Zijn er vandaag nog profeten? Het Bijbelse antwoord

Zijn er vandaag nog profeten?

Zijn er vandaag nog profeten in Bijbelse zin? Dit blog laat vanuit Oude en Nieuwe Testament zien waarom moderne profetieclaims kritisch getoetst moeten worden aan de Schrift.

Over weinig onderwerpen wordt in sommige christelijke kringen zo snel en zo makkelijk gesproken als over profetie. Wie een indruk deelt, een persoonlijk woord uitspreekt of zegt: God liet mij zien, krijgt al gauw het etiket profetisch opgeplakt. Maar de vraag is niet hoe populair dat taalgebruik is. De vraag is veel scherper: zijn er vandaag nog profeten in de Bijbelse zin van het woord?

Dat is geen academische vraag. Het gaat hier om de vraag of iemand namens God spreekt. En zodra een mens dat claimt, is het niet meer vrijblijvend,maar ligt er een zware claim. Want als God spreekt, dan spreekt Hij waarheid. Dan spreekt Hij met gezag. Dan spreekt Hij niet aarzelend, half raak of voor meerdere uitleg vatbaar. Dan spreekt Hij als God.

Juist daarom is zoveel modern jargon zo gevaarlijk. Het klinkt geestelijk, maar maakt Gods spreken vaak kneedbaar, feilbaar, vloeibaar en subjectief. En dat is niet zomaar een randzaak. Dat raakt het hart van de vraag hoe de gemeente van Jezus Christus leeft: uit Gods Woord, óf uit menselijke ingevingen in geestelijke verpakking.

 

Wat is een profeet volgens de Bijbel?

Een profeet is in de Bijbel geen religieuze sfeermaker, geen spirituele trendwatcher en geen christelijke voorspeller met een redelijk hoog slagingspercentage. Een profeet is een door God geroepen en gezonden boodschapper, die Gods woorden spreekt.

De HEERE zegt:

“Ik zal Mijn woorden in zijn mond geven, en hij zal tot hen spreken alles, wat Ik hem gebieden zal” (Deuteronomium 18:18) (STV).

Daar hebben we de kern. Een profeet spreekt niet uit zichzelf. Hij spreekt niet uit zijn hart, niet uit zijn intuïtie en niet uit zijn religieuze gevoeligheid. Hij spreekt wat God hem opdraagt te spreken. Daarom draagt Bijbelse profetie goddelijk gezag.

Dat verklaart ook gelijk waarom de Schrift zo scherp spreekt over valse profeten. Jeremia 23 zegt:

“Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, nochtans hebben zij geprofeteerd” (Jeremia 23:21) (STV).

Dat is ontmaskerend. Iemand kan heel druk bezig zijn, vroom klinken, overtuigend overkomen en tóch niet door God gezonden zijn. De Bijbel kent dus wel degelijk religieuze sprekers die de taal van God gebruiken zónder een woord van God te hebben.

 

De profeet in het Oude Testament

In het Oude Testament staat de profeet vaak als spreekbuis van God tegenover Israël, Juda, koningen, priesters en soms ook tegenover de volken. Hij roept op tot bekering, ontmaskert zonde, kondigt oordeel aan, wijst op Gods trouw en spreekt over toekomende gebeurtenissen. Maar in alles blijft de kern dezelfde: hij spreekt namens God.

Juist daarom is de maatstaf ook zo hoog. De Schrift zegt:

“Doch de profeet, die stoutelijk in Mijn Naam zal spreken een woord, dat Ik hem niet geboden heb te spreken, of die spreken zal in den naam van andere goden, dezelve profeet zal sterven” (Deuteronomium 18:20) (STV).

En dan volgt de bekende toetssteen:

“Wanneer die profeet in den Naam des HEEREN zal hebben gesproken, en dat woord geschiedt niet, en komt niet, dat is het woord niet, dat de HEERE gesproken heeft” (Deuteronomium 18:22) (STV).

