Waarom God onvolprezen is volgens de Bijbel

God is onvolprezen, waarom alle lof tekortschiet

Er zijn woorden die wij vaak gebruiken, maar nauwelijks kunnen bevatten. Eén daarvan is: onvolprezen.

Het betekent niet simpelweg dat God veel lof waard is. Het betekent dat Hij méér lof waard is dan mensentaal ooit kan dragen. Zelfs de zuiverste aanbidding blijft kleiner dan Zijn heerlijkheid.

Dat is geen vrome overdrijving. Het is de nuchtere conclusie van de Schrift. God is niet groot omdat mensen Hem groot maken. Hij is groot in Zichzelf.

Hij is niet heerlijk omdat wij Hem prijzen. Wij prijzen Hem omdat Hij heerlijk is.

“Groot is de HEERE, en zeer te prijzen; en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.” Psalm 145:3 (STV)

God is onvolprezen

De mens prijst God niet te veel, maar altijd te weinig

Een van de grootste vergissingen van de moderne mens is dat hij denkt dat lofprijzing iets toevoegt aan God. Alsof God onze erkenning nodig heeft om God te zijn. Maar de Bijbel leert precies het omgekeerde. God is volmaakt, onafhankelijk en heerlijk in Zichzelf. Onze lof maakt Hem niet groter; onze lof erkent dat Hij groter is dan wij kunnen uitspreken.

“Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.” Romeinen 11:36 (STV)

Dat ene vers ontmantelt alle menselijke grootspraak. Alles is uit Hem. Alles bestaat door Hem. Alles heeft zijn uiteindelijke doel in Hem. De mens staat dus niet in het centrum van de werkelijkheid. God wel.

Daarom is aanbidding geen religieuze bijzaak. Het is de enige passende reactie op de realiteit.

 

God is onvolprezen omdat Hij de Schepper is

De Schrift verklaart:

“In den beginne schiep God den hemel en de aarde.” Genesis 1:1 (STV)

Dat is de grondtoon van de Bijbel. God is vóór alles. Hij is de Oorsprong, de Maker, de Bezitter en de Onderhouder van alle dingen. De schepping is geen zelfstandig wonder dat los van God bewonderd kan worden. Zij is een getuigenis van Hem.

“De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.” Psalm 19:2 (STV)

Elke ster, elke ademtocht, elke seconde van ons bestaan wijst terug naar Hem. De mens kan de schepping onderzoeken, benoemen, meten en benutten, maar hij kan haar niet verklaren zonder de Schepper. Wie de schepping losmaakt van God, houdt uiteindelijk alleen materie over zonder betekenis.

God is onvolprezen omdat Hij niet een onderdeel is van de werkelijkheid. Hij is Degene door Wie de werkelijkheid bestaat.

 

God is onvolprezen omdat Hij heilig is

Gods heerlijkheid ligt niet alleen in Zijn macht, maar ook in Zijn heiligheid. Hij is niet slechts sterker dan de mens, maar wezenlijk anders. Hij is rein, rechtvaardig, waarachtig en zonder enige schaduw van kwaad.

“En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen; de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol.” Jesaja 6:3 (STV)

Dit is belangrijk. De Bijbel stelt God niet voor als een vergrote versie van de mens. Hij is geen hemelse projectie van onze verlangens. Hij is de Heilige. Dat betekent dat Hij niet naar beneden getrokken mag worden tot het niveau van menselijke smaak, emotie of religieuze beleving.

Juist daarom schuurt echte Godskennis met veel moderne religie. Waar God vooral wordt voorgesteld als bevestiger van menselijke dromen, verdwijnt Zijn heiligheid naar de achtergrond. Maar een god zonder heiligheid is niet de God van de Bijbel.

God is onvolprezen omdat Hij niet door de mens wordt gedefinieerd. Hij openbaart Zichzelf.

