Schrift en belijdenis?

Schrift en belijdenis?

Belijdenisgeschriften 

In het boek “Schrift en belijdenis?” onderzoekt Harold Grevers de gereformeerde belijdenisgeschriften en vergelijkt deze met de Bijbel. Hij stelt de vraag of het gerechtvaardigd is om naast de Bijbel een belijdenis te hebben en of de gereformeerde belijdenisgeschriften volledig in overeenstemming zijn met de Bijbel.

Geschiedenis

Grevers geeft eerst een korte geschiedenis van de Reformatie en het ontstaan van de gereformeerde belijdenisgeschriften. Hij bespreekt de drie sola’s van de Reformatie: alleen door het geloof, alleen door Gods genade en alleen door de Schrift. Hij bespreekt ook de opkomst van de wederdopers en hun invloed op de totstandkoming van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Niet in overeenstemming

Vervolgens bespreekt Grevers de drie belijdenisgeschriften: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Dordtse Leerregels en de Heidelbergse Catechismus. Hij onderzoekt verschillende artikelen uit deze geschriften en vergelijkt ze met de Bijbel. Hij concludeert dat er meerdere punten zijn waar de belijdenisgeschriften niet in overeenstemming zijn met de Bijbel.

Grevers bespreekt ook de rol van de kerkenraad en de sacramenten in de gereformeerde traditie. Hij stelt dat de kerkenraad niet in overeenstemming is met de Bijbelse structuur van de gemeente en dat de sacramenten geen genademiddelen zijn.

De uitverkiezing

Ten slotte bespreekt Grevers de leer van de uitverkiezing en verwerping. Hij concludeert dat deze leer niet in overeenstemming is met de Bijbel en dat de Bijbel leert dat God alle mensen wil redden.

De Bijbel alleen

Grevers besluit zijn boek met een oproep om terug te keren naar de Bijbel en de belijdenisgeschriften kritisch te onderzoeken. Hij benadrukt dat de Bijbel het enige onfeilbare richtsnoer is voor het christelijk geloof.

Lees: Schrift en belijdenis? (pdf)

“De Bruid” als vervangingsleer deel 2

Deel 2 waarin we kijken wat het nieuwe Testament zegt over de bruid, de bruidegom en de bruiloft.  Deel 1 staat hier.

Nieuwe Testament

Bruid, bruidegom en bruiloft

Deze woorden vinden we alleen in de Evangeliën en Openbaring.

Mattheüs 9:15  En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten. (Markus 2:18-22 en Lukas 5:33-35)

Mattheüs 22:1-14 Gelijkenis van de koninklijke bruiloft
Mattheüs 25:1-13 Gelijkenis van de wijze en de dwaze meisjes

Lukas 12:36 En zijt gij den mensen gelijk die op hun heer wachten, wanneer hij wederkomen zal van de bruiloft, opdat als hij komt en klopt, zij hem terstond mogen opendoen.

Johannes 2:1-12 Jezus verandert water in wijn op een bruiloft
Johannes 3:29 Johannes de Doper is de vriend van de bruidegom

Openbaring 19:7 en 8 (bruiloft)
Openbaring 21:2 en 9-14, (bruid, vrouw van het Lam)
Openbaring 22:17 (de Geest en de bruid)

Teksten uit de brieven die worden gebruikt om de gemeente als bruid te zien

2 Corinthiërs 11:2
Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid om u als een reine maagd aan één Man voor te stellen, namelijk aan Christus.

Efeze 5:22-32 Hier gaat het niet om een bruid maar om een vrouw. De gemeente is het lichaam van van Christus. Dat is het geheimenis van het huwelijk: de eenheid tussen man en vrouw.

Wat is er mis mee om de gemeente als bruid te zien?

  • De Bijbel gebruikt dit beeld niet om de gemeente aan te duiden. In de brieven vinden we wel andere beelden zoals:
    De gemeente is het lichaam van Christus (Hij het hoofd),
    Wij zijn de ranken (Hij de wijnstok),
    Wij zijn levende stenen die gebouwd worden tot een tempel. De beelden die voor de gemeente gebruikt worden, laten zien dat er gemeenschap is tussen de gelovigen en Christus. Een bruid heeft nog GEEN gemeenschap met de man, maar ziet daar alleen verlangend naar uit.
  • Een bruid maakt zichzelf mooi voor haar toekomstige bruidegom. Deze druk om onszelf te reinigen en op te poetsen wordt vaak ook op de gemeente gelegd. Maar in werkelijkheid is het Christus Die ons reinigt en heiligt zoals Efeze 5:26 aangeeft.
  • Het bevordert de gedachte van de vervangingstheologie. Een beeld wat voor Israël is bedoeld, wordt toegepast op de gemeente.
  • Het koppelt de avondmaalsbeker aan een romantisch idee over een bruidegom die een beker wijn aan de bruid geeft. MAAR de Bijbel geeft zelf aan wat de betekenis van de avondmaalsbeker is.
    (Matth. 26:17-30, Mark. 14:23, Luk. 22:14-20, 1 Kor. 10:16-17 en 11:23-26)
    Als we al typologie toepassen dan moeten we deze beker verbinden met de viering van het Pascha, de uittocht uit Egypte, het bloed aan de deurposten.

