De tien geboden als leefregel?

Waarom de wet geen ladder naar God is

Er zijn maar weinig onderwerpen waarbij christenen zo snel in een kramp schieten als bij de tien geboden. Zodra je zegt dat de gelovige niet onder de wet is, klinkt al gauw de verdenking:

dus jij wilt er maar op los leven?

Alsof er maar twee opties zijn: óf onder Mozes, óf morele chaos.

Maar dat is een valse tegenstelling.

De Bijbel zet de gelovige niet terug onder Sinaï, maar brengt hem tot Christus. Niet tot de berg van donder, vuur en afstand, maar tot de Middelaar van het nieuwe verbond. Niet tot stenen tafelen als leefregel voor het vlees, maar tot een levende Heere Die door Zijn Woord en Geest werkt in het hart.

Paulus schrijft niet aarzelend, maar glashelder:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

Daar staat niet:

gij zijt onder een sanctieloze uitgeklede light-versie van de wet.

Ook niet:

gij zijt onder de wet als dankbaarheidsregel.

Er staat: niet onder de wet, maar onder de genade.

Dat ene zinnetje is genoeg om heel wat religieuze vanzelfsprekendheden te laten wankelen.

leven onder de wet of uit genade
leven onder de wet of uit genade

 

De wet begint niet met een algemeen menselijk moraalprogramma

De tien geboden worden vaak losgemaakt uit hun bedding. Dan worden ze behandeld alsof God op Sinaï een universele gedragscode gaf voor alle mensen in alle tijden, en alsof de christen daar vandaag rechtstreeks onder staat.

Maar Exodus 20 begint niet met:

mensen, hier is Mijn algemene leefregel voor de wereld.

God zegt eerst:

“Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.” Exodus 20:2 (STV)

Dat is geen losse aanhef. Dat is de historische en verbondsmatige context. De wet werd gegeven aan Israël, verlost uit Egypte, geplaatst onder het oude verbond. Sinaï is geen neutrale morele collegezaal. Sinaï is de berg waar God een verbond opricht met een volk dat zegt:

“Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen.” Exodus 19:8 (STV)

Dat klinkt godsdienstig. Het klinkt gehoorzaam. Het klinkt alsof Israël de juiste houding heeft. Maar daar zit nu juist de tragiek. De mens belooft te doen wat hij niet kan volbrengen.

De wet eist alles. Niet ongeveer. Niet grotendeels. Niet met goede bedoelingen. Alles.

“Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.” Jakobus 2:10 (STV)

Daar is de scherpte van de wet. Zij is geen ladder met tien treden waarop je langzaam richting God klimt. Zij is een spiegel die laat zien dat de mens schuldig staat.

 

Sinaï was geen knus discipelschapstraject

Wie de komst van de wet in Exodus leest, ziet geen lieflijk tafereel.

Donder. Bliksem. Bazuingeschal. Een rokende berg. Een volk dat terugwijkt. Angst. Afstand.

Dat is niet toevallig. De omstandigheden passen bij de bediening die daar begint. De wet is heilig, rechtvaardig en goed, maar voor de zondige mens brengt zij geen leven voort. Zij legt bloot. Zij veroordeelt. Zij sluit de mond.

Paulus zegt:

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.” Romeinen 3:20 (STV)

Let goed op: door de wet komt kennis van zonde, niet verlossing van zonde. De wet kan aanwijzen, aanklagen en veroordelen. Maar zij kan de zondaar niet levend maken.

Wie de wet preekt als weg tot heiliging, moet zich afvragen of hij niet een juk oplegt dat zelfs Israël niet heeft kunnen dragen. Petrus zei tijdens de vergadering in Jeruzalem:

“Nu dan, wat verzoekt gij God, om een juk op den hals der discipelen te leggen, hetwelk noch onze vaders, noch wij hebben kunnen dragen?” Handelingen 15:10 (STV)

Dat is geen nietszeggend zinnetje. Dat is apostolisch verzet tegen het weer opleggen van het juk.

