Wat is er gebeurd met Bijbelse waarheid

Is de Bijbelse waarheid kwijtgeraakt? Niet omdat de Bijbel verdwenen is, maar omdat veel Bijbelse woorden zijn bedekt geraakt onder traditie, systeemtaal en vertrouwde formuleringen. Dit blog roept op tot Bijbelstudie: Schrift met Schrift vergelijken, begrippen toetsen en de Bijbel opnieuw zelf laten spreken.

Er is een manier waarop Bijbelse waarheid stil uit beeld kan verdwijnen

Niet doordat de Bijbel wordt weggegooid.

Niet doordat men openlijk zegt: “Wij geloven dit niet meer.”

Niet doordat de Schrift wordt verboden.

Maar doordat woorden blijven staan, terwijl hun inhoud verschuift. Begrippen worden nog gebruikt, maar niet meer gecontroleerd. Formuleringen worden doorgegeven, maar niet meer getoetst. Men spreekt over Christus, Israël, de gemeente, het Koninkrijk, de opname, het nieuwe verbond en de verborgenheid, maar vaak met een pakket aan aannames dat nauwelijks nog aan de Schrift zelf wordt getoetst.

En dan gaat het op de helling .

Want wanneer Bijbelse taal losraakt van Bijbelse inhoud, ontstaat er een vrome mistbank. Alles klinkt bekend. Alles klinkt veilig. Alles klinkt “christelijk”. Maar ondertussen bepaalt niet meer de Schrift de betekenis van de woorden, maar traditie, systeem, gewoonte en overgeleverd jargon.

Open Bijbel op een kruispunt tussen mensenwoord en Gods Woord, als beeld van de keuze tussen traditie en Schrift.
Toets alles, behoud het goede

De Bijbel onder een laag kerkelijke verf

Veel verwarring begint niet bij opstand tegen de Bijbel, maar bij onnauwkeurigheid.

Men zegt iets omdat men ‘het altijd zo gehoord heeft’ Men gebruikt een term omdat die in de vertrouwde kring gangbaar is. Men neemt een schema over omdat het in een studiebijbel staat. Men citeert commentaren alsof daarmee de zaak beslist is.

Maar de vraag blijft: staát het er ook?

Dat is een ongemakkelijke vraag. Zeker wanneer geliefde formuleringen onder druk komen te staan. Toch is het precies die vraag die telkens opnieuw gesteld moet worden.

Niet: wat zegt mijn traditie?

Niet: wat zegt mijn favoriete leraar?

Niet: wat zegt het schema dat ik altijd heb geleerd?

Maar: wat zegt de Schrift?

Dat klinkt eenvoudig. In werkelijkheid is het voor veel mensen bedreigend. Want zodra de Bijbel werkelijk zelf mag spreken, vallen sommige vertrouwde constructies om.

Christus is niet blijven hangen bij Golgotha

Een van de grootste verschralingen in veel christelijk spreken is dat Christus vooral wordt verbonden met Zijn sterven voor onze zonden, terwijl Zijn opstanding, hemelvaart, verheerlijking en huidige bediening nauwelijks nog doordacht of besproken worden.

Natuurlijk is Zijn sterven volstrekt wezenlijk. Zónder het kruis is er geen verlossing. Maar de Bijbelse boodschap stopt niet bij het kruis.

Christus is opgewekt.

Christus is verheerlijkt.

Christus is gesteld tot Heere en Christus.

Christus is Hogepriester.

Christus is Hoofd van Zijn lichaam.

Christus is werkzaam in de hemel.

De gelovige heeft deel aan Hem.

Wie alleen spreekt over vergeving, maar nauwelijks over de verheerlijkte Christus, houdt een halve Christusprediking over.

Dan wordt het geloof versmald tot: “Jezus is voor mijn zonden gestorven.” Waar. Kostbaar. Onmisbaar. Maar niet volledig.

De gelovige is niet alleen iemand van wie de schuld is weggedaan. Hij is met Christus verbonden. Met Hem gestorven, met Hem opgewekt, in Hem gezegend met elke geestelijke zegening. De toekomst van de gemeente is niet slechts “weg zijn van deze aarde”, maar met Christus geopenbaard worden in heerlijkheid.

Dat is veel rijker dan een religieuze nooduitgang naar de hemel.

De gemeente verdwijnt niet uit beeld

Rond de opname van de gemeente bestaat veel verwarring. Vaak wordt de vraag onmiddellijk gesteld: gebeurt dit vóór, tijdens of na de grote verdrukking?

Maar misschien is die vraag al verkeerd geladen.

Want in de Schrift gaat het niet om een gemeente die even uit de geschiedenis wordt weggenomen” en daarna nauwelijks nog een rol speelt. Het gaat om een gemeente die met Christus verbonden is en met Hem zal verschijnen in heerlijkheid.

De bekende tekst uit 1 Thessalonicenzen 4 spreekt erover dat gelovigen de Heer tegemoet zullen gaan in de lucht. Maar “tegemoet gaan” betekent niet noodzakelijk dat Christus halverwege terugkeert om daarna met de gemeente te verdwijnen. Het beeld is eerder dat van een tegemoetgaan om vervolgens met Hem verbonden te zijn in Zijn komst en openbaring.

