Galaten 2:16-20 – Geloof in Christus of geloof van Christus? (Statenvertaling vs. NBV/HSV)

Galaten 2:16-20 – Geloof in Christus of geloof van Christus? (Statenvertaling vs. NBV/HSV)

Een vergeten spanning tussen tekst en vertaling

 

Galaten 2:20 is één van de meest geciteerde verzen uit de brief aan de Galaten. Tegelijk is het ook één van de meest ingrijpend vertaalde teksten. Wat in de Griekse grondtekst bewust open blijft, is in moderne vertalingen vaak theologisch dichtgetimmerd.

De vraag die zich opdringt is eenvoudig, maar explosief:

Leeft Paulus door zijn geloof in Christus — of door het geloof van Christus?

Wie de Statenvertaling naast de HSV en NBV legt, ziet dat hier méér gebeurt dan stijlverschil.

De tekst naast elkaar

Statenvertaling (1637)

“… en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods, Die mij liefgehad heeft en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.”

Herziene Statenvertaling

“… en wat ik nu leef in het vlees, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.”

NBV21

“… leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft overgeleverd.”

Het verschil zit in één klein woordje:

  • des (SV)
  • in (HSV / NBV)

Maar dat woordje maakt meteen alle verschil.

Wat staat er in de grondtekst?

De Griekse formulering luidt:

ἐν πίστει ζῶ τῇ τοῦ υἱοῦ τοῦ θεοῦ

Letterlijk:

“Ik leef door geloof — van de Zoon van God.”

Het woord τοῦ (tou) is een genitief: van.

Er staat geen voorzetsel dat „in” zou betekenen.

De grammaticale spanning: objectief of subjectief?

In het Grieks kan een genitief twee kanten op:

Objectieve genitief

geloof in de Zoon van God

De Zoon is het object van het geloof.

Subjectieve genitief

geloof / trouw van de Zoon van God

De Zoon is het subject — het gaat om Zijn geloofsgehoorzaamheid.

Belangrijk: de tekst zelf dwingt niet tot een keuze.

Wat doet de Statenvertaling?

De Statenvertaling:

  • vertaalt letterlijk
  • bewaart de dubbelzinnigheid
  • laat de lezer zelf nadenken

De vertalers wisten uitstekend dat πίστις + genitief meerdere betekenissen kan hebben. Zij hebben dat niet opgelost, maar doorgegeven.

Dat is geen zwakte, maar teksttrouw.

Wat doen HSV en NBV?

Zowel HSV als NBV:

  • kiezen één uitleg
  • voegen het woord “in” toe
  • sluiten de subjectieve lezing uit

Dat is dus geen letterlijke vertaling, maar een vertaalkeus. De meest voor de hand liggende keuze bij deze constructie is “van”‘

De context van Galaten 2:20

Let op wat Paulus direct zegt:

“… Die mij liefgehad heeft en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.”

De nadruk ligt volledig op wat Christus gedaan heeft, niet op Paulus’ geloofsbeleving.

Paulus zegt niet:

“omdat ik zo sterk geloof”

Maar:

“omdat Hij Zichzelf gegeven heeft.”

Dat past naadloos bij:

  • Filippenzen 2:8
  • Romeinen 5:19
  • Galaten 3:13

Allemaal teksten waarin Christus’ gehoorzaamheid centraal staat.

Leerstellig gevolg subtiel maar beslissend

Moderne vertalingen

Ik leef door mijn geloof in Christus

Focus:

  • menselijke respons
  • innerlijke geloofsdaad

Statenvertaling (letterlijk gelezen)

Ik leef door Christus’ geloofsgehoorzaamheid

Focus:

  • objectief heil
  • volbrachte gehoorzaamheid
  • zekerheid buiten mijzelf

Dit raakt direct aan de kern van het evangelie.

Waarom hier moeilijk over doen?

Omdat hier de vraag speelt:

Rust mijn leven in Christus op mijn geloven — of op Zijn trouw?

De Statenvertaling laat Paulus spreken zoals hij schrijft.

De moderne vertalingen laten Paulus spreken zoals wij hem graag verstaan.

Even samenvatten

Galaten 2:20 confronteert ons met een ongemakkelijke waarheid:

Soms is de Bijbel preciezer dan onze vertalingen.

Wie eerlijk leest, moet erkennen:

  • “geloof in” staat er niet
  • “geloof van” staat er wél

De vraag is niet of ‘geloof in Christus’ onwaar is.

De vraag moet zijn:

Durven we Paulus te laten zeggen wat hij schreef?

Aanvulling: Galaten 2:16 – dezelfde kwestie, nog scherper

Wie denkt dat Galaten 2:20 een geïsoleerd geval is, vergist zich. Slechts vier verzen eerder gebruikt Paulus exact dezelfde grammaticale constructie, maar dan zelfs driemaal in één vers.

De tekst naast elkaar

Statenvertaling

“… wetende dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben ook wij in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet.”