 

God is onvolprezen omdat Zijn wijsheid ondoorgrondelijk is

De mens wil verklaren, beheersen en controleren. God vraagt geloof, ontzag en onderwerping aan Zijn Woord. Niet omdat geloof tegen denken ingaat, maar omdat Gods wijsheid hoger is dan menselijke redenering.

“O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods! Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!” Romeinen 11:33 (STV)

De apostel Paulus eindigt hier niet in speculatie, maar in aanbidding. Dat is veelzeggend. Ware Bijbelkennis maakt een mens niet hoogmoedig, maar ootmoedig. Hoe meer men van Gods raad verstaat, hoe meer men beseft dat God niet in ons systeem past.

“Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.” Jesaja 55:8 (STV)

Daarom is het gevaarlijk wanneer mensen God willen beoordelen met de maatstaf van hun eigen gevoel. God staat niet terecht voor de rechtbank van menselijke voorkeur. De mens staat voor God.

 

God is onvolprezen omdat Hij genadig is

De grootste reden tot lof is niet dat de mens goed is, maar dat God goed is voor schuldige mensen. De Bijbel vleit de mens niet. Zij zegt dat de mens zondaar is, schuldig voor God, onbekwaam om zichzelf te redden. Juist tegen die donkere achtergrond schittert de genade.

“Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.” Romeinen 5:8 (STV)

Let op de volgorde. Christus stierf niet voor mensen die zichzelf eerst hadden opgewerkt tot aanvaardbaarheid. Hij stierf voor zondaars. Dat is genade. Niet God Die de zonde door de vingers ziet, maar God Die in Christus Zelf de grond legt voor verlossing.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave.” Efeze 2:8 (STV)

Genade maakt God niet minder heilig. Genade laat juist zien hoe heilig Hij is. Zonde moest geoordeeld worden. Schuld moest gedragen worden. Verzoening moest werkelijk tot stand komen. En dat heeft God gedaan in Zijn Zoon.

Daarom is God onvolprezen: Hij redt niet ten koste van Zijn rechtvaardigheid, maar in volkomen overeenstemming daarmee.

 

God is onvolprezen omdat Christus Zijn heerlijkheid openbaart

Wie wil weten hoe God Zich ten diepste heeft geopenbaard, moet niet beginnen bij menselijke filosofie, maar bij Christus. In Hem wordt Gods heerlijkheid zichtbaar.

“Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid.” Hebreeën 1:3 (STV)

Christus is niet slechts een leraar over God. Hij is niet slechts een profeet namens God. Hij is het Afschijnsel van Gods heerlijkheid. In Hem woont de volheid.

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.” Kolossenzen 2:9 (STV)

Daarom is elke poging om God te eren terwijl Christus wordt verkleind, innerlijk tegenstrijdig. Men kan de Vader niet werkelijk eren terwijl men de Zoon reduceert. De Schrift legt de heerlijkheid van God open in de Persoon, de vernedering, de dood, de opstanding en de verhoging van de Heere Jezus Christus.

“Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren.” Johannes 5:23 (STV)

Dat is een krachtig apologetisch punt. Bijbels geloof is niet algemeen religieus. Het is Christusgericht. De lof op God krijgt haar volle inhoud in de erkenning van de Zoon.

 

God is onvolprezen omdat het kruis Zijn recht en liefde samenbrengt

Het kruis is geen tragisch einde van een idealist. Het is het middelpunt van Gods verlossingswerk. Daar wordt zichtbaar wat geen mens had kunnen bedenken: Gods oordeel over de zonde en Gods liefde tot zondaren komen samen in Christus.

“Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” 2 Korinthe 5:21 (STV)

Hier valt alle religieuze zelfhandhaving weg. De mens wordt niet gered door eigen verbetering, kerkelijke vormen, rituelen, wetsonderhouding of geestelijke prestaties. Hij wordt gered door het volbrachte werk van Christus.