Daarmee is de zaak in feite al beslist. Een ware profeet van God zit niet “meestal goed”. Hij spreekt waarheid, omdat God waarheid spreekt. In het Oude Testament bestaat geen veilige categorie van profeten die vaak missen, en toch nog als ware profeten gezien moeten worden.

Dat is een frontale aanrijding met veel moderne ‘profetiepraktijk’. Tegenwoordig kan iemand herhaaldelijk iets “profeteren” dat niet uitkomt, om daarna gewoon verder te gaan alsof er niets is gebeurd. Men haast zich dan te zeggen dat ‘mensen feilbaar zijn’, dat ‘niemand volmaakt’ is, dat ‘het woord verkeerd ontvangen’ of ‘verkeerd uitgelegd’ was. Maar de Schrift is op dit punt veel duidelijker dan de moderne praktijk:

.Een woord dat niet uitkomt, is niet door de HEERE gesproken.

 

Niet alleen voorzeggend, ook leerstellig toetsbaar

De Bijbelse toets gaat nog verder. Niet alleen de vraag of een profetie uitkomt is beslissend. Ook de vraag waartoe iemands spreken leidt, is doorslaggevend. Deuteronomium 13 maakt duidelijk dat zelfs een teken of wonder iemand nog niet tot ware profeet maakt, wanneer zijn boodschap mensen van de HEERE afleidt.

Met andere woorden: ware profetie is niet alleen feitelijk waar, maar ook leerstellig trouw. Een profeet bevestigt Gods eerder geopenbaarde waarheid. Hij staat daar niet boven, hij werkt daar niet tegenin en hij vervangt die niet door ‘nieuwe geestelijke vondsten’.

Jeremia zegt :

“Maar zo zij in Mijn raad hadden gestaan, zo zouden zij Mijn volk Mijn woorden hebben doen horen, en zouden hen afgekeerd hebben van hun bozen weg, en van de boosheid hunner handelingen” (Jeremia 23:22) (STV).

Dát is het morele kenmerk van ware profetie. Deze  vleit niet. Sust niet. Laat mensen niet lekker gaarkoken in hun beleving. Maar brengt Gods woorden en roept terug naar God.

 

De profeet in het Nieuwe Testament

Ook in het Nieuwe Testament blijft de kern gelijk: de profeet spreekt uit God en niet uit zichzelf. Maar de plaats van profeten staat nu in het licht van Christus, Zijn volbrachte werk en de vorming van de gemeente.

Paulus schrijft dat de gemeente is:

“Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen” (Efeziërs 2:20) (STV).

Dat is een sleuteltekst. Apostelen en profeten horen bij het fundament van de gemeente. En een fundament leg je niet steeds opnieuw. Een fundament is eenmalig, dragend en onherhaalbaar.

In Efeziërs 3:5 zegt Paulus ook dat de verborgenheid van Christus

“nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest” (STV).

Dat wijst op een bijzondere, funderende fase van openbaring in het begin van de nieuwtestamentische gemeente.

In Handelingen zie je dat nieuwtestamentische profeten inderdaad concrete openbaring ontvingen. Van Agabus staat dat hij

“gaf te kennen door den Geest, dat er een grote hongersnood zou wezen over de gehele wereld” (Handelingen 11:28) (STV).

later zegt hij:

“Dit zegt de Heilige Geest” (Handelingen 21:11) (STV).

Ook hier gaat het dus niet om losse indrukken, maar om spreken met een direct beroep op God.

 

Profetie in de gemeente moet getoetst worden

Tegelijk laat het Nieuwe Testament zien dat profetisch spreken in de gemeente ook onderscheiden en beoordeeld moet worden. Paulus schrijft:

“En dat twee of drie profeten spreken, en dat de anderen oordelen” (1 Korinthe 14:29) (STV).

