Welke Jezus het over gaat

Een andere Jezus? Of de Christus der Schriften?

Soms hoor je mensen met overtuiging spreken over “Jezus”.

Het klinkt echt.
Het klinkt oprecht.
Het klinkt geestelijk.

Maar als je goed luistert, dringt zich een ongemakkelijke vraag op:

Over Wie heeft men het eigenlijk?

Is dit de Here Jezus Christus van de Schrift?
Of is het een andere Jezus?

Paulus waarschuwt :

“Want indien hij, die komt, een andere Jezus predikt, dien wij niet gepredikt hebben, of gij een anderen geest ontvangt, dien gij niet ontvangen hebt, of een ander evangelie, dat gij niet aangenomen hebt, zo verdraagt gij hem met recht.”
(2 Korinthe 11:4 STV)

Blijkbaar kan men “Jezus” zeggen — en toch niet de Jezus bedoelen Die de apostelen verkondigd hebben.

Niet zomaar een futiliteit.

Een Jezus zonder kruis

De Jezus die vandaag vaak wordt gepresenteerd, is inspirerend en toegankelijk.
Hij helpt je verder.
Hij geeft je rust.
Hij bevestigt je identiteit.

‘Jezus in je kontzak’

Maar waar is het kruis?

Waar is het plaatsvervangend lijden?
Waar is de verzoening door Zijn bloed?
Waar is Gods toorn over de zonde?

De Schrift zegt:

“Maar wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid.”
(1 Korinthe 1:23 STV)

De Bijbelse prediking draait niet om een spiritueel voorbeeld, maar om de Gekruisigde.

Zonder kruis blijft er een religieuze figuur over.
Maar géén Verlosser.

Een Jezus zonder heerschappij

Er wordt veel gesproken over “een relatie hebben met Jezus”.
Maar zelden over Zijn heerschappij.

Toch zegt de Schrift:

“En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.”
(Filippenzen 2:11 STV)

Niet: Jezus als aanvulling op mijn leven.
Maar: Jezus Christus de Heere.

Dat betekent gezag.
Dat betekent onderwerping.
Dat betekent dat Hij bepaalt.

Een Jezus zonder heerschappij is een aangepaste Jezus.
Een veilige Jezus.
Maar niet de verhoogde Christus.

Een Jezus zonder oordeel

Onze tijd verdraagt geen oordeel.
Dus wordt ook Jezus herschreven.

Men zegt: Hij veroordeelt niet.
Hij accepteert onvoorwaardelijk.
Hij bevestigt wie je bent.

Maar de Schrift zegt:

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus.”
(2 Korinthe 5:10 STV)

De Here Jezus is niet alleen Zaligmaker.
Hij is óók Rechter.

Wie dat verwijdert, houdt een halve Christus over.
En een halve Christus is een andere Christus.

De Christus der Schriften

Paulus vat het Evangelie samen:

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
(1 Korinthe 15:3–4 STV)

Twee keer klinkt het: naar de Schriften.

Dat is cruciaal.

De ware Christus is niet gevormd door ervaring, cultuur of emotie, maar geopenbaard in het Woord.

Ook na Zijn opstanding verwijst Hij naar de Schrift:

“En begonnen hebbende van Mozes en van al de Profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.”
(Lukas 24:27 STV)

De opgestane Christus bevestigt Zichzelf vanuit de Schrift.

Geen eigen godsbeeld maken

Hier raakt het de kern van afgoderij.

Het tweede gebod zegt:

“Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gelijkenis, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.”
(Exodus 20:4 STV)

Dat gaat niet alleen over hout of steen.
Het gaat over het principe: God laat Zich niet door mensen verbeelden.

Niet fysiek.
Maar ook niet mentaal.

Zodra wij Christus aanpassen aan onze voorkeur, maken wij een beeld.

Een Jezus die:

– nooit confronteert
– nooit oordeelt
– altijd bevestigt
– past bij de tijdgeest
– onze keuzes ondersteunt

Dat is geen openbaring.
Dat is projectie.

De Here zegt:

“Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.”
(Jesaja 55:8 STV)

God openbaart Zichzelf.
Wij hebben Hem niet bedacht.

