Stop niet met Bijbellezen

Stop met gelovigen klein houden

Ik werd door mijn vrouw gewezen op een ‘herderlijk schrijven’ van een aangewaaide pater/kluizenaar.

Ik viel tijdens het lezen van de ene verbijstering in de andere.

Vandaar dit blog.

Er waait vandaag een religieus-gure wind door kerkelijk Nederland. Niet nieuw, wel erg herkenbaar.

De gewone gelovige zou maar beter niet al te vrijmoedig de Bijbel lezen is de gedachte. Dat geeft maar verwarring. Dat leidt maar tot rare conclusies. Dat levert fundamentalisten, paniek, YouTube-theologie en ‘religieuze ontsporing’ op.

Kort gezegd: de Bijbel is prachtig, maar gevaarlijk in handen van ‘gewone mensen’.

Dat klinkt misschien als goedbedoelde pastorale voorzichtigheid. Alsof men kwetsbare zielen wil beschermen tegen wilde interpretaties en geestelijke ongelukken. Maar onder die vrome zorg ligt een veel groter probleem: wantrouwen tegenover het Woord van God én tegenover het werk van de Heilige Geest in gewone gelovigen.

Want de Bijbel zelf spreekt andere taal

De Schrift wordt niet voorgesteld als een wild beest dat getemd moet worden, danwel opgesloten moet blijven totdat het bevoegd personeel arriveert. Zij wordt voorgesteld als licht, waarheid, voedsel, zwaard, troost, vermaning en openbaring van Christus.

“Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.” Psalm 119:105 (STV)

Een lamp stop je niet weg onder een hooimaat omdat iemand verkeerd zou kunnen kijken.

Een lamp steek je aan en zet je neer omdat mensen anders verdwalen en struikelen.

De Bijbel is voor iedereen
De Bijbel is voor iedereen

 

De Bijbel is géén verboden terrein voor gewone gelovigen

De Here Jezus zei niet:

“laat de Schrift onderzoeken en uitleggen door een kerkelijke bovenlaag.”

Hij zei:

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)

Dat woord is zo duidelijk.

Onderzoekt de Schriften.

Niet: verstop het.

Niet: blijf er af.

Niet: wacht tot iemand met een ambtelijke bevoegdheid  u vertelt wat u veilig kan en mag lezen.

Niet: laat de Schrift vooral liturgisch langs u heen komen, maar waag u er thuis niet aan.

Christus Zelf wijst naar de Schriften als het getuigenis van Hem. Wie mensen bij de Schrift vandaan houdt, houdt hen niet weg van gevaar, maar weg van (het getuigenis van) Christus.

Natuurlijk vraagt Bijbellezen om eerbied. moet je teksten niet uit hun verband slopen

Natuurlijk is context belangrijk. Natuurlijk kan iemand ontsporen met een open Bijbel en een gesloten hart.

Maar dat is dus géén argument tegen Bijbellezen.

Dat is een argument tegen slecht en selectief Bijbellezen.

 

Het probleem is niet de open Bijbel, maar het gesloten hart

Er wordt vaak gedaan alsof verwarring ontstaat doordat mensen de Bijbel lezen. Maar de Schrift zelf legt het probleem dieper. De natuurlijke mens buigt niet voor Gods Woord. Hij wil heersen over de tekst, schrappen in de tekst, vluchten voor de tekst of de tekst onderwerpen aan kerkelijke, culturele of persoonlijke voorkeuren.

Dat gevaar bestaat overal.

Bij protestanten.

Bij katholieken.

Bij evangelischen.

Bij academici.

Bij YouTubers

Bij priesters.

Bij voorgangers.

Bij dominees.

Bij mij.

Bij u.

Het probleem is niet dat de Bijbel op tafel ligt. Het probleem is dat de mens van nature niet wil buigen voor wat God zegt.

Dáárom hebben we onderwijs nodig. Bijbelstudie. Prediking. Herderlijke leiding. Schriftvergelijking. Nederigheid. Gebed. Maar dat is iets totaal anders dan zeggen dat de gemiddelde gelovige ‘maar beter niet zelf de Bijbel kan gaan lezen’.

Een herder die de schapen liefheeft, jaagt ze niet weg van het gras omdat ze misschien verkeerd kauwen. Hij leert ze wat en waar goed voedsel is.

 

De Bereeërs deden precies wat men hier verdacht maakt

In Handelingen 17 komen we mensen tegen die apostolische prediking hoorden. Niet zomaar een praatje. Paulus predikte. Een apostel van Jezus Christus.

En wat deden de Bereeërs?

Zij namen zijn woorden niet kritiekloos aan omdat er “bevoegd personeel” sprak. Zij toetsten zijn boodschap aan de Schrift.

“En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” Handelingen 17:11 (STV)

Dat is vernietigend voor elke vorm van geestelijke betutteling.

De Bereeërs worden niet berispt omdat zij zelf gingen onderzoeken. Zij worden edeler genoemd. Niet omdat zij alles wantrouwden. Niet omdat zij eigenwijze hobbytheologen waren. Maar omdat zij het gepredikte woord ontvingen én toetsten aan de Schrift.

Dát is gezond Bijbels christendom.

Niet: de leek zwijgt en de geestelijke klasse beslist.

Maar: de gemeente hoort, ontvangt, onderzoekt en toetst.

Paulus zegt niet: lees minder Bijbel

Paulus schrijft aan Timotheüs:

“En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.” 2 Timotheüs 3:15 (STV)

Let op wat hier staat. De heilige Schriften kunnen wijs maken tot zaligheid. Niet omdat ieder mens automatisch alles begrijpt. Niet omdat onderwijs overbodig is. Maar omdat God door Zijn Woord werkt.

Paulus gaat verder:

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.” 2 Timotheüs 3:16-17 (STV)

De Schrift is nuttig tot lering. Tot wederlegging. Tot verbetering. Tot onderwijzing. Tot toerusting.

Dat klinkt niet als een gevaarlijk pakket dat alleen door geestelijke beambten mag worden geopend. Dat klinkt als Gods eigen middel om Zijn volk te vormen.

Wie gewone gelovigen bij de Schrift vandaan houdt, berooft hen van het middel dat God Zelf gegeven heeft om hen te voeden, onderwijzen, te corrigeren en toe te rusten.

De vergelijking met oude oosterse teksten is een rookgordijn

Sommigen vergelijken Bijbellezen met het lezen van Assyrische of Babylonische teksten. Niemand gaat zomaar de Enuma Elish of het Gilgamesh-epos lezen en denkt dan zonder assyriologen, filologen en tekstkritiek alles te begrijpen.

Dus, zo redeneert men dan gemakshalve, zou de gewone gelovige ook niet zomaar de Bijbel moeten lezen.

Dat klinkt geleerd. Maar het argument deugt voor geen meter.

De Bijbel is geen dood museumstuk. De Schrift is geen religieuze kleitablet uit een verdwenen wereld die alleen door specialisten veilig gehanteerd kan worden.

De Bijbel is het Woord van de levende God, gegeven aan iedereen die het horen wil.

