De Heer regeert?

Wie regeert de wereld? door Jb. Klein Haneveld, 1949

Het wordt zo vaak gezegd: Natuurlijk regeert God de wereld.
En de een zegt het de ander na. Maar is dat eigenlijk wel zo?

Wordt deze wereld, zoals wij haar kennen, met al haar ellende en zonde, door God geregeerd? Oefent Hij Koninklijk gezag over haar uit?
Wie een klein beetje nadenkt, zal deze vraag ontkennend moeten beantwoorden.

Niet, alsof God niet de hoogste Koning zou zijn. Hij is dat zeker!
Hij is “de zalige en enige Heerser, de Koning der koningen en de Heer der heren….. Hem zij eer en eeuwige kracht. Amen.” 1Tim. 6:15, 16

Wij moeten echter nooit vergeten, dat deze wereld in Gods Koninkrijk een provincie is, die tegen Hem in opstand is. Haar aanvoerder in deze opstand is niemand minder dan de grote tegenstander van God: de satan.

Zolang deze opstand en rebellie duurt, wordt de wereld niet door God, maar door satan geregeerd. Zij staat onder rechtstreekse contrôle van de “overste dezer wereld”, d.i. de duivel.

Pas na het blazen van de zevende bazuin zullen luide stemmen in de hemel weerklinken:

Openbaring 11:15 SVV

7 Het Koningschap over de wereld is gekomen aan onze Heer en Zijn Gezalfde en Hij zal Koning zijn tot in alle eeuwigheden.

Hoe kan men, met zulk een tekst voor ogen, staande houden, dat God thans de wereld regeert?

De overste dezer wereld

Tot driemaal toe heeft de Heere Jezus de satan “de overste dezer wereld” genoemd. (Zie Joh. 12:3114:30 en 16:11)

Feitelijk was hij dat reeds geweest vanaf de zondeval.
Maar nu het hem gelukte de meest tegenstrijdige elementen: farizeën en sadduceën, overpriesters en schriftgeleerden, nationalisten en collaborateurs, Pilatus en Herodes, Joden en heidenen, allen en allen samen te verenigen in één machtig front tegen de Zoon van God, kan hij met meer recht dan ooit tevoren de vorst der wereld worden genoemd.

En vandaag aan de dag kunnen wij zien, hoe vorsten en volken, staatslieden en rechtsgeleerden, politieke leiders en godsdienstige leiders, kapitalisten en communisten, zowel aan deze als aan gene zijde van het ijzeren gordijn, allen en allen, op slechts enkele uitzonderingen na, geïnspireerd worden door deze “vorst der duisternis”; en zelfs die uitzonderingen ontkomen niet altijd aan zijn greep.

Meer lezen

De Bruidegom komt

Bron: Bijbelarchief


studie over de positie van Israël en de Gemeente

”Want zo zegt de HEERE der heerscharen: Naar de heerlijkheid over u, heeft Hij mij gezonden tot die heidenen, die u beroofd hebben; want die u aanraakt,  die raakt Zijn oogappel aan.”  Zacharia 2:8

Inleiding

Toen ik nog niet zo lang gelovig was, werd mij, tijdens een Bijbelstudie, uitgelegd dat de Gemeente (of zo u wilt: de Kerk) van Christus Zijn Lichaam was. Er wordt echter ook geleerd, in diverse kerken en gemeenten, dat de Gemeente (Kerk) van Christus Zijn Bruid is…. en dat Israël, in het Oude Testament, voorheen deze Bruid was (geweest). Deze -en aanverwante leringen- worden veel gehoord. De Gemeente van Christus als Zijn Bruid is een reeds lang bestaande gedachte. Is dit nu een Bijbelse gedachte? In deze verkenning wil ik ingaan op een aantal Bijbelgedeelten om zo te zoeken naar een antwoord op de vraag: Wie is de Bruid van Christus? Toen deze studie -in conceptvorm- klaar was heb ik nog de brochure ”De bruidegom en de Bruid”, zie literatuuropgave, ter beschikking gekregen. Hoewel in die brochure duidelijke overeenkomsten met deze studie voorkomen hebben beide een andere invalshoek en worden er toch verschillende thema’s besproken. Bedoelde brochure is echter een aanrader voor verdere bestudering van het onderwerp.

N.B.:
Hoewel er meestal over de ”Kerk (van Christus)” wordt gesproken prefereer ik de uitdrukking ”Gemeente (van Christus)”.
De tussen haken staande cijfers, bijv: <1>, verwijzen naar de noten aan het eind van ieder hoofdstukje.

I    De positie van de Gemeente
”Uitgesloten van het burgerrecht Israëls, en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld”
          Efeze. 2:12

Voor de komst van Christus Jezus naar de aarde en voor zijn verzoenend sterven voor de mens(heid) had alleen Israël, dwz. de Joden, deel aan Gods heilsplan. De heiden, de niet Jood, was hiervan uitgesloten: ”zonder hoop en zonder God”. De enige uitzondering hierop vormden de zg. ’Proselieten’ of ’Jodengenoten’. Dit waren heidenen die tot het Jodendom bekeerd waren, en daarom tot de Joden gerekend (kunnen) worden.

Efeze 2:4-10.
Maar na het offer op Golgotha (de kruisdood van Jezus, waardoor ieder mens -die dit aanvaard- behouden is) gaf God in Zijn grote genade ook de heiden de kans om behouden te worden!

”Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave (=cadeau, gift) van God”
           Efeze 2:8

Die gave was Christus Jezus (vers 4-7) en door Hem zijn wij, heidenen, die ver
van God af waren, uitgesloten waren, dicht bij God gekomen: door het bloed van
Christus Jezus, wat verzoening bracht (Efeze 2:13).
Dit was mogelijk door de tijdelijke terzijdestelling van Israël, zo kwam het heil ’tot de heidenen’.

Ik wijs -vooruitlopend- op het woordje ”mede” in deze tekst, het komt drie maal voor:
– mede levend gemaakt met Christus;
– mede opgewekt;
– mede een plaats gegeven in de Hemelse gewesten.
Mede = met Christus uiteraard, maar er is -m.i.- meer aan de hand…

Wat is ”de Gemeente”?

1e. Efeze 1:22-23: de Gemeente is het lichaam van Christus; Hij is het hoofd
van dit lichaam.
2e. Efeze 2:21-22: de Gemeente is een tempel, heilig in de Here, in wie
de christen mede gebouwd wordt tot een woonplaats van Gods Geest.
(zie ook: Romeinen 12:5; Efeze 4:1-16)

Conclusie:
Christus Jezus is het HOOFD van de Gemeente; alle gelovigen (uit alle kerken en richtingen) vormen samen het lichaam, dat is de Gemeente; de gemeente is een heilige tempel.

In de oude tabernakel en later de tempel (van Salomo) woonde God (Ex. 40:34-38) bij het volk Israël (vgl. 2 Kronieken. 5:13-14). In de nieuwe tempel, Zijn Gemeente, woont Hij door Zijn Geest:

”Maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn”   (Joh. 14:16-17)

De vervulling van deze belofte vind plaats, vgl. Hand.2:1-4. Opvallend detail: bij de inwijding van de tempel(2 Kronieken 5:12) zijn er 120 priesters aanwezig, die op de trompetten bliezen. Bij de uitstorting van de Geest zijn er 120 discipelen aanwezig (Hand. 1-15, 2:1). De priesters kunnen, wanneer de heerlijkheid van God komt, niet blijven staan om dienst te doen (vallen op hun aangezicht?).

Met deze 120 gelovigen begon Christus Jezus Zijn tempel, Zijn gemeente, te bouwen. Immers, de oude tempel -de verpersoonlijking van de wet- had afgedaan.
Christus had gezegd: ”Het is volbracht” en het voorhangsel scheurde (Luk. 23:45, Joh. 19:30). De WET was VERVULD, volbracht (Gal. 3:25, 4:4-5). Daarom kon God toestaan dat in het jaar 70 na Chr. de (aardse) tempel werd verwoest.

Het moment dat de Heilige Geest uitgestort werd en zij allen in andere talen (Hand. 2:7-8) begonnen te spreken was het begin. De Here deed een groot wonder, de Joden, uit alle landen, hoorden daar in heidense talen spreken over Gods grote daden. Zoals reeds voorzegd in Jes.28:11 ”Daarom zal Hij door belachelijke (Hand.2:13!!) lippen, en door een andere tong (=taal) tot dit volk spreken” De reden hiervoor vinden we in I Kor. 1:22;
”Overmits de Joden een teken begeren” maar: ”In de wet is geschreven: Ik zal door lieden van andere talen, en door andere lippen (=o.a. de gelovigen over de
hele wereld heden ten dage, welke andere talen, bijv. Nederlands, spreken) tot dit volk spreken, en ook alzo zullen zij Mij niet horen, zegt de Here” (I. Kor.14:21). Na de toespraak van Petrus komen er dan ongeveer 3000 mensen tot geloof. Zij ontvangen allen de gave van de Heilige Geest; dwz. zij worden allen vervuld met Gods Geest, ontvangen deze gave (gift) ook. Dat wil overigens niet zeggen dat zij allemaal ook in andere talen spraken. Hiervoor zijn geen schriftuurlijke aanwijzingen. De wonderen en tekenen geschieden door de apostelen.
(Hand. 2:43) De positie van de Gemeente is dus die van het LICHAAM van Christus, waarmee een NIEUW verbond is aangegaan. Over de positie van de Gemeente valt nog veel meer te zeggen. Voorlopig lijkt mij bovenstaande voldoende.

