Dominion-denken: een frontale aanrijding met het Nieuwe Testament

Een idee dat oppervlakkig  en strikt horizontaal bekeken vroom klinkt, maar bij nader onderzoek diep problematisch blijkt: ‘het dominion-denken’

In steeds meer evangelische en charismatische kringen voet aan de grond

De gedachte is simpel:
Christenen zouden geroepen zijn om de wereld te domineren. Cultuur, politiek, onderwijs, economie en media zouden onder christelijke heerschappij moeten komen. De kerk moet de aarde “terugnemen”. Sommige varianten leren zelfs dat Christus pas kan terugkomen wanneer de kerk de wereld onder controle heeft gebracht.

Het klinkt triomfantelijk. Het klinkt krachtig.
Maar het staat haaks op de boodschap van het Nieuwe Testament.

Christus ontkent zelf een aards dominion

Van de Here Jezus werd ook verwacht een politieke messias te worden. Het volk wilde Hem zelfs eventueel met geweld koning maken. De verwachting was duidelijk: Israël moest de wereld gaan domineren.

“De mensen dan, gezien hebbende het teken dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou.

Jezus dan, wetende dat zij zouden komen en Hem met geweld nemen, opdat zij Hem koning maakten, ontweek wederom op den berg, Hij Zelf alleen.” Johannes 6:14-15 (STV)

Hij wijst dit bij gelegenheid resoluut af.

“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.”
Johannes 18:36 (STV)

Dit vers is vernietigend voor dominion-denken.

Als het Koninkrijk van Christus werkelijk bedoeld was als een politieke wereldmacht, zouden Zijn volgelingen hebben gevochten. Maar Christus zegt expliciet: dat doen zij niet.

Waarom niet?
Omdat Zijn Koninkrijk een andere oorsprong heeft.

De gemeente is geen machtsblok maar integendeel: een volk van vreemdelingen op aarde

Dominion-denken maakt van de kerk een instrument van maatschappelijke macht.

Maar het Nieuwe Testament beschrijft gelovigen totaal anders.

“Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel.”
1 Petrus 2:11 (STV)

Een vreemdeling probeert geen wereldrijk te bouwen.
Een vreemdeling is op doorreis.

Paulus zegt hetzelfde:

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.”
Filippenzen 3:20 (STV)

De gemeente kijkt niet naar beneden om de wereld te regeren.
Maar kijkt omhoog en verwacht Christus.

De Bijbel voorzegt geen christelijke wereld

Dominion-denken gaat uit van een onbijbels scenario: de kerk zal de wereld transformeren.

Maar de apostelen spreken over toenemende misleiding en afval.

De wereld wordt niet geleidelijk het Koninkrijk van God.

Christus moet persoonlijk terugkomen om Zijn Koninkrijk te vestigen.

Daarom zegt de Schrift:

“Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.”
Hebreeën 13:14 (STV)

Het christelijk geloof is geen project om de wereld te perfectioneren.
Het is een verwachting van een komende wereld.

De misbruikte tekst uit Genesis

Dominion-theologie grijpt vaak terug op Genesis: de mens moest de aarde onderwerpen.

Maar er wordt iets cruciaals vergeten.

Die opdracht werd gegeven vóór de zondeval.

Sinds de val is de wereld onder de macht van zonde en dood gekomen. Het Nieuwe Testament spreekt zelfs over satan als:

“den god dezer eeuw”
2 Korinthe 4:4 (STV)

Het herstel van de menselijke heerschappij gebeurt niet via kerkelijke machtspolitiek, maar via Christus, de laatste Adam.

Zijn Koninkrijk wordt niet opgebouwd door campagnes of politieke invloed of groeimodellen,  maar geopenbaard bij Zijn wederkomst.

Dominion-denken lijkt verdacht veel op de oude messiaanse misvatting

De ironie is opvallend.

Dezelfde fout die het volk Israël in de dagen van Jezus maakte, wordt vandaag opnieuw gemaakt.

Men verwacht een aardse messiaanse heerschappij vóór de komst van de Koning.

Maar het Nieuwe Testament leert precies het tegenovergestelde.

Eerst komt:

  • prediking
  • afval
  • opname van de Gemeente
  • verdrukking

Pas daarná komt het Koninkrijk

Niet eerder.

Wanneer de kerk macht zoekt

Dominion-denken verandert het karakter van het christendom.

Het verschuift de focus van:

evangelie → naar macht
heiliging → naar invloed
verwachting → naar controle

Maar de gemeente is geen revolutionaire beweging.

Zij is het lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.”
Kolossenzen 1:18 (STV)

Een lichaam voert geen politieke strijd om wereldheerschappij op eigen initatief.
Een lichaam leeft uit het Hoofd.

De roeping van de gemeente

Het Nieuwe Testament kent een totaal andere opdracht:

  • het evangelie verkondigen
  • discipelen maken
  • apart gezet leven
  • het lichaam van Christus opbouwen
  • uitzien naar Zijn komst

Niet: de wereld domineren.

De gemeente is geen regering.

Zij is een levend organisme in gemeenschap met de Heer.

De dingen zoekend die boven zijn.  (Kolossenzen 3:1-3)

De fatale vergissing

Dominion-denken probeert het Koninkrijk van God eigenmachtig  naar voren te trekken in de geschiedenis.

Maar het Koninkrijk komt niet door menselijke inspanning.

Het komt door de verschijning van de Koning.

Daarom eindigt het Nieuwe Testament niet met een oproep om de wereld te domineren.

Het eindigt met een gebed.

“Ja, kom, Heere Jezus!”
Openbaring 22:20 (STV)

Dát is de hoop van de schepping

Niet dominion.

Maar wederkomst.

lees ook:

Dominion-theologie en de zeven bergen: opdracht of machtsdroom?

Is de gemeente geroepen om nu te heersen over de aarde?

De New Apostolic Reformation


extern:
https://www.cwowi.eu/weekly-thoughts-nl-wekelijkse-gedachten/random-thought-dominion-theology-1
https://nl.wikipedia.org/wiki/Heerschappijtheologie

Dominion theologie ┃ Heersen over de schepping

Zelfonderzoek is geen harde eis voor vergeving

Moet een christen eerst al zijn zonden belijden voordat God vergeeft?

In bepaalde christelijke kringen leeft een hardnekkige gedachte: God vergeeft pas wanneer wij onze zonden eerst grondig onderzoeken en vervolgens één voor één belijden. Wie dat niet doet, zou in feite met onvergeven zonden blijven rondlopen.

Dat klinkt vroom, maar het roept meteen een probleem op. Wat gebeurt er met zonden waar je je helemaal niet bewust van bent?

Iedere gelovige kent dit. Je kunt iets doen, denken of nalaten zonder dat je op dat moment beseft dat het zonde is. Soms ontdek je het pas jaren later. Betekent dat dan dat al die tijd geen vergeving bestond?

De Schrift zelf geeft daar een duidelijk antwoord op.

Niemand kent al zijn zonden

Zelfs David erkent dat een mens zijn eigen zonden niet volledig kan overzien.

Psalm 19:13
“Wie zou de afdwalingen verstaan? Reinig mij van de verborgene afdwalingen.” (STV)

De Bijbel gaat er dus van uit dat er verborgen zonden zijn. Zonden die wij zelf niet eens herkennen.

Als volledige zelfkennis een voorwaarde voor vergeving zou zijn, dan zou niemand ooit vergeving kunnen ontvangen.

De grond van vergeving ligt buiten ons

Het evangelie plaatst de basis van vergeving niet in onze introspectie, maar in het werk van Christus.

Kolossenzen 2:13
“En Hij heeft u, toen gij dood waart in de misdaden en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende.” (STV)

Let op de omvang van die uitspraak: al uw misdaden.

Niet alleen de zonden die wij hebben kunnen opsommen.

Niet alleen de zonden waar wij ons bewust van zijn.

Maar al onze misdaden.

Het probleem van de eindeloze introspectie

Wanneer vergeving afhankelijk wordt gemaakt van volledige zondebelijdenis, ontstaat er een onoplosbaar probleem.

Je kunt nooit zeker weten of je alles hebt beleden.

Daarom kan het geloofsleven dan veranderen in een eindeloze cyclus:

zonde ontdekken
zonde belijden
twijfelen of je alles hebt genoemd
opnieuw zoeken naar verborgen zonden

Het gevolg is dat de blik verschuift van Christus naar jezelf.

Maar de Schrift wijst precies de andere kant op.

Hebreeën 12:2
“Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus.” (STV)

Wat betekent zonden belijden dan wel?

Belijdenis is Bijbels, maar heeft een andere functie dan vaak wordt gedacht.

1 Johannes 1:9
“Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.” (STV)

Johannes schrijft dit in een context waarin mensen beweerden geen zonde te hebben.

1 Johannes 1:8
“Indien wij zeggen dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij onszelven, en de waarheid is in ons niet.” (STV)

Belijden betekent hier eenvoudig: God gelijk geven over onze zonde.

Niet een perfecte lijst produceren.

Niet een geestelijke administratie bijhouden.

Maar erkennen dat God gelijk heeft over ons.

De zekerheid van het evangelie

De zekerheid van vergeving ligt uiteindelijk niet in ons vermogen om zonden te analyseren, maar in het volbrachte werk van Christus.

Hebreeën 10:14
“Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen die geheiligd worden.” (STV)

Met één offer.

Niet met duizenden nieuwe belijdenissen.

Niet met een voortdurend terugkerend schuldritueel.

Maar met één offer.

Waar het werkelijk om gaat

De Bijbel roept gelovigen niet op om voortdurend naar binnen te kijken, maar om op Christus te zien.

Niet introspectie, maar geloof.

Niet eindeloze zelfanalyse, maar vertrouwen.

Want uiteindelijk rust de vergeving van zonden niet op de vraag of wij alles goed hebben beleden, maar op het feit dat Christus alles heeft gedragen.

En juist daarom kan de apostel schrijven:

1 Johannes 5:13
“Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam des Zoons Gods; opdat gij weet dat gij het eeuwige leven hebt.” (STV)

 

Het Evangelie is geen boodschap die onzekerheid produceert.