HSV / NBV

“… maar door het geloof in Jezus Christus …”

Opnieuw is het verschil klein in woorden, maar groot in betekenis.

De Griekse grondtekst

Paulus schrijft:

διὰ πίστεως Ἰησοῦ Χριστοῦ

Letterlijk:

“door geloof van Jezus Christus”

Er staat opnieuw geen voorzetsel voor “in”. Het is wederom een genitief.

Opvallend detail in Galaten 2:16

Paulus zegt eerst:

“… door het geloof van Jezus Christus”

En daarna:

“… zo hebben ook wij in Christus Jezus geloofd”

Hier maakt Paulus zélf onderscheid tussen:

  • Christus’ geloof / trouw (grond van rechtvaardiging)
  • ons geloven (antwoord daarop)

Dat onderscheid verdwijnt volledig wanneer men beide uitdrukkingen vertaalt als “geloof in”.

Leerstellige scherpte

Als Paulus beide keren hetzelfde had bedoeld, had hij dat eenvoudig kunnen schrijven.

Maar hij doet het niet.

Hij plaatst bewust:

  • πίστις Χριστοῦ → aan de kant van het heil
  • πιστεύειν εἰς Χριστόν → aan de kant van de mens

De Statenvertaling bewaart dit spanningsveld.

Moderne vertalingen vlakken het uit.

Conclusie

Galaten 2:16 en Galaten 2:20 versterken elkaar.

Samen laten zij zien:

  • Paulus’ focus ligt primair op Christus’ gehoorzaamheid
  • ons geloof is antwoord, geen fundament

De vraag wordt daarmee onontkoombaar:

Is rechtvaardiging op grond van mijn geloof — of op grond van Christus’ trouw?

De grondtekst laat die vraag niet wegvertalen.

 

 

De noodzaak van een betrouwbare en begrijpelijke Bijbel

Bijbelvertalingen moeten aan twee essentiële eisen voldoen: betrouwbaarheid en
begrijpelijkheid. De tekst moet trouw blijven aan de oorspronkelijke brontalen
(Hebreeuws, Grieks en Aramees) en tegelijkertijd begrijpelijk zijn voor hedendaagse
lezers. Dit blijft een uitdaging, omdat taal in ontwikkeling is.

Taalontwikkeling

Een belangrijke reden waarom de Bijbel steeds opnieuw vertaald moet worden, is de
evolutie van taal. Een sterk voorbeeld is dat van Abraham Kuyper, die klassiek Grieks sprak
en dacht daarmee een toespraak te kunnen houden in Athene. Maar de aanwezige
Grieken begrepen hem niet, omdat de kloof tussen klassiek Grieks en modern Grieks te
groot is. Ditzelfde principe geldt voor oude Bijbelvertalingen: na verloop van tijd raken ze
verouderd en minder begrijpelijk.
De Bijbel moet in de eigen taal toegankelijk zijn, zodat gelovigen de woorden van God
direct kunnen begrijpen. De Reformatie speelde hierin een cruciale rol. De Katholieke
Kerk hield eeuwenlang vast aan de Latijnse Vulgaat, waardoor veel mensen de Bijbel
niet konden lezen. Reformatoren pleitten voor vertalingen in de volkstaal, zodat
iedereen zelf de Schrift kon bestuderen.

Grieks

Al in de derde eeuw voor Christus werd het Oude Testament in het Grieks vertaald,
bekend als de Septuaginta. Dit gebeurde omdat veel Joden in Alexandrië geen
Hebreeuws meer spraken. Grieks was in die tijd de wereldtaal, net zoals Engels dat nu
is.

De Statenvertaling en eerdere vertalingen

Voor de Reformatie bestonden er al Bijbelvertalingen, zoals de Delftse Bijbel (15e
eeuw). Deze was echter niet vertaald uit de oorspronkelijke talen, maar uit het Latijn. De
reformatoren benadrukten dat vertalingen direct uit de brontalen moesten komen.
Maarten Luther vertaalde de Bijbel in het Duits, en later ontstond de Statenvertaling in
Nederland.
De Statenvertaling was internationaal gezien een late vertaling. Tijdens de Synode van
Dordrecht (1618-1619) werd besloten dat Nederland ook een Bijbelvertaling nodig had
die direct uit de toen beschikbare bronteksten kwam. De Statenvertaling verscheen
uiteindelijk in 1637 en werd dé standaardvertaling voor reformatorische kerken.
Om de vertaling zo betrouwbaar mogelijk te maken, moesten de vertalers:
De oorspronkelijke talen zo nauwkeurig mogelijk vertalen.
Vergelijkingen maken met andere Europese vertalingen (zoals de Franse, Duitse en
Engelse King James Version).
Zoveel mogelijk de stijl en woordvolgorde van de oorspronkelijke tekst behouden.