 

Christus is niet gekomen om ons terug te sturen naar Mozes

Het evangelie is niet: Christus vergeeft u, en Mozes maakt het daarna af.

Toch lijkt dat in veel prediking wel de praktische uitkomst. Eerst wordt genade gepreekt voor de vergeving. Daarna wordt de wet weer naar voren gehaald als het systeem waaronder de gelovige moet leren leven. Zo krijg je een vreemd mengsel: Christus voor de ingang, Mozes voor de dagelijkse praktijk.

Maar Paulus zegt:

“Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.” Romeinen 10:4 (STV)

Christus is niet een tussenstation onderweg naar een betere wetsbetrachting. Hij is het einde der wet tot rechtvaardigheid. Hij heeft de wet niet half vervuld om haar daarna als geestelijke gietmal over de Gemeente heen te leggen. Hij heeft haar volbracht.

En aan het kruis is niet alleen onze schuld behandeld, maar ook het handschrift dat tegen ons was.

“Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende.” Kolossenzen 2:14 (STV)

Dat is geen kleine aanpassing binnen het systeem. Dat is een radicale overgang. Het oude verbond wordt niet opgepoetst tot christelijke levensregel. De gelovige wordt gebracht onder het nieuwe verbond, onder Christus, onder genade.

 

Niet onder de wet betekent niet zonder Christus

Hier ontstaat vaak verwarring. Zodra je zegt dat de gelovige niet onder de wet is, hoort men:

dus er is geen heiliging, geen gehoorzaamheid, geen wandel, geen vrucht.

Maar dat zegt de Schrift nergens.

Paulus, die zo scherp zegt dat wij niet onder de wet zijn, zegt even scherp:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.” Romeinen 6:15 (STV)

Genade is geen vrijbrief voor het vlees. Genade is daarentegen Gods kracht om ons uit de heerschappij van zonde en wet te trekken en ons te verbinden aan Christus.

De gelovige leeft niet wetteloos. Hij leeft niet stuurloos. Hij leeft niet als los verkrijgbaar religieus onderdeel zonder Hoofd.

Hij leeft uit Christus.

De leefregel van de gelovige is niet de stenen tafel, maar de opgestane Heer. Niet de letter als bediening des doods, maar de Geest. Niet Sinaï buiten ons, maar Christus in ons en Gods Woord dat ons denken vernieuwt.

“Die ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaars des Nieuwen Testaments, niet der letter, maar des Geestes; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.” 2 Korinthe 3:6 (STV)

Dát is het grote verschil. De wet zegt: doe en leef. De genade zegt: leef, omdat Christus Zich voor u gegeven heeft.

 

De wet was een tuchtmeester tot Christus

De wet had een Goddelijke functie. Zij was niet fout. Zij was niet zondig. Zij was niet minderwaardig in zichzelf. Het probleem zit niet in Gods wet, maar in de mens die onder de wet staat.

De wet heeft de zonde aangewezen. Zij heeft de mond gestopt. Zij heeft de mens schuldig gesteld. Zij heeft zichtbaar gemaakt dat de mens niet alleen verbetering nodig heeft, maar verlossing.

Paulus schrijft:

“Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden. Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester.” Galaten 3:24-25 (STV)

Dat laatste zinnetje wordt vaak praktisch genegeerd. De wet was tuchtmeester tot Christus. Maar als het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester.

Niet meer.

Niet toch nog een beetje.

Niet als opvoedkundig hulpmiddel voor gevorderde gelovigen.

Niet meer onder de tuchtmeester.

 

Het gevaar van christelijke wetstaal

Veel christelijke verwarring ontstaat doordat men genadetaal en wetstaal door elkaar mengt. Men zegt: wij zijn uit genade behouden.

Vervolgens zegt men: nu moeten wij uit dankbaarheid de wet houden.

Dat klinkt vroom, maar het schuurt met de apostolische boodschap Want zodra de wet weer de normgevende sfeer wordt waarin de gelovige moet staan, wordt genade praktisch uitgehold. Dan is Christus genoeg om binnen te komen, maar niet genoeg om in te wandelen.

