Waarom de Bijbel waarschuwt tegen het vieren van wat God veroordeelt
Er is iets veranderd in onze samenleving. Mensen zondigen niet alleen meer; zij zijn trots op de zonde. Wat vroeger met schaamte werd verborgen, wordt nu met applaus gevierd. Niet zelden gaat het zelfs verder: wie weigert mee te vieren, wordt weggezet als bekrompen, liefdeloos, haatzaaiend of gevaarlijk.
Dat is geen toevallige maatschappelijke ontwikkeling. De Bijbel beschreef deze geestelijke toestand al duizenden jaren geleden.

De diepste vorm van verdorvenheid
De Bijbel leert dat ieder mens een zondaar is. Maar hij maakt ook onderscheid tussen iemand die struikelt en iemand die zijn zonde verheerlijkt.
David viel diep. Petrus verloochende zijn Heere. Maar beiden kwamen tot berouw.
Er is echter een veel ernstiger toestand: de mens die zijn zonde verdedigt, normaliseert en uiteindelijk verheerlijkt.
“Want de goddeloze roemt zich over de begeerte zijner ziel; en de gierigaard zegent zichzelven; hij lastert den HEERE.” (Psalm 10:3, STV)
De goddeloze schaamt zich niet voor zijn begeerten. Hij roemt erin.
Dat is dus wat we vandaag zien. Niet alleen individuele zonden worden verdedigd, maar complete levensstijlen worden verheven tot deugd. De grootste eer lijkt tegenwoordig niet meer te liggen in heiligheid, maar in “zelfexpressie”.

Geen schaamte meer: een kenmerk van geestelijk verval
Jeremia beschrijft een volk dat het morele kompas volledig kwijt is.
“Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden…” (Jeremia 6:15, STV)
Dat is misschien wel het meest angstaanjagende oordeel van God: wanneer het geweten niet meer functioneert.
De mens bloost niet meer.
Hij rechtvaardigt zichzelf.
Hij noemt kwaad goed.
Zij verkondigen hun zonde
Jesaja gaat nog verder.
“Het aangezicht huns aangezichts getuigt tegen hen, en zij verkondigen hun zonde als Sodom; zij verbergen ze niet. Wee hunner ziel! want zij doen zichzelven kwaad.” (Jesaja 3:9, STV)
De inwoners van Sodom probeerden hun levenswijze niet verborgen te houden.
Zij maakten er een openbare zaak van.
Jesaja zegt: “zij verkondigen hun zonde.”
Dat is treffend actueel. In onze cultuur worden zonden niet slechts getolereerd, maar actief gepromoot. Media, onderwijs, politiek en entertainment verklaren steeds vaker dat wat God zonde noemt juist gevierd moet worden.
Romeinen 1 beschrijft onze tijd verbazingwekkend nauwkeurig
De apostel Paulus eindigt zijn beschrijving van een God-verwerpende samenleving met een huiveringwekkende conclusie.
“Dewelken, daar zij het recht Gods weten, (namelijk, dat degenen, die zulke dingen doen, des doods waardig zijn,) niet alleen dezelve doen, maar ook mede een welgevallen hebben in degenen, die ze doen.” (Romeinen 1:32, STV)
Let op de opbouw.
De mens doet de zonde.
Hij keurt de zonde goed.
Hij prijst anderen die hetzelfde doen.
Dat is de laatste fase van moreel verval.
Niet de zonde is dan nog het grootste probleem.
Het applaus voor de zonde is het grootste probleem.
Kerken zwijgen of doen zelfs volop mee
Hier wordt het pijnlijk.
Steeds meer kerken lijken niet langer de roeping te voelen om zonde zonde te noemen. In plaats van profetisch tegen de geest van de tijd in te spreken, passen zij hun boodschap aan de cultuur aan.
Uit angst mensen kwijt te raken worden scherpe Bijbelse begrippen vervangen door zachte therapeutische taal.
Bekering wordt persoonlijke groei.
Heiliging wordt authenticiteit.
Zonde wordt gebrokenheid.