Problemen bij vertalen: woordbetekenissen en interpretatie

Bij het vertalen gaan er altijd nuances verloren. Sommige woorden hebben meerdere betekenissen.
Het Hebreeuwse woord “eretz” betekent bijvoorbeeld zowel “land” als
“aarde”, afhankelijk van de context. Hierdoor kunnen vertalers soms verschillende
keuzes maken.
Sommige teksten kunnen op meerdere manieren worden gelezen. Bijvoorbeeld:
“De Here deed dagelijks toe tot de gemeente, die zalig worden.”
“De Here deed dagelijks die zalig werden, toe tot de gemeente.”
De plaatsing van de komma verandert hier de betekenis van de zin. Dit laat zien dat
vertalen meer is dan alleen woord voor woord omzetten; interpretatie speelt ook een
rol.

Taalverandering en de noodzaak van modernisering

Sinds de 17e eeuw is de Statenvertaling meerdere keren aangepast om de taal
begrijpelijk te houden. In de 19e eeuw werd bijvoorbeeld “wijf” vervangen door “vrouw”,
omdat “wijf” een scheldwoord werd. Andere woorden die inmiddels verouderd zijn:
“Maagschap” → “familie”
“Betrachten” → “vertellen”
“Vreze des Heren” → “eerbied voor de Heer”
Nederlandse taalverandering gaat sneller dan in Vlaanderen. In België worden woorden
als “wenend” en “bekommerd” nog gebruikt, terwijl ze in Nederland verouderd zijn.
Sommige mensen hebben moeite met aanpassingen in de Bijbeltekst, omdat ze
gewend zijn aan de oude formuleringen. Een oudere generatie zal “Ga uit uw
maagschap” natuurlijker vinden dan “Verlaat uw familiekring”. Maar als te veel woorden
onbegrijpelijk worden, verliest de Bijbel zijn doel.

Het belang van begrijpelijke taal

Een Bijbelvertaling moet niet alleen correct, maar ook leesbaar zijn. Sommige mensen
denken dat de Bijbel moeilijk moet zijn, omdat de boodschap geestelijk is. Maar begrip
van de woorden is iets anders dan het begrijpen van de boodschap. Iemand kan de
Bijbel in het Hebreeuws lezen en toch de kern van het geloof missen.
Erasmus was een briljante taalkundige, maar Luther verweet hem dat hij de diepste
betekenis van de Bijbel niet begreep. Het intellectueel begrijpen van een tekst is dus
niet genoeg; de Bijbel moet het hart raken. Maar dit betekent niet dat de tekst
onbegrijpelijk mag zijn.
Om de Bijbel voor iedereen toegankelijk te houden, moeten vertalingen regelmatig
worden herzien. Een te oude vertaling kan ervoor zorgen dat mensen afhaken omdat ze
de taal niet meer begrijpen. Dit is vergelijkbaar met het verschil tussen oud Engels en
modern Engels – de tekst kan te ver afstaan van het hedendaagse taalgebruik.

Evenwicht tussen trouw en toegankelijkheid

Bijbelvertalingen moeten balanceren tussen trouw aan de brontekst en begrijpelijkheid
voor de lezer. De Statenvertaling is een meesterwerk, maar de taal van de 17e eeuw is
niet meer voor iedereen toegankelijk. Vernieuwingen in de vertaling zijn nodig om de
Bijbel voor nieuwe generaties leesbaar te houden, zonder de kernboodschap te
veranderen.
Elke aanpassing zal weerstand oproepen, maar taal verandert nu eenmaal. Het doel
blijft dat iedereen de woorden van God kan begrijpen en ervaren, in een taal die aansluit
bij het dagelijks leven.

Waar komt de term “Textus Receptus” vandaan?

De term Textus Receptus ontstond als een reclameslogan van de Nederlandse uitgevers Bonaventura en Abraham Elzevier in de uitgave van het Griekse Nieuwe Testament uit 1633. De volledige Latijnse zin in de voorwoordtekst luidde:

“Textum ergo habes, nunc ab omnibus receptum: in quo nihil immutatum aut corruptum damus.”

Vertaald betekent dit: “Je hebt dus de tekst die nu door allen wordt ontvangen: waarin we niets veranderd of verdraaid geven.”

Dit was bedoeld als een marketingstrategie om hun editie van het Griekse Nieuwe Testament als de standaardtekst te promoten. Hoewel de term oorspronkelijk alleen naar deze specifieke uitgave verwees, werd Textus Receptus later een algemene benaming voor de reeks Griekse teksten waarop onder andere de King James Version (1611) en de Statenvertaling (1637) gebaseerd waren.

De Textus Receptus zelf was geen oorspronkelijke tekst, maar een verzameling Griekse manuscripten, voor het eerst samengesteld en gepubliceerd door Desiderius Erasmus in 1516. Zijn werk werd later aangepast en verbeterd door andere drukkers en geleerden zoals Robert Estienne (Stephanus) en Theodore Beza.

“Textus Receptus”was dus oorspronkelijk een reclameslogan, maar de term werd later gebruikt om een groep nauw verwante Griekse teksttradities aan te duiden.

Geverifieerd door MonsterInsights