“Het is volbracht.” Johannes 19:30 (STV)

Die woorden zijn geen poëtische verzuchting. Zij zijn de triomfkreet van de Verlosser. Wat nodig was tot verzoening, is gedaan. Wat de mens niet kon dragen, heeft Christus gedragen. Wat de mens niet kon volbrengen, heeft Hij volbracht.

Daarom is God onvolprezen: Hij heeft Zelf voorzien in de weg tot behoud.

 

God is onvolprezen omdat Zijn trouw niet wankelt

Mensen zijn veranderlijk. Overtuigingen verschuiven. Kerken kunnen dwalen. Leiders kunnen vallen. Culturen komen en gaan. Maar God blijft Dezelfde.

“Want Ik, de HEERE, word niet veranderd.” Maleachi 3:6 (STV)

Dat is geen koude leerstelling, maar een diepe troost. Gods trouw rust niet op de kracht van de mens. Zijn beloften zijn geworteld in Zijn eigen Wezen. Wat Hij spreekt, staat vast. Wat Hij belooft, zal Hij doen.

“Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen.” 2 Timotheüs 2:13 (STV)

Juist daarom verdient God niet tijdelijke, oppervlakkige of emotionele lof, maar blijvende aanbidding. Hij is trouw wanneer mensen falen. Hij is waarachtig wanneer mensen liegen. Hij is onveranderlijk wanneer alles beweegt.

 

De apologetische spits

Waarom is God onvolprezen? Omdat geen enkel alternatief Hem kan vervangen.

Een mensgerichte levensbeschouwing kan misschien spreken over moraal, maar niet verklaren waarom goed en kwaad werkelijk gezag hebben. Een puur materialistisch wereldbeeld kan materie beschrijven, maar geen uiteindelijke zin geven. Religie zonder Christus kan vroom klinken, maar lost het probleem van schuld niet werkelijk op.

De Bijbel openbaart God als Schepper, Rechter, Verlosser en Koning. Hij is heilig genoeg om zonde te oordelen, wijs genoeg om Zijn raad te volvoeren, liefdevol genoeg om zondaars te redden, en machtig genoeg om alles tot Zijn doel te brengen.

Daarom is God onvolprezen. Niet omdat gelovigen dat graag zeggen, maar omdat de werkelijkheid ervan getuigt, de Schrift het openbaart en Christus het bevestigt.

 

Samenvattend

De vraag is uiteindelijk niet of God onze lof waard is. De vraag is of onze lof ooit groot genoeg kan zijn. En het antwoord van de Schrift is helder: nee. Zijn grootheid is ondoorgrondelijk. Zijn genade is onmetelijk. Zijn wijsheid is onnaspeurlijk. Zijn heerlijkheid is eeuwig.

Daarom zal de gelovige Hem prijzen, niet omdat hij alles begrijpt, maar omdat hij Hem heeft leren kennen in Christus.

“Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken, den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.” 1 Timotheüs 1:17 (STV)

 

 

Jezus is JHWH

Wie Hij is volgens de Schrift

Was Jezus slechts een bijzondere leraar? Een profeet? Een door God gezonden mens met een unieke roeping? Of is Hij werkelijk de HEERE Zelf, geopenbaard in het vlees?

Dat is geen bijzaak. Hier staat het hart van het christelijk geloof op het spel. Want als Jezus niet werkelijk God is, dan is Hij niet de volkomen Zaligmaker. Dan is Zijn werk niet het werk van God Zelf. Dan is Zijn bloed niet van oneindige waarde. Dan is aanbidding van Christus afgoderij.

Maar als Jezus wél JHWH is, dan is knielen voor Hem geen overdrijving, maar gehoorzaamheid. Dan is Hem aanroepen geen vrome vergissing, maar reddend geloof. Dan is Zijn Naam niet zomaar een naam, maar de Naam boven alle naam.

