Loon en beloning voor de gelovige: kun je als christen loon verliezen?

Behoud is het begin

Wie vandaag christelijke prediking beluistert, zou gemakkelijk de indruk kunnen krijgen dat het christelijke leven uiteindelijk om één vraag draait:

Ben je gered?

Die vraag is van eeuwig belang. Maar wanneer daar vervolgens vrijwel een punt achter wordt gezet, blijft een aanzienlijk deel van het onderwijs van het Nieuwe Testament liggen.

Want de Schrift spreekt niet alleen over behouden worden, maar opvallend vaak over loon, beloning, vergelding, kronen, trouw, arbeid, schade en het verliezen van loon.

Dat roept een belangrijke vraag op.

Als een wedergeboren gelovige reeds eeuwig leven bezit uit genade, waarvoor ontvangt hij dan nog loon?

En nog scherper:

hoe kan iemand behouden zijn en toch schade lijden?

Het antwoord maakt het verschil duidelijk tussen redding als gave en loon als beloning.

Dat onderscheid beschermt enerzijds het Evangelie van genade en maakt anderzijds duidelijk dat het leven van de gelovige bepaald niet vrijblijvend is.

loon en beloning in de Bijbel
Loon voor de gelovige

Behoud is een gave, geen beloning

Hier moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt.

Een mens wordt niet behouden omdat hij voldoende goede werken heeft gedaan. Hij wordt evenmin behouden omdat zijn goede werken uiteindelijk zwaarder wegen dan zijn verkeerde werken.

Paulus schrijft:

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9, STV)

Let op het woord gave.

Redding is geen salaris dat God uitbetaalt nadat wij voldoende gepresteerd hebben. Het is Gods gave in Christus.

Dat onderscheid vinden we ook in Romeinen:

“Doch dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld.” (Romeinen 4:4, STV)

Genade en verschuldigd loon zijn principieel verschillende zaken.

Wanneer ik ergens voor werk en mijn werkgever betaalt mij mijn salaris, heeft hij mij geen genade bewezen. Hij betaalt wat mij op grond van mijn arbeid toekomt.

Maar zo wordt een zondaar niet gerechtvaardigd.

Daarom:

Behoud wordt ontvangen. Loon wordt verdiend.

Wie die twee door elkaar haalt, maakt van genade alsnog een beloningssysteem.

Maar Genade maakt werken niet onbelangrijk

Hier ontstaat vervolgens gemakkelijk het tegenovergestelde misverstand.

Als mijn werken mij niet kunnen behouden, zouden mijn werken er dan uiteindelijk niet toe doen?

Paulus voorkomt die conclusie onmiddellijk.

Na gezegd te hebben dat wij niet uit werken behouden worden, schrijft hij:

“Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.” (Efeze 2:10, STV)

De volgorde is allesbepalend.

Niet:

goede werken → behoudenis.

Maar:

behoudenis uit genade → nieuw leven in Christus → goede werken.

Wij werken dus niet om behouden te worden.

Wij mogen werken omdat wij behouden zijn.

Het christelijke leven begint daarom niet bij onze prestaties. Het begint bij wat God in Christus gedaan heeft.

Maar juist daarna begint onze verantwoordelijkheid.

Wedergeboorte is het begin, niet de finish

Hier zit misschien een van de grootste blinde vlekken.

Wanneer iemand tot geloof komt, heeft hij niet het einddoel van zijn christelijke leven bereikt. Hij heeft nieuw leven ontvangen.

Vanaf dat moment begint een wandel.

Er kan groei zijn.

Er kan vrucht zijn.

Er kan trouwe dienst zijn.

Maar er kan ook geestelijke stilstand, eigenwilligheid en verspilde arbeid zijn.

Paulus schrijft:

“Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken…” (Efeze 2:10, STV)

Een christen is dus niet slechts iemand die ooit “ja” tegen het Evangelie heeft gezegd en vervolgens wacht totdat hij naar de hemel gaat.

Hij is in Christus tot iets geroepen.

En daarom zal ook zijn werk beoordeeld worden.

