.
Dat is geen genadeleer. Dat is Galatianisme met een Pinksterjas aan.
Niet onder de wet, maar onder de genade
Paulus zegt:
“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)
Dat is geen los staande tekst. Dat is een principiële uitspraak over de positie van de gelovige. De gelovige staat niet meer onder (het regime van) de wet. Hij staat onder genade.
Dat is waar veel verwarring ontstaat. Men denkt dat genade wel goed is voor vergeving, maar dat de wet daarna nodig is voor heiliging. Alsof genade de voordeur is en de wet de woonkamer. Alsof Christus binnenbrengt, maar Mozes daarna het huis bestuurt.
Maar Paulus doet dat niet.
Hij schrijft niet:
de zonde zal over u niet heersen, want de Geest stelt u nu in staat de wet te houden.
Hij schrijft:
de zonde zal over u niet heersen, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.
Dat is de omgekeerde redenering van veel prediking.
De wet is heilig, maar zij is niet de leefregel van de gelovige
Nu moet niemand een karikatuur maken. De wet zelf is niet slecht.
Paulus zegt:
“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.” Romeinen 7:12 (STV)
En:
“Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.” Romeinen 7:14 (STV)
De wet is heilig. De wet is rechtvaardig. De wet is goed. Het probleem ligt niet in de wet, maar in de mens. De wet eist, openbaart, veroordeelt en toont zonde. Maar zij geeft geen leven, geen kracht, geen vrijheid.
Daarom zegt Paulus ook:
“Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.” Romeinen 8:3 (STV)
Let goed op: Paulus zegt niet dat God de wet nu alsnog krachtig heeft gemaakt als leefregel. Hij zegt dat God Zijn Zoon gezonden heeft. De oplossing is niet de wet plus Geestelijke bekrachtiging. De oplossing is Christus.
De wet kon niet tot stand brengen wat Christus gedaan heeft.
Romeinen 8:4 is geen terugkeer naar Sinaï
Romeinen 8:4 wordt vaak gebruikt als sluiproute terug naar de wet.
“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.” Romeinen 8:4 (STV)
Maar let op de formulering.
Er staat niet: opdat wij onder de wet zouden worden gesteld.
Er staat niet: opdat wij de wet van Mozes als christelijke leefregel zouden onderhouden.
Er staat niet: opdat wij met hulp van de Geest de Sinaï-code zouden uitvoeren.
Er staat:
opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons.
Dat gebeurt niet door terugkeer naar de letter, maar door wandel naar de Geest. Niet door onder de wet te staan, maar juist doordat de gelovige in Christus is.
De wet vroeg rechtvaardigheid, maar kon die niet geven. Christus heeft gedaan wat de wet niet vermocht. En de Geest werkt in de gelovige een leven dat niet tegen Gods heiligheid ingaat, maar vrucht draagt tot God.
Niet wet als systeem.
Niet wet als juk.
Niet wet als verbondscontract.
Maar Christus als leven, de Geest als kracht, genade als sfeer.
De wet als leefregel klinkt vroom, maar berooft genade van haar vrijheid
Hier zit het venijn.
Men zegt: “Wij zijn niet door de wet gerechtvaardigd, maar de wet blijft wel onze leefregel.”
Dat klinkt netjes. Orthodox. Veilig.
Maar Paulus is veel scherper. Hij zegt:
“Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.” Romeinen 7:4 (STV)
Niet: gij zijt der wet gedood om daarna door de Geest beter onder de wet te leven.
Nee:
“opdat gij zoudt worden eens Anderen”
Van Wie? Van Christus, Die uit de doden opgewekt is.
En met welk doel?
“opdat wij Gode vruchten dragen zouden.”
De vrucht komt niet uit een vernieuwde relatie met de wet. De vrucht komt uit verbondenheid met de opgestane Christus.
Daarna zegt Paulus:
“Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter.” Romeinen 7:6 (STV)
Dat is een bevrijding.
Niet dienen in de oudheid der letter.
Maar dienen in nieuwigheid des geestes.
Galatianisme met Geestelijke taal
De gevaarlijkste vorm van wetticisme zegt niet altijd: u moet de wet houden om behouden te worden.
Dat is te herkenbaar.
De subtielere vorm zegt: u bent uit genade behouden, maar nu geeft de Geest u kracht om de wet te vervullen.
En daar moet je wakker worden.
Want dan wordt genade de startmotor en de wet de rijbaan. Christus opent de deur, Mozes neemt het stuur over, en de Heilige Geest wordt gereduceerd tot brandstof voor een reis terug naar Sinaï.
Dat is geestelijke verwarring.
Paulus schrijft aan de Galaten:
“Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?” Galaten 3:3 (STV)
En daarvoor:
“Dit alleen wil ik van u leren: hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?” Galaten 3:2 (STV)
Dat is de vraag die men vandaag opnieuw moet stellen.
Hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet?
Nee.
Waarom zou de Geest u dan vervolgens terugbrengen onder datzelfde systeem?
De Geest werd niet ontvangen uit de werken der wet, maar uit de prediking des geloofs. En de wandel door de Geest blijft op diezelfde genadegrond staan.
De liefde vervult de wet, maar liefde is geen terugkeer onder de wet
Nu zal iemand zeggen: maar Paulus schrijft toch dat de liefde de wet vervult?
Ja.
“Zijt niemand iets schuldig, dan elkander lief te hebben; want die den ander liefheeft, die heeft de wet vervuld.” Romeinen 13:8 (STV)
En:
“Want de gehele wet wordt in één woord vervuld, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven.” Galaten 5:14 (STV)
Maar ook hier moet je scherp lezen.
Paulus zegt niet: ga terug onder de wet. Hij zegt dat liefde doet wat de wet eiste zonder dat de gelovige onder het wetssysteem staat. Liefde is niet de christelijke verpakking van Mozes. Liefde is vrucht van de Geest.
Direct na Galaten 5:14 zegt Paulus niet: onderhoud dus de wet.
Hij zegt:
“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” Galaten 5:16 (STV)
En even later:
“Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.” Galaten 5:22 (STV)
De liefde komt dus niet voort uit wet als juk, maar uit de Geest als vrucht.
Dat is een wereld van verschil.
De Geest werkt vrucht, geen wettische prestatie
De Geest is niet gegeven als hemelse krachtcentrale om de oude mens nu eindelijk religieus productief te maken.
De Geest werkt vanuit Christus. Hij verheerlijkt Christus. Hij past het Woord toe. Hij doet de gelovige wandelen in nieuwheid des levens. Hij brengt vrucht voort die de wet niet kon produceren.
De wet zegt: doe en leef.
De genade zegt: leef, en wandel nu waardig.
De wet eist vrucht van een dorre boom.
De genade geeft leven in Christus en brengt vrucht voort door de Geest.
De wet zegt: gij zult.
De Geest werkt: Christus in u.
Dat is geen semantisch verschil. Dat is het verschil tussen slavernij en vrijheid.
Geen antinomianisme
Nu komt de bekende beschuldiging: “Maar als je zegt dat de gelovige niet onder de wet is, krijg je losbandigheid.”
Dat is precies de vraag die Paulus zelf al ondervangt.
“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.” Romeinen 6:15 (STV)
Paulus kent de verdraaiing. Maar let op: hij corrigeert losbandigheid niet door de gelovige terug onder de wet te zetten. Hij zegt niet: o, als u dat denkt, moet u toch weer Mozes als leefregel nemen.
Nee. Hij houdt vast aan de genadepositie en werkt vanuit de vereniging met Christus.
De gelovige is met Christus gestorven. De oude mens is gekruisigd. De gelovige leeft voor God in Christus Jezus. Daarom moet hij niet wandelen naar het vlees, maar door de Geest.
Dat is geen wetteloosheid. Dat is hoger dan wet. Niet lager.
De leefregel van de gelovige is Christus
De vraag is dus niet: heeft de gelovige dan geen leefregel?
Natuurlijk wel.
Maar die leefregel is niet de wet van Mozes als verbondssysteem. De leefregel van de gelovige is Christus Zelf, toegepast door de Geest, onderwezen door de apostolische leer, in de sfeer van genade.
Johannes schrijft:
“Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.” 1 Johannes 2:6 (STV)
Paulus schrijft:
“Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen;” Efeze 5:1 (STV)
En:
“En wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft, en Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een welriekenden reuk.” Efeze 5:2 (STV)
Dat is de toon van het Nieuwe Testament.
Niet: terug naar de stenen tafelen als centrale leefregel.