Meer lezen

Alleen geloof

Met welwillende toestemming overgenomen van alleengeloof.nl

Door: Sylvia Arlar-Simonse

NIET WERKEN, MAAR RUSTEN

Johannes 6
27
 Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen ulieden geven zal; want Dezen heeft God de Vader verzegeld.
28 Zij zeiden dan tot Hem: Wat zullen wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?
29 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Godsdat gij gelooft in Hem, Dien Hij gezonden heeft.

WERKEN VAN GOD

Er wordt aan de Heere Jezus gevraagd welke werken voor God gedaan moeten worden. Wat zullen wij doen om voor God te werken? Maar de Heere Jezus antwoordt; het enige werk dat jullie zouden doen, is geloven in God. Dus het enige werk wat wij zouden doen, is geloven. Geloven is vertrouwen op het Woord van de Levende God. Geloven is je onderwerpen aan het Woord van God. En de Heere Jezus Christus is het vleesgeworden Woord van God. Geloof is onderwerping aan de Heere Jezus Christus.

Romeinen 4
1 Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze vader, verkregen heeft naar het vlees?
2 Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zo heeft hij roem, maar niet bij God.
3 Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid.
4 Nu dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld.
5 Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.

GELOVEN IS EEN WERKWOORD

Geloven is een werkwoord maar geloven is het tegenovergestelde van werken, staat hierboven in Romeinen vier. Het tegenovergestelde van werken is rusten. Geloven is dus rusten. Er wordt in het Oude Testament al gesproken over die rust; rust weggelegd voor het Volk Israël. Men zou de rust ingebracht worden; ook uitgedrukt in de sabbat. In de Bijbel horen rust en geloof bij elkaar. Typologisch staat rust voor het Nieuwe Verbond en werken staat voor het Oude Verbond der Wet.

Hebreeën 3
17 Over welke nu is Hij vertoornd geweest veertig jaren? Was het niet over degenen, die gezondigd hadden, welker lichamen gevallen zijn in de woestijn?
18 En welken heeft Hij gezworen, dat zij in Zijn rust niet zouden ingaan, anders dan dengenen, die ongehoorzaam geweest waren?
19 En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof.

Hebreeën 4
10 Want die ingegaan is in zijn rust, heeft zelf ook van zijn werken gerust, gelijk God van de Zijne.
11 Laat ons dan ons benaarstigen, om in die rust in te gaan; opdat niet iemand in hetzelfde voorbeeld der ongelovigheid valle.

Meer lezen

De Bijbel is het Woord van God

Met welwillende toestemming overgenomen van: alleengeloof.nl

Door: Sylvia Arlar-Simonse 

De Bijbel is het Woord van God. Het woord ‘Bijbel’ betekent ‘Boek’. Het stamt af van het Griekse woord biblia (boeken), dat een meervoud is van biblion (boek). De Bijbel is het meest verkochte Boek ter wereld. Het wordt met een hoofdletter geschreven door degenen voor wie het Boek betekenis heeft en het Boek waarderen.

INSPIRATIE VAN DE BIJBEL

“Spirit” betekent Geest. In welke mate is de Bijbel als geheel afkomstig van inspiratie van de Geest in de mensen die het Boek geschreven hebben? Daar zijn heel wat vooroordelen over. Men heeft vaak een idee over de Bijbel terwijl men het Boek helemaal niet kent. Er zijn heel veel mensen die zeggen: het is een boek dat van oudsher is overgeleverd en door mensen is geschreven zonder tussenkomst van de Geest. Maar men zou er toch op zijn minst eerst in moeten lezen voordat men er iets zinnigs over kan zeggen. Want wat staat er bijvoorbeeld in de Bijbel Zélf over deze inspiratie?

SPROOKJESBOEK

Ikzelf vond de Bijbel tot mijn veertigste levensjaar een soort moralistisch sprookjesboek met verhalen over goed en kwaad. Zéker niet van God afkomstig. Terwijl ook ik toen nauwelijks in de Bijbel las. De Bijbel is het Woord van God, weet ik nu. Maar zo hebben mensen dus een mening, zonder dat zij die ergens op baseren. Ongelovige, maar dus ook gelovige mensen, vinden het onmogelijk dat een Boek geïnspireerd zou zijn door de Geest.

GETUIGENIS VAN BINNENUIT

Een getuigenis van binnenuit zou waardevol moeten zijn. Als je weet wat de Bijbel Zelf zegt, dan weet je hoe serieus je Hem moet nemen. Als je de getuigenis van de Bijbel Zelf niet accepteert, neem je Zijn Woord niet serieus. En dat is een keuze.

WAT ZEGT DE BIJBEL OVER ZICHZELF?

Niet de uiteenlopende schrijfstijlen van de verschillende schrijvers zijn geïnspireerd door de Heilige Geest, maar het resultaat van hun arbeid is dat wél. Wie dat niet gelooft, neemt het Bijbelse Getuigenis niet serieus. De Heere Jezus beschouwde het Oude Testament in ieder geval wél als historisch betrouwbaar.

Meer lezen

Gemeente, kerk of sekte

Uit het archief>>>

Door Ab Klein Haneveld
De woorden gemeente en gemeenten komen in het nieuwe testament 112 maal voor, altijd als vertaling van “ecclesia”. Met de Bijbelse kwalificaties lezen wij o.a. over “de gemeente Gods” en “de gemeente der eerstgeborenen”, waarmee gezinspeeld wordt op de goddelijke Stichter en Eigenaar van de gemeente. Ook lezen wij over “de gemeente te Antiochië”, “de gemeente Gods die te Korinthe is”, “de gemeenten in Azië”, “de gemeenten in Galatie, enz. Deze kwalificaties duiden op de verschillende geografische locaties van de gemeenten Gods. Maar wat is de betekenis van dit woord gemeente? Het gebruik van een bijbels woord buiten de Bijbelse betekenis is immers een verkrachting van de Bijbel!

Meer lezen

Wet en genade sluiten elkaar uit

Uit: de verloren zoon (pdf)

2 Korinthe 3 : 5-8
5 Niet dat wij van onszelven bekwaam zijn iets te denken, als uit onszelven;
maar onze bekwaamheid is uit God;
6 Die ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaars des Nieuwen
Testaments, niet der letter, maar des Geestes; want de letter doodt, maar de
Geest maakt levend.
7 En indien de bediening des doods in letteren bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, alzo dat de kinderen Israëls het aangezicht
van Mozes niet konden sterk aanzien, om de heerlijkheid zijns aangezichts,
die te niet gedaan zou worden,
8 Hoe zal niet veel meer de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn?

Als gelovigen zijn wij in de vrijheid geplaatst, opdat wij geen dienaren meer zouden zijn van het Oude Verbond van de wet, van de letter, in stenen gegraveerd, maar van het Nieuwe Testament, van het Nieuwe Verbond van de Geest. Het Oude en het Nieuwe Verbond zijn twee dingen die elkaar niet verdragen. Dat wordt de Joden ook voorgehouden. Het probleem van het Jodendom is dat men hardnekkig probeert vast te houden aan wat men als specifiek Joods beschouwt, maar wat voor God geen enkele waarde heeft. Men is niet bereid dat los te laten, wat men wel zou moeten doen. Ook Paulus heeft dat gedaan:

Filippenzen 3 : 5-8
5 Besneden ten achtsten dage, uit het geslacht van Israël, van den stam van
Benjamin, een Hebreer uit de Hebreen, naar de wet een Farizeer;
6 Naar den ijver een vervolger der Gemeente; naar de rechtvaardigheid, die
in de wet is, zijnde onberispelijk.
7 Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus’ wil schade geacht.
8 Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der
kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade
gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen.

Paulus noemt allerlei zaken waarop hij zich had kunnen beroemen in de tijd dat het Oude Verbond van de wet nog gold: hij was uit het geslacht van Israël, de stam van Benjamin, naar de wet een Farizeeër, naar de rechtvaardigheid die uit de wet is onberispelijk. Hij heeft dit alles om Christus’ wil schade en drek geacht, opdat hij Christus zou gewinnen en Hem en de kracht van Zijn opstanding zou kennen. Het betekent voor God helemaal niets om zo’n indrukwekkend “cv” te hebben en voor ons moet het ook niets betekenen.

Lukas 16 : 13
13 Geen huisknecht kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten,
en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen, en den anderen
verachten; gij kunt God niet dienen en den Mammon.

Geen huisknecht kan twee heren dienen: het is óf de wet, óf de genade. Als de wet niet werkt, dan kan die beter losgelaten worden en gekozen worden voor die andere Heer, die van de genade. Men kan niet tegelijk leven onder het Oude en het Nieuwe Verbond.

Lukas 16 : 14
14 En al deze dingen hoorden ook de Farizeen, die geldgierig waren, en zij
beschimpten Hem.

De Farizeeën hadden blij moeten zijn als mensen tot geloof kwamen. Zij hadden blij moeten zijn met de heidenen, hoeren en tollenaren die de Heer volgden, maar zij volgden Hem zelf niet en dus waren ze ook niet blij met die anderen. Waar mensen tot geloof komen in de Here Jezus Christus en door Hem gezegend en als vrienden behandeld worden, zijn het vooral de religieuze Joden, met voorop de Farizeeën en daarna de Sadduceeën, die het de Heer kwalijk nemen. Tegen dit decor wordt de gelijkenis van de verloren zoon verteld.

Zijn de tekengaven nog voor nu?

Bron: http://www.internetbijbelschool.nl

Het traditionele standpunt

Het traditionele standpunt binnen de evangelische beweging is dat God een aantal geestesgaven na enige tijd niet meer gegeven heeft. Het gaat dan om de zogenaamde tekengaven: spreken in tongen, vertolken van tongen, krachten, gaven van genezingen en profetie (in engere zin).