De Schrift laat daar geen onduidelijkheid over bestaan.

de Godheid van Jezus Christus
Jezus is JHWH

 

Niet beginnen bij de kerk, maar bij de Schrift

Veel discussies over de Godheid van Christus lopen direct vast in latere dogmatische termen. Dan gaat het meteen over “drie Personen”, “wezen”, “natuur” en “essentie”. Dat kan nuttig zijn om dwaling af te grenzen, maar de eerste vraag moet eenvoudiger zijn:

Wat doet de Schrift met Jezus?

Noemt deze Hem slechts een mens? Of schrijft deze Hem namen, werken, eer, aanbidding en oudtestamentische JHWH-teksten toe?

Wanneer je die vraag eerlijk stelt, wordt het beeld overweldigend helder: het Nieuwe Testament presenteert Jezus niet als een geschapen tussenwezen, niet als een verheven engel, niet als een profeet zoals velen, niet als een tweede god, maar als de Heere Zelf Die gekomen is in vernedering.

 

De weg van JHWH wordt de weg van Jezus

Jesaja profeteert:

“Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God.” Jesaja 40:3 (STV)

Dat gaat in Jesaja over de weg van de HEERE. Over JHWH. Over onze God.

Maar Markus opent zijn Evangelie zo:

“Gelijk geschreven is in de profeten: Ziet, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal. De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht.” Markus 1:2-3 (STV)

En over wie gaat dat? Over Jezus Christus, voor Wie Johannes de Doper uitgaat.

Dat is een enorme aanwijzing. De profetie over het bereiden van de weg van JHWH wordt toegepast op de komst van Jezus. Johannes bereidt niet slechts de weg voor een profeet. Hij bereidt de weg voor de Heere.

 

De Naam des HEEREN aanroepen

Joël zegt:

“En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden;” Joël 2:32 (STV)

Paulus citeert dit in Romeinen:

“Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.” Romeinen 10:13 (STV)

Maar de context van Romeinen 10 gaat over het belijden van Jezus als Heere:

“Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden.” Romeinen 10:9 (STV)

Dat is geen toevallige overeenkomst. Paulus neemt een tekst over het aanroepen van de Naam van JHWH en plaatst die in het kader van het geloof in de Heere Jezus. De reddende aanroeping van de HEERE is in het Nieuwe Testament niet los verkrijgbaar van de Naam van Jezus Christus.

Wie Jezus aanroept als Heere, roept niet een lagere heer aan. Hij roept de HEERE aan.

 

Thomas spreekt Jezus aan als God

Na de opstanding ontmoet Thomas de levende Christus. Zijn reactie is niet: “Mijn leraar.” Niet: “Mijn meester.” Niet eens alleen: “Mijn Messias.”

Hij zegt:

“Mijn Heere en mijn God!” Johannes 20:28 (STV)

Dat is rechtstreeks gericht tot Jezus.

En wat doet Jezus? Hij wijst Thomas niet terecht. Hij zegt niet: “Thomas, pas op, alleen de Vader is God.” Hij zegt niet: “Noem Mij zo niet.” Integendeel:

“Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben.” Johannes 20:29 (STV)

De belijdenis van Thomas wordt door Jezus verbonden met geloof. Het Evangelie naar Johannes loopt juist naar deze belijdenis toe: Jezus is de Christus, de Zoon van God, en in Hem is het leven.

 

Het Woord was God

Johannes begint zijn Evangelie niet bij Bethlehem, maar vóór de schepping:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” Johannes 1:1 (STV)

Daarna zegt Johannes:

“Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.” Johannes 1:3 (STV)

En vervolgens:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond,” Johannes 1:14 (STV)

Dat is de kern. Het Woord werd niet geschapen. Het Woord was. Het Woord was bij God. Het Woord was God. En dat Woord is vlees geworden.

Dat betekent niet dat Jezus ophield God te zijn toen Hij mens werd. Het betekent dat Hij werkelijk mens werd zonder op te houden te zijn Wie Hij eeuwig is.