Maar: wandelen waardig de roeping, wandelen in liefde, wandelen als kinderen des lichts, wandelen door de Geest, wandelen zoals Christus gewandeld heeft.
Dat is geen mindere norm. Dat is een hogere Persoon.
De wet vraagt, Christus geeft
Dit is de kern.
De wet vraagt gerechtigheid.
Christus is onze gerechtigheid.
De wet legt schuld bloot.
Christus draagt schuld weg.
De wet veroordeelt de zondaar.
Christus rechtvaardigt de goddeloze die gelooft.
De wet toont wat de mens moet zijn.
Christus is wat de gelovige voor God geworden is.
De wet zegt: doe dit en gij zult leven.
Christus zegt: Ik leef, en gij zult leven.
De Geest is niet gegeven om de gelovige terug te brengen naar het systeem dat hem veroordeelde. De Geest is gegeven omdat de gelovige in Christus is en nu mag leven uit een nieuwe positie.
Wat dan met “het recht der wet”?
Romeinen 8:4 blijft belangrijk. Maar het moet op Paulus’ manier gelezen worden.
Het recht der wet wordt vervuld in ons die wandelen naar de Geest. Dat betekent: de rechtvaardige eis van God wordt niet genegeerd. Genade is geen morele afvalbak. De Geest brengt geen wetteloosheid voort.
Maar dit vervullen gebeurt niet doordat de gelovige onder de wet wordt gezet. Het gebeurt doordat hij in Christus leeft en door de Geest wandelt.
Daarom is de zuiverste formulering niet:
De Heilige Geest stelt ons in staat de wet te vervullen.
Maar:
De Heilige Geest doet de gelovige wandelen in overeenstemming met Gods wil, terwijl hij niet onder de wet staat maar onder de genade; en in die wandel wordt het recht der wet vervuld.
Dat is langer. Minder pakkend. Minder geschikt voor een snelle preekzin.
Maar wel Bijbels.
Waarom de korte uitspraak gevaarlijk is
De zin “de Heilige Geest stelt ons in staat de wet te vervullen” is gevaarlijk omdat hij te veel open laat.
Hij kan betekenen: de Geest brengt vrucht voort in de gelovige, zodat Gods rechtvaardige wil zichtbaar wordt. Dan is er veel goeds in te herkennen.
Maar hij kan ook betekenen: de Geest plaatst de gelovige terug onder de wet van Mozes als normatieve leefregel. Dan is het fout.
En helaas is dat laatste vaak wat er praktisch gebeurt. Eerst zegt men: wij zijn uit genade behouden. Daarna zegt men: de wet is onze leefregel. Vervolgens zegt men: de Geest helpt ons die wet te vervullen. En voordat je het weet, staat de gelovige weer onder een religieuze meetlat die Paulus juist heeft weggenomen.
Dan wordt de Geest gebruikt om de wet opnieuw binnen te dragen.
Alsof Pinksteren de lift terug naar Sinaï is.
Dat is het niet.
De Heilige Geest is niet gegeven om van de gelovige een betere wetshouder te maken onder het oude verbond. Hij is gegeven aan hen die in Christus zijn, die niet onder de wet staan maar onder de genade.
De Geest leidt niet terug naar de slavernij van de letter, maar doet wandelen in nieuwheid des levens.
Daarom moet deze uitspraak worden gefileerd.
Niet omdat heiliging onbelangrijk is.
Niet omdat gehoorzaamheid bijzaak is.
Niet omdat liefde vrijblijvend is.
Maar omdat de Schrift de gelovige niet onder Mozes plaatst met de Geest als hulpmotor. De Schrift plaatst de gelovige in Christus, onder genade, geleid door de Geest, tot vrucht voor God.
Dus nee, niet zo:
De Geest stelt ons in staat de wet te vervullen.
Maar zo:
De Geest doet ons wandelen in Christus, niet onder de wet maar onder de genade; en juist zo wordt het recht der wet vervuld.
“Kom, Heilige Geest.” Waarom deze uitroep niet Bijbels is
Het klinkt warm. Geestelijk. Afhankelijk zelfs.
Alleen moet de vraag hierbij gesteld worden:
“Was Die er nog niet?”
Niet elke godsdienstig mooi klinkende oproep is een Bijbelse. Niet elke aanbiddingsregel is gezonde leer. En niet elke geestelijke uitroep komt voort uit geestelijk inzicht. Soms komt het indrukwekkend en verlangend over, terwijl het in werkelijkheid onkunde verraadt. Soms lijkt iets afhankelijk, terwijl het eigenlijk voorbijgaat aan wat God gedaan en gezegd heeft.
De vraag is dus niet of mensen het oprecht bedoelen. Oprecht verkeerd blijft verkeerd. De vraag is: is deze uitroep naar de Schrift?
En daar wringt iets. Want de Schrift leert nergens dat de gelovige herhaaldelijk moet roepen om de komst van de Heilige Geest. De Schrift leert dat de Heilige Geest gegeven is aan allen die Christus toebehoren. Niet als tijdelijke bezoeker. Niet als sfeerbrenger. Niet als religieuze krachtwolk. Maar als Persoon, als Zegel, als Onderpand, als inwonende Geest van God.
Daarom is “Kom, Heilige Geest” geen onschuldige uitdrukking. Het kan een leerstellige mistbank zijn. Een wolk van vroomheid die het zicht beneemt op de duidelijke leer van het Nieuwe Testament.
kom Heilige Geest
De Geest is niet afwezig
Wie bidt: “Kom, Heilige Geest”, wekt al snel de indruk dat de Geest er nog niet is. Alsof Hij eerst moet afdalen voordat er echt iets kan gebeuren. Alsof de gelovige zonder Hem zit te wachten op een nieuwe komst, een nieuwe aanraking, een nieuwe hemelse injectie.
Maar Paulus zegt iets anders.
“Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is des Heiligen Geestes, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?” 1 Korinthe 6:19 (STV)
Merk op die woorden: “Die in u is.”
Niet: Die hopelijk straks komt.
Niet: Die moet worden uitgenodigd.
Niet: Die pas aanwezig is als de muziek aanzwelt, de handen omhooggaan en de zaal in extase raakt.
De Heilige Geest is in de gelovige.
Dat is geen charismatische ervaringstaal, maar Bijbelse waarheid. Geen opwekkingsretoriek, maar leer van Paulus. De gelovige is een tempel van de Heilige Geest. Dat betekent: de Geest woont daar. Hij logeert niet. Hij zweeft niet op afstand. Hij wacht niet bij de deur tot wij Hem met genoeg emotie naar binnen zingen.
Hij is gegeven.
De Geest is gegeven als onderpand
De Schrift spreekt zelfs nog sterker. De Heilige Geest is niet alleen gegeven; Hij is gegeven als onderpand.
“Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven.” 2 Korinthe 1:22 (STV)
En opnieuw:
“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte; Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregen verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.” Efeze 1:13-14 (STV)
Dat woord onderpand nekt de gedachte dat de gelovige telkens opnieuw moet roepen alsof de Geest nog moet komen.
Een onderpand is een garantie. Een aanbetaling. Een door God Zelf gegeven waarborg. De Heilige Geest is Gods zegel op de gelovige. Hij is de Goddelijke waarborg dat de erfenis zeker is.
Dus wat gebeurt er als een gelovige zingt of bidt: “Kom, Heilige Geest”?
Dan klinkt dat al snel alsof het onderpand ontbreekt. Alsof het zegel onzeker is. Alsof God iets nog niet gegeven heeft wat Hij volgens de Schrift wél gegeven heeft.
Dat is geen geestelijke diepgang. Dat is geestelijke slordigheid.
Niet vragen om de komst, maar wandelen door de Geest
De Schrift roept de gelovige niet op om de Geest naar beneden te zingen. De Schrift roept de gelovige op om te wandelen door de Geest Die reeds gegeven is.
“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” Galaten 5:16 (STV)
Dat is een totaal ander verhaal.
Niet: roep Hem dichterbij.
Maar: wandel door Hem.
Niet: haal Hem naar beneden.
Maar: leef in overeenstemming met Hem.
Niet: doe alsof Hij afwezig is.
Maar: erken dat Hij in u woont en onderwerp u aan Zijn leiding.
De gelovige heeft niet te weinig Geest omdat de Geest afwezig is. De gelovige leeft vaak te weinig uit de Geest omdat hij wandelt naar het vlees. Dat is een heel ander probleem.