De tekst die het onderscheid glashelder maakt

Een van de belangrijkste Schriftgedeelten hierover staat in 1 Korinthe 3.

Paulus begint bij het fundament:

“Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.” (1 Korinthe 3:11, STV)

Het fundament staat vast.

Maar vervolgens wordt op dat fundament gebouwd.

Paulus noemt goud, zilver en kostelijke stenen, maar ook hout, hooi en stoppelen.

Daarna komt de beoordeling:

“Eens iegelijks werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.” (1 Korinthe 3:13, STV)

Lees nauwkeurig wat hier beoordeeld wordt.

Niet:

of iemand voldoende gewerkt heeft om behouden te mogen worden.

Maar:

“hoedanig eens iegelijks werk is.”

Het werk wordt onderzocht.

En dan kunnen er twee uitkomsten zijn.

“Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen.” (1 Korinthe 3:14, STV)

Maar vervolgens:

“Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.” (1 Korinthe 3:15, STV)

Daar staat het.

Schade lijden — en toch behouden worden.

Je kunt behouden zijn en toch loon missen

Deze tekst is buitengewoon belangrijk omdat hij een veelvoorkomende verwarring onmogelijk maakt.

De persoon wiens werk verbrandt, verliest volgens deze tekst niet zijn behoudenis.

Paulus zegt juist nadrukkelijk:

“maar zelf zal hij behouden worden.”

Wat gaat dan verloren?

Zijn werk houdt voor Gods beoordeling geen stand.

Hij lijdt schade.

Dat betekent dat er voor een gelovige blijkbaar werkelijk iets te winnen én iets te verliezen valt zonder dat daarmee zijn positie in Christus opnieuw ter discussie wordt gesteld.

Dat wordt elders rechtstreeks bevestigd:

“Ziet toe voor uzelven, dat wij niet verliezen, hetgeen wij gearbeid hebben, maar een vol loon mogen ontvangen.” (2 Johannes 1:8, STV)

Waarom deze waarschuwing wanneer loon helemaal niet verloren zou kunnen gaan?

Er bestaat blijkbaar zoiets als vol loon.

En er bestaat blijkbaar de mogelijkheid dat arbeid niet leidt tot die volle beloning.

Dat zou ons wakker moeten schudden.

De rechterstoel van Christus is geen nieuwe verlossingsproef

Paulus schrijft:

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.” (2 Korinthe 5:10, STV)

En:

“Want wij zullen allen voor den rechterstoel van Christus gesteld worden.” (Romeinen 14:10, STV)

Dat is ernstige taal.

Maar we moeten daarvan geen tweede Evangelie maken.

De gelovige verschijnt daar niet om alsnog door zijn werken te bewijzen dat Christus hem werkelijk mag behouden.

Zijn fundament is Christus.

De kwestie is zijn wandel en arbeid op dat fundament.

Dat is precies waarom 1 Korinthe 3 zo belangrijk is.

Het fundament wordt niet verbrand.

Het gebouw erop wordt getest.

De vraag is dus niet alleen:

Sta ik op het Fundament?

Maar voor wie daarop staat ook:

Wat heb ik erop gebouwd?

Het Nieuwe Testament spreekt opvallend vaak over loon

De gedachte van beloning staat bepaald niet alleen bij Paulus.

De Here Jezus zegt:

“Verblijdt en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen…” (Mattheüs 5:12, STV)

Ook:

“Maar hebt uw vijanden lief, en doet goed, en leent, zonder iets weder te hopen; en uw loon zal groot zijn…” (Lukas 6:35, STV)

In Johannes lezen we:

“En die maait, ontvangt loon, en vergadert vrucht ten eeuwigen leven…” (Johannes 4:36, STV)

Hebreeën zegt:

“Werpt dan uw vrijmoedigheid niet weg, welke een grote vergelding des loons heeft.” (Hebreeën 10:35, STV)

En bijna aan het einde van de Bijbel zegt Christus:

“En zie, Ik kom haastelijk en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn.” (Openbaring 22:12, STV)

Dat kan onmogelijk een onbelangrijk Bijbels zijspoor zijn.

