Het Woord keert niet ledig terug

Het Woord keert niet ledig terug

In Jesaja 55:11 staat een machtige belofte:

“Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zend.”

Dat is geen poëtische overdrijving.
Dat is een Goddelijke garantie.

Maar wat betekent dat concreet?

Gods Woord mist nooit doel

“Niet ledig” betekent: niet leeg, niet zonder resultaat, niet zonder uitwerking.

Wanneer God spreekt, gebeurt er iets.

Bij de schepping zei Hij: “Er zij licht” — en er was licht (Genesis 1).
Zijn spreken is handelen.

Dat principe verandert niet.
Ook vandaag niet.

Het Woord werkt altijd, maar niet bij iedereen hetzelfde

Soms denken mensen:

“Als iemand niet tot geloof komt, heeft de boodschap gefaald.”

Dat is niet wat de Bijbel zegt.

Paulus schrijft in 2 Korinthe 2:15-16:

“Want wij zijn Gode een goede reuk van Christus, in degenen, die zalig worden, en in degenen, die verloren gaan; Dezen wel een reuk des doods ten dode, maar genen een reuk des levens ten leven.”

Hetzelfde Evangelie:

  • brengt leven bij wie gelooft
  • bevestigt het oordeel bij wie verwerpt

Maar het blijft nooit zonder uitwerking.

Waarom werkt het altijd?

Omdat het Gods Woord is.

Zie Hebreeen 4:12:

“Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard…”

Het Woord:

  • overtuigt
  • openbaart het hart
  • ontmaskert zonde
  • wekt geloof

Dat gebeurt soms zichtbaar, soms onzichtbaar — maar het gebeurt.

De context van Jesaja 55: Genade

In Jesaja 55 roept God Zijn volk op:

“Zoekt den HEERE, terwijl Hij te vinden is…”

Het hoofdstuk ademt Genade.
Vergeving.
Herstel.

God belooft: Mijn heilswoord zal zeker vervuld worden.

Zijn plan mislukt niet.
Zijn belofte faalt niet.
Zijn roepstem komt niet vruchteloos terug.

Wat betekent dit voor vandaag?

Voor predikers:
Verkondig het Woord — niet je eigen ideeën.

Voor gelovigen:
Blijf het Woord lezen, ook als je weinig “gevoel” ervaart.

Voor evangelisatie:
Geen enkel gesprek is zinloos.

God gebruikt Zijn Woord altijd.

De confronterende kant

De tekst is niet alleen troostrijk.
Hij is ook ernstig.

Het Woord dat redt, zal ook getuigen.

Wie het hoort en verwerpt, blijft niet neutraal.

Het Woord doet altijd iets.

De vraag is dus niet:
Wérkt het?

De vraag is:
Wat werkt het uit in jou?

Romeinen 10:17

“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods”

Liefde tot de broeders of religieus fanatisme?

Liefde tot de broeders of religieus fanatisme?

Een Bijbels onderscheid

De Bijbel laat geen ruimte voor vaagheid wanneer het gaat om de houding van gelovigen tegenover elkaar. Toch zien we door de eeuwen heen, en ook vandaag, hoe geloof kan ontaarden in hardheid, veroordeling, dwang en religieus fanatisme. Daarom is de vraag onvermijdelijk: leven wij uit de liefde tot de broeders, of uit een fanatisme dat zich met de Schrift rechtvaardigt?

Broederliefde als bewijs van geestelijk leven

Volgens de Schrift is broederliefde geen bijzaak, maar het bewijs dat iemand werkelijk uit God leeft:

„Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit den dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben; die den broeder niet liefheeft, blijft in den dood.”
(1 Johannes 3:14, STV)

Johannes trekt dit door:

„Een iegelijk, die zijn broeder haat, is een doodslager; en gij weet, dat geen doodslager het eeuwige leven in zich blijvende heeft.”
(1 Johannes 3:15, STV)

En nog scherper:

„Indien iemand zegt: Ik heb God lief, en zijn broeder haat, die is een leugenaar.”
(1 Johannes 4:20, STV)

Elke vorm van haat, hardheid of geestelijk geweld staat daarmee haaks op leven uit God.

Christus’ norm voor Zijn volgelingen

De Heere Jezus Zelf maakt liefde tot het herkenningspunt van Zijn volgelingen:

„Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijkerwijs Ik u liefgehad heb.”
(Johannes 13:34, STV)

„Hieraan zullen allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.”
(Johannes 13:35, STV)

Niet strijd, niet dwang, maar liefde onderscheidt het christelijk geloof.

Wanneer ijver ontaardt in fanatisme

Religieus fanatisme beroept zich vaak op ijver voor God. Paulus erkent die ijver, maar ontmaskert tegelijk het gevaar:

„Want ik geef hun getuigenis, dat zij ijver tot God hebben, maar niet met verstand.”
(Romeinen 10:2, STV)

Fanatisme ontstaat waar men zonder geestelijk onderscheid handelt en Gods Woord losmaakt van Zijn handelen.