 

“Eer Abraham was, ben Ik”

In Johannes 8 zegt Jezus:

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik.” Johannes 8:58 (STV)

Hij zegt niet: “Eer Abraham was, was Ik.” Hij zegt: “ben Ik.”

De reactie van de Joden zegt veel:

“Zij namen dan stenen op, dat zij ze op Hem wierpen;” Johannes 8:59 (STV)

Waarom zo heftig? Omdat zij begrepen dat Jezus méér zei dan beweren dat Hij ouder was dan Abraham. Hij sprak in termen die raken aan de Goddelijke zelfopenbaring. Hij plaatst Zich niet slechts vóór Abraham in de tijd, maar boven Abraham in wezen en heerlijkheid.

 

De volheid der Godheid woont in Hem

Paulus schrijft aan de Kolossenzen:

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk;” Kolossenzen 2:9 (STV)

Niet: in Hem woont iets Goddelijks. Niet: in Hem woont een bijzondere kracht. Niet: in Hem woont een afstraling van God.

“Al de volheid der Godheid.”

En dat “lichamelijk”. Juist in Christus, de Mens geworden Zoon, woont de volheid der Godheid. Dat bewaart ons voor twee dwalingen tegelijk. We mogen Zijn Godheid niet verkleinen. En we mogen Zijn echte mensheid niet wegredeneren.

 

Jezus is Schepper, niet schepsel

De Schrift maakt een absoluut onderscheid tussen de Schepper en het geschapene. Alles wat gemaakt is, behoort tot de schepping. God alleen is de Schepper.

Maar over Christus staat geschreven:

“Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;” Kolossenzen 1:16 (STV)

En daarna:

“En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem;” Kolossenzen 1:17 (STV)

Dat is geen taal voor een schepsel. Een schepsel behoort tot “alle dingen” die geschapen zijn. Christus staat daar niet in als onderdeel van de schepping, maar erboven als Degene door Wie en tot Wie alle dingen geschapen zijn.

 

De Zoon wordt aangesproken als God

Hebreeën 1 is vernietigend voor elke leer die Christus verlaagt tot engel, schepsel of ondergod. Over de Zoon wordt gezegd:

“Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws Koninkrijks is een rechte schepter.” Hebreeën 1:8 (STV)

God spreekt de Zoon aan als God.

Daarna wordt op de Zoon toegepast:

“En: Gij, Heere, hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen;” Hebreeën 1:10 (STV)

Dat is scheppingstaal. Dat is HEERE-taal. De Zoon staat niet aan de kant van de engelen. Hij staat oneindig boven hen.

 

Jezus ontvangt aanbidding

Wanneer mensen of engelen in de Schrift ten onrechte aanbidding ontvangen, wordt dat afgewezen. Maar Jezus ontvangt aanbidding.

Na de storm op zee lezen we:

“Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!” Mattheüs 14:33 (STV)

Na de opstanding:

“En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap.” Lukas 24:52 (STV)

Als Jezus slechts een schepsel was, zou dit geestelijk rampzalig zijn. Dan zou het Nieuwe Testament afgoderij goedkeuren. Maar dat doet het niet. Het laat zien dat de aanbidding van Christus past bij Wie Hij is.

 

Toch is Jezus ook werkelijk Mens

De belijdenis “Jezus is JHWH” mag nooit veranderen in een ontkenning van Zijn menswording. Dat zou geen Bijbelse Christusleer zijn, maar een geestelijke kortsluiting.

De Schrift zegt:

“ Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was,

Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn,

Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;

En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.

Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is,

 Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn” Filippenzen 2:5-10 (STV)

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;” 1 Timotheüs 2:5 (STV)

En:

“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;” Galaten 4:4 (STV)

Hij is werkelijk Mens geworden. Niet schijnbaar. Niet als toneelstuk. Niet als God in een menselijk omhulsel. Hij is geboren uit een vrouw, gekomen onder de wet, vernederd, gehoorzaam geworden, gestorven en opgewekt.

