Laat u met God verzoenen: het warme hart van het Evangelie
“laat u met God verzoenen” (2 Korinthe 5:20 STV).
Dat is geen kille dogmatiek en ook geen religieuze pressie. Het is de stem van God Die in Christus naar de mens toegekomen is. Het gaat over liefde, schuld, verzoening, nieuwe schepping en vrede met God. Niet omdat de mens zichzelf heeft opgewerkt tot God, maar omdat God Zelf in Christus de weg heeft geopend.
De liefde van Christus dringt ons
Paulus begint niet bij menselijke ijver, kerkelijke druk of religieuze prestatie. Hij begint bij de liefde van Christus.
“Want de liefde van Christus dringt ons;” (2 Korinthe 5:14 STV)
Dat woord “dringt” heeft de gedachte van innerlijke aandrang. Paulus wordt vastgehouden, bewogen en geleid door de liefde van Christus. Niet door angst. Niet door eerzucht. Niet door behoefte aan erkenning. Maar door de liefde van Hem Die voor zondaren gestorven en opgewekt is.
Die liefde is niet vaag of sentimenteel. Zij werd zichtbaar aan het kruis. Christus heeft Zichzelf gegeven. Niet voor mensen die zichzelf konden redden. Niet voor mensen die eerst waardig genoeg waren. Niet voor mensen met een indrukwekkend geestelijk cv.
Hij stierf voor zondaren.
“Als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.” (2 Korinthe 5:14 STV)
Dat is het Evangelie in een notedop. Christus stierf niet slechts als voorbeeld van opofferende liefde. Hij stierf plaatsvervangend. Zijn dood was niet alleen een daad van liefde, maar ook het oordeel over de oude mens, over de zonde en over alles wat tussen God en mens in stond.
Wie in Christus is, mag weten: mijn oude bestaan voor God is met Hem in de dood gebracht. Ik hoef mijn schuld niet te verbergen. Ik hoef mijzelf niet beter voor te doen dan ik ben. Ik hoef mij niet overeind te houden voor God alsof mijn behoud uiteindelijk van mijn geestelijke prestatie afhangt.
God heeft die zaak Zelf behandeld, in Christus.
Christus stierf voor ons, opdat wij zouden leven
Paulus schrijft:
“En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.” (2 Korinthe 5:15 STV)
Christus is gestorven en opgewekt. Dat is het fundament. Niet onze beleving, niet onze toewijding, niet onze vroomheid, maar Zijn volbrachte werk.
Toch blijft het Evangelie daar niet oppervlakkig bij stilstaan. Christus stierf niet alleen om schuldigen vrij te spreken, maar ook om levenden een nieuw levensdoel te geven. De gelovige leeft niet meer voor zichzelf, maar voor Hem.
Dat is tegelijk bevrijdend en ontmaskerend.
Van nature draait de mens om zichzelf. Zelfs religie kan nog helemaal om het eigen ik draaien. Mijn ernst. Mijn keuze. Mijn toewijding. Mijn gevoel. Mijn gelijk. Mijn bediening. Mijn geestelijke status. Mijn doorbraak. Mijn missie.
Maar genade verplaatst het middelpunt. Niet ik, maar Christus. Niet mijn prestatie, maar Zijn werk. Niet mijn eer, maar Zijn heerlijkheid.
Dat betekent niet dat een gelovigezonder strijd is. Het betekent wel dat hij een nieuw bestaan heeft gekregen. Christus is gestorven en opgewekt. En wie door Hem leeft, mag leren leven voor Hem.
Niet uit dwang. Niet om Gods liefde te verdienen. Maar omdat die liefde hem al gevonden heeft.
Christus kennen als de Opgewekte
Paulus vervolgt:
“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16 STV)
Dit is een belangrijk woord. Paulus kijkt niet oppervlakkig naar mensen. Niet naar afkomst, status, uiterlijk, kracht, zwakheid, verleden of menselijke maatstaven. Hij ziet mensen in het licht van Christus.
Ook Christus kent hij niet meer alleen naar Zijn aardse vernedering. Natuurlijk is Zijn komst in het vlees waar en heerlijk. De Zoon van God is werkelijk Mens geworden. Hij heeft werkelijk gewandeld op aarde. Hij heeft werkelijk geleden. Hij is werkelijk gestorven.
Maar Hij is ook werkelijk opgewekt.
Wij kennen Christus nu als de Gestorvene, de Opgewekte en de Verheerlijkte. Hij is niet slechts een leraar uit Nazareth. Hij is niet alleen een moreel voorbeeld. Hij is niet slechts een wonderdoener of een inspirerende rabbi.
Hij is de levende Heer.
Dat geeft rust. Ons geloof rust niet op een herinnering aan een gestorven leraar of aan een bijzondere profeet maar op de levende Christus, Die gestorven en opgewekt is.
In Christus een nieuw schepsel
Dan komt dat bekende en rijke woord:
“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17 STV)
Wat een troost ligt hierin.