De kern van afgoderij

Paulus beschrijft het scherp:

“Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwaas geworden;
En hebben de heerlijkheid des onverderfelijken Gods veranderd in de gelijkenis van een beeld…”
(Romeinen 1:22–23 STV)

Let op dat woord: veranderd.

Dat is precies wat er gebeurt wanneer wij Christus herschrijven.

Een veranderde Christus is geen Bijbelse Christus meer.

 

De toetssteen

Hoe onderscheiden wij het echte van het vervalste?

Door te toetsen aan de Schrift.

“Beproeft de geesten, of zij uit God zijn.”
(1 Johannes 4:1 STV)

Vraag daarom:

– Wordt Zijn kruisdood centraal gesteld?
– Wordt Zijn opstanding historisch en lichamelijk beleden?
– Wordt Zijn heerschappij erkend?
– Wordt Zijn heiligheid niet afgezwakt?
– Wordt Hij gepredikt overeenkomstig de apostolische verkondiging?

De Naam “Jezus” alleen is niet genoeg.
De inhoud moet overeenstemmen met de Schrift.

Waar het om gaat

Niet: spreken wij over Jezus?
Maar: spreken wij over de Here Jezus Christus naar de Schriften?

Want alleen de Christus der Schriften:

verzoent werkelijk
rechtvaardigt goddelozen
– geeft nieuw leven
– is Hoofd over Zijn Gemeente
– komt weder om te oordelen
– zal regeren op de troon van David

Alles wat daarvan afwijkt — hoe vroom, gevoelig, of populair ook — is een reductie.

En is uiteindelijk een andere Jezus.

Daarom is onderscheiden geen wantrouwen.
Het is gehoorzaamheid aan het Woord.

 

Het lichaam van de Messias? Nee. Het lichaam van Christus

Op het verkeerde been gezet

Ik bezoek af en toen de website cvandaag,nl. Het meeste nieuws zit daar overigens achter een betaalmuur, meestal ben ik er vrij snel klaar.

Ik zag de laatste tijd herhaaldelijk bij binnenkomst deze reclame. Verwijst hier naar. Ik heb even een screenshot gemaakt.

Opzettelijke contaminatie

De terminologie deugt niet. Ik denk aan een opzettelijk gevalletje van contaminatie, Wellicht omdat die Ene Naam en het Evangelie na 2000 jaar nog alijd aanstoot geeft

Het klinkt vroom. Het klinkt Hebreeuws. Het klinkt alsof men dichter bij de wortels van het geloof wil komen.

Maar leerstellig is het een misser.

De uitdrukking “het lichaam van de Messias” wordt soms gebruikt voor de Gemeente. Dat lijkt onschuldig. Toch klopt het niet. En wie het onderscheid tussen Israël en de Gemeente serieus neemt, kan er niet achteloos aan voorbijgaan.

Hier staat meer op het spel dan woordkeus.

Hier staat openbaring op het spel.

Wat zegt de Schrift wél?

Paulus spreekt consequent over het lichaam van Christus.

“Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus.” (1 Korinthe 12:12 STV)

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.” (Kolossenzen 1:18 STV)

Nergens spreekt de Bijbel over “het lichaam van de Messias”.

Dat is geen detail. Dat is opvallend.

De Heilige Geest heeft niet zomaar willekeurig woorden gekozen.

“Welke dingen wij ook spreken, niet met woorden die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.” (1 Korinthe 2:13 STV)

Als de Schrift “Christus” zegt, wie zijn wij dan om dat te vervangen door “Messias”?

Het woord “Messias” betekent Gezalfde. Het is de titel van:

  • De beloofde Koning uit het huis van David
  • De vervuller van de verbonden met Israël
  • Degene Die Zijn troon in Jeruzalem zal innemen

De Messias is onlosmakelijk verbonden met de profetieën van het Oude Testament. Met Sion. Met het koningschap. Met de restauratie van Israël.

De Messias was geen verborgenheid.

Israël verwachtte Hem.

Het lichaam is een verborgenheid

Maar de Gemeente als lichaam van Christus was géén oudtestamentische verwachting.

