Bedelingenleer toegelicht

De bedelingen in de Bijbel en de reden waarom Paulus er letterlijk over spreekt
Binnen het protestantisme wordt vaak met overtuiging gezegd: wij geloven in Sola Scriptura. Het klinkt krachtig, reformatorisch en Bijbels. We kijken hier naar de vraag wordt het ook werkelijk beleden in de praktijk?
Sola Scriptura betekent niet maar dat de Bijbel belangrijk is. Het betekent dat de Schrift de enige hoogste, beslissende autoriteit is voor geloof en leven. Geen traditie, geen kerkelijke structuur, geen concilie, geen leerstuk, geen formulier geen systeem mag daarboven staan.
En toch… in veel gevallen blijkt dit principe eerder een leus dan een levende overtuiging.

Tijdens de Reformatie keerden mannen als Maarten Luther zich tegen het gezag van de Rooms-Katholieke Kerk, waar Schrift en traditie samen als bron van openbaring functioneerden.
Luther stelde dat de Schrift zichzelf uitlegt en boven kerkelijk gezag staat.
Dat uitgangspunt rust op duidelijke Bijbelse grond:
“Heel de Schrift is van God ingegeven en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing in de rechtvaardigheid.”
2 Timotheüs 3:16 (STV)“Maar al ware het ook dat wij, of een engel uit de hemel, u een ander evangelie verkondigden, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.”
Galaten 1:8 (STV)
Hoewel men zegt: “De Bijbel alleen”, blijkt in de praktijk vaak dat kerkelijke traditie niet ter discussie mag worden gesteld.
Wanneer bijvoorbeeld leerstukken als:
bevraagd worden op grond van Schrift, blijkt dikwijls dat het systeem leidend is en niet de tekst.
De Bijbel wordt dan gelezen door de bril van het reeds vaststaande dogma.
Dat is feitelijk geen Sola Scriptura, maar Sola Traditio.
In veel theologische benaderingen begint men bij een leerstelsel. Vervolgens worden Bijbelteksten gezocht om dit te ondersteunen. Tegenteksten worden:
Maar werkelijk Sola Scriptura vraagt het omgekeerde:
de Schrift moet het systeem vormen — niet het systeem de Schrift.
De apostel Paulus schrijft:
“Benaarstig u om uzelf Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het woord der waarheid recht snijdt.”
2 Timotheüs 2:15 (STV)
Dat “recht snijden” impliceert onderscheid maken.
Wanneer men:
zonder rekening te houden met context en doelgroep, dan wordt de Schrift niet recht gesneden.
Opmerkelijk is dat juist Paulus spreekt over:
“de bedeling der genade Gods” — Efeze 3:2
“de bedeling van de verborgenheid” — Efeze 3:9
Hij noemt zichzelf:
“Want ik spreek tot u, heidenen; voor zoveel ik der heidenen apostel ben…”
Romeinen 11:13 (SV)
Maar in de praktijk worden zijn uitspraken vaak ondergeschikt gemaakt aan koninkrijksprediking of vermengd met andere bedelingen.
Als men werkelijk Sola Scriptura toepast, dan moet men ook erkennen dat de Schrift zelf onderscheid maakt.
In moderne evangelische kringen is het gevaar anders:
Maar de toetssteen is niet gevoel of ervaring — het is de Schrift.
Sola Scriptura betekent dat alles getoetst wordt aan wat geschreven staat.
De vraag is niet: belijden wij Sola Scriptura?
De vraag is: mag de Schrift ons corrigeren, ook wanneer dat onze traditie raakt?
Daar wordt het spannend.
Sola Scriptura is geen dode slogan uit de 16e eeuw.
Het is een geesteshouding van onderwerping.
lees ook:
De bedelingen in de Bijbel en de reden waarom Paulus er letterlijk over spreekt
Bij het woord profetie denken veel mensen onmiddellijk aan spectaculaire toekomstvoorspellingen, eindtijdschema’s en mysterieuze visioenen. Maar dat is een versmalling van wat de Schrift werkelijk bedoelt.
Bijbelse profetie is in de eerste plaats:
God die spreekt.
Niet de mens die speculeert.
Niet religieuze fantasie.
Niet spirituele indrukken.
Maar God die Zijn gedachten bekendmaakt.
Het woord “profeet” betekent letterlijk: iemand die namens een ander spreekt. Een bijbelse profeet is dus geen toekomstvoorspeller, maar een woordvoerder van God.
De Schrift zegt:
“Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.” 2 Petrus 1:21 (STV)
Profetie ontstaat niet uit menselijke inspiratie, maar uit goddelijke openbaring.
Ja, profetie bevat toekomst.
Maar toekomst is niet de kern — Gods openbaring is de kern.
In het Oude Testament zien we dat profeten:
Israël waarschuwen voor afval
Oordeel aankondigen
Oproepen tot bekering
Gods karakter openbaren
Hoop verkondigen voor herstel
Profetie was vaak confronterend. Het ontmaskerde zonde. Het brak religieuze schijnheiligheid af. Het riep terug tot gehoorzaamheid.
De toekomstboodschap stond altijd in dienst van Gods heiligheid.
Alle Bijbelse profetie komt uiteindelijk uit bij één Persoon: de Heere Jezus Christus.
In het boek Openbaring lezen we:
“Want de getuigenis van Jezus is de geest der profetie.” Openbaring 19:10
Dat is een sleuteltekst.
De Wet wees vooruit.
De profeten kondigden Hem aan.
De psalmen spraken over Hem.
De evangeliën openbaren Hem.
De brieven verklaren Zijn werk.
Openbaring toont Zijn overwinning.
Wie profetie losmaakt van Christus, mist het hart ervan.
Bijbelse profetie openbaart Gods plan met:
Profetie laat zien dat de geschiedenis geen toeval is. Ze beweegt zich volgens Gods raad.
Bijbelse profetie moet scherp onderscheiden worden van occultisme of waarzeggerij.
Waarzeggerij:
Bijbelse profetie:
God spreekt niet om menselijke sensatiezucht te voeden, maar om harten te veranderen.
Dat is een punt van verdeeldheid binnen het christendom.
Sommigen geloven dat de profetische openbaring is voltooid met de afsluiting van de Schrift. Anderen spreken over hedendaagse profetische gaven.
Maar dit staat vast:
De profetie van de Schrift is volledig betrouwbaar en voldoende als fundament voor geloof en leer.
De Bijbel is geen levend groeiend boek dat nog aangevuld moet worden.
Wat God heeft geopenbaard, is vastgelegd.
Profetie:
Het is geen puzzelboek voor nieuwsgierige geesten, maar een openbaring van Gods heilige raad.Bijbelse profetie is niet in de eerste plaats toekomstvoorspelling.
Het is Gods spreken in de geschiedenis.
Het is Zijn stem door Zijn bijzondere dienstkechten heen.
Het is de openbaring van Zijn heilsplan.
Het wijst naar Christus.
Het verzekert dat God Zijn woord houdt.