De Naam die men liever niet noemt

De Naam die men liever niet noemt

Over angst, aanpassing en een zwijgen dat te ver gaat

Er is één opvallend kenmerk dat ik steeds weer aantref bij organisaties die zich christelijk noemen en tegelijk sterk gericht zijn op dialoog, hulpverlening of bruggenbouw met Joden:
men spreekt graag over God, over liefde, over dienstbaarheid — maar de Naam van Jezus Christus blijft angstvallig afwezig.

Dat zwijgen is geen toeval.
En het is ook niet neutraal.

Het is geen vergetelheid, maar een bewuste keuze

Wie websites, missiestatements en publieksmateriaal leest, ziet dat er uiterst zorgvuldig wordt geformuleerd. Woorden worden gewogen. Gevoeligheden ontzien. En precies daar, waar het christelijk geloof zijn hart heeft, valt een stilte.

Niet omdat men Jezus niet kent.
Niet omdat men Hem vergeten is.
Maar omdat men Hem niet wil noemen.

Waarom?

Omdat Zijn Naam schuurt.
Omdat Hij aanstoot geeft.
Omdat Hij relaties kan verstoren.
Omdat Hij deuren kan sluiten die men open wil houden.

Maar dát is nu precies HET probleem.

De Bijbel kent geen Naamloze liefde

De Schrift is hier opvallend helder.

Handelingen 4:12 (SV)

“En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”

Niet: een principe.
Niet: een algemeen godsbegrip.
Maar: een Naam.

Wie bewust over God spreekt en tegelijk structureel zwijgt over Jezus Christus, doet iets wat de Bijbel nergens toestaat:

God losmaken van Zijn Zoon.

Aanpassing aan de ontvanger? Paulus doet het niet

Het argument klinkt vroom: “We willen aansluiten bij de Jood, geen aanstoot geven, eerst relatie bouwen.”
Maar juist Paulus — de apostel met het diepste hart voor Israël — wijst die weg af.

In Romeinen 1:16 schrijft hij dat het Evangelie een kracht van God is

“eerst den Jood”,

maar hij voegt er onmiddellijk aan toe:
het blijft het Evangelie van Christus.

Paulus past zijn toon aan, zijn vorm, zijn benadering,
maar nooit de inhoud.
Nooit de Naam.

Christus is een aanstoot, en dat wist men al

De Schrift doet hier geen enkele poging tot verzachting. In 1 Korinthe 1:23 lezen we:

“Maar wij prediken Christus den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis…”

Dat is geen communicatief falen.
Dat is geen culturele blindheid.
Dat is onvermijdelijk.

Wie probeert die ergernis weg te nemen door Christus te verzwijgen, verwijdert niet een struikelblok, maar het fundament.

Liefde zonder waarheid is geen Bijbelse liefde

Er wordt veel gesproken over liefde, dienstbaarheid en compassie. Maar de Bijbel is hier scherp: liefde die losstaat van de waarheid over Christus is geen christelijke liefde.

In 2 Johannes1:9 staat onomwonden:

“Die niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet.”

Dat is confronterend.
Maar het is niet hard , het is eerlijk.

De diepere angst

Laten we het benoemen:
het probleem is niet theologisch onvermogen, maar angst.

Angst om afgewezen te worden.
Angst om deuren te sluiten.
Angst om het verwijt van zending te krijgen.
Angst om als ‘te christelijk’ gezien te worden.

Maar juist daarom is dit zwijgen zo ernstig.

Want wie Christus verzwijgt om vrede te bewaren,
bewart een vrede die niet Bijbels is.

De Bijbel kent geen christendom zonder Christus.
Geen God zonder de Zoon.
Geen liefde zonder waarheid.
En geen zegen die voortkomt uit het verzwijgen van de Naam boven alle namen.

Wie werkelijk liefheeft — Jood én Griek —
zal niet zwijgen waar God spreekt.

Niet uit hardheid.
Maar uit trouw.

Johannes 10 vers 5

Johannes 10 vers 5

De context van dit vers lezen we in Johannes 10

1 VOORWAAR, voorwaar zeg Ik ulieden: Die niet ingaat door de deur in den stal der schapen, maar van elders inklimt, die is een dief en moordenaar.
2 Maar die door de deur ingaat, is een herder der schapen.
3 Dezen doet de deurwachter open, en de schapen horen zijn stem; en hij roept zijn schapen bij name, en leidt ze uit.
4 En wanneer hij zijn schapen uitgedreven heeft, zo gaat hij voor hen heen; en de schapen volgen hem, overmits zij zijn stem kennen.
5 Maar een vreemde zullen zij geenszins volgen, maar zullen van hem vlieden, overmits zij de stem der vreemden niet kennen.
6 Deze gelijkenis zeide Jezus tot hen; maar zij verstonden niet wat het was, dat Hij tot hen sprak.