Wet en oordeel verkeerd toegepast

Een belangrijke oorzaak van fanatisme is het toepassen van oudtestamentische oordelen in de tijd van genade. Paulus is daar duidelijk over:

„Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, STV)

Wie vandaag met veroordeling, dreiging of dwang werkt, handelt niet overeenkomstig Gods wil

Gods weg nu: lankmoedigheid

De Schrift verklaart waarom God vandaag geen oordeel voltrekt:

„De Heere vertraagt de belofte niet … maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.”
(2 Petrus 3:9, STV)

Fanatisme wil afdwingen wat God juist uitstelt.

Geen geweld, maar zachtmoedigheid

De houding van de gelovige wordt expliciet beschreven:

„De dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, verdraagzaam.”
(2 Timotheüs 2:24, STV)

„Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan.”
(2 Timotheüs 2:25, STV)

En:

„Want de toorn des mans werkt Gods gerechtigheid niet.”
(Jakobus 1:20, STV)

Oordeel behoort God toe

Fanatisme neemt het oordeel in eigen hand, maar de Schrift verbiedt dit:

„Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.”
(Mattheüs 7:1, STV)

„Mij komt de wrake toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.”
(Romeinen 12:19, STV)

„Daarom zo laat ons elkander niet meer oordelen.”
(Romeinen 14:13, STV)

Geen vleselijke wapenen

Het Koninkrijk van Christus wordt niet verdedigd met geweld:

„Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars strijden.”
(Johannes 18:36, STV)

„Want de wapenen van onzen krijg zijn niet vleselijk.”
(2 Korinthe 10:4, STV)

De gezindheid die fanatisme uitsluit

Paulus beschrijft een gezindheid die religieus fanatisme onmogelijk maakt:

„Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven.”
(Filippenzen 2:3, STV)

Waar deze houding ontbreekt, ontstaan trots, hardheid en geestelijke dwang. Met name deze tekst kreeg ik zelf de laatste tijd regelmatig in gedachten….

Liefde boven kennis en gelijk

Zelfs zuivere leer verliest haar waarde zonder liefde:

„De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.”
(1 Korinthe 8:1, STV)

„Al ware het, dat ik al het geloof had … en de liefde niet had, zo ware ik niets.”
(1 Korinthe 13:2, STV)

„Doch nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; maar de meeste van deze is de liefde.”
(1 Korinthe 13:13, STV)

Feitelijk:

Religieus fanatisme:

  • verwart Wet en genade
  • neemt het oordeel vooruit
  • rechtvaardigt hardheid met Bijbelteksten

Bijbels geloof daarentegen:

  • wandelt in liefde
  • spreekt waarheid met zachtmoedigheid
  • acht de ander uitnemender dan zichzelf

„Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid en vrede en blijdschap door den Heiligen Geest.”
(Romeinen 14:17, STV)

Niet messen en bijlen kenmerken Gods werk vandaag,
maar het kruis, en Zijn liefde die daaruit voortvloeit.

“Van in de garage staan word je geen auto”

“Van in de garage staan word je geen auto”

Een metafoor waarvan de herkomst onduidelijk is, soms wordt hij toegeschreven aan Willem Kieft, dan weer aan Louis van Gaal, of zelfs aan de karakteristieke politicus Jan Schaefer. Van de laatste kan ik me trouwens nóg wel een karakteristieke en stevige uitspraak herinneren. (“In geouwehoer kun je niet wonen“, n.a.v  de woningnood die er destijds in 1978 al was in Amsterdam). Als taalliefhebber kan ik daar erg van genieten.

Kerkgang

Wat hiermee bedoeld wordt, lijkt me wel duidelijk. Deze vlieger gaat ook op voor kerkgang. Van naar de kerk gaan word je nog geen christen, al denken veel mensen dat nog steeds. “Als je maar gaat” is dan vaak de gedachte. De werkelijkheid is toch wel anders. Als je niet gelooft heeft het geen enkele zin om trouw elke zondag (twee keer?) aan te schuiven in de kerkbanken.

Dovemansoren

Van een kerk mag verwacht worden dat daar het Woord van God gebracht wordt. En als je niet gelooft, is dat eenvoudig aan dovemansoren gericht. Dat gaat je geen beter mens maken. Sterker nog: de kans is aanwezig dat je er super gefrustreerd en doodongelukkig van wordt, omdat je allemaal dingen hoort, waar je geen bal van snapt.
Dat is een vrij logisch en trouwens ook Bijbels principe; geestelijke dingen worden geestelijk verstaan. Als je het niet gelooft is het sowieso allemaal dwaasheid.

Gewoonte

Zorg er voor dat je niet stomweg gaat uit gewoonte, of omdat iemand dat van je vraagt of zelfs eist. Geloven is in eerste instantie vertrouwen op de informatie die je is medegedeeld. En die informatie kun je In de Bijbel vinden, of ga desnoods op zoek naar een christen die je het een en ander kan uitleggen.
Denk niet dat het “vanzelf wel komt”, of “later”, want de garantie dat je straks nog leeft, heb je niet.
Er is een levende God, en Zijn Zoon heet Jezus Christus. De Bijbel vertelt ons dat Hij de weg naar God is. Ga op zoek nu.

 

En wees niet als iemand die in de garage gaat staan hopen dat hij/zij een auto wordt…..

Geverifieerd door MonsterInsights