De Geest is vrij

Het is mogelijk dat God dit heeft gedaan. Immers de Geest geeft de geestesgaven gelijk Hij wil (1 Kor. 12:11). Hij kan besluiten om te geven of niet te geven. De Geest van God weet welke gees­tesgaven op een bepaalde tijd in een bepaalde situatie nodig zijn.

De argumenten

De argumenten voor het standpunt dat God de tekengaven na enige tijd niet meer gaf zijn de volgende:

(1) De wonderen waren een bevestiging van de autoriteit van de apostelen en de apostolische boodschap. “door de handen der apostelen” (Hand. 5:12) “het teken van een apostel” (2 Kor. 12:12). Er zijn geen apostelen[1] meer.

(2) In de eerste tijd na het ontstaan van de gemeente was het Nieuwe Testament nog niet af en algemeen verspreid. God ving dit onder meer op door middel van directe boodschappen via profetie en vertaalde tongen. Toen het Nieuwe Testament af was en algemeen verspreid en aanvaard, was deze bediening niet meer nodig. De bijbel is genoegzaam. In de bijbel staat alles wat we moeten weten over de weg tot zaligheid en hoe we moeten leven[2]. Er zijn geen nieuwe normatieve, voor ieder­een geldige, openbaringen meer nodig[3]. Natuurlijk hebben we nog wel de leiding van Gods Geest nodig[4].

(3) De kerkgeschiedenis lijkt dit te bevestigen[5].

De tekengaven verdwenen na de eerste tijd. Uit de kerkgeschiede­nis blijkt dat alleen ketterse groeperingen, dat zijn groepe­ringen die leringen hadden die fundamentele waarheden uit de bijbel weerspraken, nog af en toe algemeen in tongen spraken en profeteerden.

Pas aan het begin van de twintigste eeuw zijn door de opkomst van de pinksterbeweging en weer wat later de charismatische beweging het spreken in tongen en de andere tekengaven weer opgekomen.

(4) De enige twee geestesgaven die gecontroleerd kunnen worden schijnen niet, of niet op bijbelse wijze, voor te komen en te werken.

Er zijn twee tekengaven waarvan gemakkelijk te controleren is of ze echt uit God zijn. De geestesgave van profetie[6] en de gees­tes­gave van genezingen. Wat de profetie betreft, daar kun je controleren of het voorzegde uitkomt. Wat de geestesgaven van genezing betreft, daar kun je controleren of de zieken genezen.

Er wordt tegenwoordig, in charismatische en pinksterkring, wel geprofeteerd, maar vaak zeer vaag en zonder concrete voorzeggin­gen. Profe­tie van het type Agabus[7], concreet voorzeggend en dus controleerbaar schijnt niet meer voor te komen[8]. En als het voorkomt, dan komt het vaak niet uit[9]. Waar zijn de profe­ten die voldoen aan de bijbelse nor­men?

Er zijn tegenwoordig christenen die beweren de geestesgave van genezing te hebben. Zij oefenen een genezingsbediening uit.

In de bijbel zien we herhaaldelijk dat ieder genezen werd (Dat was zo bij Jezus en ook op bepaalde momenten bij de apostelen), maar bij de moderne gene­zers uit de charismatische beweging lijkt het wel een lote­rij. Heel veel nieten, en heel af en toe een hoofdprijs. Er wordt voor duizenden gebeden en slechts een enkele ge­neest. Een bekende voorman en evangelist uit de Neder­landse pinksterbe­weging, die jarenlang rondgetrokken heeft met als motto “Jezus geneest”, schreef enkele jaren geleden in een boek dat er wel eens iemand was genezen[10] tijdens zijn samenkomsten. Hij zegt dat hij voor duizenden heeft gebeden en in Jezus naam de handen opgelegd voor genezing. En jawel, hij vermeldt enkele opmerke­lijke genezin­gen. Eén op de duizend? Wellicht nog minder. En hoe zat het met de enkele gelukkigen die genezen zouden zijn? Zijn er blinden ziende geworden, zijn verlamde mensen weer gezond geworden?

Genezing in antwoord op gebed heeft niet direct iets te maken met gaven van genezing. Genezing in antwoord op gebed kennen de gelovi­gen buiten de charisma­tische beweging ook[11], ook daar wordt voor zieken gebe­den en sommigen genezen, sommigen zelfs spectaculair.

Het is een feit dat de enige twee tekengaven (profetie en gene­zin­gen), waarvan het resultaat eenvoudig te controleren is, nauwelijks blijken voor te komen en te functioneren Dit doet met recht twijfelen aan de echtheid van de andere, moeilijker te controleren tekengaven.

(5) De tekengaven zijn niet essentieel voor de opbouw van de gemeenten en voor de voortgang van het evangelie. Dat blijkt opnieuw uit de kerkgeschiedenis. Er zijn vele machtige bewegingen van Gods Geest geweest, waarbij enorme aantallen mensen bekeerd werden en opgebouwd in gezonde bijbelse gemeenten, terwijl de tekengaven ontbraken. Denk aan de Reformatie, aan de grote opwek­king in Engeland en Amerika (The Great Awakening in de achttiende eeuw, en de opwekkingen in de negentiende eeuw). Denk aan de start van de moderne zendingsbeweging. Hudson Taylor, de pionier van de interkerkelijke zendingsbeweging. Op vele plaatsen is de gemeente van de Here Jezus geplant terwijl de tekengaven afwezig waren.

Een misverstand

Christenen uit de charismatische beweging beweren dat christenen die geloven dat God op dit moment bepaalde geestesgaven heeft terugge­trokken, niet zouden geloven dat God vandaag nog wonderen doet. Dat is echter niet waar. De traditionele evangelicals ver­wachten wel wonderen, echter niet vanwege bepaalde geestesgaven die ze zouden hebben, maar in antwoord op het gelovige gebed. Ook in onze gemeente hebben we grote antwoorden (en wonderbare genezin­gen) meegemaakt in antwoord op het gebed. De evangelist die door de Here is gebruikt om de gemeente in Middelburg op te richten heeft b.v. de wonderbare genezing van een dochter meege­maakt die ernstig ziek was. Ze was van het ene op het andere moment gene­zen.

“Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal hun dat geen schade doe: op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden.” (Marcus 16:17,18).

De Here Jezus zegt dit tegen de elven, tegen de apostelen (:14).

Er staat “de gelovigen”, dat is ruimer dan de apostelen.

De aankondiging dat tekenen de gelovigen zullen volgen staat in het verband van de evangelieverkondiging. In vers 15 geeft de Here Jezus de opdracht om het evangelie in de gehele wereld te verkondi­gen. In dat verband zegt Hij “als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen.” Met name in de situatie van de evangeliepre­diking, pionierzending, kunnen we deze tekenen verwachten.

Er worden vijf tekenen genoemd:

– boze geesten uitdrijven

– in nieuwe tongen spreken

– slangen opnemen

– iets dodelijks drinken zonder schade

– zieken de handen opleggen, zij zullen genezen

Twee tekenen spreken van Gods bescherming. Iets dodelijks drinken zonder daar schade te lijden, en slangen opnemen. In Hand. 28:3-7 staat een voorbeeld van het “slangen opnemen”, Paulus nam een slang op, werd gebeten, maar had geen last van het gif.

Drie van de vijf tekenen hebben niets met geestesgaven te maken: het uitdrij­ven van boze geesten, slangen opnemen, iets dodelijks drinken zonder schade. Het spreken in tongen wel (de geestesgave van het spreken in tongen). Het opleggen van de handen op zieken met als gevolg dat ze genezen worden mogelijk (de geestesgaven van genezing), maar het hoeft niet.

Een illustratie van het op zieken de handen leggen zien we in Handelingen 28:8,9. Paulus bad voor de zieken op het eiland Malta, hij legde hun de handen op, en zij werden genezen. Er staat niet “en sommigen werden genezen”, of “en een enkeling werd genezen”, nee, allen werden genezen.

Er staat “op zieken” en niet op “op de zieken”, zonder onder­scheid. Paulus en de andere apostelen en gelovigen deden dit naar alle waarschijnlijkheid onder leiding van God, en dan werden alle zieken waar voor gebeden werd ook genezen[12].

Kunnen we deze tekenen verwachten als gelovigen tegenwoordig het evangelie verkondigen?

God zal zeker beschermen en ook zijn boodschap bekrachtigen door het uitdrijven van demonen, door verhoring van gebeden (b.v. voor zieken). En als het God behaagt ook door nieuw tongen. Aan het eind van de negentiende eeuw is de grote zendingsbeweging ont­staan die het evangelie over de gehele wereld heeft gebracht. Als je de zendingsverslagen leest dan zie je alle genoemde tekenen worden vermeld, behalve het spreken in tongen[13]. Mensen die op gebed, en onder handoplegging, worden genezen. Bescherming, Nommensen, de “apostel” van de Batak stam[14], heeft inderdaad gif gedronken zonder dat hij er schade van had. De inlanders probeer­den hem op die manier te doden. Dit was naar hen toe inderdaad een teken van de waarheid van het evangelie dat Nommen­sen bracht.

Op de zendingsvelden is het uitdrijven van boze geesten een bekend gebeuren. Het spreken in tongen heeft echter alleen zin als teken voor de ongelovigen als er net als op de pinksterdag door de zendelingen in voor de ongelovigen bekende talen wordt gesproken. De ongelovige joden beseften dat discipelen eenvoudige mannen uit Galilea waren, die onmogelijk allerlei talen konden spreken, maar hen toch in hun eigen talen aanspraken. Dat kon niet en toch gebeurde het. Ze beseften dat er iets bovennatuur­lijks aan de hand was. Daarom waren ze buitenzichzelf van verwon­de­ring (Hand. 2:4,7-9).

Conclusie

Niet iedereen vindt het bovenstaande bewijs overtuigend. Persoon­lijk vind ik dat er tenminste sterke aanwij­zingen zijn die de overtuiging ondersteunen dat God, na de begin­tijd, de tekengaven (grotendeels of geheel) heeft teruggetrokken.

Praktisch gezien moet dit ons aansporen tot waak­zaamheid, speci­aal in situaties waarin we christenen tegen­komen die beweren dat ze de teken­gaven hebben ontvan­gen. Als ze net als in de tijd van de apostelen op grote schaal zieken zouden genezen (en niet één op de duizend of nog minder) en als ze geregeld profetieën zouden uit­spre­ken die controleerbaar zijn (van het type Agabus) en die daarna ook alle uitko­men, dan zal ik mijn stand­punt nog eens herzien, maar zolang dat niet gebeurt blijf ik om boven­staande redenen scep­tisch.

[1]Over de apostelen, zie hoofdstuk 9, punt 16, waar wordt besproken wat de bijbel zegt over de roeping tot en de geestesgave van apostel.

[2]Zie de bijbelstudie over de bijbel. De genoegzaamheid van de bijbel wordt besproken onder het punt “we moeten alleen geloven wat er in de bijbel staat.”

[3]Onderwijs via profetie is normaal gesproken niet meer nodig. De volle waarheid is nu beschikbaar in de bijbel. Een bediening zoals de profeet Agabus zou ook vandaag nog nuttig kunnen zijn. Hij voorzegde b.v. door Gods Geest dat er een hongersnood zou komen. De broeders in Antiochie beseften dat de christenen in Judea het dan zwaar zouden krijgen. Doordat ze het vooraf wisten konden ze op tijd anticiperen. Ze organiseerden een kollekte en stuurden het geld naar Judea, zodat er hulp was op het moment dat de hongersnood toesloeg. De afstanden waren groot, reizen kostte veel tijd.

[4]Over de leiding van Gods Geest zie studie 8 in “De prak­tijk van het Christenleven I.”

[5]Vanuit pinksterkant wordt daar tegenin gebracht dat het verdwijnen van de tekengaven een aanduiding is van het geestelijk verval van de kerk. Dit is moeilijk vol te houden als je enige kennis van de kerkgeschiedenis hebt. Ook tijdens geweldige opwekkingen, zoals b.v. de first en de second Great Awakening in Engeland en Amerika, was er geen algemene verspreiding van teken­gaven als spreken in tongen. Een voorbeeld, om de impact van de second Great Awakening in het midden van de negentiende eeuw te illus­treren. Voordat de opwekking begon waren op de hele univer­siteit van Harvard slechts een handvol studenten die er openlijk voor uitkwamen dat ze christen waren en de bijbel geloofden. Aan het eind van de opwekking bleek uit onderzoek dat een kwart van alle studenten deelnam aan de een of andere evangelische aktivi­teit. Het storende voor de pinksterbroeders die beweren dat het ver­dwijnen van de tekengaven een teken van geestelijk verval is verder het historische feit dat juist sekten, die fundamentele waarheden van het bijbelse geloof verdraaiden, wel in tongen spraken.

[6]Profetie hier opgevat in beperkte zin.

[7]

[8]Het zal ongetwijfeld voorkomen dat God christenen wel eens iets van te voren duidelijk maakt, voordat het komt. Maar als dit incidenteel voorkomt kun je dat moeilijk een profetische bediening noemen.

[9]De bijbelse norm voor het uitkomen van profetie is honderd procent.

[10]Ben Hoekendijk schrijft dat in zijn boek “Op zoek naar Balans” (uitgeverij Gideon, 1986, pagina 41). Hoekendijk is de oprichter van Stichting Opwekking. Deze stichting organiseert de grote pinksterconferentie (voorheen in Vierhouten), en geeft de bekende Opwekkingsbundel uit.

[11]Alleen zij stellen niet dat Gods woord zegt dat het Gods wil is dat iedere christen altijd geneest. In 9.11. wordt bespro­ken wat de bijbel zegt over genezing.

[12]Hij werd naar bepaalde mensen toegeleid, God gaf hem daar leiding in en geloof voor.

In andere situaties staat dat Paulus een medewerker ziek had achtergelaten. Die was dus niet genezen. Zijn medewerker Timot­heus was chronisch ziek, had chronische kwalen. Als Paulus de handen kon opleggen en bidden voor alle zieken met als gevolg genezing, waar hij ze ook maar tegenkwam, dan zijn het ziek achterlaten van zijn medewerker en de chronische kwaal van Timotheus niet te verklaren. Voor de bijbelteksten en uitgebreide bespreking van de geestesga­ven van genezing,

[13]Een uitzondering hierop vormen de pinksterzendelingen en de pinksterzendingsorganisaties, die in de loop van de twintigste eeuw zijn ontstaan.

[14]Dit is een grote stam, enkele miljoenen mensen, op het vroegere Sumatra in Indonesie. Nommensen is de pionierzendeling. Na een lange strijd is het Batakvolk massaal tot bekering geko­men. Het is een van de weinige christelijke volken in Indonesie.

De Alverzoening en het “eeuw-ige”(?) leven

Met toestemming overgenomen van bijbelengeloof.com

Inleiding

In de eerste studie “De Alverzoening en het woord eeuwig” hebben we gezien dat de Heere in Zijn Woord regelmatig waarschuwt tegen dwaalleer. Deze waarschuwingen zijn gewoon onderdeel van de Bijbelse Boodschap. We zien zelfs dat Paulus dwaalleer en dwalers bij name noemt. Het mag duidelijk zijn dat de Heere ons in Zijn Woord wil waarschuwen! Het is dan ook niet voor niets dat wij de opdracht hebben om, alles wat mensen zeggen, te toetsen aan Gods Woord. In Hand. 17 : 11 lezen we: “En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren”. We zijn in die Bijbelstudie begonnen met een bespreking van de Alverzoening. De Alverzoening is bij veel mensen in trek. Het verhaal wat de Alverzoening afsteekt is natuurlijk een boodschap die mensen in de oren kietelt. Maar waarom? Is het omdat mensen zelf geen zekerheid hebben? In ieder geval citeert men de zogenaamde grondtekst, en daardoor lijkt het verhaal indrukwekkend. Maar, zoals we wel vaker gezien hebben, wordt die zogenaamde grondtekst nog wel eens gebruikt (of eigenlijk misbruikt) als argument om de Bijbeltekst te veranderen, denk hierbij maar aan de nieuwe vertalingen, terwijl men dan juist tegenstrijdigheden in Gods Woord brengt. Dus er klopt dan iets niet…

Het woordje “aioon” heeft meerdere betekenissen

Zo hebben we gezien dat de Alverzoening verwijst naar het Griekse woordje “aioon”, en dat men dan diverse teksten laat zien waar het volgens hen niet “eeuwig”, in de betekenis van “altijd durend”, kan betekenen. En vervolgens pakt men de teksten waar ook “eeuwig” staat, en zegt dan dat het ook daar niet altijd durend is! Wij hebben gezien dat “eeuwig” in de Bijbel, naast dat het soms bijvoorbeeld “wereld” betekent (en dan ook zo vertaald is), inderdaad soms “altijd, gedurende een bepaalde periode” betekent; maar dat neemt niet weg dat we óók hebben gezien, door Schrift met Schrift te vergelijken, dat “eeuwig” soms gewoon “zonder einde” is! Dus heel letterlijk eeuwig durend!

“…het Woord van onze God bestaat in eeuwigheid”

Nog één extra voorbeeld. In Jes. 40 : 8 lezen we: “Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord van onze God bestaat in eeuwigheid <olaam>”. Betekent dit dat Gods Woord tijdelijk is? Nee, ook hier blijkt weer dat “eeuwigheid” zonder einde is, want het gaat niet voorbij. In 1 Petr. 1 : 24 en 25 wordt dit vers geciteerd: “Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdord, en zijn bloem is afgevallen; Maar het Woord des Heeren blijft in eeuwigheid <aioon>; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is”. Hier staat dat Gods Woord “blijft” “in eeuwigheid”. Het vlees van de mensen vergaat, maar Gods Woord blijft, blijft “in eeuwigheid”. Deze zin geeft eigenlijk al aan dat Gods Woord niet voorbij gaat. Dat zou betekenen dat “in eeuwigheid” hier dus “zonder einde” is. Maar het staat er niet letterlijk. Geen nood, wanneer we kijken in bijvoorbeeld Markus 13 :  31 dan lezen we: “De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan” (zie ook Matth. 24 : 35). Gods Woord is blijvend, het zal geenszins voorbijgaan, het is eeuwig!

Schriftkritiek: een steeds verdergaand proces

De Alverzoening concludeert dat wanneer God “alles in allen” zal zijn (1 Kor. 15 : 28), dat er dan geen dood meer mag zijn en dat de Heere Jezus dan niet meer zal regeren. Volgens de Alverzoening betekent dit dat Openb. 21 en 22 niet over de eeuwigheid zouden kunnen gaan. De Alverzoening gaat, zoals men zelf zegt, “voorbij de horizon van het boek Openbaring” [1]! Maar we mogen niet afdoen van, maar ook niet toedoen aan de Schrift! Alleen dat is in dit geval al weer een heenwijs dat er iets niet klopt. En ook hier zagen we door Schrift met Schrift te vergelijken, dat Openb. 21 en 22, over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, weldegelijk over de eeuwigheid gaat, en dat God dan “alles in allen” zal zijn!

