De wet van Christus

De wet van Christus

Geen “Sinaï” voor de gemeente, maar ook geen wetteloosheid

Wie helder ziet dat gelovigen uit de volken nooit onder de wet van Mozes hebben gestaan, krijgt onvermijdelijk de vraag:
staan christenen dan helemaal zonder wet?

Het antwoord van de Schrift is ondubbelzinnig: nee.
Maar even ondubbelzinnig is dit: ook niet onder Mozes.

De Bijbel kent geen wetteloos christendom, maar ook geen terugkeer naar Sinaï.

Paulus is ondubbelzinnig duidelijk: niet zonder wet, maar onder Christus

Paulus schrijft:

Dengenen die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet zijnde (Gode nochtans zijnde niet zonder de wet, maar voor Christus onder de wet), opdat ik degenen die zonder de wet zijn, winnen zou.
(1 Korinthe 9:21)

Dit vers wordt vaak gladgestreken, maar het zegt precies wat het zegt:

  • niet onder de wet (van Mozes)
  • niet zonder wet
  • onder de wet van Christus

Wie hier Mozes via de achterdeur binnenhaalt, leest iets wat er niet staat.

Wat is de wet van Christus?

De wet van Christus is niet een heruitgave van de Sinaï-wet.Ook geen los verkrijgbare morele vaagheid.
Zij is de concrete gehoorzaamheid die voortkomt uit leven in gemeenschap met Christus.

Jezus Zelf zegt:

“Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden.”
(Johannes 14:15)

En:

“Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt.”
(Johannes 13:34)

De wet van Christus is:

  • relationeel, niet contractueel
  • geestelijk, niet ceremonieel
  • innerlijk, niet opgelegd

Deze werkt niet van buiten naar binnen, maar van binnen naar buiten.

De wet vervuld in ons niet door ons

Dit is het cruciale verschil met Mozes.

“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons,
die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.”
(Romeinen 8:4)

Let op de formulering:

  • niet door ons
  • maar in ons

De wet van Christus vraagt geloof, geen menselijke prestatie, maar goddelijke inwoning. Wat de wet eiste maar niet kon bewerken, doet God Zelf door Zijn Geest.

Waarom dit geen wetteloosheid is

Sommigen menen dat spreken over genade en vrijheid automatisch leidt tot losbandigheid. De Schrift denkt daar anders over.

“Want gij zijt geroepen tot vrijheid…
alleen gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees.”
(Galaten 5:13)

De wet van Christus sluit zonde niet uit door regels, maar door vernieuwing van het hart en van het denken. Wie door de Geest leeft, zoekt geen uitwegen om te zondigen, maar verlangt ernaar God te behagen.

Waarom dit ook geen verkapt wetticisme is

Even gevaarlijk is de andere kant: de wet van Christus gebruiken als nieuwe wet met nieuwe verplichtingen, nieuwe lijsten en nieuwe druk.

Dan wordt zelfs Christus weer tot een wetgever op afstand, in plaats van de Heer die in ons leeft.

Paulus zegt niet: doe dit en leef.
Hij zegt:

“Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.”
(Galaten 2:20)

Dat is geen techniek.
Dat is relatie.

Samengevat

De wet van Christus is:

  • geen Sinaï 2.0
  • geen sabbatisme in christelijke verpakking
  • geen morele vrijblijvendheid

maar:

  • leven uit verbondenheid met Christus
  • wandelen door de Geest
  • gehoorzaamheid als vrucht, niet als voorwaarde

Wie dit verwart, belandt óf in wetticisme, óf in wetteloosheid.
Wie dit verstaat, ontdekt dat genade niet minder gehoorzaam maakt, maar juist meer.

‘Mozes,’ stond geschreven op steen.
Christus schrijft in harten.

Die wet blijft.

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2)

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2)

Waarom sabbatisme en judaïsering het evangelie ondergraven

Korte samenvatting van mijn vorige blog hierover

Veel Christenen denken dat alle mensen vóór hun bekering “onder de wet” waren en daar door Christus van zijn bevrijd. Dat klinkt logisch, maar het is onbijbels.
De wet van Mozes werd niet aan alle mensen gegeven, maar aan één volk: Israël. Wie dat onderscheid negeert, raakt onvermijdelijk verstrikt in sabbatisme, judaïsering of een ‘werk evangelie’

Dit blog laat zien waarom gelovigen uit de volken nooit onder de wet stonden, waarom zij er dus ook niet van bevrijd hoefden te worden, en waarom het opnieuw opleggen van de wet , op welke manier ook, met welke goed bedoelingen dat ook mag zijn, vandaag geen verdieping is, maar achteruitgang.