De reden dat de schapen zullen weglopen voor een vreemde, is dat zij de stem van hun herder kennen, (in vers 4) en naar een vreemde niet zullen luisteren.

Overdrachtelijk gesproken is het zo dat gelovigen met een getraind oor niet zullen luisteren naar vreemde leraars, die met een ‘andere stem’ spreken. Zorg er dus voor dat je ‘de stem’ van Jezus kent.

 

Bekering – geen religieuze emotie, maar een noodzakelijke omkeer

Bekering – geen religieuze emotie, maar een noodzakelijke omkeer

Het woord bekering roept bij veel mensen weerstand op.
Het klinkt als morele druk, emotie of religieuze manipulatie.
Maar in de Bijbel is bekering geen gevoel en geen prestatie —
het is een logische en noodzakelijke reactie op waarheid.

Wie het Evangelie serieus neemt, kan bekering niet overslaan.

Wat bekering níét is

Om misverstanden meteen weg te nemen.

Bekering is niet:

  • een plotseling religieus gevoel
  • huilen of schuld ervaren op zichzelf
  • een beter of netter mens worden
  • je leven “op orde brengen” voor God

Al deze dingen kunnen voorkomen,
maar ze zijn niet de essentie.

Wat bekering wél is

Bijbelse bekering begint niet bij gedrag,
maar bij denken en dieper nog: stoppen met zelfrechtvaardiging.

De mens heeft van nature de neiging zichzelf te verdedigen:

  • “Ik ben toch geen slecht mens”
  • “Ik doe mijn best”
  • “God zal dat wel begrijpen”

De Bijbel noemt dat geen nederigheid, maar verzet.

“Want zij, de rechtvaardigheid Gods niet kennende, en hun eigen gerechtigheid zoekende op te richten, zijn der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen.”
(Romeinen 10:3, Statenvertaling)

Bekering is daarom dit:
stoppen met jezelf rechtvaardigen en God gelijk geven.

Bekering en geloof horen altijd samen

In de Bijbel zijn bekering en geloof geen losse stappen,
maar twee kanten van één beweging.

“Betert u, en gelooft het Evangelie.”
(Markus 1:15)

Bekering: je afkeren van je eigendunk
Geloof: je toevertrouwen aan Christus

Wie zegt te geloven maar vasthoudt aan eigen gelijk, gelooft niet werkelijk.
Wie zegt zich te bekeren maar niet vertrouwt op Christus, blijft in zichzelf steken.

Bekering is geen voorwaarde om genade te verdienen

Een belangrijk punt.

De Bijbel leert niet:

“Bekeer je, dan zal God misschien genadig zijn.”

Maar:

God is genadig — daarom is bekering noodzakelijk.

“Of veracht gij den rijkdom Zijner goedertierenheid… niet wetende dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt?”
(Romeinen 2:4)

Bekering verdient niets.
Maar zonder bekering blijft de mens zich verzetten tegen genade.

Waarom bekering onvermijdelijk is

Zonder bekering blijft het Evangelie iets abstracts:
interessant wellicht maar niet persoonlijk.

Met bekering wordt het beslissend.

“God dan verkondigt nu aan alle mensen alom, dat zij zich bekeren.”
(Handelingen 17:30)

Niet als religieuze dwang,
maar als antwoord op de werkelijkheid: God is heilig, de mens schuldig, Christus de Redder.

Samengevat

Bekering is stoppen met jezelf te verdedigen en buigen voor Gods oordeel,
om je volledig toe te vertrouwen aan Jezus Christus.

Geen emotionele truc.
Geen moreel project.
Maar een noodzakelijke omkeer wanneer waarheid je confronteert.

Ik verlang ernaar jou aan “de andere kant” te ontmoeten.

Maar God verlangt dat oneindig veel meer dan ik, en je bent van harte welkom!

Lees ook;

Het Evangelie in lekentaal – geen mening, maar goed nieuws

 

 

Geverifieerd door MonsterInsights