De Alverzoening heeft de Schriftkritiek, het veranderen van Gods Woord, nodig om haar eigen leer te kunnen onderbouwen. En, zo zien we hoe deze stroming juist daardoor afdwaalt van wat de Heere in Zijn Woord openbaart. De Alverzoening draagt bij aan de “afval van het geloof” als teken van de tijd [2].

Maar hier blijft het niet bij. Want als je begint met het woordje “eeuwig” aan te passen, dan moet je steeds meer aanpassen, want anders klopt je leer niet meer. En dat is dan ook wat we bij de Alverzoening zien gebeuren. Het is één groot wespennest met allemaal gevaarlijke angels, die overal in de Schrift hun gif proberen te injecteren. Want als “eeuwig” niet “eeuwig” is, wat doe je dan met het “eeuwige leven”, wat toch heel duidelijk een Bijbelse term is? In Rom. 6 : 23 lezen we bijvoorbeeld: “Want de bezoldiging van de zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere”. Is het eeuwige leven, wat wij door Jezus Christus onze Heere ontvangen, soms ook eindig? Laten we eens kijken hoe men hier mee omgaat.

Het “eeuw-ige” leven: het leven van de toekomende eeuw?

Op een Alverzoeningssite lezen we:

“Het punt is dat zowel het één als het ander waar is. De ene waarheid is dat alle mensen in onvergankelijkheid en heerlijkheid zullen worden opgewekt. De andere waarheid is dat slechts zij die geloven het eeuw-ige leven zullen ontvangen. Dit is slechts te verstaan, wanneer we begrijpen wat de Schrift bedoelt met het eeuw-ige leven. Verreweg de meesten halen beide begrippen hopeloos door elkaar. En toch is het onderscheid uiterst simpel. Onvergankelijk leven wil zeggen dat het leven niet vergankelijk en dus blijvend is. Eeuw-ig leven echter, wil zeggen dat het leven verband houd met een eeuw. Met de toekomende eeuw wel te verstaan” [3].

Alles is bij de Alverzoening gekoppeld aan het feit dat er enkele Bijbelverzen zijn die (lijken te) zeggen dat “alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens” komen (Rom. 5 : 18). Omdat de Bijbel in deze verzen spreekt over “alle mensen”, kan er geen eeuwige straf zijn, is het redeneren. Daarom spreekt men over het feit dat “alle mensen in overgankelijkheid en heerlijkheid zullen worden opgewekt”, ook al staat dat nergens zo geschreven! Het punt betreffende “alle mensen” zullen we in de studie “De Alverzoening en de teksten over ALLE mensen” nog bespreken. Maar laten we eerst eens kijken hoe men het “eeuwige leven” definieert. Eigenlijk, hebben we het zojuist in het citaat gezien, eeuwig leven wil volgens de Alverzoening zeggen:

“dat het leven verband houd met een eeuw. Met de toekomende eeuw wel te verstaan” [4].

Men heeft daar dan nog een Bijbelstekst bij, en haalt Lukas 18 : 29 en 30 aan, waar geschreven staat: “En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het Koninkrijk Gods; Die niet veelvoudig zal wederontvangen in deze tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven”. En daarmee is dan volgens de Alverzoening bepaald dat het eeuwige leven met de toekomende eeuw te maken heeft, en daarmee direct tijdelijk is! Zo lezen we hier nog over:

“slechts degenen die geloven zullen het leven van de toekomende eeuw(en) beërven. Het zijn de glorieuze eeuwen waarin Christus zal heersen. Wanneer de dood eenmaal als laatste vijand zal worden teniet gedaan, zal het onvergankelijke leven het deel zijn van alle mensen. Niet langer heet het dan nog eeuw-ig leven, om de eenvoudige reden dat de eeuwen inmiddels zullen zijn voleindigd” [5].

Gods Woord op een rechte manier verdelen

De laatste Bijbelstudie hebben we gezien wat het “wanneer de dood eenmaal als laatste vijand zal worden teniet gedaan” inhoudt. Dat de Alverzoening dit “voorbij de horizon van het boek Openbaring” laat gaan, terwijl de Heere waarschuwt om niet toe te voegen aan en af te doen van Zijn Woord. Daarnaast laat Openbaring zien dat er in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde reeds afgerekend is met de dood (Openb. 20 : 14, Openb. 21 : 4), en dat er geen sprake is van “de troon van het Lam”, maar van “de troon van God en van het Lam” (Openb. 22 : 3). Openb. 21 en 22 bespreken de periode dat God zal zijn “alles in allen” (1 Kor. 15 : 28; Openb. 21 : 3). Dat is de periode van onvergankelijkheid, dat is de eeuwigheid, een periode “zonder einde”! Maar wat we hier zien is dat de Alverzoening, als het om het woordje “aioon” gaat, vergeten is dat één woord meerdere betekenissen kan hebben. En wij hebben gezien dat de Heere Zelf uitlegt dat het woordje “eeuwig” “een periode zonder einde” kan betekenen! Een periode die “geenszins voorbijgaat”!

Maar laten we eens naar de tekst in Luk. 18 : 29 en 30 kijken. Betekent dit nu echt dat wij het eeuwige leven hebben in de toekomende eeuw? Wat we hier zien gebeuren, is dat men Gods Woord niet op een rechte manier verdeelt (2 Tim. 2 : 15). Men betrekt een tekst op de Gemeente, die leerstellig helemaal niet op de Gemeente van toepassing is! Dit vers werd door de Heere Jezus uitgesproken vóór Pinksteren en vóór Zijn lijden en sterven! Dat betekent dat dit vers in feite nog Oudtestamentisch is. Waar blijkt dat uit? De Heere Jezus verkondigde op aarde nog niet het Evangelie der genade Gods, zoals Hij dat later via Paulus openbaarde in de brieven aan de Gemeente (Hand. 20 : 24; Gal. 1 : 12). De Heere Jezus verkondigde het Evangelie van het Koninkrijk aan het huis van Israël (Matth. 4 : 17, 23; Matth. 15 : 24), ter voorbereiding van het komende Koninkrijk. Maar het Koninkrijk is uitgesteld, en nu verzamelt de Heere Jezus Zijn Gemeente… We zien in Luk. 18 dan ook dat het eeuwige leven afhankelijk is van discipelschap, oftewel: afhankelijk van iets doen voor de Heere, afhankelijk van werken. Maar volgens de brieven aan de Gemeente krijgen wij het “eeuwige leven” om niet, het is genade. We zagen eerder al even Rom. 6 : 23. Maar ook in Ef. 2 : 8 en 9 lezen we: “Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme”. Er is in Luk. 18 geen sprake van “genade door geloof”! En dan hebben we hier dus te maken met een Oudtestamentische vorm van redding! Het is geen tegenstrijdigheid in Gods Woord, maar we hebben hier te maken met verschillen tussen verschillende bedelingen.

De Heere Jezus en de Grote Verdrukking…

Dit wordt nogeens bevestigd wanneer we een soortgelijke passage in Luk. 14 : 26 opzoeken. Deze tekst zegt het eigenlijk nog wat scherper, en dan met betrekking tot het discipelschap: “Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en kinderen, en broeders, en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn”. Voor dit vers geldt hetzelfde als wat we net voor Luk. 18 hebben gezien: het is vóór het kruis, etc. Het is ook mooi om in de Bijbel op zoek te gaan wat het woordje “haten” in deze context inhoudt. Wij hebben namelijk (ook) de opdracht om elkaar lief te hebben (Ef. 5 : 25; 6 : 1, 2; Titus 2 : 4), en als je dat op een rijtje gaat zetten, dan is het mooi om te zien dat ook hier Gods Woord Zichzelf niet tegenspreekt! Maar dat gaan we in deze studie niet doen, misschien dat we daar in de toekomst nogeens bij stil zullen staan.  Het heeft er kortweg mee te maken, met wat de Heere Jezus in Matth. 10 : 37 zegt: “Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig”. Eigenlijk gaat het dus om de vraag: “Wie staat er in ons leven op de eerste plaats?”. Ook hier zie je het stempel van het Koninkrijksevangelie, maar het zal bijvoorbeeld heel letterlijk van toepassing zijn op de Joodse gelovigen in de Grote Verdrukking. Wanneer men dan zijn eigen leven liefheeft, en het merkteken van het Beest neemt, zal men van de drinkbeker van Gods toorn drinken (Openb. 14 : 9 – 11), voor nu even zo vermeld, los van het feit wat dat dan verder inhoudt. Maar indien men niet valt voor de druk van familie, en zelfs het eigen leven niet liefheeft, dan zal men met de Heere Jezus regeren in Zijn Koninkrijk. Openb. 12 : 11 zegt over de Grote Verdrukking: “En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam, en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe”. In Openb. 20 : 4 lezen we daarover: “En ik zag tronen, en zij zaten daarop; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en zijn beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren”. Maar dat is ook wat de Heere de apostelen vertelde in Matth. 19 : 28 en 29. Indien zij vader, moeder, broer, zus, vrouw en kind verlaten voor Zijn Naam, dan zullen zij over de twaalf stammen van Israël heersen in de wedergeboorte van de aarde, oftewel in het Duizendjarig Vrederijk en daarnaast ook nog eens het eeuwige leven ontvangen.

