Waarom een messiasverwachting niets bewijst: de Mahdi, de Maitreya, de Messias en de grote vergissing

De messias die nooit komt

Waarom een messiasverwachting op zichzelf niets bewijst

Veel mensen denken dat een religie geloofwaardiger wordt wanneer zij een messiasverwachting heeft. Het klinkt immers indrukwekkend: een volk of religie leeft in verwachting van een komende verlosser die recht zal brengen en de wereld zal herstellen.

Maar wie iets dieper kijkt, ontdekt een ongemakkelijke waarheid:

Een messiasverwachting is helemaal niet uniek

Sterker nog: bijna elke grote religie kent een vorm van zo’n verwachting.

Dat betekent dat de verwachting zelf nog niets bewijst.

De islam verwacht ook een redder

Binnen de islam leeft een sterke verwachting van een eindtijdfiguur: de Mahdi.

Volgens veel islamitische tradities zal deze leider verschijnen vlak voor het einde van de wereld. Hij zal:

  • de islam wereldwijd laten zegevieren
  • recht en orde herstellen
  • oorlog voeren tegen vijanden van de islam
  • samen optreden met Isa (Jezus) die volgens de islam zal terugkeren

Voor miljoenen moslims is deze verwachting zeer serieus.

Maar het bestaan van die verwachting maakt de Mahdi nog geen realiteit

Als dat wel zo was, zou elke religie met een eindtijdverlosser automatisch gelijk hebben.

Dat is uiteraard onmogelijk.

De mens verlangt altijd naar een redder

De geschiedenis laat zien dat de mensheid voortdurend redders verwacht.

Het is een religieus patroon:

  • het jodendom verwacht de Messias
  • de islam verwacht de Mahdi
  • het boeddhisme verwacht Maitreya
  • sommige hindoeïstische tradities verwachten Kalki

Waarom?

Omdat de wereld zichtbaar gebroken is.

Mensen voelen intuïtief dat er iemand moet komen die alles rechtzet.

Maar een verlangen naar een redder is nog geen bewijs dat men de juiste Redder kent.

De Bijbel zegt iets totaal anders

Hier komt het radicale verschil.

De Bijbel zegt niet:

er komt ooit een redder.

maar zegt:

de Redder is al gekomen. Geloof dat.

Het evangelie verkondigt dat de Messias niet een toekomstig politiek figuur is, maar een historische Persoon: Jezus Christus.

“Maar wanneer de volheid van de tijd gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.”
(Galaten 4:4, STV)

De Messias is niet een droom van religieuze verwachting.

Hij verscheen in de geschiedenis.

Hij leefde.

Hij stierf.

Hij stond op uit de dood.

Het probleem van een messias zonder Jezus

Een religie die een messias verwacht maar Jezus verwerpt, staat uiteindelijk met lege handen.

Want de Bijbel maakt duidelijk dat de vraag naar de Messias uiteindelijk neerkomt op één beslissende vraag:

Wat doet men met Jezus Christus?

“Wie is de leugenaar, dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.”
(1 Johannes 2:22, STV)

Dat is confronterend.

Maar het maakt het onderscheid helder.

Een messiasverwachting kan nog alle kanten op.

Maar het evangelie wijst naar één Persoon.

Waarom een messiasverwachting zelfs gevaarlijk kan zijn

Ironisch genoeg kan een sterke messiasverwachting mensen juist vatbaar maken voor misleiding.

De Bijbel waarschuwt hier expliciet voor.

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (zo het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.”
(Matthéüs 24:24, STV)

Wie alleen wacht op een toekomstige redder, kan zo maar  de verkeerde omarmen.

Geschiedenis en religie zitten vol voorbeelden daarvan.

Het Evangelie

De Bijbel draait daarom niet om een religieuze verwachting.

Het draait om een historische realiteit.

Jezus Christus is de beloofde

“Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.
En de zaligheid is in geen Ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:11–12, STV)

Dáár ligt het beslissende punt.

Niet in de vraag of men een verlosser verwacht.

Maar in de vraag:

Kent men de Verlosser die al gekomen is?

Een messiasverwachting bewijst helemaal niets.

De islam heeft er één.
Het Jodendom heeft er één.
Andere religies hebben er ook één.

Maar alleen het Evangelie zegt:

De Messias is al gekomen.

Zijn Naam is Jezus Christus.

En wie Hem verwerpt terwijl hij een andere redder verwacht, zal bedrogen uitkomen.

 

De gevaarlijkste manier om de Bijbel te lezen

De Schrift verdraaien tot eigen verderf

Waar 2 Petrus 3:16 voor waarschuwt, en waarom dat vandaag nog gebeurt

Er is een ongemakkelijke waarheid die zelden wordt uitgesproken:
je kunt de Bijbel lezen, citeren en onderwijzen, en hem toch verdraaien tot je eigen verderf.

Dat is precies waar de apostel Petrus voor waarschuwt.

Ik bespreek hier een Bijbeltekst die zelden wordt aangehaald, maar die een van de scherpste waarschuwingen van het Nieuwe Testament bevat. De apostel Petrus schrijft over mensen die met de Schrift omgaan op een manier die niet tot leven leidt, maar tot oordeel.

Hij schrijft:

“Gelijk ook in alle zendbrieven, daarin van deze dingen sprekende; in welke dingen sommige zwaar zijn om te verstaan, die de ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de andere Schriften, tot hun eigen verderf.” (2 Petrus 3:16, STV)

Dat is een verbijsterende uitspraak.
De Bijbel kan namelijk niet alleen verkeerd begrepen worden, hij kan ook verdraaid worden.

En Petrus zegt dat dat niet zonder gevolgen blijft.

Wanneer de Bijbel wordt gebruikt om een eigen leer te bevestigen

Het woord dat Petrus gebruikt voor “verdraaien” betekent letterlijk verwrin­gen of forceren. Het beeld is dat van iets dat zo wordt gebogen dat het een vorm krijgt die het oorspronkelijk niet had.

Dat gebeurt wanneer iemand:

  • teksten uit hun context haalt
  • een systeem in de tekst leest dat er niet uit voortkomt
  • bepaalde Schriftgedeelten negeert
  • duidelijke teksten wegredeneert
  • de Schrift gebruikt als kapstok voor een idee
  • de Schrift gebruikt om een ingelegde vreemde leer te verdedigen

In dat geval spreekt de Bijbel niet meer zelf.
De tekst wordt gedwongen iets te zeggen wat de lezer wil.

Petrus noemt twee kenmerken van zulke mensen

Petrus beschrijft de mensen die dit doen met twee woorden:

ongeleerd
onvast

Dat betekent niet dat zij geen opleiding hebben. Het betekent dat zij:

  • niet werkelijk door de Schrift onderwezen zijn
  • geestelijk instabiel zijn
  • zich niet willen laten corrigeren door het Woord

Het probleem is dus niet gebrek aan intelligentie, maar gebrek aan onderwerping aan de Schrift.

Paulus werd verdraaid

Het opmerkelijke is dat Petrus dit schrijft over de brieven van Paulus.

Hij zegt dat sommige dingen in Paulus’ brieven moeilijk te begrijpen zijn. Niet omdat Paulus onduidelijk was, maar omdat zijn onderwijs diep is. Vooral zijn onderwijs over:

  • genade
  • wet
  • Israël
  • de gemeente
  • het heilsplan van God

Juist die onderwerpen zijn in de geschiedenis van de kerk het meest verdraaid.

Het probleem is van alle tijden

Verkeerde uitleg ontstaat vaak wanneer men de onderscheiden in de Schrift niet respecteert.

Wanneer men bijvoorbeeld:

  • Israël en de gemeente door elkaar haalt
  • wet en Genade vermengt
  • profetieën vergeestelijkt
  • of Gods heilsplan herschrijft

kan de roeping van de gemeente zelf verdraaid worden.

