Kolossenzen 3 uitgelegd: waarom aardsgezind christendom faalt

Opgewekt met Christus, maar toch nog verliefd op de aarde?

Kolossenzen 3 laat zien hoe radicaal het christelijke leven werkelijk is. Paulus roept gelovigen niet op tot een klein beetje religieuze verbetering, maar tot een totaal andere gezindheid. Wie met Christus is opgewekt, moet de dingen zoeken die boven zijn. Wie zegt Christus te kennen, kan niet blijven leven in aardsgezindheid, begeerte en afgoderij.

Er is een soort christendom dat moeiteloos over Jezus praat, maar intussen gewoon van de aarde leeft. Het kent de juiste woorden, de juiste toon en soms zelfs de juiste Bijbelteksten, maar het hart klopt nog steeds voor beneden. Voor gemak. Voor geld. Voor eer. Voor begeerte. Voor zelfbehoud. Voor een prettig leven in plaats van een heilig leven.

Dat is precies de plek waar Kolossenzen 3 als een scherp zwaard doorheen snijdt. Paulus laat hier geen ruimte voor dubbelzinnigheid, geen ruimte voor geestelijke camouflage en geen ruimte voor een christelijk sausje over een werelds leven. Wie met Christus is opgewekt, kan niet blijven leven alsof deze wereld zijn thuis is. Wie zegt Christus te kennen, maar intussen gewoon aardsgezind blijft denken, verlangen en najagen, wordt door deze verzen genadeloos ontmaskerd.

Kolossenzen 3 is geen zachte meditatie voor wat extra verdieping. Het is een frontale aanval op naamchristendom, halfslachtige heiliging en een geloof dat wel praat over de hemel, maar intussen de aarde omhelst.

Met Christus opgewekt: geen gevoel, maar geestelijke werkelijkheid

Paulus valt meteen met de deur in huis:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods” (Kolossenzen 3:1 STV).

Dat is geen onzeker “als het misschien zo is”. Paulus spreekt hier vanuit de werkelijkheid van het geloof. Wie in Christus is, is met Hem opgewekt. Dat is geen emotionele ervaring die soms sterk en soms zwak is. Dat is geen tijdelijk gevoel van toewijding. Dat is een geestelijke werkelijkheid. De gelovige hoort niet meer thuis in het oude bestaan. Zijn leven heeft een andere oorsprong, een andere plaats en een andere bestemming gekregen.

Paulus zegt daarom niet: probeer een beetje meer geestelijk te worden. Hij zegt: zoek de dingen die boven zijn. Waarom? Omdat uw leven daar hoort. Omdat Christus daar is. Omdat de gelovige niet meer bepaald wordt door de aarde, maar door de hemel waar zijn Heere is.

Dat is ook precies waarom zoveel hedendaags christendom zo mager en krachteloos is. Het wil wel Christus erbij, maar niet Christus als centrum. Het wil wel religie, maar niet een verplaatst leven. Het wil wel een christelijke identiteit, maar niet een hemelse gezindheid. Men wil het liefst Christus én de wereld, genade én begeerte, hemelspraak én aardse hartstochten. Paulus vernietigt die illusie meteen in zijn eerste zin.

 

Bedenkt de dingen die boven zijn

“Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn” (Kolossenzen 3:2 STV).

Dat betekent niet dat een gelovige zijn werk, gezin of dagelijkse verantwoordelijkheid moet verachten. Paulus leert geen vlucht uit de werkelijkheid. Hij leert een andere gezindheid midden in de werkelijkheid. De vraag is niet of u nog op aarde leeft. De vraag is waardoor uw denken beheerst wordt.

En daar zit precies de kwaal van veel zogenaamd christelijk leven. Het denken is nog aards. De zorgen zijn aards. De ambities zijn aards. De dromen zijn aards. De maatstaf is aards. Wat men belangrijk vindt, waar men van opveert, waar men bedroefd van wordt, waar men voor vecht, waar men van geniet, waar men op vertrouwt — het verraadt vaak een leven dat nog volledig naar beneden gericht is.

Veel prediking helpt daar helaas nog een handje aan mee. Het draait dan vooral om een fijner leven, meer balans, meer zegen, meer herstel, meer succes, meer doorbraak. De mens blijft in het middelpunt staan, alleen nu met een christelijk vocabulaire eromheen. Maar Paulus trekt het denken omhoog. Niet naar mistige vaagheid, maar naar Christus. Niet naar zelfverbetering, maar naar een hemelse gerichtheid. Niet naar “wat haal ik eruit?”, maar naar: waar is mijn leven werkelijk verankerd?

