Verkeerd gebruikte en/of begrepen teksten

Het zal mijn bezoekers niet ontgaan zijn dat mijn recente berichten allemaal een link hebben met de leer van Johannes Calvijn en wat daaruit is ontsproten, zoals de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels, die vooral in de rechterflank van de Gereformeerde en Hervormde kerken nog altijd allesbepalend zijn voor de leer en schriftuitleg. In het kader daarvan mocht ik van de website van mijn vrouw https://debijbeloverdenken.nl/ het onderstaande overnemen. Het is een deel van de serie over de Romeinenbrief, die zij daar in zijn geheel bespreekt.

Inleiding op de hoofdstukken 9, 10 en 11

Inleiding

De hoofdstukken 9 tot en met 11 vormen een nieuwe eenheid in de Romeinenbrief. Het zijn de minst begrepen hoofdstukken van de brief. Het is een moeilijk gedeelte, maar als we de woorden van Paulus aandachtig lezen, wordt zijn bedoeling duidelijk. Daarbij is de context van de hele brief belangrijk. Als we deze hoofdstukken verkeerd verstaan, kan dat grote gevolgen hebben voor ons beeld van God. Daarom wil ik in deze inleiding het grote plaatje bekijken. Wat is het onderwerp van dit gedeelte? Hoe sluiten deze hoofdstukken aan op de eerdere hoofdstukken? Kortom: hoe moeten we dit gedeelte begrijpen in het geheel van de Romeinenbrief?

Hoofdstuk 8 sloot Paulus af met de jubelende woorden dat niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere. Na dit hoogtepunt verandert Paulus van onderwerp en van toon. Drie hoofdstukken lang spreekt hij over zijn volksgenoten, zijn broeders naar het vlees. Hij is diepbedroefd nu de meeste Joden de Messias hebben afgewezen. Hun afwijzing roept ook een brandende vraag op. Blijven de beloften van God aan Israël onvervuld nu blijkt dat de redding vooral naar de heidenen gaat?

 

Opbouw van deze studie

  • Eerst zullen we kijken waarom deze hoofdstukken verkeerd begrepen worden en de gevolgen daarvan;
  • dan laat ik zien hoe we ze kunnen lezen in de context van de hele Romeinenbrief;
  • ik geef een korte terugblik op de hoofdstukken 1 tot en met 8;
  • en daarna een vooruitblik naar de hoofdstukken 9, 10 en 11.

Waarom zo vaak verkeerd begrepen?

Ons leesgedrag

Het misverstaan van deze hoofdstukken is het gevolg van de manier waarop wij meestal de Bijbel lezen. Als we lezen pakken we één hoofdstuk of twee. Dan leggen we de Bijbel weer weg en lezen de volgende dag het volgende hoofdstuk. Wij zijn niet gewend om een Bijbelboek in een ruk door te lezen. Ook een preek is meestal gebaseerd op een tekst of een kort tekstgedeelte. Maar daarmee doen we de Schrift en de bijbelschrijvers tekort. De brief aan de Romeinen is zorgvuldig opgebouwd en alle hoofdstukken hangen met elkaar samen. Het is niet de bedoeling om er zomaar een aantal verzen uit te nemen en die los van de context te verklaren. De hoofdstukken 9, 10 en 11 horen bij het complete verhaal dat Paulus vertelt in deze brief.

Calvinistische leer van de uitverkiezing

Het lezen van deze hoofdstukken zonder de context van de brief, heeft geleid tot de leer van de uitverkiezing. We lezen in Romeinen 9:18 bijvoorbeeld dat God Zich ontfermt over wie Hij wil en verhardt wie Hij wil. En in 9:22 dat er voorwerpen van toorn zijn die Hij voor het verderf heeft gereedgemaakt. Als we nu geen rekening houden met de context en de vragen die Paulus in dit hoofdstuk beantwoordt dan trekken we verkeerde conclusies. Dat gebeurt in de Dordtse Leerregels. Die zijn in 1619 opgesteld en worden nu nog steeds door veel Nederlandse kerken gebruikt.

Dordtse Leerregels

Losse teksten uit Romeinen 9 spelen een belangrijke rol in de Dordtse Leerregels. Hoofdstuk 1 van deze Leerregels heeft als titel: Van de goddelijke verkiezing en verwerping. Het leert dat God vóór de grondlegging van de wereld sommigen heeft uitverkoren om gered te worden en anderen heeft verworpen. Ik citeer uit Hoofdstuk 1, paragraaf 15:

Sommige mensen zijn niet uitverkoren. Dat wil zeggen: God ging in Zijn eeuwige verkiezing aan hen voorbij. ( bewijstekst: Romeinen 9:22) Dat betreft die mensen van wie God in Zijn volkomen vrij, rechtvaardig, onberispelijk en onveranderlijk welbehagen besloten heeft om hen in de gemeenschappelijke ellende te laten waarin zij zich door eigen schuld hebben gestort.
God besloot om hun het zaligmakend geloof en de genade van de bekering niet te schenken, maar hen op hun zelfgekozen wegen en onder Zijn rechtvaardig oordeel te laten.

Dit standpunt is om meerdere redenen onhoudbaar. Juist in de Romeinenbrief heeft Paulus zo duidelijk uitgelegd dat de zaligheid is voor “ieder die gelooft” (Rom.1:16 en 17). In Romeinen 10:13 zegt hij: Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden. Hij zegt niet: Want ieder die God van tevoren heeft uitverkoren zal zalig worden.

Aandachtig lezen van hoofdstuk 9 laat zien dat Paulus hier helemaal niet spreekt over de redding of verwerping van individuele personen. Laten we naar de context kijken.

Context van de brief

De climax van hoofdstuk 8 was de heerlijkheid die voor de gelovigen klaarligt. Dat betekent dat we mede erfgenamen met Christus zullen zijn en met Hem verheerlijkt worden. Paulus had in Romeinen 8:15 gezegd:

Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van zoonstelling [vertaald met aanneming tot kinderen] ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!

Zie ook Romeinen 8:23. Die belofte van aanstelling tot zonen en de heerlijkheid die daarbij hoort, waren in het Oude Testament aan Israël beloofd. Vandaar dat Paulus nu bedroefd is. Hoe kan het dat deze beloften over heerlijkheid en zoonstelling vooral bij de gelovigen uit de heidenen terecht is gekomen? Hij opent hoofdstuk 9 daarom met deze woorden:

1 Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet en mijn geweten getuigt mee door de Heilige Geest,
2 dat het een grote bron van droefheid voor mij is, en een voortdurende smart voor mijn hart.
3 Want ik zou zelf wel wensen vervloekt te zijn, weg van Christus, ten gunste van mijn broeders, mijn verwanten wat het vlees betreft.
4 Zij zijn immers Israëlieten; voor hen geldt de zoonstelling [aanneming tot kinderen] en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften.
5 Tot hen behoren de vaderen, en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus voortgekomen, Die God is, boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid. Amen!

Niet de Israëlieten, het volk waar Paulus deel van uit maakt, zijn de ontvangers geworden van deze beloften maar de gemeente, gelovigen uit de Joden en heidenen. In de komende hoofdstukken gaat Paulus uitleggen waarom dit gebeurd is. En ook dat het niet strijdig is met Gods Woord en Gods beloften. Gods Woord is hiermee niet vervallen.

De nadruk in deze hoofdstukken ligt niet op de redding van individuele personen, maar op het plan van God met Israël en de gemeente. Hoe werkt God zijn plan uit en hoe worden de beloften van God doorgegeven.

Als we de voorgaande hoofdstukken aandachtig hebben gelezen dan zagen we in bijna alle hoofdstukken het onderwerp Jood en heiden naar voren komen (1:162:9-293:1-33:93:29-304:97:1). Zelfs de vraag of God wel trouw is aan Zijn beloften heeft Paulus eerder gesteld in Romeinen 3:3

3 Want wat is het geval? Als sommigen ontrouw zijn geweest, zal hun ontrouw de trouw van God toch niet tenietdoen?
4 Volstrekt niet!

Hier een korte terugblik op de voorgaande hoofdstukken:

Hoofdstuk 1 tot en met 8

  • In hoofdstuk 1:18-32 besprak Paulus de zondigheid van de mensen en de toorn van God.
  • In hoofdstuk 2 heeft hij laten zien dat die toorn over alle mensen komt. Of we nu Jood of heiden zijn, mét of zonder de wet leven, wél of niet besneden zijn.
  • In hoofdstuk 3 kwam hij tot de conclusie dat de gerechtigheid van God, buiten de wet om, is geopenbaard en door Jezus Christus aan de gelovige wordt toegerekend.
  • In hoofdstuk 4 liet hij zien hoe deze rechtvaardiging door geloof al in het Oude Testament is gedemonstreerd in het leven van Abraham.
  • Vanaf hoofdstuk 5 heeft Paulus uitgelegd wat de rechtvaardiging betekent in het praktische leven van de gelovige.
  • In hoofdstuk 6 heeft hij duidelijk gemaakt dat wij mét Christus gestorven zijn en daarom niet langer hoeven te leven onder de macht van de zonde.
  • In hoofdstuk 7 sprak Paulus over de wet. Hoewel die heilig en rechtvaardig en goed is, had de wet ons alleen maar meer in de problemen gebracht.
  • Hoofdstuk 8 gaat over het leven door de Geest en de heerlijkheid die in de toekomst geopenbaard zal worden. De hele schepping ziet hier naar uit.

Hoofdstukken 9 tot en met 11

Dan komen we, na het hoogtepunt van hoofdstuk 8 bij het gedeelte waar een moeilijke vraag beantwoord moet worden. Hoe zit het met de beloften van God aan Israël? Paulus neemt uitgebreid de tijd om deze vraag te bespreken. Hij doet er drie hoofdstukken over en we moeten geen conclusies trekken voordat we het hele gedeelte hebben gelezen. Ik zal de hoofdstukken op mijn blog vers voor vers behandelen. Hier geef ik een voorlopige samenvatting per hoofdstuk.

Hoofdstuk 9

In de beginverzen van dit hoofdstuk zegt Paulus hoe bedroefd hij is omdat zijn volksgenoten het heil niet hebben aangenomen. Terwijl zij toch Israëlieten zijn en de beloften en de verbonden en de wet hadden ontvangen. Toch heeft Gods Woord niet gefaald. Want zegt Paulus:

Ik zeg dit niet alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël.

In de vertaling van de NBV21: Gods belofte is niet komen te vervallen. Want niet alle Israëlieten behoren werkelijk tot Israël.

Aan de hand van de geschiedenis van het volk laat Paulus zien dat God altijd een keuze moest maken via welke lijn de belofte vererfd zou worden. Niet Ismaël maar Izak was de zoon van de belofte. Via de lijn van Izak zou uiteindelijk de Messias geboren worden. En in de volgende generatie koos God Jakob en niet Ezau. God is vrij om die keuze te maken zegt Paulus. Maar we moeten ons realiseren dat het niet de keuze is wie er behouden wordt of niet. Het gaat niet om de persoonlijke redding of afwijzing van Jakob en Ezau.

Paulus vervolgt zijn geschiedenisles met Mozes en de uittocht van het volk en eindigt met de tijd van de ballingschap, met citaten uit Hosea en Jesaja.

In Romeinen 9:30-32 komt hij tot een voorlopige conclusie over Israël als volk. Ze hebben de rechtvaardigheid niet gekregen. Ze zochten die namelijk door de wet te houden en niet door geloof. En we hebben in de voorgaande hoofdstukken van deze Romeinenbrief geleerd dat gerechtigheid van God geopenbaard wordt “uit geloof, tot geloof”. De rechtvaardige zal uit het geloof leven (Romeinen 1:17). De tekortkomingen van de wet heeft Paulus in hoofdstuk 7 aangetoond.

Hoofdstuk 10

In dit hoofdstuk onderzoekt Paulus de volgende vraag: Hoe komt het dat Israël misgegrepen heeft als het om de gerechtigheid gaat, terwijl de heidenen dit wel hebben gekregen? Hij werkt dan verder uit wat hij in Romeinen 9:32 heeft gezegd. Zij hebben niet met geloof gereageerd op het evangelie terwijl de heidenen dit wel aangenomen hebben. Het evangelie is aan hen verkondigd (Romeinen 10:14-18) maar ze hebben er niet met geloof op gereageerd (Romeinen 10:21).

Paulus onderbouwt dit met teksten uit het Oude Testament. Hij zet de gerechtigheid die uit de wet is, die in Leviticus 18:5 wordt beschreven, tegenover de gerechtigheid uit het geloof. En hij laat, met een citaat uit Jesaja 28:16, zien dat de gerechtigheid uit geloof al in het Oude Testament werd aangekondigd:

Romeinen 10:11
Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

Hoofdstuk 11

In hoofdstuk 11 tenslotte stelt Paulus de vraag of God Israël compleet heeft verworpen. Het antwoord is: Nee, er is altijd een overblijfsel geweest van gelovige Israëlieten. Dat was zo in de tijd van Elia en het is ook nu zo (Romeinen 11:2-5).

Paulus brengt het evangelie aan de heidenen en hoopt zijn volksgenoten jaloers te maken zodat ook enigen uit hen behouden worden. Want iedere Israëliet die tot geloof komt, wordt toegevoegd aan het volk dat God nu verzamelt: de gemeente. God zal hen opnieuw enten op de olijfboom waarvan ze afgebroken waren.
En Paulus voorziet een toekomst waarin God Zich over het hele volk opnieuw zal ontfermen (Romeinen 11:32).

Tot slot

Dit zijn de grote lijnen van deze hoofdstukken. Ze geven antwoord op de vraag of God wel trouw is aan Zijn beloften: Ja dat is Hij. En op de vraag of Israël geheel verworpen is: Nee, er is nu een gelovig overblijfsel en God zal Zich in de toekomst opnieuw over hen ontfermen.

Dit is de volgende studie: Droefheid over het ongeloof van Israël: Rom.9:1-5.

Alle studies over de Romeinenbrief die inmiddels online staan: Blog Romeinenbrief

Lees ook: Hoe calvinistisch bent u? 

Schrift en belijdenis?

Schrift en belijdenis?

Belijdenisgeschriften 

In het boek “Schrift en belijdenis?” onderzoekt Harold Grevers de gereformeerde belijdenisgeschriften en vergelijkt deze met de Bijbel. Hij stelt de vraag of het gerechtvaardigd is om naast de Bijbel een belijdenis te hebben en of de gereformeerde belijdenisgeschriften volledig in overeenstemming zijn met de Bijbel.

Geschiedenis

Grevers geeft eerst een korte geschiedenis van de Reformatie en het ontstaan van de gereformeerde belijdenisgeschriften. Hij bespreekt de drie sola’s van de Reformatie: alleen door het geloof, alleen door Gods genade en alleen door de Schrift. Hij bespreekt ook de opkomst van de wederdopers en hun invloed op de totstandkoming van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Niet in overeenstemming

Vervolgens bespreekt Grevers de drie belijdenisgeschriften: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Dordtse Leerregels en de Heidelbergse Catechismus. Hij onderzoekt verschillende artikelen uit deze geschriften en vergelijkt ze met de Bijbel. Hij concludeert dat er meerdere punten zijn waar de belijdenisgeschriften niet in overeenstemming zijn met de Bijbel.

Grevers bespreekt ook de rol van de kerkenraad en de sacramenten in de gereformeerde traditie. Hij stelt dat de kerkenraad niet in overeenstemming is met de Bijbelse structuur van de gemeente en dat de sacramenten geen genademiddelen zijn.

De uitverkiezing

Ten slotte bespreekt Grevers de leer van de uitverkiezing en verwerping. Hij concludeert dat deze leer niet in overeenstemming is met de Bijbel en dat de Bijbel leert dat God alle mensen wil redden.

De Bijbel alleen

Grevers besluit zijn boek met een oproep om terug te keren naar de Bijbel en de belijdenisgeschriften kritisch te onderzoeken. Hij benadrukt dat de Bijbel het enige onfeilbare richtsnoer is voor het christelijk geloof.

Lees: Schrift en belijdenis? (pdf)

“De Bruid” als vervangingsleer deel 2

Deel 2 waarin we kijken wat het nieuwe Testament zegt over de bruid, de bruidegom en de bruiloft.  Deel 1 staat hier.

Nieuwe Testament

Bruid, bruidegom en bruiloft

Deze woorden vinden we alleen in de Evangeliën en Openbaring.

Mattheüs 9:15  En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten. (Markus 2:18-22 en Lukas 5:33-35)

Mattheüs 22:1-14 Gelijkenis van de koninklijke bruiloft
Mattheüs 25:1-13 Gelijkenis van de wijze en de dwaze meisjes

Lukas 12:36 En zijt gij den mensen gelijk die op hun heer wachten, wanneer hij wederkomen zal van de bruiloft, opdat als hij komt en klopt, zij hem terstond mogen opendoen.

Johannes 2:1-12 Jezus verandert water in wijn op een bruiloft
Johannes 3:29 Johannes de Doper is de vriend van de bruidegom

Openbaring 19:7 en 8 (bruiloft)
Openbaring 21:2 en 9-14, (bruid, vrouw van het Lam)
Openbaring 22:17 (de Geest en de bruid)

Teksten uit de brieven die worden gebruikt om de gemeente als bruid te zien

2 Corinthiërs 11:2
Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid om u als een reine maagd aan één Man voor te stellen, namelijk aan Christus.

Efeze 5:22-32 Hier gaat het niet om een bruid maar om een vrouw. De gemeente is het lichaam van van Christus. Dat is het geheimenis van het huwelijk: de eenheid tussen man en vrouw.

Wat is er mis mee om de gemeente als bruid te zien?

  • De Bijbel gebruikt dit beeld niet om de gemeente aan te duiden. In de brieven vinden we wel andere beelden zoals:
    De gemeente is het lichaam van Christus (Hij het hoofd),
    Wij zijn de ranken (Hij de wijnstok),
    Wij zijn levende stenen die gebouwd worden tot een tempel. De beelden die voor de gemeente gebruikt worden, laten zien dat er gemeenschap is tussen de gelovigen en Christus. Een bruid heeft nog GEEN gemeenschap met de man, maar ziet daar alleen verlangend naar uit.
  • Een bruid maakt zichzelf mooi voor haar toekomstige bruidegom. Deze druk om onszelf te reinigen en op te poetsen wordt vaak ook op de gemeente gelegd. Maar in werkelijkheid is het Christus Die ons reinigt en heiligt zoals Efeze 5:26 aangeeft.
  • Het bevordert de gedachte van de vervangingstheologie. Een beeld wat voor Israël is bedoeld, wordt toegepast op de gemeente.
  • Het koppelt de avondmaalsbeker aan een romantisch idee over een bruidegom die een beker wijn aan de bruid geeft. MAAR de Bijbel geeft zelf aan wat de betekenis van de avondmaalsbeker is.
    (Matth. 26:17-30, Mark. 14:23, Luk. 22:14-20, 1 Kor. 10:16-17 en 11:23-26)
    Als we al typologie toepassen dan moeten we deze beker verbinden met de viering van het Pascha, de uittocht uit Egypte, het bloed aan de deurposten.

Vandaag de dag doen verhalen de ronde over “De Galilese bruiloft.” Als zou dat een blauwdruk zijn voor wat de Bijbel erover meldt in het nieuwe Testament.

Schrijver van “Before the wrath” over hoe hij de Galilese bruiloft ‘ontdekt’ heeft:

Maar hoe waren hun huwelijkstradities vóór de val van de Tempel? Dit is geen gemakkelijke vraag om te beantwoorden, omdat maar weinig historici er iets over hebben vastgelegd. En waarom zouden ze? Waarom zouden ze waardevolle ruimte verspillen aan een dure boekrol waarin de kleine tradities van boeren en vissers in het noorden van Judea zijn vastgelegd? Daarom is er gewoon niet veel historische informatie beschikbaar.
Het probleem was dat bijna alle beschikbare informatie over Galilese bruiloften in het Nieuwe Testament van de Bijbel stond.
Dus moest ik teruggaan – ver terug – voordat de Romeinen de Tempel van Herodes in brand staken. Ik moest naar de stukjes en beetjes van moderne en middeleeuwse Joodse bruiloften kijken en alles opzij zetten wat ze in de loop van de eeuwen van hun verspreiding hadden toegevoegd. Wat overbleef is waar ik begon.

Buiten de Bijbel zijn bronnen over dit onderwerp schaars, maar er waren er genoeg om een ​​nieuw stel lenzen uit te slijpen om te zien wat Jezus zei – vooral toen Hij over een bruiloft sprak. Dus zette ik deze nieuwe bril op en begon rond te kijken. Geleidelijk aan begon ik verwijzingen op te merken naar de Bruiloft, de Bruid, de Bruidegom en de Vrouw die ik in al mijn jaren van Bijbellezen eenvoudigweg had gelezen. Op het eerste gezicht leken de beelden mysterieus en afstandelijk – bloemrijke symbolen met betekenissen gehuld in een donkere spirituele mist die alle aardse penetratie te boven gaat.
Terwijl ik dit boek schreef, heb ik een paar hypothetische situaties gecreëerd (de huwelijksprocessie, de aankomst van de karavaan, enzovoort) om de lezer onder te dompelen in het dagelijkse leven en de denkprocessen van de mensen uit de tijd van Jezus. Deze scenario’s zijn tot op zekere hoogte geïdealiseerd en gaan uit van een zekere mate van romantiek, humor, mooi weer, beschikbare middelen en samenwerking binnen het gezin.

Als we het Woord laten spreken, en konsekwent Schrift met Schrift vergelijken, moet duidelijk zijn op wie de ‘bruidsmetafoor’ van toepassing is.

Zie ook (extern):

bruid » Bijbels Panorama

Bijbelstudie lezing: Wil de échte bruid opstaan?

Geverifieerd door MonsterInsights