Kortom: Luk. 18 : 30 zegt dus niets over het eeuwige leven dat de Gemeente ontvangt in de Heere Jezus! Men heeft allerlei teksten uit de context genomen, en past alles op iedereen toe. Maar dat is niet het recht verdelen van Gods Woord, zodat men niet beschaamd uitkomt (2 Tim. 2 : 15)! Hoe mooi zal het zijn waneer wij teksten kunnen vinden (Schrift met Schrift vergelijkend) die laten zien dat een ieder die de Heere Jezus aanneemt nu al het eeuwige leven ontvangen heeft…! Wanneer we dat kunnen laten zien, dan hebben we bewezen dat de Alverzoening inderdaad de Schrift totaal uit het verband haalt.

De gelovige: levend gemaakt door de Heere

In Ef. 2 : 1 lezen we dat de Heere tegen de gelovigen in Christus Jezus (Ef. 1 : 1) zegt : “En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden”. Hier wordt tegen lichamelijk levende mensen, die in de Heere Jezus geloven, gezegd dat zij “levend gemaakt” zijn. Dit wil niet zeggen dat zij eerst lichamelijk gestorven zijn, en vervolgens door de Heere opgewekt zijn. Nee, de mens is van nature zonder God en daardoor voor God “dood” “door de misdaden en de zonden”. Hoe komt die mens tot leven? Juist door de wedergeboorte! Voor de gelovige is in geestelijk opzicht het oude al voorbij, en is het nieuwe al gekomen! In 2 Kor. 5 : 17 lezen we: “Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbij gegaan, ziet, het is alles nieuw geworden“. De gelovige is een nieuw schepsel en leeft in de Heere! Dat betekent dat de gelovige in geestelijke zin reeds opgestaan is. In Ef. 2 : 5 en 6 lezen we daarover: “Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden). En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus”. Dit wordt tegen (fysiek) levende gelovigen gezegd. En er wordt niet gezegd dat zij “zullen leven”, nee, zij zijn “levend gemaakt”! Dat is reeds gebeurd. En hier hebben wij het Bijbelse bewijs dat “eeuwig leven”, niet “eeuw-ig leven” is, te maken hebbend met de toekomende eeuw, zoals de Alverzoening beweert; maar dat eeuwig leven, leven is dat nu begonnen is en voortduurt in de toekomende eeuwen, wat voortgaat tot in de periode van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, omdat wij deel hebben aan de eerste Opstanding. En die periode duurt altijd en is dus zonder einde! Kortom “eeuwig leven” is gewoon “eeuwig leven”, “zonder einde”, dat “geenszins voorbijgaat”!

Is dood hetzelfde als “niet-zijn”?

Natuurlijk kan de gelovige lichamelijk sterven (zie bijv. 1 Thess. 4 : 16). Maar daarmee is de gelovige niet dood! En dat is nu net wat de Alverzoening wel leert.  Volgens de Alverzoening is dood gelijk aan dood, in de betekenis van niet-zijn [6]. Ook voor de gelovigen. Naar aanleiding van Filip. 1 : 20 – 24 schrijft een Alverzoeningssite het volgende:

“Trouwens, ook voor de gelovige is sterven (indirect) winst, want het eerstvolgende bewuste moment zal de bazuin klinken! Het is ogen sluiten en weer openen… ook al zouden er op aarde ondertussen duizenden jaren verlopen” [7].

In tussentijd is de gelovige er dus niet, volgens de Alverzoening. Maar waarom was het sterven voor Paulus gewin? De zojuist geciteerde site schrijft dat het er alleen om gaat dat Paulus met zijn dood de Heere zou verheerlijken. Maar in Filip. 1 : 21 – 24 lezen we: “Want het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin. Maar te leven in het vlees, of dat mij vruchtbaar zij, en wat ik verkiezen zal, weet ik niet. Want ik wordt van deze twee gedrongen, hebbende begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste, maar in het vlees te blijven, is nodiger om uwentwil”. Zo schrijft de bewuste Alverzoeningssite hier verder over:

“Paulus spreekt eerst over twee mogelijkheden: in leven blijven of te sterven. Waaraan hijzelf de voorkeur geeft schrijft hij niet. Wat hij wel bekend maakt is dat: hij verlangt heen te gaan en met Christus te zijn. Dit laatste is verreweg het beste. Met “heen te gaan” (Grieks: ana’luo) kan Paulus dus onmogelijk het sterven bedoelen. Deze derde optie doelt op het moment dat de Here Jezus Christus vanuit de hemelen zal komen, en ons vernederd lichaam gelijkvormig zal maken aan Zijn verheerlijkt lichaam (Fillippi 3:20,21). Dát is ‘het heengaan en met Christus zijn’, waarover het in Filippi 1:23 gaat” [8].

Na het sterven is de gelovige weldegelijk bij de Heere

Zoals in het voorgaande citaat zelf te lezen is, heeft Paulus het in Filip. 1 : 21 over twee mogelijkheden, namelijk leven en sterven. En toch voegt men hier dan opeens een derde optie aan toe (zie hetzelfde citaat)! Dat is niet wat er in de context staat. Waarom zou Paulus het onmogelijk over sterven kunnen hebben met het “ontbonden te worden en met Christus te zijn”? Omdat men niet gelooft dat de gelovige het eeuwige leven heeft, in de zin dat de gelovige altijd leeft! Maar Paulus geeft twee opties en die werkt hij hier uit. In vers 22 en 24 bespreekt hij het leven in het vlees, en in vers 23 bespreekt hij het sterven, en dat noemt hij “ontbonden worden en met Christus te zijn”. Als dit laatste een verwijzing naar de Opname zou zijn, dan zou vers 24 nergens meer op slaan. Want is “in het vlees te blijven nodiger om uwentwil” beter dan dat de Heere ons zal komen halen? Als gelovigen zijn wij niet gesteld tot toorn (1 Thess. 5 : 9), en zien wij, zeker gezien alle tekenen der tijden, die wij om ons heen zien, uit naar het moment dat de Heere ons komt halen voordat Gods toorn (in de Grote Verdrukking) zal losbreken. En wanneer de gelovigen zouden gaan (vers 23), zou het voor de schrijver überhaupt niet nodig geweest zijn om te blijven (vers 24)! De directe context laat zien dat de Alverzoeningsuitleg niet klopt; het betreft dus een “eigen uitlegging” (2 Petr. 1 : 20). Met andere woorden: het “ontbonden worden en met Christus te zijn” slaat weldegelijk op het sterven van de gelovige! Wanneer de gelovige sterft heeft hij of zij weliswaar nog geen opstandingslichaam, maar is weldegelijk bij de Heere!

De eeuwige God

Zoals Gods Woord spreekt over “het eeuwige leven”, spreekt Gods Woord ook over “de eeuwige God”. In Jes. 40 : 8 lezen we bijvoorbeeld: “Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand”. En over die uitdrukking “de eeuwige God”  las ik een alleraardigst stukje. Er is iemand die over de auteur van een Alverzoeningssite geschreven heeft:

“Wat een on-ge-ló-fe-lij-ke blunder..! Of, gelooft de heer <B> nu écht, werkelijk, dat God’s bestaan eindig is? Maar dan, .. dán is er geen hoop meer, voor niemand. <B> -en ik neem aan dat in de kringen van de universalisten er meer zo denken- kan toch niet menen dat hij gelooft in een God die straks niet meer is? Nergens, maar dan ook helemaal nérgens leert Gods Woord dit” [9].

Dit schrijven was blijkbaar naar aanleiding van een stukje op deze Alverzoeningssite met daarin:

“Het “eeuwige evangelie” is het Evangelie der eeuwen. Zoals “de eeuwige God” de God der eeuwen is. Ook in deze gevallen betekent eeuwig niet eindeloos maar verwijst het naar eeuwen” [10].

Gezien alles wat men beweert over het Griekse woord “aioon”, is dit vanuit de Alverzoening gezien, een logische redenatie. Als het “eeuwige leven” verandert in het “eeuw-ig leven”, als het leven van de toekomende eeuw, en dus met een einde, dan verwijst “eeuw-ig”  in “eeuw-ige God” natuurlijk ook naar een niet eindeloze periode. En daar heeft de bewuste schrijver dus op gereageerd. Echter daar wordt de auteur van de bewuste site boos van. Hij schrijft:

“Om <A> meteen gerust te stellen: de heer <B> gelooft met heel zijn hart dat God “de onvergankelijke God” is (1Tim.1:17) en heeft ook nooit de minste reden gezien hieraan te twijfelen” [11].

Maar hier wordt het wel interessant. De auteur van de bewuste site komt, in het stukje waar het citaat uitkomt, met diverse voorbeelden. De “aionische God” is opeens de “God der aionen” [12]. Maar… dat is opeens meervoud, terwijl het “eeuwige leven” zou verwijzen naar DE toekomende eeuw! En vervolgens komt hij met het feit dat de God van Israël óók de God van de heidenen genoemd wordt (zie bijv. Rom. 3 : 29), en zo nog wat voorbeelden. En zo kan God, de God der aionen, ook de God van voor de aionen en na de aionen zijn, is de redenatie. We zien dat er opeens toch lichtelijk anders met het woordje “aioon” wordt omgegaan. God is opeens niet de God van de toekomende eeuw, maar de God van alle eeuwen… Wanneer wij overigens bedenken dat de laatste periode, die in de Bijbel beschreven wordt, wedegelijk de periode is dat God “alles in allen” is, dan zou er dus eigenlijk staan dat God de eeuwige God is, zonder einde, en Die “geenszins voorbijgaat”. Maar dat even ter zijde.

De gelovige: geboren uit onvergankelijk zaad!

Waarom God volgens de Alverzoening toch “zonder einde” is, volgt dus uit het feit dat God onvergankelijk is. In de aangehaalde tekst, 1 Tim. 1 : 17, staat geschreven: “De Koning der eeuwen nu, de onverderfelijke, de onzienlijke, de alleen wijze God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen”. God is de “onverderfelijke God”. Maar wat staat er geschreven van mensen die wederom geboren zijn geworden? In 1 Petr. 1 : 23 lezen we: “Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk zaad, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God”. Zoals we gezien hebben leven wederom geboren mensen in dit leven reeds voor God! Beter gezegd: Voor God zijn zij levend en niet meer dood! En nu staat hier dat zij geboren zijn uit “onvergankelijk zaad”: De gelovige leeft en zal blijven leven, al kan zijn aardse lichaam sterven! Sterft zijn lichaam, dan is de gelovige, zoals we gezien hebben, bij de Heere! Oftewel: eeuwig leven = eeuwig leven, “zonder einde” en het “gaat geenszins voorbij”. Oftewel: de “eeuwige God” = de “eeuwige God”, “zonder einde”, en Hij “gaat geenszins voorbij”.

Het is overigens mooi om te zien hoe de onvergankelijkheid in 1 Petr. 1 : 23 – 25 weer verbonden is met de eeuwigheid. Laten we deze verzen lezen: “Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God. Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdord, en zijn bloem is afgevallen [de mens sterft, zijn vlees vergaat, maar geestelijk gezien is de mens levend en gaat naar de Heere]; Maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is”. Opnieuw zien we hier een Bijbelse definitie: Gods Woord = onvergankelijk Zaad = blijvend in der eeuwigheid!

“Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven”

En zo zijn er nog vele voorbeelden meer te noemen. De Heere Jezus noemt Zichzelf: “Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot de Vader, dan door Mij”. Eigenlijk hoeft het voor gelovigen geen uitleg dat de Heere Jezus natuurlijk het “onvergankelijke leven” is. Maar goed… Van Hem wordt in 1 Joh. 5 : 20 gezegd: “Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en ons het verstand heeft gegeven, dat wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven”. Het is toch te gek van woorden om hier te suggereren dat de Heere Jezus alleen het leven van de toekomende eeuw heeft? Nee, de Heere Jezus is het Leven, Hij is onvergankelijk (óók toen Hij lichamelijk voor ons gestorven was, leefde Hij (Hand. 2 : 27, 31), en dat is het Leven wat Hij ons mensen wil geven of gegeven heeft: het eeuwige Leven door het onvergankelijke Zaad!

[1]  ‘Vragen over “de tweede dood” (deel 2)‘, André Piet, GoedBericht.nl, 19-11-2014, bron: http://goedbericht.nl/vragen-over-de-tweede-dood-2/.
[2]  ‘Tekenen der tijden: de afval van het geloof‘, Arjan Huurnink, Bijbel en Geloof, Apeldoorn, 26-04-2015, bron: www.bijbelengeloof.com.
[3]  ‘wie gelóóft, heeft eeuw-ig leven‘, André Piet, GoedBericht.nl, 25-03-2013, bron: http://goedbericht.nl/wie-gelooft-heeft-eeuw-ig-leven/.
[4]  ‘wie gelóóft, heeft eeuw-ig leven‘, André Piet, GoedBericht.nl, 25-03-2013, bron: http://goedbericht.nl/wie-gelooft-heeft-eeuw-ig-leven/.
[5]  ‘wie gelóóft, heeft eeuw-ig leven‘, André Piet, GoedBericht.nl, 25-03-2013, bron: http://goedbericht.nl/wie-gelooft-heeft-eeuw-ig-leven/.
[6]  ‘Vijf Feiten Over De Dood‘, André Piet, GoedBericht.nl, 15-08-2015, bron: http://goedbericht.nl/vijf-feiten-over-de-dood/.
[7]  ‘FAQ De Toestand Der Doden‘, André Piet, GoedBericht.nl, 18-08-2015, bron: http://goedbericht.nl/faq-de-toestand-der-doden/.
[8]  ‘FAQ De Toestand Der Doden‘, André Piet, GoedBericht.nl, 18-08-2015, bron: http://goedbericht.nl/faq-de-toestand-der-doden/.
[9]  ‘Is God eindig?‘, André Piet, GoedBericht.nl, 17-09-2008, bron: http://goedbericht.nl/327-2/.
[10] ‘Is God eindig?‘, André Piet, GoedBericht.nl, 17-09-2008, bron: http://goedbericht.nl/327-2/.
[11] ‘Is God eindig?‘, André Piet, GoedBericht.nl, 17-09-2008, bron: http://goedbericht.nl/327-2/.
[12] ‘Is God eindig?‘, André Piet, GoedBericht.nl, 17-09-2008, bron: http://goedbericht.nl/327-2/.

De samenkomst niet nalaten…wélke samenkomst?

Afkomstig van een reeds lang niet meer bestaande website….

En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert. Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden (Hebreeën 10:25,26)

De “gemeenschap der heiligen” is een groot goed, maar helaas moeten we constateren dat bijna niemand weet wat het is, althans het in praktijk brengt. Want gewoonlijk zoekt iedere gelovige zijn of haar eigen kerkje of clubje op en distantieert zich daarmee van zovele andere gelovigen. Natuurlijk, praktisch gesproken is dit niet te voorkomen. Dat weet ik ook wel. Maar ook in de verdere gedragingen lijkt het wel alsof niet beleefd wordt dat Christus de gelovigen werkelijk één gemaakt heeft.

Het gebed van de Here Jezus in Johannes 17:21 is namelijk wérkelijk verhoord:

Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.

Dit vers roept gelovigen niet op om bestaande kerkmuren te slechten! Nee, dit vers veronderstelt dat de eenheid tussen de gelovigen er is! Als we dat nu eens gaan beseffen, dan komt de gewenste praktijk er eventueel vanzelf wel. Geen “samen op weg” zonder de juiste geestelijke basis!

Maar nu iets over Hebreeën 10:25. Gewoonlijk wordt dit vers zo uitgelegd dat de christen het bezoeken van de wekelijkse gemeentelijke samenkomsten niet mag verzuimen. Heel dikwijls heb ik deze tekst zien “hangen” in ruimten waar christelijke samenkomsten worden belegd.

Hebreeën 10:25 handelt echter helemaal niet over de wekelijkse gemeentelijke samenkomsten! Als we de context hadden bestudeerd, zouden we nooit tot deze conclusie zijn gekomen. Leest u maar vanaf Hebreeën 10:19

19Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus,

20Op een versen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees;

21En dewijl wij hebben een groten Priester over het huis Gods;

22Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water.

23Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vast houden; (want Die het beloofd heeft, is getrouw);

24En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken;

25En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten

(Hebreeën 10:19-25a)

Hebreeën 10:19-25 loopt parallel met een eerder gedeelte, te weten Hebreeën 4:14-16

14Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.

15Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.

16Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.

Hebreeën 10:25 roept ons op om te naderen tot de hemelse Hogepriester! Hij die nu Zijn werk doet in het hemelse heiligdom, roept ons op om te komen tot de genadetroon in de hemel. Dát is de bijeenkomst van de gelovige waartoe hij of zij wordt opgeroepen. Dus geen bijeenkomst op aarde, maar in de hemel.

Het woord dat wordt vertaald door “onderlinge bijeenkomst” [Gr. episunagoge] komt alleen nog maar voor in 2 Thessalonicenzen 2:1 met betrekking tot de opname van de Gemeente:

En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem.

Straks zullen álle gelovigen worden opgenomen tot de Hemelse Hogepriester. Nu op aarde worden de gelovigen opgeroepen om geestelijk in te gaan in het heiligdom, om te naderen tot de troon der genade. Dit ingaan behoort tot de geestelijke levenswandel van de volwassen gelovige. Helaas, te veel christenen zijn op dit punt “traag in het horen” geworden (zie Hebreeën 5:11-14). Wellicht dat dit ook verklaart waarom Hebreeën 10:25 zo verkeerd wordt uitgelegd?

Volgens Hebreeën 10:35 heeft deze vrijmoedigheid een grote beloning. Verzuimt een christen namelijk om in te gaan in het heiligdom, dan valt hij of zij onder het oordeel van Hebreeën 10:26-31. Zoals we elders al hebben aangetoond, handelen deze verzen niet over de eeuwige behoudenis, maar over het verlies van loon.

Bijbelstudieserie ‘Onze onderlinge bijeenkomst’ 

Lees ook:

Over heilige koeien en kerkbezoek

De invasie van een andere geest

Alweer een artikel over de (neo) charismatische praktijk van vandaag de dag. Waarom, vraag je je wellicht af. Wel het houdt me nogal bezig. Ik bemerk het verkondigen van een andere ‘Jezus’ (vrijwel altijd genoemd zonder Zijn titels) dan Diegene die ons bekend wordt gemaakt in de Bijbel. Kennis wordt ondergeschikt gemaakt aan een hang naar ‘tekenen en wonderen’ gevoel en ervaring. Gepaard met een platte Bijbeluitleg. Mijn bedoeling is niet een algemene verdachtmaking te uiten, maar wel om ernstig te waarschuwen. De verpakking van de boodschap is ondergeschikt aan de inhoud. Een ieder heeft zelf de verantwoording de geesten te beproeven. (Jaap)

Markus 13:22 Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen tekenen en wonderen doen, om te verleiden, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen.

1 Petrus 5:8 Zijt nuchter [en] waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende wien hij zou mogen verslinden;

 

Met toestemming overgenomen van de website van Dirk Jan Jansen

Het is voor veel gelovigen overduidelijk dat we leven in de laatste dagen (2Tim3:1). Helaas zijn zeer veel gelovigen zich totaal niet bewust van dit feit. Paulus schreef al aan de Romeinen dat de nacht ver is gevorderd (Rm13:12) en dat het tijd is om wakker te worden. De ‘nacht’ is de hele periode dat Christus afwezig is en wij door geloof leven. Straks gaat de ‘zon der gerechtigheid’ (Mal4:2) op, dat is Christus, en wordt het zijn dag! Maar let op; net zoals het laatste stuk van de natuurlijke nacht ook het donkerst is, zo zal dit geestelijk ook zijn. Vlak voordat Christus terugkomt, en de dag aanbreken zal, wordt het eerst nog pikdonker. Het zal inktzwart worden. Jezus zegt zelfs: ‘Er komt een nacht, waarin niemand meer werken kan (Jh9:4)’. Vanuit de Bijbel weten we dat de mens van de zonde, de antichrist, in deze wereld gaat komen.

Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is. Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb? En gij weet thans wel, wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd. Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here [Jezus] doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt. Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, 2Thess 2:3-9

Deze mens zal het werk van God op een duivelse manier imiteren. Hij zal satan zelf zijn, maar dan in mensengedaante, net zoals God in Christus mens werd. Hij zal ook tekenen en wonderen gebruiken om zijn komst aan te kondigen, net zoals de tekenen en wonderen Jezus’ komst begeleidden. Hij zal, net zoals Jezus de Heilige Geest gaf, een andere geest uitstorten. Deze andere geest zal de mensen aftrekken van Christus en richten op de anti (=tegen of ‘andere’) Christus. Judas, die door Jezus ook de ‘Zoon des verderfs’ wordt genoemd in Jh17:12, leek uiterlijk exact op de andere twaalf discipelen. Hij predikte, verrichte wonderen en ging om met Jezus. De andere discipelen hadden niet door dat hij door een andere geest was bezet. Jezus zegt dat als het mogelijk zou zijn geweest, ook de uitverkorenen zouden worden verleid in deze eindtijd (Mt24:24). Veel gemeenten worden vandaag al overspoeld door deze andere geest. Paulus moest constateren dat de Korintiërs ermee waren besmet: 

Want met een ijver Gods waak ik over u, want ik heb u verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen. Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige [en loutere] toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden. Want indien de eerste de beste een andere Jezus predikt, die wij niet hebben gepredikt, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel. 2 Korinthe11:2-4

Zij waren degenen die bezig waren met de gaven van de Geest, maar dan op een vleselijke manier. Dit zien we in de eerste brief aan de Korintiërs. Vandaag zijn veel gemeenten onder het beslag gekomen van deze andere geest. Het is schrijnend om te zien hoe men bezig is met ervaringen, gevoel en uiterlijke dingen en werkelijk denkt dat deze dingen van God komen. Zo las ik van een voorganger dat hij ontevreden was met het resultaat van zijn bediening. Hij wilde ‘meer van God zien’. In plaats van het Woord van God te kennen dat ons leert dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen, luistert hij naar iemand die zegt: ‘De krachtsbediening van Jezus moet in de kerk hersteld worden’ Zodra hij deze man zijn gang laat gaan gebeurt er ineens van alles en dat is het antwoord wat hij zocht. Hij doet zijn verhaal in een christelijk blad. Geen woord over de toetsing aan de Schrift of over de persoon van Christus terwijl Petrus schrijft:

En wij achten het profetische Woord daarom des te vaster en gij doet wel, er acht op te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats (2Petrus1:19)

Ik vind het moeilijk om deze dingen aan het licht te brengen, ik wil geen leraar zijn die overal commentaar op heeft. Ook waardeer ik enorm het zoeken naar ‘meer’ van Gods Geest want dat hebben we hard nodig! Tegelijk zie ik dat er misleidingen zijn en dat wil ik aantonen. Ik ben me ervan bewust dat dit hoogmoedig over kan komen, maar zo is het niet bedoeld. Het moet gezegd worden omdat we in de laatste dagen leven.

Het is vandaag duister, want het is allemaal ervaring wat de klok slaat. Deze voorganger vertelt dat hij naar een conferentie is geweest. Let op wat hij zegt: ‘Ik was bereid om te vallen, om te huilen, te lachen of alles tegelijk, het maakte mij niet uit.’ Op deze manier komt men onder een andere geest. Op de vraag waar al die problemen van mensen vandaan komen wordt van alles geantwoord (opvoeding, demonische belasting), behalve het Bijbelse antwoord: ‘uit het zondige vlees’. Dan gaat hij deze problemen oplossen d.m.v. bevrijding, genezing etc. De Bijbel spreekt over bekering en toewijding en geestelijke groei, maar deze voorganger wil resultaten zien en het liefst snel! In het hele artikel gaat het om wat wij moeten en kunnen, en er wordt nauwelijks over Christus gesproken.
Hoe is het mogelijk dat men dit niet ziet? Omdat men niet anders wil en dan geeft God iemand uiteindelijk over aan een verblinding. Men luistert niet meer naar Gods Woord. Ik zie het overal in onze evangelische gemeenten: Er wordt van alles gedaan en ervaren, maar het onderwijs vanuit Gods Woord over de persoon van Christus en de prediking van het kruis zien we niet veel meer. Als je daar dan iets over zegt, ben je een lastpak. Men zegt: ‘Ja, het Woord, maar de Geest is ook belangrijk’. Maar wat schrijft Paulus?

Verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting. Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren. Blijf gij echter nuchter onder alles, aanvaard het lijden, doe het werk van een evangelist, verricht uw dienst ten volle. 2Timotheus 4:2-5

De leiders van deze gemeenten laden een enorme verantwoordelijkheid op hun schouders door de mensen op deze manier verkeerd te weiden als valse herders. Men houdt de schapen weg van de ‘grazige weiden’ welke niets anders voorstellen van de rijkdom van Christus. De enige manier waarop gelovigen een stabiel en volwassen geloofsleven krijgen is door de kennis van de Zoon van God (Ef4:13) en niet door deze andere geest toe te laten. Men denkt dat als men de resultaten ziet die de voorganger beschrijft in het artikel (‘mensen vallen van hun stoel, beginnen te huilen, etc.) dat dit de Heilige Geest is.

De Bijbel leert ons de kenmerken van de aanwezigheid van de Heilige Geest: besef van zonde, bekering, en de persoon van Christus staat, vanuit de Bijbel, centraal (Jh16:14 “Hij zal Mij verheerlijken’ zegt Jezus over de Geest van God). De andere geest zet een andere Jezus centraal en een ander evangelie. Dit zijn precies die elementen die straks de komst van de antichrist zullen begeleiden: de mens en zijn behoeften in het centrum, leven vanuit de ziel, het gevoelsleven en niet vanuit geloof door Gods Woord. Als we dan ook kijken naar de vrucht op lange termijn van deze andere geest is dat: verlies van kennis van de Bijbel, onstabiele levens die zijn gebouwd op ervaringen, geen eenheid onder gelovigen etc. Het is een trieste zaak, maar helaas waar: mensen zijn zelfzuchtig (2Tm3:1) geworden en moeten zich daarvan bekeren. Helaas sluit de prediking van de andere Jezus, die van tekenen, wonderen, etc. precies aan bij de behoefte van velen van vandaag. Jezus zegt in Jh11:9: 

Gaan er geen twaalf uren in een dag? Als iemand overdag loopt, stoot hij zich niet, omdat hij het licht van deze wereld kan zien; maar wanneer iemand bij nacht loopt, stoot hij zich, omdat het licht niet in hem is.

Als je het licht in je hebt, dat is de aanwezigheid van Christus in ons, zijn we in staat te leven in de nacht en te zien. Als we daarbij het profetische Woord onderzoeken ontvangen we licht. Sommigen zullen dit allemaal somber gepraat vinden en ‘negativiteit’. De profeten van het Oude Testament spraken ook zo: ze duidden de tijd en waarschuwden Gods volk. Het werd hen niet in dank afgenomen door de meesten.

Nota bene:

De schrijver van bovenstaand artikel heeft er ook een boek over geschreven wat  gratis beschikbaar is.

Klik afbeelding om het boek te downloaden

 

Bijsluiter:

We leven vandaag in een tijd van grote verwarring. Vooral als het gaat om het onderwijs met betrekking tot de Heilige Geest is er veel verschil van inzicht. Helaas zijn er ook veel verkeerde leringen die welwillende christenen op het verkeerde been zetten.

Ik heb geprobeerd een boek te schrijven waarin enige duidelijkheid naar voren komt als het gaat om wat de Bijbel leert over het werk van de Heilige Geest. Hierin ontzenuw ik een paar van de verkeerde leringen die op dit moment de ronde doen in kerken en gemeenten vanuit de charismatische theologie. Wat is het kenmerkende van de Heilige Geest in deze tijd? Kan iedere gelovige in tongen spreken? Moeten wij de werken doen die Jezus deed? Bestaat de gave van genezing nog? Zo ja, moeten wij ons daarnaar uitstrekken? Komt er een grote opwekking? Mijn doel is om christenen een vast fundament mee te geven en een Bijbelse basis dat hen kan bewaren voor teleurstellingen en verkeerde verwachtingen.

Aan de andere kant is mijn doel dat wij ons uitstrekken naar wat God ons werkelijk wil geven: meer invloed van zijn Geest in ons hart zodat we een beter zicht krijgen op Jezus Christus.

Sinds mei 2016 ook te bestellen als geprinte reader voor 15 euro.