Gered, Titus 3 vers 4

 

De context van Titus 3:4-5

3 Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde en elkander hatende.
4 Maar wanneer de goedertierenheid van God onzen Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is,
5 Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes;
6 Denwelken Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onzen Zaligmaker;
7 Opdat wij gerechtvaardigd zijnde door Zijn genade, erfgenamen zouden worden naar de hope des eeuwigen levens.
8 Dit is een getrouw woord, en deze dingen wil ik dat gij ernstiglijk bevestigt, opdat degenen die aan God geloven, zorg dragen om goede werken voor te staan. Deze dingen zijn het die goed en nuttig zijn den mensen.

De misvatting van de ‘vijfvoudige bediening’

In evangelische en charismatische kringen hoor je het regelmatig:

“De kerk functioneert pas goed als de vijfvoudige bediening hersteld is.”

Daarmee doelt men dan op Efeze 4:11:

“En Hij heeft sommigen gegeven tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars;” (Efeze 4:11 STV)

Op basis van deze tekst wordt een compleet leiderschapsmodel gebouwd. Apostelen. Profeten. Evangelisten. Herders. Leraars.

Maar is dat wat Paulus hier leert?

Of wordt hier iets ingelegd wat de tekst zelf niet zegt?

Wat staat er werkelijk?

Paulus zegt niet dat Christus titels gaf.
Hij zegt dat Christus mensen gaf.

En waarom?

“Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus;” (Efeze 4:12 STV)

Het doel is toerusting. Opbouw. Geestelijke volwassenheid.

Niet hiërarchie.
Niet een machtsstructuur.
Niet een apostolische rangorde.

Een fundament wordt niet opnieuw gelegd

Wie Efeze 4 leest zonder Efeze 2 te lezen, leest half.

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;” (Efeze 2:20 STV)

Een fundament leg je één keer.

Apostelen en profeten worden hier niet gepresenteerd als een doorlopend bestuursmodel, maar als fundament.

Fundamenten worden niet periodiek geüpdatet.
Ze worden gelegd, en daarna bouw je erop verder.

Zuiver Bijbels gezien is dit cruciaal. De Gemeente had een funderende beginfase waarin apostolisch gezag en openbaring functioneerden. Die fase was uniek. Onherhaalbaar. Canonvormend.

Wanneer dat fundament gelegd is, ga je niet opnieuw fundamenten uitgraven om ze opnieuw te leggen.

Alles op zijn kop

Binnen de New Apostolic Reformation wordt Efeze 4 anders gelezen.

Daar wordt geleerd:

  • dat er vandaag opnieuw apostelen moeten zijn
  • dat profeten richting geven aan gemeenten
  • dat de kerk pas volwassen wordt onder apostolische dekking
  • dat herders eigenlijk onder apostolisch gezag functioneren

Maar daarmee gebeurt iets wat bloedlink is

De tekst over opbouw wordt een model voor machtsstructuur.
De gave wordt een rang.
De bediening wordt een positie.

En het fundament wordt een permanent bestuursorgaan.

Wat gebeurt er met het Schriftgezag?

Men zegt :

“Wij voegen niets toe aan de Bijbel.”

Maar als ‘profeten’ richtinggevende woorden spreken, als ‘apostelen’ strategische openbaringen ontvangen, als er gesproken wordt over ‘nieuwe bewegingen van de Geest’ die de kerk moet volgen, dan ontstaat er in feite een tweede gezagslaag.

Daartegenover zegt Judas:

“…dat gij strijdt voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is.” (Judas 1:3 STV)

Éénmaal.

Niet generatie na generatie aangevuld.
Niet periodiek vernieuwd.
Niet via ‘hedendaagse openbaringsdragers’.

Herders en leraars: de vergeten ruggengraat

Opmerkelijk genoeg worden in veel van deze kringen herders en leraars de “verzorgers”, terwijl apostelen de visionairs worden.

Maar in het Nieuwe Testament zien we dat juist onderwijs de gemeente beschermt tegen dwaling.

Efeze 4 spreekt over ‘niet meer als kinderen heen en weer geslingerd worden door wind van leer.’

Wanneer onderwijs ondergeschikt wordt gemaakt aan profetische dynamiek, gebeurt precies het tegenovergestelde.

Dan wordt de gemeente afhankelijk van het ‘nieuwste woord.’

Bijbelse helderheid

Als we Schrift met Schrift vergelijken, ontstaat een heldere lijn:

Apostelen en profeten – funderend.
Evangelisten – verkondigend.
Herders en leraars – opbouwend en bewakend.

Het fundament is gelegd.
De openbaring is gegeven.
De canon is compleet.

Wat blijft is verkondiging en onderwijs op basis van dat fundament.

Niet herstel van titels.
Niet herintroductie van gezagsambten.
Niet een nieuw apostolisch tijdperk.

De echte vraag

Waarom is er toch zo’n aantrekkingskracht naar ‘apostolisch leiderschap’?

Omdat titels kracht suggereren.
Omdat macht en structuur zekerheid geeft.
Omdat ‘nieuwe woorden’ spannender klinken dan oude Schrift.

Maar de Gemeente wordt niet gebouwd op charisma.
Niet op hiërarchie.
Niet op moderne apostelen.

Zij is gebouwd op Christus, en op het eenmaal gelegde apostolische fundament.

Wie dat fundament vervangt door een systeem, hoe vroom ook verpakt, ondergraaft het huis van God.

En dat is geen herstel.

Dat is verschuiving

Geen excuses voor verkapte luiheid

  1. Waarom“Bijbelvorser” geen scheldwoord  zou moeten zijn

Er wordt vandaag gemakkelijk gezegd:

“Ik heb Jezus. Ik hoef geen Bijbelstudie.”