Het gevaar van Schriftverdraaiing zit dus niet alleen buiten, maar juist binnen het christendom zelf.

Het resultaat: geestelijke schade

Petrus gebruikt een schokkend woord voor het gevolg:

verderf.

“tot hun eigen verderf.” (2 Petrus 3:16, STV)

Dat betekent dat verkeerd omgaan met de Schrift uiteindelijk tegen de mens zelf werkt.

De Bijbel is namelijk niet maar een boek dat je kunt bestuderen.
Het is het Woord van God.

Wie het buigt naar zijn eigen wil, komt uiteindelijk zelf onder het oordeel van dat Woord te staan.

Hoe het voorkomen wordt

De Bijbel zelf laat zien hoe de Schrift moet worden behandeld.

Niet door:

  • teksten te isoleren
  • systemen te verdedigen
  • of eigen ideeën te bevestigen

maar door:

  • de context serieus te nemen
  • Schrift met Schrift te vergelijken
  • te luisteren naar wat er werkelijk staat
  • bereid te zijn gecorrigeerd te worden

De houding van de gelovige is daarom niet:

de Schrift corrigeren

maar:

zich laten corrigeren door de Schrift.

Een confronterende vraag

Iedere generatie christenen denkt dat zij de Schrift correct leest.

Maar de waarschuwing van Petrus blijft staan.

De vraag is daarom niet alleen:

kennen we de Bijbel?

De echte vraag is:

laten we de Bijbel spreken, of laten we de Bijbel zeggen wat we willen horen?

Want volgens Petrus is het mogelijk de Schrift te bezitten
en te verdraaien tot eigen verderf.

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken; Jesaja 42 en het hart van God

Wat deze woorden onthullen over het hart van God

Soms staan er in de Bijbel zinnen die zo eenvoudig lijken dat we bijna over hun diepte heen lezen. Eén daarvan is de beroemde uitspraak uit Jesaja over de komende Messias:

“Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; naar waarheid zal Hij het recht voortbrengen.”
(Jesaja 42:3, STV)

Deze woorden worden in het Nieuwe Testament rechtstreeks op Jezus toegepast:

“Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning.”
(Mattheüs 12:20, STV)

Dit is geen losse dichterlijke uitspraak. Het is een openbaring van de aard van God Zelf. Want wie Christus ziet, ziet de Vader.

“Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien.”
(Johannes 14:9, STV)

Wat leren deze woorden dan over God?

Een God Die niet breekt wat al geknakt is

Een rietstengel die geknakt is, heeft in de praktijk geen waarde meer. In de oudheid werd zo’n stengel simpelweg afgebroken en weggegooid.

Het beeld staat voor mensen die innerlijk gebroken zijn.

Mensen die:

  • onder schuld gebukt gaan
  • hun eigen zwakheid kennen
  • geestelijk uitgeput zijn
  • geen kracht meer in zichzelf vinden

De natuurlijke reactie van mensen is vaak hard.
Wie zwak is, wordt al snel afgeschreven.

Maar de Heer doet het tegenovergestelde.

Hij verbreekt het gekrookte riet niet.

Dat is geen romantisch detail. Het laat zien dat God niet werkt volgens de harde logica van de wereld. Waar mensen breken wat zwak is, begint God juist Zijn werk.

Daarom zegt Christus ook:

“Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”
(Mattheüs 11:28, STV)

Een bijna uitgedoofde vlam

Het tweede beeld is minstens zo mooi en sterk

Een vlaswiek was de pit van een olielamp. Als een lamp bijna uit was, bleef er slechts een zwakke gloed over met wat rook.

Voor het dagelijks gebruik was zo’n pit waardeloos. De eenvoudigste oplossing was: uitknijpen en vervangen.

Maar de Here Jezus doet dat niet.

Hij blust de rokende vlaswiek niet uit.

Dat beeld spreekt over mensen bij wie levend geloof nauwelijks nog zichtbaar is. Misschien is er alleen nog een klein restje hoop. Misschien is er alleen nog een zwakke gloed van verlangen naar God.

Voor de wereld stelt dat niets voor.

Maar Christus ziet wat anderen niet zien.

Hij ziet de vonk die nog niet helemaal gedoofd is.

Gods macht is niet hard

Bij mensen gaan macht en hardheid vaak samen. Sterke mensen drukken zwakke mensen aan de kant Autoriteit wordt gebruikt om te domineren.

Maar Jesaja laat een heel ander beeld zien.

“Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten.”
(Jesaja 42:2, STV)

Gods kracht is niet luidruchtig. Zijn gezag hoeft zich niet te bewijzen door geweld of pressie uit te oefenen.

Dat zegt iets fundamenteels over Gods karakter.

Hij is niet nerveus.
Hij is niet driftig.
Hij is niet onzeker.

Gods macht is heilig, rustig en doelgericht.

God ziet wat mensen niet zien

Een rokende vlaswiek lijkt nutteloos. Maar God ziet meer dan de buitenkant.

Hij ziet een klein restje leven waar anderen alleen rook zien.

Dat principe komt door de hele Schrift terug.

“De HEERE is nabij de gebrokenen van hart, en Hij behoudt de verslagenen van geest.”
(Psalm 34:19, STV)

God kijkt anders dan wij.

Waar mensen mislukking zien, ziet Hij een hart dat gebroken is.
Waar mensen zwakte zien, ziet Hij ruimte voor genade.

Zachtmoedigheid betekent geen zwakte

Het is belangrijk dit goed te begrijpen.

Jesaja zegt niet alleen dat de Verlosser het gekrookte riet niet verbreekt.

De tekst zegt ook:

“naar waarheid zal Hij het recht voortbrengen.”
(Jesaja 42:3, STV)

En verder:

“Hij zal niet verdonkerd worden, en Hij zal niet verbroken worden, totdat Hij het recht op aarde zal hebben besteld.”
(Jesaja 42:4, STV)

Gods genade betekent dus niet dat waarheid verdwijnt.

God is niet sentimenteel.
Hij is heilig én genadig.

Zijn ontferming staat altijd in verbinding met Zijn recht.

Dat wordt uiteindelijk zichtbaar in het Evangelie. God redt zondaren niet door Zijn gerechtigheid te negeren, maar doordat Christus het oordeel draagt.

“Opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.”
(Romeinen 3:26, STV)

God heeft geen plezier in vernietiging

De Bijbel laat steeds zien dat God geen vreugde heeft in het verder breken van mensen.

“Want Hij plaagt of bedroeft des mensen kinderen niet van harte.”
(Klaagliederen 3:33, STV)

En elders:

“Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve.”
(Ezechiël 33:11, STV)

Gods hart ligt bij herstel.

Hij geneest.
Hij richt op.
Hij doet leven.

Het gekrookte riet

Wie eerlijk naar zichzelf kijkt, ontdekt dat deze beelden eigenlijk over ons allemaal gaan.

Wij zijn geen sterke lampen die helder branden.
Wij zijn eerder rokende pitten.

Wij zijn geen rechte rietstengels.
Wij zijn eerder geknakte stengels.

En juist daarom is deze tekst zo kostbaar.

Onze hoop rust niet op de kracht van onze vlam, maar op de trouw van Degene die haar bewaart.

“Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen.”
(2 Timótheüs 2:13, STV)

Het hart van God

Het beeld van het gekrookte riet en de rokende vlaswiek laat iets zien van Gods hart.

Hij is:

  • heilig zonder hard te zijn
  • machtig zonder wreed te zijn
  • rechtvaardig zonder genade te verliezen
  • genadig zonder waarheid los te laten

Hij breekt niet wat al gebroken is.
Hij dooft niet wat nog nauwelijks gloeit.

Dat is geen zwakte.

Dat is de heerlijkheid van God.

Geverifieerd door MonsterInsights