Wie bouwt het Koninkrijk?

Christus bouwt Zijn Gemeente, niet wij Zijn Koninkrijk

Het Koninkrijk van Christus bestaat nu, maar is in onze tijd nog verborgen.  De gemeente bouwt dat Koninkrijk niet; Christus bouwt Zijn Gemeente. De taak van de gelovige is niet om het Koninkrijk zichtbaar te maken, of uit te bouwen  maar om Christus te verkondigen, de gemeente op te bouwen en de Heer uit de hemel te verwachten. Op Gods tijd zal het Koninkrijk openbaar worden bij de komst en heerschappij van de Koning.

“Laten we samen bouwen aan Gods Koninkrijk.”

Het klinkt activerend, enthousiasmerend, gemeentelijk. Ik las het deze week weer eens in een oproep tot eensgezindheid

Iedereen doet mee, iedereen draagt zijn steentje bij, iedereen bouwt aan iets groots. Is waarschijnlijk de onderliggende gedachte.

En toch moet ook nu weer de Bijbel open. Want niet alles wat mooi klinkt, is Bijbels verantwoord..

De vraag is hier niet of mensen het goed bedoelen. Dat zal vaak best zo zijn.

De vraag is: wie bouwt volgens de Schrift het Koninkrijk?

En daar wordt het spannend. Want de Bijbel zegt nergens dat de gemeente het Koninkrijk bouwt. De Bijbel zegt dat Christus Zijn Gemeente bouwt.

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” Matthéüs 16:18 (STV)

Dat is geen detail. Dat is een leerstellig anker.

Christus zegt niet:

“Jullie zullen Mijn Koninkrijk bouwen.”

Hij zegt:

“Ik zal Mijn Gemeente bouwen.”

Daar zit het onderscheid.

God bouwt Zijn Koninkrijk

 

Het Koninkrijk is er al

Sommigen reageren op kritiek op “bouwen aan Gods Koninkrijk” alsof je daarmee zou ontkennen dat Christus nu Koning is. Maar dat is niet het geval. Integendeel.

Christus is opgestaan. Christus is verhoogd. Christus zit aan de rechterhand Gods. Hij heeft alle macht ontvangen. Zijn Koninkrijk is geen toekomstfantasie alsof er nu nog niets bestaat.

Het Koninkrijk van Christus bestaat. Alleen: het is in onze tijd nog niet openbaar op aarde in de vorm waarin de profeten daarover spreken.

Dat onderscheid is wezenlijk.

Het Koninkrijk van Christus is officieel aangevangen bij de opstanding en verhoging van Christus, maar in onze tegenwoordige tijd, de bedeling der genade is het Koninkrijk verborgen; in de bedeling van de volheid der tijden wordt het geopenbaard; en in de bedeling van het Koninkrijk is het openbaar.

Daar ligt de sleutel.

Niet: er is nu geen Koninkrijk.
Ook niet: wij bouwen het nu, maken het zichtbaar op aarde.

Maar: het Koninkrijk bestaat nu, verborgen in Christus, en zal op Gods tijd openbaar worden.

 

Christus zal Koning zijn, maar Zijn Koninkrijk is nu verborgen

Toen Pilatus aan de Heere Jezus vroeg of Hij een Koning was, ontkende Christus Zijn koningschap niet. Maar Hij plaatste het in het juiste kader.

“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” Johannes 18:36 (STV)

Let op: Hij zegt niet: “Ik heb geen Koninkrijk.”
Hij zegt: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.”

Daar zit een wereld van verschil tussen.

Christus heeft een Koninkrijk. Maar het heeft nu niet zijn oorsprong, karakter en openbaring uit deze wereldorde. Het is niet afhankelijk van menselijke macht, kerkelijke invloed, politieke dominantie, culturele herovering of religieuze strategie.

Het is verborgen omdat de Koning Zelf verborgen is in de hemel.

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” Kolossenzen 3:1 (STV)

De Koning is niet afwezig in macht. Maar Hij is wel verborgen voor het oog van de wereld. En daarom is ook Zijn Koninkrijk in deze tijd verborgen.