Dat betekent niet dat profetie onzeker of halfgezaghebbend zou zijn. Het betekent dat de gemeente niet geroepen is tot goedgelovigheid, maar tot geestelijk onderscheid. Profetie schuwt toetsing niet.

Paulus voegt nog toe:

“De geesten der profeten zijn den profeten onderworpen. Want God is niet een God van verwarring, maar van vrede” (1 Korinthe 14:32-33) (STV).

Daarmee wordt veel moderne chaos en grootspraak meteen ontmaskerd. Waar men zich beroept op de Geest om wanorde, hysterie, druk of onaantastbaarheid te rechtvaardigen, botst dat frontaal met 1 Korinthe 14. God is niet een God van verwarring. Ware profetie is niet manipulatief, niet oncontroleerbaar en niet chaotisch.

 

Zijn er vandaag nog profeten in Bijbelse zin?

Daarmee komen we bij de kernvraag van dit blog.

Als hiermee bedoeld wordt: mensen die vandaag rechtstreeks door God geïnspireerde, onfeilbare openbaring ontvangen en spreken met hetzelfde soort gezag als de profeten in de Schrift, dan is het Bijbelse antwoord naar mijn stellige overtuiging: nee.

De reden is eenvoudig en zwaarwegend. De gemeente is gebouwd op het fundament van apostelen en profeten. Dat fundament is gelegd. Bovendien schrijft Judas dat wij moeten strijden

“voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is” (Judas:3) (STV).

Dat geloof wordt niet voorgesteld als een voortdurende stroom van nieuwe openbaringen, maar als een eenmaal overgeleverd geheel van waarheid dat bewaard moet worden.

Dat is beslissend. De gemeente moet niet voortdurend op zoek naar nieuwe indrukken of woorden van God, maar leren leven uit het Woord dat God reeds gegeven heeft.

Wie vandaag dus zegt: God sprak tot mij en dat bedoelt als nieuw, gezaghebbend, bindend spreken van God voor de gemeente, begeeft zich op glad ijs waar het Nieuwe Testament geen veilige ruimte laat.

 

Wat dan met moderne profetieclaims?

Hier wordt het schrijnend. Moderne profetieclaims willen vaak wel de uitstraling van goddelijk gezag, maar niet de toetsing van goddelijk gezag.

Men zegt: De Heere liet mij zien.
Maar als het niet uitkomt, heet het ineens: niemand is volmaakt.
Men zegt: dit is een woord van God.
Maar als het inhoudelijk scheef blijkt, heet het ineens: je moet het niet zo zwaar maken.
Men zegt: raak de gezalfde des Heeren niet aan.

Terwijl de Schrift zegt:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede” (1 Thessalonicenzen 5:21) (STV).

Dat is precies de dubbelzinnigheid die zo link is. Men gebruikt taal die past bij goddelijke openbaring, maar zodra toetsing volgt, trekt men zich terug in menselijke feilbaarheid. Zo wordt het heilige spreken van God misbruikt en tegelijk afgezwakt.

Deuteronomium 18 laat daar niets van heel. Een woord dat niet uitkomt, is niet door de HEERE gesproken. Niet bijna waar. Niet verkeerd toegepast. Niet menselijk gebrekkig doorgegeven. Niet door de HEERE gesproken.

 

Is er dan helemaal niets profetisch vandaag?

Jawel, maar hier moet het onderscheid messcherp blijven.

Er kunnen vandaag zeker predikers, leraren of gelovigen zijn die scherp, ontdekkend, actueel en schriftgetrouw spreken. Hun bediening kan diepe indruk maken, zonde ontmaskeren, troosten, waarschuwen en de vinger leggen bij de tijdgeest. In die afgeleide zin noemen sommigen dat “profetisch”.

Maar dat is ten anderen maal iets anders dan het Bijbelse profetenambt.