En daar wordt de moderne vroomheid vaak wazig. Men maakt van de Heilige Geest een ervaring die moet neerdalen, terwijl de Schrift spreekt over een Persoon Die in de gelovige woont en door Wie de gelovige behoort te wandelen.
De Bijbel zegt: word vervuld met de Geest
De bekende tegenwerping komt snel: “Maar we bedoelen toch dat de Geest meer moet werken?”
Goed. Maar zeg dan wat de Schrift zegt.
Paulus schrijft:
“En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest;” Efeze 5:18 (STV)
Dát is de Bijbelse formulering. Wordt vervuld met de Geest.
Niet omdat de Geest nog niet gegeven is, maar omdat de gelovige onder Zijn invloed, leiding, kracht en heerschappij moet leven. Het verschil is wezenlijk.
De Geest bezitten is één ding, ‘vervuld’ te zijn met de Geest is een ander ding.
Alle gelovigen hebben de Geest, maar niet allen zijn vervuld met de Geest.
Dat is het punt.
De kwestie is niet: heeft de gelovige de Geest?
Ja, anders behoort hij Christus niet toe.
De kwestie is: is de gelovige vervuld met de Geest?
Leeft hij onder Zijn leiding? Bedroeft hij Hem niet? Wandelt hij in gehoorzaamheid aan Christus?
Dáár ligt de Bijbelse spanning. Niet in het binnenroepen van een afwezige Geest, maar in het leven uit de inwonende Geest.
Zonder de Geest behoort men Christus niet toe
Paulus is hier niet voorzichtig. Hij zegt het scherp:
“Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.” Romeinen 8:9 (STV)
Dat vers laat geen grijs middengebied over.
Wie Christus toebehoort, heeft de Geest.
Wie de Geest niet heeft, behoort Christus niet toe.
Daarom is het gevaarlijk om in de gemeente een taal te gebruiken die doet alsof gelovigen nog zonder de Geest zijn totdat zij Hem opnieuw aanroepen. Dat past niet bij Romeinen 8. Dat past eerder bij verwarring over Pinksteren, Handelingen en de overgangssituatie in de heilsgeschiedenis.
De Geest is gekomen op Pinksteren. De Gemeente leeft niet vóór Pinksteren, maar ná Pinksteren. De gelovige staat niet te wachten in de opperzaal. Hij staat in Christus, verzegeld met de Geest der belofte.
“Kom” klinkt vroom, maar kan ongeloof ademen
Hier moeten we eerlijk zijn. De uitroep “Kom, Heilige Geest” kan voortkomen uit verlangen. Maar leerstellig bezien kan zij ook iets anders ademen: ongeloof tegenover wat God zegt dat Hij al gedaan heeft.
God zegt: Ik heb u Mijn Geest gegeven.
De liedcultuur zegt: Kom, Heilige Geest.
God zegt: u bent verzegeld.
De aanbiddingsretoriek zegt: kom dichterbij.
God zegt: uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest.
De religieuze sfeer zegt: daal neer in deze plaats.
God zegt: wandel door de Geest.
De emotiecultuur zegt: raak ons aan.
Dat klinkt scherp, maar het moet gezegd worden. Oppervlakkig hedendaags christendom leeft niet uit volbrachte feiten, maar uit herhaalde verlangens. Niet uit positie in Christus, maar uit honger naar beleving. Niet uit de leer van de apostelen, maar uit de dynamiek van het moment.
En daar zit het manco.
De Heilige Geest wordt zo niet meer vooral gezien als Degene Die Christus verheerlijkt, de gelovige verzegelt, het Woord toepast, de gelovige heiligt en in de waarheid leidt. Hij wordt de “aanwezige sfeer” die men probeert op te roepen.
Dat is niet Bijbels. Dat is religieuze stemmingmakerij.
De Heilige Geest verheerlijkt Christus
De Heere Jezus zegt over de Heilige Geest:
“Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.” Johannes 16:14 (STV)
Waar de Heilige Geest werkt, wordt Christus verheerlijkt. Niet de ervaring. Niet de zaal. Niet de aanbiddingsleider. Niet de zalving van het moment. Niet de zogenaamde atmosfeer. Christus.
De Geest trekt geen aandacht naar Zichzelf los van de Zoon. Hij maakt Christus groot. Hij neemt uit Christus en verkondigt het aan de Zijnen. Hij leidt in de waarheid. Hij past het Woord toe. Hij overtuigt. Hij heiligt. Hij troost. Hij verzegelt.
Daarom is een Geest-taal die losraakt van Christus en het Woord altijd verdacht. Ze kan indrukwekkend klinken, maar indrukwekkend is niet hetzelfde als Bijbels.
De verwarring komt voort uit verkeerde toepassing van Handelingen
Veel van deze verwarring ontstaat doordat men het boek Handelingen leest als een herhaalbaar draaiboek voor de gemeente vandaag. Men ziet daar bijzondere momenten waarop de Geest komt, valt, vervult, zichtbaar werkt, en men maakt daarvan een patroon voor iedere samenkomst.
Maar Handelingen beschrijft een overgangsperiode. Het boek laat zien hoe het Evangelie vanuit Jeruzalem naar Judea, Samaria en de heidenen gaat. Het beschrijft heilshistorische momenten. Niet elk gebeuren in Handelingen is een opdracht om dat vandaag kerks na te bootsen.
De brieven geven de normale leerstellige positie van de gelovige en de gemeente. En in die brieven is de lijn helder: de gelovige heeft de Geest ontvangen, is verzegeld met de Geest, behoort te wandelen door de Geest, mag de Geest niet bedroeven en moet vervuld worden met de Geest.
De Schrift leert in 1 Korinthe 6 dat het lichaam van de gelovige “een tempel van de Heilige Geest” is en dat de Geest daarin woont. Dan moet de vraag gesteld worden of het naar de Schrift is om te zeggen dat sommige christenen niet de inwoning van de Heilige Geest hebben.
Die vraag legt de vinger bij het probleem: men mag en kan de inwoning van de Geest bij de gelovige niet onzeker maken.
De Geest wordt bedroefd, niet opnieuw opgeroepen
De Schrift zegt niet: roep de Geest telkens opnieuw. De Schrift zegt:
“En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.” Efeze 4:30 (STV)
Ook dit is veelzeggend.
De Geest is zo werkelijk aanwezig in de gelovige, dat Hij bedroefd kan worden. Niet omdat Hij afwezig is, maar juist omdat Hij inwonend aanwezig is. De oproep is daarom niet: haal Hem terug. De oproep is: bedroef Hem niet.
Dat maakt de zaak concreter en ernstiger.
Het probleem is niet dat de Geest weg is. Het probleem is dat de gelovige Hem kan bedroeven door zonde, ongehoorzaamheid, bitterheid, onreinheid, hoogmoed, wereldgelijkvormigheid, vleselijkheid en ongehoorzaamheid aan het Woord.
Daar helpt geen herhaalde zangregel tegen. Daar helpt bekering, belijdenis, gehoorzaamheid en wandelen door de Geest.
Bijbelse gebedstaal
Wie Bijbels wil bidden, hoeft de Heilige Geest niet te negeren. Integendeel. Juist wie de Schrift serieus neemt, zal diep afhankelijk willen leven van Zijn werk.
Maar dan wel in de taal en lijn van de Schrift.
Bid dus niet alsof de Geest afwezig is, maar bid vanuit het feit dat Hij gegeven is.
“Vader, vervul mij met Uw Geest.”
“Heere, laat mij wandelen door Uw Geest.”
“Vader, bewaar mij ervoor Uw Geest te bedroeven.”
“Heere, open mijn ogen voor Uw Woord.”
“Vader, werk door Uw Geest in mij, opdat Christus verheerlijkt wordt.”
Dat is geen dor rationalisme. Dat is geen angst voor de Heilige Geest. Dat is juist eerbied voor de Heilige Geest zoals Hij Zich in de Schrift laat kennen.
Wie werkelijk Bijbels over de Geest wil spreken, moet ophouden Hem te behandelen als een afwezige gast en beginnen te rekenen met Zijn inwonende aanwezigheid.
Het verschil tussen vroom klinken en Bijbels spreken
“Kom, Heilige Geest” is een zin die goed klinkt in een zaal. Hij doet het goed in muziek. Hij roept gevoel op. Hij lijkt nederig.
Maar de vraag is niet: klinkt het mooi?
De vraag is: klopt het met de Schrift?
En dan moeten we eerlijk zijn: voor de gelovige ná Pinksteren is deze uitroep op zijn minst onzuiver en eigenlijk ronduit misleidend. Want hij suggereert een gemis dat de Schrift niet leert. Hij maakt onzeker wat God zeker heeft gemaakt. Hij vraagt om een komst waar de apostelen spreken over inwoning, verzegeling en onderpand.