Paulus noemt dit een geheimenis:

“Dat Hij hun heeft willen bekendmaken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen; welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid.” (Kolossenzen 1:27 STV)

En:

“Dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie.” (Efeze 3:6 STV)

Het lichaam behoort tot de verborgenheid.

De Messias behoort tot de geopenbaarde beloften.

Dat verschil is fundamenteel.

Wanneer men spreekt over “het lichaam van de Messias”, vermengt men het profetische programma van Israël met het verborgenheidsprogramma van de Gemeente.

Christus is de verhoogde Heer

De Gemeente is verbonden met de verheerlijkte Christus aan Gods rechterhand.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen.” (Efeze 1:22 STV)

Dit is geen aardse Messiaanse regering vanuit Jeruzalem.

Dit is een hemelse positie.

Het lichaam is één met de verhoogde Christus.

Niet met de nog te openbaren Messiaanse heerschappij op aarde.

Waarom dit onderscheid geen gekunstelde onzin is

Zodra men het lichaam “Messiaans” gaat noemen, verschuift er iets:

  • De focus verschuift van hemel naar aarde
  • De Gemeente wordt onder het koninkrijk geplaatst
  • Israël en Gemeente gaan door elkaar lopen
  • Het unieke van Paulus’ bediening vervaagt

En precies daar gaat het vandaag vaak mis.

Men wil terug naar “Hebreeuwse wortels”. Men wil dichter bij de Joodse context staan. Men vervangt “Jezus” door “Yeshua” en  “Christus” door “Messias” alsof dat geestelijker zou zijn.

Maar geestelijkheid zit niet in Hebreeuwse klanken.

Geestelijkheid zit in gehoorzaamheid aan de openbaring.

Schriftgetrouw taalgebruik is geen muggenzifterij

Wie dit afdoet als semantiek, heeft niet begrepen hoe zorgvuldig Gods openbaring is opgebouwd.

God heeft onderscheid gemaakt.

Tussen Israël en de Gemeente.
Tussen profetie en verborgenheid.
Tussen aardse beloften en hemelse roeping.

En dat onderscheid wordt bewaakt door, en uitgedrukt in woorden.

De Gemeente is het lichaam van Christus.

Niet ‘het lichaam van de Messias’

Ook niet in Israël.

Dat is geen polemische scherpte om de scherpte zelf.

Dat is eenvoudig trouw aan de Schrift.

Geen excuses voor verkapte luiheid

  1. Waarom“Bijbelvorser” geen scheldwoord  zou moeten zijn

Er wordt vandaag gemakkelijk gezegd:

“Ik heb Jezus. Ik hoef geen Bijbelstudie.”

Dat klinkt geestelijk.
Maar vaak is het niets anders dan een nette verpakking van geestelijke luiheid.

En wie dan wél vragen stelt, teksten vergelijkt, verbanden onderzoekt, krijgt soms een etiket opgeplakt:

“Daar heb je weer zo’n Bijbelvorser.”
Alsof het iets verdachts is.

Laat ik daar dan maar eerlijk over zijn.

Wat is een Bijbelvorser dan?

Het woord betekent eenvoudig: iemand die de Bijbel onderzoekt.
Het werkwoord vorsen betekent: diepgaand onderzoeken.

Dat is geen negatieve term. Dat is Bijbels.

“En deze waren edeler dan die te Thessalonica, als die het Woord ontvingen met alle toegenegenheid, dagelijks onderzoekende de Schriften, of deze dingen alzo waren.” (Handelingen 17:11 STV)

Dagelijks onderzoekende.

De Heilige Geest noemt zulke mensen edel.

Dát is bijbelvorsing.

Waarom krijgt het woord een negatieve lading?

Omdat grondige schriftstudie schuurt.

In sommige kringen weegt:

  • beleving zwaarder dan exegese
  • ervaring zwaarder dan tekst
  • autoriteit zwaarder dan toetsing
  • enthousiasme of gevoel zwaarder dan nauwkeurigheid

Wie dan vraagt:
“Waar staat dat precies?”
“Wat betekent dit in context?”
“Snijden we hier het Woord recht?”

wordt al snel lastig gevonden.