 

De wet van Mozes was nooit universeel

De Bijbel laat hier geen ruimte voor twijfel.

“Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend,
Israël Zijn inzettingen en Zijn rechten.
Alzo heeft Hij geen volk gedaan;
en Zijn rechten, die kennen zij niet.”
(Psalm 147:19–20)

De wet hoorde bij het Sinaïtische verbond. Dat verbond werd gesloten met Israël, niet met “de mensheid”. De volken stonden daar buiten. Wie doet alsof de wet altijd voor iedereen gold, schrijft iets in de Schrift wat er eenvoudig niet staat.

Heidenen stonden niet onder de wet, zegt Paulus

Paulus is opvallend precies:

“Wanneer de heidenen, die de wet niet hebben…”
(Romeinen 2:14)

Niet: die de wet overtreden hebben.
Maar: die de wet niet hebben.

Heidenen droegen geen Sinaï-verantwoordelijkheid. Zij stonden niet onder de verbondsvloek, noch onder de verbondszegen van de wet. Hun probleem was zonde — niet wetsbreuk.

 Daarom, gelijk door één mens (Adam) de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood, en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben. (Romeinen 5:12)

“Wij waren onder de wet” — wie is “wij”?

In Galaten 3 lezen we:

“Maar eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld.”
(Galaten 3:23)

Dit wij wordt vaak achteloos toegepast op alle mensen. Maar Paulus spreekt hier als Jood, namens Israël. Alleen Israël stond onder de wet.

Dat blijkt duidelijk uit Galaten 4:

“God heeft Zijn Zoon gezonden, geworden onder de wet,
opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou.”
(Galaten 4:4–5)

Christus kwam onder de wet, omdat Hij Israël kwam verlossen. Als de volken ook onder de wet hadden gestaan, is deze tekst inhoudsloos.

Heidenen werden niet “vrijgemaakt van de wet”

Dit is een belangrijk detail dat vaak wordt gemist.

Heidenen hadden geen wet van Mozes om van bevrijd te worden. Paulus beschrijft hun toestand vóór Christus zo:

“Dat gij te dien tijde waart zonder Christus,
vervreemd van het burgerschap Israëls,
en vreemdelingen van de verbonden der belofte.”
(Efeze 2:12)

Hun probleem was niet: onder de wet zijn.
Hun probleem was: in Adam veroordeeld, buiten Christus zijn.

Daarom spreekt Paulus bij heidenen niet over “losmaking van de wet”, maar over:

  • nabijgebracht worden,
  • mede-erfgenamen worden,
  • ingelijfd worden in Christus.

De wet blijft heilig, maar niet als leefregel voor de gemeente

Dat heidenen nooit onder de wet stonden, betekent niet dat Gods morele wil verdwenen is. Het betekent wel dat de wet van Mozes niet de leefregel van de gemeente is.

Christenen:

  • staan niet onder Mozes,
  • maar zijn ook niet wetteloos,
  • zij staan onder de wet van Christus.

“Niet zonder de wet Gods, maar onder de wet van Christus.”
(1 Korinthe 9:21)

Die wet werkt niet door oplegging, maar door inwoning:

“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons,
die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.”
(Romeinen 8:4)

Sabbatisme: oude verbondseisen voor nieuwe-verbondsmensen

De sabbat was het uitdrukkelijke teken van het oude verbond:

“Het is een teken tussen Mij en de kinderen Israëls.
(Exodus 31:16–17)

Niet tussen God en de gemeente.
Niet tussen God en de volken.

Wie de sabbat verplicht stelt voor christenen:

  • verwart Israël en de gemeente,
  • negeert Kolossenzen 2:16,
  • en legt een juk op dat Christus niet oplegt.

Dat is geen “diepere gehoorzaamheid”, maar verbondsverwarring.

Judaïsering: klinkt geestelijk, uitwerking funest

De eerste grote crisis in de gemeente ging hierover:
moeten heiden-christenen onder de wet van Mozes gebracht worden?

Petrus noemt dat een verzoeking van God:

“Waarom verzoekt gij God, een juk op den hals der discipelen te leggen,
hetwelk noch onze vaderen noch wij hebben kunnen dragen?”
(Handelingen 15:10)

Dat juk was niet zonde, maar de wet als leefregel.

Paulus is nog scherper:

“Gij zijt van Christus vervreemd,
die door de wet gerechtvaardigd wilt worden;
gij zijt uit de genade gevallen.”
(Galaten 5:4)

Samengevat

Gelovigen uit de volken waren nooit onder de wet van Mozes.
Zij hoefden daar dus ook niet van bevrijd te worden.

De wet werd aan Israël gegeven.
Christus vervulde die wet.
En in Hem leven de gelovigen uit genade, niet uit wet.

Wie dit onderscheid negeert, belandt óf in wetticisme, óf in wetteloosheid.
Wie het vasthoudt, bewaart zowel de heligheid van de wet als de kracht van het evangelie.

Veelgestelde vragen

Maar gelden de Tien Geboden dan niet meer? De inhoud wordt in het Nieuwe Testament herhaald, maar niet als Sinaï-verbondseis. Christenen leven onder de wet van Christus ,onder het nieuwe Verbond, niet onder het oude.

Is de sabbat dan afgeschaft? De sabbat was een teken van het oude verbond met Israël. Het Nieuwe Testament legt de sabbat nergens op aan de gemeente.

Betekent dit dat christenen vrij zijn om te zondigen? Integendeel. Wie door de Geest leeft, vervult juist het recht van de wet (Romeinen 8:4).

Waarom is dit onderscheid zo belangrijk? Omdat het evangelie anders wordt vermengd met wet, en dan krachteloos wordt gemaakt.

 

Is de Here Jezus JHWH?

Is de Here Jezus JHWH?

Een vraag onder Christenen is of de Here Jezus dezelfde is als Yahweh (ook wel Jehovah of JHWH), de God die Zich in het Oude Testament openbaart.

Dit raakt direct aan wat de Bijbel zegt over Wie de Here Jezus Christus eigenlijk is.

“IK BEN”

In Exodus 3 ontmoet Mozes God bij de brandende braamstruik. Wanneer Mozes vraagt naar Gods naam, antwoordt Hij:

“IK BEN DIE IK BEN.”
(Exodus 3:14)

Deze aanduiding hangt samen met de Hebreeuwse naam JHWH, vaak weergegeven als HEER, Yahweh of Jehovah. Deze naam benadrukt Gods zelfbestaan: Hij is niet afhankelijk van iets of iemand anders, maar bestaat in Zichzelf.

Eén God

De Bijbel is overduidelijk over het feit dat er maar één God is:

“Hoor, Israël: de HEER, onze God, de HEER is één.”
(Deuteronomium 6:4)

Christenen kennen dus geen veelgodendom. Tegelijkertijd leert het Nieuwe Testament dat de Here Jezus God is, aangeduid als de Zoon, Erfgenaam van alles (Hebreeën 1:2) die de Naam boven alle naam ontvangen heeft. (Filippenzen 2:9)

Door Jesaja ook lang tevoren aangekondigd als  Vader van de eeuwigheid (Jesaja 9:6)

De Here Jezus en de naam “IK BEN”

In het Nieuwe Testament gebruikt Jezus taal die rechtstreeks verwijst naar Gods openbaring in Exodus. Een bekend voorbeeld is Johannes 8:58, waar Jezus zegt:

“Voor Abraham was, ben Ik.”

Voor zijn Joodse toehoorders was dit een duidelijke verwijzing naar de naam van God. De reactie – zij wilden Hem stenigen – laat zien dat zij deze uitspraak verstonden als een claim op goddelijkheid.

De Here Jezus en Gods eigenschappen

Eigenschappen en titels die in het Oude Testament exclusief aan JHWH worden toegeschreven, worden in het Nieuwe Testament ook op Jezus toegepast. Hij wordt beschreven als Herder, Rots, Heiland Rechter en Redder. Daarnaast doet de Here Jezus dingen die volgens de Schrift alleen God kan doen:

  • Hij vergeeft zonden
  • Hij accepteert aanbidding
  • Hij spreekt met goddelijk gezag (“Ik zeg u…”)
  • Hij claimt eeuwig bestaan vóór de schepping

Het Nieuwe Testament

De schrijvers van het Nieuwe Testament noemen de here Jezus expliciet God op meerdere plaatsen, onder andere in:

  • Johannes 1:1
  • Johannes 20:28
  • Romeinen 9:5
  • Hebreeën 1:8
  • Openbaring 1:8 en 22:13

Deze uitspraken staan niet op zichzelf, maar vormen een consistent getuigenis.

Samengevat

Volgens de Bijbel is de Here Jezus Christus niet slechts een profeet of moreel voorbeeld. Hij wordt gepresenteerd als JHWH Zelf — de “IK BEN” die in het Oude Testament sprak, en die in het Nieuwe Testament Zijn God-zijn aflegde en volledig mens werd om te kunnen sterven.

De God dus, die Zich openbaart, niet alleen in woorden, maar uitdrukkelijk in de Persoon van de Here Jezus Christus.

 

Geverifieerd door MonsterInsights