De Schrift verbindt werk en loon herhaaldelijk met elkaar.

De Bijbel spreekt zelfs over kronen

Paulus vergelijkt het christelijke leven met een wedloop:

“Weet gijlieden niet, dat die in de loopbaan lopen, allen wel lopen, maar dat één den prijs ontvangt? Loopt alzo, dat gij dien moogt verkrijgen.” (1 Korinthe 9:24, STV)

En vervolgens:

“En een iegelijk, die om prijs strijdt, onthoudt zich in alles. Dezen dan doen wel dit, opdat zij een verderfelijke kroon zouden ontvangen, maar wij een onverderfelijke.” (1 Korinthe 9:25, STV)

Aan het einde van zijn leven kan Paulus schrijven:

“Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.” (2 Timotheüs 4:8, STV)

Jakobus spreekt over de kroon des levens:

“Zalig is de man, die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen, welke de Heere beloofd heeft dengenen, die Hem liefhebben.” (Jakobus 1:12, STV)

Petrus spreekt over:

“En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen.” (1 Petrus 5:4, STV)

En dan klinkt zelfs de waarschuwing:

“Zie, Ik kom haastelijk; houd dat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme.” (Openbaring 3:11, STV)

Niet: opdat niemand uw eeuwige leven neme.

Maar:

“opdat niemand uw kroon neme.”

Dat onderscheid is veelzeggend.

Waaruit bestaat dat loon?

Hier moeten we niet méér invullen dan de Schrift zegt.

Het Nieuwe Testament spreekt over loon, kronen, heerlijkheid, erkenning en toekomstige verantwoordelijkheid. Er zijn bovendien Schriftgedeelten waarin trouw verbonden wordt met toekomstig regeren.

Paulus schrijft bijvoorbeeld:

“Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen…” (2 Timotheüs 2:12, STV)

De precieze aard en omvang van iedere toekomstige beloning wordt ons niet in een soort hemelse salaristabel uitgelegd.

Maar één ding is wel duidelijk:

God acht de trouw van Zijn kinderen van werkelijk en blijvend belang.

Wat wij hier doen, kan eeuwigheidswaarde hebben.

Niet iedere christelijke activiteit is ook waardevol

Dat is misschien nog confronterender.

1 Korinthe 3 zegt niet alleen dat slechte dingen verdwijnen. Paulus spreekt over werk dat iemand gebouwd heeft en dat desondanks kan verbranden.

Een mens kan dus religieus actief zijn en toch bouwen met hout, hooi en stoppelen.

Dat stelt andere vragen dan:

Hoeveel heb ik gedaan?

De belangrijkere vragen worden:

Waaruit kwam mijn dienst voort?

Voor Wie deed ik het?

Bouwde ik overeenkomstig Gods Woord?

Zocht ik menselijke erkenning of de goedkeuring van Christus?

Was mijn arbeid werkelijk vrucht van het nieuwe leven?

Een indrukwekkend christelijk bouwwerk kan in menselijke ogen succesvol lijken en voor Gods beoordeling nauwelijks waarde blijken te hebben.

Omgekeerd kan een leven dat hier vrijwel niemand opmerkt voor Hem kostbaar zijn.

Dat zet onze menselijke maatstaven behoorlijk op hun kop.

Dit ontneemt de gelovige zijn zekerheid niet

Sommigen worden nerveus zodra er over verantwoordelijkheid, werken en beoordeling wordt gesproken.

Dat is begrijpelijk wanneer men nooit geleerd heeft onderscheid te maken tussen behoud en loon.

Maar juist dat onderscheid geeft rust.

Mijn behoudenis rust niet op de kwaliteit van mijn christelijke prestaties.

Mijn behoudenis rust op Christus.

Tegelijkertijd geeft die zekerheid mij geen vrijbrief om mijn leven te verspillen.

Integendeel.

Juist omdat ik niet meer hoef te werken voor mijn redding, ben ik vrijgemaakt om te leven en te dienen vanuit mijn redding.

Genade schakelt verantwoordelijkheid niet uit.