En dan wordt “bijbelvorser” een etiket om iemand weg te zetten als:

  • iemand die alles kapot analyseert
  • iemand die te kritisch is
  • iemand die “zonder geest” zou zijn
  • iemand die corrigeert met teksten

Het verkleinwoord maakt het nog kleinerend ook.
Dan bedoelt men niet: iemand die de Schrift serieus neemt —
maar: zo’n pietluttige tekst-nerd.

Maar wat zit daaronder?

Bijbelstudie ontmaskert oppervlakkigheid

Grondige Bijbelstudie doet iets.

Ontmaskert slordige exegese.
Stelt vragen bij populaire leerstellingen.
Prikt door retoriek heen.
Dwingt tot verantwoording.

En dat schuurt.

En waar het schuurt, ontstaan etiketten.

Maar de Schrift roept juist op tot nauwkeurigheid:

“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het woord der waarheid recht snijdt.” (2 Timótheüs 2:15 STV)

Benaarstig u.

Dat betekent: span je in. Doe moeite. Werk. Zet je er voor in.

Dat is ongeveer het tegenovergestelde van geestelijke gemakzucht.

Liefde tot Christus zonder kennis is leeg

De Here Jezus zegt:

“Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden.” (Johannes 14:15 STV)

Maar hoe bewaar je Zijn geboden als je ze niet kent?

Paulus bidt:

“En dit bid ik, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in kennis en alle gevoelen.” (Filippenzen 1:9 STV)

Liefde zonder kennis wordt sentimenteel.
IJver zonder kennis wordt gevaarlijk:

“Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand.” (Romeinen 10:2 STV)

Geestelijke traagheid wordt aangepakt

De Hebreeënbrief is scherp:

“Hierover hebben wij veel te zeggen, en zwaar om te verklaren, dewijl gij traag om te horen geworden zijt.” (Hebreeën 5:11 STV)

Traag om te horen.

Dat is geen gebrek aan talent.
Dat is een houding.

En verder:

“Want gij moest naar den tijd leraars zijn…” (Hebreeën 5:12 STV)

Er is dus zoiets als verwijtbare stilstand.

Christus Zelf opende de Schriften

Na Zijn opstanding zei Hij niet dit:

“Voel Mij”

Maar dit deed Hij bij de Emmausgangers

“En Hij begon van Mozes en van al de Profeten, en legde hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.” (Lukas 24:27 STV)

De opgestane Christus opent de Schrift.
Hij vervangt haar niet.

En Hij zegt:

“Indien gij in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen.” (Johannes 8:31 STV)

Blijven in Zijn woord.

Dat vraagt iets, namelijk inzet.

Is Bijbelvorsing altijd gezond?

Natuurlijk kan iemand helemaal doorschieten.

Zonder liefde wordt studie hard.
Zonder nederigheid wordt kennis hoogmoedig.

Maar dat is geen argument tegen studie.
Dat is een oproep tot karakter.

Het probleem is niet Bijbelvorsing.
Het probleem is hoe mensen reageren op toetsing.

De eerlijke vraag

Waarom zou het een belediging zijn om iemand te noemen naar iemand die de Schrift onderzoekt?

Waarom zou nauwkeurigheid verdacht zijn?

Waarom zou het verkeerd zijn om te vragen:
“Wat staat er werkelijk?”

Misschien is de echte spanning niet dit:
“Bijbelvorsers zijn lastig.”

Maar dit:
Het Woord corrigeert.

En correctie doet pijn.

Bijbelstudie is geen hobby.
Het is gehoorzaamheid.

Het is:

  • liefde tot Christus
  • bescherming tegen dwaling
  • groei naar volwassenheid
  • geestelijke weerbaarheid
  • eerbied voor Gods spreken

Geen excuses dus voor verkapte luiheid.

 

En als iemand je “bijbelvorser” noemt omdat je de Schrift onderzoekt?

Draag het dan als een geuzennaam.

Want de Schrift noemt zulke mensen:

edel.

Geverifieerd door MonsterInsights