Jezus volgen of Christus volgen; geen woordspel, maar een fundament

Jezus volgen of Christus volgen; geen woordspel, maar een fundament

“Ik wil Jezus volgen.”
“Wij volgen Christus.”

Deze woorden klinken vertrouwd. Ze worden gezongen, gebeden en gepreekt. Maar wat bedoelen we er werkelijk mee? Is het slechts een andere formulering voor hetzelfde? Of zit er een Bijbels onderscheid in dat je niet mag negeren?

Het gaat dus niet om semantiek. om gegoochel met woorden of muggenzifterij achter de komma.

Het gaat om het hart van het Evangelie.

Jezus, de vernederde Knecht

De naam Jezus is de naam van Zijn menswording.

“En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Mattheüs 1:21 STV)

Dat is de naam van Bethlehem. Van Nazareth. Van Galilea. Van Gethsémané.

En van Golgotha.

Wanneer mensen in de Evangeliën Jezus volgden, was dat letterlijk. Zij liepen achter Hem aan. Zij hoorden Zijn onderwijs. Zij zagen Zijn tekenen.

“En Hij zeide tot hen: Volgt Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken.” (Mattheüs 4:19 STV)

Maar ook toen al was volgen geen vrijblijvende sympathie.

“Toen zei Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis op, en volge Mij.” (Mattheüs 16:24 STV)

Dat is geen religieuze betrokkenheid. Dat is zelfverloochening. Kruisdragen. Sterven aan het eigen ‘ik’

Wie Jezus volgt, verliest zijn oude centrum.

Christus – de Gezalfde, de verhoogde Heer

‘Christus’ is geen achternaam. Het betekent: de Gezalfde. De Messias.  De verheerlijkte. Degene die beloofd was.

“Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” (Mattheüs 16:16 STV)

Hier wordt duidelijk wie Jezus werkelijk is: niet slechts een leraar of rabbi, maar de door God gezalfde Verlosser.

Na kruis, opstanding en hemelvaart verschuift het accent in het Nieuwe Testament. De brieven spreken vooral over Christus, de verheerlijkte Heer.

“Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, en heeft Hem gezet tot Zijn rechterhand in den hemel,
Ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij, en allen naam die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende;
En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen” (Efeze 1:21-23 STV)

“Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is” (Filippenzen 2:9 STV)

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” (Kolossenzen 3:1 STV)

Wij volgen Hem niet meer over de stoffige wegen van Galilea. Wij kennen Hem als Degene Die gezeten is aan de rechterhand van God.

Dat is een fundamentele verschuiving.

Wij kennen Hem niet meer naar het vlees

Paulus formuleert dit scherp:

“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16 STV)

“Naar het vlees” betekent: vanuit het aardse, menselijke perspectief. Als Zoon van David. Als Messias onder de wet.

“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.” (Galaten 4:4 STV)

Dat was Zijn aardse bediening.

Maar nu is Hij verhoogd. En Paulus voegt er direct aan toe:

“Daarom, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17 STV)

De gelovige behoort niet meer tot de oude orde. Hij behoort tot de, en is reeds nu al, de jure, een nieuwe schepping.

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.”(Kolossenzen 3:3 STV)

‘Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is.”(1 Johannes 3:2 STV)

Wie blijft steken bij de “aardse Jezus” als moreel voorbeeld, mist de heerlijkheid van de verhoogde Christus.

Het gevaar van moralistische navolging

In onze tijd wordt “Jezus volgen” vaak ingevuld als:

– liefdevol leven
– recht doen
– goed zijn voor anderen

Dat klinkt nobel. Maar als het Evangelie gereduceerd wordt tot navolging van een moreel voorbeeld, dan is het kruis uit beeld verdwenen.

De Schrift zegt niet dat wij gered worden door Jezus na te bootsen, maar door te geloven dat Hij de Christus is.

“Opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.” (Johannes 20:31 STV)

Het fundament is geloof.

“Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.” (Galaten 2:20 STV)

Navolging begint bij éénwording met Christus in Zijn dood en opstanding. Niet bij gedragsverandering, maar bij een nieuwe positie.

Paulus als voorbeeld van hemelse gerichtheid

Daarom durft Paulus te zeggen:

“Weest mede mijn navolgers, broeders, en merkt op hen die alzo wandelen, gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt.” (Filippenzen 3:17 STV)

En hij verduidelijkt:

“Weest mijn navolgers, gelijk ook ik van Christus.” (1 Korinthe 11:1 STV)

Hij vraagt geen persoonsverheerlijking. Hij wijst op een levenswandel die gevormd is door de verheerlijkte Christus.

In diezelfde context zegt hij:

“Broeders, ik acht niet dat ik zelf het gegrepen heb. Maar één ding doe ik: vergetende hetgeen dat achter is, en strekkende mij tot hetgeen dat vóór is, jaag ik naar het wit, tot de prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus.” (Filippenzen 3:13–14 STV)

Zijn blik is niet gericht op de zienlijke aardse dingen, maar de dingen die boven zijn.

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20 STV)

Dát is het kader van Bijbelse navolging.

Jezus volgen en Christus volgen zijn geen twee verschillende wegen. Maar de nadruk is beslissend.

Zonder het belijden dat Jezus de Christus is, blijft men steken bij bewondering.

Zonder leven vanuit de verhoogde Christus, blijft men hangen in een aards perspectief.

Bijbelse navolging is:

geloven dat Jezus de Christus is
vertrouwen op Zijn volbrachte werk
leven vanuit de positie in Hem
zoeken wat boven is
wandelen overeenkomstig het evangelie

De vraag is daarom niet alleen:

Volg jij Jezus?

Maar vooral:

Geloof jij dat Jezus de Christus is  de gekruisigde, opgestane en verheerlijkte Heer?

Dáár begint het leven.
Dáár begint de navolging.

 

‘Evangelie’ wat geen evangelie is

‘Evangelie’ wat geen evangelie is

Er worden ons vandaag meerdere ‘evangeliën’ gepresenteerd als ‘verborgen kennis’, ‘wijsheid’ of ‘oorspronkelijke vormen’ van het Christendom. Zoals het ‘Evangelie;  van Thomas, het ‘Evangelie’ van Barnabas, of bijvoorbeeld het romantische verhaal van een ‘mystieke Weg’ die later door Rome zou zijn vervormd.

De beslissende vraag is niet of zulke verhalen aantrekkelijk klinken, maar: komen zij overeen met het evangelie zoals de Schrift het definieert?

Hieronder toets ik dit aan de Bijbel.

Wat is het evangelie volgens de Schrift?

Paulus definieert het evangelie helder:

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
(1 Korinthe 15:3–4, STV)

Dit is geen mystiek inzicht.
Dit is een historische heilsdaad.

Daarnaast verklaart Paulus:

“Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.”
(Romeinen 1:16, STV)

Het evangelie is dus:

  • Objectief (Christus stierf en stond op)
  • Schriftvervuld
  • Heilbrengend door geloof
  • Gericht tot Jood en heiden

‘Evangelie’ van Thomas: kennis in plaats van kruis

Gospel of Thomas bevat 114 uitspraken, maar:

  • Geen kruisiging
  • Geen verzoening
  • Geen lichamelijke opstanding

Daarmee ontbreekt precies wat Paulus als “ten eerste” noemt (1 Korinthe 15:3).

De Schrift leert bovendien:

“Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving.”
(Hebreeën 9:22b, STV)

En:

“In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade.”
(Efeze 1:7, STV)

Een ‘evangelie’ zonder bloed, zonder verzoening, zonder opstanding is eenvoudig géén Evangelie naar Bijbelse maatstaf.