Daar gaat het niet om ‘nieuwe openbaring’, maar om sterke , duidelijke toepassing van reeds gegeven openbaring. Niet: God gaf mij een nieuw woord. Wel: Gods Woord spreekt helder en indringend over deze situatie.

Dat verschil is allesbepalend. Zodra dat verschil vervaagt, wordt de gemeente van Jezus Christus vatbaar gemaakt voor subjectivisme, willekeur en geestelijke misleiding.

 

Hoe herken je een valse profeet?

De Schrift laat ook hierover geen mist hangen. Een valse profeet is iemand die spreekt zonder werkelijk door God gezonden te zijn. Hij spreekt uit eigen hart. Zijn woorden blijken niet betrouwbaar. Hij wijkt af van Gods geopenbaarde waarheid. Hij schuift zichzelf naar voren. Hij duldt geen toetsing. Hij veroorzaakt verwarring in plaats van vrede.

Johannes waarschuwt daarom:

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld” (1 Johannes 4:1) (STV).

Dát is nog steeds de roeping van de gemeente. Niet alles bewonderen. Niet alles klakkeloos aannemen. Niet achter elk religieus geluid aanlopen. Maar toetsen.

 

De gemeente heeft geen nieuwe profeten nodig

De kern van het probleem ligt uiteindelijk hier: veel christenen leven alsof de Schrift op zichzelf niet genoeg is. Alsof er steeds weer verse hemelse input nodig is om echt geestelijk te kunnen leven. Alsof de gemeente geen bestaansrecht heeft zonder nieuwe profeten, nieuwe woorden, nieuwe openbaringen en nieuwe indrukken.

Dat is niet de weg van het Nieuwe Testament

De gemeente van Christus heeft geen tekort aan openbaring. Er is tekort aan gehoorzaamheid aan de openbaring die al gegeven is. De oplossing is daarom niet: meer moderne profeten. De oplossing is: meer eerbied voor het geschreven Woord van God.

De vraag is niet of wij nieuwe stemmen kunnen vinden. De vraag is of wij willen buigen voor het spreken van God in de Schrift.

 

Dus: zijn er vandaag nog profeten?

Niet in de Bijbelse zin van het woord

Er zijn vandaag geen nieuwe Jesaja’s, Jeremia’s of Agabussen die met goddelijk gezag aanvullende openbaring aan de gemeente geven. Het fundament is gelegd. Het geloof is eenmaal overgeleverd. De Schrift is gegeven. De norm ligt vast.

Wat er wel kan zijn, zijn predikers en gelovigen die op indringende en Bijbelgetrouwe wijze spreken. Maar dat is geen vrijbrief om hen “profeet” te noemen in de zware, Bijbelse betekenis van dat woord, met de dikwijls impliciete gezagsclaims de er aan vast zitten.

De juiste weg is nog steeds de oudste weg: terug naar de Schrift. Als een Bereër. Niet leven van ‘nieuwe woorden’, maar van het Woord van God. Niet achter moderne profeten aanlopen, maar luisteren naar en buigen voor wat de Geest reeds heeft gesproken in de Schrift.

Waar de gemeente de genoegzaamheid van de Bijbel loslaat, wordt zij prooi van menselijke willekeur  Maar waar zij zich weer buigt onder Gods Woord is er vaste grond.

De moderne honger naar profeten klinkt vaak geestelijk, maar is in werkelijkheid vaak een symptoom van onvrede met de eenvoud en genoegzaamheid van de Schrift. Men wil meer. Directer. Spannender. Persoonlijker. Spectaculairder.

Maar juist daar gaat het mis.

Wie leert leven van nieuwe woorden, verliest al snel de vaste grond van het Woord. En wie het geschreven Woord van God minder genoegzaam gaat vinden, maakt zichzelf klaar voor misleiding.