 

De gemeente bouwt niet het Koninkrijk

De gemeente heeft een heerlijke roeping. Maar juist daarom moeten we haar geen taak geven die de Schrift haar niet geeft.

De gemeente getuigt.
De gemeente verkondigt het Evangelie.
De gemeente wandelt waardiglijk de roeping waarmee zij geroepen is.
De gemeente schijnt als licht in een donkere wereld.
De gemeente verwacht Christus.

Maar de gemeente bouwt niet het Koninkrijk.

Dat klinkt misschien bijna passief in een tijd die verslaafd is aan maakbaarheid. Maar het is juist bevrijdend. Want het haalt de last van onze schouders en legt de eer terug waar deze hoort: bij Christus.

Hij bouwt Zijn Gemeente.

Niet onze programma’s.
Niet onze visiedocumenten.
Niet onze kerkelijke groeimodellen.
Niet onze  maatschappelijke invloed.
Niet onze “impact”.

Christus bouwt.

En wat doet God ondertussen? Hij verzamelt uit de heidenen een volk voor Zijn Naam.

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” Handelingen 15:14 (STV)

Dat is het kemerk van deze tijd. Niet de wereld ‘christelijk’maken. Niet het Koninkrijk zichtbaar maken. Niet de aarde stap voor stap onder kerkelijke heerschappij brengen. Maar God roept een volk uit voor Zijn Naam.

Dat volk is de Gemeente.

 

Het herstel van het Koninkrijk is Gods werk

Wanneer de Schrift spreekt over het herstel van de vervallen hut van David, wordt dat niet als opdracht aan de gemeente gegeven. Het is Gods eigen handelen.

“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen de tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” Handelingen 15:16 (STV)

Let op die woorden: “Ik zal.

Niet: “de gemeente zal.”
Niet: “de kerk zal.”
Niet: “apostelen en profeten van de eindtijd zullen.”
Niet: “wij bouwen samen.”

God zegt:

Ik zal weder opbouwen.”

Dat is een frontale botsing met veel modern kerkjargon. Vooral met taal die leunt op Kingdom Now, dominion-denken, NAR-retoriek en de gedachte dat de kerk ‘het Koninkrijk zichtbaar moet maken op aarde’.

Het klinkt allemaal geestelijk krachtig, maar het schuift ongemerkt op van verwachting naar maakbaarheid. Van Christus’ werk naar mensenwerk. Van de komende openbaring naar een religieus bouwproject.

 

“Bouwen aan Gods Koninkrijk” klinkt mooier dan het is

Natuurlijk bedoelen veel christenen met die zin eenvoudig: samen dienen, getuigen, liefde bewijzen, trouw zijn in de gemeente. In die alledaagse, losse betekenis hoeft niemand meteen als ketter te worden weggezet.

Maar taal vormt en stuurt denken.

Wanneer een gemeente voortdurend zegt dat wij “bouwen aan Gods Koninkrijk”, dan sluipt er gemakkelijk een verkeerde gedachte binnen: alsof Gods Koninkrijk afhankelijk is van onze inzet. Alsof wij de bouwers zijn. Alsof Christus wacht tot wij genoeg stenen hebben aangedragen.

Dat is nadrukkelijk niet de taal van het Nieuwe Testament.

Het Nieuwe Testament zegt dat wij medearbeiders zijn in de dienst, maar niet dat wij het Koninkrijk als project bouwen. Paulus spreekt over arbeid, prediking, planting, watering, stichting van de gemeente. Maar de groei is van God.

“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” 1 Korinthe 3:6 (STV)

Dat is de goede verhouding.

Wij zijn dienaren.
God geeft de wasdom.
Christus bouwt Zijn Gemeente.
God openbaart Zijn Koninkrijk.

 

Het Koninkrijk wordt openbaar op Gods tijd

Het verborgen karakter van het Koninkrijk betekent niet dat het altijd verborgen blijft. Integendeel. De Schrift wijst vooruit naar de dag waarop Christus’ heerschappij openbaar zal worden.

“En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de HEERE één zijn, en Zijn Naam één.” Zacharia 14:9 (STV)

Dat is geen vaag geestelijk beeld voor kerkelijke invloed. Dat is de toekomstige openbaring van de Koning en Zijn heerschappij.

Ook het boek Openbaring spreekt over het moment waarop het Koninkrijk zichtbaar en publiek aan Christus wordt toegeschreven:

“En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.” Openbaring 11:15 (STV)

Daar ligt de hoop. Niet in menselijke opbouw van onderaf, maar in Goddelijke openbaring van bovenaf.

Het Koninkrijk komt niet doordat de kerk de wereld verovert. Het Koninkrijk wordt openbaar wanneer de Koning komt.

 

Het gevaar van Kingdom Now-denken

Het moderne christendom heeft een sterke neiging om alles naar het hier en nu te trekken. De beloften aan Israël worden op de kerk geplakt. De profetieën over het komende Koninkrijk worden vergeestelijkt. De toekomst wordt ingeruild voor activisme. En de verwachting van Christus’ komst wordt vervangen door de opdracht om de wereld te transformeren.

Dan krijg je zinnen als:

“Wij brengen het Koninkrijk.”
“Wij bouwen het Koninkrijk.”
“Wij maken het Koninkrijk zichtbaar.”
“Wij vestigen Gods heerschappij op aarde.”
“Wij nemen de zeven bergen van de samenleving in.”

Dat klinkt strijdbaar. Maar het is leerstellig gevaarlijk.

Want de gemeente wordt dan niet meer gezien als een hemels volk dat haar Heere verwacht, maar als een religieuze bouwploeg die op aarde moet realiseren wat God pas bij de openbaring van Christus zal doen.

Dat is geen Bijbelse hoop. Dat is maakbaarheid met een Bijbels vernislaagje.

 

De gemeente verwacht het Hoofd

De Bijbelse houding van de gemeente is niet: wij bouwen het Koninkrijk totdat of zodat Christus kan terugkomen.

De Bijbelse houding is: wij dienen, getuigen en verwachten Hem Die komt.

“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” Filippenzen 3:20 (STV)

Dat is de positie van de gelovige. Niet geworteld in aardse koninkrijksbouw, maar gericht op de hemel, waar Christus is.

En juist dat maakt de gemeente niet passief, maar zuiver. Zij hoeft geen koninkrijk te bouwen. Zij mag Christus verkondigen. Zij hoeft de wereld niet te veroveren. Zij mag het Woord bewaren. Zij hoeft geen heerschappij te grijpen. Zij mag lijden, dienen, volharden en uitzien.

Dat is veel minder indrukwekkend voor religieuze reclametaal. Maar het is Bijbels.

 

Wat dan wel?

In plaats van “wij bouwen aan Gods Koninkrijk” kunnen we beter Bijbels spreken.

We dienen de Heer.
We bouwen elkaar op in het geloof.
We verkondigen het Evangelie.
We arbeiden in de gemeente.
We getuigen van Christus.
We verwachten Zijn komst.
We leven tot eer van God.

Dat is rijk genoeg. Daar hoeft geen ophitsende koninkrijksretoriek overheen.

Want zodra wij zeggen dat wij het Koninkrijk bouwen, pakken we woorden die de Schrift veel nauwkeuriger gebruikt.

Christus bouwt Zijn Gemeente.
God vergadert een volk voor Zijn Naam.
De Koning bezit het Koninkrijk.
Het Koninkrijk is nu verborgen.
Op Gods tijd wordt het openbaar.

 

De gemeente is niet geroepen om het Koninkrijk te bouwen, maar om Christus te belijden, het Evangelie te verkondigen en de Heer uit de hemel  te verwachten.

Het Koninkrijk bestaat nu werkelijk, want Christus is opgestaan en uitermate verhoogd. Maar het is vooralsnog verborgen, omdat de Koning Zelf verborgen is in de hemel. Straks zal God het openbaar maken, niet als resultaat van menselijke bouwdrift, maar door de verschijning van de Koning Zelf.

Dus nee: wij bouwen Gods Koninkrijk niet.

Christus bouwt Zijn Gemeente.

En God zal Zijn Koninkrijk openbaar maken op Zijn tijd.

Lees ook:

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

Extern:

https://www.vlichthus.nl/wp-content/uploads/2025/01/SAS-Het-Eeuwige-Koninkrijk.pdf

https://www.vlichthus.nl/de-wederkomst-van-de-here-jezus-christus/

Hoe een gemeente van koers verandert

Hoe een gemeente van koers verandert

Er zijn verschuivingen die je niet meteen ziet , maar wel aan voelt komen.
Geen harde breuk, geen duidelijke aankondiging.
Maar iets klopt er niet.

Wat eerst vertrouwd leek, begint te wringen.

Niet omdat jij veranderd bent, maar omdat je iets opmerkt

 

De stille verschuiving

Het begint zelden openlijk.

Niemand zegt:
“Wij stappen over op een andere leer.”

In plaats daarvan zie je:

  • andere accenten
  • nieuwe woorden
  • een iets andere toon

Zinnen als:

  • “We willen (meer) ruimte geven aan de Geest”
  • “We moeten niet alles doodredeneren”
  • “God doet vandaag nieuwe dingen”

Op zichzelf lijken ze onschuldig.
Bijbels zelf, als je ze los leest tenminste.

Maar de richting verandert.

 

Van Woord naar ervaring

Langzaam verschuift het zwaartepunt.

Waar Christus centraal zou moeten staan, komt nu de ervaring op de voorgrond.

Niet in één klap — maar geleidelijk:

  • geen nadruk op toetsing
  • nadruk op beleving
  • gemankeerde Schriftuitleg
  • men heeft het over “ons en wij”, getuigenissen en indrukken

En voor je het weet, is de vraag niet meer:

👉 “Wat staat er geschreven?”
maar:
👉 “Wat ervaren wij?”

 

De taal blijft, de inhoud verandert

Het verraderlijke is: de woorden blijven vaak hetzelfde.

Men zegt nog steeds:

  • “Bijbels”
  • “geleid door de Geest”
  • “in afhankelijkheid van God”

Maar de invulling verschuift.

De Schrift wordt niet meer de maatstaf, maar de bevestiging van wat al beleefd wordt

Terwijl:

“Uw woord is de waarheid.” (Johannes 17:17 STV)

Wanneer dat fundament verschuift, schuift alles mee.

 

Netwerken verraden de koers

Op een gegeven moment wordt de richting zichtbaar.

Contacten worden gelegd:

  • samenwerkingen
  • uitnodigingen
  • aansluiting bij bredere bewegingen

Niet meer incidenteel, maar structureel.

Wat eerst “een accent” was, wordt een identiteit.

Daar zie je het scherpst waar een gemeente werkelijk staat.

 

Dominion-denken: de logische uitkomst

Waar ervaring de leiding neemt, volgt vaak vanzelf een bepaalde visie:

  • herstel van autoriteit
  • invloed op samenleving
  • “het koninkrijk bouwen” hier en nu

Het klinkt krachtig. Aantrekkelijk zelfs.

Maar het botst frontaal met de Schrift:

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld…” (Johannes 18:36 STV)

“Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.” (Hebreeën 13:14 STV)

De gelovige is geen bouwer van een aards koninkrijk, maar een vreemdeling op doorreis.

 

Waarom het zelden openlijk wordt gezegd

Omdat een duidelijke koerswijziging weerstand oproept.

Dus gebeurt het anders:

  • stap voor stap
  • zonder scherpe definities
  • met ruimte voor meerdere interpretaties

En als er vragen komen? Zorgen worden geuit?

Dan blijft het stil.

Niet omdat men niets te zeggen heeft,
maar omdat duidelijkheid dwingt tot kleur bekennen.