Vandaag de dag doen verhalen de ronde over “De Galilese bruiloft.” Als zou dat een blauwdruk zijn voor wat de Bijbel erover meldt in het nieuwe Testament.

Schrijver van “Before the wrath” over hoe hij de Galilese bruiloft ‘ontdekt’ heeft:

Maar hoe waren hun huwelijkstradities vóór de val van de Tempel? Dit is geen gemakkelijke vraag om te beantwoorden, omdat maar weinig historici er iets over hebben vastgelegd. En waarom zouden ze? Waarom zouden ze waardevolle ruimte verspillen aan een dure boekrol waarin de kleine tradities van boeren en vissers in het noorden van Judea zijn vastgelegd? Daarom is er gewoon niet veel historische informatie beschikbaar.
Het probleem was dat bijna alle beschikbare informatie over Galilese bruiloften in het Nieuwe Testament van de Bijbel stond.
Dus moest ik teruggaan – ver terug – voordat de Romeinen de Tempel van Herodes in brand staken. Ik moest naar de stukjes en beetjes van moderne en middeleeuwse Joodse bruiloften kijken en alles opzij zetten wat ze in de loop van de eeuwen van hun verspreiding hadden toegevoegd. Wat overbleef is waar ik begon.

Buiten de Bijbel zijn bronnen over dit onderwerp schaars, maar er waren er genoeg om een ​​nieuw stel lenzen uit te slijpen om te zien wat Jezus zei – vooral toen Hij over een bruiloft sprak. Dus zette ik deze nieuwe bril op en begon rond te kijken. Geleidelijk aan begon ik verwijzingen op te merken naar de Bruiloft, de Bruid, de Bruidegom en de Vrouw die ik in al mijn jaren van Bijbellezen eenvoudigweg had gelezen. Op het eerste gezicht leken de beelden mysterieus en afstandelijk – bloemrijke symbolen met betekenissen gehuld in een donkere spirituele mist die alle aardse penetratie te boven gaat.
Terwijl ik dit boek schreef, heb ik een paar hypothetische situaties gecreëerd (de huwelijksprocessie, de aankomst van de karavaan, enzovoort) om de lezer onder te dompelen in het dagelijkse leven en de denkprocessen van de mensen uit de tijd van Jezus. Deze scenario’s zijn tot op zekere hoogte geïdealiseerd en gaan uit van een zekere mate van romantiek, humor, mooi weer, beschikbare middelen en samenwerking binnen het gezin.

Als we het Woord laten spreken, en konsekwent Schrift met Schrift vergelijken, moet duidelijk zijn op wie de ‘bruidsmetafoor’ van toepassing is.

Zie ook (extern):

bruid » Bijbels Panorama

Bijbelstudie lezing: Wil de échte bruid opstaan?

“Geloof” in de Bijbel betekent iets anders dan in ons taalgebruik

In onze moderne samenleving is het woord “geloof” vaak gehuld in de connotatie van twijfel, onzekerheid en een gebrek aan zekerheid.

Echter, wanneer we dit woord onder de loep nemen zoals het wordt gepresenteerd in de Bijbel, ontdekken we een diepgaand verschil in betekenis en toepassing.

Bijbels geloof, zoals beschreven in de Schrift, gaat verder dan simpelweg “niet zeker weten”. Het omvat een diepgaand vertrouwen, een overtuiging die ons hart, onze geest en onze daden doordringt.

Uit het Grieks wordt het woord “pistis” in de Bijbel vaak vertaald als “geloof” , wat niet alleen verwijst naar een innerlijke overtuiging, maar ook naar een daad van vertrouwen en toewijding.

Een van de meest bekende verzen die het concept van Bijbels geloof illustreert, is Hebreeën 11:1: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.” Hier wordt geloof gepresenteerd als een vaste grond, een solide basis waarop we kunnen staan, zelfs als we de volledige realisatie van onze hoop nog niet hebben gezien. Het is een overtuiging die diep geworteld is in de waarheid van God en Zijn beloften.

Een ander aspect van Bijbels geloof is dat het gepaard gaat met actie. Jakobus 2:17 verklaart: “Alzo is ook het geloof, indien het de werken niet heeft, dood zijnde in zichzelven.” Dit benadrukt dat geloof niet slechts een passieve overtuiging is, maar dat het zich manifesteert in daden van gehoorzaamheid en liefde.

In hedendaags Nederlands wordt geloof vaak geassocieerd met twijfel en onzekerheid. Mensen kunnen zeggen “Ik geloof dat het gaat regenen”, wat eigenlijk betekent dat ze er niet helemaal zeker van zijn. Maar Bijbels geloof gaat veel verder dan deze oppervlakkige interpretatie. Het is een diep verankerde overtuiging in de waarheid van Gods woord, die ons inspireert om te leven in overeenstemming met Zijn wil.

Dus, terwijl de moderne betekenis van het woord “geloof” kan worden gekenmerkt door twijfel en onzekerheid, is Bijbels geloof een krachtige en dynamische kracht die ons leven transformeert. Het is een diepgaand vertrouwen in Gods beloften, dat ons leidt tot gehoorzaamheid, hoop en vreugde. Mogen we blijven groeien in dit kostbare geschenk van geloof, geleid door de waarheid van Gods woord en Zijn liefdevolle leiding in ons leven.

“De Bruid” als vervangingsleer deel 1

“De Bruid” als vervangingsleer deel 1

Hoe een Telegram post een studie ontketent 🙂 Ik liep tegen deze afbeelding aan en de raderen gingen draaien.

Het kwam binnen als een New-age achtig aandoend spiritueel tafereel.

Ik realiseer me dat ik met deze studie mensen tegen de haren in ga strijken. Het romantische beeld van een bruid die door haar bruidegom opgewacht wordt is herkenbaar. Dat plaatje heeft geen verdere uitleg nodig. Het is geen rare gedachte dat kinderen van God innig van de Here Jezus houden, omdat Hij Zich uit volmaakte liefde helemaal vrijwillig heeft gegeven om hen te verlossen van de macht van de zonde en de dood.

Wat zegt de Bijbel? Wie is toch die Man, wie is de Bruidegom, en wie is de bruid? Klopt het beeld dat dikwijls geschetst wordt, dat de gemeente van Jezus Christus Zijn bruid is?

Geeft de Bijbel ruimte om een huwelijksverwachting voor de gemeente in de Schrift in te lezen?

Wat ik eerst en vooral wil doen is de ‘huwelijksteksten’ uit het oude Testament laten spreken.

Zij gaan specifiek over de huwelijkse staat, ontrouw, scheiding en tenslotte herstel van het volk in relatie met God

Citaten uit de Statenvertaling.

Ezechiel 16:

2 Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend, 3 En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land der Kanaänieten; uw vader was een Amoriet, en uw moeder een Hethitische.4 En aangaande uw geboorten: ten dage als gij geboren waart, werd uw navel niet afgesneden; en gij waart niet met water gewassen toen Ik u aanschouwde; gij waart ook geenszins met zout gewreven, noch in windelen gewonden.5 Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds, om de walgelijkheid van uw ziel, ten dage toen gij geboren waart.6 Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef.7 Ik heb u tot tienduizend, als het gewas des velds, gemaakt; en gij zijt gegroeid en groot geworden en zijt gekomen tot grote sierlijkheid; uw borsten zijn vast geworden en uw haar is gewassen, doch gij waart naakt en bloot.8 Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en zie, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE, en gij werdt Mijne.9 Daarna wies Ik u met water, en Ik spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie.10 Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen en bedekte u met zijde.11 Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen en een keten aan uw hals.12 Desgelijks deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon der heerlijkheid op uw hoofd.13 Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen en zijde en gestikt werk; gij at meelbloem en honing en olie; en gij waart gans zeer schoon en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt.14 Daartoe ging van u een naam uit onder de heidenen om uw schoonheid; want die was volmaakt door Mijn heerlijkheid, die Ik op u gelegd had, spreekt de Heere HEERE. 15 Maar gij hebt vertrouwd op uw schoonheid en hebt gehoereerd vanwege uw naam, ja, hebt uw hoererijen uitgestort aan eenieder die voorbijging; voor hem was zij.

Jeremia 2

1 EN des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:2 Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.

Jeremia 3

1 MEN zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met vele boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE.
2 Hef uw ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen? Gij hebt voor hen gezeten aan de wegen, als een Arabier in de woestijn; alzo hebt gij het land ontheiligd met uw hoererijen en met uw boosheid.
3 Daarom zijn de regendroppelen ingehouden en er is geen spade regen geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij weigert schaamrood te worden.
4 Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader, Gij zijt de Leidsman mijner jeugd?
5 Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadiglijk bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand.
6 Voorts zeide de HEERE tot mij in de dagen van den koning Josía: Hebt gij gezien wat de afgekeerde Israël gedaan heeft? Zij ging heen op allen hogen berg en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar.
7 En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij, maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda.
8 En Ik zag, als Ik ter oorzake van alles waarin de afgekeerde Israël overspel bedreven had, haar verlaten en haar haar scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze, haar zuster Juda, niet vreesde, maar ging heen en hoereerde zelve ook.
9 Ja, het geschiedde vanwege het gerucht harer hoererij, dat zij het land ontheiligde; want zij bedreef overspel met steen en met hout.
10 En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze zuster Juda tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, maar valselijk, spreekt de HEERE.
11 Dies de HEERE tot mij zeide: De afgekeerde Israël heeft haar ziel gerechtvaardigd, meer dan de trouweloze Juda.
12 Ga heen en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israël, spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden.
13 Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE uw God hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.
14 Bekeert u, gij afkerige kinderen, spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd; en Ik zal u aannemen, één uit een stad en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion.
15 En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.
16 En het zal geschieden wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN; ook zal zij in het hart niet opkomen; en zij zullen aan haar niet gedenken en haar niet bezoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden.
17 Te dien tijde zullen zij Jeruzalem noemen des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart.
18 In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israël; en zij zullen tezamen komen uit het land van het noorden in het land dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb.
19 Ik zeide wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen? Maar Ik zeide: Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader; en gij zult van achter Mij niet afkeren.
20 Waarlijk, gelijk een vrouw trouwelooslijk scheidt van haar vriend, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, gij huis Israëls, spreekt de HEERE.
21 Er is een stem gehoord op de hoge plaatsen, een geween en smekingen der kinderen Israëls, omdat zij hun weg verkeerd en den HEERE hun God vergeten hebben.
22 Keert weder, gij afkerige kinderen; Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE onze God.
23 Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen; waarlijk, in den HEERE onzen God is Israëls heil.
24 Want de schaamte heeft den arbeid onzer vaderen opgegeten, van onze jeugd aan; hun schapen en hun runderen, hun zonen en hun dochters.
25 Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen den HEERE onzen God gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan tot op dezen dag; en wij zijn der stem des HEEREN onzes Gods niet gehoorzaam geweest.

Jeremia 31

31 Zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;
32 Niet naar het verbond dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep om hen uit Egypteland uit te voeren; welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE.

Hosea 1

2 Het begin van het woord des HEEREN door Hoséa. De HEERE dan zeide tot Hoséa: Ga heen, neem u een vrouw der hoererijen en kinderen der hoererijen; want het land hoereert ganselijk van achter den HEERE.

Hosea 2

1 TWIST tegen ulieder moeder, twist, omdat zij Mijn vrouw niet is en Ik haar Man niet ben; en laat ze haar hoererijen van haar aangezicht, en haar overspelerijen van tussen haar borsten wegdoen;
2 Opdat Ik haar niet naakt uitstrope en zette haar als ten dage toen zij geboren werd, ja, make haar als een woestijn en zette haar als een dor land, en dode haar door dorst;
3 En Mij harer kinderen niet ontferme, omdat zij kinderen der hoererijen zijn.
4 Want hunlieder moeder hoereert; die henlieden ontvangen heeft, handelt schandelijk; want zij zegt: Ik zal mijn boelen nagaan, die mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank geven.
5 Daarom, zie, Ik zal uw weg met doornen betuinen, en Ik zal een heiningmuur maken, dat zij haar paden niet zal vinden.
6 En zij zal haar boelen nalopen, maar dezelve niet aantreffen; en zij zal hen zoeken, maar niet vinden; dan zal zij zeggen: Ik zal heengaan en keren weder tot mijn vorigen Man, want toen was mij beter dan nu.

….

18 En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid, ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden.
19 En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult den HEERE kennen.

Hosea 3

1 EN de HEERE zeide tot mij: Ga wederom heen, bemin een vrouw die bemind zijnde van haar vriend, nochtans overspel doet; gelijk de HEERE de kinderen Israëls bemint, maar zij zien om naar andere goden en beminnen de flessen der druiven.
2 En ik kocht haar mij voor vijftien zilverlingen, en een homer gerst, en een halven homer gerst.
3 En ik zeide tot haar: Gij zult vele dagen naar mij blijven zitten (gij zult niet hoereren, noch aan een anderen man geworden), en ik ook naar u.
4 Want de kinderen Israëls zullen vele dagen blijven zitten, zonder koning en zonder vorst, en zonder offer, en zonder opgericht beeld, en zonder efod en terafim. 5 Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeren en zoeken den HEERE, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot den HEERE en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen.

Jesaja 54

4 Vrees niet, want gij zult niet beschaamd worden, en word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; maar gij zult de schaamte uwer jonkheid vergeten en den smaad uws weduwschaps zult gij niet meer gedenken.
5 Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israëls is uw Verlosser; Hij zal de God des gansen aardbodems genoemd worden.
6 Want de HEERE heeft u geroepen als een verlaten vrouw en bedroefde van geest; nochtans zijt gij de huisvrouw der jeugd, hoewel gij versmaad zijt geweest, zegt uw God.
7 Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten, maar met grote ontfermingen zal Ik u vergaderen.
8 In een kleinen toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij uwer ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser

Jesaja 62

5 Want gelijk een jongeling een jonkvrouw trouwt, alzo zullen uw kinderen u trouwen; en gelijk de bruidegom vrolijk is over de bruid, alzo zal uw God over u vrolijk zijn.

 

Het beeld is wel heel gedetailleerd aan het worden. De bruid kán alleen maar Israel zijn. Geen vervanging mogelijk.

God is er duidelijk over hoe het gegaan is, en hoe het gaan zal.

Bruid, bruidegom, beloften en bruiloft, en dus? 

Het nieuwe Testament noemt ook het huwelijk een bruid, en een ‘hemelse’ bruiloft  Daarover een volgende keer.

De bedoeling was om alles in één artikel te gieten, maar ik merk dat ik meer tijd nodig heb. Daarom even een punt, wordt vervolgd.

Punt.

Deel 2 vindt u hier

Zie ook (extern):

bruid » Bijbels Panorama

Bijbelstudie lezing: Wil de échte bruid opstaan?

He shall come

“What I say unto you I say unto all, Watch.”

“At even, or at midnight, or at the cock-crowing.”

It may be in the evening,

When the work of the day is done,

And you have time to sit in the twilight,

And to watch the sinking sun;

While the long bright day dies slowly

Over the sea,

And the hour grows quiet and holy

With thoughts of Me;

While you hear the village children

Passing along the street,

Among these thronging footsteps

May come the sound of My feet;

Therefore I tell you, watch!

By the light of the evening star,

When the room is growing dusky

As the clouds afar;

Let the door be on the latch

In your home,

For it may be through the gloaming,

I will come.

It may be in the midnight

When ’tis heavy upon the land,

And the black waves lying dumbly

Along the sand;

When the moonless night draws close

And the lights are out in the house,

When the fires burn low and red,

And the watch is ticking loudly

Beside the bed;

Though you sleep tired on your couch,

Still your heart must wake and watch

In the dark room;

For it may be that at midnight

I will come.

It may be at the cock-crow,

When the night is dying slowly

In the sky,

And the sea looks calm and holy,

Waiting for the dawn of the golden sun

Which draweth nigh;

When the mists are on the valleys, shading,

The rivers chill,

And my morning star is fading, fading

Over the hill;

Behold, I say unto you, watch !

Let the door be on the latch

In your home,

In the chill before the dawning,

Between the night and morning,

I may come.

It may be in the morning

When the sun is bright and strong,

And the dew is glittering sharply

Over the little lawn,

When the waves are laughing loudly

Along the shore,

And the little birds are singing sweetly

About the door;

With the long day’s work before you

You are up with the sun,

And the neighbors come to talk a little

Of all that must be done;

But, remember, that I may be the next

To come in at the door,

To call you from your busy work,

For evermore.

As you work, your heart must watch,

For the door is on the latch

In your room,

And it may be in the morning

I will come.

So I am watching quietly

Every day,

Whenever the sun shines brightly

I rise and say,

Surely it is the shining of His face,

And look unto the gate of His high place

Beyond the sea,

For I know He is coming shortly

To summon me;

And when a shadow falls across the window

Of my room,

Where I am working my appointed task,

I lift my head to watch the door and ask

If He is come!

And the Spirit answers softly

In my home,

“Only a few more shadows,

And He will come.”

Geverifieerd door MonsterInsights