Ja, de Bijbel heeft historische diepte. Ja, er zijn moeilijke gedeelten. Ja, kennis van taal, cultuur en context helpt. Maar de apostolische brieven bijvoorbeeld, werden geschreven aan gemeenten. Aan echte mensen. Aan slaven en vrijen. Aan mannen en vrouwen. Aan jongeren en ouderen. Aan gewone gelovigen die moesten horen, lezen, bewaren, gehoorzamen en toetsen.

Paulus schrijft:

“En wanneer deze zendbrief van u zal gelezen zijn, maakt, dat hij ook in de gemeente der Laodicensen gelezen worde, en dat ook gij dien leest, die uit Laodicea geschreven is.” Kolossenzen 4:16 (STV)

De Schrift moest circuleren. De gemeente moest horen. Lezen. Ontvangen. Bewaren.

Er staat niet: laat dit document uitsluitend behandelen door gewijde deskundigen, want de gemiddelde gelovige kan hier geestelijke schade van oplopen.

Slecht Bijbellezen bestrijd je niet met géén Bijbellezen

Er is terechte zorg. Dat kan je zo zeggen.

Er bestaat inderdaad een hoop geestelijke rotzooi. Er zijn mensen die van de Bijbel een grabbelton maken. Er zijn complotpredikers, eindtijdhandelaren, sektarische uitleggers, sensatiekanalen en religieuze knutselaars die met losse teksten complete luchtkastelen bouwen.

Maar de oplossing voor een McBible is geen gesloten Bijbel.

De oplossing is niet dat gelovigen hun Bijbel dichtleggen en dan maar kaarsen branden, litanieën bidden of zich verliezen in devotie tot Maria, heiligen en engelen.

De oplossing is beter Bijbellezen.

Lees de tekst in verband.

Lees Christus centraal.

Lees Schrift met Schrift.

Lees nederig.

Lees biddend.

Lees met gezonde prediking.

Lees met de gemeente.

Toets leraren aan het Woord.

Wees traag met grote conclusies.

Laat moeilijke teksten niet los rondzwerven, maar breng ze onder het gezag van het geheel van de Schrift.

Dat is heel iets anders dan gewone gelovigen ontmoedigen om de Bijbel te lezen.

 

Liturgie is geen vervanging van het Woord in het hart

Er wordt gezegd dat de Schrift voor de gemiddelde gelovige in de liturgie al voldoende tot spreken wordt gebracht. Maar dat is een gotspe.  De Schrift moet niet maar plechtig worden voorgelezen. Zij moet wonen in het hart, klinken in het huis, werken in het geweten en richting geven aan het denken.

Paulus schrijft:

“Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.” Kolossenzen 3:16 (STV)

Niet: het woord van Christus worde af en toe liturgisch over u uitgesproken.

Niet: het woord van Christus blijve veilig beheerd door een kerkelijk systeem.

Maar: het Woord van Christus wone rijkelijk in u.

Dat is persoonlijk. Gemeentelijk. Levend. Vormend. Corrigerend.

Een gelovige die alleen in de liturgie de Schrift hoort, maar niet leert om zelf in het Woord te leven, blijft geestelijk afhankelijk. Hij krijgt voedsel aangereikt, maar leert niet eten.

 

De aanval op de Reformatie verraadt de onderliggende kwestie

Wanneer de Reformatie wordt weggezet als het gevolg van een augustijn die Paulus niet goed begrepen had, gaat het niet meer alleen over leesvaardigheid. Dan gaat het over gezag.

Wie heeft het laatste woord?

De Schrift?

Of de kerkelijke traditie?

De Reformatie was verre van volmaakt. Reformatoren waren mensen. Ze maakten fouten. Ze spraken soms te hard, te kort door de bocht of historisch belast.

Maar de vraag is hier: mag de kerk worden getoetst aan het Woord van God, of moet het Woord van God worden gelezen door de bril van de kerk?

Paulus zegt:

“Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.” Romeinen 3:28 (STV)

En:

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” Romeinen 4:5 (STV)

Dat zijn geen protestantse vingertjes in katholieke pap. Dat is Bijbelse leer.

De clou zit hier: zodra gewone gelovigen de Schrift lezen, kunnen zij vragen gaan stellen.

Waar staat dit? Waar leert Christus dit? Waar leren de apostelen dit? Waar wordt Maria als middelares aangesteld? Waar wordt het aanroepen van heiligen geboden? Waar wordt volksdevotie boven Schriftlezing geplaatst?

Dat zijn ongewenste vragen voor een (aanzienlijk) deel van de ‘verheven geestelijken. Maar ongewenste vragen zijn nog niet hetzelfde als imbeciele gevolgtrekkingen.

Soms zijn ongewenste vragen precies die vragen die nodig zijn.

 

Maria, heiligenverering en engelensprookjes zijn geen beter alternatief

Het meest onthullende is dat de Bijbel als gevaarlijk wordt voorgesteld, terwijl volksdevotie, bedevaarten, litanieën, kaarsen en persoonlijke relaties met Maria, heiligen en engelen als ‘geestelijk veilig’ alternatief worden aangereikt.

Daar gaat het echt he-le-maal mis.

De Schrift zou paniek kunnen veroorzaken, maar devotionele praktijken zonder enige Bijbelse opdracht zouden het geloof versterken? De Bijbel zou te ingewikkeld zijn, maar een persoonlijke relatie met Maria en engelen zou geestelijk gezond zijn?

Paulus schrijft:

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.” 1 Timotheüs 2:5 (STV)

Eén Middelaar.

Niet Christus plus Maria.

Niet Christus plus heiligen.

Niet Christus plus engelen.

Niet Christus plus een devotioneel netwerk van hemelse tussenpersonen.

Eén Middelaar: Jezus Christus.

Wie gewone gelovigen wegleidt van de Schrift naar devotionele tussenfiguren, beschermt hun geloof niet. Hij verplaatst hun vertrouwen.

En juist dát is gevaarlijk.

 

De Schrift is niet tegen onderwijs, maar tegen geestelijke gijzeling

Laat niemand doen alsof een pleidooi voor Bijbellezen een pleidooi is voor individualistische willekeur. De Bijbel is niet gegeven om ieder zijn eigen privéreligie te laten bouwen. Christus heeft leraren gegeven. De gemeente is nodig. Prediking is nodig. Herderlijke leiding is nodig.

Maar onderwijs is iets anders dan controle.

Een leraar opent de Schrift.

Een controleur schermt haar af.

Een herder brengt de schapen naar voedsel.

Een clericaal religieus systeem houdt voedsel achter en noemt dat ‘bescherming’.

Een gezonde voorganger zegt: kom, we lezen samen, en toets vooral ook mij aan het Woord.

Een ongezonde voorganger zegt: pas op, dit is te gevaarlijk voor u zónder mij.

Dat cruciale verschil raakt het hart van geestelijk gezag.

De Heilige Geest werkt door het Woord

Het is opvallend hoe vaak men bij dit onderwerp spreekt over ‘gevaar, verwarring en misverstand’, maar nauwelijks of niet  over de Heilige Geest. Alsof gewone gelovigen alléén staan tegenover een oude tekst, zonder Herder, zonder Geest, zonder Christus.

Maar de Geest van God heeft de Schrift gegeven en gebruikt de Schrift om Christus te verheerlijken.

“Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17 (STV)

De Geest leidt niet weg van het Woord naar vrome mist. Hij brengt ons juist onder het gezag van het Woord. Niet om ons tot kille letterknechten te maken, maar om ons Christus te leren kennen zoals Hij Zich geopenbaard heeft.

Een geloof dat bang is voor een open Bijbel, is geen sterk geloof. Het is een geloof dat alleen veilig lijkt zolang niemand controleert waarop het eigenlijk gebouwd is.

 

Niet minder Bijbel, maar betere Bijbelkennis

De kerk van vandaag heeft niet te veel Bijbel. Zij heeft te weinig Bijbel.

Te veel losse kreten.

Te veel oppervlakkige filmpjes.

Te veel tekstmisbruik.

Te veel eigengereidheid.

Te veel mensen die  denken dat zij de kerkgeschiedenis wel even kunnen corrigeren.

Dat probleem los je niet op door de Bijbel terug te leggen op de lessenaar, of op de kast op slot te zetten en het volk naar huis te sturen met kaarsen, devotieprentjes en heiligenverhalen.

Dat probleem los je op door Bijbelkennis.

Door geduldig onderwijs.

Door prediking van de Opgestane Heer.

Door uitleg, in context.

Door scherpe onderscheiding.

Door gelovigen te leren dat de Bijbel geen kapstok is, maar Gods Woord.

Door mensen te leren lezen. Niet minder. Beter.

 

De echte vraag is: wie en wat vertrouw je?

Achter deze hele discussie zit een heel eenvoudige vraag.

Vertrouwen we erop dat God door Zijn Woord spreekt?

Vertrouwen we erop dat de Heilige Geest gewone gelovigen kan en wil onderwijzen door dat Woord?

Vertrouwen we erop dat Christus Zijn schapen kent en leidt?

Of vertrouwen we uiteindelijk meer op kerkelijke bemiddeling, gewijde deskundigheid, traditie en devotionele omheining?

De Bijbel zelf geeft het antwoord.

“En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.” Deuteronomium 6:6-7 (STV)

Gods Woord hoort niet opgesloten te blijven in een religieus gebouw. Het hoort in het huis. Op de weg. In het gesprek. In je gezin. In je hart.

Dat principe verdwijnt niet in het Nieuwe Testament. Het verdiept zich.

Ik vat samen

We moeten niet ‘rap ophouden iedereen aan te moedigen de Bijbel te lezen.’

We moeten rap ophouden gewone gelovigen klein te houden.

We moeten ophouden doen alsof de Schrift vooral gevaarlijk is wanneer zij in handen komt van mensen zonder kerkelijke bevoegdheid. We moeten ophouden alsof liturgie, traditie en volksdevotie veilig zijn, terwijl het Woord van God verdacht wordt gemaakt als bron van paniek.

De Bijbel kan verkeerd gelezen worden. Zeker.

Maar een gesloten Bijbel is nog gevaarlijker.

Want waar de Schrift dicht blijft, krijgt religieuze macht vrij spel. Daar worden tradities onaantastbaar. Daar worden menselijke instellingen beschermd tegen toetsing. Daar worden gelovigen afhankelijk gehouden van mensen die zeggen dat zij de sleutel hebben. En waar dat zoal toe leidt bewijst de geschiedenis wel.

Christus heeft Zijn volk niet verwezen naar kaarsen, litanieën en een persoonlijke relatie met heiligen. Hij wees naar de Schriften.

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)

Daarom: ópen die Bijbel.

Lees eerbiedig.

Lees biddend.

Lees met onderscheid.

Lees in verband.

Lees Christus gericht.

Maar léés.

Want niet de open Bijbel bedreigt het geloof.

Een kerk die bang is voor een open Bijbel, dát is de bedreiging.

 

De Jezus die men nog noemt, maar niet meer kent

Een aangepast beeld

Er is een vorm van misleiding die grof en herkenbaar is. Die zegt gewoon: Jezus is niet nodig. De Bijbel is niet betrouwbaar. Het kruis is achterhaald. Zonde is een ouderwets woord. Bekering is religieuze druk.

Dat is ernstig, maar tenminste duidelijk. Je weet meteen hoe de hazen rennen.

Veel gevaarlijker is de misleiding die Jezus niet wegduwt, maar Hem opnieuw vormgeeft. Zijn Naam blijft staan. Zijn Naam wordt gezongen. Zijn Naam wordt uitgesproken in gebeden, conferenties, preken, getuigenissen en bedieningstaal. Maar langzaam wordt Hij veranderd in iemand anders.

Niet de Christus der Schriften.

Maar een Jezus die past bij onze verlangens, onze systemen, onze roepingstaal, onze geestelijke succesverhalen en onze behoefte aan zichtbare kracht.

De meest verraderlijke leugen over Jezus is niet dat Hij wordt ontkend, maar dat Hij wordt hertekend.

Het is een soms subtiel verschil wat wel herkenbaar wordt als je het eenmaal doorhebt.

Welke Jezus wordt verkondigd?

 

Hij wordt nog genoemd wordt, maar staat niet meer centraal

Veel christenen willen de Heer oprecht dienen. Ze houden van Jezus. Ze willen Hem volgen. Ze willen trouw zijn. En toch lopen velen rond met een stille geestelijke vermoeidheid.

Ik doe niet genoeg.

Ik geloof niet genoeg.

Ik ben niet krachtig genoeg.

Ik ben niet ver genoeg.

Ik wandel niet hoog genoeg.

Ik mis iets.

In veel gevallen wordt de schuld dan bij de gelovige gelegd.

Meer overgave.

Meer geloof.

Meer kracht.

Meer activatie.

Meer doorbraak.

Meer vuur.

Meer discipline.

Meer honger.

Meer verwachting.

Meer verlangen.

Maar wat als het probleem niet primair jouw inzet is?

Wat als het probleem de Jezus is die je is voorgehouden?

Want zodra Jezus niet meer wordt verkondigd zoals de Schrift Hem openbaart, maar zoals Hij bruikbaar is voor een bepaald geestelijk systeem, is het hek los….Dan blijft Zijn Naam misschien centraal staan in de taal, maar niet meer in de leer.

Dan wordt niet meer gevraagd: Wie is Christus volgens de Schrift?

Maar: hoe helpt Jezus ons bij wat wij willen bouwen, ervaren, bereiken of bewijzen?

Zie je het al?

 

De Bijbel als toetssteen of ervaring als bril

De dwaling begint vrijwel nooit met openlijke minachting voor de Bijbel. Te confronterend. Het begint subtieler.

Ervaringen krijgen gewicht.

Getuigenissen krijgen gezag.

Emotionele momenten worden sturend en normgevend.

‘Succesvolle bedieningen’ worden voorbeeldmodellen.

Zichtbare kracht wordt bewijs van waarheid.

En langzaam gebeurt er iets verraderlijks: de Bijbel toetst niet meer, maar de ervaring kleurt de Bijbel.

Dan lezen mensen de Schrift niet meer vanuit wat God heeft geopenbaard, maar vanuit wat zij hebben meegemaakt, gezien, gevoeld of gehoord. Een indrukwekkend getuigenis krijgt dan praktisch meer gewicht dan nuchtere exegese. Een ervaring wordt een sleutel tot de tekst. Een conferentiesfeer gaat bepalen wat men “geestelijk” noemt.

Dat lijkt levend. Dat lijkt krachtig. Dat lijkt vurig.

Maar het kan ook de poort zijn waardoor een andere Jezus binnenkomt.

Niet openlijk.

Niet schreeuwend.

Maar fluisterend.

 

Jezus als prototype van wat jij zou moeten kunnen

Een van de meest gevaarlijke verschuivingen is de voorstelling van Jezus als vooral ons voorbeeld in kracht. Dan wordt gezegd: Jezus deed Zijn wonderen als mens, volkomen afhankelijk van de Geest, om te laten zien wat ook wij kunnen doen.

Dat klinkt godsdienstig. Zelfs inspirerend.

Maar kijk uit wat er gebeurt.

De vraag was: Wie is Hij?

Maar wordt: waarom kan ik niet wat Hij kon?

Daarmee verandert aanbidding in prestatiedruk. Christus wordt niet meer allereerst de Heer voor Wie men buigt, de Zaligmaker op Wie men rust, de Middelaar Die volbracht heeft wat wij niet konden. Hij wordt een norm waaraan jij jezelf meet.

En als jij dan geen zieken geneest, geen demonen uitdrijft, geen wonderen ziet, geen profetische precisie hebt, geen “doorbraak” forceert, dan komt de conclusie dichtbij:

Er zal wel iets mis zijn met mij.

Te weinig geloof.

Te weinig overgave.

Te weinig zalving.

Te weinig geestelijke autoriteit.

Zo wordt Jezus niet meer de Redder van vermoeiden, maar de meetlat die vermoeiden nog verder neerdrukt.

Dat is geen evangelie. Dat is een religieuze loopband in overdrive met de Naam van Jezus erboven.

 

Het kruis als startpunt in plaats van centrum

In eigentijdse populaire geestelijke taal wordt het kruis niet openlijk ontkend. Dat is juist het verraderlijke.

Men zingt er nog over. Men noemt het nog. Men erkent nog dat Jezus gestorven is voor onze zonden.

Maar in de praktijk wordt het kruis vaak gereduceerd tot het beginpunt.

Alsof de boodschap is:

Jezus heeft je gered, nu moet jij Zijn overwinning waarmaken.

Jezus heeft de basis gelegd, nu moet jij het Koninkrijk zichtbaar maken.

Jezus heeft overwonnen, nu moet jij de aarde in bezit nemen.

Jezus heeft betaald, nu moet jij doorbreken, activeren, realiseren en bewijzen.

 

Daarmee verschuift het gewicht van Christus’ volbrachte werk naar de schouders van de gelovige. De genade wordt nog beleden, maar de druk wordt geleefd.

En als het dan niet werkt? Als de genezing uitblijft? Als de omstandigheden niet veranderen? Als het allemaal niet voelt als overwinning? Als de beloofde doorbraak niet komt?

Dan ga je niet het systeem bevragen.

Dan ga je naar jezelf kijken.

Dat is het venijn. Een verkeerde prediking maakt mensen niet vrij, maar onzeker. Niet geworteld, maar opgejaagd. Niet levend uit geloof maar voortdurend met zichzelf bezig.

 

Jezus als de activator van jouw bestemming

Een andere vorm van deze verschuiving is nog algemener geworden. Jezus wordt niet meer allereerst verkondigd als de Zaligmaker van zondaren, maar als Degene Die jouw potentieel ontsluit.

Hij wordt de sleutel tot jouw bestemming.

De activator van jouw roeping.

De promotor van jouw droom.

De kracht achter jouw persoonlijke ontwikkeling.

De geestelijke coach Die jou helpt worden wie jij bedoeld bent te zijn.

Dat klinkt positief. Het voelt bemoedigend. Het past goed in een cultuur waarin alles draait om jouw identiteit, groei, invloed en zelfontplooiing.

Maar de Bijbelse richting is anders.

De vraag van het Evangelie is niet: hoe word jij de beste versie van jezelf?

De vraag is: hoe wordt een zondaar met God verzoend?

De Bijbel begint niet bij jouw potentieel, maar bij Gods heiligheid, jouw verlorenheid en Christus’ volbrachte werk. Wie dat omdraait, krijgt een andere boodschap. Dan wordt redding bijzaak en zelfontplooiing hoofdzaak. Dan wordt bekering vervangen door zelfontdekking. Dan wordt Christus functioneel gemaakt voor jouw verhaal.

Maar Jezus is geen accessoire bij jouw bestemming.

Hij is de levende Heer.

Hij is niet gekomen om jouw naam groot te maken, maar om zondaren te verlossen en de Vader te verheerlijken.

 

De vrucht ervan is geen rust, maar uitputting

Je herkent een boom aan de vrucht.

Wat brengt deze manier van spreken over Jezus voort?

Vaak geen rust. Geen diepe zekerheid. Geen verwondering over genade. Geen vaste blik op Christus. Maar vermoeidheid.

Altijd meer.

Meer geloof.

Meer vuur.

Meer activatie.

Meer overwinning.

Meer geestelijke autoriteit.

Meer zichtbare vrucht.

Meer bewijs.

De gelovige wordt steeds teruggeworpen op zichzelf. Op zijn geloofsniveau. Zijn toewijding. Zijn geestelijke temperatuur. Zijn bereidheid. Zijn resultaten.

En dat klinkt vroom, maar het is dodelijk vermoeiend.

Want het vlees kan ook religieus worden opgejaagd. Het kan zelfs met behulp van de Bijbel worden opgejaagd. Maar opgejaagd vlees wordt niet geestelijker. Het wordt alleen vermoeider, krampachtiger en banger om tekort te schieten.

De echte Christus brengt geen vrome slavernij.

Hij roept vermoeiden bij Zich.

“Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.” Mattheüs 11:28 (STV)

Dat is geen oproep tot activatie, maar tot komen.

Niet tot moeten bewijzen, maar tot rusten.

Niet tot zelfverheffing, maar tot vertrouwen.

 

De echte Jezus is geen zorghulpmiddel

De echte Jezus is niet een prototype dat je geacht wordt na te bootsen om te laten zien hoe geestelijk, voorbeeldig of krachtig jij bent.

Hij is niet een platform voor jouw bediening.

Hij is niet een springplank naar jouw bestemming.

Hij is niet een geestelijke powerbank die jij aansluit op je droom.

 

Niks d’r van.

 

Hij is de Zoon van God.

Hij is de Middelaar.

Hij is het Lam Gods.

Hij is de Hogepriester.

Hij is de Heere der heerlijkheid.

Hij is de Zaligmaker Die deed wat jij nooit kon doen.

Hij leefde het leven dat jij niet kon leven. Hij droeg de schuld die jij niet kon dragen. Hij stierf de dood die jij verdiende. Hij stond op uit de doden als Overwinnaar. Niet om jou op te zadelen met een nieuw geestelijk prestatieprogramma, maar om zondaren te redden, te rechtvaardigen, te verzoenen en rust te geven in Hem.

Dat maakt het verschil tussen Bijbels geloof en godsdienstige prestatiedrang.

 

De valse Jezus zegt: doe meer.

De Bijbelse Christus zegt: kom tot Mij.

De valse Jezus maakt je onzeker over jezelf.

De Bijbelse Christus haalt je focus van jezelf af naar Hem.

De valse Jezus maakt genade tot een startbewijs voor jouw prestatie.

De Bijbelse Christus is Zelf het centrum, het fundament en de zekerheid van het geloof.

 

God heeft gesproken door Zijn Zoon

De conclusiel is duidelijk. God heeft niet een half woord gesproken dat nog aangevuld moet worden door moderne stemmen, nieuwe openbaringen, geestelijke elites of spectaculaire ervaringen.

God heeft gesproken door Zijn Zoon.

“God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon;” Hebreeën 1:1-2 (STV)

Dat betekent dat Christus niet maar een tussenstop is naar iets hogers. Hij is niet de opstap naar diepere openbaring.

Hij is niet de entree pas tot een elitechristendom waarin apostelen, profeten, activaties en impartaties de gelovige verder brengen dan het eenvoudige rusten in Hem.

Wie Christus heeft, heeft geen hoger doel nodig.

Wie Gods Zoon hoort, hoeft niet achter hypes aan.

Wie de Schrift heeft, hoeft ervaring niet tot openbaringsbron te gebruiken.

Daar ligt de bescherming van de gemeente: terug naar Christus, zoals God Hem heeft geopenbaard in Zijn Woord.

Niet de Jezus van de geestelijke webshop.

Niet de Jezus van menselijke ambitie, of nog erger: geldingsdrang

Niet de Jezus van podiumtaal en succesverhalen.

Maar de Christus der Schriften.

 

Een paar noodzakelijke vragen

De vraag is daarom niet alleen: geloof ik in Jezus?

De vraag is ook: welke Jezus wordt mij voorgehouden?

Is Hij de Zaligmaker van zondaren, of vooral de activator van mijn potentieel?

Is Hij het middelpunt van het evangelie, of de aanjager om mijn geestelijke dromen waar te maken?

Rust mijn geloof in Zijn volbrachte werk, of leef ik onder een prestatiedrang om te bewijzen dat ik “meer” heb?

Word ik naar Christus getrokken, of steeds meer op mezelf teruggeworpen?

Een Jezus Die jou voortdurend opjaagt, is niet de Herder Die Zijn vermoeide schapen rust geeft., maar een huurling. Een Jezus Die vooral jouw bestemming dient, is niet de Heer voor Wie elke knie zich zal buigen. Een Jezus Die slechts het beginpunt is waarna jij het grote werk moet afmaken, is niet de Christus Die riep: het is volbracht.

 

Terug naar de echte Christus

De oplossing is niet: harder proberen.

Niet méér presteren

Niet nog een conferentie.

Niet nog een doorbraakmodel.

Niet nog een nieuwe geestelijke techniek.

De oproep is eenvoudiger: terug naar Christus Zelf.

Terug naar Zijn Persoon.

Terug naar Zijn volbrachte werk.

Terug naar de Schrift.

Terug naar genade die werkelijk Genade is.

Terug naar rust die niet afhankelijk is van jouw geestelijke prestaties, maar van Zijn werk.

De gevaarlijkste leugen over Jezus is niet dat men Hem weglaat, maar dat men Hem verandert. En juist daarom moet de gemeente wakker zijn. Niet alles wat “Jezus” zegt of zels proclameert, verkondigt ook de Jezus van de Bijbel. Niet alles wat geestelijk klinkt, komt uit de Geest der waarheid. Niet elke boodschap die over kracht spreekt, brengt mensen tot Christus.

De ware Christus hoeft niet aangepast te worden aan deze tijd, of aan onze wensen.

Wij moeten teruggebracht worden tot Hem.

Hebben veel, zo niet de meeste christenen, een ‘valse Bijbel’?

Over Gods Woord, menselijke twijfel en Gods trouw

Hebben veel christenen een valse Bijbel?

Die beschuldiging klinkt misschien vroom en waakzaam, maar gaat veel verder dan een discussie over vertalingen. Wie zegt dat gelovigen een valse Bijbel hebben, zegt indirect ook iets over God: alsof Hij Zijn Woord wel heeft ingegeven, maar niet werkelijk heeft bewaard.

Natuurlijk moeten vertalingen getoetst worden. Natuurlijk bestaan er tekstvarianten. Maar dat is iets anders dan zeggen dat de Bijbel vals is.

Er zijn van die beschuldigingen die godvruchtig klinken, maar ondertussen meer kapotslopen dan ze opbouwen.

Op het eerste gehoor lijkt het misschien een uiting van ernst. Iemand wil zuiverheid. Iemand wil waken over Gods Woord. Iemand wil niet zomaar alles slikken wat uitgevers, vertaalcommissies of moderne theologen ons voorzetten.

Dat verlangen kan oprecht zijn.

Maar de uitspraak zelf is bloedlink.

Want wie zegt dat gelovigen een valse Bijbel hebben, zegt niet alleen iets over vertalers. Niet alleen over handschriften. Niet alleen over kerkgeschiedenis. Niet alleen over de Statenvertaling, de Textus Receptus, de Masoretische tekst, moderne vertalingen of tekstkritiek.

Hij zegt indirect ook iets over God.

Alsof God Zijn Woord wel heeft ingegeven, maar daarna niet afdoende heeft bewaard. Alsof de Heer wel gesproken heeft, maar Zijn spreken vervolgens in de mist is kwijtgeraakt. Alsof de Gemeente nu moet  leven van een beschadigde, verdachte, halfbetrouwbare tekst.

Dat is niet zomaar een beschuldiging.

Het is een aanklacht tegen Gods voorzienigheid.

valse Bijbel?

 

Christus sprak niet alsof men een valse Bijbel had

De Here Jezus leefde in een tijd waarin er ook handschriften waren. Er waren boekrollen. Er waren vertalingen. Er was gebruik van de Hebreeuwse Schrift, maar ook van de Griekse vertaling van het Oude Testament.

Er waren schriftgeleerden, overleveringen, religieuze discussies en misbruiken.

En toch sprak Christus niet alsof de Schriften in Zijn dagen onbetrouwbaar waren.

Hij zei niet: jullie moeten eerst wachten tot de zuivere autografen zijn teruggevonden.

Hij zei niet: pas op, jullie Bijbel is hoogstwaarschjnlijk vals.

Hij zei niet: Gods Woord is ooit ingegeven, maar in de praktijk niet meer overal betrouwbaar beschikbaar.

Nee. Hij beriep Zich op de Schrift als het gezaghebbende Woord van God.

 

“Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.” Matthéüs 4:4 (STV)

“De Schrift kan niet gebroken worden.” Johannes 10:35 (STV)

“Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17 (STV)

 

Dat is de toon van Christus. Niet paniek. Niet achterdocht. Niet tekstwanhoop.

Maar vast vertrouwen in het Woord van God.

In de Bijbel wordt dit terecht als uitgangspunt genomen: Jezus Christus wist en geloofde dat “de Schriften” waar, geïnspireerd en gezaghebbend waren, en Zijn getuigenis daarover is doorslaggevend voor iedere gelovige.

Daar begint het.

Niet bij ons wantrouwen.

Niet bij internetpolemiek.

Niet bij angstige filmpjes waarin elke vertaling behalve de eigen favoriete uitgave verdacht wordt gemaakt.

Maar bij Christus.

 

De beschuldiging klinkt scherp, maar slaat de plank mis

Natuurlijk moet je vertalingen toetsen. Natuurlijk moet je niet naïef zijn.

Natuurlijk zijn er moderne vertalingen waarin keuzes zijn gemaakt die je kritisch mag en soms moet afwijzen.

Natuurlijk zijn er tekstvarianten.

Natuurlijk zijn er verschillen tussen handschrifttradities.

Natuurlijk kan een vertaling op plaatsen zwak, onnauwkeurig of gekleurd zijn.

Maar dat is iets anders dan zeggen: ze hebben een valse Bijbel.

 

Verdenking

Dat woord “vals” is niet neutraal. Het suggereert bedrog.

Misleiding. Namaak. Opzet. Een nepboek. Een geestelijk vervalst document.

Als iemand zegt: “Deze vertaling is op bepaalde plaatsen zwak”, dan kun je daarover spreken.

Als iemand zegt: “Deze tekstkeuze is betwistbaar”, dan kun je bronnen naast elkaar leggen.

Als iemand zegt: “Deze weergave doet geen recht aan de grondtekst”, dan kun je dat onderzoeken.

Maar als iemand zegt: “Dat is een valse Bijbel”, dan is hij een brug te ver gegaan.

Dan wordt de gewone gelovige niet geholpen, maar ontworteld.

Dan wordt Gods Woord niet geëerd, maar verdacht gemaakt.

Dan wordt de Bijbel niet geopend, maar onder verdenking geplaatst.

En dat is waar het uit de bocht vliegt.

 

Gods Woord is niet uit Zijn handen gevallen

De Schrift spreekt niet alleen over inspiratie, maar ook over duurzaamheid. Gods Woord is niet als een kostbaar document dat door mensenhanden ergens in een vochtige kelder is kwijtgeraakt.

God spreekt. God waakt. God bewaart.

 

“Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.” Jesaja 40:8 (STV)

“De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.” Matthéüs 24:35 (STV)

“Maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is.” 1 Petrus 1:25 (STV)

 

Let vooral op dat laatste. Petrus spreekt niet over een onbereikbaar ideaal in de hemel. Hij verbindt het blijvende Woord met het verkondigde Woord. Het Woord dat blijft, is ook het Woord dat onder hen verkondigd is.

Dat geeft rust.

Niet omdat mensen foutloos zijn.

Niet omdat overschrijvers nooit fouten maakten.

Niet omdat vertalers geïnspireerd zijn.

Niet omdat elke drukeditie volmaakt is.

Maar omdat God niet machteloos is.

Wie over Gods Woord spreekt alsof alles op losse schroeven staat, heeft misschien veel informatie verzameld, maar weinig vertrouwen overgehouden.

 

De Bijbel is geen archeologisch wrak

Sommigen praten over de Bijbel alsof het een schipbreukeling is. Alsof er ergens nog wat planken ronddrijven uit een gezonken openbaring.

Dan moet de moderne mens, gewapend met academische gereedschappen, proberen Gods Woord stukje voor stukje te reconstrueren.

Dat klinkt geleerd.

Maar het is geestelijk armoedig.

De Bijbel is geen archeologisch wrak. De Schrift is het levende Woord van de levende God. Zij is door God gegeven, door God gebruikt, door God bewaard en door God gezegend tot bekering, vermaning, vertroosting, onderwijzing en heiliging.

Paulus schrijft:

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is.” 2 Timótheüs 3:16 (STV)

Dat schrijft Paulus niet om Timótheüs in verlammende onzekerheid te brengen. Hij schrijft het juist om hem te funderen.

“En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.” 2 Timótheüs 3:15 (STV)

 

Timótheüs had de heilige Schriften. Hij kende ze. Ze konden hem wijs maken tot zaligheid. Paulus behandelt die Schriften niet als een verdachte verzameling religieuze documenten waarvan de betrouwbaarheid eigenlijk voortdurend tussen haakjes moet staan.

 

Tekstvarianten zijn geen rampgebied

Er wordt soms gedaan alsof het bestaan van tekstvarianten betekent dat de Bijbel onzeker is. Dat is misleidend.

Een tekstvariant is niet automatisch een leerstellige aardverschuiving. Veel varianten gaan over spelling, woordvolgorde, herhaling, kleine verschillen of zaken die de kern van het geloof niet veranderen. Er zijn ook grotere en belangrijkere tekstvragen. Die mag je serieus nemen. Maar serieus nemen is iets anders dan paniek zaaien.

De leer van Christus hangt niet aan één verborgen snipper.

De rechtvaardiging door geloof hangt niet aan één betwiste voetnoot.

De opstanding van Christus hangt niet aan één onzekere tekstregel.

De Godheid van Christus hangt niet aan één geïsoleerde variant.

De verzoening door Zijn bloed hangt niet aan een dun draadje dat door tekstcritici elk moment kan worden doorgeknipt.

Gods waarheid is breed verankerd in de Schrift.

Dat is juist de kracht van de Bijbel. Schrift verklaart Schrift. Waarheden staan niet op één smalle plank boven een afgrond, maar zijn verweven door het geheel van Gods openbaring.

 

Een vertaling is niet geïnspireerd, maar kan wel betrouwbaar zijn

Hier moeten we nuchter blijven.

De oorspronkelijke Schrift is door God ingegeven. Vertalingen zijn mensenwerk. Dat betekent dat vertalingen getoetst moeten worden. Een vertaler kan kiezen, kleuren, missen, fouten maken, interpreteren of versimpelen. Daarom is zorgvuldigheid nodig.

Maar mensenwerk betekent niet automatisch vals.

Een preek is ook mensenwerk. Toch kan een preek trouw Gods Woord doorgeven.

Een Bijbelstudie is mensenwerk. Toch kan die naar de Schrift zijn.

Een vertaling is mensenwerk. Toch kan deze betrouwbaar Gods Woord overbrengen in een andere taal.

Wie zegt dat alleen de oorspronkelijke Hebreeuwse, Aramese en Griekse woorden Gods Woord zijn en dat elke vertaling slechts een menselijke schaduw is zonder werkelijk gezag, maakt de eenvoudige gelovig afhankelijk van vertaaldeskundigen. Dan wordt de Bijbel in de volkstaal een soort tweederangs boek.

Maar dat is pertinent niet hoe God door de eeuwen heen gewerkt heeft.

God heeft Zijn Woord altijd  door vertaling heen gebruikt. Hij heeft mensen geroepen, overtuigd, vertroost en opgebouwd door Bijbels in hun eigen taal.

Niet omdat vertalers apostelen waren, maar omdat Gods waarheid werkelijk overgezet kan worden in menselijke taal.

 

De Statenvertaling niet behandelen als afgod

Dit moet ook nog eens gezegd worden.

Wie de Statenvertaling liefheeft, hoeft haar niet te vergoddelijken.

De Statenvertaling is een eerbiedwaardige, nauwkeurige, historische en invloedrijke vertaling. Zij heeft diepe wortels in de gereformeerde traditie en is voor velen nog altijd een rijke, krachtige en betrouwbare Bijbelvertaling.

Maar de Statenvertaling is niet zelf geïnspireerd zoals de oorspronkelijke Schrift geïnspireerd is.

De vertalers waren geen profeten.

De kanttekeningen zijn zeker niet onfeilbaar.

De zeventiende-eeuwse taalvorm is niet heilig.

En toch mag je dankbaar zeggen dat de Statenvertaling een zeer belangrijke en vaak zeer nauwkeurige getuige is van Gods Woord in het Nederlands.

Dat is de gezonde positie.

 

Betekenisvalstrikken

Niet: de Statenvertaling is een goddelijk unicum die boven elke toetsing staat.

Ook niet: de Statenvertaling is oud, dus achterhaald en verdacht.

Maar: de Statenvertaling verdient eerbiedige waardering, zorgvuldige lezing en waar nodig uitleg, juist omdat taal verandert en sommige woorden voor moderne lezers betekenisvalstrikken kunnen worden.

Daarmee val je de Statenvertaling niet aan. Je neemt haar juist serieus.

 

Nieuwe vertalingen vragen om onderscheid

Aan de andere kant is het naïef om te doen alsof elke moderne vertaling alleen maar een onschuldige poging tot begrijpelijkheid is. Vertaalfilosofie doet ertoe. Grondtekstkeuzes doen ertoe. Weergave van kernwoorden doet ertoe. De manier waarop zonde, genade, verzoening, gerechtigheid, behoud, geloof, bekering en oordeel worden vertaald, is niet onbelangrijk.

Soms wordt begrijpelijkheid gekocht tegen de prijs van scherpte.

Soms wordt eenvoud een excuus voor vervlakking.

Soms wordt uitleg in de tekst gesmokkeld.

Soms klinkt een vertaling vlot, maar is zij minder precies.

Daarom is toetsen nodig.

Maar toetsen is iets anders dan iedereen die een andere vertaling gebruikt verdacht maken. En het is zeker iets anders dan roepen dat christenen massaal met een “valse Bijbel” in handen zitten.

Daarmee help je de gemeente niet aan onderscheid.

Je jaagt ze de mist in.

 

Wie “valse Bijbel” roept, zaait wantrouwen

Het meest schadelijke van deze beschuldiging is niet dat er een stevige discussie ontstaat over tekst en vertaling. Stevige discussies mogen er zijn.

Het probleem is dat gewone gelovigen gaan denken: kan ik mijn Bijbel nog wel vertrouwen?

Dan leest iemand Johannes 3:16 en denkt: staat dit er eigenlijk wel goed?

Dan leest iemand Romeinen 5 en denkt: is dit misschien ook verdraaid?

Dan leest iemand het Evangelie en vraagt zich af: waar begint Gods Woord en waar begint menselijke vervalsing?

Zo wordt het geloof niet opgebouwd, maar aangevreten.

Dat is de bittere vrucht van wantrouwende Bijbelpolemiek. Zij lijkt eerbied voor het Woord te hebben, maar maakt ondertussen het Woord onbereikbaar. De gelovige moet eerst door een doolhof van claims, kampen, teksttradities en verdachtmakingen voordat hij durft te zeggen: hier spreekt God.

Maar de Heere Jezus zei:

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)

Hij zegt niet: wantrouw de Schriften.

Hij zegt: onderzoek ze.

 

De echte aanval is niet altijd frontaal

Soms wordt de Bijbel openlijk aangevallen door ongelovigen. Dan zegt men: de Bijbel is een mythe, fabel, mensenwerk, religieuze evolutie, machtsmiddel of achterhaalde literatuur.

Dat is duidelijk vijandig.

Maar er is ook een vrome vorm van ondermijning. Dan zegt men: wij verdedigen de Bijbel, maar ondertussen wordt bijna elke Bijbel die de gelovigeleest verdacht gemaakt. Dan blijft er uiteindelijk maar één kamp, één leraar, één schema of één uitgave over als veilig eiland.

Dat lijkt op waakzaamheid.

Maar het kan heel snel sektarisch worden.

Want de vraag verschuift dan van: “Wat zegt de Schrift?” naar: “Heb jij wel onze exacte tekstlijn, onze exacte editie, onze exacte formule?”

Dan wordt de gelovige niet naar Christus gedreven, maar naar een controlemodel.

En zodra de Bijbel alleen nog veilig is in handen van jouw groep, is er iets grondig mis.

 

Gods Woord staat boven menselijke systemen

Het Woord van God is niet afhankelijk van eigentijdse academici. Maar het is ook niet opgesloten in de slogans van hypertraditionele strijders.

Gods Woord staat boven beide.

Boven de universiteit.

Boven de synode.

Boven de uitgever.

Boven de vertaalcommissie.

Boven de internetapologeet.

Boven de man die met grote stelligheid roept dat alleen hij nog weet wat de echte Bijbel is.

De Schrift zelf is norm. Niet onze angst. Niet onze voorkeur. Niet onze traditie. Niet onze allergie tegen moderniteit. Niet ons wantrouwen tegenover alles wat na een bepaald jaar gedrukt is.

 

“Maak mij Uw wegen bekend, HEERE; leer mij Uw paden.” Psalm 25:4 (STV)

 

Dat is de houding die past.

Leerbaar. Eerbiedig. Wakker. Maar niet paniekerig.

 

Bewaring is geen simplistische theorie

Sommige mensen maken van Gods bewaring een te simpel rekensommetje. Alsof bewaring betekent dat er nooit een tekstvariant mocht ontstaan. Nooit een overschrijffout. Nooit een discussie. Nooit een vertaalprobleem. Nooit een moeilijke passage.

Maar dat is niet hoe God werkt.

God bewaart Zijn volk ook, maar dat betekent niet dat gelovigen nooit strijd, ziekte, vervolging, verwarring of zwakte kennen.

God bewaart Zijn gemeente, maar dat betekent niet dat er nooit dwaalleer opkomt.

God bewaart Zijn waarheid, maar dat betekent niet dat er nooit aanvallen, misbruik of verkeerde uitleg zijn.

Bewaring betekent niet dat de menselijke geschiedenis steriel wordt. Bewaring betekent dat God door die geschiedenis heen Zijn doel niet laat mislukken.

Daarom moeten we geen karikatuur maken. Niet aan de ene kant. Niet aan de andere kant.

Wie zegt dat elke tekstvraag Gods bewaring ontkent, denkt te plat.

Wie zegt dat tekstvarianten bewijzen dat Gods Woord niet betrouwbaar bewaard is, denkt even plat.

De Bijbelse lijn is rijker en steviger: God is trouw, ook door menselijke zwakheid heen.

 

De Schrift is niet gebroken

Een van de krachtigste woorden van Christus over de Schrift is kort en hard als graniet:

 

“De Schrift kan niet gebroken worden.” Johannes 10:35 (STV)

 

Dat ene zinnetje is genoeg om veel moderne en vrome twijfel te breken.

De Schrift kan niet gebroken worden.

Niet door een Farao.

Niet door Babel.

Niet door Rome.

Niet door middeleeuwse duisternis.

Niet door moderne kritiek.

Niet door slordige overschrijvers.

Niet door hoogmoedige theologen.

Niet door uitgevers.

Niet door vertaalcommissies.

Niet door mensen die de Bijbel aanvallen.

En ook niet door mensen die de Bijbel denken te verdedigen, maar ondertussen het vertrouwen in Gods Woord ondergraven.

De Schrift kan niet gebroken worden.

Dat is geen vrijbrief voor slordigheid. Maar het is wel een verdedgingsmuur tegen wanhoop.

 

Het probleem zit niet in de Bijbel, maar in de mens

Veel aanvallen op de Bijbel komen uiteindelijk voort uit hetzelfde oude probleem: de mens wil niet buigen. Soms doet hij dat openlijk. Soms vroom. Soms wetenschappelijk. Soms steunend op traditie. Maar het oude hart blijft hetzelfde.

De ongelovige zegt: de Bijbel is vals, want ik wil niet, ik geloof niet dat God spreekt.

De religieuze mens zegt soms: bijna alle Bijbels zijn vals, behalve de uitgave waarmee ik mijn systeem kan bewaken.

De moderne mens zegt: de Bijbel moet aangepast worden aan mijn tijd.

De traditionele mens kan zeggen: mijn traditie bepaalt precies waar Gods Woord nog veilig is.

In al die gevallen dreigt dezelfde omkering: niet de mens wordt geoordeeld door het Woord, maar het Woord wordt voortdurend voor de rechtbank van de mens gesleept.

Maar Hebreeën zegt:

 

“Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel en des geestes, en der samenvoegselen en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.” Hebreeën 4:12 (STV)

 

Niet de mens staat boven het Woord.

Het Woord gaat door de mens heen.

 

De goede reactie is niet naïviteit, maar vertrouwen

Dus nee, we hoeven niet naïef te zijn. We mogen vragen stellen. We mogen vertalingen vergelijken. We mogen bronnen onderzoeken. We mogen tekstkeuzes bespreken. We mogen waarschuwen tegen vertalingen die te vrij omgaan met de tekst. Wijemogen de Statenvertaling verdedigen waar deze betrouwbaar en krachtig weergeeft wat er staat.

Maar we mogen niet spreken alsof God Zijn Woord uit handen heeft laten vallen.

Dat is de grens.

De gelovige houding is niet: alles is even goed.

De gelovige houding is ook niet: bijna alles is vals.

De gelovige houding is: God heeft gesproken, God bewaart Zijn Woord, en daarom lezen wij met eerbied, toetsen wij met zorgvuldigheid en buigen wij onder het gezag van de Schrift.

 

“Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.” Psalm 119:105 (STV)

 

Een lamp die niet brandt, leidt niet.

Een licht dat verdwenen is, verlicht geen pad.

Maar Gods Woord is werkelijk een lamp. Niet denkbeeldig. Niet verloren. Niet vals.

 

Wie wordt hier eigenlijk aangeklaagd?

Dat is de vraag die gesteld moet worden aan iedereen die achteloos roept: “Velen hebben een valse Bijbel.”

Besef je wat je zegt?

Beschuldig je alleen mensen?

Of beschuldig je uiteindelijk ook God?

Want als de gelovigen met een valse Bijbel opgescheept zitten,  wat zegt dat dan over Gods zorg? Wat zegt dat over Christus’ belofte? Wat zegt dat over de Heilige Geest, Die de Gemeente leidt in de waarheid? Wat zegt dat over de prediking waardoor mensen tot geloof komen? Wat zegt dat over martelaren die sterven met Schriftwoorden op hun lippen?

Gevoed door een valse Bijbel?

Zijn miljoenen gelovigen vertroost door een tekst die eigenlijk verdacht is?

Hier moet men niet te snel overheen praten.

De beschuldiging “valse Bijbel” is geen stoere slogan. Het is een geestelijk explosief.

 

De Schrift gaat over Christus

Het doel van de Schrift is niet dat wij verdwalen in eindeloze tekstretoriek De Schrift getuigt van Christus.

 

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)

 

Na Zijn opstanding opent Christus de Schriften en laat Hij zien dat Mozes, de Profeten en de Psalmen van Hem spreken.

 

“En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de wet van Mozes, en de profeten, en psalmen.” Lukas 24:44 (STV)

Voilá

De Schrift brengt ons niet tot een teksttraditie als eindstation. De Schrift brengt ons tot Christus. Tot Zijn Persoon. Zijn lijden. Zijn opstanding. Zijn heerlijkheid. Zijn wederkomst. Zijn volbrachte werk.

Een Bijbelstrijd die mensen niet dieper brengt onder het gezag van Christus, maar vooral banger, harder, veroordelender, sektarischer en wantrouwiger maakt, is geen gezonde strijd.

 

Geen valse Bijbel, wel valse beschuldigingen

Hebben velen een valse Bijbel?

Nee.

Gelovigen hebben een betrouwbaar bewaard Woord van God. Niet omdat mensen zo betrouwbaar zijn. Niet omdat elke vertaling volmaakt is. Niet omdat elke tekstvraag eenvoudig is. Niet omdat de kerkgeschiedenis schoon en foutloos is.

Maar omdat God betrouwbaar is.

Omdat Christus de Schrift bevestigt.

Omdat de Heilige Geest door het Woord werkt.

Omdat Gods Woord blijft.

De echte vraag is daarom niet of God Zijn Woord wel heeft bewaard.

De echte vraag is of wij nog buigen voor het Woord dat Hij bewaard heeft.

Want het probleem van onze tijd is niet dat God te weinig gesproken heeft.

Het probleem is dat mensen te weinig luisteren.

De beschuldiging “valse Bijbel” klinkt misschien scherp, maar is vaak bot waar deze precies zou moeten zijn. Smijt tekstvragen, vertaalkeuzes, handschriftverschillen en geestelijk wantrouwen door elkaar tot één giftige cocktail.

Een Bijbelgetrouwe houding is anders.

Wij toetsen vertalingen.

Wij wegen woorden.

Wij zijn niet blind voor verschillen.

Wij erkennen dat vertalers mensen zijn.

Wij verabsoluteren geen menselijke uitgave.

Maar wij weigeren te spreken alsof God Zijn Woord niet heeft bewaard.

Want de Here Jezus heeft gezegd:

 

“De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.” Matthéüs 24:35 (STV)

 

Daar mag een gelovige in rusten.

Niet lui.

Niet oppervlakkig.

Niet kritiekloos.

Maar wel vast.

Gods Woord is niet uit Zijn handen gevallen.

 

Zie ook:

De KJV-only en Statenvertaling alléén controverse ontzenuwd – Bijbelse basis

Vervalste Bijbels… zijn ‘moderne’ Bijbels vervalst? – Bijbelse basis

 

Geverifieerd door MonsterInsights