God spreekt over Zijn Zoon

Een uitnodiging die niemand zou moeten negeren

In een wereld vol religie, meningen en overtuigingen is een vraag die om een “Heerlijk” verhaal gaat

wie is Jezus eigenlijk?

Sommigen noemen Hem een profeet.
Anderen een inspirerende leraar.of zelfs een revolutionair.
Weer anderen zien Hem als een religieuze hervormer.

Maar de belangrijkste vraag is niet wat mensen over Jezus zeggen.

De beslissende vraag is: wat zegt God over Zijn Zoon?

De Bijbel laat zien dat God Zelf meerdere keren over Jezus heeft gesproken. En wat Hij zegt, laat geen ruimte voor halfslachtige conclusies.

“Deze is Mijn geliefde Zoon”

Toen Jezus gedoopt werd, klonk er een stem uit de hemel:

“En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb.”
(Mattheüs 3:17, STV)

God noemt Jezus Zijn geliefde Zoon.

Niet zomaar een boodschapper.
Niet één van vele religieuze leiders.

De Zoon.

De unieke, door God geliefde Zoon in wie de Vader Zijn volkomen welbehagen heeft.

“Hoort Hem”

Later, op de berg der verheerlijking, sprak God opnieuw:

“Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem.”
(Mattheüs 17:5, STV)

Daar staan Mozes en Elia – vertegenwoordigers van de Wet en de profeten.

Maar Gods stem richt alle aandacht op één Persoon:

“Hoort Hem.”

God wijst de wereld naar Zijn Zoon.

God noemt Hem God

De Bijbel gaat nog verder.

Over de Zoon zegt God:

“Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid.”
(Hebreeën 1:8, STV)

Dit is een van de meest indrukwekkende uitspraken in de Schrift.

God de Vader noemt de Zoon:

God.

Jezus is niet slechts een leraar over God.
Hij is God geopenbaard in het vlees.

God heeft alles in Zijn hand gegeven

Jezus zei zelf:

“De Vader heeft den Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven.”
(Johannes 3:35, STV)

De hele geschiedenis van de wereld komt uiteindelijk samen in één Persoon: Christus.

Hij is de Heer.
Hij is de Rechter.
Hij is de Koning die God heeft aangesteld.

De eer van de Zoon

God zegt zelfs iets dat voor velen schokkend klinkt:

“Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren.”
(Johannes 5:23, STV)

God wil dat mensen de Zoon dezelfde eer geven als Hemzelf.

Dat betekent dat niemand neutraal kan blijven tegenover Jezus.

Hij is niet slechts een figuur uit de geschiedenis.

Hij staat in het centrum van Gods plan.

Het leven ligt in de Zoon

De Bijbel zegt:

“En dit is de getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon.”
(1 Johannes 5:11, STV)

En vervolgens:

“Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.”
(1 Johannes 5:12, STV)

Dat zijn eenvoudige maar indringende woorden.

Het eeuwige leven ligt niet in religie.
Niet in goede werken.
Niet in kerkelijke traditie.

Niet in iets anders.

In deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon

“GOD voortijds veelmaals en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon” (Hebreeen 1:1  STV)

Het ligt in de Zoon

Gods uitnodiging

Het hart van het Evangelie is geen dreiging, maar een uitnodiging.

God heeft Zijn Zoon gegeven voor zondaren.

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
(Johannes 3:16, STV)

Dat is het hart van God.

Niet dat mensen verloren gaan.
Maar dat zij tot de Zoon komen.

U kunt vandaag veel meningen horen over Jezus.

Maar uiteindelijk blijft één vraag over:

Wat doet ú met Gods Zoon?

De Schrift zegt:

“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien.”
(Johannes 3:36, STV)

Het Evangelie is daarom niet zomaar wat dorre theorie.

Zie het dan maar als een uitnodiging

Kom tot Christus.
Vertrouw Hem.
En ontvang het leven dat God in Zijn Zoon heeft gelegd.

Gered, Titus 3 vers 4

 

De context van Titus 3:4-5

3 Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde en elkander hatende.
4 Maar wanneer de goedertierenheid van God onzen Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is,
5 Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes;
6 Denwelken Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onzen Zaligmaker;
7 Opdat wij gerechtvaardigd zijnde door Zijn genade, erfgenamen zouden worden naar de hope des eeuwigen levens.
8 Dit is een getrouw woord, en deze dingen wil ik dat gij ernstiglijk bevestigt, opdat degenen die aan God geloven, zorg dragen om goede werken voor te staan. Deze dingen zijn het die goed en nuttig zijn den mensen.

De misvatting van de ‘vijfvoudige bediening’

In evangelische en charismatische kringen hoor je het regelmatig:

“De kerk functioneert pas goed als de vijfvoudige bediening hersteld is.”