Genade maakt ware dienst juist mogelijk.

Misschien moeten we stoppen met vragen naar het minimum

Een merkwaardige vraag die soms impliciet boven het christelijke leven hangt, is:

Hoeveel moet ik eigenlijk doen als ik toch al behouden ben?

Maar iemand die begrijpt wat hem in Christus geschonken is, zou uiteindelijk een andere vraag moeten stellen:

Heer, wat wilt U met het leven dat U mij gegeven hebt?

Niet uit angst dat Christus ons anders afwijst.

Niet om alsnog onze plaats in de hemel te verdienen.

Niet om tegenover andere christenen iets te bewijzen.

Maar uit dankbaarheid, geloof en liefde.

Paulus zegt:

“Zo dan, mijn geliefde broeders, zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere.” (1 Korinthe 15:58, STV)

Niet ijdel.

Dat is de belofte.

Werk dat werkelijk in den Heere geschiedt, is niet vergeefs.

Wat bouw jij op het Fundament?

Misschien is dat uiteindelijk de vraag die deze leer zo persoonlijk maakt.

Wanneer Christus ons Fundament is, ligt onze eeuwige zekerheid niet in onszelf.

Maar op dat Fundament wordt gebouwd.

Dag na dag.

Met onze tijd.

Met onze mogelijkheden.

Met onze woorden.

Met onze keuzes.

Met de kennis die God ons uit Zijn Woord geeft.

Met de wijze waarop wij anderen dienen.

Met datgene wat wij doen wanneer niemand kijkt.

Er komt een moment waarop openbaar zal worden hoedanig ons werk is geweest.

Dan kunnen menselijke reputatie, kerkelijke status, aantallen, zichtbaarheid en succes ineens volkomen betekenisloos blijken.

Want het oordeel daarover ligt bij Christus.

Daarom is de leer over het loon geen bedreiging voor de genade.

Het is juist een krachtige aansporing voor hen die door genade reeds behouden zijn.

Je hoeft niet te werken om kind van God te worden.

Maar als je in Christus nieuw leven ontvangen hebt, doet het ertoe hoe je dat leven besteedt.

Er kan loon zijn.

Er kan vol loon zijn.

Er kan schade zijn.

Er kan iets verloren gaan.

En toch blijft het fundament staan:

“Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.” (1 Korinthe 3:15, STV)

Dat is tegelijkertijd volmaakte genade en ernstige verantwoordelijkheid.

De vraag voor de wedergeboren gelovige is daarom niet alleen:

Ben ik behouden?

Maar ook:

Als straks blijkt wat ik op Christus gebouwd heb — wat zal er dan overblijven?

YouTube player

Het loon voor de gelovige, Genade en goede werken

Werken voor de hemel? Of werken vanuit de hemel?

Loon voor de gelovige is iets anders dan behoud uit Genade. Toch worden die twee in veel kerken met elkaar verward. Wat leert de apostel Paulus werkelijk over goede werken, de rechterstoel van Christus en hemelse beloning? In dit artikel onderzoeken we wat de Schrift zegt en waarom dit onderscheid essentieel is voor een gezond begrip van het Evangelie.

Veel christenen raken vroeg of laat verstrikt in een fundamentele verwarring. Aan de ene kant horen zij dat behoud volledig uit Genade is. Aan de andere kant lezen zij over loon, kronen en de rechterstoel van Christus. Dan ontstaat de vraag:

moeten wij dan toch werken om behouden te blijven?

Het Bijbelse antwoord is ondubbelzinnig: nee.

Maar daarmee is niet alles gezegd.

Wie de brieven van Paulus zorgvuldig leest, ontdekt dat de Schrift een scherp onderscheid maakt tussen de gave van het eeuwige leven en het loon voor trouwe dienst.

Wie dat onderscheid wegpoetst, tast óf de Genade aan óf ontneemt de gelovige iedere verantwoordelijkheid.

En dat zien we vandaag de dag helaas gebeuren.

 

Het loon voor de gelovige

De grootste verwarring onder christenen

Er zijn twee uitersten.

Het eerste zegt:

“Je bent wel uit genade behouden, maar uiteindelijk bepalen jouw werken of je de eindstreep haalt.”

Het tweede zegt:

“Omdat alles genade is, maakt het niet meer uit hoe je leeft.”

Beide kloppen ze niet.

Paulus leert iets veel rijkers.

De zaligheid is volledig Gods werk.

De beloning is Gods antwoord op een leven dat Hem trouw heeft gediend.

 

Behoud is een gave, nooit een beloning

Paulus laat geen enkele ruimte voor twijfel, ook niet over menselijke verdiensten.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9 STV)

De hemel is geen salaris.

De hemel is geen prijs voor goed gedrag.

De hemel is Gods geschenk aan zondaren die hun vertrouwen stellen op de Here Jezus Christus.

Religie probeert Gods gunst te verdienen.

Het Evangelie verkondigt dat Christus alles reeds heeft volbracht.

 

Goede werken zijn het gevolg van genade

Paulus stopt niet bij vers 9.

Hij vervolgt meteen:

“Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.” (Efeze 2:10 STV)

Goede werken zijn dus niet de aanleiding van ons behoud.

Ze zijn de vrucht.

Wij werken niet om leven te ontvangen.

Wij werken omdat wij leven ontvangen hébben.

Dat is  het verschil tussen wet en genade.

 

De rechterstoel van Christus gaat over loon

Veel gelovigen zien uit angst op tegen de rechterstoel van Christus.

Maar Paulus leert nergens dat daar de behoudenis wordt beslist.

Daar wordt het leven van de gelovige beoordeeld.

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naar dat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.” (2 Korinthe 5:10 STV)

De vraag luidt niet:

“Ben jij behouden?”

Die vraag is al beantwoord toen iemand tot geloof kwam.

De vraag luidt:

“Ben jij trouw aan je roeping geweest?”

 

Een gelovige kan loon verliezen

Dat leert Paulus zonder omwegen

“Zo ieders werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen. Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.” (1 Korinthe 3:14-15 STV)

Let goed op.

Hij blijft behouden.

Maar hij kan wel schade lijden.

Niet doordat hij zijn redding verliest.

Wel doordat zijn werk geen eeuwigheidswaarde blijkt te hebben.

Dat is een waarheid waar nauwelijks nog over wordt gesproken.

 

God beloont trouw

Paulus verwachtte zelf een kroon.

Niet omdat hij meende iets verdiend te hebben.

Maar omdat God heeft beloofd trouw te belonen.

“Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.” (2 Timotheüs 4:8 STV)

Ook schrijft hij:

“Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient den Heere Christus.” (Kolossenzen 3:24 STV)

Geen enkele daad uit liefde tot Christus is vergeefs.

Geen verborgen dienst.

Geen trouw gebed.

Geen onderwijs.

Geen evangelisatiewerk.

Geen volharding in lijden.

God vergeet niets.

 

Scofield schreef er ook over

C.I. Scofield benadrukt in The New Life in Christ Jesus (pdf) dat de wedergeboorte nog maar het begin is van het christelijke leven. Daarna wil God de gelovige vormen tot een vruchtbare dienstknecht. Scofield beschrijft hoe zelfverloochening, afhankelijkheid van God en een “nieuw en hoger dienstbetoon” leiden tot grotere geestelijke vruchtbaarheid.

Dat sluit naadloos aan bij Paulus.

Eerst nieuw leven.

Daarna een nieuwe wandel.

Vervolgens de beoordeling.

Daarna het loon.

 

Waarom hoor je hier zo weinig over?

De moderne evangelische wereld spreekt graag over:

  • identiteit;
  • bestemming;
  • doorbraak;
  • overwinning;
  • zegen.

Maar opvallend weinig valt te horen over de rechterstoel van Christus.

Toch was juist dát voor Paulus een enorme motivatie.

“Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof…” (2 Korinthe 5:11 STV)

Hij leefde niet in voortdurende angst zijn behoudenis kwijt te raken.

Hij leefde in diep ontzag voor zijn Heer, aan Wie hij eenmaal rekenschap zou afleggen.