Daarmee verschuift de nadruk.

Niet: hoe ontsnappen wij aan alles wat komen gaat?

Maar: hoe zijn wij verbonden met de komende Heer?

De toekomstverwachting van de gemeente is niet een los verkrijgbare vluchtmodule. Zij is verbonden met Christus Zelf. Waar Hij verschijnt in heerlijkheid, daar verschijnt Zijn lichaam met Hem.

Israël, Juda en de Joden zijn niet hetzelfde

Een ander gebied van verwarring is het spreken over Israël, Juda en de Joden.

In veel christelijke taal wordt alles gemakshalve “Joods” genoemd. Israël wordt Joods. De twaalf stammen worden Joods. De 144.000 worden Joods. De profeten worden Joods. De hele Bijbel wordt zelfs een “Joods boek” genoemd.

Maar de Bijbel zelf is veel nauwkeuriger.

Juda is niet hetzelfde als heel Israël.

De Joden zijn niet hetzelfde als alle twaalf stammen.

De tien stammen zijn niet hetzelfde als het latere jodendom.

Israël als priesterlijk volk heeft een bredere roeping dan alleen Juda.

Wie dit allemaal op één hoop gooit, verliest zicht op de profetie. Dan worden teksten over Israël versmald tot Juda, teksten over Juda verbreed tot heel Israël, en teksten over de volken verdwijnen in een schema dat meer op traditie rust dan op exegese.

Neem Openbaring 7. Daar worden 144.000 verzegelden genoemd uit de stammen van Israël. Niet simpelweg 144.000 Joden. Er worden stammen genoemd. Juda is daar één stam onder de andere. Wie daar automatisch “het Joodse volk” van maakt, leest  veel te snel.

Dat lijkt misschien geneuzel achter de komma. Maar in Bijbelse profetie zijn details geen versiering. Zij dragen betekenis.

De verborgenheid is geen mystiek sausje

Ook het begrip “verborgenheid” is vaak uit zijn Bijbelse bedding gehaald.

Soms wordt gedaan alsof Paulus een soort geheimzinnige term uit de Griekse mysteriewereld heeft overgenomen. Alsof het christelijk geloof ook een geheimzinnig binnenkamertje moest hebben. Maar dat is een vreemde manier van lezen.

De vraag moet niet zijn: wat deden de Grieken met het woord?

De vraag moet zijn: hoe gebruikt de Schrift het?

De verborgenheid heeft te maken met Gods handelen in de huidige tijd. Het Koninkrijk is niet openbaar gevestigd zoals de profeten spreken over de toekomstige heerlijkheid. Christus is verworpen, opgewekt en verheerlijkt. De gemeente wordt gevormd als Zijn lichaam. De volle heerlijkheid is nog verborgen.

Daarom is “verborgenheid” geen mystieke term, maar een sleutelbegrip om deze bedeling te verstaan. De fout ontstaat wanneer men het begrip losmaakt van de Bijbelse lijn en er een vaag theologisch woord van maakt.

Dan wordt verborgenheid verwarring.

Terwijl het in de Schrift juist bedoeld is om helderheid te geven.

 

Het nieuwe verbond en de gemeente

Een ander misverstand klinkt vroom en Bijbels: het nieuwe verbond is toch uitluitend met Israël en Juda gesloten?..

Ja. Jeremia 31 spreekt inderdaad over Israël en Juda.

Maar daaruit volgt niet dat gelovigen uit de volken geen deel hebben aan de zegen van het nieuwe verbond. “Bestemd voor Israël” betekent niet automatisch “uitgesloten voor ieder ander”. Dat is een conclusie die meer uit een systeem komt dan uit de tekst zelf.

Het Nieuwe Testament laat juist zien dat gelovigen in Christus delen in wat God in Hem gegeven heeft. Christus is de Middelaar. Zijn bloed is het bloed van het nieuwe verbond. Wie in Hem is, staat niet onder de wet van het oude verbond, maar leeft uit het leven van de opgestane Christus.

Daarmee wordt Israël niet vervangen. Maar de gemeente wordt ook niet buiten Christus’ verbondszegen geplaatst alsof zij alleen maar toeschouwer is.

Het probleem ontstaat wanneer men Israël en de gemeente óf verwart, óf zo ver uit elkaar trekt dat men de eenheid in Christus niet meer ziet.

Brood en wijn: leven, niet religieuze doodssymboliek

Zelfs rond brood en wijn is veel taalgebruik gaan schuiven.

Vaak worden brood en wijn bijna uitsluitend verbonden met het lijden en sterven van Christus. Maar in de Schrift zijn brood en wijn diepe tekenen van leven. Voedsel is leven. Wijn is vreugde en leven. Bloed staat in Bijbelse symboliek niet los van leven.

Wanneer Christus spreekt over het bloed van het nieuwe verbond, gaat het dus niet om een doodscultus, maar om leven uit Hem. Het oude verbond eindigt in Zijn dood. Het nieuwe verbond staat in het teken van Zijn opstandingsleven.

