De Statenvertaling verdient waardering, géén absolutisme

Wanneer een vertaling heilig wordt verklaard.

1637 is géén Sinaï

Directe aanleiding voor dit artikel is de recente ophef in Reformatorische hoek. Verdeeldheid heet het, met zoveel woorden; straks 4 versies in omloop en wat dan??

In deze kringen wordt de Statenvertaling behandeld alsof deze zelf bijna een heilige status heeft. Alsof 1637 het eindpunt van Gods voorzienigheid in de geschiedenis van de Bijbeltekst zou zijn. Alsof wie een andere vertaling gebruikt zich op glad ijs begeeft. Dat klinkt vroom, maar het is historisch niet vol te houden. De Statenvertaling is een monument van geloof en taal, maar zij rust voor het Nieuwe Testament op de Textus Receptus van Desiderus Erasmus, een teksteditie uit de zestiende eeuw gebaseerd op een beperkt aantal relatief late manuscripten. Wie dat eerlijke historische feit niet wil onder ogen zien, verdedigt uiteindelijk niet de Schrift, maar een traditie.

De Statenvertaling is een monument in de geschiedenis van de kerk in Nederland. Generaties gelovigen hebben door deze vertaling de Schrift leren kennen. Haar taal heeft het geloofsleven gevormd, preken gedragen en het geestelijk vocabulaire van eeuwen bepaald. Daar mag met recht dankbaarheid voor zijn.

Laat dat eerst duidelijk zijn. De Statenvertaling behoort tot de grootste prestaties uit de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme. Zij werd gemaakt door bekwame geleerden, zorgvuldig vertaald uit de grondtalen en met grote eerbied voor het Woord van God.

Daarom is waardering voor deze vertaling volkomen terecht.

Maar waardering is iets anders dan verabsolutering. En juist daarom is het zorgelijk dat de Statenvertaling in sommige kringen niet meer alleen wordt gewaardeerd, maar verabsoluteerd. Wat begon als liefde voor een vertaling, is hier en daar veranderd in een vorm van exclusivisme die historisch en inhoudelijk niet houdbaar is.
En dat probleem beperkt zich allang niet meer tot bepaalde reformatorische kerkverbanden.

De Statenvertaling is geen vierde taal van de openbaring

De Bijbel is door God gegeven in:

  • Hebreeuws

  • Aramees

  • Grieks

Niet in Nederlands.

De Statenvertaling is dus geen geïnspireerde tekst, maar een vertaling van de geïnspireerde tekst. Een zeer zorgvuldige vertaling, maar nog steeds een vertaling.

Wie doet alsof de Statenvertaling zelf een bijzondere, bijna onaantastbare status heeft gekregen, schrijft ongemerkt iets toe aan een vertaling wat alleen aan de Schrift zelf toekomt.

Wanneer een vertaling bijna vereerd wordt, dreigt de geschiedenis van de Bijbeltekst uit beeld te verdwijnen. De Statenvertaling is een monument van geloof en taal, maar rust op de Textus Receptus-traditie van Desiderus Erasmus, niet op de oudste manuscripten die we vandaag kennen. Liefde voor de Statenvertaling is terecht; absolutisme is dat niet.

De exclusiviteitsclaim

In verschillende kringen hoort men tegenwoordig stellige uitspraken zoals:
alleen de Statenvertaling is betrouwbaar
andere vertalingen zijn verdacht of onbetrouwbaar
God heeft Zijn Woord in het bijzonder in de Statenvertaling bewaard.
Dat klinkt vroom en principieel. Maar historisch klopt het eenvoudig niet.
De Statenvertaling is een vertaling uit 1637. Zij is gebaseerd op de tekstuitgaven die destijds beschikbaar waren, en voor het Nieuwe Testament vooral op de Textus Receptus, de Griekse teksttraditie die in de zestiende eeuw door onder anderen Erasmus werd samengesteld.
Dat betekent dat de Statenvertaling niet gebaseerd is op de oudste manuscripten die wij tegenwoordig kennen. Die manuscripten waren in de tijd van de Statenvertalers eenvoudig nog niet ontdekt.
Dat is geen kritiek op de Statenvertalers. Het is simpelweg een historisch feit.

Erasmus was geen onfeilbare teksteditor

De Textus Receptus is ontstaan in een concrete historische situatie. Erasmus had slechts een beperkt aantal relatief late handschriften tot zijn beschikking. In sommige gevallen moest hij zelfs improviseren.
Zo ontbrak in zijn manuscript een deel van het boek Openbaring, waardoor hij het ontbrekende gedeelte vanuit het Latijn weer terug naar het Grieks vertaalde. Dat soort details laten zien dat de Textus Receptus een historisch gegroeide teksteditie is, geen wonderbaarlijk onaantastbare standaardtekst.
Wie dus doet alsof de Statenvertaling rechtstreeks rust op de perfecte en oudste tekst, vertelt een verhaal dat historisch niet klopt.

De Statenvertalers zelf waren nuchter

Het is opvallend dat sommige hedendaagse verdedigers van de Statenvertaling stelliger zijn dan de Statenvertalers zelf ooit waren. De vertalers wisten heel goed dat zij vertaalden. Zij wisten ook dat taal verandert en dat revisie soms nodig kan zijn.
Zij zagen hun werk niet als een onaantastbare eindstap in de geschiedenis van de Bijbelvertaling.
Dat latere generaties hun vertaling soms behandelen alsof zij zelf een soort canonieke status heeft gekregen, zou hen waarschijnlijk verbazen.