En dát wil men vermijden.

 

Herkennen wat je ziet

Wie al langer onderweg is, herkent het direct.

Niet vanwege kil cynisme of eigengereidheid
maar omdat patronen herkenbaar zijn.

Dezelfde woorden.
Dezelfde stappen.
Dezelfde uitkomst.

Dat is geen achterdocht.
Dat is onderscheidingsvermogen.

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21 STV)

 

Buiten de legerplaats uitgaan

gemeente verandert koersOp een gegeven moment komt de vraag niet meer neer op:

“Kan dit nog?”
maar:

“Wil ik hier bij horen?”

Dan raakt het aan gehoorzaamheid:

“Zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats, Zijn smaad dragende.” (Hebreeën 13:13 STV)

Dat betekent:

  • loslaten wat vertrouwd lijkt
  • niet meegaan met de stroom
  • kiezen voor Christus boven verbondenheid

Dat kost iets.

Maar blijven kost meer.

 

Geen strijd om invloed,  maar trouw

Het antwoord is niet:

  • met de vuist op tafel
  • invloed proberen uit te oefenen
  • de koers van binnenuit willen keren

De Schrift roept niet op tot macht, maar tot trouw.

Niet tot dominantie, maar tot ‘blijven bij wat je geleerd is’, wetend door en van wie

“Maar blijf gij in hetgeen gij geleerd hebt en waarvan u verzekering gedaan is, wetende van wien gij het geleerd hebt” (2 Timotheüs 3;14 STV)

Wat begint als een subtiele verschuiving, eindigt nooit neutraal.

Van bedekt naar openlijk.
Van accent naar identiteit.
Van Woord naar ervaring.

En wie het ziet, staat voor een keuze.

Niet tussen twee stijlen,
maar tussen twee richtingen.

 

Dominion-denken: een frontale aanrijding met het Nieuwe Testament

Een idee dat oppervlakkig  en strikt horizontaal bekeken vroom klinkt, maar bij nader onderzoek diep problematisch blijkt: ‘het dominion-denken’

In steeds meer evangelische en charismatische kringen voet aan de grond

De gedachte is simpel:
Christenen zouden geroepen zijn om de wereld te domineren. Cultuur, politiek, onderwijs, economie en media zouden onder christelijke heerschappij moeten komen. De kerk moet de aarde “terugnemen”. Sommige varianten leren zelfs dat Christus pas kan terugkomen wanneer de kerk de wereld onder controle heeft gebracht.

Het klinkt triomfantelijk. Het klinkt krachtig.
Maar het staat haaks op de boodschap van het Nieuwe Testament.

Christus ontkent zelf een aards dominion

Van de Here Jezus werd ook verwacht een politieke messias te worden. Het volk wilde Hem zelfs eventueel met geweld koning maken. De verwachting was duidelijk: Israël moest de wereld gaan domineren.

“De mensen dan, gezien hebbende het teken dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou.

Jezus dan, wetende dat zij zouden komen en Hem met geweld nemen, opdat zij Hem koning maakten, ontweek wederom op den berg, Hij Zelf alleen.” Johannes 6:14-15 (STV)

Hij wijst dit bij gelegenheid resoluut af.

“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.”
Johannes 18:36 (STV)

Dit vers is vernietigend voor dominion-denken.

Als het Koninkrijk van Christus werkelijk bedoeld was als een politieke wereldmacht, zouden Zijn volgelingen hebben gevochten. Maar Christus zegt expliciet: dat doen zij niet.

Waarom niet?
Omdat Zijn Koninkrijk een andere oorsprong heeft.

De gemeente is geen machtsblok maar integendeel: een volk van vreemdelingen op aarde

Dominion-denken maakt van de kerk een instrument van maatschappelijke macht.

Maar het Nieuwe Testament beschrijft gelovigen totaal anders.

“Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel.”
1 Petrus 2:11 (STV)

Een vreemdeling probeert geen wereldrijk te bouwen.
Een vreemdeling is op doorreis.

Paulus zegt hetzelfde:

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.”
Filippenzen 3:20 (STV)

De gemeente kijkt niet naar beneden om de wereld te regeren.
Maar kijkt omhoog en verwacht Christus.

De Bijbel voorzegt geen christelijke wereld

Dominion-denken gaat uit van een onbijbels scenario: de kerk zal de wereld transformeren.

Maar de apostelen spreken over toenemende misleiding en afval.

De wereld wordt niet geleidelijk het Koninkrijk van God.

Christus moet persoonlijk terugkomen om Zijn Koninkrijk te vestigen.

Daarom zegt de Schrift:

“Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.”
Hebreeën 13:14 (STV)

Het christelijk geloof is geen project om de wereld te perfectioneren.
Het is een verwachting van een komende wereld.

De misbruikte tekst uit Genesis

Dominion-theologie grijpt vaak terug op Genesis: de mens moest de aarde onderwerpen.

Maar er wordt iets cruciaals vergeten.

Die opdracht werd gegeven vóór de zondeval.

Sinds de val is de wereld onder de macht van zonde en dood gekomen. Het Nieuwe Testament spreekt zelfs over satan als:

“den god dezer eeuw”
2 Korinthe 4:4 (STV)

Het herstel van de menselijke heerschappij gebeurt niet via kerkelijke machtspolitiek, maar via Christus, de laatste Adam.

Zijn Koninkrijk wordt niet opgebouwd door campagnes of politieke invloed of groeimodellen,  maar geopenbaard bij Zijn wederkomst.

Dominion-denken lijkt verdacht veel op de oude messiaanse misvatting

De ironie is opvallend.

Dezelfde fout die het volk Israël in de dagen van Jezus maakte, wordt vandaag opnieuw gemaakt.

Men verwacht een aardse messiaanse heerschappij vóór de komst van de Koning.

Maar het Nieuwe Testament leert precies het tegenovergestelde.

Eerst komt:

  • prediking
  • afval
  • opname van de Gemeente
  • verdrukking

Pas daarná komt het Koninkrijk

Niet eerder.

Wanneer de kerk macht zoekt

Dominion-denken verandert het karakter van het christendom.

Het verschuift de focus van:

evangelie → naar macht
heiliging → naar invloed
verwachting → naar controle

Maar de gemeente is geen revolutionaire beweging.

Zij is het lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.”
Kolossenzen 1:18 (STV)

Een lichaam voert geen politieke strijd om wereldheerschappij op eigen initatief.
Een lichaam leeft uit het Hoofd.

De roeping van de gemeente

Het Nieuwe Testament kent een totaal andere opdracht:

  • het evangelie verkondigen
  • discipelen maken
  • apart gezet leven
  • het lichaam van Christus opbouwen
  • uitzien naar Zijn komst

Niet: de wereld domineren.

De gemeente is geen regering.

Zij is een levend organisme in gemeenschap met de Heer.

De dingen zoekend die boven zijn.  (Kolossenzen 3:1-3)

De fatale vergissing

Dominion-denken probeert het Koninkrijk van God eigenmachtig  naar voren te trekken in de geschiedenis.

Maar het Koninkrijk komt niet door menselijke inspanning.

Het komt door de verschijning van de Koning.

Daarom eindigt het Nieuwe Testament niet met een oproep om de wereld te domineren.

Het eindigt met een gebed.

“Ja, kom, Heere Jezus!”
Openbaring 22:20 (STV)

Dát is de hoop van de schepping

Niet dominion.

Maar wederkomst.

lees ook:

Dominion-theologie en de zeven bergen: opdracht of machtsdroom?

Is de gemeente geroepen om nu te heersen over de aarde?

De New Apostolic Reformation


extern:
https://www.cwowi.eu/weekly-thoughts-nl-wekelijkse-gedachten/random-thought-dominion-theology-1
https://nl.wikipedia.org/wiki/Heerschappijtheologie

Dominion theologie ┃ Heersen over de schepping

Geverifieerd door MonsterInsights