God lapt de oude mens niet op. Hij begint niet met een beetje verbetering hier en daar. Hij brengt de gelovige in Christus in een nieuwe schepping. Dat is geen oppervlakkige verandering van gedrag, maar een totaal nieuwe positie voor God.
“In Christus” — daar ligt alles.
Niet in jezelf. Niet in je vorderingen. Niet in je gevoel van overwinning. Niet in je kerkelijke achtergrond. Niet in je Bijbelkennis, hoe belangrijk dat op zichzelf ook is. Maar in Christus.
Wie in Christus is, staat voor God niet meer in Adam, niet meer onder veroordeling, niet meer als iemand die zichzelf moet bewijzen. Hij is een nieuw schepsel.
Dat betekent niet dat de gelovige nooit meer struikelt. Het betekent niet dat het vlees geen strijd meer geeft. Het betekent niet dat alle zwakheid ineens verdwenen is. Maar het betekent wel dat God hem niet meer beoordeelt naar zijn oude positie. Hij ziet hem in Christus.
En vanuit die volmaakte positie mag de wandel worden vernieuwd.
De oproep “laat u met God verzoenen” is daarom geen oproep tot religieuze zelfverbetering, maar een uitnodiging om te rusten in het volbrachte werk van Christus. Wie in Christus is, ontvangt niet slechts een nieuwe start, maar staat voor God in een geheel nieuwe positie.
Verzoening is uit God
Paulus laat geen ruimte voor menselijke roem:
“En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft.” (2 Korinthe 5:18 STV)
Al deze dingen zijn uit God.
Dat is de doodsteek voor geestelijke trots, maar ook de grootste troost voor een vermoeid hart. Als het uit mij moest komen, was het een verloren zaak. Als mijn behoud moest rusten op mijn vasthouden, mijn inzicht, mijn trouw of mijn standvastigheid, dan zou ik geen vrede hebben.
Maar het is uit God.
God heeft verzoend. God heeft de weg geopend. God heeft Zijn Zoon gegeven. God heeft het woord der verzoening toevertrouwd.
Verzoening met God begint niet bij de mens die omhoog klimt, maar bij God Die in Christus naar beneden kwam. De mens zoekt van nature uitvluchten, maar God zoekt de zondaar. De mens bedekt zijn schuld, maar God opent een weg waarin schuld werkelijk weggedaan kan worden.
Verzoening betekent dat God Zelf de breuk heeft behandeld. Niet door zonde te negeren, maar door haar te oordelen in Christus. Niet door Zijn rechtvaardigheid opzij te zetten, maar door die rechtvaardigheid volkomen te handhaven aan het kruis.
Daarom is genade nooit goedkoop. Genade is kostbaar, omdat zij rust op het bloed van Christus.
God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende
Paulus schrijft:
“Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.” (2 Korinthe 5:19 STV)
Dit is een zin om langzaam te lezen.
God was in Christus.
Niet tegen Christus. Niet los van Christus. Niet alsof de Zoon liefdevol was en de Vader slechts toornig. Nee, God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende.
Hier zien wij het hart van God. Hij heeft Zelf het initiatief genomen. De mens vlucht van God weg, maar God komt in Christus naar de mens toe. De mens probeert zichzelf te rechtvaardigen, maar God geeft gerechtigheid in Christus.
Dat is het Evangelie.
Toch betekent dit niet dat ieder mens automatisch behouden is. Paulus doet direct daarna de indringende oproep:
“laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20 STV)
De grond van verzoening is gelegd in Christus. Het woord der verzoening wordt gepredikt. Maar de oproep klinkt nog steeds tot de mens: laat u met God verzoenen.
Dat maakt de boodschap ernstig. Er is werkelijk verzoening in Christus. Maar buiten Hem blijft de mens in zijn vervreemding van God.
De bediening der verzoening
Paulus zegt:
“Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20 STV)
Wat een toon. Paulus spreekt hier niet hoogmoedig vanaf een afstand. Hij smeekt. Hij bidt. Alsof God Zelf door hem heen roept.
Laat u met God verzoenen.
Dat is geen religieuze uitnodiging tot zelfverbetering. Het is geen oproep om eers jezelf op te poetsen en waardig genoeg te worden. Het is geen vraag om jezelf op te werken tot een hoger geestelijk niveau.
Het is de oproep om te komen op grond van wat God Zelf in Christus heeft gedaan.
Laat uw verzet vallen. Laat uw eigen gerechtigheid los. Laat uw excuses los. Laat uw verborgen schuld niet langer tussen u en God staan. Vlucht niet langer weg in drukte, religie, verstandelijke bezwaren of geestelijke schijnzekerheid.
Laat u met God verzoenen.
De bediening der verzoening is de boodschap dat God de grond van vrede gelegd heeft in de dood en opstanding van de Heere Jezus Christus. Een gezant van Christus verkondigt daarom niet zichzelf, niet een kerkelijk systeem en niet menselijke verbetering als grond van vrede. Hij wijst op Christus.
Christus werd zonde voor ons gemaakt
Paulus eindigt dit gedeelte met een van de diepste uitspraken van de Schrift:
“Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” (2 Korinthe 5:21 STV)
Christus kende geen zonde. Hij deed geen zonde. In Hem was geen zonde. Hij was volkomen rein, volkomen rechtvaardig, volkomen gehoorzaam.
