Waarom de Wet niemand kan zaligmaken
Wie Wet en Genade probeert te vermengen, denkt meestal dat hij het Evangelie verrijkt. Paulus zegt precies het tegenovergestelde: wie menselijke werken toevoegt aan Gods Genade, tast daarmee de kern van het Evangelie aan.
Veel christenen zeggen dat zij uit genade leven. Toch wordt die genade in de praktijk vaak omringd door voorwaarden. Je moet genoeg gehoorzamen, genoeg geloven, genoeg geven, genoeg vasten, genoeg toewijding tonen of een bepaald geestelijk niveau bereiken. Christus heeft weliswaar veel gedaan, maar kennelijk moet de mens het laatste deel zelf aanvullen.
Dat klinkt godsdienstig. Het is alleen niet het Evangelie der Genade Gods.
De Schrift leert niet dat Wet en Genade elkaar aanvullen. Als grond van rechtvaardiging en aanvaarding bij God sluiten zij elkaar uit.

Waarom de wet niemand kan zaligmaken
Wie wet en genade probeert te vermengen, denkt meestal dat hij het evangelie verrijkt. Paulus zegt precies het tegenovergestelde: wie menselijke werken toevoegt aan Gods genade, tast daarmee de kern van het evangelie aan.
Veel christenen zeggen dat zij uit genade leven. Toch wordt die genade in de praktijk vaak omringd door allerlei voorwaarden. Je moet genoeg gehoorzamen, genoeg geloven, genoeg geven, genoeg vasten, genoeg toewijding tonen of een bepaald geestelijk niveau bereiken. Christus heeft weliswaar veel gedaan, maar kennelijk moet de mens dan toch het laatste deel zelf aanvullen.
Dat klinkt godsdienstig. Het is echter niet het Evangelie der Genade Gods.
De Schrift leert niet dat wet en genade elkaar aanvullen. Sterker gezegd: Als beginsel van rechtvaardiging en aanvaarding bij God sluiten zij elkaar uit.
De Wet is heilig, rechtvaardig en goed
Een scherp onderscheid tussen wet en genade betekent niet dat de wet slecht zou zijn. Paulus spreekt juist met groot respect over Gods wet:
“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.” (Romeinen 7:12, STV)
De wet is goed omdat zij van God afkomstig is. Zij openbaart Zijn heiligheid, rechtvaardigheid en volmaakte maatstaf. Het probleem zit daarom niet in de wet, maar in de zondige mens.
De wet vraagt niets verkeerds. Zij vraagt juist wat rechtvaardig, rein en goed is. Maar de gevallen mens is niet in staat om aan die heilige eis te voldoen.
Daarom schrijft Paulus:
“Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.” (Romeinen 7:14, STV)
De wet is geestelijk. De mens is vleselijk. Daar ligt het probleem.
De Wet openbaart de zonde
De wet is geen redder, maar een aanklager. toont de mens wat zonde is en stelt hem schuldig voor God.
“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.” (Romeinen 3:20, STV)
Door de wet leert de mens niet hoe goed hij is, maar hoe schuldig hij staat. Ontmaskert zijn woorden, daden, gedachten en begeerten.
De wet werkt als een spiegel. Een spiegel kan vuil zichtbaar maken, maar kan het vuil niet verwijderen. Zo kan de wet de zonde aanwijzen, maar de zondaar niet reinigen.
De wet stelt de diagnose, maar biedt geen genezing.
Openbaart de schuld, maar schenkt geen vergeving.
Wijst de overtreding aan, maar geeft geen nieuw leven.
De Wet kan niemand zaligmaken
De wet is goed, maar zij kan geen zondaar zaligmaken. Dat is geen tekortkoming van de wet. De wet is eenvoudigweg nooit gegeven als middel waardoor de mens zichzelf kon redden.
Paulus schrijft:
“Want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.” (Galaten 3:21, STV)
Als een wet werkelijk leven had kunnen geven, zou Christus niet hebben hoeven sterven. Dan had God slechts een betere uitleg, strengere naleving of een aangepaste wet hoeven geven.
Maar God gaf geen verbeterde wet.