Daarom moeten we zorgvuldig spreken. Jezus is niet de Vader. De Zoon bidt tot de Vader. De Vader zendt de Zoon. De Zoon gehoorzaamt de Vader in Zijn vernederde positie. Maar dat onderscheid in verhouding betekent geen ontkenning van Zijn Godheid.

De Zoon is dus God en Mens.

 

Waarom dit leerstellig zo belangrijk is

Als Jezus niet JHWH is, ontstaat er onmiddellijk een verlossingsprobleem.

Een schepsel kan geen eeuwige verlossing dragen. Een engel kan geen Zaligmaker van zondaren zijn. Een louter mens kan niet het Lam van oneindige waarde zijn. De zonde is tegen God begaan; de verlossing moet van God komen.

Daarom is het Evangelie zo groot: God heeft niet slechts iemand gestuurd. God is Zelf gekomen in de Persoon van Zijn Zoon.

“God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.” 2 Korinthe 5:19 (STV)

Dat is geen krachteloos Evangelie. Dat is geen religieuze verbetering. Dat is God Die Zelf handelt tot verlossing van verloren mensen.

 

De Naam boven alle naam

Paulus schrijft over Christus’ vernedering en verhoging:

“Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;” Filippenzen 2:9 (STV)

En dan:

“Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn;” Filippenzen 2:10 (STV)

Dat grijpt terug op de taal van Jesaja:

“Ik heb gezworen bij Mijzelven, er is een woord der gerechtigheid uit Mijn mond gegaan, en het zal niet wederkeren: dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren.” Jesaja 45:23 (STV)

Wat bij Jesaja aan JHWH toekomt, wordt in Filippenzen verbonden met de Naam van Jezus. Iedere knie zal buigen. Iedere tong zal belijden.

Niet omdat Jezus een concurrent van God is. Maar omdat Hij deelt in de Goddelijke heerlijkheid.

 

Geen latere uitvinding, maar Bijbelse belijdenis

De Godheid van Christus is geen kerkelijke versiering die later aan een eenvoudige Jezus is toegevoegd. Zij ligt ingebed in het getuigenis van apostelen en profeten.

Hij is het Woord dat God was.
Hij is de Heere voor Wie Johannes de weg bereidde.
Hij is Degene op Wie JHWH-teksten worden toegepast.
Hij is Schepper en Onderhouder van alle dingen.
Hij wordt aangesproken als God.
Hij ontvangt aanbidding.
Hij draagt de Naam boven alle naam.
In Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.

Wie Hem verlaagt, verliest de Christus van de Schrift.

 

Samengevat

Jezus is JHWH

Niet als losse slogan. Niet als dogmatische spierballentaal. Maar als de onontkoombare conclusie van Schrift met Schrift vergelijken.

De HEERE Die Israël leidde, de HEERE van Wie de profeten spraken, de HEERE Wiens Naam aangeroepen wordt tot zaligheid, is in de volheid des tijds gekomen in de Persoon van Jezus Christus.

Hij kwam in vernedering. Hij werd vlees. Hij droeg onze zonden. Hij stierf. Hij stond op. Hij is verhoogd. En Hij komt weder.

Daarom is de vraag niet alleen of wij kunnen uitleggen dat Jezus JHWH is. De vraag is ook of wij Hem zo belijden, aanbidden en vertrouwen.

Want wie Jezus slechts bewondert als leraar of profeet, blijft op afstand.
Wie Hem erkent als JHWH geopenbaard in het vlees, buigt.

En daar begint aanbidding.

Circular wheel diagram with a central circle reading “JESUS IS YAHWEH,” surrounded by labeled segments (God, Creator, Light, Savior, Judge, The First and The Last, Rock, etc.). Each segment contains Bible cross-references to support the claim.

Geverifieerd door MonsterInsights