Daarom is de meest nuchtere en Bijbelse conclusie ook de scherpste: de gemeente van Jezus  Christus heeft vandaag niet meer profeten nodig, maar meer trouw aan de Schrift.

zie ook:

Profeten zonder toetsing 

Hedendaagse profeten zonder verantwoording 

Apostelen vandaag? 

De charismatische implosie: wat ging er mis, en wat nu 

 

Profetie bij Frontrunners: Bijbels of gevaarlijke geestelijke misleiding?

Het klinkt vroom, maar dat bewijst niets

Profetie bij Frontrunners staat volop in de belangstelling, maar de grote vraag is of deze moderne vorm van profetie werkelijk Bijbels is. In dit artikel wordt dit scherp getoetst aan de Schrift, met aandacht voor valse profeten, geestelijk gezag en de vraag of menselijke indrukken ten onrechte als woorden van God worden gebracht.

In kringen waar veel gesproken wordt over profetie, woorden van kennis, indrukken, dromen en persoonlijke leiding, ontstaat al snel een sfeer waarin kritiek verdacht wordt gemaakt. Wie vragen stelt, zou de Geest uitdoven. Wie toetst, zou te verstandelijk zijn. Wie waarschuwt, zou liefdeloos zijn.

Maar dat is niet Bijbels.

De Bijbel leert nergens dat christenen alles maar moeten aannemen wat geestelijk klinkt. Integendeel. De Bijbel roept op tot onderscheidingsvermogen.

“Veracht de profetieën niet. Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” 1 Thessalonicenzen 5:20–21 (STV)

Daarmee valt veel moderne profetiecultuur al door de mand. Want waar toetsing lastig wordt gemaakt, is meestal iets te verbergen.

Het echte probleem van profetie bij Frontrunners

Het probleem met profetie bij Frontrunners is niet dat men over de Heilige Geest spreekt. Het probleem is ook niet dat men gelooft dat God werkt. Het echte probleem is dat indrukken, gedachten en innerlijke gevoelens soms gebracht worden met een gewicht dat alleen Gods Woord toekomt.

Dáár zit het gevaar.

Een mens kan iets ervaren. Een mens kan iets denken. Een mens kan sterk de indruk hebben dat God iets wil zeggen. Maar zodra die mens dat uitspreekt alsof het rechtstreeks van God komt, betreedt hij heilige grond. Dan gaat het niet meer om een advies, maar om een claim op goddelijk gezag.

En juist daar moet de gemeente wakker zijn.

Want het verschil tussen “ik denk dit” en “de Heere zegt” is gigantisch. Toch wordt die kloof in moderne profetische kringen vaak moeiteloos overbrugd. Dat is niet onschuldig. Dat is gevaarlijk.

De Bijbel waarschuwt hard tegen spreken uit eigen hart

De moderne religieuze wereld spreekt vaak zacht over iets waar de Schrift keihard over spreekt. God waarschuwt in Zijn Woord indringend tegen mensen die spreken zonder dat Hij hen gezonden heeft.

“Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, nochtans hebben zij geprofeteerd.” Jeremia 23:21 (STV)

Dat is helder. Niet iedereen die rent, is gezonden. Niet iedereen die spreekt, spreekt namens God. Niet iedereen die indruk maakt, is een werktuig van de Heere.

En nog scherper:

“Zij spreken een gezicht huns harten, niet uit des HEEREN mond.” Jeremia 23:16 (STV)

Dat raakt de kern van het probleem. Spreken mensen uit Gods mond, of uit hun eigen hart? Dat is de vraag die bij profetie bij Frontrunners zonder angst gesteld moet worden.

Profetie bij Frontrunners kritisch getoetst

Een van de meest schadelijke effecten van moderne profetiecultuur is dat christenen langzaam gaan geloven dat de Schrift blijkbaar niet genoeg is. Er moet nog iets extra’s bij. Een persoonlijk woord. Een bevestiging. Een droom. Een profetische aanwijzing. Een richtinggevend woord voor jouw situatie.