Paulus noemt dat geen evenwicht. Hij noemt het gevaarlijk.

“Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.” Galaten 5:1 (STV)

Dat is een bevel, maar niet een bevel om terug te keren naar Mozes. Het is een bevel om te blijven staan in de vrijheid van Christus.

De grootste bedreiging voor genade is niet altijd openlijke losbandigheid. Soms komt de bedreiging keurig aangekleed, met Bijbelteksten in de hand, met ernstige taal, met veel nadruk op gehoorzaamheid, orde en dankbaarheid. Maar onder de oppervlakte wordt de gelovige langzaam teruggeleid naar Sinaï.

En dat is geen volwassen christendom. Dat is geestelijke achteruitgang.

 

De tien geboden worden pas helder in Christus

Betekent dit dat de tien geboden waardeloos zijn? Absoluut niet. De hele Schrift is van God ingegeven. De wet openbaart Gods heiligheid, Gods recht, Gods orde en vooral: de noodzaak van Christus.

Maar de vraag is hoe wij de wet lezen.

Lezen wij haar als contract waaronder wij staan? Dan komen wij onder vloek en oordeel.

Lezen wij haar als getuigenis dat heenwijst naar Christus? Dan zien wij haar glans.

De sabbat wijst naar rust. Niet naar religieuze zaterdagkramp of zondags wetticisme, maar naar rust in het volbrachte werk van God.

Het verbod op beelden wijst niet alleen tegen afgodsbeelden van hout en steen, maar ook tegen zelfgemaakte godsbeelden: een God naar onze smaak, onze traditie, onze kerkelijke vorm, onze vrome verbeelding.

Het verbod op het ijdel gebruiken van Gods Naam gaat dieper dan vloeken. Het raakt elke vorm van religie waarin Gods Naam wordt gebruikt zonder geloof, zonder kennis van Christus, zonder werkelijkheid.

Het gebod tegen begeren legt de wortel bloot. Zonde begint niet pas in de daad, maar in het hart.

Zo wordt de wet niet kleiner, maar dieper. Alleen: zij wordt niet onze reddingsladder. Zij wordt een getuige. Een spiegel. Een schaduw. Een richtingaanwijzer naar Christus.

 

De sabbat als voorbeeld van de diepere betekenis

Neem de sabbat. Veel christenen hebben daarvan een kerkelijke zondagsplicht gemaakt. Anderen proberen de zaterdag te herstellen. Weer anderen gebruiken de sabbat als identiteitsteken.

Maar Hebreeën trekt de lijn dieper. De ware rust ligt niet in een religieus dagensysteem, maar in het ingaan in Gods rust.

“Er blijft dan een rust over voor het volk Gods. Want die ingegaan is in Zijn rust, heeft zelf ook van zijn werken gerust, gelijk God van de Zijne.” Hebreeën 4:9-10 (STV)

Daar gaat het om. Rusten van eigen werken. Niet werken om voor God aanvaard te worden. Niet zwoegen om jezelf geestelijk overeind te houden. Niet leven onder een religieuze zweep.

Christus heeft het werk volbracht.

Wie dat werkelijk gelooft, krijgt geen lui geloof, maar een bevrijd geloof. Geen passieve onverschilligheid, maar vrucht uit rust. Dat is een wereld van verschil.

 

De wet op stenen tafelen of het Woord in het hart

Onder het oude verbond werd de wet geschreven op stenen tafelen. Onder het nieuwe verbond schrijft God Zijn wet in het hart. Dat is geen cosmetische aanpassing, maar een wezenlijke verandering.

Jeremia profeteerde:

“Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.” Jeremia 31:33 (STV)

Dit is geen oproep om terug te keren naar stenen tafelen. Dit is de belofte van een innerlijk werk van God. Hij werkt door Zijn Woord en Geest in het hart.

Dat betekent ook: echte gehoorzaamheid begint niet met druk van buitenaf, maar met leven van binnenuit. Niet met religieuze prestatie, maar met kennis van Christus.