Dat maakt de gedachtenis niet minder ernstig. Integendeel. Het maakt haar rijker.

Brood en wijn verkondigen de dood des Heeren, ja. Maar die dood is niet het eindpunt. Die dood markeert het einde van de oude orde, opdat het leven van het nieuwe verbond openbaar wordt in Christus en in allen die aan Hem verbonden zijn.

Hebreeën is geen opsomming van Joodse rituelen

De brief aan de Hebreeën wordt vaak gelezen alsof het vooral een Joodse brief is over Joodse instellingen voor Joodse lezers. Maar dat is te kort door de bocht.

De brief laat juist zien dat de oude inzettingen hun vervulling en einde vinden in Christus. De tabernakel, de offers, de hogepriesterlijke dienst: ze wijzen niet terug naar een religieus systeem dat hersteld moet worden, maar vooruit naar de werkelijkheid in Christus.

Christus is Hogepriester naar de ordening van Melchizedek, niet naar die van Aäron. Dat is geen bijzaak. Hij is geen aardse priester binnen het oude systeem. Zijn priesterschap hoort bij Zijn opstanding, verheerlijking en hemelse bediening.

Wanneer men dat mist, gaat men spreken over het kruis alsof het een altaar was in het oude priesterlijke systeem. Maar Christus’ hogepriesterschap is juist van een andere orde. Niet aards, niet Levitisch, niet herhaalbaar, niet tijdelijk.

Hier blijkt opnieuw hoe gevaarlijk onnauwkeurige taal kan zijn. Een vrome term kan een hele verkeerde denkrichting openen.

De Bijbel is geen bezit van een traditie

De Bijbel is niet van de Joden.

De Bijbel is niet van Rome.

De Bijbel is niet van de Reformatie.

De Bijbel is niet van een studiebijbel.

De Bijbel is niet van een kerkverband.

De Bijbel is niet van een theologisch kamp.

De Bijbel is het Woord van God.

Natuurlijk heeft God gesproken in de geschiedenis van Israël. Natuurlijk zijn de woorden Gods aan Israël toevertrouwd geweest. Natuurlijk is Christus naar het vlees uit Israël. Maar dat maakt de Schrift nog niet tot bezit van één volk of één religieuze traditie.

Zodra een groep zichzelf eigenaar maakt van de Bijbel, wordt de Schrift opgesloten. Dan moet de Bijbel gaan zeggen wat het systeem nodig heeft. En precies daar begint het verval.

Niet de Schrift wordt dan uitgelegd.

De Schrift wordt ingelijfd.

Babel is Babel

Ook in de profetie zie je hoe snel Bijbelse namen worden ingeruild voor systeemnamen.

Babel wordt Rome.

Rome wordt kerkelijk Rome.

Het beest wordt dit of dat wereldrijk.

De profetie wordt door een kerkgeschiedenisfilter gehaald.

Maar waarom eigenlijk?

Als de Schrift Babel zegt, waarom zouden wij dan onmiddellijk Rome moeten lezen? Natuurlijk gebruikt Openbaring beelden. Natuurlijk vraagt profetie om nauwkeurige vergelijking. Maar symboliek is niet hetzelfde als willekeur. Bijbelse symboliek heeft vaste lijnen. Zij is niet bedoeld als vrijbrief om elke naam te vervangen door wat in ons schema past.

Wanneer Babel gewoon Babel mag zijn, verandert het profetische beeld. Dan verschuift de blik van West-Europese kerkgeschiedenis naar de bredere Bijbelse lijn van wereldmacht, opstand tegen God en het centrum van menselijke beschaving buiten de Heere om.

Dat is ongemakkelijk. Maar misschien is dat juist het punt.

Reformatie is geen eindbestemming

De Reformatie heeft veel hersteld. Maar zij heeft niet alles hersteld.

Dat durven zeggen is voor sommigen al bijna blasfemie. Toch is het nodig. Want ook na de Reformatie zijn nieuwe systemen ontstaan.

Nieuwe belijdenisgeschriften. Nieuwe grenzen. Nieuwe vanzelfsprekendheden. Nieuwe woorden waarmee men de Schrift ging lezen.

Wat begon als terugkeer naar de Schrift, werd soms (opnieuw) een kerkelijke gietmal.

Dat is geen aanval op alles wat de Reformatie bracht. Het is een waarschuwing tegen geestelijke luiheid. Elke generatie moet terug naar de Schrift. Niet terug naar de zestiende eeuw alsof daar de eindhalte ligt. Niet terug naar een favoriete studiebijbel. Niet terug naar een schoolnaam.

Terug naar de Schrift.

Altijd weer.

 

Schrift met Schrift vergelijken

De remedie is niet ingewikkeld, maar wel veeleisend.

Neem een woord.

Zoek de Schriftplaatsen op.

Vergelijk het gebruik.

Let op de context.

Let op Israël, Juda, de gemeente, de volken.

Let op wet en genade.

Let op oud en nieuw verbond.

Let op verborgenheid en openbaring.

Let op aardse roeping en hemelse positie.

Doe dat met woorden als bloed, ziel, verborgenheid, dag des Heeren, Koninkrijk, gemeente, Israël, verbond, offer, priester, lichaam, opname.

 

Niet één losse tekst als kapstok

Niet een meter commentaren als eindstation.

Niet een systeem dat alvast bepaalt wat de tekst mag betekenen.

Gewoon: Schrift met Schrift vergelijken.

Dat klinkt ouderwets. Misschien is het dat ook. Maar het is precies wat nodig is in een tijd waarin veel Bijbelse woorden nog wel worden gebruikt, maar vaak met uitgeholde of veranderde betekenis.

De waarheid raakt zoek wanneer woorden losraken van hun inhoud

De grote les is eenvoudig.

Bijbelse waarheid raakt niet alleen zoek door vrijzinnigheid. Zij raakt ook zoek door slordige orthodoxie. Door nageprate termen. Door halfbegrepen schema’s. Door geliefde formuleringen die nooit meer worden gecontroleerd. Door commentaren die elkaar overschrijven. Door systemen die de tekst vooraf inkaderen.

En misschien is dat nog verraderlijker.

Want vrijzinnigheid herken je vaak snel. Maar slordige orthodoxie draagt nette kleren. Zij spreekt vertrouwde taal. Zij citeert bekende woorden. Zij klinkt veilig.

Totdat je vraagt: waar staat dat precies?

Dan wordt het stil.

 

Terug naar de geopende Bijbel

De kerk heeft geen behoefte aan nog meer jargon. Geen behoefte aan nog meer schema’s die vooral zichzelf beschermen. Geen behoefte aan geestelijke mistmachines die met grote woorden kleine nauwkeurigheid verbergen.

Wat nodig is, is eenvoudiger en radicaler:

een geopende Bijbel,

een ootmoedige houding,

een scherp oog voor context,

een bereidheid om vertrouwde termen te toetsen,

en moed om te zeggen: “Misschien heb ik dit altijd verkeerd nagepraat.”

Dat is geen bedreiging van het geloof.

Dat is juist eerbied voor het Woord.

Want wie werkelijk gelooft dat de Bijbel Gods Woord is, hoeft niet bang te zijn voor nauwkeurig lezen. Die hoeft de tekst niet te beschermen met traditie. Die hoeft geen systeem over de Schrift heen te leggen.

 

Laat de Bijbel spreken.

Ook als geliefde woorden sneuvelen.

Ook als vertrouwde schema’s barsten.

Ook als het pijn doet.

Want waarheid die zoekgeraakt is onder religieuze lagen, wordt niet teruggevonden door nog meer lagen aan te brengen.

Deze wordt teruggevonden waar de Bijbel weer open gaat.

Jezus stilt de storm Markus 4:35–41

Markus 4:35–41

Dit gedeelte in Markus 4:35–41 gaat over de storm op het meer, maar de kernvraag staat aan het einde:

“Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?” Markus 4:41 (STV)

Dat is de hoofdzaak. Markus vertelt dit niet primair om te zeggen: “Jezus helpt in moeilijke omstandigheden”. Dat is ook waar, maar veel te smal.

Het gedeelte openbaart Wie Christus is.

Jezus stilt de storm

De situatie

De Heere Jezus zegt:

“Laat ons overvaren aan de andere zijde.” Markus 4:35 (STV)

Dat woord van Christus is vóór de storm. De discipelen gaan dus niet buiten Gods wil om de storm in. Ze gehoorzamen juist Zijn woord. Dat is belangrijk: gehoorzaamheid aan Christus betekent niet een stormloze reis.

Daarna komt de storm:

“En er werd een grote stormwind; en de baren sloegen in het schip, alzo dat het nu vol werd.” Markus 4:37 (STV)

De discipelen zijn ervaren vissers. Dit is dus geen kinderachtige angst. Het gevaar is echt. Maar juist in dat echte gevaar blijkt hun geloof wankel.

 

Jezus slaapt

“En Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen…” Markus 4:38 (STV)

Dat slapen laat Zijn ware mensheid zien. Hij is moe. Hij heeft onderwezen, gediend, gesproken, gedragen. Hij is geen schijnmens, maar werkelijk Mens.

Maar het vervolg laat tegelijk Zijn Goddelijke macht zien.

 

De noodkreet van de discipelen

“Meester, bekommert het U niet, dat wij vergaan?” Markus 4:38 (STV)

Dat is herkenbaar. Niet alleen: “Heere, help ons”, maar: “Geeft U er wel om?” De angst tast niet alleen hun rust aan, maar ook hun zicht op Zijn goedheid.

Dat is vaak precies wat vrees doet. Vrees maakt de omstandigheden groot en Christus klein. Niet in werkelijkheid, maar in onze waarneming.

 

De storm bestraft

“En Hij opgewekt zijnde, bestrafte den wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen, en er werd grote stilte.” Markus 4:39 (STV)

Hij bidt niet om stilte. Hij spreekt. Hij beveelt. Wind en zee gehoorzamen Hem.

Dat is geen gewone wondermacht. In het Oude Testament is het juist de HEERE Die macht heeft over de zee:

“Hij verandert den storm in stilte, zodat hun golven stilzwijgen.” Psalm 107:29 (STV)

Markus laat dus zien: deze Jezus in het schip is niet slechts een Leraar, Profeet of wonderdoener. Hij oefent gezag uit over de schepping zelf.

 

De bestraffing van de discipelen

“Wat zijt gij zo vreesachtig? Hebt gij geen geloof?” Markus 4:40 (STV)

Let op: Jezus verwijt hun niet dat ze Hem wakker maken. Hij verwijt hun ongeloof. De vraag is niet: waarom ervaren jullie gevaar? De vraag is: waarom vertrouwen jullie Mij niet, terwijl Ik gezegd heb dat wij naar de overkant gaan?

Zijn woord had genoeg moeten zijn.

 

Van angst naar heilig ontzag

Na de stilte staat er niet dat ze ontspannen achteroverleunden. Er staat:

“En zij vreesden met grote vreze…” Markus 4:41 (STV)

Eerst waren ze bang voor de storm. Daarna vrezen ze Hem Die de storm stillegt. Dat is een andere vrees. De storm was indrukwekkend, maar Christus blijkt nog indrukwekkender.

De echte vraag is dus niet: hoe kom ik uit mijn storm?

De echte vraag is: Wie is Deze?

 

Bijbelse lijn

Markus 4:35–41 leert dus:

Christus is waarachtig Mens: Hij slaapt.

Christus is waarachtig God: wind en zee gehoorzamen Hem.

Geloof rust niet op kalme omstandigheden, maar op Zijn woord.

Vrees ontstaat waar de storm groter lijkt dan Christus.

De discipelen moeten leren dat Zijn aanwezigheid niet betekent dat er geen storm komt, maar wel dat Hij Heer is over de storm.

 

Kernzin

“Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?” Markus 4:41 (STV)

Markus 4:35–41 is geen sentimenteel verhaal over “Jezus in jouw storm”, maar een openbaring van de majesteit van Christus: de slapende Mens in het schip is tegelijk de Heere voor Wie wind en zee zwijgen.

 

Stop niet met Bijbellezen

Stop met gelovigen klein houden

Ik werd door mijn vrouw gewezen op een ‘herderlijk schrijven’ van een aangewaaide pater/kluizenaar.

Ik viel tijdens het lezen van de ene verbijstering in de andere.

Vandaar dit blog.

Er waait vandaag een religieus-gure wind door kerkelijk Nederland. Niet nieuw, wel erg herkenbaar.

De gewone gelovige zou maar beter niet al te vrijmoedig de Bijbel lezen is de gedachte. Dat geeft maar verwarring. Dat leidt maar tot rare conclusies. Dat levert fundamentalisten, paniek, YouTube-theologie en ‘religieuze ontsporing’ op.

Kort gezegd: de Bijbel is prachtig, maar gevaarlijk in handen van ‘gewone mensen’.

Dat klinkt misschien als goedbedoelde pastorale voorzichtigheid. Alsof men kwetsbare zielen wil beschermen tegen wilde interpretaties en geestelijke ongelukken. Maar onder die vrome zorg ligt een veel groter probleem: wantrouwen tegenover het Woord van God én tegenover het werk van de Heilige Geest in gewone gelovigen.

Want de Bijbel zelf spreekt andere taal

De Schrift wordt niet voorgesteld als een wild beest dat getemd moet worden, danwel opgesloten moet blijven totdat het bevoegd personeel arriveert. Zij wordt voorgesteld als licht, waarheid, voedsel, zwaard, troost, vermaning en openbaring van Christus.

“Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.” Psalm 119:105 (STV)

Een lamp stop je niet weg onder een hooimaat omdat iemand verkeerd zou kunnen kijken.

Een lamp steek je aan en zet je neer omdat mensen anders verdwalen en struikelen.

De Bijbel is voor iedereen
De Bijbel is voor iedereen

 

De Bijbel is géén verboden terrein voor gewone gelovigen

De Here Jezus zei niet:

“laat de Schrift onderzoeken en uitleggen door een kerkelijke bovenlaag.”

Hij zei:

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)

Dat woord is zo duidelijk.

Onderzoekt de Schriften.

Niet: verstop het.

Niet: blijf er af.

Niet: wacht tot iemand met een ambtelijke bevoegdheid  u vertelt wat u veilig kan en mag lezen.

Niet: laat de Schrift vooral liturgisch langs u heen komen, maar waag u er thuis niet aan.

Christus Zelf wijst naar de Schriften als het getuigenis van Hem. Wie mensen bij de Schrift vandaan houdt, houdt hen niet weg van gevaar, maar weg van (het getuigenis van) Christus.

Natuurlijk vraagt Bijbellezen om eerbied. moet je teksten niet uit hun verband slopen

Natuurlijk is context belangrijk. Natuurlijk kan iemand ontsporen met een open Bijbel en een gesloten hart.

Maar dat is dus géén argument tegen Bijbellezen.

Dat is een argument tegen slecht en selectief Bijbellezen.

 

Het probleem is niet de open Bijbel, maar het gesloten hart

Er wordt vaak gedaan alsof verwarring ontstaat doordat mensen de Bijbel lezen. Maar de Schrift zelf legt het probleem dieper. De natuurlijke mens buigt niet voor Gods Woord. Hij wil heersen over de tekst, schrappen in de tekst, vluchten voor de tekst of de tekst onderwerpen aan kerkelijke, culturele of persoonlijke voorkeuren.

Dat gevaar bestaat overal.

Bij protestanten.

Bij katholieken.

Bij evangelischen.

Bij academici.

Bij YouTubers

Bij priesters.

Bij voorgangers.

Bij dominees.

Bij mij.

Bij u.

Het probleem is niet dat de Bijbel op tafel ligt. Het probleem is dat de mens van nature niet wil buigen voor wat God zegt.

Dáárom hebben we onderwijs nodig. Bijbelstudie. Prediking. Herderlijke leiding. Schriftvergelijking. Nederigheid. Gebed. Maar dat is iets totaal anders dan zeggen dat de gemiddelde gelovige ‘maar beter niet zelf de Bijbel kan gaan lezen’.

Een herder die de schapen liefheeft, jaagt ze niet weg van het gras omdat ze misschien verkeerd kauwen. Hij leert ze wat en waar goed voedsel is.

 

De Bereeërs deden precies wat men hier verdacht maakt

In Handelingen 17 komen we mensen tegen die apostolische prediking hoorden. Niet zomaar een praatje. Paulus predikte. Een apostel van Jezus Christus.

En wat deden de Bereeërs?

Zij namen zijn woorden niet kritiekloos aan omdat er “bevoegd personeel” sprak. Zij toetsten zijn boodschap aan de Schrift.

“En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” Handelingen 17:11 (STV)

Dat is vernietigend voor elke vorm van geestelijke betutteling.

De Bereeërs worden niet berispt omdat zij zelf gingen onderzoeken. Zij worden edeler genoemd. Niet omdat zij alles wantrouwden. Niet omdat zij eigenwijze hobbytheologen waren. Maar omdat zij het gepredikte woord ontvingen én toetsten aan de Schrift.

Dát is gezond Bijbels christendom.

Niet: de leek zwijgt en de geestelijke klasse beslist.

Maar: de gemeente hoort, ontvangt, onderzoekt en toetst.

Paulus zegt niet: lees minder Bijbel

Paulus schrijft aan Timotheüs:

“En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.” 2 Timotheüs 3:15 (STV)

Let op wat hier staat. De heilige Schriften kunnen wijs maken tot zaligheid. Niet omdat ieder mens automatisch alles begrijpt. Niet omdat onderwijs overbodig is. Maar omdat God door Zijn Woord werkt.

Paulus gaat verder:

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.” 2 Timotheüs 3:16-17 (STV)

De Schrift is nuttig tot lering. Tot wederlegging. Tot verbetering. Tot onderwijzing. Tot toerusting.

Dat klinkt niet als een gevaarlijk pakket dat alleen door geestelijke beambten mag worden geopend. Dat klinkt als Gods eigen middel om Zijn volk te vormen.

Wie gewone gelovigen bij de Schrift vandaan houdt, berooft hen van het middel dat God Zelf gegeven heeft om hen te voeden, onderwijzen, te corrigeren en toe te rusten.

De vergelijking met oude oosterse teksten is een rookgordijn

Sommigen vergelijken Bijbellezen met het lezen van Assyrische of Babylonische teksten. Niemand gaat zomaar de Enuma Elish of het Gilgamesh-epos lezen en denkt dan zonder assyriologen, filologen en tekstkritiek alles te begrijpen.

Dus, zo redeneert men dan gemakshalve, zou de gewone gelovige ook niet zomaar de Bijbel moeten lezen.

Dat klinkt geleerd. Maar het argument deugt voor geen meter.

De Bijbel is geen dood museumstuk. De Schrift is geen religieuze kleitablet uit een verdwenen wereld die alleen door specialisten veilig gehanteerd kan worden.

De Bijbel is het Woord van de levende God, gegeven aan iedereen die het horen wil.

Ja, de Bijbel heeft historische diepte. Ja, er zijn moeilijke gedeelten. Ja, kennis van taal, cultuur en context helpt. Maar de apostolische brieven bijvoorbeeld, werden geschreven aan gemeenten. Aan echte mensen. Aan slaven en vrijen. Aan mannen en vrouwen. Aan jongeren en ouderen. Aan gewone gelovigen die moesten horen, lezen, bewaren, gehoorzamen en toetsen.

Paulus schrijft:

“En wanneer deze zendbrief van u zal gelezen zijn, maakt, dat hij ook in de gemeente der Laodicensen gelezen worde, en dat ook gij dien leest, die uit Laodicea geschreven is.” Kolossenzen 4:16 (STV)

De Schrift moest circuleren. De gemeente moest horen. Lezen. Ontvangen. Bewaren.

Er staat niet: laat dit document uitsluitend behandelen door gewijde deskundigen, want de gemiddelde gelovige kan hier geestelijke schade van oplopen.

Slecht Bijbellezen bestrijd je niet met géén Bijbellezen

Er is terechte zorg. Dat kan je zo zeggen.

Er bestaat inderdaad een hoop geestelijke rotzooi. Er zijn mensen die van de Bijbel een grabbelton maken. Er zijn complotpredikers, eindtijdhandelaren, sektarische uitleggers, sensatiekanalen en religieuze knutselaars die met losse teksten complete luchtkastelen bouwen.

Maar de oplossing voor een McBible is geen gesloten Bijbel.

De oplossing is niet dat gelovigen hun Bijbel dichtleggen en dan maar kaarsen branden, litanieën bidden of zich verliezen in devotie tot Maria, heiligen en engelen.

De oplossing is beter Bijbellezen.

Lees de tekst in verband.

Lees Christus centraal.

Lees Schrift met Schrift.

Lees nederig.

Lees biddend.

Lees met gezonde prediking.

Lees met de gemeente.

Toets leraren aan het Woord.

Wees traag met grote conclusies.

Laat moeilijke teksten niet los rondzwerven, maar breng ze onder het gezag van het geheel van de Schrift.

Dat is heel iets anders dan gewone gelovigen ontmoedigen om de Bijbel te lezen.

 

Liturgie is geen vervanging van het Woord in het hart

Er wordt gezegd dat de Schrift voor de gemiddelde gelovige in de liturgie al voldoende tot spreken wordt gebracht. Maar dat is een gotspe.  De Schrift moet niet maar plechtig worden voorgelezen. Zij moet wonen in het hart, klinken in het huis, werken in het geweten en richting geven aan het denken.

Paulus schrijft:

“Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.” Kolossenzen 3:16 (STV)

Niet: het woord van Christus worde af en toe liturgisch over u uitgesproken.

Niet: het woord van Christus blijve veilig beheerd door een kerkelijk systeem.

Maar: het Woord van Christus wone rijkelijk in u.

Dat is persoonlijk. Gemeentelijk. Levend. Vormend. Corrigerend.

Een gelovige die alleen in de liturgie de Schrift hoort, maar niet leert om zelf in het Woord te leven, blijft geestelijk afhankelijk. Hij krijgt voedsel aangereikt, maar leert niet eten.

 

De aanval op de Reformatie verraadt de onderliggende kwestie

Wanneer de Reformatie wordt weggezet als het gevolg van een augustijn die Paulus niet goed begrepen had, gaat het niet meer alleen over leesvaardigheid. Dan gaat het over gezag.

Wie heeft het laatste woord?

De Schrift?

Of de kerkelijke traditie?

De Reformatie was verre van volmaakt. Reformatoren waren mensen. Ze maakten fouten. Ze spraken soms te hard, te kort door de bocht of historisch belast.

Maar de vraag is hier: mag de kerk worden getoetst aan het Woord van God, of moet het Woord van God worden gelezen door de bril van de kerk?

Paulus zegt:

“Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.” Romeinen 3:28 (STV)

En:

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” Romeinen 4:5 (STV)

Dat zijn geen protestantse vingertjes in katholieke pap. Dat is Bijbelse leer.

De clou zit hier: zodra gewone gelovigen de Schrift lezen, kunnen zij vragen gaan stellen.

Waar staat dit? Waar leert Christus dit? Waar leren de apostelen dit? Waar wordt Maria als middelares aangesteld? Waar wordt het aanroepen van heiligen geboden? Waar wordt volksdevotie boven Schriftlezing geplaatst?

Dat zijn ongewenste vragen voor een (aanzienlijk) deel van de ‘verheven geestelijken. Maar ongewenste vragen zijn nog niet hetzelfde als imbeciele gevolgtrekkingen.

Soms zijn ongewenste vragen precies die vragen die nodig zijn.

 

Maria, heiligenverering en engelensprookjes zijn geen beter alternatief

Het meest onthullende is dat de Bijbel als gevaarlijk wordt voorgesteld, terwijl volksdevotie, bedevaarten, litanieën, kaarsen en persoonlijke relaties met Maria, heiligen en engelen als ‘geestelijk veilig’ alternatief worden aangereikt.

Daar gaat het echt he-le-maal mis.

De Schrift zou paniek kunnen veroorzaken, maar devotionele praktijken zonder enige Bijbelse opdracht zouden het geloof versterken? De Bijbel zou te ingewikkeld zijn, maar een persoonlijke relatie met Maria en engelen zou geestelijk gezond zijn?

Paulus schrijft:

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.” 1 Timotheüs 2:5 (STV)

Eén Middelaar.

Niet Christus plus Maria.

Niet Christus plus heiligen.

Niet Christus plus engelen.

Niet Christus plus een devotioneel netwerk van hemelse tussenpersonen.

Eén Middelaar: Jezus Christus.

Wie gewone gelovigen wegleidt van de Schrift naar devotionele tussenfiguren, beschermt hun geloof niet. Hij verplaatst hun vertrouwen.

En juist dát is gevaarlijk.

