Dit had ik dus niet meegekregen,staat toch al wat maandjes online.
Het heet een parodie te zijn. Ik denk daar nog even over na.
Disney style. Dat dan weer wel.

Dit had ik dus niet meegekregen,staat toch al wat maandjes online.
Het heet een parodie te zijn. Ik denk daar nog even over na.
Disney style. Dat dan weer wel.

Ik heb nog ingehaakt op mijn vorige artikel over “slaapt de kerk echt?”
Onderzoek gedaan naar de organisator ervan en welke prominente christenen de motor zijn van deze stichting, welke gedachten en welke leer er prominent aanwezig is. En daar ben ik heel eerlijk gezegd best van geschrokken.
“Word wakker!”
Het klinkt krachtig. Urgent. Profetisch bijna. Alsof de kerk ligt te ronken onder een geestelijke deken van lauwheid, terwijl ergens op een podium de wekker van God afgaat.
Daar begint deze zoektocht.
Want wie roept hier eigenlijk wie wakker? En waarvoor? Tot Christus? Tot bekering? Tot het Woord? Tot nuchterheid, heiligheid en gezonde leer? Of tot een sfeer van opwekking, activatie, verwachting, doorbraak, profetie, genezing en religieuze energie?
De advertentie van De Donk Ministries zegt meer dan op het eerste gezicht lijkt. “Free at Last”, “Revival Dienst”, “Word wakker!”, “krachtige aanbidding”, “verwachting”, “herstel”, “God roept Zijn kerk wakker”. Het is een hele gereedschapskist vol charismatische sleutelwoorden. En natuurlijk: losse woorden kunnen Bijbels klinken.
Wakker worden is Bijbels. Aanbidding is Bijbels. Gebed is Bijbels. Ontmoeting met God is Bijbels.
Maar een Bijbels woord in een onbijbels systeem maakt het niet automatisch gezond. Soms werkt taal als wierook: het ruikt geestelijk, maar verdooft ondertussen het onderscheidingsvermogen.

De Donk presenteert zich niet slechts als organisator van een losse avond. Op de website staat een breder bedieningsmodel met onder meer een Academy, Mission School, LIFEschool, samenkomsten, docenten en toerusting. De Mission School spreekt over een docententeam dat deelnemers meeneemt in “diepere lagen” van het Woord van God en toont daarbij bekende namen, waaronder Hans Maat en Bert de Haan.
Dat is veelzeggend. Een organisatie communiceert niet alleen door haar geloofsbelijdenis. Zij communiceert óók door haar taal, haar thema’s, haar platforms en haar min of meer bekende sprekers.
En dan zie je bij De Donk een duidelijk patroon: Koninkrijkstaal, revivaltaal, geestelijke gaven, profetie, genezing, bevrijding, activatie, roeping, herstel en “meer”.
Niet zomaar onderwijs over de Schrift, maar een bewegingstaal waarin de gelovige wordt aangespoord om iets te ontvangen, te activeren, zichtbaar te maken of binnen te stappen.
Dat is waar het leerstellig begint te wringen.
Het gevaar van deze bewegingstaal is niet dat Jezus niet genoemd wordt. Natuurlijk wordt Hij genoemd. Dat is het punt niet.
De vraag is: wie of wat draagt het geheel?
Wordt de gelovige dieper geworteld in Christus, Zijn volbrachte werk, de zekerheid van het Evangelie en de gezonde leer? Of wordt hij meegenomen in een religieuze stroom waarin alles draait om verwachting, beweging, kracht, manifestatie, doorbraak en bijzondere ervaring?
Dat laatste klinkt geestelijk, maar het kan de ziel juist losweken van vaste grond.
Want het Evangelie zegt: zie op Christus.
Revivaltaal zegt al snel: verwacht méér.
Het evangelie zegt: rust in wat Hij volbracht heeft.
Activatietaal zegt: stap in wat jij nog moet ontdekken.
De Schrift zegt: beproef alle dingen.
De beweging zegt: wees hongerig, open, beschikbaar en niet kritisch.
Dat klinkt subtiel. Maar het verschil is hemelsbreed.
Een van de grootste waarschuwingslampen is de manier waarop het Koninkrijk van God functioneert. Bij De Donk en verwante charismatische netwerken komt steeds dezelfde toon terug:
Het Koninkrijk moet zichtbaar worden, doorbreken, gestalte krijgen, praktisch worden, gedemonstreerd worden.
Hans Maat wordt op de website van Return of Hope verbonden aan thema’s als opwekking, geestelijk herstel, profetische campagnes, krachtige events en uitbreiding van Gods Koninkrijk. Return of Hope zegt te investeren in bedieningen die die missie delen.
Dat klinkt missionair. Maar onder de motorkap kan hier een Kingdom Now-denken meedraaien: de gedachte dat de kerk nu al het Koninkrijk zichtbaar moet maken door kracht, invloed, tekenen, genezing en transformatie.
Daar gaat het mis.
Het Koninkrijk is geen project dat de kerk met voldoende vuur, visie en aanbidding zichtbaar trekt. Het Koninkrijk is Gods Koninkrijk. Christus zal het op Gods tijd openbaar maken. De Gemeente getuigt, verkondigt, waakt, lijdt, volhardt en verwacht. Zij bouwt niet via events een zichtbaar Koninkrijk op aarde.
Wanneer dat onderscheid verdwijnt, krijgt de kerk een opdracht die niet gegeven is. Dan wordt verwachting vervangen door maakbaarheid. Dan wordt hoop vervangen door activisme. Dan wordt de wederkomst praktisch ingeruild voor “impact”.
Een tweede verschuiving zit in de omgang met de Heilige Geest. In deze kringen wordt de Geest vaak verbonden aan kracht, gaven, profetie, genezing, bevrijding, overdracht, zalving en activatie.
‘There is More’, verbonden aan Return of Hope, omschrijft Hans Maat als iemand die voortdurend aandacht heeft gevraagd voor het werk van de Heilige Geest in genezing, bevrijding en het bewegen in de gaven. Op diezelfde pagina wordt zelfs gesproken over “het overdragen van gaven en kracht”.
Dat is geen accentverschil. Dat is een geestelijk model.
De Heilige Geest wordt dan niet allereerst voorgesteld als Degene Die Christus verheerlijkt, het Woord toepast, de gelovige verzegelt, heiligt en leert wandelen in de waarheid. Hij wordt functioneel de krachtbron achter bijzondere ervaringen en bedieningsresultaten.
En zo ontstaat een subtiele ruilhandel: minder rust in Christus, meer jacht op kracht. Minder gezonde leer, meer demonstratie. Minder nuchterheid, meer platformtaal.
Het woord “activatie” klinkt modern en praktisch. Maar in de Schrift worden geestelijke gaven niet behandeld als vaardigheden die via trainingen, events of zalvingsmomenten worden losgemaakt.
De Geest deelt uit zoals Hij wil. De Gemeente wordt onderwezen, opgebouwd, gecorrigeerd en geordend door apostolisch onderwijs. Dat is iets heel anders dan mensen in een zaal meenemen in oefeningen rond profetie, genezing of geestelijke doorbraak.
Hier ontstaat een pastorale valkuil.
Wie “meekomt”, voelt zich geestelijk.
Wie niets ervaart, voelt zich geblokkeerd.
Wie vragen stelt, wordt al snel verdacht.
Wie nuchter toetst, wordt gezien als iemand die “niet openstaat”.
Zo verschuift het geestelijk kompas. Niet langer: is dit naar de Schrift? Maar: ben jij hongerig genoeg?
Dat is geen vrijheid. Dat is religieuze druk met een glimlach.
De Donk etaleert namen. Dat is niet toevallig. Bekende sprekers geven gewicht. Herman Boon op een flyer. Hans Maat op een docentenpagina. Bert de Haan in het docentennetwerk. Zulke namen werken als een stempel: dit zal wel goed zitten.
Maar de vraag moet juist andersom gesteld worden.
Niet: welke bekende namen staan erop?
Maar: welke leer brengen zij mee?
Welke bewegingen vertegenwoordigen zij?
Welke patronen normaliseren zij?
Welke pastorale veiligheid bieden zij?
Een platform is nooit neutraal. Wie iemand op een podium zet, zegt daarmee: deze stem achten wij betrouwbaar genoeg om mensen richting te geven.
Dat maakt de aanwezigheid van sommige namen extra gevoelig.
Rond Bert de Haan ligt een publiek bekend verleden. In 2016 werd bericht dat hij niet langer actief was als voorganger van Nehemia Ministries. Volgens de berichtgeving zagen oudstenteam en bestuur geen mogelijkheden meer om met hem verder samen te werken. Ook werd gesproken over herstel van hem, zijn huwelijk en de gemeente.
Dat is op zichzelf al ernstig genoeg. Maar er is meer. In terugblikken op Nehemia en Grace023 wordt verwezen naar leiderschapstaal waarin sterk werd aangedrongen op het volgen van “de visie van het huis”, en waarin kritiek op leiderschap praktisch in de sfeer van “kritiek op God” kwam te staan.
Daar moet je niet te lichtvoetig overheen stappen.
De vraag is hier niet of iemand na zonde ooit nog Genade kan ontvangen. Natuurlijk kan dat. Genade is geen ornament voor nette mensen. Maar publieke geestelijke leiding vraagt méér dan een privéverhaal van herstel. Het vraagt aantoonbare verantwoording, nederigheid, toetsbaarheid, correctie en afstand van oude patronen.
Zeker wanneer iemand zondermeer opnieuw als leraar wordt geëtaleerd.
Want een leraar is niet zomaar een ervaringsdeskundige met een microfoon. Een leraar draagt verantwoordelijkheid voor zielen. En wanneer er in het verleden sprake was van leiderschapsproblemen, dan is de eerste vraag niet:
“Is hij weer inzetbaar?”
maar:
“Zijn de schapen veilig?”
Hans Maat heeft een andere positie, maar ook zijn naam draagt een duidelijke beweging met zich mee. Hij was jarenlang verbonden aan het Evangelisch Werkverband en startte later Return of Hope. In berichtgeving over zijn vertrek wordt genoemd dat hij zijn bediening vervolgde in onder meer Return of Hope.
Return of Hope spreekt over ‘profetische campagnes, krachtige events, opwekking, geestelijk herstel en uitbreiding van Gods Koninkrijk.’ There is More verbindt zijn bediening expliciet met genezing, bevrijding, gaven en overdracht van kracht.
Dat is precies de charismatische vernieuwingslijn die vandaag in veel kerken als fris, hoopvol en missionair wordt binnengehaald.
Maar fris is niet hetzelfde als Bijbels. Hoopvol is niet hetzelfde als gezond. Missionair is niet hetzelfde als leerstellig veilig.
Het probleem is uitdrukkelijk niet dat men verlangt naar geestelijk leven. Het probleem is dat geestelijk leven hier gemakkelijk wordt ingevuld met charismatische ervaringstaal.
En waar de ervaring de leer gaat trekken, raakt de kerk haar ruggengraat kwijt.
De mensen die op dit soort avonden afkomen, zijn vaak niet de mensen die stevig in de leer staan en rustig kunnen onderscheiden. Het zijn geregeld mensen met honger, pijn, ziekte, teleurstelling, een kerkelijk verleden, gebrokenheid of een verlangen naar herstel.
Zij horen: God gaat iets doen.
Zij zien: bekende sprekers.
Zij voelen: sfeer, muziek, gebed, verwachting.
Zij hopen: misschien vanavond.
Zij denken: misschien is dit mijn doorbraak.
En als die doorbraak niet komt?
Dan begint de binnenkant te knagen.
Had ik te weinig geloof? Was ik niet open genoeg? Zit er een blokkade? Heb ik bevrijding nodig? Heb ik de Geest bedroefd? Moet ik nog een cursus volgen? Nog een avond bezoeken? Nog een spreker laten bidden?
Zo ontstaat een geestelijke loopband. Je loopt, zweet, hoopt, zingt, ontvangt woorden, laat voor je bidden — maar je komt niet werkelijk tot rust. Want het systeem leeft van “er is meer”. Altijd meer. Nog een laag. Nog een sleutel. Nog een activatie. Nog een seizoen. Nog een zalving.
Dat is geen herderlijke zorg. Dat is geestelijke afmatting in opwekkingsverpakking.
“Free at Last” klinkt prachtig. Eindelijk vrij.
Maar vrijheid in de Schrift is geen vrijheid om impulsief achter elke geestelijke prikkel aan te lopen.
Het is vrijheid in Christus. Vrij van de vloek van de wet. Vrij van menselijke overheersing. Vrij van religieuze druk. Vrij van de noodzaak om jezelf geestelijk te bewijzen.
Charismatische revivalcultuur kan precies het tegenovergestelde doen. Zij kan mensen opnieuw onder druk zetten, maar dan met andere woorden.
Niet: onderhoud de wet om God te behagen.
Maar: ontvang meer kracht om echt door te breken.
Niet: doe meer religieuze werken.
Maar: stap meer uit in je bestemming.
Niet: bewijs jezelf door gehoorzaamheid aan regels.
Maar: bewijs jezelf door honger, vuur, openheid en ervaring.
Het etiket is veranderd. De druk is gebleven.
Wat je in dit soort communicatie vaak mist, is juist wat de kerk vandaag hard nodig heeft:
leerstellige helderheid, nuchtere Schriftuitleg, bescherming van kwetsbaren, duidelijke grenzen rond leiderschap, toetsing van sprekers en een gezonde omgang met lijden, ziekte en teleurstelling.
Waar is de waarschuwing tegen misleiding?
Waar is de correctie op opgeklopte verwachtingen?
Waar is de ruimte voor gelovigen die ziek blijven?
Waar is de erkenning dat God niet elke wond geneest?
Waar is de Bijbelse soberheid rond gaven?
Waar is de toetsing van profetische woorden?
Waar is de verantwoording rond leiders met een beschadigd verleden?
Een beweging die voortdurend roept dat de kerk wakker moet worden, moet eerst zelf wakker worden voor deze vragen.
Het bezwaar tegen De Donk en vergelijkbare netwerken is niet dat zij bidden. Niet dat zij zingen. Niet dat zij verlangen naar geestelijk leven. Niet dat zij spreken over Jezus.
Het bezwaar is dat het totaalpakket een andere geestelijke richting ademt dan het onderwijs van het Nieuwe Testament.
De richting is: meer ervaring.
De Schrift wijst naar: meer Christus.
De richting is: Koninkrijk zichtbaar maken.
De Schrift wijst naar: Christus verwachten.
De richting is: gaven activeren.
De Schrift wijst naar: de Gemeente opbouwen in waarheid en liefde.
De richting is: doorbraak zoeken.
De Schrift wijst naar: wandelen in geloof, ook zonder zichtbare doorbraak.
De richting is: bekende stemmen volgen.
De Schrift wijst naar: alles toetsen.
De Donk Ministries presenteert zich als ‘een plek van leven, herstel, aanbidding en verwachting’.
Maar onder die aantrekkelijke bovenlaag ligt een patroon dat ernstige vragen oproept.
Revivaltaal zonder leerstellige precisie wordt al gauw religieuze rook.
Koninkrijkstaal zonder Bijbelse bedelingsonderscheiding wordt al gauw Kingdom Now.
Geestestaal zonder apostolische orde wordt makkelijk ervaringsdruk.
Bekende sprekers zonder grondige toetsing worden zomaar geestelijke keurmerken.
Hersteltaal zonder zichtbare verantwoording kan zomaar ontaarden in pastorale onveiligheid.
En daarom moet de kerk inderdaad wakker worden.
In een plaatselijke huis-aan-huis krant stond onderstaande paginagrote advertentie waarin een aantal grote misvattingen opgesomd staan.

Mijn oog viel vooral op deze zin:
“God roept Zijn kerk wakker”
Waarop de onvermijdelijke vraag zich aan mij opdrong:
Slaapt de kerk dan?
Bijbels gezien kan er sprake zijn van geestelijke verslapping. Denk aan oproepen tot waakzaamheid. Maar deze advertentie gebruikt dat meteen als revival-retoriek: alsof de kerk als geheel in een soort geestelijke slaap ligt en nu via een speciale avond, met zang, gebed, “doorbraak” en “verwachting”, opnieuw in beweging gezet moet worden. Dat is een heel bepaalde sfeer.
Wat er mis mee is:
De tekst zegt:
“Het is tijd om wakker te worden.”
En:
“God roept Zijn kerk wakker.”
Dat klinkt krachtig, maar het zet meteen een frame neer: wie niet meedoet aan deze beweging, deze avond, deze revivaltaal, is blijkbaar slapend als Doornroosje, droog, lauw of niet wakker genoeg. Dat is pressie taal.
De Schrift roept gelovigen op om waakzaam te zijn, nuchter te zijn en niet te slapen in morele of geestelijke zin. Maar dat is iets anders dan een evenement presenteren alsof daar de kerk wakker geschud moet worden.
“Revival dienst” is al veelzeggend. Het Nieuwe Testament kent samenkomsten rond leer, gemeenschap, breking van het brood, gebed, opbouw, vermaning en aanbidding. Maar “revival” als aangekondigd geestelijk product is een ander concept.
Het suggereert: kom naar deze dienst, daar gaat God iets bijzonders doen. Dat schuift makkelijk van geloof in Gods Woord naar verwachting van sfeer, ervaring, beweging en emotionele opwekking.
De advertentie spreekt over:
“geloof, aanbidding, doorbraak en verwachting”
Vooral doorbraak is zo’n woord dat veel belooft en weinig definieert. Doorbraak waarvan? Zonde? Ongeloof? Depressie? Ziekte? Financiële nood? Gemeentelijke stilstand? Het blijft vaag, maar roept wél grote verwachting op.
Dat is precies het probleem: grote woorden zonder scherpe Bijbelse inhoud.
Er staat:
“Wakker voor de stem van God.”
Maar wat wordt daarmee bedoeld? De Schrift? De prediking van het Woord? Of persoonlijke indrukken, profetieën, innerlijke stemmen, woorden van kennis?
In charismatische contexten betekent “de stem van God” vaak niet eenvoudig: luisteren naar de Schrift, maar: openstaan voor actuele, directe boodschappen. Dan wordt het riskant. Want dan verschuift het gezag van het geschreven Woord naar ervaringstaal.
“Een avond vol vuur en aanbidding.”
Ook dat is typisch wervende taal. Vuur klinkt Bijbels, krachtig en heilig.
Maar welk vuur?
Het vuur van Gods oordeel?
De ijver van de Geest?
Emotionele intensiteit?
Muzikale opbouw?
Zaalenergie?
Het woord “vuur” functioneert hier vooral als sfeerwoord. Niet als duidelijke Bijbelse categorie.
De advertentie zegt dat ze geloven:
“dat God mensen opnieuw in beweging gaat zetten.”
Dat klinkt vroom, maar het suggereert ook dat men vooraf al weet wat God die avond gaat doen. Dat zie je vaker bij revivaltaal: de avond wordt niet aangekondigd als een gewone samenkomst rond Gods Woord, maar als een moment waarop iets moet gebeuren.
Daarmee wordt verwachting bijna programmatisch gemaakt. Maakt God bijna voorspelbaar
Woorden als herstel, passie, vuur, radicale aanbidding, krachtige boodschap, doorbraak en ontmoeting domineren. Maar waar is de nadruk op gezonde leer? Op Christus’ volbrachte werk? Op bekering? Op rechtvaardiging? Op het Woord? Op nuchterheid?
De advertentie ademt vooral: beleef iets, verwacht iets, kom in beweging.
Daar hebben we de religieuze gietmal van moderne revivalcultuur.
Alsof het probleem vooral is dat gelovigen niet genoeg “aan” staan. Maar de Bijbelse vraag is niet eerst: ben je wakker genoeg voor revival?
De vraag is: sta je vast in Christus? Wandel je naar het Woord? Laat je je niet meeslepen door wind van leer? Ben je nuchter?
Er is een groot verschil tussen Bijbelse waakzaamheid en revival-opzweping.
De advertentie bevat een paar duidelijke problemen:
De taal is vaag, groot en emotioneel geladen.
De kerk wordt impliciet als slapend en geestelijk droog neergezet.
“Doorbraak”, “vuur” en “stem van God” worden niet Bijbels afgebakend.
De avond wordt gepresenteerd als een bijzonder moment waarop ‘God iets gaat doen’.
De nadruk ligt meer op beleving en beweging dan op leer, Schrift en Christus’ volbrachte werk.
Lees ook:
Kolossenzen 3 uitgelegd: waarom aardsgezind christendom faalt – Bijbelse basis
Mensgerichte prediking ontmaskerd: wanneer de Bijbel als kapstok wordt misbruikt – Bijbelse basis
Wat valt er af te dingen op pinkstertheologie? – Bijbelse basis
Waarom Handelingen geen blauwdruk is voor de gemeente vandaag – Bijbelse basis
Het werk van de Heilige Geest: geen spektakel, maar Christus centraal – Bijbelse basis