Maar de Bijbel zelf zegt het tegenovergestelde.

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.” 2 Timotheüs 3:16–17 (STV)

Volmaakt toegerust.

Door de Schrift

Niet half toegerust. Niet bijna voldoende. Niet bruikbaar mits aangevuld met moderne profetische input. Nee: de Schrift is genoeg. Dat maakt veel van de hedendaagse profetische honger verdacht. Want waar men voortdurend op zoek blijft naar extra woorden, verraadt men vaak dat men het geschreven Woord niet meer als voldoende ervaart.

Profetie bij Frontrunners en geestelijke afhankelijkheid

Waar profetie bij Frontrunners centraal komt te staan, dreigt nog iets anders: gelovigen raken afhankelijk van geestelijke tussenpersonen. Zij gaan wachten op woorden, bevestigingen en indrukken van anderen. Zij leren niet meer eenvoudig wandelen in geloof en gehoorzaamheid, maar gaan leven van signalen en spontane uitspraken.

Dat is geen geestelijke groei. Dat is geestelijke infantiliteit.

De gezonde christen vraagt niet voortdurend: heeft iemand nog een woord voor mij? De gezonde christen vraagt: wat heeft God in Zijn Woord gezegd?

“Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.” Psalm 119:105 (STV)

Niet: de indruk van een spreker is een lamp voor mijn voet. Niet: een conferentie-ervaring is een licht op mijn pad. Niet: een profetisch moment bepaalt mijn koers. Gods Woord doet dat.

Moderne profetie creëert vaak druk in plaats van vrijheid

Dat is een punt dat zelden eerlijk benoemd wordt. Moderne profetiecultuur klinkt vaak vrij, spontaan en levendig, maar in de praktijk maakt zij mensen geregeld onzeker en afhankelijk.

Heb ik het juiste woord ontvangen?
Moet ik nog wachten op bevestiging?
Was die indruk van God?
Heb ik iets gemist?
Wat als ik een profetisch woord negeer?

Zie je wat er gebeurt? De gelovige wordt niet steviger verankerd in Christus, maar juist instabieler gemaakt. Niet rustiger, maar nerveuzer. Niet Schrift vaster, maar ervaringsafhankelijker.

Dat is een slechte vrucht. En slechte vrucht moet serieus genomen worden.

Toetsen is geen ongeloof maar gehoorzaamheid

Sommigen doen alsof kritiek op profetie bij Frontrunners voortkomt uit hardheid of ongeloof. Maar dat is een goedkope verdedigingslinie. De Bijbel zelf beveelt toetsing.

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.” 1 Johannes 4:1 (STV)

Vele valse profeten. Niet enkele. Niet zeldzame uitzonderingen. Vele.

Dus wie toetst, is niet koud. Wie toetst, is gehoorzaam. Wie toetst, neemt God serieus. Wie toetst, beschermt de gemeente tegen religieuze misleiding.

Het gevaar van een vrome verpakking

De gevaarlijkste leugen is vaak niet de openlijke leugen, maar de religieus verpakte leugen. Niet de botte aanval, maar de zachte stem die zegt dat God gesproken heeft, terwijl dat niet zo is.

Daarom is profetie bij Frontrunners geen onschuldig onderwerp. Het gaat hier om waarheid, gezag en de vraag wie werkelijk spreekt. Als mensen hun eigen gedachten presenteren als goddelijke leiding, dan wordt de grens tussen hemel en mens vervaagd. Dat is ernstig.

Deuteronomium laat zien hoe zwaar God dit neemt. Niet omdat Hij kleinzielig is, maar omdat Zijn Naam heilig is. Niemand mag achteloos namens Hem spreken.

Gods Woord is genoeg

De gemeente van Jezus Christus heeft geen nieuwe profetische rage nodig. Zij heeft waarheid nodig. Zij heeft herders nodig die het Woord openen. Zij heeft mannen nodig die niet imponeren met sfeer, maar die buigen voor de Schrift. Zij heeft geen podiumchristendom nodig, maar heilige ernst.