En juist Hem heeft God zonde voor ons gemaakt.
Dat betekent niet dat Christus persoonlijk zondig werd. Het betekent dat Hij plaatsvervangend onder het oordeel kwam. Hij nam de plaats in van schuldigen. Hij droeg wat wij niet dragen konden. Hij werd behandeld naar wat wij waren, opdat wij in Hem zouden worden wat wij uit onszelf nooit konden zijn: rechtvaardigheid Gods.
Hier valt alle menselijke roem weg.
De gelovige staat niet voor God omdat hij zichzelf heeft opgeknapt. Hij staat voor God omdat Christus zijn plaats innam. Hij is niet aanvaard op grond van zijn eigen gerechtigheid, maar in Hem.
De rechtvaardigheid van de gelovige ligt niet in zichzelf, maar in Hem:
“opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” (2 Korinthe 5:21 STV)
“In Hem” is de veilige plaats.
Vrede voor een aangevochten geweten
Dit gedeelte is balsem voor een aangevochten geweten.
Misschien leest u dit met een onrustig hart. U weet van schuld. U weet van falen. Misschien hebt u lang geprobeerd om uzelf beter te maken voor God, maar telkens ontdekt u dat uw geweten niet echt tot rust komt.
Juist dan is 2 Korinthe 5 zo kostbaar. God wijst u niet eerst naar uw eigen verbetering, maar naar Christus. De vraag is niet of u sterk genoeg bent om uzelf met God te verzoenen. De boodschap is dat God in Christus de weg van verzoening geopend heeft.
Daarom mag u komen zoals u bent, maar niet blijven wie u was. Genade verontschuldigt de zonde niet; genade brengt de zondaar bij Christus. En wie in Christus is, is een nieuw schepsel.
“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17 STV)
Misschien bent u moe van religieuze druk. Moe van verwachtingen. Moe van de gedachte dat u nooit genoeg doet, nooit genoeg bidt, nooit genoeg begrijpt, nooit genoeg verandert.
Hoor dan het Evangelie.
God vraagt u niet om eerst zelf de kloof te dichten. Hij verkondigt dat Hij in Christus de grond van verzoening heeft gelegd. Hij wijst u niet naar uzelf, maar naar Zijn Zoon.
Christus is gestorven. Christus is opgewekt. Christus is genoeg.
“Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus;” (Romeinen 5:1 STV)
Die vrede is niet gebouwd op uw wisselende gevoel, maar op het volbrachte werk van Christus.
Leven vanuit verzoening
Wie zo verzoend is, wordt ook anders naar anderen.
Paulus zegt:
“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees;” (2 Korinthe 5:16 STV)
Dat maakt mild. Dat maakt nederig. Dat maakt bewogen.
Als God mij in Christus heeft aangezien, hoe zou ik dan anderen alleen naar hun verleden, zwakheid of buitenkant beoordelen? Als God mij verzoend heeft uit Genade, hoe zou ik dan hard en hoogmoedig kunnen staan tegenover mensen die nog ver van Hem zijn?
De bediening der verzoening is niet alleen een boodschap om te verdedigen, maar ook een toon om te dragen. Een gezant van Christus spreekt niet als eigenaar van de waarheid, maar als iemand die zelf door genade is gevonden.
Dat maakt de boodschap niet zwakker, maar juist krachtiger. Waarheid zonder liefde wordt hard. Liefde zonder waarheid wordt leeg. Maar in Christus zien wij beide volmaakt samenkomen.
De waarheid is ernstig: buiten Christus is er geen vrede met God.
De liefde is warm: in Christus is verzoening volkomen bereid.
Het warme hart van het Evangelie
2 Korinthe 5:14-21 brengt ons bij het warme hart van het Evangelie.
Christus stierf voor ons.
Wij zijn als we ons geloof op Hem stellen met Hem gestorven.
Hij is opgewekt.
Wij leven niet meer voor onszelf.
Wie in Christus is, is een nieuw schepsel.
God heeft verzoening tot stand gebracht.
Het woord der verzoening klinkt nog steeds.
Christus werd zonde voor ons gemaakt.
Wij worden rechtvaardigheid Gods in Hem.
Dat is geen dooie theorie. Dat is leven. Dat is hoop. Dat is vrede.
Daarom blijft deze oproep staan, warm, ernstig en vol genade:
“laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20 STV)
Niet op grond van uw eigen kracht of inspanning. Niet op grond van uw gevoel. Niet op grond van religieuze prestatie. Maar op grond van Christus, Die geen zonde gekend heeft en toch zonde voor ons gemaakt is.
In Hem is verzoening.
In Hem is gerechtigheid.
In Hem is vrede met God.
In Hem is nieuw leven.
Alleen in Hem.
Zie ook:
Laat u met God verzoenen – Bijbelse basis
Wat moet een mens doen om gered te worden? – Bijbelse basis
Bekering: Geloof als levensveranderende persoonlijke keuze – Bijbelse basis