Gods oordeel wordt ongemakkelijk stilzwijgen.
Sommige kerken gaan zelfs nog verder. Niet alleen wordt de zonde verzwegen, zij wordt gezegend en gevierd
Dat noemt men dan liefde, inclusiviteit of vooruitgang.
Maar liefde zonder waarheid is geen Bijbelse liefde.
Een kerk die bevestigt wat God veroordeelt, is niet barmhartiger dan God. Zij is Hem ongehoorzaam.
De Here Jezus kwam niet om de zonde acceptabel te maken.
Hij kwam om zondaren zalig te maken.
Een kerk die weigert over zonde te spreken, heeft uiteindelijk ook niets meer te zeggen over genade.
Want genade is alleen genade wanneer de ernst van de zonde wordt erkend.
De wortel is menselijke hoogmoed
Waarom is trots op de zonde zo ernstig?
Omdat het de mens boven God plaatst.
God zegt:
“Dit is kwaad.”
De mens antwoordt:
“Nee, dit is goed.”
Dat is dezelfde hoogmoed die al in de hof van Eden zichtbaar werd.
Niet Gods oordeel, maar mijn oordeel.
Niet Gods waarheid, maar mijn waarheid.
Niet Gods wil, maar mijn identiteit.
De eerste zonde begon niet met moord of overspel.
De eerste zonde begon met hoogmoed.
Het Evangelie begint met zelfveroordeling
Opvallend genoeg zien we bij alle mannen Gods precies het tegenovergestelde.
Job zegt:
“Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog. Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw, in stof en as.” (Job 42:5-6, STV)
Jesaja roept:
“Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben…” (Jesaja 6:5, STV)
Paulus noemt zichzelf:
“…Christus Jezus is in de wereld gekomen, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.” (1 Timotheüs 1:15, STV)
Niemand die echt Gods heiligheid ziet, wordt trots op zichzelf.
Hoe dichter men bij God leeft, hoe kleiner men over zichzelf denkt.
Dat is ook precies de les uit Job 42. Wanneer Job echt Gods heerlijkheid ziet, blijft er niets over van zijn zelfvertrouwen. Niet zijn omstandigheden, maar de ontmoeting met Gods heiligheid verbreekt zijn trots en brengt hem tot zelfveroordeling.
Alleen door het kruis sterft alle menselijke trots
Daarom eindigt Paulus niet met zelfvertrouwen, maar met een belijdenis.
“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus…” (Galaten 6:14, STV)
Dat is het grote onderscheid.
De wereld roemt in de zonde.
Religieuze mensen roemen in hun eigen gerechtigheid.
Humanisten roemen in de mens.
Maar de gelovige roemt uitsluitend in Christus.
En precies daar botst het evangelie frontaal met de geest van deze tijd.
Niet omdat christenen beter zijn.
Maar omdat zij weten dat zij zonder Gods genade net zo verloren zouden zijn als ieder ander.
Resumerend
De grootste crisis van onze tijd is niet dat mensen zondigen.
,Dat heeft de mens altijd, sinds Genesis 3, gedaan.
De grootste crisis is dat de mens trots is geworden op zijn zonde en verwacht en zels eist dat de wereld daarvoor applaudisseert.
De Bijbel noemt dat geen vooruitgang.
Hij noemt het verblinding.
De vraag is daarom niet of wij zondaren zijn.
Dat zijn we allemaal.
De vraag is: schamen we ons nog over onze zonde, of zijn wij er trots op geworden?
Want wie trots is op zijn zonde, heeft de deur naar bekering gesloten.
Maar wie zich buigt aan de voet van het kruis, ontdekt dat Gods genade groter is dan de grootste zondaar.
“Want een iegelijk, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden; en die zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.” (Lukas 18:14, STV)
zie ook:
Het Evangelie zonder omwegen – Bijbelse basis
Het warme hart van het Evangelie – Bijbelse basis
Bekering, geen hogere wiskunde – Bijbelse basis
Bekering – geen religieuze emotie, maar een noodzakelijke omkeer – Bijbelse basis