Dat klinkt geestelijk.
Maar vaak is het niets anders dan een nette verpakking van geestelijke luiheid.

En wie dan wél vragen stelt, teksten vergelijkt, verbanden onderzoekt, krijgt soms een etiket opgeplakt:

“Daar heb je weer zo’n Bijbelvorser.”
Alsof het iets verdachts is.

Laat ik daar dan maar eerlijk over zijn.

Wat is een Bijbelvorser dan?

Het woord betekent eenvoudig: iemand die de Bijbel onderzoekt.
Het werkwoord vorsen betekent: diepgaand onderzoeken.

Dat is geen negatieve term. Dat is Bijbels.

“En deze waren edeler dan die te Thessalonica, als die het Woord ontvingen met alle toegenegenheid, dagelijks onderzoekende de Schriften, of deze dingen alzo waren.” (Handelingen 17:11 STV)

Dagelijks onderzoekende.

De Heilige Geest noemt zulke mensen edel.

Dát is bijbelvorsing.

Waarom krijgt het woord een negatieve lading?

Omdat grondige schriftstudie schuurt.

In sommige kringen weegt:

  • beleving zwaarder dan exegese
  • ervaring zwaarder dan tekst
  • autoriteit zwaarder dan toetsing
  • enthousiasme of gevoel zwaarder dan nauwkeurigheid

Wie dan vraagt:
“Waar staat dat precies?”
“Wat betekent dit in context?”
“Snijden we hier het Woord recht?”

wordt al snel lastig gevonden.

En dan wordt “bijbelvorser” een etiket om iemand weg te zetten als:

  • iemand die alles kapot analyseert
  • iemand die te kritisch is
  • iemand die “zonder geest” zou zijn
  • iemand die corrigeert met teksten

Het verkleinwoord maakt het nog kleinerend ook.
Dan bedoelt men niet: iemand die de Schrift serieus neemt —
maar: zo’n pietluttige tekst-nerd.

Maar wat zit daaronder?

Bijbelstudie ontmaskert oppervlakkigheid

Grondige Bijbelstudie doet iets.

Ontmaskert slordige exegese.
Stelt vragen bij populaire leerstellingen.
Prikt door retoriek heen.
Dwingt tot verantwoording.

En dat schuurt.

En waar het schuurt, ontstaan etiketten.

Maar de Schrift roept juist op tot nauwkeurigheid:

“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het woord der waarheid recht snijdt.” (2 Timótheüs 2:15 STV)

Benaarstig u.

Dat betekent: span je in. Doe moeite. Werk. Zet je er voor in.

Dat is ongeveer het tegenovergestelde van geestelijke gemakzucht.

Liefde tot Christus zonder kennis is leeg

De Here Jezus zegt:

“Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden.” (Johannes 14:15 STV)

Maar hoe bewaar je Zijn geboden als je ze niet kent?

Paulus bidt:

“En dit bid ik, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in kennis en alle gevoelen.” (Filippenzen 1:9 STV)

Liefde zonder kennis wordt sentimenteel.
IJver zonder kennis wordt gevaarlijk:

“Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand.” (Romeinen 10:2 STV)

Geestelijke traagheid wordt aangepakt

De Hebreeënbrief is scherp:

“Hierover hebben wij veel te zeggen, en zwaar om te verklaren, dewijl gij traag om te horen geworden zijt.” (Hebreeën 5:11 STV)

Traag om te horen.

Dat is geen gebrek aan talent.
Dat is een houding.

En verder:

“Want gij moest naar den tijd leraars zijn…” (Hebreeën 5:12 STV)

Er is dus zoiets als verwijtbare stilstand.

Christus Zelf opende de Schriften

Na Zijn opstanding zei Hij niet dit:

“Voel Mij”

Maar dit deed Hij bij de Emmausgangers

“En Hij begon van Mozes en van al de Profeten, en legde hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.” (Lukas 24:27 STV)

De opgestane Christus opent de Schrift.
Hij vervangt haar niet.

En Hij zegt:

“Indien gij in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen.” (Johannes 8:31 STV)

Blijven in Zijn woord.

Dat vraagt iets, namelijk inzet.

Is Bijbelvorsing altijd gezond?

Natuurlijk kan iemand helemaal doorschieten.

Zonder liefde wordt studie hard.
Zonder nederigheid wordt kennis hoogmoedig.

Maar dat is geen argument tegen studie.
Dat is een oproep tot karakter.

Het probleem is niet Bijbelvorsing.
Het probleem is hoe mensen reageren op toetsing.

De eerlijke vraag

Waarom zou het een belediging zijn om iemand te noemen naar iemand die de Schrift onderzoekt?

Waarom zou nauwkeurigheid verdacht zijn?

Waarom zou het verkeerd zijn om te vragen:
“Wat staat er werkelijk?”

Misschien is de echte spanning niet dit:
“Bijbelvorsers zijn lastig.”

Maar dit:
Het Woord corrigeert.

En correctie doet pijn.

Bijbelstudie is geen hobby.
Het is gehoorzaamheid.

Het is:

  • liefde tot Christus
  • bescherming tegen dwaling
  • groei naar volwassenheid
  • geestelijke weerbaarheid
  • eerbied voor Gods spreken

Geen excuses dus voor verkapte luiheid.

 

En als iemand je “bijbelvorser” noemt omdat je de Schrift onderzoekt?

Draag het dan als een geuzennaam.

Want de Schrift noemt zulke mensen:

edel.

Geverifieerd door MonsterInsights