Fanatisme, ook buiten de reformatorische gezindte

Opvallend genoeg beperkt dit verschijnsel zich niet tot de traditionele reformatorische kerken.
Ook daarbuiten bestaan bewegingen die een bijna absolute status aan de Statenvertaling toekennen. Op websites zoals sv1637.org wordt de indruk gewekt dat de Statenvertaling de enige betrouwbare Bijbel zou zijn.
Dergelijke claims gaan nog een stap verder dan wat in veel kerkelijke kringen wordt gezegd. Daar wordt soms de suggestie gewekt dat andere vertalingen principieel onbetrouwbaar zijn, of zelfs dat moderne tekstkritiek een bedreiging vormt voor het Woord van God.
Het probleem met dit soort redeneringen is dat zij niet alleen historisch zwak zijn, maar ook geestelijk contraproductief.

Wanneer verdediging omslaat in schade

Wie de Statenvertaling verdedigt met overdreven claims, bereikt uiteindelijk het tegenovergestelde van wat men bedoelt.
Wanneer men beweert dat alleen één specifieke vertaling betrouwbaar is, terwijl aantoonbaar is dat deze vertaling gebaseerd is op een beperkte tekstbasis uit de zestiende eeuw, dan ondermijnt men juist de geloofwaardigheid van het eigen standpunt.
Dan ontstaat de indruk dat men niet werkelijk geïnteresseerd is in de geschiedenis van de tekst, maar vooral in het verdedigen van een traditie.
Dat is niet alleen contraproductief, het kan zelfs schadelijk zijn. Vooral voor jonge mensen die later ontdekken dat de werkelijkheid ingewikkelder ligt dan hun was verteld. Dan kan het vertrouwen in het geheel onder druk komen te staan.

De Bijbel zelf wijst op verstaanbaarheid

De Schrift zelf benadrukt steeds het belang van verstaanbaarheid.

“En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en zij gaven de zin, en deden verstaan in het lezen.”
(Nehemia 8:9 STV)

Dat is een belangrijke correctie. Het doel van de Schrift is niet dat zij bewonderd wordt als een historisch monument, maar dat zij begrepen wordt.
De Statenvertalers zelf hebben dat ook zo bedoeld.

Het echte gezag

Het gezag ligt uiteindelijk niet in een specifieke vertaling, maar in het Woord van God zelf. Dat Woord is gegeven in Hebreeuws, Aramees en Grieks. Vertalingen proberen dat Woord zo betrouwbaar mogelijk weer te geven.
Sommige vertalingen doen dat beter dan andere, maar geen enkele vertaling heeft een exclusief monopolie op Gods stem.

De Statenvertaling verdient respect, waardering en blijvend gebruik. Zij heeft eeuwenlang een centrale rol gespeeld in het geestelijk leven van Nederland.

Maar zodra een vertaling tot een onaantastbare norm wordt verheven, ontstaat een probleem. Dan verschuift het gezag van het Woord van God naar een historische vertaling.
En dat is precies het punt waar liefde voor de Statenvertaling kan omslaan in iets dat zij nooit bedoeld was te zijn: een mythe.

 

 

 

is de statenvertaling de enige juiste bijbel
waar komt de textus receptus vandaan
welke manuscripten gebruikte erasmus
waarom discussie over de statenvertaling
wat is het verschil tussen sv en hsv
zijn moderne bijbelvertalingen betrouwbaar
wat is de oudste bijbeltekst
hoe is de bijbeltekst overgeleverd

Afsluiting blogreeks

Afsluiting blogreeks

De reeks blogs over King James only en Statenvertaling alléén en de Textus Receptus begon eigenlijk met één doel: misverstanden en misconcepties over de Bijbel uit de weg ruimen

Niet om strijd te voeren, maar juist om te luisteren naar, en gehoorzaam zijn aan de Schrift.

Gaandeweg merkte ik dat het inhoudelijk steeds vaker verschoof naar vaste posities en verdediging. Wat bedoeld was als toetsing, werd een frontlinie.

Dat is pertinent  niet de weg die ik wil gaan.

Daarom sluit ik deze reeks af niet uit afstand tot de Bijbel, maar juist uit respect daarvoor.

Ik heb geen leer losgelaten, Christus niet verloochend en geen vertrouwen verloren in Gods Woord.

Wel heb ik, definitief, afstand genomen van de overtuiging dat tekstueel absolutisme, één vertaling of tekstvorm de exclusieve norm voor het verstaan van Gods Woord zou zijn.

Argumenten verdienen toetsing, juist ook als ze vertrouwd klinken of gevoelsmatig kloppen.

Toetsing is geen ongeloof.

Het is gehoorzaamheid.

Ik blijf de Statenvertaling en de King James Version een warm hart toedragen om hun rol  voor vele gelovigen, zelfs door de eeuwen heen, en hun plaats in de kerkgeschiedenis.

Dat verandert niet.

Maar mijn vertrouwen ligt niet langer in één tekstvorm, of traditie,  maar blijft in de God die Zijn Woord door de eeuwen heen heeft bewaard en gedragen,  en daar niet mee gestopt is 4 eeuwen terug.

Deze reeks bracht mij steeds verder in een rol van loopgravenverdediger, terwijl ik wil lezen, onderzoeken, verstaan en me wil blijven verwonderen.

Niet om vast te roesten.

Met de hakken in het zand.

Die spanning kies ik niet langer.

Dit is geen eindconclusie, maar een uitnodiging:

Blijf alsjeblieft toetsen, blijf of ga zelf onderzoeken , blijf vragen stellen bij wat als feit is gepresenteerd, en lees de Bijbel om te groeien, in kennis en geloof van die Ene Naam, ook om gehoord te worden, niet om oorlog te voeren.

Voor mij eindigt hier deze  blogreeks.

In rust. En vrede.

Waarom de Statenvertaling verschilt van de King James Version

Waarom de Statenvertaling verschilt van de King James Version

Kleine tekstverschillen, grote betrouwbaarheid

Wie de Statenvertaling (1637) en de King James Version (1611) naast elkaar legt, ontdekt dat deze klassieke Bijbels soms van elkaar verschillen. Dat roept bij sommige gelovigen vragen of zelfs onrust op: hoe kan Gods Woord betrouwbaar zijn als teksten niet overal exact gelijk zijn? Ik wil kijken hoe het komt dat zulke verschillen niet alleen verklaarbaar zijn, maar juist wijzen op een opmerkelijke, door God bewaarde stabiliteit van de Bijbel.

 

Geen tekstueel absolutisme, wel tekstueel vertrouwen

De Bijbel is door de eeuwen heen overgeleverd via handgeschreven en later gedrukte manuscripten. Daarbij zijn kleine tekstuele variaties ontstaan: een woord meer of minder, een andere woordvolgorde, soms een korte toevoeging of weglating. Wat we echter overal zien, is continuïteit: de boodschap, de leer en het evangelie blijven gelijk.

God heeft nergens beloofd dat wij één volmaakt identieke teksteditie zouden bezitten. Wel mogen we erop vertrouwen dat Zijn Woord betrouwbaar, gezaghebbend en inhoudelijk stabiel is. Dat noemen we geen tekstueel absolutisme, maar tekstueel vertrouwen.

Statenvertaling en King James: zustervertalingen

De Statenvertaling en de King James Version hebben veel met elkaar gemeen:

Beide vertalingen zijn nationale kerkvertalingen uit de zeventiende eeuw. Ze functioneerden eeuwenlang als dé standaardbijbel in hun respectieve taalgebieden en zijn voor het Nieuwe Testament gebaseerd op de Textus Receptus.

Toch blijken de vertalers op verschillende plaatsen andere tekstkritische keuzes te hebben gemaakt. Dat betekent niet dat één van beide onzorgvuldig was. Integendeel: de vertalers waren hoogopgeleide theologen, goed bekend met de beschikbare Griekse handschriften en varianten.

Bewuste keuzes van vertalers

Bijbelvertalers volgen niet slaafs één gedrukte Griekse editie. Zij wegen beschikbare manuscripten en varianten af en maken soms een eigen keuze. Later kunnen onderzoekers die keuzes reconstrueren.

Voor de King James Version is dat gedaan in de bekende Griekse uitgave van Scrivener. Voor de Statenvertaling is inmiddels eveneens nauwkeurig in kaart gebracht waar en hoe de onderliggende Griekse tekst afwijkt van die van de KJV.

Het gaat om honderden kleine verschillen, die vrijwel altijd grammaticaal of stilistisch van aard zijn, inhoudelijk geen betekenisvol effect hebben en theologisch volledig onschadelijk zijn.

Enkele concrete voorbeelden

In de praktijk gaat het bijvoorbeeld om een extra verduidelijkend woord, een nuanceverschil tussen plaats- of tijdsaanduiding, het wel of niet noemen van een bepaalde groep, of het verschil tussen hoofdtekst en voetnoot. Geen enkel van deze verschillen tast een kernleer van het christelijk geloof aan.

Een bekend voorbeeld is Handelingen 16:7, waar sommige oude handschriften spreken over “de Geest van Jezus”, terwijl andere alleen “de Geest” vermelden. De Statenvertaling noemt deze variant netjes in een voetnoot. Dat laat zien hoe open en zorgvuldig de vertalers met tekst varianten omgingen.

Belangrijk is: eeuwenlang hebben oprechte christenen wereldwijd beide lezingen gebruikt, zonder dat dit hun geloof of zaligheid aangetast heeft

Probleem van ‘één perfecte tekst’

Sommige gelovigen menen dat God één absoluut perfecte Griekse of Hebreeuwse tekst heeft bewaard, vaak gekoppeld aan de King James Version. Dit standpunt roept echter grote problemen op:

  • er bestaan meerdere Textus Receptus-edities die onderling verschillen
  • het standpunt is sterk Engels-gericht
  • het doet geen recht aan niet-Engelstalige christenen

Waarom zou God Zijn Woord alleen volmaakt bewaren voor Engelstaligen en niet voor Nederlanders, Chinezen of Arabieren?

Moderne kritische teksten

Ook moderne kritische edities van het Griekse Nieuwe Testament verschillen niet méér van de Textus Receptus dan TR-edities onderling van elkaar verschillen. Het idee dat deze teksten “radicaal anders” zijn, houdt geen stand bij eerlijk historisch onderzoek.

Gods voorzienige bewaring

Wat we door de geschiedenis heen zien, is dat er weliswaar sprake is van kleine tekstuele variatie, maar tegelijk van een overweldigende inhoudelijke stabiliteit. Overal klinkt hetzelfde evangelie en wordt dezelfde Christus verkondigd.

Christenen over de hele wereld worden gered, groeien in genade en ontwikkelen gezonde leer, ondanks kleine verschillen in tekst en vertaling.

Samenvattend

De strijd over minieme tekstverschillen is onnodig en vaak schadelijk. God heeft Zijn Woord uitzonderlijk goed bewaard, niet door absolute uniformiteit, maar door betrouwbare veelheid.

Dat nodigt uit tot vertrouwen, nederigheid en dankbaarheid — en tot eerbiedig luisteren naar Gods Woord, in welke betrouwbare vertaling dan ook.

zie ook:

De claims van de “checklist vervalste Bijbels” van sv1637.org gecheckt – Bijbelse basis

De KJV-only en Statenvertaling alléén controverse ontzenuwd – Bijbelse basis

Waar komt de term “Textus Receptus” vandaan? – Bijbelse basis

Een betrouwbare Bijbel: tekstoverlevering – Bijbelse basis

Wat is ‘King James Onlyism’? – Bijbelse basis

Zijn moderne Bijbels vervalst? – Bijbelse basis

De “Statenvertaling-alleen” denkfout en de verwarring

De “Statenvertaling-alleen” denkfout en de verwarring

Waarom de verabsolutering van de Statenvertaling geen Schriftgetrouwheid is, maar een denkfout

Er bestaat een vorm van vroomheid die zich voordoet als trouw aan Gods Woord, maar die in werkelijkheid wordt gedreven door angst voor correctie. De “Statenvertaling-alleen”denkfout spreekt in hoofdletters over eerbied, en soms met grote woorden en grove beschuldigingen over “corrupte , valse Bijbels” maar sluit tegelijkertijd de ogen voor feiten. Het credo is eenvoudig en onwrikbaar:

De Statenvertaling is norm. Afwijking is gevaar. Onderzoek is verdacht.

Dit denken is niet onschuldig. Het is systematisch, polemisch en misleidend. En het steunt op één fundamentele verwarring die telkens opnieuw wordt verzwegen:

>>>het onderscheid tussen Schriftkritiek en tekstkritiek<<<

De fatale verwarring: Schriftkritiek ≠ tekstkritiek

Het debat rond de Statenvertaling wordt bewust vervuild door twee totaal verschillende zaken op één hoop te gooien.

Tekstkritiek vraagt:

Wat heeft de oorspronkelijke auteur geschreven?

Schriftkritiek vraagt:

Is wat de auteur geschreven heeft wel waar, betrouwbaar of gezaghebbend?

Dat verschil is niet subtiel. Het is principieel.

Tekstkritiek veronderstelt het gezag van de Schrift.  Deze zoekt niet naar afbraak, maar naar herstel. En corrigeert kopiisten, geen profeten. Maar probeert de tekst terug te brengen naar haar oorspronkelijke vorm.

Schriftkritiek daarentegen ondergraaft dat gezag. Hiermee stelt men de inhoud zelf ter discussie.

Wie deze twee gelijkstelt, bedrijft geen theologie, maar retorische manipulatie.

SV-alleen denken leeft van die verwarring

SV-alleen denken kan alleen bestaan zolang tekstkritiek wordt voorgesteld als Schriftkritiek. Daarom wordt elk beroep op oudere handschriften, elke voetnoot, elke tekstvariant onmiddellijk geframed als “aanval op de Bijbel”.

Dat is geen toeval. Dat is strategie.

Zodra men toegeeft dat tekstkritiek iets anders is dan Schriftkritiek, stort het hele SV-alleen bouwwerk in. Want dan blijkt ineens dat moderne tekstuitgaven niet de Schrift aantasten, maar doorgaans trachten haar zo zuiver mogelijk te achterhalen.

Daarom moet het onderscheid vaag blijven. Angst werkt beter dan argumenten.

De Textus Receptus: hulpmiddel, geen norm

De Textus Receptus is geen geïnspireerde tekst, maar een historische reconstructie, samengesteld met de beperkte middelen van de zeventiende eeuw. Dat was toen legitiem. Maar het was nooit bedoeld als eindstation.

Sindsdien zijn er veel oudere handschriften ontdekt. Die negeren is geen geloofsdaad, maar een keuze — een bewuste weigering om te luisteren naar beter en ouder bewijsmateriaal.

Wie zegt:

“Wij houden vast aan de Textus Receptus, ook als oudere handschriften iets anders laten zien”

zegt impliciet:

Het doet er niet toe wat de apostelen geschreven hebben, zolang onze vertrouwde tekst maar intact blijft. Dat is geen eerbied voor de Schrift. Dat is verplaatsing van gezag.

De ironie: SV-alleen denken bedrijft zelf Schriftkritiek

Hier wordt het pijnlijk.

Door vast te houden aan een specifieke editie — ongeacht betere gegevens — verschuift het gezag: niet langer de oorspronkelijke tekst is norm, maar een latere tekstvorm.

De vraag is dan niet meer:
Wat schreef Paulus? maar: Wat staat er in de Statenvertaling?

Dat is precies wat Schriftkritiek doet: het gezag losmaken van de oorspronkelijke openbaring en verankeren in iets anders.

SV-only denken beschuldigt anderen van Schriftkritiek, maar praktiseert haar zelf.

“Weglaten” als angstwoord

Het woord weglaten is het favoriete wapen in dit debat. Het suggereert roof, verminking, verlies. Maar in werkelijkheid gaat het meestal om het herkennen en verwijderen van latere toevoegingen.

Meer woorden betekent niet meer waarheid.
Meer vroom klinkende zinnen betekent niet meer inspiratie.Tekstkritiek vraagt niet:Wat klinkt het mooist? maar: Wat verklaart het ontstaan van de andere varianten? Wie dat weigert te vragen, heeft de waarheid ingeruild voor ‘wat men gewend is’

Een geloof dat voetnoten vreest, is geen sterk geloof

SV-alleen denken doet alsof Gods Woord alleen kan overleven binnen één Nederlandse vertaling uit 1637. Alsof Gods voorzienigheid ophield bij de Statenvertalers.

Dat is geen hoge Schriftopvatting. Dat is Gods woord benauwd inpassen.

Een geloof dat bang is voor handschriften,bang is voor wetenschap, bang ook voor correctie, is geen geloof dat rust in de waarheid, maar een geloof dat zichzelf, koste wat-kost, moet beschermen.

Noem het bij de naam

Tekstkritiek is geen vijand van de Schrift.
Tekstkritiek is een dienaar.

Schriftkritiek is geen synoniem van tekstkritiek.
Dat gelijkstellen is intellectueel oneerlijk.

SV-alleen denken is geen onschuldige voorkeur, maar een systeem dat leeft van verwarring, angst en verabsolutisering van traditie.

Wie werkelijk buigt voor Gods Woord, buigt niet voor één vertaling,niet voor één editie, niet voor één tijdperk

De vraag moet zijn, zonder angst en zonder in een verdedigingsreflex te schieten:

Wat staat er werkelijk geschreven?

Alles minder is geen trouw, maar verhard en blind traditionalisme. Om niet te zeggen overspannen complotdenken.

zie ook:

De claims van de “checklist vervalste Bijbels” van sv1637.org gecheckt – Bijbelse basis

De KJV-only en Statenvertaling alléén controverse ontzenuwd – Bijbelse basis

Waar komt de term “Textus Receptus” vandaan? – Bijbelse basis

Een betrouwbare Bijbel: tekstoverlevering – Bijbelse basis

Wat is ‘King James Onlyism’? – Bijbelse basis

Zijn moderne Bijbels vervalst? – Bijbelse basis

Checklist ‘Vervalste Bijbels’ van sv1637.org gecheckt: De claims

Checklist ‘Vervalste Bijbels’ van sv1637.org gecheckt

Het overzicht halverwege de “Checklist vervalste Bijbels” op sv1637.org  beweert dat moderne bijbelvertalingen opzettelijk teksten wijzigen, verwijderen of aanpassen om een “New Age Wereld Religie” te ondersteunen. Dit is een forse beschuldiging en tevens een zeer controversieel standpunt, dat gebaseerd is op tekstkritische verschillen tussen de Textus Receptus (TR), de Statenvertaling (SV), en de oudste beschikbare Griekse manuscripten (zoals de Codex Sinaiticus en Vaticanus).

Ik zal hieronder enkele belangrijke punten bespreken en uitleggen waarom deze verschillen bestaan.

Zijn nieuwe vertalingen vervalst?

Nee. Wat vaak gebeurt, is dat moderne vertalers de oudst beschikbare Griekse manuscripten gebruiken om hun vertalingen te baseren, terwijl oudere vertalingen zoals de Statenvertaling en de King James Version (KJV) vooral de Textus Receptus als basis hebben.

De Textus Receptus bevat latere toevoegingen, die waarschijnlijk door middeleeuwse kopiisten zijn ingevoegd. Moderne vertalers kiezen ervoor om alleen die teksten te gebruiken die in de oudste bronnen voorkomen, omdat zij dichter bij de oorspronkelijke tekst liggen.

Voorbeeld is het zogeheten Comma Johanneum:

1 Johannes 5:7-8 (“Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn één.”)

Komt niet voor in de oudste Griekse manuscripten.

Komt wel voor in de Textus Receptus en de Latijnse Vulgaat.

Toegevoegd in de middeleeuwen en niet oorspronkelijk geschreven door Johannes.

Waarom ontbreken sommige woorden of zinnen?

Omdat ze in de oudste manuscripten niet staan.

Hier enkele voorbeelden uit de  lijst:

Openbaring 1:11 – “Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste”

ontbreekt in moderne vertalingen

Waarom?

In de oudste Griekse manuscripten (Codex Sinaiticus en Vaticanus) staat alleen:

“Schrijf wat je ziet in een boek en stuur het naar de zeven gemeenten.”

De langere versie komt pas voor in latere manuscripten en is waarschijnlijk een latere toevoeging.

Handelingen 8:37 – “Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is”

ontbreekt in moderne vertalingen

Waarom?

Dit vers komt niet voor in de oudste manuscripten.

Werd later toegevoegd door kopiisten om de bekering van de kamerling explicieter te maken.

Dit betekent niet dat de boodschap fout is, maar de toevoeging lijkt later te zijn ontstaan.

Kolossenzen 1:14 – “door Zijn bloed”

ontbreekt in moderne vertalingen

Waarom?

De oudste Griekse manuscripten zeggen:

“In Hem hebben wij de verlossing, namelijk de vergeving der zonden.”

De woorden “door Zijn bloed” zijn later toegevoegd om overeen te komen met Efeziërs 1:7.

Wordt Jezus minder benadrukt in nieuwe vertalingen?

Nee. De kern van de boodschap blijft in alle vertalingen behouden:

  • Jezus is de Zoon van God.
  • Jezus is de Redder van de wereld.
  • Jezus’ bloed brengt verlossing.
  • Jezus zal terugkomen.

Sommige woorden zoals “Christus”, “Heere”, of “Jezus” ontbreken in bepaalde verzen omdat ze niet in de oudste manuscripten staan. Dit betekent niet dat vertalers Jezus willen verbergen, maar dat ze trouw willen blijven aan de oorspronkelijke tekst.

Voorbeeld:

1 Korinthe 16:22

Statenvertaling: “Indien iemand den Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking; Maranatha!”

NBV: “Als iemand de Heer niet liefheeft, hij zij vervloekt. Maranatha!”

Waarom? “Jezus Christus” ontbreekt in de oudste manuscripten.

De boodschap blijft hetzelfde, maar moderne vertalingen volgen de oudst beschikbare tekst.

Wat is het probleem met de Textus Receptus?

  • De Textus Receptus is samengesteld uit middeleeuwse manuscripten en bevat fouten en toevoegingen.
  • De Textus Receptus werd in de 16e eeuw samengesteld door Erasmus, die slechts een paar middeleeuwse manuscripten gebruikte.

Veel moderne tekstwetenschappers geven de voorkeur aan de oudste manuscripten, omdat ze dichter bij de oorspronkelijke tekst staan.

Dit betekent dat sommige langere versies later zijn toegevoegd en dat moderne vertalingen deze weglaten om trouw te blijven aan de oorspronkelijke Bijbeltekst.

Is er een complot om de Bijbel te veranderen?

Nee. Moderne vertalingen proberen over het algemeen gesproken juist de Bijbel zo correct mogelijk te vertalen door de oudst beschikbare manuscripten te gebruiken.

De Statenvertaling en de King James Version (KJV) waren ooit ook moderne vertalingen in hun tijd!

De meeste “weglatingen” in moderne vertalingen komen doordat de oudste manuscripten korter zijn dan latere kopiën.

Jezus’ Goddelijkheid, het Evangelie en de kernboodschap blijven volledig intact in moderne vertalingen.

Welke vertaling moet ik gebruiken?

Dit hangt af van waar je waarde aan hecht:

  • Welke vertaling je al gebruikt
  • Wil je een vertaling die zo dicht mogelijk bij de oudste manuscripten blijft?

Kies de Herziene Statenvertaling (HSV), Nieuwe Bijbelvertaling (NBV), of de Naardense Bijbel.

  • Wil je een vertaling die trouw blijft aan de Statenvertaling en de Textus Receptus?

Kies de Statenvertaling (SV) of de King James Version (KJV).

Er is geen “duivelse” of “heilige” vertaling— de meeste vertalingen proberen de Bijbel zo goed mogelijk weer te geven! Enkele uitzonderingen zijn wel goed om te noemen.

  • De “Nieuwe Wereldvertaling van het Wachttorengenootschap voegt toe en laat weg waar het de leer van de Jehovahsgetuigen past. De persoon van Jezus Christus wordt gebagatelliseerd. Pas op! Niet aan te raden voor Bijbelstudie!
  • “The Message” is eigenlijk geen vertaling maar een parafrase, en bovendien herschreven door één persoon: Eugene Peterson.(!!) Niet aan te raden voor Bijbelstudie!

Samengevat

Is er hier een New Age complot? Nee.

  • Nieuwe vertalingen volgen de oudste manuscripten.
  • Het Evangelie van Jezus Christus blijft behouden in deze vertalingen.

Veel mensen denken dat “weglatingen” een complot zijn, maar in werkelijkheid wordt de Bijbel juist nauwkeuriger vertaald op basis van de beste beschikbare bronnen. De Statenvertaling is een geweldige vertaling, maar gebaseerd op de Textus Receptus, die latere toevoegingen bevat.

Wil je de meest accurate weergave van de Bijbel? Gebruik meerdere vertalingen naast elkaar en bestudeer de context!

Lees ook op de site van Dirk-Jan Jansen : Is de Telosvertaling corrupt? | dirkjanjansen.nl

Extreme opvattingen op het christelijke erf: “Ruckmanisme”.

Peter Ruckman en de controverse rondom zijn visie op bijbelvertalingen en andere gelovigen

Geen vermakelijk onderwerp, wel belangrijk.

Peter Ruckman (1921–2016) was een Amerikaanse predikant en theoloog, bekend om zijn extreme standpunten over de King James Version (KJV) en zijn felle aanvallen op andere Bijbelvertalingen en stromingen binnen het christendom. Hij wordt beschouwd als een van de meest radicale vertegenwoordigers van het KJV-Only-standpunt, dat stelt dat de King James Version de enige ware en onfeilbare Bijbel is. Dit artikel geeft een gedetailleerd overzicht van zijn leerstellingen, de controverse daarover en de belangrijkste argumenten tegen zijn standpunten. Ook kijken we kort naar een Nederlandse variant, de Statenvertaling alléén stroming, die parallellen laat zien.

De leer over de KJV

Peter Ruckman beweerde dat de King James Version (1611) niet slechts een betrouwbare vertaling was, maar dat deze superieur was aan de oorspronkelijke Hebreeuwse en Griekse manuscripten. Zijn belangrijkste claims waren:

De KJV is door God geïnspireerd: Hij stelde dat God niet alleen de oorspronkelijke manuscripten inspireerde, maar ook de Engelse vertaling van de KJV.

De KJV is superieur aan de originele teksten: Volgens Ruckman hadden de vertalers van de KJV extra openbaring ontvangen, waardoor hun werk foutloos was en zelfs correcties aanbracht op de oorspronkelijke tekst.

Andere vertalingen zijn corrupt: Hij beschouwde moderne Bijbelvertalingen zoals de NIV, ESV en NASB als satanisch geïnspireerd en onbetrouwbaar.

Moderne tekstkritiek is afvallig: Hij verwierp de Alexandrijnse tekstfamilie (zoals de Codex Sinaiticus en Codex Vaticanus) en hield zich exclusief vast aan de Textus Receptus, de Griekse tekstbasis van de KJV.

Deze opvattingen leidden ertoe dat hij scherpe kritiek had op theologische seminaries, Bijbelgeleerden en zelfs andere fundamentalistische christenen die niet volledig zijn KJV-standpunt onderschreven.

De gevolgen

De invloed van Ruckman’s leer was groot binnen bepaalde fundamentalistische kringen, maar leidde ook tot veel controverse:

  • Tweespalt : Zijn scherpe veroordeling van andere vertalingen en theologieën veroorzaakte scheuringen in kerken en Bijbelscholen.
  • Anti-intellectualisme: Ruckman verwierp wetenschappelijk Bijbelonderzoek en tekstkritiek als demonisch en afvallig.
  • Polarisatie binnen het christendom: Zijn agressieve en polemische stijl maakte hem tot een controversieel figuur, zelfs onder andere KJV-Only-aanhangers.

Kritiek

De meeste theologen en Bijbelwetenschappers wijzen Ruckman’s KJV-Only-leer af om meerdere redenen:

De KJV is een vertaling, geen geïnspireerde openbaring

  • De Bijbel werd oorspronkelijk geschreven in Hebreeuws, Aramees en Grieks, niet in 17e-eeuws Engels.
  • De vertalers van de KJV erkenden zelf dat hun werk een vertaling was en geen nieuwe openbaring van God.
  • Als de KJV de enige zuivere Bijbel zou zijn, zou dat impliceren dat de kerk vóór 1611 geen betrouwbare Bijbel had, wat theologisch onhoudbaar is.

De KJV is gebaseerd op jongere manuscripten

  • De KJV is gebaseerd op de Textus Receptus, een verzameling Griekse manuscripten uit de Middeleeuwen.
  • Moderne tekstkritiek heeft toegang tot oudere en betrouwbaardere manuscripten, zoals de Codex Sinaiticus en Codex Vaticanus (4e eeuw).
  • Het idee dat de KJV superieur is aan oudere Griekse en Hebreeuwse manuscripten is onhoudbaar.

De KJV bevat óók vertaalfouten en tekstuele problemen

  • De KJV bevat toevoegingen die niet in de oudste manuscripten voorkomen, zoals 1 Johannes 5:7-8 (Comma Johanneum), een tekst die in de KJV wel staat maar in oudere Griekse manuscripten ontbreekt.
  • Sommige woorden en uitdrukkingen in de KJV zijn verouderd en onduidelijk, zoals “unicorn” (Job 39:9-10), wat eigenlijk “wilde os” betekent.
  • Moderne vertalingen corrigeren deze fouten en gebruiken over het algemeen de best beschikbare manuscripten.

Andere vertalingen zijn óók betrouwbaar en accuraat

  • Moderne vertalingen zoals de ESV, NIV en NASB worden vertaald door teams van deskundigen en gebruiken meer en oudere manuscripten dan de KJV-vertalers hadden.
  • Het idee dat alleen de KJV betrouwbaar is, is eerder gebaseerd op traditie en emotie dan op feitelijk bewijs.

Waarom toch steun

Ondanks de vele problemen met zijn leer, zijn er nog steeds mensen die het KJV-Only-standpunt verdedigen. Enkele redenen hiervoor zijn:

  1. Wantrouwen tegenover moderne theologie: Sommige christenen geloven dat moderne Bijbelwetenschap de Schrift ondermijnt.
  2. Traditie en emotionele gehechtheid: De KJV is voor veel mensen de Bijbel waarmee ze zijn opgegroeid.
  3. Fundamentalistische leer: In sommige kerken wordt geleerd dat de KJV de enige betrouwbare Bijbel is en dat alle andere vertalingen corrupt zijn.

Overeenkomsten met ‘Statenvertaling-alleen’

Er zijn sterke parallellen tussen Ruckmanisme en de Nederlandse ‘Statenvertaling-alleen’-beweging, zoals vertegenwoordigd door onder anderen Nico Verhoef:

  • Beide bewegingen zien slechts één specifieke vertaling (KJV of SV 1637) als de enige ware Bijbel.
  • Beide bewegingen verwerpen moderne vertalingen als corrupt en onbetrouwbaar.
  • Beide bewegingen zijn fel gekant tegen moderne tekstkritiek en verdedigen de Textus Receptus.
  • Beide bewegingen hanteren een polemische stijl tegen tegenstanders.

