Vertaling of ordinair jatwerk? The Passion ‘Translation’

Dat kan bij nader inzien geen vertaling genoemd worden

Niet alles wat neergezet wordt als vertaling is dat ook.

Door ondoordachte promotie door mensen als Bill Johnson kon desondanks de TPT wijdverbreid worden. De video is een lange zit, maar alarmerend zeker.

Hier hebben we dan toch een ‘corrupte Bijbel’. Feitelijk kun je niet eens spreken van een Bijbel.

Ik blijf maar bij de Statenvertaling.

YouTube player

.De inhoud betreft een scherpe aanklacht tegen The Passion Translation en tegen de manier waarop Brian Simmons deze vertaling heeft gepresenteerd. De centrale stelling is dat het probleem veel verder gaat dan een “vrije vertaling” of een wat al te enthousiaste parafrase. Volgens de besproken analyse is er sprake van een patroon van misleiding, overspannen geestelijke claims, twijfelachtige vertaalmethoden, gebrek aan bevoegdheid en mogelijk grootschalig overnemen van werk van anderen zonder duidelijke vermelding.

De kritiek is dus niet alleen: deze vertaling is onnauwkeurig. De diepere aanklacht is: deze vertaling is voorgesteld als iets wat zij niet is.

De claim rond het ontstaan

Een belangrijk punt is dat Brian Simmons beweerd heeft dat Jezus Christus Zelf hem persoonlijk zou hebben opgedragen deze vertaling te maken. Hij zou een droom of visioen hebben gehad waarin Jezus hem aanraakte, zijn capaciteit vergrootte en hem vrijzette voor dit vertaalproject. Ook zou hij bijzondere geheimen uit de Hebreeuwse taal, de Bijbel en geestelijke “verborgenheden” ontvangen hebben.

Die claim maakt de zaak extra ernstig. Want wanneer iemand beweert dat Christus Zelf hem rechtstreeks heeft opgedragen een Bijbelvertaling te maken, dan krijgt die vertaling bij veel gelovigen automatisch een geestelijk gezag dat gewone vertalingen niet hebben. De kritiek stelt daarom: als vervolgens blijkt dat er misleiding, overname van andermans werk, onjuiste claims en slordige omgang met de tekst in zitten, dan is dat niet zomaar een academische fout. Dan raakt het direct aan het gezag van Gods Woord en aan misleiding van gelovigen.

De claim dat het een echte vertaling is

Simmons heeft The Passion Translation nadrukkelijk niet alleen als parafrase gepresenteerd. Volgens de besproken inhoud is juist herhaaldelijk beweerd dat het om een ‘frisse, nieuwe vertaling’ gaat, rechtstreeks uit Hebreeuwse, Griekse en Aramese bronnen.

Daar zit een belangrijk spanningsveld. Critici zeggen dat het leest als een parafrase, maar zich verkoopt als vertaling. Het probleem wordt nog groter wanneer blijkt dat veel formuleringen niet rechtstreeks uit de oorspronkelijke talen lijken te komen, maar sterk overeenkomen met bestaande Engelse vertalingen, websites of voetnoten van anderen.

Het verwijt is dus: Simmons zegt dat hij vertaalt uit de oorspronkelijke of oude bronteksten, maar in de praktijk lijkt hij voornamelijk te leunen op Engelse bronnen.

Twijfel aan vertaalbevoegdheid

Een groot deel van de inhoud gaat over de vraag of Simmons wel de kwalificaties heeft die hij suggereert te hebben. Hij werd in eerdere jaren gepresenteerd als “Dr. Brian Simmons” en als iemand met serieuze vertaalervaring. Later zouden bepaalde formuleringen op websites en in officiële teksten zijn aangepast of afgezwakt.

Een ander punt is zijn eerdere zendingswerk onder de Paya-Kuna of Kuna. Simmons zou hebben beweerd of gesuggereerd dat hij betrokken was bij het vertalen van het Nieuwe Testament in hun taal, soms zelfs zo sterk dat het leek alsof hij zelf een hoofdvertaler was. Dat  beeld klopt niet. Zijn rol was eerder die van taal- of begripschecker, iemand die helpt onderzoekeb of een reeds gemaakte vertaling begrijpelijk overkomt bij de doelgroep. Dat is iets anders dan zelf als vertaler of taalkundige een Bijbelvertaling produceren.

Simmons heeft deze zendingsachtergrond gebruikt om vertrouwen te wekken in The Passion Translation, terwijl zijn werkelijke rol veel beperkter was dan de indruk die hij erover gaf.