Daarmee doelt men dan op Efeze 4:11:

“En Hij heeft sommigen gegeven tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars;” (Efeze 4:11 STV)

Op basis van deze tekst wordt een compleet leiderschapsmodel gebouwd. Apostelen. Profeten. Evangelisten. Herders. Leraars.

Maar is dat wat Paulus hier leert?

Of wordt hier iets ingelegd wat de tekst zelf niet zegt?

Wat staat er werkelijk?

Paulus zegt niet dat Christus titels gaf.
Hij zegt dat Christus mensen gaf.

En waarom?

“Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus;” (Efeze 4:12 STV)

Het doel is toerusting. Opbouw. Geestelijke volwassenheid.

Niet hiërarchie.
Niet een machtsstructuur.
Niet een apostolische rangorde.

Een fundament wordt niet opnieuw gelegd

Wie Efeze 4 leest zonder Efeze 2 te lezen, leest half.

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;” (Efeze 2:20 STV)

Een fundament leg je één keer.

Apostelen en profeten worden hier niet gepresenteerd als een doorlopend bestuursmodel, maar als fundament.

Fundamenten worden niet periodiek geüpdatet.
Ze worden gelegd, en daarna bouw je erop verder.

Zuiver Bijbels gezien is dit cruciaal. De Gemeente had een funderende beginfase waarin apostolisch gezag en openbaring functioneerden. Die fase was uniek. Onherhaalbaar. Canonvormend.

Wanneer dat fundament gelegd is, ga je niet opnieuw fundamenten uitgraven om ze opnieuw te leggen.

Alles op zijn kop

Binnen de New Apostolic Reformation wordt Efeze 4 anders gelezen.

Daar wordt geleerd:

  • dat er vandaag opnieuw apostelen moeten zijn
  • dat profeten richting geven aan gemeenten
  • dat de kerk pas volwassen wordt onder apostolische dekking
  • dat herders eigenlijk onder apostolisch gezag functioneren

Maar daarmee gebeurt iets wat bloedlink is

De tekst over opbouw wordt een model voor machtsstructuur.
De gave wordt een rang.
De bediening wordt een positie.

En het fundament wordt een permanent bestuursorgaan.

Wat gebeurt er met het Schriftgezag?

Men zegt :

“Wij voegen niets toe aan de Bijbel.”

Maar als ‘profeten’ richtinggevende woorden spreken, als ‘apostelen’ strategische openbaringen ontvangen, als er gesproken wordt over ‘nieuwe bewegingen van de Geest’ die de kerk moet volgen, dan ontstaat er in feite een tweede gezagslaag.

Daartegenover zegt Judas:

“…dat gij strijdt voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is.” (Judas 1:3 STV)

Éénmaal.

Niet generatie na generatie aangevuld.
Niet periodiek vernieuwd.
Niet via ‘hedendaagse openbaringsdragers’.

Herders en leraars: de vergeten ruggengraat

Opmerkelijk genoeg worden in veel van deze kringen herders en leraars de “verzorgers”, terwijl apostelen de visionairs worden.

Maar in het Nieuwe Testament zien we dat juist onderwijs de gemeente beschermt tegen dwaling.

Efeze 4 spreekt over ‘niet meer als kinderen heen en weer geslingerd worden door wind van leer.’

Wanneer onderwijs ondergeschikt wordt gemaakt aan profetische dynamiek, gebeurt precies het tegenovergestelde.

Dan wordt de gemeente afhankelijk van het ‘nieuwste woord.’

Bijbelse helderheid

Als we Schrift met Schrift vergelijken, ontstaat een heldere lijn:

Apostelen en profeten – funderend.
Evangelisten – verkondigend.
Herders en leraars – opbouwend en bewakend.

Het fundament is gelegd.
De openbaring is gegeven.
De canon is compleet.

Wat blijft is verkondiging en onderwijs op basis van dat fundament.

Niet herstel van titels.
Niet herintroductie van gezagsambten.
Niet een nieuw apostolisch tijdperk.

De echte vraag

Waarom is er toch zo’n aantrekkingskracht naar ‘apostolisch leiderschap’?

Omdat titels kracht suggereren.
Omdat macht en structuur zekerheid geeft.
Omdat ‘nieuwe woorden’ spannender klinken dan oude Schrift.

Maar de Gemeente wordt niet gebouwd op charisma.
Niet op hiërarchie.
Niet op moderne apostelen.

Zij is gebouwd op Christus, en op het eenmaal gelegde apostolische fundament.

Wie dat fundament vervangt door een systeem, hoe vroom ook verpakt, ondergraaft het huis van God.

En dat is geen herstel.

Dat is verschuiving

Geverifieerd door MonsterInsights