‘Thomas’ verschuift de nadruk naar innerlijke kennis.
De Schrift legt het fundament in het kruis.

‘Evangelie’ van Barnabas: een ander ‘evangelie’

Ontkent:

  • Dat Jezus de Zoon van God is
  • Dat Hij gekruisigd is

Maar de Schrift zegt:

“En terstond kwam er water en bloed uit.”
(Johannes 19:34b, STV)

En:

“En Jezus, wederom met een grote stem roepende, gaf den geest.”
(Mattheüs 27:50, STV)

Wat betreft Zijn Persoon:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”
(Johannes 1:1, STV)

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.”
(Johannes 1:14a, STV)

Een geschrift dat de kruisiging en de goddelijke identiteit van Christus ontkent, verkondigt niet het evangelie van de apostelen.

Paulus waarschuwt expliciet:

“Ik verwonder mij dat gij zo haast wijkende van Dengene Die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander evangelie;
Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen die u ontroeren en het Evangelie van Christus willen verkeren(=verdraaien). Maar al ware het ook dat wij, of een engel uit den hemel, u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.”
(Galaten 1:6-8, STV)

Dát criterium is beslissend.

“De Weg” als innerlijke mystiek?

Het narratief beweert dat God niet buiten de mens woont, maar in ieder mens die rechtvaardig handelt.

De Schrift leert echter:

“Er is niemand rechtvaardig, ook niet één.”
(Romeinen 3:10, STV)

En:

“Want allen hebben gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.”
(Romeinen 3:23, STV)

Gods Geest woont niet vanzelf in ieder mens:

“Maar gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont; maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.”
(Romeinen 8:9, STV)

De inwoning van de Geest is verbonden aan wedergeboorte, niet aan algemene menselijke moraliteit.

Het hart van het evangelie: kruis en opstanding

De apostolische prediking draaide om één centraal feit:

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.”
(Handelingen 2:36, STV)

En:

“Welken God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende.”
(Handelingen 2:24a, STV)

Zonder kruis geen verzoening.
Zonder opstanding geen overwinning.

Paulus zegt onomwonden:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden.”
(1 Korinthe 15:17, STV)

Dat maakt de zaak eenvoudig.

Een ‘evangelie’ zonder opstanding laat de mens in zijn zonden

Het zogenaamde:

  • ‘evangelie’ van Thomas
  • ‘evangelie’ van Barnabas
  • Mystieke herinterpretatie van “De Weg”

wijken fundamenteel af van het Evangelie zoals de Schrift het definieert.

Het Bijbels Evangelie is:

  • Historisch
  • Gebaseerd op het plaatsvervangend verlossingswerk van Christus
  • Opstandingsgegrond
  •  Uit Genade door geloof

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave.”
(Efeze 2:8, STV)

Alles wat dit vervangt door:

Zelfkennis

Innerlijke verlichting

Ontkenning van het kruis

Ontkenning van de Zoon

is, naar Bijbelse maatstaf geen Evangelie.

De Schrift is daar ondubbelzinnig duidelijk over.

Het Evangelie zonder omwegen

Het Evangelie zonder omwegen

Het Evangelie betekent letterlijk: goed nieuws. Maar goed nieuws veronderstelt eerst slecht nieuws. En dat slechte nieuws is dit: de mens is verloren zonder God.

Waarom is redding nodig?

Er wordt veel gesproken over geloof. Over spiritualiteit. Over kerk. Over traditie. Maar zelden wordt het Evangelie zelf nog helder en scherp uitgelegd. Zonder omwegen. Zonder religieuze mist.

Wat is het probleem van de mens?
Waarom is redding noodzakelijk?
Wat is de oorzaak van onze zondige natuur?
En waarom is het Evangelie geen religie, maar goed nieuws?

Hier volgt het Bijbelse antwoord:

De Bijbel begint niet bij menselijke waardigheid, maar bij menselijke schuld. Dat is zo confronterend, maar zo noodzakelijk.

“Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.” (Romeinen 3:23 STV)

Allen. Géén uitzonderingen.

Zonde is niet slechts een verkeerde daad. Het is het missen van Gods heerlijkheid. Het niet beantwoorden aan Zijn heilige karakter. Het is opstand tegen onze Schepper, bewust of onbewust.

En de gevolgen zijn ernstig:

“Want de bezoldiging der zonde is de dood; maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere.” (Romeinen 6:23 STV)

Zonde verdient loon. Dat loon is de dood — geestelijke scheiding van God.

Redding is dus geen luxe. Geen extraatje voor religieuze mensen. Het is noodzaak voor ieder mens.

De oorzaak van onze zondige natuur

Veel mensen denken: “Ik ben in wezen goed, maar maak soms fouten.”
De Bijbel zegt iets anders.

“Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.” (Romeinen 5:12 STV)

De wortel ligt bij Adam. Door zijn val kwam de zonde de wereld binnen. Sindsdien wordt ieder mens geboren met een gevallen natuur.

David wist dat ook, en zei:

“Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen.” (Psalm 51:7 STV)

Wij worden niet zondaren doordat wij zondigen. Wij zondigen omdat wij zondaren zijn.

Dat verklaart waarom morele inspanning het probleem niet oplost. Opvoeding kan gedrag beïnvloeden. Religie kan uiterlijk fatsoen produceren. Maar het hart blijft onveranderd.

Het probleem zit dieper dan gedrag. Het zit in onze natuur.

Gods ingrijpen in Christus

Het Evangelie is dat God Zelf ingreep.

Niet omdat wij Hem zochten. Maar omdat Hij ons zocht.

“Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.” (Romeinen 5:8 STV)

Christus stierf niet voor verbeterde mensen. Niet voor zoekers. Niet voor rechtvaardigen.

Hij stierf voor zondaars.

“Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen.” (1 Petrus 3:18 STV)

Dat is plaatsvervanging. Hij nam onze plaats in. Droeg onze schuld. Ontving ons oordeel.

Aan het kruis werd niet een voorbeeld gegeven — daar werd betaald.

De weg van behoud

Hoe wordt iemand gered?

Niet door werken. Niet door kerkelijkheid. Niet door wetsonderhouding, en ook niet door fatsoenlijk gedrag

“Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9 STV)

Genade is onverdiende gunst.
Geloof is vertrouwen.

Het is het ophouden met proberen zichzelf te redden. Het is zich toevertrouwen aan Christus alleen.

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.” (Handelingen 16:31 STV)

Dat is geen ingewikkeld systeem. Geen sacramentele ladder. Geen religieuze prestatie.

Het is rusten in wat Christus volbracht heeft.

Waarom dit géén religie is

Religie draait om menselijke inspanning.

Het Evangelie draait om Gods volbrachte werk.

Religie zegt: doe!
Het Evangelie zegt: het is gedaan, geloof dat!

Géén religie, maar relatie

Religie probeert God gunstig te stemmen.
Het Evangelie verkondigt dat God in Christus verzoening heeft aangebracht.

“Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.” (Lukas 19:10 STV)

Christelijk geloof in Bijbelse zin is daarom géén religieus systeem. Het is een levende relatie met de opgestane Christus.

Wanneer iemand gelooft, gebeurt er iets wezenlijks:

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17 STV)

Dat is wedergeboorte. Geen uiterlijke hervorming, maar innerlijke vernieuwing.

De mens is verloren.
Christus is gestorven en opgestaan.
Redding is uit Genade.
Door geloof alléén.
In Christus alléén.

lees ook:

Het Evangelie in lekentaal – geen mening, maar goed nieuws

Leven uit Genade

“Van in de garage staan word je geen auto”

Bekering – geen religieuze emotie, maar een noodzakelijke omkeer

Geverifieerd door MonsterInsights