God gaf Zijn Zoon.
Het kruis van de Here Jezus Christus bewijst dat de mens niet door wetsonderhouding kon worden gerechtvaardigd. Als rechtvaardigheid door de wet mogelijk was geweest, zou het sterven van Christus overbodig zijn geweest.
Paulus zegt dat zonder omwegen:
“Ik doe de genade Gods niet teniet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.” (Galaten 2:21, STV)
Dat is vernietigend voor elke leer waarin menselijke prestaties alsnog een plaats krijgen als grond voor Gods aanvaarding.
Wet en Genade sluiten elkaar uit
Romeinen 11:6 bevat een van de duidelijkste uitspraken over wet en genade:
“En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer. En indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer.” (STV)
Paulus laat geen ruimte voor een tussenweg.
Óf de rechtvaardiging is uit genade.
Óf zij is uit werken.
Óf Christus heeft alles volbracht.
Óf de mens moet zelf nog iets toevoegen.
Beide tegelijk is onmogelijk.
Genade is niet Gods hulp bij onze eigen poging om zalig te worden. Genade betekent dat God schenkt wat de mens niet kon verdienen, bereiken of tot stand brengen.
Zodra menselijke prestatie een voorwaarde wordt voor rechtvaardiging, houdt genade op genade te zijn.
De Wet eist, de Genade schenkt
Het verschil tussen wet en genade kan eenvoudig worden samengevat.
De wet eist.
De genade schenkt.
De wet zegt wat de mens moet doen.
De genade maakt bekend wat Christus heeft gedaan.
De wet zegt: gehoorzaam en leef.
De genade zegt: Christus heeft volbracht; geloof en leef.
De wet stelt de mens verantwoordelijk.
De genade openbaart Gods voorziening.
De wet brengt kennis van zonde.
De genade brengt vergeving, rechtvaardiging en leven.
Johannes beschrijft dit onderscheid als volgt:
“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.” (Johannes 1:17, STV)
Mozes bracht de wet. De Here Jezus Christus bracht niet slechts een mildere vorm van die wet, maar genade en waarheid.
Waarom Paulus zo scherp schrijft aan de Galaten
De Galatenbrief is een van de scherpste brieven van Paulus. Dat komt doordat het Evangelie der genade Gods op het spel stond.
De Galaten hadden Christus niet volledig verworpen. Zij hadden het evangelie niet vervangen door openlijk heidendom. Zij voegden slechts iets toe aan het geloof in Christus.
Juist daarin zat het gevaar.
Er kwamen mensen die leerden dat geloof in Christus niet genoeg was. Besnijdenis en wetsonderhouding moesten eraan worden toegevoegd. Dat leek misschien een kleine aanvulling, maar Paulus noemt het een ander evangelie.
“Ik verwonder mij, dat gij zo haast wijkende van Dengene, Die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander evangelie; daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren.” (Galaten 1:6-7, STV)
Het evangelie wordt niet alleen verdraaid wanneer Christus openlijk wordt ontkend. Het wordt ook verdraaid wanneer Zijn volbrachte werk onvoldoende wordt geacht.
Daarom zegt Paulus:
“Christus is u ijdel geworden, zovelen als gij door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen.” (Galaten 5:4, STV)
Wie rechtvaardiging zoekt in de wet, verlaat het beginsel van de genade. Hij maakt Christus niet letterlijk tot niets, maar behandelt Zijn werk wel alsof het niet voldoende is.
Begonnen met de Geest, eindigen met het vlees
Paulus stelt de Galaten een indringende vraag:
“Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?” (Galaten 3:3, STV)
Zij waren door geloof begonnen, maar wilden vervolgens door menselijke inspanning geestelijk worden voltooid.
Dat gevaar bestaat nog steeds.
Veel prediking leert dat een mens door genade wordt behouden, maar vervolgens onder een systeem van geestelijke prestaties komt te staan. Zijn zekerheid, vrede en positie lijken afhankelijk te worden van zijn gedrag, inzet, ervaringen en resultaten.
