Jeugdige overmoed en geldingsdrang in de gemeente

Jeugdige overmoed en geldingsdrang in de gemeente

Wanneer vurigheid groter is dan kennis, inzicht en levenservaring

Elke generatie kent het: jonge gelovigen die tot geloof komen of nieuwe theologische inzichten ontdekken en daar vol vuur voor gaan staan. Dat is prachtig. IJver voor Gods Woord is een zegen.

Ik ken het verschijnsel van dichtbij, heb destijds ook de brokstukken gezien, die nu na bijna 40 jaar nog hun sporen nalaten.

Wanneer kennis, geestelijk inzicht en levenservaring nog beperkt zijn, kan datzelfde vuur omslaan in overmoed. Dan wordt overtuiging hardheid. Dan wordt helderheid stelligheid. Dan wordt strijdlust identiteit.

De Schrift waarschuwt daar eerlijk en realistisch voor.

Veel overtuiging, weinig diepte

Wie net nieuwe inzichten heeft ontdekt – bijvoorbeeld rond Wet en Genade, Israël en de Gemeente, of een andere leer – kan het gevoel hebben eindelijk “het geheel” te zien.

Maar Paulus zegt:

“Want wij kennen ten dele.” (1 Korinthe 13:9, StV)

Niemand overziet het geheel volledig. Wie nog weinig studie, worsteling en correctie achter de rug heeft, ziet vaak slechts een deel van het geheel – maar ervaart dat deel als alles.

Dat kan leiden tot:

  • snelle conclusies
  • harde kwalificaties
  • weinig geduld met andersdenkenden

Niet uit slechte intenties, maar uit gebrek aan rijpheid.

Onvoldoende levenservaring en de valkuilen

Levenservaring breekt zelfverzekerdheid af.

Wie nog weinig correctie heeft ontvangen, weinig mislukkingen heeft meegemaakt of weinig geestelijke groei heeft doorgemaakt, kan denken dat waarheid vooral een kwestie is van scherp formuleren.

Maar waarheid wordt dieper begrepen in:

  • lijden
  • teleurstelling
  • falen
  • (af)wachten

Spreuken 18:13 zegt:

“Die antwoord geeft eer hij hoort, dat is hem dwaasheid en schande.” (STV)

Onervarenheid reageert snel.
Rijpheid luistert eerst. En onderzoekt.

Geldingsdrang als verborgen motor

Soms speelt er iets subtielers mee: de behoefte om gezien of gehoord te worden.

Wanneer iemand nog geen volwassenheid, gevestigde positie, ervaring of diepte heeft, kan felheid een manier worden om gewicht te krijgen. Sterke woorden wekken indruk.

Maar indruk maken is niet hetzelfde als geestelijk bouwen.

“De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.” (1 Korinthe 8:1, STV)

Opgeblazenheid klinkt vaak als zekerheid.
Maar zij mist de stille kracht en grote waarde van nederigheid.

Testosteron en strijdlust

Vooral bij jonge mannen kan natuurlijke strijdlust een rol spelen. Debat voelt als uitdaging. Tegenstand geeft adrenaline. Overwinning geeft voldoening.

Maar de Schrift zegt:

“En een dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen.” (2 Timotheüs 2:24, STV)

Strijdlust is niet automatisch geestelijke moed.
Beheersing is een veel sterker bewijs van volwassenheid.

Waar testosteron de boventoon voert en zachtmoedigheid ontbreekt, ontstaat schade:

  • broeders worden verdacht gemaakt
  • leerstellige verschillen escaleren
  • gesprekken verharden
  • het getuigenis lijdt

Gebrek aan zelfkennis

Een van de duidelijkste kenmerken van geestelijke onrijpheid is overschatting van het eigen inzicht.

Romeinen 12:3 zegt:

“… dat hij niet wijzer zij dan men behoort wijs te zijn, maar dat hij wijs zij tot matigheid.” (STV)

Wie zichzelf nog niet goed kent, spreekt vaak stelliger dan hij behoort.
Wie zijn eigen beperkingen leert zien, wordt milder.

Die mildheid is geen zwakte.
Het is kracht onder controle.

Hoe groeit echte volwassenheid?

Geestelijke volwassenheid groeit langzaam.

Dat ontstaat door:

  • langdurige omgang met de Schrift
  • correctie durven aanvaarden
  • fouten erkennen
  • luisteren naar oudere, volwassen gelovigen
  • leren zwijgen wanneer spreken niet nodig is

Jakobus 1:19 zegt:

“Een ieder mens zij ras om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn.” (STV)

Dat vers is een correctie op jeugdige overmoed.

Jeugdige ijver kan kostbaar zijn. Maar zonder diepgang gevaarlijk worden.

Wanneer kennis, inzicht en levenservaring nog beperkt zijn, kan:

  • overmoed ontstaan
  • geldingsdrang de toon bepalen
  • strijdlust het gesprek domineren
  • broederliefde onder druk komen te staan

Ware geestelijke volwassenheid is niet luid, niet fel, niet voortdurend strijdend.

Maar:

vast in overtuiging,
zacht in toon,
bereid om te leren,
en geworteld in nederigheid.

Wie nog weinig weet, hoeft zich niet te bewijzen.
Wie blijft groeien, zal vanzelf dieper worden, en tegelijk ook milder.

Liefde tot de broeders of religieus fanatisme?

Liefde tot de broeders of religieus fanatisme?

Een Bijbels onderscheid

De Bijbel laat geen ruimte voor vaagheid wanneer het gaat om de houding van gelovigen tegenover elkaar. Toch zien we door de eeuwen heen, en ook vandaag, hoe geloof kan ontaarden in hardheid, veroordeling, dwang en religieus fanatisme. Daarom is de vraag onvermijdelijk: leven wij uit de liefde tot de broeders, of uit een fanatisme dat zich met de Schrift rechtvaardigt?

Broederliefde als bewijs van geestelijk leven

Volgens de Schrift is broederliefde geen bijzaak, maar het bewijs dat iemand werkelijk uit God leeft:

„Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit den dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben; die den broeder niet liefheeft, blijft in den dood.”
(1 Johannes 3:14, STV)

Johannes trekt dit door:

„Een iegelijk, die zijn broeder haat, is een doodslager; en gij weet, dat geen doodslager het eeuwige leven in zich blijvende heeft.”
(1 Johannes 3:15, STV)

En nog scherper:

„Indien iemand zegt: Ik heb God lief, en zijn broeder haat, die is een leugenaar.”
(1 Johannes 4:20, STV)

Elke vorm van haat, hardheid of geestelijk geweld staat daarmee haaks op leven uit God.

Christus’ norm voor Zijn volgelingen

De Heere Jezus Zelf maakt liefde tot het herkenningspunt van Zijn volgelingen:

„Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijkerwijs Ik u liefgehad heb.”
(Johannes 13:34, STV)

„Hieraan zullen allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.”
(Johannes 13:35, STV)

Niet strijd, niet dwang, maar liefde onderscheidt het christelijk geloof.

Wanneer ijver ontaardt in fanatisme

Religieus fanatisme beroept zich vaak op ijver voor God. Paulus erkent die ijver, maar ontmaskert tegelijk het gevaar:

„Want ik geef hun getuigenis, dat zij ijver tot God hebben, maar niet met verstand.”
(Romeinen 10:2, STV)

Fanatisme ontstaat waar men zonder geestelijk onderscheid handelt en Gods Woord losmaakt van Zijn handelen.

Wet en oordeel verkeerd toegepast

Een belangrijke oorzaak van fanatisme is het toepassen van oudtestamentische oordelen in de tijd van genade. Paulus is daar duidelijk over:

„Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, STV)

Wie vandaag met veroordeling, dreiging of dwang werkt, handelt niet overeenkomstig Gods wil

Gods weg nu: lankmoedigheid

De Schrift verklaart waarom God vandaag geen oordeel voltrekt:

„De Heere vertraagt de belofte niet … maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.”
(2 Petrus 3:9, STV)

Fanatisme wil afdwingen wat God juist uitstelt.

Geen geweld, maar zachtmoedigheid

De houding van de gelovige wordt expliciet beschreven:

„De dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, verdraagzaam.”
(2 Timotheüs 2:24, STV)

„Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan.”
(2 Timotheüs 2:25, STV)

En:

„Want de toorn des mans werkt Gods gerechtigheid niet.”
(Jakobus 1:20, STV)

Oordeel behoort God toe

Fanatisme neemt het oordeel in eigen hand, maar de Schrift verbiedt dit:

„Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.”
(Mattheüs 7:1, STV)

„Mij komt de wrake toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.”
(Romeinen 12:19, STV)

„Daarom zo laat ons elkander niet meer oordelen.”
(Romeinen 14:13, STV)

Geen vleselijke wapenen

Het Koninkrijk van Christus wordt niet verdedigd met geweld:

„Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars strijden.”
(Johannes 18:36, STV)

„Want de wapenen van onzen krijg zijn niet vleselijk.”
(2 Korinthe 10:4, STV)

De gezindheid die fanatisme uitsluit

Paulus beschrijft een gezindheid die religieus fanatisme onmogelijk maakt:

„Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven.”
(Filippenzen 2:3, STV)

Waar deze houding ontbreekt, ontstaan trots, hardheid en geestelijke dwang. Met name deze tekst kreeg ik zelf de laatste tijd regelmatig in gedachten….

Liefde boven kennis en gelijk

Zelfs zuivere leer verliest haar waarde zonder liefde:

„De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.”
(1 Korinthe 8:1, STV)

„Al ware het, dat ik al het geloof had … en de liefde niet had, zo ware ik niets.”
(1 Korinthe 13:2, STV)

„Doch nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; maar de meeste van deze is de liefde.”
(1 Korinthe 13:13, STV)

Feitelijk:

Religieus fanatisme:

  • verwart Wet en genade
  • neemt het oordeel vooruit
  • rechtvaardigt hardheid met Bijbelteksten

Bijbels geloof daarentegen:

  • wandelt in liefde
  • spreekt waarheid met zachtmoedigheid
  • acht de ander uitnemender dan zichzelf

„Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid en vrede en blijdschap door den Heiligen Geest.”
(Romeinen 14:17, STV)

Niet messen en bijlen kenmerken Gods werk vandaag,
maar het kruis, en Zijn liefde die daaruit voortvloeit.

Geverifieerd door MonsterInsights