Het probleem van het Aramees

Een belangrijk thema is de zogenaamde Aramese achtergrond van The Passion Translation. Simmons presenteerde zijn vertaling mede als bijzonder omdat hij inzichten uit het Aramees zou verwerken. Hij heeft daarbij ook gesproken over Aramese bronnen achter het Nieuwe Testament.

Dit is behoorlijk problematisch. Het Nieuwe Testament is volgens gangbare wetenschappelijke opvatting in het Grieks overgeleverd. De Syrische Peshitta is waardevol als oude vertaling, maar niet als de oorspronkelijke Aramese tekst van het Nieuwe Testament. Toch lijkt Simmons lange tijd te hebben gesuggereerd dat het Aramees een soort ‘verborgen sleutel’ vormde tot diepere betekenissen’ van de Bijbel.

Daarbij wordt gesteld dat Simmons zelf niet werkelijk vanuit het Aramees of Syrisch lijkt te vertalen, maar Engelse vertalingen of websites raadpleegt die beweren iets met Aramese teksten te doen. Dat maakt de claim “uit het Aramees vertaald” nog zwakker. Het zou dan eerder gaan om: Engelse weergaven van iemands interpretatie van Syrische of vermeend Aramese tekst gebruiken.

Aramese voetnoten die geen stevige basis hebben

Er wordt veel aandacht besteed aan voetnoten waarin The Passion Translation beweert dat bepaalde woorden of uitdrukkingen “uit het Aramees” anders vertaald kunnen worden. Voorbeelden die besproken worden gaan over woorden als Nazareth en Galilea, waarbij Simmons geestelijke of allegorische betekenissen zou suggereren die volgens de critici geen  taalkundige basis hebben.

Een voetnoot zeg ook dat “het Aramees” iets bijzonders onthult, maar wanneer men de werkelijke tekst of gangbare bronnen controleert, blijkt die claim moeilijk of niet te onderbouwen. Soms lijkt de bijzondere uitleg niet uit een oude tekst te komen, maar uit moderne, speculatieve bronnen.

Het gebruik van websites en bestaande Engelse bronnen

Een van de grootste bezwaren is dat bepaalde bijzondere “Aramese” renderingen bijna letterlijk overeenkomen met Engelse websites of vertalingen van anderen. Een naam die steeds terugkomt is Victor Alexander. Zijn Engelse weergave van vermeend Aramese teksten zou op meerdere plaatsen verrassend overeenkomen met de keuzes in The Passion Translation.

Het voorbeeld van Efeze 5:22 komt voorbij. Waar gangbare vertalingen spreken over de verhouding van vrouwen tot hun mannen, geeft The Passion Translation een veel zachtere formulering met “toegewijd zijn” of “teder toegewijd zijn”. Simmons zou dit hebben gepresenteerd als een inzicht uit het Aramees. De kritiek stelt echter dat die formulering niet uit de gewone Peshitta blijkt, maar overeenkomt met een Engelse bron van Victor Alexander.

Daarmee wordt de vraag gesteld: is dit werkelijk vertaalwerk, of is dit het overnemen van andermans Engelse formuleringen onder het mom van Aramese diepte-inzichten?

Verwijderde of aangepaste formuleringen

Een ander belangrijk punt is dat sommige omstreden claims later zijn aangepast of verwijderd. Er wordt gesteld dat wanneer kritiek kwam op bepaalde Aramese voetnoten of formuleringen, sommige voorbeelden in latere edities verdwenen. Maar volgens de kritiek gebeurde dat zonder duidelijke erkenning, zonder openbare correctie en zonder transparantie.

Dit wordt geïnterpreteerd als een vorm van stil wegpoetsen. Niet: “Wij hebben een fout gemaakt en corrigeren die.” Maar: de problematische passage verdwijnt of de websiteformulering wordt afgezwakt, terwijl het grotere verhaal intact blijft.

Ook de officiële FAQ’s zijn door de jaren heen veranderd. Formuleringen als “originele Aramese bronnen” zijn afgezwakt naar “oude Aramese bronnen”, of woorden als “original”  verdwijnen. Dat wijst op een voortdurende poging om eerdere te sterke claims te corrigeren zonder verantwoording af te leggen.

De verschuiving van Aramese primacy naar Griekse primacy

Simmons heeft eerder  gesproken alsof hij geloofde dat grote delen van het Nieuwe Testament oorspronkelijk in het Aramees geschreven waren en later in het Grieks vertaald. Later heeft hij zich meer aangesloten bij het idee van Griekse primacy: dat het Nieuwe Testament oorspronkelijk in het Grieks is geschreven.

Deze verschuiving is  niet openlijk en helder vermeld. Als iemand eerst zijn vertaalproject mede baseert op een omstreden Aramese grondslag en later zegt dat hij dat heeft losgelaten, dan zou dat grote gevolgen moeten hebben voor de vertaling, de voetnoten en de manier waarop het werk wordt aangeprezen. Dat gebeurt niet.

Gebruik van gezaghebbende namen

Een terugkerende kritiek is dat Simmons namen van bekende geleerden of vertalers heeft gebruikt om zijn werk betrouwbaarder te laten lijken, terwijl diezelfde geleerden zijn vertaling juist sterk bekritiseren.

Simmons beroept zich op algemene uitspraken over vertaalfilosofie, functionele equivalentie of begrijpelijke taal, maar dit betekent niet dat die deskundigen The Passion Translation steunen. Integendeel: meerdere deskundigen hebben juist ernstige bezwaren tegen de vertaling.

Het verwijt is dus dat er gezag wordt geleend van mensen die inhoudelijk helemaal niet achter het project staan.

Niet alleen slechte vertaling, maar mogelijk plagiaat

Er worden meerdere voorbeelden besproken waarin The Passion Translation niet simpelweg  vrij vertaalt, maar opvallend sterk overeenkomt met bestaande Engelse Bijbelvertalingen of parafrases.

Genoemde vergelijkingspunten zijn onder meer:

  • The Message (bijgenaamd ‘The Massage’)
  • New Living Translation
  • The Living Bible
  • The Mirror Bible
  • Engelse weergaven van Victor Alexander
  • materiaal van Andrew Roth

De kritiek maakt daarbij onderscheid tussen normale overeenkomst en verdachte overeenkomst. Het is niet vreemd dat vertalingen soms dezelfde woorden gebruiken, zeker bij bekende verzen. Maar wanneer langere zinsdelen, ongebruikelijke formuleringen, volgorde, structuur en interpretatieve keuzes overeenkomen met één specifieke bestaande bron, wordt dat volgens de critici moeilijk nog toeval.

Vooral wanneer zo’n overeenkomst herhaaldelijk voorkomt binnen hetzelfde hoofdstuk of dezelfde brief, lijkt het volgens hen meer op structureel lenen of kopiëren dan op onafhankelijke vertaling.

Voorbeelden van verdachte overeenkomsten

Er wordt onder meer gewezen op Efeze 1:12, waar The Passion Translation opvallend dicht bij de New Living Translation staat. Niet slechts één woord, maar een langere formulering komt overeen..

Ook in Lukas lijkt The Passion Translation sterk op The Message van Eugene Peterson. Het gaat dan niet om gewone standaardtaal, maar om parafraserende zinsbouw en idiomatische formuleringen die veel te specifiek zijn om als toevallig te verklaren.

In Galaten zijn sporen zichtbaar van The Mirror Bible. Daar gaat het niet alleen om tekst, maar ook om bepaalde charismatisch geladen begrippen, zoals “sonship”, “unveiling” en verwante terminologie. Simmons heeft naar het zich laat aanzien verschillende bronnen naast elkaar gelegd, er stukken uit overgenomen, eigen charismatische accenten toegevoegd en dat geheel als vertaling gepresenteerd.

De rol van hypercharismatische taal

Waar The Passion Translation echt “origineel” klinkt, lijkt dat vaak juist te maken te hebben met charismatische of hypercharismatische terminologie. Woorden en thema’s als impartation, manifesting glory, mysteries, realms, downloads, verborgen inzichten en geestelijke doorbraaktaal worden gezien als typisch voor de beweging waarin Simmons opereeert.

Soms wordt in de Bijbeltekst ingevoegd wat in de grondtekst niet staat. Daarmee verandert de vertaling van karakter. Zij brengt niet zuiver de tekst over,maar smokkelt een bepaald leerstellig klimaat in de tekst binnen.

Daar is een Bijbelvertaling allesbehalve voor bedoeld.

Kritiek op de omgang met voetnoten

Naast de hoofdtekst krijgen de voetnoten veel kritiek. De voetnoten bevatten soms lange verklaringen die niet transparant zijn over hun herkomst.Sommige voetnoten lijken een op een overgenomen uit het werk van anderen, inclusief specifieke termen en transliteraties.Het probleem is niet dat iemand bronnen gebruikt. Dat is normaal. Het probleem is dat bronnen niet of niet duidelijk worden vermeld terwijl de indruk wordt gewekt dat het gaat om eigen vertaalinzicht of goddelijk ontvangen verborgenheid.

De uitgever en de verantwoordelijkheid

Ook de uitgever sttaat onder kritiek. Deverantwoordelijkheid ligt niet alleen bij Simmons zelf, maar ook bij de uitgever die het werk publiceert, promoot en de officiële informatie beheert.

Wijzigingen in FAQ’s, voetnoten en edities zijn niet voldoende transparant.. De kritiek is dat de uitgever en Simmons enerzijds verwachten dat anderen The Passion Translation correct citeren en respecteren, maar anderzijds zelf onvoldoende zorgvuldig lijken te zijn met het werk van andere vertalers en auteurs.

Dat wordt als dubbele standaard neergezet: wel bescherming eisen voor je eigen materiaal, maar zelf onvoldoende zichtbaar erkennen waar je materiaal vandaan komt.

De reactie op kritiek

Critici die vragen stellen worden niet duidelijk en open beantwoord. Soms leiden vragen tot blokkade op sociale media, ontwijkende antwoorden of stille aanpassingen in latere edities.

Wanneer er inhoudelijke bezwaren kwamen over Aramese claims, zegt Simmons soms dat hij bepaalde verwijzingen zou verwijderen of drastisch verminderen. Maar vervolgens blijken sommige claims toch te blijven staan, of blijven officiële teksten nog steeds spreken over Aramese bronnen.

Dat voedt de beschuldiging dat er geen echte openheid is, maar eerder damagecontrol.

De gevolgen

De toon van de inhoud is fel omdat he gaat om gewone christenen die deze vertaling vertrouwen. Zeker in charismatische kring heeft The Passion Translation veel ingang gevonden, mede door bekende namen die het werk hebben aanbevolen.

De zorg wordt uitgesprokendat gelovigen denken dat zij dichter bij het hart van God komen via een bijzonder geïnspireerde vertaling, terwijl zij in werkelijkheid een tekst lezen die sterk gekleurd is door menselijke toevoegingen, speculatieve voetnoten en niet-vermelde overname van andermans werk.

De emotionele lading komt dus voort uit de overtuiging dat hier niet alleen een slechte vertaling in omloop is, maar dat de gemeente van Christus misleid wordt met een tekst die als Bijbel wordt gelezen.

Het verschil tussen parafrase en misleiding

Een parafrase op zichzelf hoeft niet per se verkeerd te zijn. Er bestaan moderne vertalingen  van de Bijbel die duidelijk zeggen dat ze parafraserend zijn. Het bezwaar tegen The Passion Translation is juist dat zij volgens de kritiek niet eerlijk is over wat zij doet.

Een parafrase kan ruimer formuleren, zolang de lezer weet dat het een parafrase is. Maar wanneer een werk zich presenteert als vertaling uit oude bronnen, terwijl het feitelijk veel leunt op bestaande Engelse parafrases, moderne websites en speculatieve interpretaties, dan wordt het een ander verhaal.

De aanklacht is dus niet: vrij vertalen mag nooit. De beschuldiging is: noem een parafrase geen vertaling, noem overgenomen Engels geen rechtstreeks Aramees inzicht, en presenteer eigen geestelijke interpretaties niet als de tekst van God.

Breder probleem: cover-upcultuur

Aan het einde wordt The Passion Translation verbonden met een bredere “cover-upcultuur” binnen delen van de hypercharismatische wereld. Daarmee wordt bedoeld: bekende leiders worden beschermd, kritische vragen worden weggezet als aanval, fouten worden niet publiek beleden, en correcties worden stilletjes doorgevoerd zonder echte verantwoording.

Het patroon is

  • eerst zeer sterke geestelijke claims doen;
  • kritiek afdoen of ontwijken;
  • later formuleringen aanpassen;
  • geen openlijke erkenning geven van eerdere misleiding;
  • vertrouwen blijven vragen van het publiek.

Dit is precies waarom de zaak ernstig is. Niet alleen de tekst zelf staat ter discussie, maar een hele cultuur waarin geestelijke claims boven toetsing lijken te worden geplaatst.

Eindoordeel

De conclusie is hard: The Passion Translation is een fundamenteel onbetrouwbaar document. Niet slechts een vertaling met wat zwakke plekken, maar een werk dat volgens de besproken analyse gebouwd is op overdreven claims, gebrekkige kwalificaties, twijfelachtige Aramese theorieën, niet-transparant brongebruik en vermoedelijke overname van bestaande vertalingen en voetnoten.

De belangrijkste aanklacht: het werk is niet eerlijk over zijn aard, zijn methode en zijn bronnen.

Daarom wordt opgeroepen om deze vertaling niet als Bijbelvertaling te gebruiken, zeker niet als betrouwbare basis voor onderwijs, prediking, persoonlijke studie of leerstellige vorming. De inhoud wil gelovigen waarschuwen dat geestelijk klinkende taal, vurige aanbevelingen en indrukwekkende claims geen vervanging zijn voor nauwkeurigheid, eerlijkheid en eerbiedige omgang met de Schrift.

Samengevat

The Passion Translation is geen betrouwbare Bijbelvertaling, maar een charismatisch gekleurde parafrase die zich ten onrechte als vertaling presenteert, met ernstige aanwijzingen van misleidende claims, ondeugdelijke Aramese onderbouwing en structureel gebruik van bestaande Engelse bronnen zonder verantwoording.

Wat zegt de Bijbel over Zoonschap en Zoonstelling?

Zoonstelling: geen bijzaak, maar de volle positie van de gelovige in Christus

Hero banner promoting Bible studies: open Bible on a wooden table at sunrise with the Dutch title 'Wat zegt de Bijbel over...' and a blue footer menu showing topics like Schrift met Schrift and Christus centraal.
Wat zegt de Bijbel over

Zoonstelling in de Bijbel: wat betekent ‘aanneming tot kinderen’?

Er zijn woorden die in de Bijbel veel zwaarder wegen dan ze in onze oren klinken. “Aanneming tot kinderen” is er zo een.

Voor veel lezers klinkt dat als: God neemt mij liefdevol aan als Zijn kind. Dat is op zichzelf niet verkeerd, maar het dekt niet de volle lading van wat Paulus zegt. Het gaat niet alleen om erbij mogen horen. Het gaat om positie. Om erfdeel. Om heerlijkheid. Om de officiële plaats van de gelovige in Christus.

De Schrift spreekt over wedergeboorte, kindschap, zoonschap, erfgenaamschap en de verwachting van de verlossing van het lichaam. Wie dat allemaal op één hoop gooit, verliest de scherpte van Paulus’ betoog. Dan wordt zoonstelling iets warms en vaags. Een soort geestelijke knuffelterm. Terwijl het in de Bijbel juist gaat over de hoge, vaste en toekomstige positie van de gelovige in Christus.

Niet Sinaï. Niet slavernij. Niet geestelijke onvolwassenheid.. Maar zoonstelling.

 

Kindschap: geboren uit God

De basis ligt bij wedergeboorte. Een mens wordt geen kind van God door natuurlijke geboorte, kerkelijke aansluiting, doopregister, religieuze opvoeding of algemene scheppingsverwantschap. De Schrift spreekt veel scherper.

“Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;” Johannes 1:12 (STV)

Johannes zegt niet dat alle mensen kinderen van God zijn. Hij zegt dat zij die Christus aangenomen hebben, macht ontvangen kinderen Gods te worden. Dat kindschap is verbonden aan geloof in Zijn Naam.

Ook in zijn eerste brief is Johannes helder:

“Een iegelijk, die gelooft, dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren; en een iegelijk, die liefheeft Dengene, Die geboren heeft, die heeft ook lief dengene, die uit Hem geboren is.” 1 Johannes 5:1 (STV)

Kindschap is dus geboorte-taal. De gelovige is uit God geboren. Dat is geen morele verbetering van de oude mens, maar nieuw leven uit God. Geen religieuze renovatie, maar wedergeboorte.

Hier begint de fout vaak. Men spreekt over Gods vaderschap alsof het vanzelf over de hele mensheid uitgesmeerd kan worden. Maar de Schrift maakt onderscheid. God is Schepper van alle mensen, maar Vader in deze heilrijke zin alleen van hen die uit Hem geboren zijn.

Zoonstelling, meer dan aaanneming tot kinderen

 

Zoonschap: niet alleen geboren, maar gesteld in positie

Paulus gebruikt in Galaten, Romeinen en Efeze een woord dat in de Statenvertaling weergegeven wordt met “aanneming tot kinderen”. Het Griekse woord is huiothesia. Dat woord bestaat uit huios, zoon, en thesis, plaatsing of stelling. Letterlijk gaat het dus om zoonstelling.

Dat is méér dan adoptie in onze moderne betekenis. Het wijst op de officiële plaatsing in de positie van zoon en erfgenaam. “Aanneming tot kinderen” is bij huiothesia eigenlijk te zwak of misleidend weergegeven; bedoeld is “zoonstelling”, de officiële aanstelling in het eerstgeboorterecht.

Dat helpt enorm om Paulus te verstaan.

“Die ons tevoren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.” Efeze 1:5 (STV)

Hier gaat het niet om een onzeker proces waarin God nog maar moet zien of Hij ons uiteindelijk wel wil hebben. Het staat in Gods raadsbesluit. De gelovige is in Christus bestemd tot zoonstelling. Dat is geen prestatie, geen opklimmen, geen religieus diploma. Het is naar het welbehagen van Zijn wil.

Daarom staat het ook direct in de sfeer van genade:

“Tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde.” Efeze 1:6 (STV)

Let op die laatste woorden: in den Geliefde. De zoonstelling van de gelovige staat nooit los van Christus. Wij hebben geen zelfstandig zoonschap naast Hem. Wij zijn in Hem begenadigd, in Hem aangenomen, in Hem gesteld in positie.

 

Galaten: van knecht naar zoon

In Galaten krijgt het woord zijn scherpe rand. Paulus strijdt daar tegen vermenging van wet en genade. Tegen religieuze terugkeer naar minderjarigheid. Tegen een geloof dat na Christus alsnog onder voogden en verzorgers kruipt.

Hij schrijft:

“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet; Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden.” Galaten 4:4-5 (STV)

De lijn is glashelder. Christus kwam onder de wet. Niet omdat Hij bevrijd moest worden, maar om hen die onder de wet waren te verlossen. Het doel is niet dat de gelovige opnieuw onder de wet gezet wordt met een christelijk sausje eroverheen. Het doel is zoonstelling.

Daarom volgt:

“En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader!” Galaten 4:6 (STV)

En dan de conclusie:

“Zo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus.” Galaten 4:7 (STV)

Niet meer een dienstknecht. Maar een zoon. Niet meer  minderjarigheid. Maar erfgenaamschap. Niet meer Sinaï als woonadres. Maar Christus als positie.

Daarom is Galaten zo scherp. Wie de gelovige weer principieel onder de wet zet, tast niet alleen een leerstuk aan. Hij tast de zoonstelling aan. Hij haalt de zoon terug naar de knechtenbank.

 

Romeinen: kinderen, zonen en erfgenamen

Romeinen 8 laat de volle rijkdom zien. Eerst spreekt Paulus over leiding door de Geest:

“Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.” Romeinen 8:14 (STV)

Daarna komt de tegenstelling met slavernij:

“Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!” Romeinen 8:15 (STV)

De Geest brengt de gelovige niet terug in angstige dienstbaarheid. Niet opnieuw onder het juk. Niet opnieuw in religieuze kramp. De Geest doet roepen:

Abba, Vader.

Dan komt het getuigenis:

“Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.” Romeinen 8:16 (STV)

En meteen daarna verbindt Paulus kindschap aan erfenis:

“En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen Gods en mede-erfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.” Romeinen 8:17 (STV)

Dat is de volgorde: kinderen, dus erfgenamen. Erfgenamen Gods. Mede-erfgenamen van Christus. Maar ook: lijden met Hem, om met Hem verheerlijkt te worden.

De boodschap van Romeinen 8 is samen te vatten als volgt:  door de Geest realiseren gelovigen hun nieuwe positie als zonen Gods; Hij leidt hen, door Hem roepen zij “Abba, Vader”, en Hij getuigt dat zij kinderen Gods zijn. Daarna volgt dat zij, omdat zij kinderen zijn, ook erfgenamen Gods en mede-erfgenamen met Christus zijn.

Dat is geen oppervlakkig troostverhaal. Het is een diepe positionele waarheid. De gelovige leeft nu nog in zwakheid, strijd, zuchten en lijden, maar zijn positie ligt vast in Christus.

 

De zoonstelling is nu bezit en toch nog verwachting

Hier wordt het spannend. Want Paulus zegt enerzijds dat wij de Geest der zoonstelling ontvangen hebben. Anderzijds zegt hij dat wij de zoonstelling nog verwachten.

“En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.” Romeinen 8:23 (STV)

Dat lijkt tegenstrijdig, maar is het niet.

De gelovige is nu al kind van God. Hij heeft nu al de Geest. Hij staat nu al in Christus. Hij is nu al erfgenaam. Maar de volle openbaring van die positie is nog toekomstig. Ons lichaam is nog niet verlost. Wij dragen nog zwakheid, sterfelijkheid, vernedering en strijd.

Daarom is zoonstelling tegelijk een huidige positie én een toekomstige openbaring.

Nu: de Geest der zoonstelling.

Straks: de verlossing van het lichaam.

Nu: Abba, Vader.

Straks: gelijkvormigheid aan Christus in heerlijkheid.

Nu: erfgenamen.

Straks: openbaar delen in de heerlijkheid.

Dat is precies waarom Romeinen 8 niet eindigt in triomfantalisme, maar in hoop. Geen Kingdom Now-branie. Geen “wij manifesteren nu alvast de volle heerlijkheid”. Paulus zegt dat wij zuchten. Niet ongelovig zuchten, maar gelovig zuchten. Zuchten in hoop.

“Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen?” Romeinen 8:24 (STV)

Wie de toekomstige zoonstelling naar het nu trekt alsof alles al zichtbaar moet worden, loopt vooruit op God. Wie de huidige positie ontkent, berooft de gelovige van zijn zekerheid. De Schrift houdt beide vast.

 

Christus is de Zoon; wij zijn zonen in Hem

Hier moet zorgvuldig onderscheiden worden. Christus is niet Zoon op dezelfde wijze als wij zonen worden. Hij is de eeuwige, unieke Zoon. Hij is de Eniggeborene van de Vader.

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond, en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid.” Johannes 1:14 (STV)

Wij worden niet goddelijke zonen in Zijn unieke, eeuwige zin. Dat zou grensoverschrijding zijn. Maar wij worden in Hem gesteld in de positie van zonen. Hij is de Eerstgeborene onder vele broederen.

“Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.” Romeinen 8:29 (STV)

Dat is geen aantasting van Christus’ heerlijkheid. Integendeel. Zijn heerlijkheid blijkt juist hierin, dat Hij als de Eerstgeborene vele zonen tot heerlijkheid leidt.

“Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.” Hebreeën 2:10 (STV)

Christus is de Zoon. Wij zijn zonen in de Zoon. Christus is Erfgenaam. Wij zijn mede-erfgenamen met Christus. Christus is de Eerstgeborene. De Gemeente wordt verbonden met het eerstgeboorterecht.

De Schrift verbindt dit met Christus als Eersteling en Eerstgeborene: omdat de Gemeente het lichaam van Christus is en gezegend is met elke geestelijke zegening in Christus, is zij geroepen tot zoonstelling en eerstgeboorterecht; Hebreeën 12:23 spreekt daarom over de “Gemeente der eerstgeborenen”.

 

De Gemeente der eerstgeborenen

Hebreeën 12 zet de positie van de gelovige niet bij Sinaï, maar bij Sion, het hemelse Jeruzalem en de Gemeente der eerstgeborenen.

“Maar gij zijt gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen; Tot de algemene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, den Rechter over allen, en de geesten der volmaakte rechtvaardigen;” Hebreeën 12:22-23 (STV)

Dat is een geweldige tegenstelling. Niet de berg die brandt. Niet vreze en beving. Niet de afstand van Sinaï. Maar een hemelse positie.

De Gemeente is niet een aardse religieuze voortzetting van Israël onder een nieuw label. Zij heeft een hemelse roeping, hemelse zegeningen en een hemelse bestemming. Dat betekent niet dat Israël wordt wegverklaard. Integendeel. Juist door te onderscheiden wat God aan Israël en wat Hij aan de Gemeente geeft, blijft de Schrift helder.

De Gemeente der eerstgeborenen staat in verbinding met Christus, de Eerstgeborene. Haar positie is niet gebaseerd op nationale voorrechten, wetsonderhouding of aardse ordening, maar op Christus’ opstanding, verhoging en hemelse heerlijkheid.

 

Waarom “aanneming tot kinderen” al snel te zwak klinkt

De Statenvertaling is hier eerbiedwaardig, maar de formulering kan bij moderne lezers een verkeerd beeld oproepen. “Aanneming tot kinderen” klinkt alsof de nadruk ligt op adoptie van buitenstaanders tot kleine kinderen. Maar Paulus’ gedachte is rijker en scherper.

Het gaat om:

geboorte uit God;

bevrijding uit slavernij;

plaatsing als zoon;

erfgenaamschap;

de Geest Die “Abba, Vader” doet roepen;

toekomstige verheerlijking;

verlossing van het lichaam;

gelijkvormigheid aan Christus.

Zoonstelling is dus geen sentimentele adoptietaal, maar positie-taal. Koninklijke taal. Erfgenaamstaal. Eerstgeboortetaal.

Daarmee wordt ook duidelijk waarom Paulus zo fel is in Galaten. De wet maakt minderjarig in de zin van voogdij en tuchtmeesterschap. Christus brengt de gelovige in vrijheid en zoonstelling. Wie daarna de wet weer als heersend principe invoert, doet alsof de zoon nog steeds in de knechtenkamer thuishoort.

Dat is geen vrome voorzichtigheid. Dat is leerstellige achteruitgang.

 

De praktische vrucht: zekerheid zonder losbandigheid

Zoonstelling betekent niet dat de gelovige nu maar losbandig kan leven. Dat is de karikatuur die altijd opduikt zodra genade werkelijk genade mag zijn.

Paulus bestrijdt dat zelf:

“Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde? Dat zij verre. Wij, die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelve leven?” Romeinen 6:1-2 (STV)

De zoon leeft niet heilig om zoon te worden. Hij leeft heilig omdat hij in Christus zoon is. Dat is een totaal andere motor.

Geen zweep.

Geen Sinaï als aandrijfsysteem.

Geen angst als brandstof.

Maar de Geest, de positie in Christus, de hoop der heerlijkheid en het Vader-roepen in het hart.

Johannes verbindt de toekomstige heerlijkheid direct met reiniging:

“Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is.” 1 Johannes 3:2-3 (STV)

Let op: Johannes zegt niet dat onzekerheid reinigt. Hij zegt dat hoop reinigt. De verwachting van Christus’ openbaring, en van onze gelijkvormigheid aan Hem, heeft een heiligende werking.

 

Waar het misgaat

Het gaat mis wanneer men kindschap, zoonstelling en erfgenaamschap losmaakt van Christus en vult met algemene godsdienstige taal.

Dan wordt God vooral “Vader van iedereen”.

Dan wordt Genade een warm gevoel.

Dan wordt zoonstelling een vroom woord voor acceptatie.

Dan wordt het erfdeel naar de achtergrond geschoven.

Dan wordt de toekomstige heerlijkheid vervangen door een ‘nu-al-theologie’ waarin de gelovige vooral moet heersen, claimen, bouwen, zichtbaar maken en manifesteren.

Maar Romeinen 8 zegt iets anders. De schepping zucht. Wij zuchten. De Geest bidt. De heerlijkheid komt. Het lichaam moet nog verlost worden. De zoonstelling zal nog openbaar worden.

Dat bewaart voor twee dwalingen.

Aan de ene kant: wetticisme, waarin zonen weer als knechten worden behandeld.

Aan de andere kant: triomfantalisme, waarin de toekomstige heerlijkheid nu alvast op aarde wordt geclaimd alsof de verlossing van het lichaam al heeft plaatsgevonden.

Beide missen de lijn van Paulus.

 

De kern

Zoonstelling betekent dat God de gelovige in Christus stelt in de positie van zoon en erfgenaam. Dat rust niet op de wet, niet op werken, niet op kerkelijke status, niet op geestelijke ervaring, maar op Gods welbehagen en Christus’ volbrachte werk.

De gelovige is nu al kind van God door wedergeboorte.

Hij heeft nu al de Geest der zoonstelling.

Hij roept nu al: Abba, Vader.

Hij is nu al erfgenaam van God en mede-erfgenaam van Christus.

Maar hij verwacht nog de volle openbaring daarvan: de verlossing van het lichaam.

Daarom is zoonstelling geen bijzaak. Het is de Bijbelse naam voor de hoge positie van de gelovige in Christus, tussen kruis en heerlijkheid, tussen wedergeboorte en verheerlijking, tussen de Geest als eersteling en het lichaam dat nog verlost zal worden.

Niet meer een dienstknecht.

Maar een zoon.

Niet meer onder de wet.

Maar onder Genade.

Niet meer in geestelijke onvolwassenheid

Maar in Christus gesteld tot erfgenaam.

“Zo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus.” Galaten 4:7 (STV)

 

Nieuwe blogreeks, wat zegt de Bijbel over…?

Ik ben zelf toe aan een reboot van mijn blog daar het toch allemaal wel wat polemisch van toon is geworden. Terwijl ik toch mag beschikken over een schat aan opbouwende onderwerpen. Vandaar deze voorzet. De onderwerpen zullen zich naar verwachting zelf aandienen. Als eerste is ‘Zoonstelling en Zoonschap’ aan de beurt.

Wat zegt de Bijbel over
Geverifieerd door MonsterInsights