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.” Efeze 2:20 (STV)

Dat fundament ligt. De gemeente hoeft niet te leven van een constante stroom nieuwe gezaghebbende woorden.

De kerk moet leven uit Christus, door het Woord, in de kracht van de Heilige Geest.

Profetie bij Frontrunners moet niet beoordeeld worden op enthousiasme, sfeer, populariteit of charisma. De enige eerlijke vraag is: is het waar, is het schriftuurlijk, en is het werkelijk van God?

Wanneer menselijke indrukken worden opgeblazen tot goddelijke boodschappen, is dat geen geestelijke verdieping maar misleiding. Wanneer gelovigen afhankelijk worden gemaakt van woorden, indrukken en conferenties, is dat geen groei maar vervreemding van de eenvoud die in Christus is. Wanneer toetsing verdacht wordt gemaakt, is dat geen teken van kracht maar van zwakte.

De gemeente moet terug naar de vaste grond.

Niet de hype.
Niet de sfeer.
Niet de indruk.
Niet de religieuze bravoure.

Maar het Woord van God.

En dat Woord is genoeg.

lees meer:

valse profeten – Bijbelse basis

extern:

Omstreden gebedsgenezer gaat ondanks felle kritiek door: ‘In september een kerk in Zeeland’ | Nieuws | PZC.nl

Tom de Wal, Ben Kroeske en de invloed van Rodney Howard-Browne – Leven met God en de Bijbel

Dominion-denken: een frontale aanrijding met het Nieuwe Testament

Een idee dat oppervlakkig  en strikt horizontaal bekeken vroom klinkt, maar bij nader onderzoek diep problematisch blijkt: ‘het dominion-denken’

In steeds meer evangelische en charismatische kringen voet aan de grond

De gedachte is simpel:
Christenen zouden geroepen zijn om de wereld te domineren. Cultuur, politiek, onderwijs, economie en media zouden onder christelijke heerschappij moeten komen. De kerk moet de aarde “terugnemen”. Sommige varianten leren zelfs dat Christus pas kan terugkomen wanneer de kerk de wereld onder controle heeft gebracht.

Het klinkt triomfantelijk. Het klinkt krachtig.
Maar het staat haaks op de boodschap van het Nieuwe Testament.

Christus ontkent zelf een aards dominion

Van de Here Jezus werd ook verwacht een politieke messias te worden. Het volk wilde Hem zelfs eventueel met geweld koning maken. De verwachting was duidelijk: Israël moest de wereld gaan domineren.

“De mensen dan, gezien hebbende het teken dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou.

Jezus dan, wetende dat zij zouden komen en Hem met geweld nemen, opdat zij Hem koning maakten, ontweek wederom op den berg, Hij Zelf alleen.” Johannes 6:14-15 (STV)

Hij wijst dit bij gelegenheid resoluut af.

“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.”
Johannes 18:36 (STV)

Dit vers is vernietigend voor dominion-denken.

Als het Koninkrijk van Christus werkelijk bedoeld was als een politieke wereldmacht, zouden Zijn volgelingen hebben gevochten. Maar Christus zegt expliciet: dat doen zij niet.

Waarom niet?
Omdat Zijn Koninkrijk een andere oorsprong heeft.

De gemeente is geen machtsblok maar integendeel: een volk van vreemdelingen op aarde

Dominion-denken maakt van de kerk een instrument van maatschappelijke macht.

Maar het Nieuwe Testament beschrijft gelovigen totaal anders.

“Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel.”
1 Petrus 2:11 (STV)

Een vreemdeling probeert geen wereldrijk te bouwen.
Een vreemdeling is op doorreis.

Paulus zegt hetzelfde:

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.”
Filippenzen 3:20 (STV)

De gemeente kijkt niet naar beneden om de wereld te regeren.
Maar kijkt omhoog en verwacht Christus.