Taal vormt denken. Liederen vormen leer. Gebeden vormen verwachting. En verkeerde verwachting opent de deur voor verkeerde praktijk.
Als je steeds roept om een Geest Die volgens de Schrift al gegeven is, ga je op den duur zoeken naar tekenen dat Hij eindelijk gekomen is. Dan wordt beleving de bevestiging. Dan wordt sfeer de maatstaf. Dan wordt intensiteit verward met waarheid.
En dan ben je verder van huis dan je denkt.
De Heilige Geest hoeft niet door de gemeente naar beneden geroepen te worden. Hij is door de Vader en de Zoon gegeven. Hij woont in iedere ware gelovige. Hij verzegelt tot de dag der verlossing. Hij is het onderpand van de erfenis. Hij verheerlijkt Christus. Hij leidt in de waarheid. Hij werkt door het Woord.
Daarom is de Bijbelse roep niet:
Kom, Heilige Geest.
Maar:
Heer, leer mij wandelen door de Geest Die U gegeven hebt.
Niet onzeker smeken om wat God al gaf, maar gelovig leven uit wat God heeft gezegd.
Dat is nuchter. Scherp. Minder geschikt voor religieuze mistmachines wellicht.
Hoezo Kingdom Now, “Koninkrijk zichtbaar maken” en NAR ?
Wat bedoelt het Nieuwe Testament met het woord “verborgenheid”? Vaak wordt dit begrip vaag, mystiek of breed gebruikt. Maar bij Paulus gaat het juist om geopenbaarde waarheid: iets wat vroeger verborgen was in Gods raad, maar nu bekendgemaakt is door apostolische openbaring. Vooral de verborgenheid van Christus en de Gemeente is daarbij beslissend. Jood en heiden worden in Christus tot één lichaam gemaakt, verbonden met het Hoofd in de hemel. Dáárom is de roeping van de Gemeente niet Kingdom Now, niet “het Koninkrijk zichtbaar maken” als aards programma, en niet de New Apostolic Reformation, maar Christus belijden, het Evangelie bewaren en de Heere verwachten.
Er zijn Bijbelse begrippen die gemakkelijk verkeerd verstaan worden of erger: genegeerd of weggeredeneerd worden.
.Met alle gevolgen van dien.
Het woord “verborgenheid” is daar een goed voorbeeld van.
Voor sommigen klinkt het als iets mystieks. Alsof Paulus ons meeneemt in een verborgen binnenkamer van geheime kennis. Voor anderen wordt het een soort theologisch stopwoord: alles wat moeilijk is, noemt men dan “een verborgenheid”. En weer anderen gebruiken het woord om de Gemeente, Israël, het Koninkrijk en Gods heilsplan op één hoop te schuiven.
Maar zo gebruikt het Nieuwe Testament het woord dus niet.
Als Paulus spreekt over een verborgenheid, bedoelt hij niet dat wij in het duister moeten tasten. Hij bedoelt juist dat God iets bekendgemaakt heeft wat eerder verborgen was in Zijn raad.
De nadruk ligt niet op menselijke onwetendheid, maar op Goddelijke openbaring.
Een verborgenheid is in het Nieuwe Testament geen rookgordijn. Het is daarentegen onthulling.
Dit onderwerp is van belang. Want als je de verborgenheid van de Gemeente niet verstaat, kom je in knoei..
Dan wordt de Gemeente verward met Israël.
Dan wordt de roeping van de Gemeente verward met het Koninkrijk.
Dan wordt verwachting vervangen door activisme.
Dan wordt getuigenis vervangen door dominion.
Dan wordt de hemelse roeping van de Gemeente ingeruild voor een aards programma.
De verborgenheid
Dáárom: geen Kingdom Now.
Geen “Koninkrijk zichtbaar maken” als opdracht aan de Gemeente.
Geen New Apostolic Reformation.
Niet omdat we bang moeten zijn voor gehoorzaamheid, heiliging, goede werken of een vrijmoedig getuigenis. Maar omdat we de Schrift recht willen snijden.
“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.” 2 Timotheüs 2:15 (STV)
Wat betekent verborgenheid?
Het Griekse woord achter “verborgenheid” is mystērion. Dat woord betekent in het Nieuwe Testament niet: een raadsel voor ingewijden, of een geheime leer die alleen een geestelijke elite kan begrijpen.
Het betekent: een waarheid die voorheen verborgen was, maar nu door God is bekendgemaakt.
Paulus schrijft:
“Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, gelijk ik met weinige woorden te voren geschreven heb;” Efeze 3:3 (STV)
Dat ene woord openbaring is beslissend. Paulus heeft deze waarheid niet uit zichzelf bedacht. Hij heeft haar niet afgeleid uit menselijke filosofie. Hij heeft haar ook niet opgebouwd vanuit religieuze traditie. Zij is hem bekendgemaakt door openbaring.
Daarom is een verborgenheid in het Nieuwe Testament niet iets wat wij zelf moeten opgraven met geestelijke fantasie. Het is iets wat God Zelf heeft onthuld in Zijn Woord.
De verborgenheid wordt niet bepaald door menselijke ervaring, kerkelijke traditie, moderne profeten, apostolische claims of koninkrijksactivisme, maar door apostolische openbaring.
Verborgen in vorige eeuwen, nu bekendgemaakt
Paulus maakt het nog duidelijker in Efeze 3:
“Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest;” Efeze 3:5 (STV)
Let goed op wat hier staat. Paulus zegt niet dat niemand in het Oude Testament iets wist van Gods genade. Dat zou onbijbels zijn. Abraham werd gerechtvaardigd uit geloof. David kende de zaligheid van vergeving. De profeten spraken over de komende Messias, Zijn lijden en Zijn heerlijkheid.
Maar Paulus zegt wel dat deze specifieke waarheid niet in andere eeuwen bekendgemaakt was zoals zij nu is geopenbaard.
Dat is belangrijk. Niet alles wat later duidelijker wordt, was eerder volledig onbekend. Maar bij de verborgenheid van de Gemeente gaat het om meer dan alleen “meer licht” op een oude zaak. Het gaat om een werkelijkheid die in Gods raad verborgen was en nu door de Geest via apostelen en profeten bekendgemaakt is.
Wie dat niet ziet, maakt het Nieuwe Testament plat. Dan wordt Paulus slechts een herhaler van Mozes en de profeten. Maar Paulus is niet alleen uitlegger van bestaande openbaring; hij is ook ontvanger en verkondiger van specifieke nieuwtestamentische openbaring.
En precies daar wordt de strijd scherp. Want waar Paulus spreekt over een hemelse Gemeente, maakt Kingdom Now er een aardse machtsbeweging van. Waar Paulus spreekt over een verborgenheid die nu geopenbaard is, komt de NAR met nieuwe apostolische sleutels, nieuwe profetische strategieën en nieuwe mandaten. Waar Paulus de Gemeente richt op Christus in de hemel, richt dominion-denken haar op invloed op aarde.
Zie hier de bron van de hedendaagse verwarring,
De kern: Jood en heiden in één lichaam
Paulus laat ons niet raden naar de inhoud van deze verborgenheid. Hij zegt het zelf:
“Namelijk dat de heidenen zijn medeërfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;” Efeze 3:6 (STV)
Dit is de kern: heidenen zijn in Christus mede-erfgenamen, van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten van de belofte door het Evangelie.
Dat is veel meer dan: ook heidenen kunnen zalig worden. Dat was in het Oude Testament al bekend. Denk aan Rachab, Ruth, Naäman en de belofte aan Abraham dat in zijn Zaad alle volken gezegend zouden worden.
De verborgenheid is dus niet simpelweg dat heidenen gezegend worden. De verborgenheid is dat Jood en heiden in Christus samengevoegd worden tot één lichaam.
Niet twee groepen naast elkaar.
Niet de heidenen als aanhangsel of ingevoegd bij Israël.
Niet Israël dat door de kerk wordt vervangen.
Maar één nieuwe, hemelse werkelijkheid in Christus: de Gemeente als lichaam van de verhoogde Heere.
Daarom schrijft Paulus in Efeze 2:
“Opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;” Efeze 2:15 (STV)
Dat is duidelijke taal: een nieuwe mens.
Niet een opgelapt oud systeem.
Niet een geestelijke annexatie van Israël door de heidenen.
Niet een religieuze coalitie.