Dat besef zou ook vandaag veel oppervlakkigheid genezen.

 

Het Bijbelse evenwicht

De Schrift leert steeds dezelfde volgorde.

  • Christus bracht de verlossing tot stand.
  • De zondaar ontvangt eeuwig leven uit genade.
  • De gelovige wandelt in de goede werken die God heeft voorbereid.
  • Christus beoordeelt die werken.
  • Trouwe dienst wordt beloond.

Wie deze volgorde omdraait, maakt van het Evangelie een systeem van verdiensten.

Wie de laatste stappen weglaat, maakt van genade een excuus voor geestelijke passiviteit.

Paulus leert beide uitdrukkelijk niet.

 

Conclusie

De gelovige werkt niet om door God aangenomen te worden.

Hij werkt omdat hij in Christus al aangenomen ís.

Dat is het verschil tussen religie en het Evangelie.

Religie zegt:

“Werk, misschien neemt God je aan.”

Het Evangelie zegt:

“God heeft je in Christus aangenomen; dien Hem daarom met heel je hart.”

Juist dat leven, geleefd uit dankbaarheid, afhankelijkheid en liefde voor de Here Jezus Christus, zal eenmaal door Hem worden beloond.

En dat loon is geen loon voor de zaligheid.

Het is loon voor trouw aan Hem.

lees ook:

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

De verborgenheid in de Bijbel – Bijbelse basis

Israël en de Gemeente: het Bijbelse onderscheid – Bijbelse basis

 

 

De rodeletter-valkuil: waarom veel christenen de woorden van Jezus verkeerd toepassen

“Jezus heeft het Zelf gezegd.”

Het klinkt vroom. Eerbiedig zelfs. Alsof daarmee op voorhand het gesprek is beëindigd.

Maar  deze redenering heeft misschien wel meer verwarring veroorzaakt dan menige dwaalleer.

Niet omdat de woorden van de Here Jezus onwaar zouden zijn. Integendeel. Iedere uitspraak van de Here Jezus is volmaakt waar.

Het probleem is een ander.

Veel christenen passen de woorden van Jezus rechtstreeks toe op de Gemeente, zonder rekening te houden met Gods heilsplan, de bediening van Paulus en de Verborgenheid die pas later werd geopenbaard.

Daardoor worden Wet en Genade, Israël en de Gemeente, profetie en Verborgenheid voortdurend met elkaar vermengd.

Dit artikel is géén aanval op kerken of oprechte gelovigen. Integendeel. Juist omdat zoveel christenen deze manier van Bijbellezen hebben meegekregen, is het belangrijk opnieuw de vraag te stellen:

Wat zegt de Schrift?

Niet alleen wat zij zegt, maar ook:

  • tot wie?
  • wanneer?
  • waarom?

Dát is de sleutel tot verantwoord Bijbelgebruik.

de rode letter valkuil
De rode letter valkuil

Waarom veel christenen vooral de rode letters lezen

Opmerkelijk genoeg hebben veel christenen onbewust een canon binnen de canon gemaakt.

De rode letters lijken belangrijker te zijn geworden dan de zwarte.

Alsof de Evangeliën de definitieve uitleg geven van de rest van het Nieuwe Testament.

Maar de Schrift leert dat nergens. En, de grondtekst kent geen kleurendruk.

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is.” (2 Timótheüs 3:16, STV)

Niet een deel van de Schrift.

Ook niet alleen de woorden van Jezus.

Al de Schrift.

Waarom de bediening van Paulus vaak wordt vergeten

Vraag eens in een gemiddelde kerk:

Waarom werd Paulus geroepen?

Vaak blijven de antwoorden steken bij:

  • zendeling
  • apostel van de heidenen
  • schrijver van brieven

Allemaal waar.

Maar Paulus zegt zelf iets veel groters.

“Hoe dat Hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid.” (Efeze 3:3, STV)

En:

“Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekendgemaakt…” (Efeze 3:5, STV)

Hier ligt de sleutel.

Paulus ontving geen tweede mening over de woorden van Jezus.