De Bijbel voorzegt geen christelijke wereld

Dominion-denken gaat uit van een onbijbels scenario: de kerk zal de wereld transformeren.

Maar de apostelen spreken over toenemende misleiding en afval.

De wereld wordt niet geleidelijk het Koninkrijk van God.

Christus moet persoonlijk terugkomen om Zijn Koninkrijk te vestigen.

Daarom zegt de Schrift:

“Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.”
Hebreeën 13:14 (STV)

Het christelijk geloof is geen project om de wereld te perfectioneren.
Het is een verwachting van een komende wereld.

De misbruikte tekst uit Genesis

Dominion-theologie grijpt vaak terug op Genesis: de mens moest de aarde onderwerpen.

Maar er wordt iets cruciaals vergeten.

Die opdracht werd gegeven vóór de zondeval.

Sinds de val is de wereld onder de macht van zonde en dood gekomen. Het Nieuwe Testament spreekt zelfs over satan als:

“den god dezer eeuw”
2 Korinthe 4:4 (STV)

Het herstel van de menselijke heerschappij gebeurt niet via kerkelijke machtspolitiek, maar via Christus, de laatste Adam.

Zijn Koninkrijk wordt niet opgebouwd door campagnes of politieke invloed of groeimodellen,  maar geopenbaard bij Zijn wederkomst.

Dominion-denken lijkt verdacht veel op de oude messiaanse misvatting

De ironie is opvallend.

Dezelfde fout die het volk Israël in de dagen van Jezus maakte, wordt vandaag opnieuw gemaakt.

Men verwacht een aardse messiaanse heerschappij vóór de komst van de Koning.

Maar het Nieuwe Testament leert precies het tegenovergestelde.

Eerst komt:

  • prediking
  • afval
  • opname van de Gemeente
  • verdrukking

Pas daarná komt het Koninkrijk

Niet eerder.

Wanneer de kerk macht zoekt

Dominion-denken verandert het karakter van het christendom.

Het verschuift de focus van:

evangelie → naar macht
heiliging → naar invloed
verwachting → naar controle

Maar de gemeente is geen revolutionaire beweging.

Zij is het lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.”
Kolossenzen 1:18 (STV)

Een lichaam voert geen politieke strijd om wereldheerschappij op eigen initatief.
Een lichaam leeft uit het Hoofd.

De roeping van de gemeente

Het Nieuwe Testament kent een totaal andere opdracht:

  • het evangelie verkondigen
  • discipelen maken
  • apart gezet leven
  • het lichaam van Christus opbouwen
  • uitzien naar Zijn komst

Niet: de wereld domineren.

De gemeente is geen regering.

Zij is een levend organisme in gemeenschap met de Heer.

De dingen zoekend die boven zijn.  (Kolossenzen 3:1-3)

De fatale vergissing

Dominion-denken probeert het Koninkrijk van God eigenmachtig  naar voren te trekken in de geschiedenis.

Maar het Koninkrijk komt niet door menselijke inspanning.

Het komt door de verschijning van de Koning.

Daarom eindigt het Nieuwe Testament niet met een oproep om de wereld te domineren.

Het eindigt met een gebed.

“Ja, kom, Heere Jezus!”
Openbaring 22:20 (STV)

Dát is de hoop van de schepping

Niet dominion.

Maar wederkomst.

lees ook:

Dominion-theologie en de zeven bergen: opdracht of machtsdroom?

Is de gemeente geroepen om nu te heersen over de aarde?

De New Apostolic Reformation


extern:
https://www.cwowi.eu/weekly-thoughts-nl-wekelijkse-gedachten/random-thought-dominion-theology-1
https://nl.wikipedia.org/wiki/Heerschappijtheologie

Dominion theologie ┃ Heersen over de schepping

Geverifieerd door MonsterInsights