Maar: een nieuwe schepping in Christus.
En dat nieuwe lichaam heeft geen opdracht gekregen om het Davidische Koninkrijk alvast op aarde te manifesteren. Het lichaam is verbonden met het Hoofd in de hemel.
Dat verandert alles.
De Gemeente is geen Koninkrijksmachine
Veel moderne prediking gebruikt taal die op het eerste gehoor vroom klinkt:
“Wij moeten het Koninkrijk zichtbaar maken.”
“Wij moeten de hemel naar de aarde brengen.”
“Wij zijn geroepen om de cultuur te transformeren.”
“Wij moeten de zeven bergen innemen.”
“Wij moeten als zonen van het Koninkrijk gaan regeren.”
Maar de vraag is niet of die taal energiek klinkt. De vraag is: is zij Bijbels?
De Gemeente is in het Nieuwe Testament niet de machine waarmee Christus Zijn Koninkrijk alvast zichtbaar op aarde vestigt. Zij is Zijn lichaam, verbonden met Hem in Zijn verwerping én in Zijn hemelse verhoging.
Paulus zegt:
“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;” Filippenzen 3:20 (STV)
Dat is géén Kingdom Now-jargon.. Dat is hemelse verwachting.
De Gemeente leeft op aarde, maar haar burgerschap is in de hemel. Zij dient hier, getuigt hier, lijdt hier, wandelt hier, maar haar centrum ligt niet hier. Haar Hoofd is boven. Haar leven is met Christus verborgen in God. Haar hoop is niet dat zij de wereld stap voor stap omvormt tot Koninkrijk, maar dat Christus verschijnt.
“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” Kolossenzen 3:4 (STV)
Let op de volgorde. Eerst Christus geopenbaard. Dan de Zijnen met Hem geopenbaard in heerlijkheid.
Niet: de Gemeente openbaart eerst het Koninkrijk, zodat Christus kan terugkomen op een door ons klaargemaakt toneel.
Dat is de geestelijke kortsluiting van Kingdom Now-denken.
Geen vervanging van Israël
Zodra men zegt dat de Gemeente een verborgenheid is, denkt men soms dat Israël daardoor onbelangrijk wordt. Aan de andere kant zeggen sommigen: omdat gelovigen uit de heidenen nu delen in geestelijke zegeningen, is Israël als volk klaar, afgeschreven, vervangen.
Beide gedachten doen geen recht aan Paulus’ boodschap.
In Romeinen 11 waarschuwt Paulus juist tegen hoogmoed van heidenchristenen tegenover Israël:
“Zo roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.” Romeinen 11:18 (STV)
En even verder:
“Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij, opdat gij niet wijs zijt bij uzelven, dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.” Romeinen 11:25 (STV)
Ook hier gebruikt Paulus het woord verborgenheid. En opnieuw gaat het om een waarheid die God bekendmaakt. Israël is niet definitief verworpen. De verharding is voor een deel. En zij duurt totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.
Daarom vervolgt Paulus:
“En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.” Romeinen 11:26 (STV)
Wie de Gemeente gebruikt om Israël weg te verklaren, gaat tegen Paulus in. En wie Israël zo centraal stelt dat de verborgenheid van de Gemeente verdwijnt, doet eveneens tekort aan Paulus.
De Bijbel vraagt geen vermenging, maar onderscheid.
Israël heeft beloften, verbonden en een toekomst in Gods plan.
De Gemeente heeft een hemelse roeping, positie en toekomst in Christus.
Beide lijnen komen niet voort uit menselijke schema’s, maar uit de Schrift die zorgvuldig onderscheiden en recht gesneden moet worden.
Hier ontspoort Kingdom Now-theologie. Zij neemt Koninkrijksbeloften, verplaatst die naar de Gemeente, maakt ze tot een opdracht voor nu, en bouwt daar vervolgens een activistische overwinningsleer op.
Maar het Koninkrijk van Christus wordt niet zichtbaar gemaakt door een ‘apostolisch netwerk’, een ‘culturele strategie’ of een beweging die meent de aarde terug te moeten claimen. Het Koninkrijk wordt dan pas openbaar wanneer de Koning verschijnt.
Christus en de Gemeente
In Efeze 5 spreekt Paulus opnieuw over een verborgenheid. Hij behandelt daar het huwelijk en citeert Genesis:
“Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot één vlees wezen.” Efeze 5:31 (STV)
Daarna zegt hij:
“Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente.” Efeze 5:32 (STV)
Dat is een indrukwekkend moment. Paulus kijkt naar het huwelijk en zegt: dit wijst naar Christus en de Gemeente.
De Gemeente is dus niet zomaar een verzameling mensen met dezelfde overtuiging. Zij is geen vereniging, geen kerkelijke structuur, geen denominatie, geen religieus instituut dat zijn bestaansrecht ontleent aan geschiedenis of organisatie.
Zij is verbonden met Christus Zelf.
Hij is het Hoofd.
Zij is Zijn lichaam.
Daarom schrijft Paulus elders:
“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” Efeze 1:22-23 (STV)
Dát is de essentie van de verborgenheid. De verworpen Christus is verhoogd aan Gods rechterhand. En in deze tijd wordt een volk geroepen dat met Hem verbonden is als Zijn lichaam.
Geen aardse politiek.
Geen Koninkrijk in zichtbare heerlijkheid.
Geen christelijke beschaving als einddoel.
Geen apostolische bestuurslaag die de kerk moet aansturen naar werelddominantie.
Maar een hemels lichaam verbonden met een hemels Hoofd.
Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid
Ook Kolossenzen spreekt over deze verborgenheid:
“Namelijk de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen;” Kolossenzen 1:26 (STV)
En dan komt de inhoud:
“Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid;” Kolossenzen 1:27 (STV)
Hier zien we de verborgenheid van binnenuit. Christus is niet alleen de beloofde Messias voor Israël. Hij is niet alleen de toekomstige Koning Die zal regeren. Hij is ook nu de levende, verhoogde Heere onder Zijn heiligen.
“Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid.”
Dat is geen armoede. Dat is niet voorlopig in de zin van tweederangs. Dat is rijkdom der heerlijkheid.
De gelovige leeft niet vanuit aardse status, tempel, priesterschap, ritueel of nationale voorrechten. Hij leeft vanuit Christus. Christus is zijn leven, zijn gerechtigheid, zijn positie, zijn hoop en zijn toekomst.
Paulus zegt het zo:
“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” Kolossenzen 3:3 (STV)
Dat is de hemelse positie van de gelovige. Zijn leven is niet geworteld in deze wereld, maar in Christus.
En daarom is het zo gevaarlijk wanneer moderne bewegingen de gelovige gaan leren dat hij pas werkelijk geestelijk volwassen is wanneer hij leert heersen, decreteren, gebieden, gebieden innemen, structuren transformeren en de hemel op aarde manifesteren.
De Bijbelse lijn is radicaal anders.
Sterven met Christus.
Leven uit Christus.
Wandelen door de Geest.
Getuigen van Christus.
Lijden om Christus.
Wachten op Christus.
De verborgenheden van het Koninkrijk
Niet alleen Paulus gebruikt het woord. De Heere Jezus spreekt in Mattheüs 13 over de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen:
“En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.” Mattheüs 13:11 (STV)
Mattheüs 13 komt niet zomaar uit de lucht vallen. In Mattheüs 12 is de verwerping van de Koning scherp zichtbaar geworden. De leiders van Israël schrijven het werk van de Geest toe aan Beëlzebul. Daarna begint de Heere Jezus in gelijkenissen te spreken.
Dat is veelzeggend.
Het Koninkrijk wordt niet onmiddellijk openbaar opgericht in heerlijkheid. De Koning is verworpen. Er komt een tussentijd waarin het Koninkrijk een verborgen gestalte heeft. Het Woord wordt gezaaid. Er komt vrucht, maar ook tegenstand. Er is tarwe, maar ook onkruid. Er is uiterlijke groei, maar ook vermenging.
De gelijkenissen van Mattheüs 13 leren dus niet simpelweg: alles wordt steeds beter totdat de hele wereld christelijk is. Ze laten juist zien dat er in deze periode een gemengde toestand is tot aan de voleinding.
Dat is apologetisch van belang.
Want veel christelijk optimisme heeft zich niet laten corrigeren door Mattheüs 13. Men verwacht een geleidelijk gekerstende wereld, maar de Heer Zelf spreekt over onkruid tussen de tarwe, boze werking, schijn en uiteindelijke scheiding.