Je kunt iemand wel bevelen God lief te hebben, maar liefde groeit niet uit dwang. Liefde groeit uit kennen. Wie Christus ziet als Degene Die Zich over verlorenen ontfermde, Die Zich gaf voor Zijn Gemeente, Die voor zondaren stierf, die krijgt Hem lief.

Daarom is de diepste vraag niet: houdt u de wet?

De diepste vraag is: kent u de Heer?

 

Christus kennen is iets anders dan religieuze vormen beheren

Het christendom kan gevaarlijk handig worden in het bewaren van vormen terwijl de werkelijkheid wegzakt. Men bewaart het avondmaal, de doop, de liturgie, de belijdenis, de vertaling, de kerkelijke orde, de traditie. Allemaal dingen die op hun plaats betekenis kunnen hebben.

Maar zodra de vorm de werkelijkheid vervangt, blijft er een gesneden beeld over.

Dan buigt men niet voor een gouden kalf, maar voor een systeem. Voor een liturgie. Voor een kerkelijke identiteit. Voor een theologische constructie. Voor een wettisch schema dat Christus naar de rand schuift.

En dat is misschien nog verraderlijker dan platte afgoderij. Want het klinkt Bijbels. Het ruikt naar ernst. Het lijkt veilig.

Maar ondertussen is Christus niet meer de levende Middelaar, maar een onderdeel van het systeem.

Dat is eigenwillige godsdienst. Een vroom bouwwerk waarin de mens toch weer zelf aan de knoppen zit.

 

De gelovige dient niet uit dwang, maar uit nieuw leven

De genade maakt een mens niet los van God, maar juist dienstbaar aan God. Alleen is die dienst niet de slavendienst van het oude verbond. Het is de dienst van het nieuwe verbond.

Dat is belangrijk.

Onder wet vraagt de mens: wat moet ik doen om te leven?

Onder genade hoort de gelovige: Christus heeft u levend gemaakt; wandel dan waardig uw roeping.

Onder wet staat de zweep achter je.

Onder genade staat Christus vóór je.

Onder wet komt gehoorzaamheid uit angst, druk of zelfhandhaving.

Onder genade komt vrucht uit geloof, liefde en gemeenschap met de Heere.

Dat betekent niet dat de gelovige nooit aangesproken, vermaand of gecorrigeerd wordt. De brieven staan vol vermaningen. Maar die vermaningen staan altijd op de bodem van genade. Eerst wordt gezegd wie de gelovige is in Christus. Daarna klinkt: wandel dan ook overeenkomstig die roeping.

Dat is géén wetticisme. Dat is nieuwtestamentische heiliging.

 

Waarom dit zo belangrijk is

Dit is geen droog dogma voor mensen die graag schema’s maken. Het raakt het hart van het evangelie.

Als wet en genade worden vermengd, krijg je verwarde gelovigen. Mensen die wel over Christus zingen, maar innerlijk leven alsof Mozes hun aanklager en coach tegelijk is. Mensen die nooit rust vinden, omdat er altijd nog een regel, plicht, ervaring of prestatie boven hun hoofd hangt.

Dan wordt het geloof als een loopband. Je beweegt wel, maar je komt nooit waar je wezen moet.

Daarom is Galaten zo fel.

Niet omdat Paulus tegen heilig leven is, maar omdat hij weet dat wettische vermenging het evangelie aantast. Niet aan de buitenkant misschien. Daar lijkt alles vroom. Maar in de kern wordt Christus onvoldoende.

En zodra Christus onvoldoende wordt, wordt de mens weer religieus belangrijk.

Dat is precies waar genade korte metten mee maakt.

 

De Bijbelse weg

De wet is door God gegeven.

De wet is heilig.

De wet openbaart zonde.

De wet veroordeelt de mens onder haar eis.

De wet kan niet rechtvaardigen.

De wet kan niet levend maken.

De wet was tuchtmeester tot Christus.

Christus heeft de wet vervuld.