Dan ontstaat een evangelie waarin Christus de deur opent, maar de gelovige zichzelf verder naar binnen moet werken.
Paulus wijst dat radicaal af.
Wat uit genade is begonnen, wordt ook door genade voortgezet.
Een oude dwaling in een modern jasje
Wetticisme verschijnt niet altijd in ouderwetse kleding. Het kan zich ook modern, enthousiast en geestelijk presenteren.
Men zegt bijvoorbeeld:
Je ontvangt pas een doorbraak als je genoeg gelooft.
God kan pas handelen als jij de juiste woorden spreekt.
Je ontvangt meer zalving wanneer je meer offert.
Je moet eerst geestelijk hogerop komen.
Je moet eerst vergeven.
Je moet een bepaalde ervaring hebben om echt vervuld te zijn.
Je moet genoeg vasten, bidden, geven of jezelf uitstrekken.
Zulke uitspraken kunnen vroom klinken, maar ze verplaatsen het zwaartepunt van Christus naar de mens.
Niet langer staat centraal wat Christus heeft volbracht, maar wat de gelovige nog moet presteren.
De mens gaat dan opnieuw leven onder voorwaarden. Gods gunst lijkt zo afhankelijk te worden van zijn geestelijke inzet.
Dat is wet in een nieuw jasje.
Het gebruikt dan niet de woorden van Mozes, maar het werkt wel volgens hetzelfde beginsel: doe iets, bereik iets, bewijs iets, en dan zal God u zegenen.
Genade is géén beloning voor geestelijke prestaties
Genade is per definitie onverdiend.
“Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9, STV)
De mens wordt niet zalig omdat hij genoeg geloofskracht heeft ontwikkeld. Zelfs de zaligheid wordt voorgesteld als Gods gave.
Er blijft daarom geen ruimte over voor menselijke roem.
Niet in onze gehoorzaamheid.
Niet in onze toewijding.
Niet in onze inzet.
Niet in onze geestelijke ervaringen.
Niet in onze kennis.
Niet in onze bediening.
Niet in onze vermeende zalving.
Alle roem behoort aan God en aan de Here Jezus Christus.
Niet onder de Wet, maar onder de Genade
Paulus schrijft aan gelovigen:
“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)
Dit vers wordt soms afgezwakt alsof Paulus slechts bedoelt dat gelovigen niet meer door ceremoniële regels worden beheerst. Maar zijn uitspraak is veel fundamenteler.
De gelovige staat niet meer onder het beginsel van de wet als grond van zijn verhouding tot God. Hij staat onder genade.
Zijn positie wordt niet bepaald door zijn prestaties, maar door zijn positie in Christus.
Zijn aanvaarding rust niet op zijn trouw, maar op Christus’ volbrachte werk.
Zijn vrede met God rust niet op zijn wisselende geestelijke toestand, maar op rechtvaardiging uit geloof.
“Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus.” (Romeinen 5:1, STV)
Genade maakt niet wetteloos
Zodra wordt geleerd dat de gelovige niet onder de wet maar onder de genade staat, klinkt vaak het verwijt dat dit tot losbandigheid zou leiden.
Paulus kende dat bezwaar ook:
“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.” (Romeinen 6:15, STV)
Genade geeft geen vrijbrief om te zondigen. Genade leert de gelovige juist om godzalig te leven.
“Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld.” (Titus 2:11-12, STV)
Let op wat hier staat.
Niet de Wet onderwijst de gelovige in zijn nieuwe positie, maar de Genade.
Genade is niet slap, goedkoop of vrijblijvend. Zij redt de zondaar en vernieuwt en vormt vervolgens zijn leven.
Maar zniet door hem opnieuw onder veroordeling te plaatsen. Zij richt zijn oog op Christus en werkt vanuit dankbaarheid, nieuw leven en de werking van Gods Geest.
De Wet kan gedrag begrenzen, maar geen leven geven
De wet kan zeggen: gij zult niet begeren.
Maar zij kan de begeerte niet uit het hart verwijderen.
De wet kan moord veroordelen.
Maar zij kan geen liefde voortbrengen.
De wet kan leugen verbieden.