Dat maakt de verborgenheden van het Koninkrijk geen vaag begrip, maar een sleutel tot het verstaan van deze tijd.
De Koning is niet afwezig omdat Zijn macht ontbreekt. Hij is verborgen voor de wereld omdat Gods plan in deze bedeling anders werkt dan menselijke triomfverwachting wil. Christus bouwt Zijn Gemeente. Het Evangelie gaat uit. De Geest woont in de gelovigen. Maar de openbare Koninkrijksheerlijkheid wacht op de verschijning van de Koning.
Daarom is “Koninkrijk zichtbaar maken” als programma zo misleidend. Het klinkt vroom, maar het trekt naar voren wat God verbonden heeft aan Christus’ verschijning.
De verborgenheid van de opname
Een andere verborgenheid vinden we in 1 Korinthe 15:
“Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden;” 1 Korinthe 15:51 (STV)
Paulus spreekt hier over de toekomstige verandering van de gelovigen. Niet alle gelovigen zullen sterven. Er zullen gelovigen zijn die levend veranderd worden.
Hij vervolgt:
“In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.” 1 Korinthe 15:52 (STV)
Ook hier is verborgenheid géén speculatie. Paulus zegt: “ik zeg u”. Het is onderwijs van de apostel.. De toekomst van de gelovige rust niet op menselijke hoop, maar op Gods geopenbaarde waarheid.
De Gemeente eindigt niet in institutionele triomf op aarde, maar in vereniging met de Heer. De doden worden opgewekt. De levenden worden veranderd. Het verderfelijke doet onverderfelijkheid aan. Het sterfelijke doet onsterfelijkheid aan.
Dat is geen bijzaak. Het hoort bij de hemelse roeping van de Gemeente.
En opnieuw staat dit haaks op Kingdom Now. De grote hoop van de Gemeente is niet dat zij door invloed, strategie en geestelijke doorbraak de aarde onder controle krijgt. Haar hoop is de Heere Zelf.
“Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus;” Titus 2:13 (STV)
De zalige hoop is geen succesvolle cultuurovername.
De zalige hoop is Christus.
Waarom dit belangrijk is
Wie de verborgenheid niet verstaat, drijft af.
Dan wordt de Gemeente terug onder Israël geplaatst, alsof zij slechts een voortzetting van Israël is.
Of Israël wordt vervangen door de Gemeente, alsof Gods beloften aan het volk Israël geestelijk zijn opgelost.
Of het Koninkrijk wordt vereenzelvigd met kerkelijke invloed in de wereld.
Of de christen wordt teruggebracht naar de Sinaï, terwijl Paulus zegt:
“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)
De verborgenheid bewaart ons dus voor verwarring. Zij dwingt ons om te onderscheiden tussen Wet en Genade, Israël en Gemeente, aardse beloften en hemelse roeping, Koninkrijk in verborgen gestalte en Koninkrijk in openbare heerlijkheid.
Dat is geen koude schema-theologie. Dat is eerbiedig luisteren naar de Schrift.
Niet uiteenrukken wat bij elkaar hoort. Maar ook niet samenpersen wat God onderscheidt.
En dit raakt direct de New Apostolic Reformation. Want de NAR leeft juist van het samenpersen van lijnen die de Schrift onderscheidt. Koninkrijksbeloften worden overgezet naar de kerk. Apostolisch fundament wordt omgebouwd tot een doorlopend hedendaags apostelambt. Profetische openbaring krijgt praktisch gezag naast of boven de Schrift. Heiliging wordt vervangen door activatie. Verwachting wordt vervangen door mandaat.
Daar moet een Bijbelvaste correctie tegenover staan.
Geen “Koninkrijk zichtbaar maken”
De uitdrukking klinkt vroom. En het moet gezegd: soms bedoelen mensen er alleen mee dat christenen zichtbaar moeten leven tot eer van God. Als dát bedoeld wordt, is er op zichzelf niets mis met gehoorzaamheid, goede werken, liefde, trouw, barmhartigheid en heiliging. Een christen hoort zichtbaar anders te leven.
De Heere Jezus zegt:
“Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.” Mattheüs 5:16 (STV)
Maar goede werken zijn niet hetzelfde als het Koninkrijk zichtbaar maken in de zin van aardse heerschappij, cultuurtransformatie of geestelijke gebiedsclaim.
Dáár zit de angel.
Een gelovige moet Christus zichtbaar belijden. Ja.
Een gelovige zou wandelen als kind des lichts. Ja.
Een gelovige zou vrucht dragen. Ja.
Een gemeente zou het Woord bewaren en het Evangelie verkondigen. Ja.
Maar nergens krijgt de Gemeente de opdracht om het Messiaanse Koninkrijk alvast zichtbaar te maken alsof zij de voorhoede is van een wereldwijde christelijke machtsorde.
Het Koninkrijk wordt openbaar wanneer de Koning openbaar wordt.
Tot die tijd is de Gemeente getuige, vreemdeling en bijwoner, pelgrim, lichaam van Christus, tempel van de Heilige Geest in verwachting.
Petrus schrijft:
“Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel;” 1 Petrus 2:11 (STV)
Dat is de toon van het Nieuwe Testament. Geen triomfalistische veroveringstaal, maar pelgrimstaal. Geen dominion-programma, maar heiliging en getuigenis.
Geen Kingdom Now
Kingdom Now leert in verschillende bewoordingen dat de kerk geroepen is om het Koninkrijk van God nu zichtbaar op aarde te vestigen, uit te breiden of te manifesteren, vaak vóór de lichamelijke wederkomst van Christus. Soms gebeurt dat subtiel. Soms openlijk. Soms met zachte taal over invloed en herstel. Soms met harde taal over heerschappij, gebieden, decreten en mandaten.
Maar het probleem blijft hetzelfde: de Bijbelse tijdlijn wordt verbogen.
De Schrift leert dat Christus nu verhoogd is en dat alle dingen Hem onderworpen zijn in Gods raad. Maar zij leert ook dat wij nu nog niet zien dat alle dingen Hem onderworpen zijn.
“Alle dingen hebt Gij onder Zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij Hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat Hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn;” Hebreeën 2:8 (STV)
Dat vers is killing voor goedkoop triomfalisme.
Christus heeft alle macht.
Maar de openbare onderwerping van alle dingen is nog niet zichtbaar in deze wereld.
Wat zien wij nu?
“Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods…” Hebreeën 2:9 (STV)
Wij zien nog niet alles aan Hem onderworpen. Maar wij zien Jezus.
Dat is de positie van de Gemeente. Niet: wij zien de wereld al onder onze voeten. Maar: wij zien Jezus.
Kingdom Now verschuift de blik van de verhoogde Christus naar een opdracht aan de mens. Het klinkt krachtig, maar het legt een last op de Gemeente die de apostelen niet opleggen.
Geen New Apostolic Reformation
De New Apostolic Reformation draait in de kern om precies dezelfde verschuiving: moderne apostelen, moderne profeten, nieuwe mandaten, invloedssferen, herstel van apostolisch bestuur, koninkrijksdoorbraken en het idee dat de kerk de wereld moet transformeren om ‘het Koninkrijk gestalte te geven.’
Maar in het Nieuwe Testament wordt de Gemeente niet gebouwd op een doorgaande reeks moderne apostelen met nieuw gezag. Zij is gebouwd op het fundament dat gelegd is.
“Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;” Efeze 2:20 (STV)
Een fundament leg je niet telkens opnieuw.
De apostelen en profeten van Efeze 2:20 horen bij het fundament van de Gemeente. Zij zijn niet een eindeloos herhaalbaar bestuursmodel voor latere eeuwen. De apostolische openbaring is gegeven, vastgelegd en bewaard in de Schrift.
Daarom is de NAR niet zomaar een overenthousiaste stroming met een andere stijl van aanbidding. Zij raakt aan het fundament. Zij suggereert dat de Gemeente nu opnieuw apostolisch bestuur en profetische richting nodig heeft om haar bestemming te bereiken. Daarmee wordt de genoegzaamheid van Christus, de Schrift en het apostolische fundament praktisch ondergraven.
De vraag is niet of alle mensen in die beweging onoprecht zijn.
De vraag is of het systeem Bijbels is.
En dat is het niet.
Want de Gemeente is niet geroepen om onder nieuwe apostelen de zeven bergen te veroveren. Zij is geroepen om te blijven in de leer der apostelen.
“En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.” Handelingen 2:42 (STV)
Niet: zij wachtten op een latere apostolische reformatie die de kerk eindelijk haar ware mandaat zou geven.
Zij volhardden in de leer der apostelen.
Geen fundament bovenop het fundament wat er al was
De NAR-taal over “herstel van apostelen” klinkt vaak alsof er iets ontbreekt aan de Gemeente zolang moderne apostelen niet erkend worden. Maar dat botst met het beeld van het fundament.
Een huis heeft een fundament. Dat fundament wordt gelegd. Daarna wordt erop gebouwd.
Paulus schrijft:
“Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe.” 1 Korinthe 3:10 (STV)
Het fundament wordt niet elke generatie opnieuw gelegd door nieuwe apostolische claims. Wie dat wel doet, bouwt niet veilig verder, maar begint te rommelen aan de dragende grond.
En waar het fundament verschuift, verschuift alles.
Dan komt er ruimte voor profetieën die praktisch evenveel gewicht krijgen als de Schrift.
Dan komt er ruimte voor geestelijke autoriteitsstructuren die niet uit het Nieuwe Testament voortkomen.
Dan komt er ruimte voor gehoorzaamheid aan “apostolische visie” in plaats van toetsing aan het Woord.
Dan komt er ruimte voor een koninkrijksagenda die de Gemeente richting aardse invloed duwt.
Daarom moet dit helder gezegd worden: de verborgenheid van Christus en de Gemeente is niet de voedingsbodem voor NAR-denken. Zij is juist het Bijbelse tegengif ertegen.
Geen veroveringsmandaat, maar getuigenis
De Heere Jezus gaf Zijn discipelen geen opdracht om machtscentra over te nemen. Hij gaf hun de opdracht om getuigen te zijn.
“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.” Handelingen 1:8 (STV)
Getuigenis is geen dominion.
Een getuige wijst naar Christus. Een getuige verkondigt wat God gedaan heeft. Een getuige kan verworpen worden. Een getuige kan lijden. Een getuige kan sterven. Het Griekse woord voor getuige hangt zelfs samen met het woord martelaar.
Dat is de nieuwtestamentische lijn.
Niet de Gemeente als machtsblok.
Niet de apostel als geestelijke CEO.
Niet profetische strategie als routekaart naar wereldtransformatie.
Maar getuigen van Christus in de kracht van de Heilige Geest.
En juist dat is vruchtbaar. Want Gods kracht werkt niet volgens de logica van aardse heerschappij. Het kruis zelf is daar het grote bewijs van.
“Maar wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid;” 1 Korinthe 1:23 (STV)
NAR en Kingdom Now hebben moeite met deze kruisboodschap. Ze willen overwinningstaal, doorbraaktaal, heerschappijtaal, invloedstaal.
Maar Paulus zet in het centrum: Christus, de Gekruisigde.
Natuurlijk is Christus opgestaan. Natuurlijk is Hij verhoogd. Natuurlijk heeft Hij alle macht. Maar de Gemeente leeft in deze wereld nog in de gestalte van getuigenis, lijden, volharding en verwachting.
De verborgenheid en het Evangelie
De verborgenheid staat niet los van het Evangelie. Zij is niet een extra laag boven op het Evangelie, alsof het kruis slechts het begin is en de echte kennis later komt.
Nee, de verborgenheid is geworteld in Christus’ dood, opstanding en verhoging.
Door het kruis is de middelmuur des afscheidsels gebroken.
Paulus schrijft:
“Want Hij is onze vrede, Die deze beiden één gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,” Efeze 2:14 (STV)
En:
“En opdat Hij die beiden met God in één lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.” Efeze 2:16 (STV)
Daar staat het: door het kruis.
De verborgenheid van het ene lichaam is niet los verkrijgbaar van Golgotha. Zij is geen theologische decoratie. Zij is vrucht van het volbrachte werk van Christus.
Daarom is het zo ernstig wanneer men de Gemeente maakt tot een aardse machtsfactor, een morele verbeterclub of een religieus verlengstuk van Israël. Dan verlaagt men wat God in Christus heeft geopenbaard.
De Gemeente is gekocht door dierbaar bloed, gevormd door de Geest, verbonden met het Hoofd in de hemel, en bestemd voor heerlijkheid.
Geen vrijbrief
Het woord verborgenheid wordt soms misbruikt. Men zegt dan: “Dit is een verborgenheid”, en vervolgens wordt elke controleerbare uitleg losgelaten. Dan mag de tekst ineens alles betekenen wat men geestelijk voelt.
Maar dat is precies het tegenovergestelde van hoe het Nieuwe Testament het woord gebruikt.
Een verborgenheid is niet een open deur naar willekeur. Zij is geopenbaarde waarheid. En geopenbaarde waarheid staat vast in de Schrift.
Daarom moeten wij oppassen voor twee gevaren.
Aan de ene kant rationalisme: alleen willen aanvaarden wat men binnen bestaande systemen kan plaatsen.
Aan de andere kant geestelijke fantasie: onder het mom van verborgenheid dingen leren die de apostelen niet geleerd hebben.
Paulus’ verborgenheid is geen speeltuin voor religieuze creativiteit. Zij is leerstellige openbaring met apostolisch gezag.
En dat betekent: geen moderne apostelen die nieuwe bouwtekeningen aandragen.
Geen profeten die de koers van de Gemeente bepalen buiten de Schrift om.
Geen “koninkrijksstrategieën” die de apostolische leer overschrijven.
Geen taal over doorbraak en bestemming die de eenvoudige roeping van de Gemeente opzij duwt.
Geen geheime kennis voor ingewijden
Er is nog een gevaar. Het woord verborgenheid kan ook gebruikt worden om een soort hogere klasse van christenen te creëren. Alsof gewone gelovigen slechts de basis hebben, maar een select gezelschap toegang heeft tot de “diepere geheimen”.
Ook dat past niet bij Paulus.
Paulus verkondigt de verborgenheid juist aan de heiligen. Hij bidt dat gelovigen inzicht zullen krijgen. Hij wil niet dat deze waarheid verborgen blijft achter een priesterlijke, academische of apostolische muur.
Aan de Kolossenzen schrijft hij:
“Opdat hun harten vertroost mogen worden, en zij samengevoegd zijn in de liefde, en dat tot allen rijkdom der volle verzekerdheid des verstands, tot kennis der verborgenheid van God en den Vader, en van Christus;” Kolossenzen 2:2 (STV)
De kennis van de verborgenheid is dus niet bedoeld om hoogmoed te kweken, maar om harten te vertroosten en gelovigen te bevestigen in Christus.
Waar de verborgenheid goed verstaan wordt, wordt Christus groter. Niet de uitlegger. Niet het systeem. Niet de beweging. Niet de apostel. Niet de profeet. Christus.
De verborgenheid en nederigheid
Paulus verbindt deze openbaring niet met hoogmoed, maar met verwondering. Hij noemt zichzelf:
“Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus,” Efeze 3:8 (STV)
Daarmee zet hij de toon.
Wie de verborgenheid verstaat, gaat niet pronken met inzicht. Hij buigt. Want deze waarheid is niet door menselijke scherpzinnigheid ontdekt. Zij is gegeven.
Paulus noemt het Genade.
En dat is precies de sfeer van deze hele bedeling: Genade. God eist niet eerst gerechtigheid onder de Wet om daarna te zegenen. Hij geeft gerechtigheid in Christus. Hij rechtvaardigt de goddeloze die gelooft. Hij bouwt Zijn Gemeente uit mensen die van nature niets kunnen inbrengen.
Daarom schrijft hij:
“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;” Efeze 2:8 (STV)
En meteen daarna:
“Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” Efeze 2:9 (STV)
De verborgenheid past volmaakt bij Genade. Alles is uit God. Alles is in Christus. Alles is door openbaring. Alles sluit menselijke roem uit.
Dat is ook waarom de overwinningsretoriek van veel Kingdom Now-denken geestelijk zo wringt. Zij praat veel over Christus, maar zet ongemerkt de mens weer in het midden: onze decreten, onze autoriteit, onze invloed, onze apostelen, onze strategie, onze generatie die het eindelijk gaat doen.
Paulus spreekt anders.
Genade sluit roem uit.
Ook christelijke roem.
Ook charismatische roem.
Ook apostolische roem.
De apologetische spits
Waarom moet dit verdedigd worden?
Omdat de verwarring op dit punt enorme gevolgen heeft.
Wanneer men de verborgenheid wegdrukt, wordt de Gemeente vaak teruggetrokken in het kader van de Wet. Dan wordt Mozes alsnog de leefregel in plaats van Christus. Dan wordt genade vermengd met Sinaï. Dan ontstaat het bekende religieuze mengsel: behouden door genade, maar geheiligd door wet.
Wanneer men Israël vervangt door de kerk, worden Gods verbonden geestelijk omgebogen. Dan wordt de trouw van God aan Israël afhankelijk gemaakt van kerkelijke uitleg. Maar als Gods beloften aan Israël niet betrouwbaar zijn in hun eigen betekenis, waarom zouden Zijn beloften aan de Gemeente dan wel betrouwbaar zijn?
Wanneer men het Koninkrijk nu al als zichtbare christelijke heerschappij op aarde wil vestigen, krijgt men triomfdenken. Dan moet de wereld worden veroverd, gecorrigeerd, gedomineerd of gekerstend. Maar de apostelen bereiden de Gemeente niet voor op aardse heerschappij vóór Christus’ verschijning. Zij roepen haar tot volharding, heiliging, verwachting en getuigenis.
De verborgenheid bewaart ons dus bij de eenvoud van Gods plan.
Christus is verworpen door de wereld, verhoogd in de hemel, en vergadert nu Zijn Gemeente. Straks zal Hij komen. Dan zal wat nu verborgen is in positie, openbaar worden in heerlijkheid.
Paulus schrijft:
“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” Kolossenzen 3:4 (STV)
Dat is de toekomst van de Gemeente. Niet zelfverheerlijking nu, maar openbaring met Hem straks.
Leven vanuit de verborgenheid
Geen kil verhaal. Het raakt ons leven als gelovigen.
Als Christus het Hoofd is, hoeft de Gemeente niet te leven vanuit menselijke druk of verwachting.
Als de gelovige in Christus volmaakt gesteld is, hoeft hij niet terug naar een wettische ladder.
Als de Gemeente hemels geroepen is, hoeft zij niet te aarden in wereldgelijkvormige macht.
Als Israël niet vervangen is, hoeven wij Gods trouw niet te verdraaien.
Als de Koning komt, hoeven wij het Koninkrijk niet kunstmatig te bouwen met menselijke middelen.
Als Christus onder ons is, hebben wij geen tweede zegen, aparte geestelijke klasse of moderne apostolische elite nodig om compleet te zijn.
Paulus zegt:
“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;” Kolossenzen 2:10 (STV)
Dat is genoeg.
Niet karig genoeg. Overvloedig genoeg.
De gelovige is niet arm omdat hij niet onder de Wet staat. Hij is rijk omdat hij in Christus is.
De Gemeente is niet zwak omdat zij geen aardse troon bezit. Zij is gezegend omdat zij verbonden is met het Hoofd in de hemel.
Dáárom geen Kingdom Now
Als de Gemeente een verborgenheid is, verbonden met de verhoogde Christus in de hemel, dan is haar opdracht niet om het Koninkrijk nu zichtbaar te vestigen als machtsstructuur op aarde.
De Gemeente is niet geroepen om de wereld over te nemen, maar om Christus te belijden, het Evangelie te verkondigen, te volharden, heilig te leven en de Heer te verwachten.
De apostolische vermaningen zijn opvallend nuchter. Paulus zegt niet tegen de gelovigen dat zij steden moeten claimen, cultuurbergen moeten innemen of de aarde onder apostolisch bestuur moeten brengen. Hij schrijft over wandelen waardig de roeping, de oude mens afleggen, de nieuwe mens aandoen, elkaar vergeven, de waarheid spreken, de wapenrusting Gods aandoen, bidden, volharden en uitzien.
“Wandelt waardiglijk der roeping, met welke gij geroepen zijt;” Efeze 4:1 (STV)
Dat is geen passiviteit. Dat is gehoorzaamheid.
Maar het is gehoorzaamheid binnen de roeping die God werkelijk gegeven heeft, niet binnen een verzonnen koninkrijksmandaat.
Dáárom geen “Koninkrijk zichtbaar maken”
De formulering klinkt aantrekkelijk, maar zij is vaak veel te geladen. Zij lijkt nederig, maar smokkelt soms een heel leerstellig pakket mee. Want wie moet dat Koninkrijk zichtbaar maken? Met welke middelen? Onder welk gezag? In welke fase van Gods heilsplan? En wat betekent “zichtbaar” dan precies?
Als bedoeld wordt dat christenen goede werken moeten doen, liefde moeten tonen, rechtvaardig moeten wandelen en Christus moeten belijden, dan hebben wij genoeg Bijbelse taal om dat te zeggen.
Noem het gehoorzaamheid.
Noem het vrucht van de Geest.
Noem het goede werken.
Noem het wandelen in het licht.
Noem het getuigenis.
Maar noem het niet achteloos “het Koninkrijk zichtbaar maken” wanneer daarmee de indruk wordt gewekt dat de Gemeente geroepen is om de openbare Koninkrijksheerlijkheid nu al op aarde te realiseren.
Die heerlijkheid is verbonden aan de verschijning van de Koning.
“En de Heere zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de Heere één zijn, en Zijn Naam één.” Zacharia 14:9 (STV)
Dat is geen project van de Gemeente vóór Christus’ komst. Dat is de openbaring van de Koning Zelf.
Dáárom geen New Apostolic Reformation
De NAR past niet bij de verborgenheid van Christus en de Gemeente, omdat zij de Gemeente van haar apostolische eenvoud lossloopt.
Zij maakt van de kerk een koninkrijksbeweging.
Zij maakt van dienstbaarheid een heerschappij taal.
Zij maakt van apostolisch fundament een modern bestuursmodel.
Zij maakt van profetie vaak richtinggevende openbaring naast de Schrift.
Zij maakt van verwachting een transformatieprogramma.
Maar de Gemeente heeft geen nieuwe apostelen nodig om haar bestemming te bereiken. Zij heeft het Woord nodig. Zij heeft de bediening van de Geest nodig. Zij heeft herders en leraars nodig die haar bewaren bij Christus. Zij heeft geen geestelijke generaals nodig, maar trouwe dienstknechten.
Paulus waarschuwt:
“Doch ik vrees, dat enigszins, gelijk de slang Eva door haar arglistigheid bedrogen heeft, alzo uw zinnen bedorven worden, om af te wijken van de eenvoudigheid, die in Christus is.” 2 Korinthe 11:3 (STV)
Dat is het punt.
De verborgenheid brengt ons niet in een ingewikkeld systeem van apostolische rangen, profetische sleutels, geestelijke territoria en koninkrijksmandaten. Zij brengt ons bij de eenvoudigheid die in Christus is.
Verborgen geweest, nu geopenbaard
De verborgenheid in het Nieuwe Testament is geen vage term voor alles wat wij niet begrijpen. Zij is ook geen mystieke binnenleer voor geestelijke specialisten.
Zij is Gods bekendgemaakte waarheid over Christus, de Gemeente, de tegenwoordige bedeling, de tijdelijke verharding van Israël, de verborgen gestalte van het Koninkrijk en de toekomstige verandering van de gelovigen.
Vooral in Paulus’ brieven schittert deze kern: Jood en heiden worden in Christus tot één lichaam gemaakt. Dat lichaam is de Gemeente. Haar Hoofd is in de hemel. Haar leven is in Christus. Haar roeping is hemels. Haar toekomst is heerlijkheid met Hem.
Dat bewaart voor vervangingstheologie.
Dat bewaart voor wetticisme.
Dat bewaart voor triomfalistische koninkrijksverwarring.
Dat bewaart voor geestelijke elitevorming.
Dat bewaart voor moderne apostolische overheersing.
En bovenal: het verhoogt Christus.
Want de verborgenheid is uiteindelijk niet een leerstuk dat los naast Hem staat. Zij is vol van Hem.
Christus onder u.
Christus het Hoofd.
Christus de Hoop der heerlijkheid.
Christus, in Wie God Zijn raad bekendmaakt.
Wat verborgen was, is nu geopenbaard. En wat nu nog verborgen is in positie, zal straks openbaar worden in heerlijkheid.
Daarom belijdt de Gemeente Christus.
Daarom bewaart zij het Evangelie.
Daarom verwacht zij haar Heere.
En daarom zegt zij nee tegen elke leer die haar hemelse roeping verruilt voor een aardse machtsdroom.
Geen Kingdom Now.
Geen “Koninkrijk zichtbaar maken” als programma.
Geen New Apostolic Reformation.
Wel Christus.
Wel Zijn Woord.
Wel de apostolische leer.
Wel genade.
Wel verwachting.
Wel de zalige hoop:
“Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastelijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!” Openbaring 22:20 (STV)