Hij ontving een nieuwe openbaring van de verheerlijkte Christus.

Daarom is de bediening van Paulus onmisbaar  en essentieel voor het verstaan van het Nieuwe Testament.

Waarom Mattheüs niet rechtstreeks tot de Gemeente spreekt

De Here Jezus zegt Zelf:

“Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.” (Matthéüs 15:24, STV)

En:

“En gaat niet op den weg der heidenen… maar gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.” (Matthéüs 10:5-6, STV)

Dat laat de context van Zijn aardse bediening zien.

Hij kwam als Israëls Messias.

Hij predikte het Koninkrijk.

Hij leefde onder de Wet.

De Gemeente als Lichaam van Christus was toen nog een Verborgenheid.

 

Mattheüs 6:14-15 uitgelegd: geldt deze tekst voor de Gemeente?

Hier wordt de rodeletter-valkuil zichtbaar.

“Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven.” (Matthéüs 6:14, STV)

Gods vergeving is hier verbonden aan de houding van de mens.

Maar Paulus schrijft later:

“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32, STV)

De volgorde is

Niet:

vergeven om vergeving te ontvangen.

Maar:

vergeven omdat God reeds heeft vergeven.

Dat is geen tegenstelling.

Dat is voortgaande openbaring binnen Gods heilsplan.

 

Waarom Paulus de sleutel is tot het verstaan van de Bijbel

Paulus schrijft:

“Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.” (Galaten 1:12, STV)

Dat betekent dat de verhoogde Here Jezus na Zijn hemelvaart nieuwe waarheden bekendmaakte.

Niet ter vervanging van Zijn aardse bediening.

Maar als verdere ontvouwing van Gods heilsplan.

Wie Paulus overslaat, mist daarom:

  • de Verborgenheid;
  • de bedeling der Genade;
  • het Lichaam van Christus;
  • de hemelse roeping van de Gemeente.

 

Wat gebeurt er als Israël en de Gemeente door elkaar worden gehaald?

Wanneer de bediening van Paulus wordt genegeerd, ontstaat vanzelf verwarring.

Dan wordt:

  • Wet vermengd met Genade;
  • Israël vermengd met de Gemeente;
  • profetie vermengd met de Verborgenheid;
  • het Koninkrijk vermengd met het Lichaam van Christus.

Het gevolg is een Evangelie waarin voorwaarden en Genade voortdurend door elkaar lopen.

 

Recht snijden van het Woord is geen optionele keuze

Paulus schrijft niet:

“Lees de Bijbel aandachtig.”

Hij schrijft:

“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.” (2 Timótheüs 2:15, STV)

Het probleem van veel hedendaagse prediking is niet dat men te veel over Jezus spreekt.

Het probleem is dat men de Here Jezus tijdens Zijn aardse bediening leest zonder te luisteren naar wat diezelfde Here Jezus later vanuit de hemel aan Paulus heeft geopenbaard.

De rodeletter-valkuil vermijden

De rode letters zijn niet belangrijker dan de zwarte.

Samen vormen zij het volmaakte Woord van God.

Maar de Bijbel vraagt om zorgvuldig onderscheid.

Niet alles wat in de Schrift staat, is rechtstreeks tot de Gemeente gesproken.

Alles is voor ons geschreven tot lering.

Maar niet alles is aan ons gericht.

Wie dat onderscheid leert zien, ontdekt hoe de bediening van Paulus, de Verborgenheid en het onderscheid tussen Israël en de Gemeente de Bijbel ontsluiten.

Misschien is de grootste blinde vlek van het moderne christendom daarom niet een gebrek aan liefde voor de Bijbel.

Misschien is het eenvoudig een gebrek aan zorgvuldig Bijbelgebruik.

 

lees ook:

Vergeving volgens de Bijbel: hoe een populaire leer het Evangelie van Gods Genade ondermijnt – Bijbelse basis

Christus niet meer naar het vlees kennen – Bijbelse basis

De bediening van Jezus en Paulus niet hetzelfde – Bijbelse basis

De verborgenheid in de Bijbel – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights