Wie Jezus Christus is

Geen schepsel, maar Schepper

Sektes en dwaalwegen hebben vaak als gemeenschappelijke factor dat Jezus wordt geportetteerd als was Hij slechts een profeet, of hooguit een veredeld werktuig van God. In werkelijkheid laat de Schrift Hem ons zien Wie hij echt is.

Johannes 1 laat zonder omwegen zien dat Jezus Christus Schepper is en geen schepsel. Het Woord was in den beginne, het Woord was bij God en het Woord was God. Alles wat gemaakt is, is door Hem gemaakt. Daarmee sluit de Schrift uit dat Christus Zelf tot de geschapen werkelijkheid behoort.

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God” (Johannes 1:1 STV)

Dat ene vers werpt elke gedachte omver dat Christus slechts een bijzonder mens, een verheven engel, een eerste schepsel of een door God gebruikt instrument zou zijn. Johannes zegt niet: in den beginne werd het Woord. Hij zegt: “was”. Het Woord bestond reeds. Voordat iets begon, was Hij er al.

En dan volgt de beslissende uitspraak:

“Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is” (Johannes 1:3 STV)

Dat is geen vrome grootspraak Dat is een absolute grenslijn. Alles wat gemaakt is, is door Hem gemaakt. Als alles wat gemaakt is door Hem gemaakt is, dan kan Hij Zelf niet behoren tot de dingen die gemaakt zijn. Hij staat niet aan de kant van het geschapene. Hij staat aan de kant van de Schepper.

Wie Johannes 1 serieus leest, kan niet volhouden dat Jezus Christus slechts een schepsel is. Hij is de Schepper door Wie alle dingen gemaakt zijn.

 

Het Woord was God

Johannes begint hoger dan Bethlehem

Wie de Here Jezus alleen bij Zijn menswording laat beginnen, mist de majesteit van Johannes 1. De geboorte van Christus is niet het begin van Zijn bestaan, maar Zijn komst in het vlees.

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond” (Johannes 1:14 STV)

Het Woord werd vlees. Niet: een mens werd later goddelijk. Niet: een schepsel werd verheven tot hemelse waardigheid. Niet: een engel nam een menselijke gedaante aan. Maar het eeuwige Woord, Dat bij God was en God was, werd vlees.

Dit is het wonder van de menswording. De Schepper kwam Zijn eigen schepping binnen. Hij nam deel aan vlees en bloed. Hij kwam werkelijk onder ons wonen. Niet als toeschouwer, maar als Degene Die Zich vernederde, leed, stierf en opstond.

Daarom is het belijden van Christus als Schepper geen theologische luxe. Het raakt het hart van het Evangelie. Als Hij slechts een schepsel was, kon Hij de schepping niet dragen, niet verlossen en niet tot haar doel brengen. Maar juist omdat Hij de Schepper is, heeft Zijn werk eeuwige waarde.

 

Het Woord was God

Johannes 1:1 zegt niet alleen dat het Woord bij God was. Het zegt ook:

“En het Woord was God” (Johannes 1:1 STV)

Hier worden twee dingen tegelijk bewaard. Het Woord is onderscheiden van God, want het Woord was bij God. En het Woord is Zelf God, want het Woord was God.

Daarom mogen wij Christus niet reduceren tot een verschijning, een kracht, een idee, een plan of een geschapen tussenpersoon. Het Woord is persoonlijk. Het Woord is eeuwig. Het Woord is God. En datzelfde Woord is vlees geworden.

Dit is geen filosofie, maar openbaring. De Schrift begint bij wat God zegt over Zijn Zoon. Niet onze kerkelijke modellen, niet menselijke redeneringen en niet religieuze traditie hebben het laatste woord, maar de Schrift.

En de Schrift is helder: Hij Die onder ons woonde, is Dezelfde door Wie alle dingen gemaakt zijn.

 

Alle dingen zijn door Hem gemaakt

Johannes 1:3 is één van de krachtigste Bijbelse bewijzen dat Christus niet geschapen is, maar Zelf de Schepper is van alles wat bestaat.

“Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is” (Johannes 1:3 STV).

Let op de dubbele nadruk. Eerst positief: alle dingen zijn door Hem gemaakt. Daarna negatief: zonder Hem is niets gemaakt dat gemaakt is.

Daarmee sluit Johannes elke uitzonderingspositie uit. Er bestaat geen geschapen werkelijkheid die buiten het Woord om tot stand kwam. Hemel en aarde, zichtbare en onzichtbare dingen, machten, ordeningen, leven, licht, tijd en ruimte: alles is door Hem.

Paulus zegt hetzelfde in Kolossenzen:

“Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen” (Kolossenzen 1:16 STV).

Ook hier is de taal totaal. Alle dingen zijn door Hem geschapen. Alle dingen zijn tot Hem geschapen. Christus is dus niet alleen Degene door Wie God schiep, maar ook Degene tot Wie alles geschapen is.

Wie Christus tot schepsel maakt, botst frontaal met deze woorden. Want Paulus plaatst Hem niet binnen de categorie “geschapen dingen”, maar boven alle geschapen dingen als hun Oorsprong, Middelaar en Doel.

 

Uit Hem, door Hem en tot Hem

Romeinen 11:36 geeft een machtige samenvatting van Gods verhouding tot alle dingen:

“Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen” (Romeinen 11:36 STV).

Alle dingen zijn uit Hem. God is de Bron.
Alle dingen zijn door Hem. God is de Werkende.
Alle dingen zijn tot Hem. God is het Doel.

Romeinen 11:36 laat zien dat alle dingen uit God, door God en tot God zijn. Kolossenzen 1:16 past diezelfde heerlijkheid toe op Christus: alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen.

Daarmee ontstaat geen concurrentie tussen God en Christus. Integendeel. Het laat zien Wie Christus werkelijk is. Hij deelt niet in de eer van een schepsel, maar in de heerlijkheid van God Zelf.

Daarom is de aanbidding van Christus geen afgoderij. Het zou afgoderij zijn als Hij een schepsel was. Maar omdat Hij God is, is het ongeloof als men Hem die eer onthoudt.

 

Waarom Christus geen schepsel kan zijn

De redenering van Johannes is eenvoudig en vernietigend voor elke leer die Christus tot schepsel maakt.

Als alle dingen die gemaakt zijn door het Woord gemaakt zijn, dan behoort het Woord Zelf niet tot de gemaakte dingen. Anders zou Hij Zichzelf gemaakt moeten hebben. Dat is onmogelijk.

Johannes verdeelt de werkelijkheid in twee categorieën: het Woord en alles wat door het Woord gemaakt is. Christus staat niet in de tweede categorie, maar in de eerste. Hij is niet één van de dingen die gemaakt zijn. Hij is Degene door Wie alle dingen gemaakt zijn.

Daarom kan men niet tegelijk Johannes 1 geloven en beweren dat Christus een geschapen wezen is. Die twee sluiten elkaar uit.

Ook Kolossenzen 1 laat dat zien. Paulus zegt niet dat sommige dingen door Christus geschapen zijn. Hij zegt:

“Alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen” (Kolossenzen 1:16 STV).

Als alle dingen door Hem en tot Hem geschapen zijn, dan is Hij de Schepper en het Doel van de schepping. Dat kan van geen enkel schepsel gezegd worden.

Een engel kan dienen. Een profeet kan spreken. Een koning kan regeren. Een apostel kan getuigen. Maar geen enkel schepsel kan de Bron, Middelaar en het Doel van alle dingen zijn. Die plaats behoort aan God alleen.

 

De Schepper kwam tot het Zijne

Johannes schrijft vervolgens:

“Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen” (Johannes 1:10-11 STV).

Dat is de aangrijpende tragedie van de mensheid. De Schepper kwam in Zijn eigen wereld, maar de wereld herkende Hem niet. Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen namen Hem niet aan.

Hier ligt ook de ernst van alle dwaalleer over Christus. Het gaat niet om een klein verschil in terminologie. Wie Christus verlaagt, miskent Hem in Zijn heerlijkheid. Wie Hem tot schepsel maakt, spreekt Hem tegen Die zegt dat alle dingen door Hem gemaakt zijn.

De wereld heeft Hem niet gekend. Maar religie kan Hem óók missen. Men kan over Jezus spreken, Hem bewonderen, Hem profeet noemen, Hem voorbeeld noemen, Hem zelfs “zoon” noemen in een uitgeholde betekenis, en toch weigeren Hem te erkennen als het eeuwige Woord, God geopenbaard in het vlees.

 

Kinderen Gods door Hem

Johannes blijft niet steken bij de afwijzing. Hij schrijft:

“Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven” (Johannes 1:12 STV).

Let goed op: men wordt geen kind van God door natuurlijke afkomst, religieuze traditie, menselijke wilskracht of kerkelijke aansluiting!.

Johannes vervolgt:

“Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn” (Johannes 1:13 STV).

De Schepper geeft leven. Het Woord in Wie het leven was, brengt mensen tot nieuw leven. Daarom is de belijdenis van Christus als Schepper direct verbonden met wedergeboorte. Hij is niet slechts een leraar Die informatie geeft. Hij is het Leven Zelf.

“In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen” (Johannes 1:4 STV).

Wie Hem ontvangt, ontvangt niet slechts een leer, maar leven. Wie in Zijn Naam gelooft, wordt uit God geboren.

 

Genade en waarheid door Jezus Christus

Johannes zet Mozes en Christus naast elkaar, niet om Mozes te verachten, maar om Christus te verheerlijken:

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden” (Johannes 1:17 STV).

Mozes was een dienstknecht. Christus is de Zoon. Mozes ontving en gaf de wet. Christus bracht genade en waarheid in alle volheid. Mozes wees vooruit. Christus is de vervulling.

De wet eist. Christus geeft.
De wet legt schuld bloot. Christus brengt verzoening.
De wet veroordeelt de zondaar. Christus redt de schuldige door genade.

Daarom is het Evangelie niet dat de mens zichzelf opwerkt tot God, maar dat God in Christus tot de mens kwam. De Schepper werd vlees. De Rechter werd Verlosser. Het Licht kwam in de duisternis.

 

De Zoon verklaart de Vader

Johannes sluit zijn majestueuze inleiding af met deze woorden:

“Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard” (Johannes 1:18 STV).

Christus verklaart God. Niet als iemand die van buitenaf iets over God geleerd heeft, maar als de eniggeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is. Hij kent de Vader volkomen. Hij openbaart de Vader volkomen.

Wie Hem ziet, ziet geen schepsel dat iets van God weerspiegelt, maar de Zoon Die de Vader verklaart.

Daarom kan niemand om Christus heen. Niet de theoloog. Niet de scepticus. Niet de religieuze mens. Niet de moderne vrijzinnige. Niet de sekte die Hem verlaagt tot schepsel. Niet de vrome mens die Hem prijst, maar Hem niet werkelijk aanbidt.

De vraag is niet of wij Jezus een plaats willen geven in ons denken. De vraag is of wij buigen voor Wie Hij volgens de Schrift is.

 

Aanbidding is de enige passende reactie

De Bijbelse lijn is helder.

Het Woord was er in den beginne.
Het Woord was bij God.
Het Woord was God.
Alle dingen zijn door Hem gemaakt.
Zonder Hem is niets gemaakt dat gemaakt is.
Het Woord is vlees geworden.
Alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen.
Alle dingen zijn uit Hem, door Hem en tot Hem.

Daarom is de conclusie onontkoombaar: de Here Jezus Christus is geen schepsel, maar Schepper.

Wie Hem kleiner maakt, maakt het Evangelie kleiner. Wie Hem tot schepsel maakt, berooft Hem van Zijn heerlijkheid. Wie Hem slechts ziet als voorbeeld, mist Hem als Verlosser. Wie Hem slechts ziet als gezant, mist Hem als het eeuwige Woord.

Maar wie Hem gelooft zoals de Schrift Hem openbaart, ziet in Hem de heerlijkheid van God.

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond, en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid” (Johannes 1:14 STV).

Johannes 1 dwingt ons tot aanbidding. Niet tot vage bewondering, maar tot diepe erkenning: Hij Die in nederigheid kwam, is de eeuwige Schepper. Hij Die verworpen werd door de wereld, is Degene door Wie de wereld gemaakt is. Hij Die vlees werd, is het Woord Dat God was.

Daarom eindigt alle echte Bijbelse Christusbelijdenis niet in discussie, maar in aanbidding.

Wie de Schrift laat spreken, komt bij deze belijdenis uit: Jezus Christus is het eeuwigblijvende Woord, geen schepsel maar Schepper, en alle dingen zijn uit Hem, door Hem en tot Hem.

“Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen” (Romeinen 11:36 STV).

 

Zin en onzin over “de vijfvoudige bediening”

Géén machtsmodel voor de gemeente van Jezus Christus

YouTube player

Er wordt tegenwoordig heel wat beweerd over “de vijfvoudige bediening​'” en deze wordt ons dan gepresenteerd als gezagsstructuur voor de gemeente van Jezus Christus. Maar niet wat men graag wil dat de Schrift zegt, maar wat de Schrift echt zegt is van belang.
Zie Efeze 4.

 

Het warme hart van het Evangelie

Laat u met God verzoenen: het warme hart van het Evangelie

“laat u met God verzoenen” (2 Korinthe 5:20 STV).

Dat is geen kille dogmatiek en ook geen religieuze pressie. Het is de stem van God Die in Christus naar de mens toegekomen is. Het gaat over liefde, schuld, verzoening, nieuwe schepping en vrede met God. Niet omdat de mens zichzelf heeft opgewerkt tot God, maar omdat God Zelf in Christus de weg heeft geopend.

Laat u met God verzoenen

De liefde van Christus dringt ons

Paulus begint niet bij menselijke ijver, kerkelijke druk of religieuze prestatie. Hij begint bij de liefde van Christus.

“Want de liefde van Christus dringt ons;” (2 Korinthe 5:14 STV)

Dat woord “dringt” heeft de gedachte van innerlijke aandrang. Paulus wordt vastgehouden, bewogen en geleid door de liefde van Christus. Niet door angst. Niet door eerzucht. Niet door behoefte aan erkenning. Maar door de liefde van Hem Die voor zondaren gestorven en opgewekt is.

Die liefde is niet vaag of sentimenteel. Zij werd zichtbaar aan het kruis. Christus heeft Zichzelf gegeven. Niet voor mensen die zichzelf konden redden. Niet voor mensen die eerst waardig genoeg waren. Niet voor mensen met een indrukwekkend geestelijk cv.

Hij stierf voor zondaren.

“Als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.” (2 Korinthe 5:14 STV)

Dat is het Evangelie in een notedop. Christus stierf niet slechts als voorbeeld van opofferende liefde. Hij stierf plaatsvervangend. Zijn dood was niet alleen een daad van liefde, maar ook het oordeel over de oude mens, over de zonde en over alles wat tussen God en mens in stond.

Wie in Christus is, mag weten: mijn oude bestaan voor God is met Hem in de dood gebracht. Ik hoef mijn schuld niet te verbergen. Ik hoef mijzelf niet beter voor te doen dan ik ben. Ik hoef mij niet overeind te houden voor God alsof mijn behoud uiteindelijk van mijn geestelijke prestatie afhangt.

God heeft die zaak Zelf behandeld, in Christus.

Christus stierf voor ons, opdat wij zouden leven

Paulus schrijft:

“En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.” (2 Korinthe 5:15 STV)

Christus is gestorven en opgewekt. Dat is het fundament. Niet onze beleving, niet onze toewijding, niet onze vroomheid, maar Zijn volbrachte werk.

Toch blijft het Evangelie daar niet oppervlakkig bij stilstaan. Christus stierf niet alleen om schuldigen vrij te spreken, maar ook om levenden een nieuw levensdoel te geven. De gelovige leeft niet meer voor zichzelf, maar voor Hem.

Dat is tegelijk bevrijdend en ontmaskerend.

Van nature draait de mens om zichzelf. Zelfs religie kan nog helemaal om het eigen ik draaien. Mijn ernst. Mijn keuze. Mijn toewijding. Mijn gevoel. Mijn gelijk. Mijn bediening. Mijn geestelijke status. Mijn doorbraak. Mijn missie.

Maar genade verplaatst het middelpunt. Niet ik, maar Christus. Niet mijn prestatie, maar Zijn werk. Niet mijn eer, maar Zijn heerlijkheid.

Dat betekent niet dat een gelovigezonder strijd is. Het betekent wel dat hij een nieuw bestaan heeft gekregen. Christus is gestorven en opgewekt. En wie door Hem leeft, mag leren leven voor Hem.

Niet uit dwang. Niet om Gods liefde te verdienen. Maar omdat die liefde hem al gevonden heeft.

Christus kennen als de Opgewekte

Paulus vervolgt:

“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16 STV)

Dit is een belangrijk woord. Paulus kijkt niet oppervlakkig naar mensen. Niet naar afkomst, status, uiterlijk, kracht, zwakheid, verleden of menselijke maatstaven. Hij ziet mensen in het licht van Christus.

Ook Christus kent hij niet meer alleen naar Zijn aardse vernedering. Natuurlijk is Zijn komst in het vlees waar en heerlijk. De Zoon van God is werkelijk Mens geworden. Hij heeft werkelijk gewandeld op aarde. Hij heeft werkelijk geleden. Hij is werkelijk gestorven.

Maar Hij is ook werkelijk opgewekt.

Wij kennen Christus nu als de Gestorvene, de Opgewekte en de Verheerlijkte. Hij is niet slechts een leraar uit Nazareth. Hij is niet alleen een moreel voorbeeld. Hij is niet slechts een wonderdoener of een inspirerende rabbi.

Hij is de levende Heer.

Dat geeft rust. Ons geloof rust niet op een herinnering aan een gestorven leraar of aan een bijzondere profeet maar op de levende Christus, Die gestorven en opgewekt is.

In Christus een nieuw schepsel

Dan komt dat bekende en rijke woord:

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17 STV)

Wat een troost ligt hierin.

God lapt de oude mens niet op. Hij begint niet met een beetje verbetering hier en daar. Hij brengt de gelovige in Christus in een nieuwe schepping. Dat is geen oppervlakkige verandering van gedrag, maar een totaal nieuwe positie voor God.

“In Christus” — daar ligt alles.

Niet in jezelf. Niet in je vorderingen. Niet in je gevoel van overwinning. Niet in je kerkelijke achtergrond. Niet in je Bijbelkennis, hoe belangrijk dat op zichzelf ook is. Maar in Christus.

Wie in Christus is, staat voor God niet meer in Adam, niet meer onder veroordeling, niet meer als iemand die zichzelf moet bewijzen. Hij is een nieuw schepsel.

Dat betekent niet dat de gelovige nooit meer struikelt. Het betekent niet dat het vlees geen strijd meer geeft. Het betekent niet dat alle zwakheid ineens verdwenen is. Maar het betekent wel dat God hem niet meer beoordeelt naar zijn oude positie. Hij ziet hem in Christus.

En vanuit die volmaakte positie mag de wandel worden vernieuwd.

De oproep “laat u met God verzoenen” is daarom geen oproep tot religieuze zelfverbetering, maar een uitnodiging om te rusten in het volbrachte werk van Christus. Wie in Christus is, ontvangt niet slechts een nieuwe start, maar staat voor God in een geheel nieuwe positie.

Verzoening is uit God

Paulus laat geen ruimte voor menselijke roem:

“En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft.” (2 Korinthe 5:18 STV)

Al deze dingen zijn uit God.

Dat is de doodsteek voor geestelijke trots, maar ook de grootste troost voor een vermoeid hart. Als het uit mij moest komen, was het een verloren zaak. Als mijn behoud moest rusten op mijn vasthouden, mijn inzicht, mijn trouw of mijn standvastigheid, dan zou ik geen vrede hebben.

Maar het is uit God.

God heeft verzoend. God heeft de weg geopend. God heeft Zijn Zoon gegeven. God heeft het woord der verzoening toevertrouwd.

Verzoening met God begint niet bij de mens die omhoog klimt, maar bij God Die in Christus naar beneden kwam. De mens zoekt van nature uitvluchten, maar God zoekt de zondaar. De mens bedekt zijn schuld, maar God opent een weg waarin schuld werkelijk weggedaan kan worden.

Verzoening betekent dat God Zelf de breuk heeft behandeld. Niet door zonde te negeren, maar door haar te oordelen in Christus. Niet door Zijn rechtvaardigheid opzij te zetten, maar door die rechtvaardigheid volkomen te handhaven aan het kruis.

Daarom is genade nooit goedkoop. Genade is kostbaar, omdat zij rust op het bloed van Christus.

God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende

Paulus schrijft:

“Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.” (2 Korinthe 5:19 STV)

Dit is een zin om langzaam te lezen.

God was in Christus.

Niet tegen Christus. Niet los van Christus. Niet alsof de Zoon liefdevol was en de Vader slechts toornig. Nee, God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende.

Hier zien wij het hart van God. Hij heeft Zelf het initiatief genomen. De mens vlucht van God weg, maar God komt in Christus naar de mens toe. De mens probeert zichzelf te rechtvaardigen, maar God geeft gerechtigheid in Christus.

Dat is het Evangelie.

Toch betekent dit niet dat ieder mens automatisch behouden is. Paulus doet direct daarna de indringende oproep:

“laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20 STV)

De grond van verzoening is gelegd in Christus. Het woord der verzoening wordt gepredikt. Maar de oproep klinkt nog steeds tot de mens: laat u met God verzoenen.

Dat maakt de boodschap ernstig. Er is werkelijk verzoening in Christus. Maar buiten Hem blijft de mens in zijn vervreemding van God.

De bediening der verzoening

Paulus zegt:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20 STV)

Wat een toon. Paulus spreekt hier niet hoogmoedig vanaf een afstand. Hij smeekt. Hij bidt. Alsof God Zelf door hem heen roept.

Laat u met God verzoenen.

Dat is geen religieuze uitnodiging tot zelfverbetering. Het is geen oproep om eers jezelf op te poetsen en waardig genoeg te worden. Het is geen vraag om jezelf op te werken tot een hoger geestelijk niveau.

Het is de oproep om te komen op grond van wat God Zelf in Christus heeft gedaan.

Laat uw verzet vallen. Laat uw eigen gerechtigheid los. Laat uw excuses los. Laat uw verborgen schuld niet langer tussen u en God staan. Vlucht niet langer weg in drukte, religie, verstandelijke bezwaren of geestelijke schijnzekerheid.

Laat u met God verzoenen.

De bediening der verzoening is de boodschap dat God de grond van vrede gelegd heeft in de dood en opstanding van de Heere Jezus Christus. Een gezant van Christus verkondigt daarom niet zichzelf, niet een kerkelijk systeem en niet menselijke verbetering als grond van vrede. Hij wijst op Christus.

Christus werd zonde voor ons gemaakt

Paulus eindigt dit gedeelte met een van de diepste uitspraken van de Schrift:

“Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” (2 Korinthe 5:21 STV)

Christus kende geen zonde. Hij deed geen zonde. In Hem was geen zonde. Hij was volkomen rein, volkomen rechtvaardig, volkomen gehoorzaam.

En juist Hem heeft God zonde voor ons gemaakt.

Dat betekent niet dat Christus persoonlijk zondig werd. Het betekent dat Hij plaatsvervangend onder het oordeel kwam. Hij nam de plaats in van schuldigen. Hij droeg wat wij niet dragen konden. Hij werd behandeld naar wat wij waren, opdat wij in Hem zouden worden wat wij uit onszelf nooit konden zijn: rechtvaardigheid Gods.

Hier valt alle menselijke roem weg.

De gelovige staat niet voor God omdat hij zichzelf heeft opgeknapt. Hij staat voor God omdat Christus zijn plaats innam. Hij is niet aanvaard op grond van zijn eigen gerechtigheid, maar in Hem.

De rechtvaardigheid van de gelovige ligt niet in zichzelf, maar in Hem:

“opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” (2 Korinthe 5:21 STV)

“In Hem” is de veilige plaats.

Vrede voor een aangevochten geweten

Dit gedeelte is balsem voor een aangevochten geweten.

Misschien leest u dit met een onrustig hart. U weet van schuld. U weet van falen. Misschien hebt u lang geprobeerd om uzelf beter te maken voor God, maar telkens ontdekt u dat uw geweten niet echt tot rust komt.

Juist dan is 2 Korinthe 5 zo kostbaar. God wijst u niet eerst naar uw eigen verbetering, maar naar Christus. De vraag is niet of u sterk genoeg bent om uzelf met God te verzoenen. De boodschap is dat God in Christus de weg van verzoening geopend heeft.

Daarom mag u komen zoals u bent, maar niet blijven wie u was. Genade verontschuldigt de zonde niet; genade brengt de zondaar bij Christus. En wie in Christus is, is een nieuw schepsel.

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17 STV)

Misschien bent u moe van religieuze druk. Moe van verwachtingen. Moe van de gedachte dat u nooit genoeg doet, nooit genoeg bidt, nooit genoeg begrijpt, nooit genoeg verandert.

Hoor dan het Evangelie.

God vraagt u niet om eerst zelf de kloof te dichten. Hij verkondigt dat Hij in Christus de grond van verzoening heeft gelegd. Hij wijst u niet naar uzelf, maar naar Zijn Zoon.

Christus is gestorven. Christus is opgewekt. Christus is genoeg.

“Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus;” (Romeinen 5:1 STV)

Die vrede is niet gebouwd op uw wisselende gevoel, maar op het volbrachte werk van Christus.

Leven vanuit verzoening

Wie zo verzoend is, wordt ook anders naar anderen.

Paulus zegt:

“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees;” (2 Korinthe 5:16 STV)

Dat maakt mild. Dat maakt nederig. Dat maakt bewogen.

Als God mij in Christus heeft aangezien, hoe zou ik dan anderen alleen naar hun verleden, zwakheid of buitenkant beoordelen? Als God mij verzoend heeft uit Genade, hoe zou ik dan hard en hoogmoedig kunnen staan tegenover mensen die nog ver van Hem zijn?

De bediening der verzoening is niet alleen een boodschap om te verdedigen, maar ook een toon om te dragen. Een gezant van Christus spreekt niet als eigenaar van de waarheid, maar als iemand die zelf door genade is gevonden.

Dat maakt de boodschap niet zwakker, maar juist krachtiger. Waarheid zonder liefde wordt hard. Liefde zonder waarheid wordt leeg. Maar in Christus zien wij beide volmaakt samenkomen.

De waarheid is ernstig: buiten Christus is er geen vrede met God.

De liefde is warm: in Christus is verzoening volkomen bereid.

Het warme hart van het Evangelie

2 Korinthe 5:14-21 brengt ons bij het warme hart van het Evangelie.

Christus stierf voor ons.
Wij zijn als we ons geloof op Hem stellen met Hem gestorven.
Hij is opgewekt.
Wij leven niet meer voor onszelf.
Wie in Christus is, is een nieuw schepsel.
God heeft verzoening tot stand gebracht.
Het woord der verzoening klinkt nog steeds.
Christus werd zonde voor ons gemaakt.
Wij worden rechtvaardigheid Gods in Hem.

Dat is geen dooie theorie. Dat is leven. Dat is hoop. Dat is vrede.

Daarom blijft deze oproep staan, warm, ernstig en vol genade:

“laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20 STV)

Niet op grond van uw eigen kracht of inspanning.  Niet op grond van uw gevoel. Niet op grond van religieuze prestatie. Maar op grond van Christus, Die geen zonde gekend heeft en toch zonde voor ons gemaakt is.

In Hem is verzoening.
In Hem is gerechtigheid.
In Hem is vrede met God.
In Hem is nieuw leven.

Alleen in Hem.

Zie ook:

Laat u met God verzoenen – Bijbelse basis

Wat moet een mens doen om gered te worden? – Bijbelse basis

Bekering: Geloof als levensveranderende persoonlijke keuze – Bijbelse basis

Bewegen tot geloof – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights