De Gemeente is geen Israël

De Gemeente is geen Israël

Een duidelijk Bijbels onderscheid

De verwarring rond de Gemeente begint vrijwel altijd bij het vervagen van het onderscheid tussen Israël en de Gemeente. Zodra men die twee samenvoegt, ontstaan vermenging van beloften, vermenging van roeping en uiteindelijk vermenging van Wet en Genade.

Wat zegt de Schrift?

Paulus schrijft:

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” (Efeze 1:22-23 STV)

De Gemeente is het Lichaam van Christus. Dat wordt nergens van Israël gezegd.

Israël wordt genoemd: knecht, wijnstok, volk, kudde, maar nooit het Lichaam van Christus.

Dat is een unieke openbaring die pas ná het kruis bekendgemaakt is.

Een verborgenheid die tevoren niet bekend was

Paulus noemt de Gemeente een verborgenheid.

“Dat Hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid; (gelijk ik met weinige woorden tevoren geschreven heb;) Waaraan gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap in deze verborgenheid van Christus; Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekendgemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten door den Geest.” (Efeze 3:3-5 STV)

Hier staat iets cruciaals: in andere eeuwen niet bekendgemaakt.

Dat betekent dat Mozes, Jesaja, Jeremia of Daniël de Gemeente niet voorzagen als het Lichaam van Christus. Zij zagen het Koninkrijk, zij zagen het herstel van Israël, maar niet deze hemelse eenheid van Jood en heiden in één lichaam.

Daarom kan de Gemeente geen voortzetting van Israël zijn. Een verborgenheid kan geen voortzetting zijn van iets dat al bekend was.

Wanneer begon de Gemeente?

De Heere Jezus sprak vóór het kruis:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze Petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” (Mattheüs 16:18 STV)

Let op: Ik zal bouwen.

Toekomende tijd. Het bestond toen nog niet.

De Gemeente begon historisch bij de uitstorting van de Heilige Geest.

“En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest.” (Handelingen 2:4 STV)

Vanaf dat moment worden gelovigen door één Geest tot één lichaam gedoopt:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” (1 Korinthe 12:13 STV)

Hier ontstaat iets nieuws: geen nationale eenheid, maar een geestelijke eenheid in Christus.

Israël heeft aardse beloften

Israël heeft een landbelofte.

“En Ik zal u het land Kanaän geven tot een eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.” (Genesis 17:8 STV)

Israël verwacht het aardse Koninkrijk onder de Messias.

De discipelen vragen na de opstanding:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk weder oprichten?” (Handelingen 1:6 STV)

De Heere corrigeert hun verwachting niet — Hij ontkent het Koninkrijk niet — maar spreekt over het tijdstip.

Dat Koninkrijk is toekomstig en verbonden aan Israël.

De Gemeente heeft een hemelse roeping

Van de Gemeente lezen wij:

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.” (Efeze 1:3 STV)

En:

“Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20 STV)

Israël verwacht de Messias op aarde.
De Gemeente verwacht Hem uit de hemel.

Israël ontvangt aardse zegeningen in het land.
De Gemeente is gezet en gezegend in de hemel

Dat is geen nuanceverschil maar een wezenlijk onderscheid.

De Gemeente is niet onder de Wet

Israël stond onder het Sinaïtisch verbond.

Maar Paulus zegt tegen gelovigen uit Jood en heiden:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14 STV)

Wie de Gemeente weer onder de Wet plaatst, maakt van het Lichaam van Christus opnieuw een Sinaïtisch volk.

Dat is precies wat de Galatenbrief bestrijdt.

Wet en Genade kunnen niet gemengd worden zonder dat beide hun kracht verliezen.

Wat gebeurt er als men dit onderscheid loslaat?

Dan wordt:

– de Gemeente het nieuwe Israël
– het Koninkrijk vergeestelijkt
aardse beloften geestelijk gemaakt
– profetie heringevuld
– Wet en Genade vermengd

En uiteindelijk raakt men het zicht kwijt op Gods veelkleurige wijsheid.

Paulus spreekt over:

“Opdat nu door de Gemeente bekendgemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods.” (Efeze 3:10 STV)

Juist het onderscheid laat Gods plan schitteren.

Niet vermenging, maar onderscheiden bedelingen.

De Gemeente is:

– Het Lichaam van Christus
– Een verborgenheid in het Oude Testament
– Ontstaan na kruis en opstanding
– Samengesteld uit Jood en heiden zonder onderscheid
– Gezegend met hemelse zegeningen
– Niet onder de Wet maar onder de Genade

Israël blijft Gods aardse verbondsvolk met eigen beloften en toekomst.

Wie de Schrift recht wil snijden, moet onderscheiden wat God onderscheidt.

Niet om te scheiden wat bij elkaar hoort, maar om niet samen te voegen wat God uiteen heeft gezet.

 

Jeugdige overmoed en geldingsdrang in de gemeente

Jeugdige overmoed en geldingsdrang in de gemeente

Wanneer vurigheid groter is dan kennis, inzicht en levenservaring

Elke generatie kent het: jonge gelovigen die tot geloof komen of nieuwe theologische inzichten ontdekken en daar vol vuur voor gaan staan. Dat is prachtig. IJver voor Gods Woord is een zegen.

Ik ken het verschijnsel van dichtbij, heb destijds ook de brokstukken gezien, die nu na bijna 40 jaar nog hun sporen nalaten.

Wanneer kennis, geestelijk inzicht en levenservaring nog beperkt zijn, kan datzelfde vuur omslaan in overmoed. Dan wordt overtuiging hardheid. Dan wordt helderheid stelligheid. Dan wordt strijdlust identiteit.

De Schrift waarschuwt daar eerlijk en realistisch voor.

Veel overtuiging, weinig diepte

Wie net nieuwe inzichten heeft ontdekt – bijvoorbeeld rond Wet en Genade, Israël en de Gemeente, of een andere leer – kan het gevoel hebben eindelijk “het geheel” te zien.

Maar Paulus zegt:

“Want wij kennen ten dele.” (1 Korinthe 13:9, StV)

Niemand overziet het geheel volledig. Wie nog weinig studie, worsteling en correctie achter de rug heeft, ziet vaak slechts een deel van het geheel – maar ervaart dat deel als alles.

Dat kan leiden tot:

  • snelle conclusies
  • harde kwalificaties
  • weinig geduld met andersdenkenden

Niet uit slechte intenties, maar uit gebrek aan rijpheid.

Onvoldoende levenservaring en de valkuilen

Levenservaring breekt zelfverzekerdheid af.

Wie nog weinig correctie heeft ontvangen, weinig mislukkingen heeft meegemaakt of weinig geestelijke groei heeft doorgemaakt, kan denken dat waarheid vooral een kwestie is van scherp formuleren.

Maar waarheid wordt dieper begrepen in:

  • lijden
  • teleurstelling
  • falen
  • (af)wachten

Spreuken 18:13 zegt:

“Die antwoord geeft eer hij hoort, dat is hem dwaasheid en schande.” (STV)

Onervarenheid reageert snel.
Rijpheid luistert eerst. En onderzoekt.

Geldingsdrang als verborgen motor

Soms speelt er iets subtielers mee: de behoefte om gezien of gehoord te worden.

Wanneer iemand nog geen volwassenheid, gevestigde positie, ervaring of diepte heeft, kan felheid een manier worden om gewicht te krijgen. Sterke woorden wekken indruk.

Maar indruk maken is niet hetzelfde als geestelijk bouwen.

“De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.” (1 Korinthe 8:1, STV)

Opgeblazenheid klinkt vaak als zekerheid.
Maar zij mist de stille kracht en grote waarde van nederigheid.

Testosteron en strijdlust

Vooral bij jonge mannen kan natuurlijke strijdlust een rol spelen. Debat voelt als uitdaging. Tegenstand geeft adrenaline. Overwinning geeft voldoening.

Maar de Schrift zegt:

“En een dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen.” (2 Timotheüs 2:24, STV)

Strijdlust is niet automatisch geestelijke moed.
Beheersing is een veel sterker bewijs van volwassenheid.

Waar testosteron de boventoon voert en zachtmoedigheid ontbreekt, ontstaat schade:

  • broeders worden verdacht gemaakt
  • leerstellige verschillen escaleren
  • gesprekken verharden
  • het getuigenis lijdt

Gebrek aan zelfkennis

Een van de duidelijkste kenmerken van geestelijke onrijpheid is overschatting van het eigen inzicht.

Romeinen 12:3 zegt:

“… dat hij niet wijzer zij dan men behoort wijs te zijn, maar dat hij wijs zij tot matigheid.” (STV)

Wie zichzelf nog niet goed kent, spreekt vaak stelliger dan hij behoort.
Wie zijn eigen beperkingen leert zien, wordt milder.

Die mildheid is geen zwakte.
Het is kracht onder controle.

Hoe groeit echte volwassenheid?

Geestelijke volwassenheid groeit langzaam.

Dat ontstaat door:

  • langdurige omgang met de Schrift
  • correctie durven aanvaarden
  • fouten erkennen
  • luisteren naar oudere, volwassen gelovigen
  • leren zwijgen wanneer spreken niet nodig is

Jakobus 1:19 zegt:

“Een ieder mens zij ras om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn.” (STV)

Dat vers is een correctie op jeugdige overmoed.

Jeugdige ijver kan kostbaar zijn. Maar zonder diepgang gevaarlijk worden.

Wanneer kennis, inzicht en levenservaring nog beperkt zijn, kan:

  • overmoed ontstaan
  • geldingsdrang de toon bepalen
  • strijdlust het gesprek domineren
  • broederliefde onder druk komen te staan

Ware geestelijke volwassenheid is niet luid, niet fel, niet voortdurend strijdend.

Maar:

vast in overtuiging,
zacht in toon,
bereid om te leren,
en geworteld in nederigheid.

Wie nog weinig weet, hoeft zich niet te bewijzen.
Wie blijft groeien, zal vanzelf dieper worden, en tegelijk ook milder.

Is het maar makkelijk als je niet meer onder de wet leeft?

Is het maar makkelijk als je niet meer onder de wet leeft?

Dat is een vraag die je vaak hoort.
Als je zegt dat de gelovige niet onder de Wet is, maar onder de Genade, dan reageren sommigen direct:

“Dan wordt het geloof wel erg gemakkelijk.”

Maar is dat werkelijk zo?

Paulus schrijft in Romeinen 6 vers 14:
“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de Genade.”

Let goed op wat daar staat. Hij zegt niet: u hebt geen norm meer.
Hij zegt: u bent niet onder de Wet.

Dat is een positieaanduiding.

Onder de Wet betekent: staan onder een systeem van eis en vergelding.
De Wet zegt: doe dit en gij zult leven.
Maar de Wet geeft geen kracht om te doen wat zij eist.

Romeinen 3 vers 20 zegt:


“Want door de wet is de kennis der zonde.”

En Romeinen 7 vers 7:


“Want ik wist de zonde niet dan door de wet.”

De wet openbaart Gods heiligheid.
De wet openbaart óók onze onmacht.

Het probleem lag niet in de wet.
Paulus zegt in Romeinen 8 vers 3:


“Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was…”

De wet was goed.
Het vlees was zwak.

Dus wie onder de Wet leeft, leeft onder een voortdurende eis, zonder innerlijke kracht om die eis te vervullen. Dat is geen gemak. Dat is een last.

Maar wat betekent dan: onder de Genade?

Romeinen 6 vers 4 zegt:

“Zo dan, wij zijn met Hem begraven door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.”

Genade betekent:
rechtvaardiging zonder werken.
een nieuwe positie in Christus.
mede gekruisigd met Hem.
opgewekt tot een nieuw leven.

En dan komt direct het misverstand.
Paulus stelt het zelf aan de orde in Romeinen 6 vers 15:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.”

Genade is géén vrijbrief voor zonde.
Integendeel zelfs

Onder de Wet wordt de zonde veroordeeld, maar niet weggedaan.
Onder de Genade wordt de heerschappij van de zonde verbroken.

“Want de zonde zal over u niet heersen.”

Dát is bevrijding.

Maar is dat mákkelijker?

In zekere zin is het lichter, want er is geen veroordeling meer.
Maar in een andere zin is het dieper, want het raakt het hart.

Onder de Wet kun je je nog verschuilen achter uiterlijke naleving.
Onder Genade krijgt de door de Wet veroordeelde zondaar verlossing in Christus.

Galaten 2 vers 20 zegt:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij…”

Dat is geen gemak.
Dat is zelfverloochening.

Onder Genade dien je niet uit angst, maar uit liefde.
Je gehoorzaamt niet om aangenomen te worden, maar omdat je aangenomen bent.
Je leeft niet uit eigen kracht, maar in afhankelijkheid van Christus.

De norm wordt niet verlaagd.
Maar wordt verdiept.

De wet werkt van buiten naar binnen.
Genade werkt van binnen naar buiten.

Dus nee, niet onder de Wet leven is géén makkelijke weg.
Het is geen lagere roeping.
Het is een hogere werkelijkheid.

Geen eigen gerechtigheid meer.
Geen religieuze prestaties meer.
Maar ook geen leven meer voor jezelf.

Niet onder de Wet,
maar onder de Genade.

En dat betekent:
Christus in ons, de hoop der heerlijkheid.

Geverifieerd door MonsterInsights