 

Overeenkomsten tussen Ruckmanisme en Statenvertaling alleen *

Kenmerk Peter Ruckman (KJV-Only) Nico Verhoef (SV-Only)
Exclusieve Bijbelvertaling Alleen de King James Version (KJV) is Gods zuivere Woord Alleen de Statenvertaling (SV 1637) is betrouwbaar
Verwerping van moderne vertalingen Moderne vertalingen (NIV, ESV, NASB) zijn corrupt en door Satan beïnvloed De Herziene Statenvertaling (HSV) en andere moderne vertalingen zijn een vervalsing
Verwerping van tekstkritiek Tekstkritiek en gebruik van oudere manuscripten (Alexandrijnse tekst) zijn verkeerd en afvallig Gebruik van moderne tekstkritiek wordt afgewezen, Textus Receptus is de enige juiste basis
Strijd tegen theologische instituties Seminaries en geleerden die moderne vertalingen ondersteunen, worden als afvallig beschouwd Kritiek op theologische instellingen en geleerden die HSV en andere vertalingen promoten
Polemische stijl Zeer agressieve en confronterende stijl, noemt tegenstanders afvalligen Verhoef is eveneens fel in zijn kritiek en waarschuwt voor satanische invloed in moderne vertalingen

 Belangrijkste verschillen

Kenmerk Peter Ruckman (KJV-Only) Nico Verhoef (SV-Only)
Theologie Hyper-dispensationalisme, waarbij redding op verschillende manieren werkte in verschillende tijdperken Klassiek calvinistisch protestantisme met baptistische invloeden
Taalfocus Verdedigt een Engelse vertaling als superieur aan de grondteksten Verdedigt een Nederlandse vertaling als de enige juiste
Achtergrond Komt uit een Amerikaanse fundamentalistische baptistentraditie Komt uit de gereformeerde en baptistische traditie in Nederland
Het belangrijkste verschil is dat Ruckman een hyper-dispensationalistische theologie had, terwijl Verhoef zich baseert op calvinistisch-baptistische principes.

Samenvatting

Peter Ruckman’s verdediging van de King James Version en zijn afwijzing van alle andere vertalingen is onhoudbaar op zowel theologisch als historisch gebied. Zijn bewering dat de KJV een door God geïnspireerde vertaling is die zelfs superieur is aan de oorspronkelijke manuscripten, is door de volgende feiten weerlegd:

  1. De Bijbel werd oorspronkelijk geïnspireerd in Hebreeuws, Aramees en Grieks, niet in 17e-eeuws Engels.
  2. De Textus Receptus is een verzameling jongere manuscripten en bevat toevoegingen die niet in oudere bronnen voorkomen.
  3. Moderne vertalingen zijn gebaseerd op betere bronnen en methoden, waardoor ze vaak nauwkeuriger zijn dan de KJV.

Hoewel de KJV een belangrijk historisch document is en een grote invloed heeft gehad, moet het worden gezien als wat het werkelijk is: een vertaling en niet een nieuwe openbaring van God. Gelovigen doen er goed aan om een evenwichtige benadering te kiezen die recht doet aan zowel de geschiedenis van de Bijbel als het onderzoek naar de oorspronkelijke tekst.

Kortom, Peter Ruckman’s leerstellingen blijven controversieel, en worden breed afgewezen als extreem, foutief en misleidend.

“Dat is ruk, man!😂”

*Now to the people I know, Henk Thomassen and Nico Verhoef, both of which have connections to Ruckman, Riplinger and Chick.
I know of Verhoef that he has attended Ruckman bible school at Pensacola in Florida, Thomassen did not do this, but did an at home study course.
They teach “a pure bible in one’s own language onlyism”, which sound great and better, but is riddled with other problems.
Thomassen told me that Ruckman and Riplinger did back this initiative.
Given the documentation of Ruckman’s behaviour and his advocation of silent omission with regards to students of his that want financial backing of people that reject Ruckman, and the evidence that Riplinger may be an occultist, I doubt that is actually the case and they are duped.

But given what I have observed from them personally and from Ruckmanites in the US that have gone into even more heresy and apostasy, I cannot rule out that to some extent I was lied to from them and deceived by them as well, the deceived leadership deceiving the deceived followers.
While they do teach a lot of good stuff, it is the KJVO and “a pure bible in one’s own language onlyism” that is the portal into even bigger heresies they also teach and bring in subtil and privily. (Bron)

zie ook:

Wanneer Bijbelverdediging omslaat in intimidatie

KJV only-ism en haar pleitbezorgers

Ten ways to avoid Ruckmanism

Van Ruckman naar SV1637

Peter Ruckman en de mythe van feilloos KJV‑Engels

Waarom de Statenvertaling verschilt van de King James Version

Vervalste Bijbels… zijn ‘moderne’ Bijbels vervalst?

Wat is ‘King James Onlyism’?

Een betrouwbare Bijbel: tekstoverlevering

Waar komt de term “Textus Receptus” vandaan?

De KJV-only en Statenvertaling alléén controverse ontzenuwd

Checklist ‘Vervalste Bijbels’ van sv1637.org gecheckt: De claims

Statenvertaling en King James Version, kleine tekstverschillen, grote eenheid

Geverifieerd door MonsterInsights