Het is een boodschap die zekerheid geeft.

Vergeving.

Niet: naar de volledigheid van onze schuldbelijdenis..

Maar naar de rijkdom van Zijn Genade (Efeze 1:7)

Genezingscampagne of het Evangelie?

Over een genezingscampagne, verkeerde verwachtingen en het gevaar van opgeklopt spektakel

Opnieuw verschijnt er een aankondiging van een zogenaamde genezingscampagne, dit keer in Rotterdam. Met als optredend artiest ene Andrew Ebenezar.

Er wordt gesproken over wonderen, tekenen en genezingen. Mensen worden uitgenodigd om te komen “met verwachting”, omdat God daar bijzondere dingen zou gaan doen.

Voor sommige christenen klinkt dat hoopvol. Wie verlangt er niet naar genezing, naar doorbraken, naar zichtbare wonderen?

Maar een belangrijke vraag moet gesteld worden:

Is dit het patroon dat we in de Bijbel zien?

 

God kán genezen

Laat dat eerst duidelijk zijn. De Bijbel leert nergens dat God vandaag niet meer zou kunnen genezen.

“Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid.” (Hebreeën 13:8 STV)

God is niet veranderd. Hij kan ingrijpen. Hij kan ziekte wegnemen. Hij kan onverwacht herstel geven.

Ook lezen we:

“Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in den Naam des Heeren.” (Jakobus 5:14 STV)

Gebed voor zieken is dus volkomen Bijbels.

Maar dat is iets heel anders dan genezingscampagnes organiseren.

De eerste Christenen organiseerden geen genezingsdiensten

Wie het Nieuwe Testament eerlijk leest, ontdekt iets opvallends.

De apostelen reisden rond om het evangelie te prediken. Wonderen gebeurden soms, maar ze werden nooit als evenement aangekondigd.

Er staat nergens:

“Kom morgen naar Jeruzalem, want er zullen wonderen en genezingen plaatsvinden.”

Wonderen waren in de Schrift geen programma.

Ze waren:

  • een soevereine daad van God
  • een bevestiging van het apostolische getuigenis
  • geen religieuze bijeenkomst die mensen konden plannen

De Schrift zegt:

“En zij gingen uit en predikten overal, en de Heere werkte mede, en bevestigde het Woord door tekenen die daarop volgden.” (Markus 16:20 STV)

Let op de volgorde.

Eerst het Woord.
Daarna bevestiging.

Niet andersom.

Het probleem van moderne genezingscampagnes

Bij moderne campagnes verschuift de nadruk vaak ongemerkt.

Niet het evangelie staat centraal, maar:

  • wonderen
  • genezingen
  • manifestaties
  • spectaculaire getuigenissen

Het christelijk geloof wordt zo langzaam veranderd in een zoektocht naar ervaringen.

Maar Paulus zegt juist:

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” (1 Korinthe 2:2 STV)

De apostelen predikten geen wonder-evangelie.

Zij predikten Christus en het kruis.

De Bijbel leert ook dat ziekte kan blijven

Dat wordt in genezingscampagnes zelden gezegd.

Paulus had zelf een blijvende lichamelijke zwakheid.

“En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een doorn in het vlees…” (2 Korinthe 12:7 STV)

Hij bad drie keer om genezing.

Maar de Heer nam het niet weg.

Dat betekent iets belangrijks: genezing is géén universele belofte voor dit leven.

Ook Timotheüs werd niet naar een genezingsdienst gestuurd.

Paulus schreef:

“Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.” (1 Timotheüs 5:23 STV)

Dat klinkt opmerkelijk nuchter.

Wanneer het evangelie naar de achtergrond verdwijnt

Veel genezingscampagnes hebben een herkenbaar patroon.

Er wordt gesproken over:

  • doorbraak
  • kracht
  • wonderen
  • manifestaties

Maar zelden over:

  • zonde
  • bekering
  • verzoening
  • het kruis

Toch is dat precies waar het evangelie over gaat.

De Here Jezus zei:

“Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel?” (Markus 8:36 STV)

De grootste nood van een mens is niet ziekte.

Het is verlorenheid.

De vraag die we moeten stellen

Het Evangelie stelt een andere vraag dan veel moderne campagnes.

Niet:

“Wil je een wonder meemaken?”

Maar:

“Wie is Jezus Christus voor jou?”

Is Hij:

  • de Zoon van God
  • de gekruisigde Verlosser
  • de opgestane Heer

Of slechts een wonderdoener van wie wij verwachten dat Hij onze problemen oplost?

Terug naar de eenvoud van het Evangelie

De kerk heeft geen wondercampagnes nodig.

Wat zij nodig heeft is:

  • prediking van het Woord
  • onderwijs in de Schrift
  • bekering en geloof
  • een leven dat gericht is op Christus

Wonderen kunnen eventueel gebeuren.
Maar zij zijn nooit het centrum.

Het centrum is altijd:

Jezus Christus en Dien gekruisigd.

Geverifieerd door MonsterInsights