Maar zij kan geen nieuw hart scheppen dat waarheid liefheeft.
De wet kan afgoderij aanwijzen.
Maar zij kan de mens niet in een levende verhouding met God brengen.
Daarom is genade geen zachtere wet. Zij is Gods oplossing voor een probleem dat de wet wel kon openbaren, maar niet kon oplossen.
Wat de wet niet kon doen, heeft God gedaan door Zijn Zoon te zenden.
“Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.” (Romeinen 8:3, STV)
De wet was niet krachteloos in zichzelf. Zij was krachteloos door het vlees. De zondige mens kon haar niet volbrengen.
Waarom de vermenging van Wet en Genade zo gevaarlijk is
De vermenging van wet en genade is geen onschuldige leerstellige vergissing want:
- tast de genoegzaamheid van Christus aan.
- berooft gelovigen van zekerheid.
- kweekt hoogmoed bij wie denkt goed te presteren.
- veroorzaakt wanhoop bij wie voortdurend tekortschiet.
- maakt geestelijke leiders tot controleurs van Gods gunst.
- brengt gelovigen opnieuw onder angst en veroordeling.
- maakt het kruis tot het begin van de redding, terwijl de mens geacht wordt het werk af te maken.
Maar Christus riep aan het kruis niet: Ik heb een goede basis gelegd, nu is het aan u.
Hij heeft het werk volbracht.
Alleen Christus kan zaligmaken
De wet kan niemand zaligmaken.
Mozes kan niemand zaligmaken.
Religieuze regels kunnen niemand zaligmaken.
Geestelijke ervaringen kunnen niemand zaligmaken.
Kerkelijke tradities kunnen niemand zaligmaken.
Menselijke toewijding kan niemand zaligmaken.
Alleen de Here Jezus Christus kan zaligmaken.
“En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.” (Handelingen 4:12, STV)
Dat is de heerlijkheid van het Evangelie der genade Gods.
De zondaar wordt niet opgeroepen zichzelf te verbeteren totdat hij aanvaardbaar is. Hij wordt geroepen te geloven in Hem Die goddelozen rechtvaardigt.
“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” (Romeinen 4:5, STV)
De beslissende vraag
De beslissende vraag is daarom niet hoeveel de mens heeft gedaan.
De vraag is of Christus’ werk voldoende is.
Is Zijn offer volledig?
Is Zijn bloed genoegzaam?
Is Zijn opstanding de grond van onze rechtvaardiging?
Is Zijn genade werkelijk Genade?
Wanneer het antwoord ja is, kan er niets aan worden toegevoegd.
Wie iets toevoegt aan het volbrachte werk van Christus, maakt dat werk niet sterker. Hij verklaart het daarmee juist onvoldoende.
Samengevat
De wet is heilig, rechtvaardig en goed. Zij openbaart Gods maatstaf en stelt de zondaar schuldig.
Maar de wet kan geen leven geven.
De wet kan niet rechtvaardigen.
De wet kan niet reinigen.
De wet kan niemand zaligmaken.
Daarom gaf God Zijn Zoon.
Wet en Genade sluiten elkaar uit als grond voor rechtvaardiging. De mens wordt niet gedeeltelijk door Christus en gedeeltelijk door eigen werken gered. Hij wordt volledig uit Genade gerechtvaardigd, door het geloof, op grond van het volbrachte werk van de Here Jezus Christus.
Het grootste gevaar voor het Evangelie is daarom niet alleen openlijk ongeloof. Het is ook de vrome poging om aan Christus iets toe te voegen.
Paulus laat geen middenweg toe.
Óf de rechtvaardiging is uit werken.
Óf zij is uit genade.
Óf de mens roemt in zichzelf.
Óf hij roemt uitsluitend in het kruis.
“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus, door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” (Galaten 6:14, STV)
De wet is goed.
Maar alleen de genade van God in de Here Jezus Christus kan een verloren zondaar zaligmaken.
“Want het einde (einddoel) der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft” (Romeinen 10:4, STV)
Dus niet:

zie ook:
wet en genade – Bijbelse basis
(extern)
wet en genade » Bijbels Panorama