De gelovige is niet onder de wet, maar onder de genade.

De gelovige leeft niet wetteloos, maar onder Christus.

De vrucht van het christelijke leven komt niet uit Sinaï, maar uit gemeenschap met de opgestane Heere.

Dat is de lijn die vastgehouden moet worden.

Niet omdat de wet slecht is, maar omdat Christus volkomen is.

 

Blijf weg bij Sinaï als woonplaats

Sinaï heeft zijn stem laten horen. En die stem was nodig. De mens moest leren dat hij niet kan staan op grond van eigen gehoorzaamheid. De mond moest gestopt worden. De zonde moest zonde worden. De schuld moest zichtbaar worden.

Maar de gelovige woont niet bij Sinaï.

Hij is gekomen tot Christus. Tot de Middelaar van het nieuwe verbond. Tot het bloed dat betere dingen spreekt. Tot genade. Tot rust. Tot leven.

Wie de tien geboden gebruikt om de gelovige weer onder het oude verbond te trekken, verwart de bediening van de dood met de bediening van de Geest. Wie de wet leest in het licht van Christus, ziet juist hoe diep en rijk zij van Hem getuigt.

 

De vraag is dus niet of Gods wet heilig is. Dat is zij.

De vraag is of Christus genoeg is.

En het Bijbelse antwoord is niet aarzelend, niet half, niet dubbelzinnig:

JA

Christus is genoeg.

Volkomen genoeg.

Daarom is de christen niet geroepen om terug te keren naar het diensthuis, maar om te staan in de vrijheid waarmee Christus hem heeft vrijgemaakt.

Zie ook:

De vloek van de wet – Bijbelse basis

De Wet, alleen de vloek weggenomen? – Bijbelse basis

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen” – Bijbelse basis

Wat bedoelt de Bijbel met “leven uit Genade”? – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de Wet? – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2) – Bijbelse basis

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?” – Bijbelse basis

 

Is het maar makkelijk als je niet meer onder de wet leeft?

Is het maar makkelijk als je niet meer onder de wet leeft?

Dat is een vraag die je vaak hoort.
Als je zegt dat de gelovige niet onder de Wet is, maar onder de Genade, dan reageren sommigen direct:

“Dan wordt het geloof wel erg gemakkelijk.”

Maar is dat werkelijk zo?

Paulus schrijft in Romeinen 6 vers 14:
“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de Genade.”

Let goed op wat daar staat. Hij zegt niet: u hebt geen norm meer.
Hij zegt: u bent niet onder de Wet.

Dat is een positieaanduiding.

Onder de Wet betekent: staan onder een systeem van eis en vergelding.
De Wet zegt: doe dit en gij zult leven.
Maar de Wet geeft geen kracht om te doen wat zij eist.

Romeinen 3 vers 20 zegt:


“Want door de wet is de kennis der zonde.”

En Romeinen 7 vers 7:


“Want ik wist de zonde niet dan door de wet.”

De wet openbaart Gods heiligheid.
De wet openbaart óók onze onmacht.

Het probleem lag niet in de wet.
Paulus zegt in Romeinen 8 vers 3:


“Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was…”

De wet was goed.
Het vlees was zwak.

Dus wie onder de Wet leeft, leeft onder een voortdurende eis, zonder innerlijke kracht om die eis te vervullen. Dat is geen gemak. Dat is een last.

Maar wat betekent dan: onder de Genade?

Romeinen 6 vers 4 zegt:

“Zo dan, wij zijn met Hem begraven door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.”

Genade betekent:
rechtvaardiging zonder werken.
een nieuwe positie in Christus.
mede gekruisigd met Hem.
opgewekt tot een nieuw leven.

En dan komt direct het misverstand.
Paulus stelt het zelf aan de orde in Romeinen 6 vers 15:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.”

Genade is géén vrijbrief voor zonde.
Integendeel zelfs

Onder de Wet wordt de zonde veroordeeld, maar niet weggedaan.
Onder de Genade wordt de heerschappij van de zonde verbroken.

“Want de zonde zal over u niet heersen.”

Dát is bevrijding.

Maar is dat mákkelijker?

In zekere zin is het lichter, want er is geen veroordeling meer.
Maar in een andere zin is het dieper, want het raakt het hart.

Onder de Wet kun je je nog verschuilen achter uiterlijke naleving.
Onder Genade krijgt de door de Wet veroordeelde zondaar verlossing in Christus.

Galaten 2 vers 20 zegt:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij…”

Dat is geen gemak.
Dat is zelfverloochening.

Onder Genade dien je niet uit angst, maar uit liefde.
Je gehoorzaamt niet om aangenomen te worden, maar omdat je aangenomen bent.
Je leeft niet uit eigen kracht, maar in afhankelijkheid van Christus.

De norm wordt niet verlaagd.
Maar wordt verdiept.

De wet werkt van buiten naar binnen.
Genade werkt van binnen naar buiten.

Dus nee, niet onder de Wet leven is géén makkelijke weg.
Het is geen lagere roeping.
Het is een hogere werkelijkheid.

Geen eigen gerechtigheid meer.
Geen religieuze prestaties meer.
Maar ook geen leven meer voor jezelf.

Niet onder de Wet,
maar onder de Genade.

En dat betekent:
Christus in ons, de hoop der heerlijkheid.

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2)

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2)

Waarom sabbatisme en judaïsering het evangelie ondergraven

Korte samenvatting van mijn vorige blog hierover

Veel Christenen denken dat alle mensen vóór hun bekering “onder de wet” waren en daar door Christus van zijn bevrijd. Dat klinkt logisch, maar het is onbijbels.
De wet van Mozes werd niet aan alle mensen gegeven, maar aan één volk: Israël. Wie dat onderscheid negeert, raakt onvermijdelijk verstrikt in sabbatisme, judaïsering of een ‘werk evangelie’

Dit blog laat zien waarom gelovigen uit de volken nooit onder de wet stonden, waarom zij er dus ook niet van bevrijd hoefden te worden, en waarom het opnieuw opleggen van de wet , op welke manier ook, met welke goed bedoelingen dat ook mag zijn, vandaag geen verdieping is, maar achteruitgang.

 

De wet van Mozes was nooit universeel

De Bijbel laat hier geen ruimte voor twijfel.

“Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend,
Israël Zijn inzettingen en Zijn rechten.
Alzo heeft Hij geen volk gedaan;
en Zijn rechten, die kennen zij niet.”
(Psalm 147:19–20)

De wet hoorde bij het Sinaïtische verbond. Dat verbond werd gesloten met Israël, niet met “de mensheid”. De volken stonden daar buiten. Wie doet alsof de wet altijd voor iedereen gold, schrijft iets in de Schrift wat er eenvoudig niet staat.

Heidenen stonden niet onder de wet, zegt Paulus

Paulus is opvallend precies:

“Wanneer de heidenen, die de wet niet hebben…”
(Romeinen 2:14)

Niet: die de wet overtreden hebben.
Maar: die de wet niet hebben.

Heidenen droegen geen Sinaï-verantwoordelijkheid. Zij stonden niet onder de verbondsvloek, noch onder de verbondszegen van de wet. Hun probleem was zonde — niet wetsbreuk.

 Daarom, gelijk door één mens (Adam) de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood, en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben. (Romeinen 5:12)

“Wij waren onder de wet” — wie is “wij”?

In Galaten 3 lezen we:

“Maar eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld.”
(Galaten 3:23)

Dit wij wordt vaak achteloos toegepast op alle mensen. Maar Paulus spreekt hier als Jood, namens Israël. Alleen Israël stond onder de wet.

Dat blijkt duidelijk uit Galaten 4:

“God heeft Zijn Zoon gezonden, geworden onder de wet,
opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou.”
(Galaten 4:4–5)

Christus kwam onder de wet, omdat Hij Israël kwam verlossen. Als de volken ook onder de wet hadden gestaan, is deze tekst inhoudsloos.

Heidenen werden niet “vrijgemaakt van de wet”

Dit is een belangrijk detail dat vaak wordt gemist.

Heidenen hadden geen wet van Mozes om van bevrijd te worden. Paulus beschrijft hun toestand vóór Christus zo:

“Dat gij te dien tijde waart zonder Christus,
vervreemd van het burgerschap Israëls,
en vreemdelingen van de verbonden der belofte.”
(Efeze 2:12)

Hun probleem was niet: onder de wet zijn.
Hun probleem was: in Adam veroordeeld, buiten Christus zijn.

Daarom spreekt Paulus bij heidenen niet over “losmaking van de wet”, maar over:

  • nabijgebracht worden,
  • mede-erfgenamen worden,
  • ingelijfd worden in Christus.

De wet blijft heilig, maar niet als leefregel voor de gemeente

Dat heidenen nooit onder de wet stonden, betekent niet dat Gods morele wil verdwenen is. Het betekent wel dat de wet van Mozes niet de leefregel van de gemeente is.

Christenen:

  • staan niet onder Mozes,
  • maar zijn ook niet wetteloos,
  • zij staan onder de wet van Christus.

“Niet zonder de wet Gods, maar onder de wet van Christus.”
(1 Korinthe 9:21)

Die wet werkt niet door oplegging, maar door inwoning:

“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons,
die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.”
(Romeinen 8:4)

Sabbatisme: oude verbondseisen voor nieuwe-verbondsmensen

De sabbat was het uitdrukkelijke teken van het oude verbond:

“Het is een teken tussen Mij en de kinderen Israëls.
(Exodus 31:16–17)

Niet tussen God en de gemeente.
Niet tussen God en de volken.

Wie de sabbat verplicht stelt voor christenen:

  • verwart Israël en de gemeente,
  • negeert Kolossenzen 2:16,
  • en legt een juk op dat Christus niet oplegt.

Dat is geen “diepere gehoorzaamheid”, maar verbondsverwarring.

Judaïsering: klinkt geestelijk, uitwerking funest

De eerste grote crisis in de gemeente ging hierover:
moeten heiden-christenen onder de wet van Mozes gebracht worden?

Petrus noemt dat een verzoeking van God:

“Waarom verzoekt gij God, een juk op den hals der discipelen te leggen,
hetwelk noch onze vaderen noch wij hebben kunnen dragen?”
(Handelingen 15:10)

Dat juk was niet zonde, maar de wet als leefregel.

Paulus is nog scherper:

“Gij zijt van Christus vervreemd,
die door de wet gerechtvaardigd wilt worden;
gij zijt uit de genade gevallen.”
(Galaten 5:4)

Samengevat

Gelovigen uit de volken waren nooit onder de wet van Mozes.
Zij hoefden daar dus ook niet van bevrijd te worden.

De wet werd aan Israël gegeven.
Christus vervulde die wet.
En in Hem leven de gelovigen uit genade, niet uit wet.

Wie dit onderscheid negeert, belandt óf in wetticisme, óf in wetteloosheid.
Wie het vasthoudt, bewaart zowel de heligheid van de wet als de kracht van het evangelie.

Veelgestelde vragen

Maar gelden de Tien Geboden dan niet meer? De inhoud wordt in het Nieuwe Testament herhaald, maar niet als Sinaï-verbondseis. Christenen leven onder de wet van Christus ,onder het nieuwe Verbond, niet onder het oude.

Is de sabbat dan afgeschaft? De sabbat was een teken van het oude verbond met Israël. Het Nieuwe Testament legt de sabbat nergens op aan de gemeente.

Betekent dit dat christenen vrij zijn om te zondigen? Integendeel. Wie door de Geest leeft, vervult juist het recht van de wet (Romeinen 8:4).

Waarom is dit onderscheid zo belangrijk? Omdat het evangelie anders wordt vermengd met wet, en dan krachteloos wordt gemaakt.

 

Geverifieerd door MonsterInsights