 

Gij zijt gestorven

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God” (Kolossenzen 3:3 STV).

Hier wordt het pas echt scherp. Paulus zegt niet dat de gelovige slechts een nieuwe kans heeft gekregen. Hij zegt niet dat het oude leven nu wat opgeknapt moet worden. Hij zegt: gij zijt gestorven.

Dat is de taal van het kruis. Dat is de taal die het vlees verafschuwt. De mens wil best religieus zijn, best vergeving ontvangen, best troost ervaren, best geestelijk klinken, maar sterven wil hij niet. Hij wil niet dat zijn oude bestaan onder het oordeel komt. Hij wil niet dat zijn eigen ik principieel veroordeeld wordt. Hij wil niet dat zijn aardse identiteit haar centrale plaats verliest.

Maar Paulus zegt: gij zijt gestorven. Het oude leven in Adam, het leven waarin de wereld regeerde, waarin begeerte de toon zette, waarin het zelf de troon bezette, is in Gods oordeel geëindigd in de dood van Christus. Daarom is een christen niet iemand die zijn oude leven netter maakt. Een christen is iemand van wie het oude leven zijn recht op heerschappij kwijt is.

Daarom is het ook zo misleidend wanneer mensen voortdurend spreken over Jezus, maar intussen nog volop leven uit de energie van het oude bestaan. Men wil wel de naam van Christus dragen, maar niet de dood van het vlees kennen. Men wil wel geestelijk overkomen, maar niet dat de wereld uit het hart verdreven wordt. Dan krijgt men een christelijke vorm zonder kruis, een geloofstaal zonder zelfverloochening en een vrome buitenkant zonder werkelijke breuk.

Paulus laat daar niets van overeind.

 

Verborgen met Christus in God

Uw leven is “met Christus verborgen in God” (Kolossenzen 3:3 STV).

Dat betekent veiligheid, maar ook verborgenheid. Het echte leven van de gelovige ligt niet open en bloot in deze wereld. Het is niet afhankelijk van zichtbare glans, van menselijke waardering of van uiterlijke indruk. Het ligt met Christus verborgen in God.

Dat is een diepe troost, maar ook een harde correctie op geestelijke ijdelheid. Er zijn altijd mensen die gezien willen worden als bijzonder geestelijk, diep, krachtig, gezalfd of invloedrijk. Zij leven van uitstraling, van positie, van indruk, van religieuze zichtbaarheid. Maar Paulus zegt niet dat het leven van de gelovige schittert in geestelijke zelfpromotie. Hij zegt dat het verborgen is.

Dat verborgen leven is vaak arm aan uiterlijk vertoon en rijk aan stille werkelijkheid. Het leeft niet van applaus, niet van invloed, niet van podium, niet van religieuze bewondering, maar van Christus alleen. Waar het vlees zichzelf graag laat gelden, leert de Schrift een leven dat in God verborgen is.

 

Christus is ons leven

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid” (Kolossenzen 3:4 STV).

Daar staat niet alleen dat Christus leven geeft. Er staat iets veel radicalers: Christus is ons leven.

Dat snijdt alle oppervlakkige religie af. Want er bestaat een vorm van christendom waarin Christus nuttig is, maar niet alles. Hij helpt bij schuldgevoel, geeft wat zingeving, brengt een religieuze identiteit, biedt troost in moeilijke tijden, maar blijft uiteindelijk een aanvulling op het oude bestaan. Paulus spreekt daar heel anders over.

Christus is niet een toevoeging. Hij is niet een hulpmiddel. Hij is niet slechts een voorbeeld. Hij is ons leven.

Dat betekent dat buiten Hem niets is dat blijvend waarde heeft. Zonder Hem is er geen ware gerechtigheid, geen ware vrede, geen ware heiliging en geen ware toekomst. Alles wat niet uit Hem voortkomt, draagt uiteindelijk nog de geur van het oude leven.

En let op de toekomstlijn: nu is dat leven verborgen, straks zal het openbaar worden. Dat is ook een les die de moderne christen hard nodig heeft. Men wil nu al zichtbaar triumferen. Men wil nu al de glans, nu al de eer, nu al het succes, nu al de manifestatie. Maar Paulus zegt: nu verborgen, straks geopenbaard. Eerst met Christus in God, daarna met Christus in heerlijkheid.

 

Doodt dan uw leden die op de aarde zijn

Juist daarom volgt die harde, onontkoombare oproep:

“Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst” (Kolossenzen 3:5 STV).

Paulus zegt niet: probeer ze te temmen. Hij zegt niet: geef ze een plaats. Hij zegt niet: leef er voorzichtig mee om. Hij zegt: doodt dan.

Dat is de taal die vandaag vaak ontbreekt. Men spreekt liever in therapeutische termen. Men heeft het over processen, patronen, kwetsbaarheid en ontwikkeling. Er zit soms waarheid in zulke woorden, maar ze kunnen ook functioneren als een dekmantel waaronder de zonde minder scherp wordt benoemd. Paulus gebruikt geen omfloerste taal. Hij zegt: doodt dan.

Waarom? Omdat deze dingen horen bij het oude leven. Omdat zij niet thuishoren in iemand die met Christus is opgewekt. Omdat de zonde geen speelkameraad is, maar een vijand. Omdat een christen niet veilig kan omgaan met wat God onder oordeel stelt.

 

Seksuele zonde en gierigheid: beide ontmaskerd

Paulus noemt eerst openlijk morele zonden: hoererij, onreinheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid. Daarmee raakt hij een terrein dat ook vandaag levens verwoest, gezinnen breekt, gewetens verhardt en kerken besmet.

Maar Paulus stopt daar niet. Hij noemt ook

“de gierigheid, welke is afgodendienst” (Kolossenzen 3:5 STV).

Dat is vernietigend voor keurige, burgerlijke, nette religie. Want veel mensen denken  dat ze ver van grove zonden afstaan, terwijl hun hart intussen gewoon buigt voor geld, bezit, comfort en zekerheid. Men leeft dan niet voor wellust, maar voor welvaart. Niet voor losbandigheid, maar voor bezit. En Paulus zegt: dat is afgodendienst.

Dat is een onthulling waar veel kerkmensen zich niet graag aan blootstellen. Men veroordeelt openlijke zonden sneller dan de stille verering van geld. Maar de apostel zet ze hier in één adem naast elkaar. Waarom? Omdat beide voortkomen uit een hart dat niet volledig op God gericht is. Gierigheid is niet slechts een klein karaktergebrek. Het is een afgod op de troon.

Wie zekerheid zoekt in bezit, wie rust zoekt in geld, wie bescherming zoekt in comfort, wie innerlijk kleeft aan aardse winst, dient niet God, maar een vervanger.

 

Gods toorn over de kinderen der ongehoorzaamheid

“Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid” (Kolossenzen 3:6 STV).

Dat is taal die vandaag vaak wordt weggefilterd uit preken en gesprekken. Men spreekt wel over liefde, acceptatie, nabijheid en herstel, maar nauwelijks nog over toorn. Toch schaamt Paulus zich hier totaal niet. God is niet onverschillig tegenover onreinheid, begeerte en afgoderij. Zijn toorn komt daarover.

Dat maakt de ernst van heiliging duidelijk. Het gaat hier niet om onschuldige zwakheden die God glimlachend voorbijziet. Het gaat om dingen die onder Zijn oordeel staan. Daarom is het ook zo gevaarlijk wanneer het evangelie wordt afgevlakt tot iets zachts en mensvriendelijks waarin Gods heiligheid geen plaats meer heeft. Dan krijgt men een Christus zonder scherpte, een genade zonder waarheid en een geloof zonder bekering.

Maar het evangelie van de Schrift is heel anders. Juist omdat Christus gekomen is als Redder, wordt zichtbaar hoe ernstig de zonde werkelijk is. Juist omdat het kruis nodig was, kan niemand lichtvaardig omgaan met wat God haat.

 

Eertijds hebt gij daarin gewandeld

“In dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld, toen gij in dezelve leefdet” (Kolossenzen 3:7 STV).

Paulus weet heel goed dat de gelovigen uit deze sfeer zijn gekomen. Hij schrijft niet aan mensen die van nature beter waren dan anderen. Ook zij hebben daarin gewandeld. Ook zij hebben daarin geleefd. Maar hij spreekt erover als over het verleden.

Dat is cruciaal. Een christen is niet volmaakt, maar hij behoort ook niet meer thuis in zijn oude levenssfeer. Bekering is geen religieuze upgrade van het oude bestaan. Het is een werkelijke overgang. Een ander leven. Een andere richting. Een andere Heer. Een andere bron.

Daarom is het zo misleidend wanneer iemand zich beroemt op genade, maar tegelijk rustig blijft leven in de sfeer waarvan Paulus zegt dat zij bij het vroegere leven hoort. Dan wordt genade misbruikt als dekmantel voor ongehoorzaamheid. Maar de genade van God brengt niet alleen vergeving; zij brengt ook een nieuwe gezindheid voort.

 

Geen wetticisme, maar echte heiliging

Opvallend is dat Paulus de heiliging hier niet opbouwt vanuit wet, prestatie of religieuze druk. Hij zegt niet: werk uzelf omhoog. Hij zegt: gij zijt met Christus opgewekt. Gij zijt gestorven. Uw leven is verborgen met Christus in God. Christus is uw leven. Doodt dan…….

Dat is echt christelijk. De bron van heiliging ligt niet in menselijke inspanning, maar in de verbondenheid met Christus. Maar juist daarom is deze heiliging zo radicaal. Niet wettisch, maar scherp. Niet moralistisch, maar ernstig. Niet oppervlakkig gedragstoezicht, maar een dodelijke breuk met wat bij het oude leven hoort.

De Genade maakt de zonde niet minder ernstig, maar juist ondraaglijk voor een vernieuwd hart. Wie werkelijk met Christus verbonden is, kan niet in vrede samenleven met wat Hem oneert.

 

Waarom Kolossenzen 3 aardsgezind christendom ontmaskert

Kolossenzen 3:1-7 ontmaskert een groot deel van wat zich vandaag christelijk noemt. Het raakt mensen die nette woorden gebruiken, maar aards leven. Mensen die Bijbels klinken, maar werelds denken. Mensen die Christus belijden, maar intussen worden geregeerd door begeerte, geld, status of gemak.

Dit gedeelte laat geen ruimte voor een geloof waarin de mond vol is van Jezus, terwijl het hart nog vastzit aan beneden. Geen ruimte voor een prediking die vooral flatteert, geruststelt en motiveert, maar nooit ontmaskert. Geen ruimte voor een leven waarin men zich christen noemt en toch fundamenteel aardsgezind blijft.

Paulus schrijft alsof dat een tegenspraak is. En dat is het ook.

Kolossenzen 3 is geen vriendelijk duwtje in de rug voor wie wat geestelijker wil worden. Het is een verpletterende aanklacht tegen een christendom dat de hemel belijdt en de aarde aanbidt.

Wie met Christus is opgewekt, kan niet blijven leven alsof deze wereld zijn vaderland is.
Wie gestorven is, kan het oude leven niet blijven koesteren alsof het nog rechten heeft.
Wie zegt dat Christus zijn leven is, kan niet intussen buigen voor geld, begeerte en onreinheid.
Wie een hemelse roeping heeft, verraadt zichzelf wanneer zijn hart voortdurend aan beneden vastkleeft.

Laten we eerlijk zijn: veel van wat vandaag voor christelijk doorgaat, zou onder Paulus’ mes geen moment standhouden. Te veel geloof is nog verliefd op de wereld. Te veel prediking durft de zonde niet meer te doden. Te veel zich als gelovig beschouwende mensen willen Christus als Redder, maar niet als de Heere Die hun aardse afgoden omverwerpt.

De vraag is daarom niet of u deze woorden mooi vindt.

De vraag is niet of u het scherp vindt.

De vraag is niet of u zich erin herkent op papier.

De vraag is of uw leven echt met Christus verborgen is in God.

Want een geloof dat alleen praat over boven, maar intussen leeft voor beneden, is geen geestelijke rijkdom. Het is zelfbedrog in nette verpakking.

 

Hoe een gemeente van koers verandert

Hoe een gemeente van koers verandert

Er zijn verschuivingen die je niet meteen ziet , maar wel aan voelt komen.
Geen harde breuk, geen duidelijke aankondiging.
Maar iets klopt er niet.

Wat eerst vertrouwd leek, begint te wringen.

Niet omdat jij veranderd bent, maar omdat je iets opmerkt

 

De stille verschuiving

Het begint zelden openlijk.

Niemand zegt:
“Wij stappen over op een andere leer.”

In plaats daarvan zie je:

  • andere accenten
  • nieuwe woorden
  • een iets andere toon

Zinnen als:

  • “We willen (meer) ruimte geven aan de Geest”
  • “We moeten niet alles doodredeneren”
  • “God doet vandaag nieuwe dingen”

Op zichzelf lijken ze onschuldig.
Bijbels zelf, als je ze los leest tenminste.

Maar de richting verandert.

 

Van Woord naar ervaring

Langzaam verschuift het zwaartepunt.

Waar Christus centraal zou moeten staan, komt nu de ervaring op de voorgrond.

Niet in één klap — maar geleidelijk:

  • geen nadruk op toetsing
  • nadruk op beleving
  • gemankeerde Schriftuitleg
  • men heeft het over “ons en wij”, getuigenissen en indrukken

En voor je het weet, is de vraag niet meer:

👉 “Wat staat er geschreven?”
maar:
👉 “Wat ervaren wij?”

 

De taal blijft, de inhoud verandert

Het verraderlijke is: de woorden blijven vaak hetzelfde.

Men zegt nog steeds:

  • “Bijbels”
  • “geleid door de Geest”
  • “in afhankelijkheid van God”

Maar de invulling verschuift.

De Schrift wordt niet meer de maatstaf, maar de bevestiging van wat al beleefd wordt

Terwijl:

“Uw woord is de waarheid.” (Johannes 17:17 STV)

Wanneer dat fundament verschuift, schuift alles mee.

 

Netwerken verraden de koers

Op een gegeven moment wordt de richting zichtbaar.

Contacten worden gelegd:

  • samenwerkingen
  • uitnodigingen
  • aansluiting bij bredere bewegingen

Niet meer incidenteel, maar structureel.

Wat eerst “een accent” was, wordt een identiteit.

Daar zie je het scherpst waar een gemeente werkelijk staat.

 

Dominion-denken: de logische uitkomst

Waar ervaring de leiding neemt, volgt vaak vanzelf een bepaalde visie:

  • herstel van autoriteit
  • invloed op samenleving
  • “het koninkrijk bouwen” hier en nu

Het klinkt krachtig. Aantrekkelijk zelfs.

Maar het botst frontaal met de Schrift:

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld…” (Johannes 18:36 STV)

“Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.” (Hebreeën 13:14 STV)

De gelovige is geen bouwer van een aards koninkrijk, maar een vreemdeling op doorreis.

 

Waarom het zelden openlijk wordt gezegd

Omdat een duidelijke koerswijziging weerstand oproept.

Dus gebeurt het anders:

  • stap voor stap
  • zonder scherpe definities
  • met ruimte voor meerdere interpretaties

En als er vragen komen? Zorgen worden geuit?

Dan blijft het stil.

Niet omdat men niets te zeggen heeft,
maar omdat duidelijkheid dwingt tot kleur bekennen.

En dát wil men vermijden.

 

Herkennen wat je ziet

Wie al langer onderweg is, herkent het direct.

Niet vanwege kil cynisme of eigengereidheid
maar omdat patronen herkenbaar zijn.

Dezelfde woorden.
Dezelfde stappen.
Dezelfde uitkomst.

Dat is geen achterdocht.
Dat is onderscheidingsvermogen.

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21 STV)

 

Buiten de legerplaats uitgaan

gemeente verandert koersOp een gegeven moment komt de vraag niet meer neer op:

“Kan dit nog?”
maar:

“Wil ik hier bij horen?”

Dan raakt het aan gehoorzaamheid:

“Zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats, Zijn smaad dragende.” (Hebreeën 13:13 STV)

Dat betekent:

  • loslaten wat vertrouwd lijkt
  • niet meegaan met de stroom
  • kiezen voor Christus boven verbondenheid

Dat kost iets.

Maar blijven kost meer.

 

Geen strijd om invloed,  maar trouw

Het antwoord is niet:

  • met de vuist op tafel
  • invloed proberen uit te oefenen
  • de koers van binnenuit willen keren

De Schrift roept niet op tot macht, maar tot trouw.

Niet tot dominantie, maar tot ‘blijven bij wat je geleerd is’, wetend door en van wie

“Maar blijf gij in hetgeen gij geleerd hebt en waarvan u verzekering gedaan is, wetende van wien gij het geleerd hebt” (2 Timotheüs 3;14 STV)

Wat begint als een subtiele verschuiving, eindigt nooit neutraal.

Van bedekt naar openlijk.
Van accent naar identiteit.
Van Woord naar ervaring.

En wie het ziet, staat voor een keuze.

Niet tussen twee stijlen,
maar tussen twee richtingen.

 

God spreekt over Zijn Zoon

Een uitnodiging die niemand zou moeten negeren

In een wereld vol religie, meningen en overtuigingen is een vraag die om een “Heerlijk” verhaal gaat

wie is Jezus eigenlijk?

Sommigen noemen Hem een profeet.
Anderen een inspirerende leraar.of zelfs een revolutionair.
Weer anderen zien Hem als een religieuze hervormer.

Maar de belangrijkste vraag is niet wat mensen over Jezus zeggen.

De beslissende vraag is: wat zegt God over Zijn Zoon?

De Bijbel laat zien dat God Zelf meerdere keren over Jezus heeft gesproken. En wat Hij zegt, laat geen ruimte voor halfslachtige conclusies.

“Deze is Mijn geliefde Zoon”

Toen Jezus gedoopt werd, klonk er een stem uit de hemel:

“En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb.”
(Mattheüs 3:17, STV)

God noemt Jezus Zijn geliefde Zoon.

Niet zomaar een boodschapper.
Niet één van vele religieuze leiders.

De Zoon.

De unieke, door God geliefde Zoon in wie de Vader Zijn volkomen welbehagen heeft.

“Hoort Hem”

Later, op de berg der verheerlijking, sprak God opnieuw:

“Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem.”
(Mattheüs 17:5, STV)

Daar staan Mozes en Elia – vertegenwoordigers van de Wet en de profeten.

Maar Gods stem richt alle aandacht op één Persoon:

“Hoort Hem.”

God wijst de wereld naar Zijn Zoon.

God noemt Hem God

De Bijbel gaat nog verder.

Over de Zoon zegt God:

“Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid.”
(Hebreeën 1:8, STV)

Dit is een van de meest indrukwekkende uitspraken in de Schrift.

God de Vader noemt de Zoon:

God.

Jezus is niet slechts een leraar over God.
Hij is God geopenbaard in het vlees.

God heeft alles in Zijn hand gegeven

Jezus zei zelf:

“De Vader heeft den Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven.”
(Johannes 3:35, STV)

De hele geschiedenis van de wereld komt uiteindelijk samen in één Persoon: Christus.

Hij is de Heer.
Hij is de Rechter.
Hij is de Koning die God heeft aangesteld.

De eer van de Zoon

God zegt zelfs iets dat voor velen schokkend klinkt:

“Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren.”
(Johannes 5:23, STV)

God wil dat mensen de Zoon dezelfde eer geven als Hemzelf.

Dat betekent dat niemand neutraal kan blijven tegenover Jezus.

Hij is niet slechts een figuur uit de geschiedenis.

Hij staat in het centrum van Gods plan.

Het leven ligt in de Zoon

De Bijbel zegt:

“En dit is de getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon.”
(1 Johannes 5:11, STV)

En vervolgens:

“Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.”
(1 Johannes 5:12, STV)

Dat zijn eenvoudige maar indringende woorden.

Het eeuwige leven ligt niet in religie.
Niet in goede werken.
Niet in kerkelijke traditie.

Niet in iets anders.

In deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon

“GOD voortijds veelmaals en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon” (Hebreeen 1:1  STV)

Het ligt in de Zoon

Gods uitnodiging

Het hart van het Evangelie is geen dreiging, maar een uitnodiging.

God heeft Zijn Zoon gegeven voor zondaren.

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
(Johannes 3:16, STV)

Dat is het hart van God.

Niet dat mensen verloren gaan.
Maar dat zij tot de Zoon komen.

U kunt vandaag veel meningen horen over Jezus.

Maar uiteindelijk blijft één vraag over:

Wat doet ú met Gods Zoon?

De Schrift zegt:

“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien.”
(Johannes 3:36, STV)

Het Evangelie is daarom niet zomaar wat dorre theorie.

Zie het dan maar als een uitnodiging

Kom tot Christus.
Vertrouw Hem.
En ontvang het leven dat God in Zijn Zoon heeft gelegd.

Geverifieerd door MonsterInsights