 

De Schrift is niet tegen onderwijs, maar tegen geestelijke gijzeling

Laat niemand doen alsof een pleidooi voor Bijbellezen een pleidooi is voor individualistische willekeur. De Bijbel is niet gegeven om ieder zijn eigen privéreligie te laten bouwen. Christus heeft leraren gegeven. De gemeente is nodig. Prediking is nodig. Herderlijke leiding is nodig.

Maar onderwijs is iets anders dan controle.

Een leraar opent de Schrift.

Een controleur schermt haar af.

Een herder brengt de schapen naar voedsel.

Een clericaal religieus systeem houdt voedsel achter en noemt dat ‘bescherming’.

Een gezonde voorganger zegt: kom, we lezen samen, en toets vooral ook mij aan het Woord.

Een ongezonde voorganger zegt: pas op, dit is te gevaarlijk voor u zónder mij.

Dat cruciale verschil raakt het hart van geestelijk gezag.

De Heilige Geest werkt door het Woord

Het is opvallend hoe vaak men bij dit onderwerp spreekt over ‘gevaar, verwarring en misverstand’, maar nauwelijks of niet  over de Heilige Geest. Alsof gewone gelovigen alléén staan tegenover een oude tekst, zonder Herder, zonder Geest, zonder Christus.

Maar de Geest van God heeft de Schrift gegeven en gebruikt de Schrift om Christus te verheerlijken.

“Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17 (STV)

De Geest leidt niet weg van het Woord naar vrome mist. Hij brengt ons juist onder het gezag van het Woord. Niet om ons tot kille letterknechten te maken, maar om ons Christus te leren kennen zoals Hij Zich geopenbaard heeft.

Een geloof dat bang is voor een open Bijbel, is geen sterk geloof. Het is een geloof dat alleen veilig lijkt zolang niemand controleert waarop het eigenlijk gebouwd is.

 

Niet minder Bijbel, maar betere Bijbelkennis

De kerk van vandaag heeft niet te veel Bijbel. Zij heeft te weinig Bijbel.

Te veel losse kreten.

Te veel oppervlakkige filmpjes.

Te veel tekstmisbruik.

Te veel eigengereidheid.

Te veel mensen die  denken dat zij de kerkgeschiedenis wel even kunnen corrigeren.

Dat probleem los je niet op door de Bijbel terug te leggen op de lessenaar, of op de kast op slot te zetten en het volk naar huis te sturen met kaarsen, devotieprentjes en heiligenverhalen.

Dat probleem los je op door Bijbelkennis.

Door geduldig onderwijs.

Door prediking van de Opgestane Heer.

Door uitleg, in context.

Door scherpe onderscheiding.

Door gelovigen te leren dat de Bijbel geen kapstok is, maar Gods Woord.

Door mensen te leren lezen. Niet minder. Beter.

 

De echte vraag is: wie en wat vertrouw je?

Achter deze hele discussie zit een heel eenvoudige vraag.

Vertrouwen we erop dat God door Zijn Woord spreekt?

Vertrouwen we erop dat de Heilige Geest gewone gelovigen kan en wil onderwijzen door dat Woord?

Vertrouwen we erop dat Christus Zijn schapen kent en leidt?

Of vertrouwen we uiteindelijk meer op kerkelijke bemiddeling, gewijde deskundigheid, traditie en devotionele omheining?

De Bijbel zelf geeft het antwoord.

“En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.” Deuteronomium 6:6-7 (STV)

Gods Woord hoort niet opgesloten te blijven in een religieus gebouw. Het hoort in het huis. Op de weg. In het gesprek. In je gezin. In je hart.

Dat principe verdwijnt niet in het Nieuwe Testament. Het verdiept zich.

Ik vat samen

We moeten niet ‘rap ophouden iedereen aan te moedigen de Bijbel te lezen.’

We moeten rap ophouden gewone gelovigen klein te houden.

We moeten ophouden doen alsof de Schrift vooral gevaarlijk is wanneer zij in handen komt van mensen zonder kerkelijke bevoegdheid. We moeten ophouden alsof liturgie, traditie en volksdevotie veilig zijn, terwijl het Woord van God verdacht wordt gemaakt als bron van paniek.

De Bijbel kan verkeerd gelezen worden. Zeker.

Maar een gesloten Bijbel is nog gevaarlijker.

Want waar de Schrift dicht blijft, krijgt religieuze macht vrij spel. Daar worden tradities onaantastbaar. Daar worden menselijke instellingen beschermd tegen toetsing. Daar worden gelovigen afhankelijk gehouden van mensen die zeggen dat zij de sleutel hebben. En waar dat zoal toe leidt bewijst de geschiedenis wel.

Christus heeft Zijn volk niet verwezen naar kaarsen, litanieën en een persoonlijke relatie met heiligen. Hij wees naar de Schriften.

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)

Daarom: ópen die Bijbel.

Lees eerbiedig.

Lees biddend.

Lees met onderscheid.

Lees in verband.

Lees Christus gericht.

Maar léés.

Want niet de open Bijbel bedreigt het geloof.

Een kerk die bang is voor een open Bijbel, dát is de bedreiging.

 

Geverifieerd door MonsterInsights